Kranenburgia

English

home - lexicon - links - forum - nieuwsbrief - contact

Anglicana
 

Anglicana (K-N)

Alles over de Angelen. Mensen, taal, cultuur, roots, etc. // Everything about the Anglish. People, language, culture, roots, etc.
 
Tot circa 450 nC wonen de verre voorouders van de Kranenburgs~ uit Bleiswijk in Holland in Angle, een regio in continentaal Noord-West Europa. Zij komen van daar via Engeland en Vlaanderen. // Till about 450 AD the faraway ancestors of the Kranenburgs~ from Bleiswijk in Holland live in Angle, a region in continental North Western Europe. They came from there via England and Flanders.



K::

Kaarsen: > Verlichting

Kaarten:
- NW Europa - 375-425nC - Angelen > Hettema
- Nederland - c 400nC > Vaarwaters
- Angelland - c 450nC > Angle
- Saxenland - 1000 (1886) - Hertogdom Saxen > KHS
- KCG = Kaarten Chr. 's Grooten - 1557
- Veluwe - 1557 > KVL
- Groningen - 1589 - provincie - maker onbekend > G1589, NWGro1589
- Gelderland etc - 1593 (#KGH)
- Nederland - 1773 > RZA
- Groningen - 1778 - provincie + adellijke huizen; maker: Tehodorus Beckering > KTB
- NO Nederland - 1783 - militaire cartografen - Hottinger Atlas > HTN
- GHG = Grote Historische Atlas Gelderland - c 1900

Kakkinees:
In de 20e eeuw sprak men van Haagse Kak, zijnde de typische taal van (quasi) Haagse elite. Zo gebeurde dat enige Hagenaars ergens in Oost Nederland in een bar zaten te genieten van jenever en bitterballen. Opeens werd hun converstie onderbroken door een jongeman uit de omgeving. Hij zei luid hoorbaar: Hou toch op me jullie kaktaal. Het is niet mear, wear en dear, maar moar, woar en doar.
¶ Vroeger werd ook vaak de Nederlandse elitetaal geïmiteerd in toneelstukken. Opvallend waren daarbij de a-, ea- en ae-klanken. "Ban je helemeal beleazerd" ipv "Ben je helemaal belazerd". Die imitatie heeft natuurlijk te maken met persoonlijke ervaringen van mensen.
¶ Volgens streekhistoricus Henk Nieborg te Scharmer sprak de Friese adel vroeger onderling Nederlands ipv Fries. Nogal opmerkelijk. Men zou toch juist van Friese adel verwachten dat ze Fries spreekt. Het lijkt daarom niet onwaarschijnlijk dat deze Friese adel niet zozeer Nederlands sprak onderling, maar eerder een soort elite Anglisch. Het Anglisch ligt namelijk fonologisch nogal dicht bij het Oud Nederlands.
¶ Dat de Friese adel Nederlands zou spreken, i.c. een soort Anglisch, is niet zo verbazingwekkend. Friezen lijken namelijk af te stammen van de Angelen. (> Friezen) Zij zullen derhalve aanvankelijk een taal spreken die nauw verwant moet zijn aan het Oud Anglisch. Temeer daar na de massamigratie van Angelen naar Brittannia vele Angelen zijn opgegaan in de Friezen.

¶ Rechts: een woning te Kappeln in Angeln (1971). Op de balk staat in Anglisch:
Wer will buen an de Straten, mot de Minschen reden laten.
ofwel:
Wie wil bouwen aan de straten, moet de mensen kletsen laten.
 
De simpele tekst op de balk lijkt te bevestigen dat het Anglisch toch sterk doet denken aan het Nederlands. (@ foto © BCK)
¶ Sommige bronnen stellen dat het Arnhems [Ernems] een taal is die sterk is gevormd door Hagenaars die zich ergens in de 17e vestigden in Arnhem. Er zijn echter redenen om aan te nemen dat het Arnhems is gevormd door Angelen die zich al rond 150vC hebben gesetteld in de regio Arnhem. (> Angelnees)
¶ Aangezien:
- de Angelen zich al sinds circa 500vC vestigen in Noord Groningen en zich daarna geleidelijk verder verspreiden tot aan de Rijn en de Maas (> ASA),
- en de Saxen pas rond 800nC settelen in de grensstreken van NO Nederland,
- en de Anglische aanwezigheid circa 2.7x sterker is dan de Saxische (> angs/sax),
- en in 1931 in Nederland diverse Anglische taalenclaves zijn gesignaleerd door een wetenschappelijke taalkundige (> ATZA),
>> mag men veronderstellen dat de Angelen in de loop der eeuwen een sterke positie hebben verworven in Nederland en hun stempel zeker hebben gedrukt op de hele Nederlandse cultuur. Deze invloed zal zich zeker sterk hebben laten gelden in de Nederlandse taal. Gezien het behoudend karakter van elite, zal het elite Nederlands zeker door de eeuwen heen de taalkunidge roots stevig vastgehouden hebben. De Anglische wortels zullen derhalve op enigerlei wijze merkbaar moeten zijn.
** Angelnees, Anglisch, ATZA, ang/sax

 
Kalender:

5jan
6jan
6jan
14feb
1-28feb
1-28apr
3apr
4-11apr
14apr
23apr
30apr
1mei
13mei
16mei
27jun
15jul
19jul-19aug
25jul
30jul
15aug
15sep
30sep
1-28okt
25okt
11nov
13nov
1-31dec
5dec
17-20dec
22dec
23dec
24-25dec
25dec
25dec-1jan
25dec-6jan   
30dec
30-31dec
31dec
31dec-1jan
Twaalfde Nacht (ZA)
Threotende Daeg (Dertiende Dag)
Kopper Maandag (ZA)
Valentijndag (ZA)
Sulmaent (ZA)
Lencten = Vastenmaand > Lente
Faestanaefen = Vastenavond
Carnaval
Paesbaece > Paasvuur
Jorisdag (ZA)
Bokkenbal > Herten
Maypal > Meiboom
Pascoe (ZA)
Nerthus (ZA)
Penter/Pincster = Pinksteren
Zomermarkt
Hondsdagen (ZA)
Olde Wief (ZA)
Stoppelhanen (ZA)
Koolhaas (ZA)
Kruisverheffing
Kermis (ZA)
Harfsunne (ZA)
Foekepot (ZA)
St Maarten
Maria & Ursula > Beckum
Haleg Maent = Heilige Maand
Sinterklaas (ZA)
Saturnalia > Sater
Midwinter
Haleg Aefen = Hielige Avond
Joelfeest (ZA)
Modranect (ZA)
Kookdagen (ZA)
Twaalf Nachten (ZA)
Wilde Jacht (ZA)
Olde Roop (ZA)
Hogmanagh = Oudjaarsdag
Oud & Nieuw
** Maanden, Weekdagen

Kamp::
Anglisch caemp =
- hoog gelegen veld, akker, bouw- of weiland; ook: omheind cultuurland
- afgepaald stuk land, akker, veld; TW kaamp, kamp, kampke
- tijdelijk verblijf of legerplaats, bivak
Als zodanig is een kamp = tuin = Anglisch thun = tuin, omheinde grond, erf
= Anglisch thune, thun, thyn, tone, toon, tun, tune
Vele plaatsnamen in Nederlands eindigen op -ten = Anglisch -thun. In Engeland zijn dat locaties die eindigen op -ton.
** Nederzetting, Inga, Tuinen

Kamp:: Havezate in Hoonte/Neede
In de Oude Mattheus Kerk te Eibergen is te zien een muurschildering van een borg, een vrouw en twee mannen in een heuvelig gebied. De vrouw draagt een kroon met drie punten, zijnde een kroon van een burggraaf. (> Burggraaf) De twee mannen hebben een getrokken zwaard. Op de grond ligt een afgehouwen hoofd. Kennelijk voeren ze een gevecht. Op een vaandel staan twee jachthoorns, identiek aan het wapen van het geslacht Barmentloo. In 1536 wordt Andreas de Bermtloe genoemd ivm een altaar in de Eibergse parochiekerk.
¶ Anglisch hoonta betekent heuvelig gebied. De borg op de genoemde muurschildering zal derhalve vrij zeker betrekking hebben op Havezate Kamp in Hoonte. Daar woont in de 15e-16e eeuw het geslacht Van Barmentloo.
¶ Per saldo mogen we concluderen dat Havezate Kamp in Hoonte een borg is geweest, die vrij zeker al ruim bevoor 1536 bestaat. Mogelijk is ze een onderdeel van de oude militaire infrastructuur van de Angelen, die al rond 400nC bestaat in Angelland. > MIA, LIN
Barmentloo: Deze familienaam lijkt afgeleid van Anglisch baerm (berm, pad) + eand (eind) + loe (clearing, open plek in bos; of: laagte). Dus: de clearing of laagte aan het einde van een pad. De naam komt voornamelijk voor in Brummen. Gezien de context kan deze familie oorspronklijk afkomstig zijn uit Hoonte. Namelijk van havezathe Kamp, waar in de 16e eeuw Barmentloo's hebben gewoond. Deze havezathe staat namelijk inderdaad aan het eind van een weg op een eiland in een laagte en is omgeven door een breed water. E.e.a. lijkt te betekenen dat de havezathe oorspronklijk Baermeandloe heette. Oorspronklijk zal ze dan een soort versterkt huis zijn geweest. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen. De havezate kan dus heel oud zijn. Mogelijk al van rond 500nC toen de Angelen versterkingen begonnen te bouwen langs de grens om infiltraties van Saxen tegen te houden. > NOVL
** Burggraaf

Kamperen: (KMP:)
()A aemerge (gloeiende kooltjes), aenholt (pleisterplaats), angolsticc (angolstok = wandelstok met haakse handgreep; werd o.a. tevens gebruikt om op deuren te kloppen of als slagwapen tegen agressie), asce (as), caemp (veld, tijdelijk verblijf of legerplaats, bivak), caempfyr (kampvuur), caempian (kamperen), caempside (kampeerplek), gasticc (wandelstok), oxwaegn (ossewagen), oxwaen (ossewagen), provise (proviant), reowe (deken), scearpa (reistas, rugzak), slapan (slapen), tentdoc (tentdoek), tente (tent), tentpal (tentpaal), tentsac (tentzak), tentsayl (tentzeil), tentstocc (tentstok), thecen (deken), wacan (waken, bewaken), wace (wake, wacht), waeccan (=A wacan), waeg (weg), waegn (wagen), waen (wagen)
¶ In het verre verleden kamperen vooral herders en jagers. Maar ook reizigers en soldaten in gebieden waar weinig of geen herbergen zijn. Doorgaans kamperen ze op veilige en droge plekken vlak bij schoon water om te kunnen drinken en wassen.


          

Boven: Kamperen in Angelland rond 400nC. De kampeerders hebben een zgn aenholt (anholt = pleisterplaats) gevonden waar ze de nacht kunnen doorbrengen. Aquarel van Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. (© BCK)
Kampvuren zijn bedoeld om te koken, voor de warmte en gezelligheid en om wilde dieren op afstand te houden.
** Reizen, Tenten, Herbergen, Voertuigen

Kamphuis:
Alias Camphuys, Camphuis. Familienaam in Nederland. De naam komt in 1947 in Nederland toaal 3781x voor, overwegend in NO Nederland, met top van 1632x in Overijssel. In 2007 komt de naam in Nederland totaal 6272x voor met hoogste frekwentie van 278x in Dinkelland in Twente.
¶ Gezien de context lijkt de naam Kamphuis afkomstig uit Dinkelland in Twente. De regio Twente wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. De naam Kamphuis lijkt derhalve afgeleid van Anglisch caemp (kamp, veld) + hus (huis). volgens Anglische regels dus: het huis bij het veld.

¶ Rechts: boerderij Kaamps (Kamphuis) in Deurningen (Twente) anno 2006.
Foto © TiedLight ®

De oude boerderij in Deurningen heet in de volksmond Kaamps. In het Verpondingsregister van Twente uit 1601 is ze echter vermeld als Camphuys.

 
1475. Camphus, 2 s., bet. 3 golden (r.g.), d.
1601. Camphuys, den comptuir van Oetmerssum tobehorich is van 9,5 mudde landes unde een dach hoylandes, der meyer nicht by huys. 4-22-8.
1602. Camphuys, an middelmatige landen 6,5 mudde und 1 schepel, an olthovige 1,5 mudde.
1953. Kaamps of Kamphuis.
1980. Kaamps of Kamphuis; nu bewoond door H.A.J. Nijland.
2006. Kaamps; Fa. Boer Herbert.

Mogelijk is deze boerderij de oorspronkelijke locatie van de naam Kamphuis. Zoals gebruikelijk in die dagen krijgen mensen vaak de naam van de locatie of de hoeve waar ze wonen.
¶ In Vorden ligt een groot bosgebied met de naam Kamphuizen. Vooralsnog is niet bekend waarom dit gebied deze naam heeft. Mogelijk stond daar ooit een huis met die naam.
¶ Te Babberich in Montferland staat een oude havezathe met de naam Camphuysen.
¶ Bekend:
- Johannes Camphuys (1634-1695): geboren in Haarlem. Was Gouverneur-Generaal te Batavia in Nederlands-Indië. Was zeer geliefd bij de Indonesiërs vanwege zijn milde en behulpzame houding jegens hen. Overleden in Batavia.
- Dirck Raphaëlsz Camphuyzen (1586-1627): geboren in Gorinchem. Was dichter. Overleden in Dokkum.
- Govert Dircksz Camphuysen (gb 1624*): kunstschilder.
** Oude Kamphuis
# FRI, Meertens Instituut 14.9.2010, WP, DAB, KBG

Kappers: > Haar, Barbier
KAR: Koninklijk Anglisch Regiment > Leger

Karakter:
()A aefterbaec (achterbaks), aerlic (eerlijk), arweorthig (eerwaardig), beorht (helder, stralend, schitterend, eerlijk, nobel), blidhe (blij, vrolijk, vriendelijk), canny (kenne, verstandig, kundig, slim), cliever (handig, slim), croen (stoer, flink, dapper, slim, handig), croenig (=A croen), cunnend (kundig, bekwaam, handig, slim), daefte (mild, zachtmoedig, gedwee), dom (dom), dull (saai, dom, dwaas), dullig (dom, dwaas, saai), eardig (aardig), fals (vals), fralic (vrolijk), frami (=A frome), fremu (=A frome), frolic (vrolijk), frome (vroom, braaf, flink, dapper, heldhaftig, rechtschapen, betrouwbaar), geac (gek), godmodig (goedmoedig), hiere (vriendelijk, zachtmoedig), leas (leeg, vals), loyel (loyaal, eerlijk, oprecht, trouw), lubba (slecht, dom, onhandig), meoc (=A daefte), mod (moed), modig (moedig), oxmodig (kalm, rustig, geduldig), screawet (sluw, slim, gewiekst), slim (slim, sluw, slecht), smeag (achterbaks, gemeen, laf), sodd (zot, dwaas, dom, onnozel), standfaest (standvast, standvastig), treow (trouw, eerlijk)
¶ Bron WAB/p70 schrijft:

Our Anglo-Saxon [= Angelen + Saxen] ancestors were essentially farmers, city life having little attraction for them; and there on their farm-lands, or behind the fences of their homes, they developed that independence and that power to mind their own business, which is one of the strongest characteristics of our race.
Deze tekst is nogal opmerkelijk. De Angelen zijn het volk dat zich afgelopen 2000 jaar het meest heeft verspreid over de wereld: Angelland, Brittannia, Amerika, Canada, Australië en Nieuw Zeeland. Verder liggen in Engeland diverse grote steden waar het bruist van leven: Londen, Birmingham, Manchester en Liverpool. Thuisblijvers zijn het zeker niet, ondanks home sweet home en my home is my castle. Mogelijk schreef bron WAB/p70 voornamelijk over de plattelanders in Engeland.
¶ De Anglische koningen en adel in Engeland hebben hun roots in Angle (Angelland) op het Continent. Met hun migratie naar Brittannia nemen ze hun continentale normen en waarden mee naar hun nieuwe homeland en geven daar nieuwe vormen aan. Ivan en Raymond Mitford-Barberton schrijven daarover in hun boek 'The Bowkers of Tharfield':
The Mitfords of Mitford trace their ancestry back to those remote times when the Anglian kingdom of Northumbria was a power in the land; when Oswald, Edwin and Cuthbert were not merely names, but living personages, asserting their power and influence in Church and State and social life. Northumberland is still favoured with not a few families which, like the Mitfords, lay claim to this honourable distinction. The Ridleys, formerly of Willimoteswick, now of Blagdon, the Middletons of Belsay, the Swinburnes of Capheaton, the Crasters of Craster, and probably a few others still represented in the country, though not directly connected with their ancestral properties, are distinguished for their descent from the old Anglian Nobility, who, having "come in" hundreds of years before "the Normans", brought with them, fostered and developed, the fundamental principles of those free institutions which made and have maintained England's greatness.
Handelsvolk: Aangezien:
-- 50vC: Julius Caesar is niet onder de indruk van het Germaanse geloof. Hij schijft circa 50vC dat ze nauwelijks goden kunnen noemen en schijbaar alleen Zon, Vuur en Maan kennen. Ook schrijft hij dat ze in bizonder Mercurius vereren, die ze beschouwen als gids op hun reizen en behalen van winst. (Commentarii de Bello Gallico: 6.21, 6.17)
-- 415nC: In het Anglisch pantheon neemt Wodan de derde plaats in na de Zon, de Maan en de god Tiwas (god van de Gerechtigheid). > Weekdagen
-- 450nC: Volgens bron Historia Regum Britanniae Book 6 noemt ene Hengest (Anglisch veldheer) de goden van zijn volk: Saturnus, Jupiter, Mercurius, Frea (Frya) en andere goden die de wereld regeren. Maar in bizonder Mercurius, die ze Wodan noemen. (# WKP 10.11.10) Wodan komt op de 3e plaats in het Anglisch pantheon.
>> lijken de Angelen primair een handelsvolk te zijn.
Landbouwers: Mogelijk zijn de Angelen oorspronkelijk ook in belangrijke mate landbouwers. Hun god Saeter is namelijk gemodelleerd naar de Romeinse god Saturnus, de god van de landbouw. Zaterdag is genoemd naar Saeter. Hij komt op de 7e plaats van het Anglisch pantheon. > Weekdagen
450nC++: Angelen zijn uitstekende boeren, die veel landwerk doen. Zij fokken dieren die in deze tijd nog veel te zien zijn. Bijen houden gebeurt op grote schaal. Ze zijn uitstekende jagers, die gek zijn op honden en paarden. Valkenjacht is een populaire sport. Soms moeten ze vechten voor hun landheer. Thuis voelen ze zich echter het meest gelukkig. Hun vredelievende aard maakt hen later trouwe aanhangers van het Christendom. #WAB/p171
500nC++: Geordie
600nC: Bron WAB/p82 bevestigt dat de Angelen goden hebben:
Edwin of Northumbria [586*-633], it will be remembered, agreed to become a Christian if the new faith would give him power to kill his old enemy, the King of Wessex; and Coifi, his High Priest, abandoned the old gods because, as he declared, they had not contributed anaything towards his personal advancement.
Bede (7e eeuw) noemt Coifi een primus pontificum, ofwel de hoogste onder de naturale Anglische priesters. > Naturalisme
--- De reactie van Edwin en zijn hogepriester duiden op een zekere nuchterheid die te maken kan hebben met het feit dat de Angelen primair zonaanbidders zijn en derhalve minder belangstelling hebben voor hun goden. > Nuchterheid
750nC++: Bron WAB/p173ev: de boetes zijn vastgelegd in oude doms (vonnissen):
--- moord op een eorl (edelman): 300 goudstukken
--- moord op een ceorl (vrijman, boer): 100 goudstukken
--- bij diefstal van een persoon: waarde van het gestolene vermenigvuldigd met een getal overeenkomend met de rang van de bestolene:
----- bij diefstal van de kerk: 12x de waarde van het gestolene
----- bij diefstal van de koning: 9x de waarde van het gestolene
----- bij diefstal van een vrijman (vrije): 3x de waarde van het gestolene
----- etc
Voor elke overtreding is een dom (vonnis). Alles is nauwkeurig vastgesteld. De preciesheid daarvan toont dat Angelen snel in woede raken als hen iets wordt misdaan. Dit leidt tot vele en heftige gevechten. Als die de Koning bedreigen, worden de daders uiterst zwaar gestraft.
** Archaïsme, Bedrijvigheid, Pragmatisme, Lässigkeit, Objectivisme, Moed, Pacifisme, Ladangpolitiek, Partnerkeuze, Anglische Wijsheden, WKT, Culturalisme, Geordie

Karpaten:
Regio in Noord Tjechia, grenzend aan Polen en de Duitse deelstaat Saksen, het oerland van de Saxen. In deze regio zijn gouden sieraden en andere items gevonden uit de migratieperiode 350-400nC. In die periode wonen in de Karpaten Tjechen, Germanen en Hunnen. De archeologische items van de Tjechten lagen steeds op plekken waar alleen items van hen zijn gevonden. Die van de Germanen en Hunnen zijn steeds samen op dezelfde plekken gevonden. #GFM/p62
¶ Aangezien de regio Saxen in Duitsland grenst aan de Karpaten in Tjechia kunnen met de genoemde Germanen in de Karpaten mogelijk Saxen zijn bedoeld. Dit lijkt zeker goed mogelijk. Temeer daar de Angelen de Saxen vaak Hunnen noemen vanwege hun geweldadig gedrag. (> Hunnen, Volksverhuizingen) E.e.a. kan wijzen op een vergaande versmelting van Hunnen met de Saxen. Deze these wordt gesterkt door de Engelse historicus Beda die rond 731nC de Oude Saxen broeders van zijn volk [de Angelen] noemt en daarmee indirect zegt dat de zgn Nieuwe Saxen (400nC++) geen broeders zijn van de Angelen. > Old Saxons

Karren: > Voertuigen
Kastelen: > Burchten, Vestingen, Buitenplaatsen, Coevorden

KBA: Kolonisatie van Brittannia door Angelen uit Angelland
370-400nC: Eerste golf Anglische settlers in de Cotswolds onder aanvoering van Wig, zoon van de onderkoning Freawin van Sleswig. Wig vlucht voor de agressieve koning van de Saxen aan de Elbe. Mogelijk vestigen Wig en zijn groep zich in Wychwood, dat woud van Wig betekent. > Wig van Sleswig
400nC++: Deel Angelen uit Humsterland/Groningen migreert naar Brittannia.
446nC: Bron EBR/p45++ schrijft:

The period which saw the destruction of Roman Britain and the birth of Anglo-Saxon England is well known to be the most baffling in our history. ... Already in the third century cross-channel raiding by Saxon pirates necessitated the building of coastal forts such as Brancaster, Richborough and Pevensey .... After the last pathetic appeal for Roman help had ben refused in 446, the Anglo-Saxon settlement began in earnest, no longer mere pillaging, but the steady occupation of British land. The invaders coming in along our southern and eastern coasts were pushing across the country, either absorbing and enslaving the British population or cutting them into isolated pockets. One great resurgence there was among the Britons surviving in the west; Ambrosius and Arthur (...), so vigorously defeated the Teutonic invaders that their progress was checked for decades. But in the end it was irresistible and Roman Brtiain was overwhelmed. Towns were destroyed, the villa system was completely broken and the Christian church obliterated. ... To surviving Britons who clung to memories of imperial [Roman] civilisation the triumph of the barbarians must have seemed a final, irreversible catastrophe, the end of all values. Yet the tough Anglo-Saxon farmers who cleared the forests and released for cultivation more and more of our best soils were preparing for a fresh uprush of civilised life quite different from that of Roman Britain, but ultimately so much stronger and more full of vitality. Everywhere settlements were being founded that were to take a place in Doomsday Book and grow into our own villages and towns. How many of the English place-names that are so close a part of their countryside perpetuate the name of an adventurer of those times who, having seized his piece of land, cut the trees and built his farmstead, settled down to beget his contribution to the Anglo-Saxon nation?
The Anglo-Saxons [= Angelen + Saxen] came from the western coastlands of Europe, from the area between the mouth of the Rhine and central Jutland #ASW/p31 1960 > HAB
¶ Op grond van diverse feiten en cijfers mogen we aannemen dat in 400-550nC totaal circa 9.6/2 = 4.8 miljoen Angelen uit Angelland zijn gemigreerd naar Brittannia. Bij de Saxen gaat het volgens deskundigen (WKP 4.11.09) om 100.000 tot 200.000 migranten naar Engeland. (> Migratiekwantums) De verhouding is derhalve 4800/200 = 24/1. Ofwel: 24x meer Angelen dan Saxen. Feitelijk kan men dus beter spreken van Saxo-Angelen.
449nC++: Bron ASC (Anglo-Saxon Chronicle 832-1154nC) schrijft voor het jaar 449nC:
449. Hier Martianus and Valentinus onfengon rice [krijgen macht], and ricsodon [regeren] seofon [zeven] winter. And on hiera dagum [deze dag] Hengest and Horsa, fram Wyrtgeorne [Vortigern] gelathode [uitgenodigd], Bretta kuninge [koning], gesothon [getrouwe] Bretene on thaem [hun] stede genemned [genaamd] Ypwinesfleot [Ebbsfleet in Thanet?], aerest [eerste] Brettum to fultume [helpen], ac hie [hij] est on hie fuhton.
Se [deze] kuning het hie feohtan ongean Peohtas [gevochten tegen de Picten]; and hie swa duden [doden], and sige haefdon [zegeviert] swa hwaer swa hie comon [waar hij ook komt]. Hie tha [Hengest en Horsa] sendon to Angle [Angelland], and heton him sendan maram fultum [vraagt hem meer troepen te zenden]; and heton him secgan Bretweala nahtnesse [en vertelt hem over de rampspoed in Brittannia] and thaes landes kuste. Hie tha sendon him maran fultum. Tha comon [komen] the menn of thrim maegthum Germanie [drie Germaanse machten]: of Eald-Seaxum [Oud Saxen], of Englum [Angelland], of Iotum [Jutland].
¶ De volgende zin uit de citaat is zeer belangrijk: Hie tha [hen = Hengest en Horsa] sendon to Angle, and heton him sendan maram fultum; and heton him secgan Bretweala nahtnesse and thaes landes kuste. Deze zin geeft namelijk aan dat Vortigern vanuit Brittannia Hengest en Horsa naar (de koning van) Angeln stuurt om te vragen meer troepen te zenden. Kennelijk waren er dus al Anglische troepen in Brittannia, maar waren er meer nodig volgens Vortigern.
¶ In 449nC vraagt koning Vortigern in Noord Brittannia dus de hulp van Angeln om hem te helpen in zijn strijd tegen de Picten. Angeln voldoet daar kennelijk aan, want vele bronnen schrijven daarna over de aanwezigheid van Anglische soldaten (huurlingen?) in Brittannia. Sommige bronnen beweren dat die er al veel eerder waren, hetgeen een bevestiging is van de eerdere these daaromtrent.
¶ De Anglische soldaten in Brittannia schijnen na de hulp aan Vortigern in Brittannia te blijven. Mogelijk waren daar ruim voordien ook al Anglische handelslieden. Tezamen met de Anglische soldaten hebben ze zich blijvend gevestigd in Brittannia en hun aanwezigheid en macht steeds verder uitgebreid. Dit proces is waarschijnlijk langs natuurlijke weg verlopen. E.e.a. betekent dat Angeln welbewust bezig was Brittannia te koloniseren.
450-475nC: Tweede golf Angelen naar Brittannia komt van de kusten van Noord Nederland en Duitsland. Vier miljoen Angelen migreren naar Brittannia. (> Demografie, Engelandvaarders) Volgens overlevering bevinden zich onder hen de leiders Hengest en Horsa.
¶ De kolonisatie van Brittannia door de Angelen heeft vrij zeker weinig te maken met hebzucht. De grote factor lijkt te zijn de stijging van de zeespiegel van de Noordzee en de Oostzee in de periode 300-500nC. Hierdoor ontstonden zware stormen en grote overstromingen tot zeker 35 Km landinwaards langs de kusten. Veel land ging hierdoor verloren. Vooral Sleswig-Holstein inclusief Angeln werden zwaar getroffen. Rond 470nC was van dat gebied nog maar een smalle zandstrook droog. Het hele gebied werd daardoor zo goed als onleefbaar. In 470nC besluit prins Icel van Angeln daarom met vele Angelen te migreren naar Brittannia. Mogelijk hebben zijn voorouders de ramp al zien aankomen en zijn ze daarom begonnen met het sturen van hun mensen naar Brittannia om een grote migratie voor te bereiden. > M35
** Koninkrijk, Vortigern, Engelandvaarders, East Anglia, Migratiestromen, Migratiewaarden, Expansie, Collaps (500-775nC)

KBB: Koken, Bakken & Braden:
()A arce (gewelfde oven), bacan (bakken), bacery (bakkerij), bachus (bakhuis, bakoven; stond op erf), baciser (braadpan, wafelijzer), bacofen (bakoven), bacspicer (bakoven), baecan (=A bacan), baecere (bakker), baecery (bakkerij), baecestre (bakker), bataet (bataat; # zoete aardappel), boffit (aanrecht), braedan (braden), braedspitt (braadspit), braeth (gebraad, braadsel, braadlucht), braethan (braden), brasan (braden), brase (gebraden), breadofen (broodoven = oven voor bakken van brood), cabuse (kombuis), ceame (oven, stookplaats), cnedan (kneden), coc (kok), cocan (koken), cocboc (kookboek), coce (koek), cochus (kookhuis; stond buiten op erf), cocies (koekies, koekjes), copbord (keukenplank, keukenkast), crust (korst; # van baksel), crustar (crustade, korstgerecht), cycene (keuken), cycengaerd (groentetuin), dag (deeg), earpel (aardappel), fritan (bakken, braden), fyr (vuur), fyrclocc (vuurklok = avondklok die meldt dat vuur gedoofd moet worden), fyrhoc (vuurhaak = yzeren haak om iets boven vuur te hangen), fyrholt (brandhout), fyrpleats (vuurplaats voor koken, bakken, smeden, etc), fyrsteal (vuurstal = kookgerei, komfoor), fyrwud (brandhout), gaeran (garen, gaar koken), garleac (knoflook), geriht (gerecht), goata (bijkeuken), graepe (grape = aardewerken pot met drie pootjes en twee oren), guttan (gutten = verwijderen van ingewanden van geslacht dier of vis), isercoce (wafel), linsaedmelo (lijnzaadmeel), linsel (linzen), melo (meel), meolo (meel), ofen (oven), pancoce (pannekoek), panne (pan), peastan (bakken), peastere (bakker), pott (pot), potthoc (pothaak = haak om pot of ketel boven vuur te hangen), routbroc (geruite broek, bakkersbroek), seothan (zieden, koken, braden, smelten), snas (braadspit), spitan (ww spitten, aan spit rijgen), spitt (spit, braadspit), spitu (=A spitt), stope (stopfles, fles, kruik), sucer (suiker), sucerbread (suikerbrood), syththaran (ww sudderen), temprian (ww bereiden, aanmaken), tart (taart), thrifot (drievoet = drie stokken waaraan een haak hangt boven een vuur om te koken, bakken of roosteren), waermos (warmoes, groente), wealcan (welken, kneden, drukken, persen)
800nC++ Kogelpot: Grote veranderingen door introductie kogelpot. De kogelpot is oorspronklijk zakvormig, later rond. Ze zijn grijs, zwart, bruin of vuilgeel en staan maklijk op het vuur. (#OBA/p19) > Aardewerk
1250++: In 1978 zijn in een kelder te Arnhem gevonden: kruiken van steengoed, vetvangers, borden met lobvoeten, olielampjes en trechterbekers. #OBA/p22
2013 Macedonia: Ezels versjouwen hout voor de oven en de kachel. Schoolkinderen vervangen elk jaar de gekapte bomen met nieuwe aanplant. Velen hebben een stenen bakoven in de tuin waarin brood wordt gebakken. De ovens worden ook gebuikt voor het stoken van rakija, een soort kruidenjenever. Ze beweren dat elke dag een glaasje met een lepel honing je gezond en fit houdt zodat je makkelijk honderd wordt. > Macedonia
** Consumptie, Voedsel, Gerechten, Brood, Patisserie, Groente, Kruiden

Keizer: Anglisch: cesar. Afgeleid van Latijn Caesar. Arisch: Khesar = godfather.

Kelders: (KLD:)
()A ceal (kelder), cealdre (kelder), cealdry (keldermeester), cealwaerd (keldermeester), celre (kelder), ies (ijs), is (ijs), isa (ijs), stonceal (steenkelder), stoncealdre (steenkelder), yscealdre (ijskelder), yse (eis), yshus (ijshut, ijskelder), yshut (ijshut)
Keldermeester: Hij beheert de voorraad van voedsel en drank.
Yshutten zijn hutten waarin etenswaren koel gehouden worden. Ze staan normaliter ergens achterin een tuin en onder bomen. Ze zijn afgedekt met aarde en beplant met struiken. Hierdoor blijft de temperatuur rond 0 graden celcius.
Steenkelders zijn bovengrondse stenen kelders, iets verdiept, afgedekt met een dikke laag begroeide aarde, gebouwd tussen hoge bomen, waardoor de temperatuur doorgaans circa 0 graad Celsius blijft. Enkele oude landgoederen in Nederland hebben nog een steenkelder. O.a. Huize Laar in Ommen.
Yskelders zijn diep ingegraven kelders waarin ijsblokken worden gedaan om de temperatuur laag te houden. Normaliter staan ze in de schaduw van hoge bomen en struiken en zijn ze afgedekt met een dikke laag aarde. Oude landgoederen in Nederland hebben vaak nog een ijskelder.
800nC: In Eijsden (Limburg) hebben archeologen in 2009 een kelder opgegraven onder een oude mottetoren. Gedateerd op circa 800nC.
1200++: In 1978 zijn in een kelder te Arnhem gevonden: kruiken van steengoed, vetvangers, borden met lobvoeten, olielampjes en trechterbekers. Alles daterend uit de periode 1200-1500 AD. #OBA/p22
** Thanatologie/Lijkenhuisje

Kelten: > PgGenline
Keltisch: > PgGenline/Kelten

Kembrug:
De Kembrugweg is een rechte weg in Schuinesloot bij Slagharen. Deze weg bgint nabij het gehucht Lutterveld, gelegen aan de Schuineslootweg. Halverwege gaat de Kembrugweg over een brug over een brede en lange sloot met vele bochten. Deze sloot mondt enige kilometers verde ergens nabij De Tippe in de Reest. Gezien deze situatie lijkt de Kembrugweg te zijn genoemd naar een brug in de Kembrugweg. Deze brug zal derhalve de Kembrug zijn genoemd. Anno 2013 is ze niet meer dan een grote rioolbuis waarover aarde is gestort en aangestampt voor de weg. (FRI mrt 2013)
¶ De veronderstelde Kembrug lijkt anno 2013 naar het aanziet geen kem- of kambrug, zijnde een brug met enige kammen (pijlers). Mogelijk is ze dat ooit geweest, maar anno 2013 duidelijk niet. (> Bruggen) Gezien de huidige situatie lijkt het aannemelijk dat de brug oorspronkelijk niet meer was dan een paar balken over een beek. In die tijd en omstandigheden was dat erg normaal.
¶ Bruggen worden veelal genoemd naar het water waarover ze zijn gebouwd. De genoemde sloot waarover de Kembrugweg loopt, zal dus mogelijk de Kem heten of ooit zo geheten hebben.
¶ Oorspronkelijk was de regio Slagharen een groot veengebied. Kaart RZA/1773 noemt dit gebied Groote Veenen. Ergens in de 19e eeuw is dit gebied drooggelegd en ontgonnen. Bij ontginningen werden vele waterlopen recht getrokken voor een snelle afwatering. Zo ontstonden vaarten, kanalen en sloten. De genoemde sloot de Kem kan dus van oorsprong een beek zijn geweest.
Lutterveld: Genoemd gehucht Lutterveld zal oorspronkelijk een veld zijn geweest waar ooit mensen zijn gaan wonen. Deze regio kan rond 300vC zijn bevolkt door Angelen uit de regio Coevorden. (> ASA) Lutterveld lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Luth (mansnaam) + feld (veld). Dus: het veld waar Luth woont. Hij zal daar kennelijk met zijn gezin hebben gewoond in een zgn einzelhof in een groot woest veengebied. Bron SDV/p281-82 schrijft dat in NO Nederland tot circa 100nC de mensen voornamelijk wonen in zgn einzelhöfe (losse erven). De hoeven staan nog erg op zichzelf en veraf van elkaar. Rond 100nC gaan ze meer clusteren. > Einzelhöfe
Caem: Als de thesen omtrent Lutterveld juist zijn, dan kan genoemde beek de Kem ooit de Anglische naam Ceam of Caem hebben gehad. Deze naam lijkt frapant veel op Cam, de rivier in East Anglia (GB) waarnaar is genoemd de stad Cambridge, welke naam betekent de brug over rivier de Cam. Deze these lijkt niet onmogelijk. In de periode 450-550nC zijn namelijk vele Angelen uit NO Nederland (West Angle) gemigreerd naar Brittannia. Onder andere vele Angelen uit Drente, van wie een aantal in East Anglia. > P36, TEHA
Camborne: Stad in Cornwall, ZW Engeland. De stad heet in Cornish Kammbronn. De regio wordt rond 850nC bevolkt door Angelen uit het noorden. Anglish borne betekent bron, grote beek of rivier. Het is aannemelijk dat de Engelse naam Camborne een Anglische oorsprong heeft en een vertaling is van het Cornish Kammbronn. Dat zo zijnde betekent Kammbronn dus mogelijk: de bron van rivier de Kamm. Kaart AGB:2/2006 toont een rivier die door Camborne stroomt naar de zee. Mogelijk heet of heette ooit die rivier de Kamm.
¶ Anno 2013 staat nabij de Kembrug in Lutterveld een oude hoeve in Anglische stijl. Mogelijk daterend uit de 19e eeuw. (FRI mrt 2013)
¶ Het voorgaande impliceert dat rond 400nC ook enige Angelen kunnen hebben gewoond nabij de Kembrug, die er toen dus al geweest moet zijn. Het is namelijk zeer gebruikelijk dat migranten hun nieuw woongebied noemen naar hun gebied van herkomst. > Migratiewaarden

Kennis:
()A cennan (ww kennen), cenning (begrip, oordeel, bericht, verklaring), cennlic (kennelijk, duidelijk), cnaa (=A cnaw), cnaw (kenner, weter), cnaw (knap, deskundig), cnawacre (kennisakker, hennepakker), cnawan (kennen, weten), cnawe (kennis, deskundigheid), cnawere (kenner, weter, deskundige), cnawlaeg (kennis), cnawta (kennis, kunde), cnowan (knauwen, kauwen, weten), cyththacre (kennisakker = hennepakker), forecnaw (voorkennis), knaa (=A cnaw), knaalaeg (=A cnawlaeg), list (list, kennis, kunde, bekwaamheid), listan (luisteren), listere (vakman, deskundige)
** Hennep, Wijsheid, Onderwijs, Voorkennis

Kerk:
()A circclocc (kerkklok), circe (kerk), circgeard (kerkhof), circhofe (kerkhof), circmaester (kerkmeester), cirice (kerk), cyrice (kerk)
300nC++ Arianisme: Angelen komen in contact met het Arianisme, een Christelijke leer afkomstig van Arius (250-336nC) te Constantinopel, enige tijd diaken en priester in Alexandrië. > Arianisme
350nC++: Anglisch cirice is waarschijnlijk afkomstig van het Gotisch kiriko, kirko via Wulfila (311-371nC), bisschop van de Oost Goten in Zuid Rusland. Hij vertaalt de Bijbel in het Gotisch en ontwerpt daartoe een eigen Gotisch Alfabet, gebaseerd op het Griekse Alfabet.
¶ Wulfila neemt het Gotisch woord kiriko over uit het Grieks kuriakon = Huis van de Heer.
** Wulfila, Arianisme, Geloof

Kerkdagen: (RK)
Lebunisdaege -- 25 jun
Maria Magdelena -- 21 jul
St Jacob -- 25 jul
Egidius -- 1 sep
Lambertus -- 17 sep
Michaelis -- 21 sep
Simon ende Juda -- 27 okt
St Engelbart -- 7 nov
St Martiny -- 11 nov
St Lucien -- 13 dec
Midwinter -- 25 dec

Kerken:
()A aelhista (heiligdom), aercebiscop (aartsbisschop), apostol (apostel), ealmosnere (aalmoezenier), earmsarg (armenzorg), bibel (bijbel), bictan (biechten), biddan (bidden, vragen), biscop (bisschop), bledsa (zegen), bledsian (ww zegenen), bleodsian (ww zegenen), bletsian (ww zegenen), capel (kapel), capelan (kapelaan), capelery (kapelfonds), cersthed (christendom), churce (kerk), circclocc (kerkklok), circe (kerk), circham (kerkdorp), circmaester (kerkmeester), cirice (kerk), cloccere (klokkenluider), costere (koster), costery (huis van een koster), Crist (Christus), cristen (christen), cristlic (christelijk), cruc [krus] (kruis), ealdorbiscop (hogepriester), fullian (dopen), fulluth (doop, gedoopt), gebed (gebed, vraag), gebedhus (gebedhuis, kerk), geliefan (geloven), godcundnes (godheid, heiligheid), godhus (tempel, kerk, abdij, klooster, herberg), godnis (goedheid), haecce (bisschopstaf), hassuc (graspol, knielkussen), masse (mis), masser (hogepriester), offre (offer), offrian (offeren), paep (priester, pastoor, monnik), pape (=A paep), pastore (pastoor), pather (pater, priester), paws (paus), preian (bidden, vragen, aanroepen), preost (proost, priester), prestere (priester), rod (kruis), sceoling (scholing, onderwijs), sundsarg (gezondheidszorg), viccari (vicarie = huis van de vicarius)
400nC: In Noord Nederland zijn twee Byzantijnse munten van goud gevonden uit circa 400nC. Eén munt zit gesoldeerd op een gouden ring. Dit wijst op contacten met Constantinopel, dat tot 330nC Byzantium heet. Mogelijk zijn de Angelen in noordoost Nederland daardoor al vroeg in contact gekomen met het christendom en het Arianisme. > Constantinopel, Arianisme
500nC++: In de Middeleeuwen is dansen onderdeel van het dagelijks leven. Bij vele gelegenheden worden rondedansen en lijndansen opgevoerd. Ook in kerken wordt gedanst. En tijdens processies dansen mensen voor de pelgrims, die op hun beurt ook niet stil zitten. Op het ritme van de dansen worden vele liedjes geschreven en gecomponeerd, die tijdens het dansen worden gezongen. > Dansen
626nC++: Bouw stenen kerken in Engeland. #ASC/Ingram
750nC: Heiligdommen (o.a. altaars) worden in de Anglische tijd vaak gebouwd op de toppen van heuvels en terpen. Met de kerstening van NO Nederland sinds circa 750nC worden op dezelfde plekken vaak kerken gebouwd. Daarmee pogen de christenen de naturale Angelen de wind uit de zeilen te nemen. > Naturalisme, Kerstening
 

¶ Wirdum is een dorp bij Loppersum in NO Groningen. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Oldambt. Het dorp is gebouwd op twee wierden. De NH Kerk ligt op de grootste wierde. Daaromheen ligt het oude dorp. Bij de kerk staan grote stenen van een oude Anglische ael. Op de foto rechts onder de twee grote ramen.
 
Oudste bouw: > Deventer (c 750nC), Vorchten (c 780nC), Zelhem (801nC), Lochem (c 900nC), Scharmer (c 955nC), Haithabu (c 960nC)
¶ De oudste kerken in Nederland waren van hout. Een kerk op het platteland rond 900nC is klein en van hout en telt hooguit 50 zitplaatsen. Echter, in de eerste eeuwen sinds de kerstening rond 750nC is maar circa 1/3 van de bevolking Christen.
¶ De oude haven van Hollingstedt in Sleswig-Holstein heeft vele archeologische vondsten opgeleverd, waaruit blijkt dat aan de Lahmenstraat in de Middeleeuwen schepen zijn gebouwd en gerepareerd. Ook is een locatie gevonden waar veel tufsteen uit het Rijnland was opgeslagen. Deze tufsteen is gebruikt voor de bouw van vele kerken in Noord Angeln. E.e.a. geeft aan dat Hollingstedt al vroeg contacten heeft met andere regio's in NW Europa.
750nC++ Bron WAB/p173ev: de boetes zijn vastgelegd in oude doms (vonnissen):
--- moord op een eorl (edelman): 300 goudstukken
--- moord op een ceorl (vrijman, boer): 100 goudstukken
--- bij diefstal van een persoon: waarde van het gestolene vermenigvuldigd met een getal overeenkomend met de rang van de bestolene:
----- bij diefstal van de kerk: 12x de waarde van het gestolene
----- bij diefstal van de koning: 9x de waarde van het gestolene
----- bij diefstal van een vrijman (vrije): 3x de waarde van het gestolene
----- etc
Voor elke overtreding is een dom (vonnis). Alles is nauwkeurig vastgesteld. De preciesheid daarvan toont dat Angelen snel in woede raken als hen iets wordt misdaan. Dit leidt tot vele en heftige gevechten. Als die de Koning bedreigen, worden de daders uiterst zwaar gestraft. Sinds de Kerk rond 750nC steeds meer macht krijgt, komen er steeds meer straffen bij voor alles wat tegen de Kerk of haar Christelijke Leer is gericht.
750nC++: Bron ZWH/p10 schrijft:
Voor een goed begrip van de oudste geschiedenis van onze omgeving [Haarle/Gld] zullen we nog iets verder terug in de tijd moeten duiken, en wel naar de 8e eeuw, de periode van keizer Karel de Grote, de verbreider van het christendom in deze streken. Het was op last van deze keizer Karel, dat Ludger het christendom ging prediken in de Achterhoek en Westfalen. Hier en daar stichtte hij een kerkje; het eerst in Zelhem, Groenlo en Winterswijk. De bekeringsmethoden waren, voor zo ver het keizer Karel betrof, hardhandig: er stond doodstraf op de weigering je te laten dopen en op het verbranden van doden (in die tijd werd cremeren als heidens beschouwd); op zondag was men verplicht om naar de kerk te gaan. Kortom, een bekering onder harde dwang. Daar er geen hof was, moesten de christenen zelf de economie regelen en belasting werd betaald aan de kerk.
782nC: Karel de Grote laat 4500 Saxen onthoofden in Verden/Bremen om hen te dwingen zich te bekeren tot het christendom.
800nC++: Volgens een oude overlevering raast Donar met een haan op z'n schouder door het luchtruim. Dat is mogelijk de reden waarom kerken een haan op de toren hebben. (#HED/p8) Als teken van adaptie van oude Anglische tradities. De haan is echter ook het symbool van vierheid, waakzaamheid en vruchtbaarheid.
800nC++: Bron ZWH/p12 schrijft:
Een enkele keer kom je in documenten uit die tijd [800nC++] herinneringen aan Haarlo [bij Neede/Gld] tegen. Akten vertellen dat door Haarlo kerkelijk belasting werd betaald aan de pastoor en (of) de koster in Eibergen door Breer, Hondekolk, Pellen, Klein Hazebroek, Havickhorst en Blenken. Nu was er in deze agrarische maatschappij - anders dan in de steden zoals Zutphen en Deventer - weinig geld in omloop. Belasting werd in natura betaald. Lang nog lees je dan ook nog van 'mishoenders' op 11 november (St. Maarten) voor de pastoor en eieren voor de koster (die moet hij overigens wél zelf komen halen). We vonden trouwens een klacht van de pastoor waaruit blijkt, dat de kwaliteit van de mishoenders nog wel eens te wensen overliet: die kippen moesten toch op z'n minst in staat zijn om op de rand van de mand te springen. Wat je ook vaak tegenkomt is 'jaarlijks een molder raapzaad (soms reuvezaad) voor het licht van de koorlampen en een pond was voor de kaarsen op het altaar'.
 
 
801nC: Ludger (742-809; missionaris) bouwt een kerk te Zelhem. Foto rechts: een replica van die kerk, gebouwd op de plaats van de oorspronkelijk kerk nabij het centrum van Zelhem. (> Ludger) De kerk is in die tijd nauwelijks meer dan een woonhuis. Alleen het interieur is aangepast. Het bestaat uit zitbanken, preekstoel en altaar. Qua bouwstijl is de kerk verder nagenoeg identiek aan de huizen uit die tijd in NO Nederland.

 

965nC: In dit jaar brengt Ibrahim Al Tartushi een bezoek aan Haithabu. Hij schrijft dat de stad bekend is van Ysland tot Bagdad. Ibrahim is een Joodse Arabier uit Cordoba in Spanje. Bron WKP (25.11.07) citeert hem:

Haithabu is een zeer grote stad aan het uiterste eind van de wereld oceaan... De bewoners aanbidden Sirius [de Hondster, de helderste ster aan de hemel], behalve de Christelijke minderheid die een kerk heeft...
Afgezien van gedwongen bekeringen (o.a. Saxen in 782nC) is slechts een klein deel van de West Europese bevolking christen. Naar schatting hooguit 1/3 van de mensen.
1250: Sigerdachurke = kerk van Siddeburen. > Siddeburen
1500++: Bron ZWH/p34 schrijft:
Na circa 1500 hadden de gegoede grondbezitters, de markegenoten, op het platteland de touwtjes in de handen, zoals dat in de steden het geval was met de rijke kooplui. Zij benoemde een schoolmeester, want hun kinderen moesten onderwijs hebben, en zij benoemden een koster, want de kapel was eigendom van de markegenoten (van wie een aantal weliswaar rooms was). Overigens werd de kapel, behalve zo nu en dan voor een kerkdienst, gebruikt voor de markevergaderingen.
** Ael, Kerstening, Kloosters, Religie, Tolerantie

 
Kerknamen:
Kerken zijn in de eerste eeuwen van de kerstening (750-1000nC) vaak genoemd naar de stichter. Zoals de Lebinuskerk in Deventer (naar Lebinus) en de Ludgeruskerk in Oosterwolde/NO.Veluwe (naar Ludger). Soms zijn kerken ook genoemd naar heiligen die aansloten bij oude Anglische volkshelden. Zo zijn de Joriskerken in Amersfoort, Borculo en Venlo genoemd naar St Joris (Georgius), een Katholieke heilige die vrij zeker is gemodelleerd naar Beowulf, een Anglische volksheld wiens mythe al dateerd van circa 600vC. Deze kerken horen gezien hun namen vaak tot de oudste kerken van Nederland.
** Joriskruis, Beowulf

Kerkenveld:
Gehucht circa 5 Km zuid van Hoogeveen. De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Zuid Drente. De naam Kerkenveld lijkt derhalve afgeleid van Anglisch circe (kerk) en feld (veld). Dus: het veld bij de kerk. Deze naam zal dus dateren uit de periode na het begin van de kerstening rond 800nC.
¶ Anno 2010 staat in het buitengebied van Kerkenveld een prachtige hoeve die qua bouwstijl gerekend mag worden tot de Anglische architectuur. De intieme beplanting van de tuin is verder kenmerkend voor vele Anglische tuinen.
** ASA, Huizen

Kermis:
()A bissing (kermis), cermes (kermis), hoppan (=A hoppian), hoppian (hoppen, springen, dansen, huppelen), hopping (kermis, jaarmarkt)
¶ Volksfeest nummer 1 in alle tijden. Het feest is in het Germaanse verleden gegroeid uit de jaarlijkse oogstfeest in de herfst. Het is toen al een vrolijk feest annex jaarmarkt waarbij allerlei leuke evenementen plaats vinden.
¶ NB Ommer Bissinge (Ommer Kermis) is een oeroud evenement.
1600: De preutse Bredero (1585-1618) dicht in zijn Boertigh liedt-boeck:

Wie sal niet van de feest en boerenkermis walgen?
Men doeter anders niet als vreten swelgen balgen:
Men vedelt springt en danst, men sackpijpt en men fluijt,
En eer de kermis scheid soo raeckt het mesken uijt
1650: Een anonieme dichter is circa 1650 genuanceerder over kermis:
Aensiet dit boersche volck
aensiet dees Bachi knechten
D'een eet, drinckt en schenckt vol,
d'ander bespouwt het velt
D'een singt en danst met lust,
d'ander crijt en wil vechten,
Maer hier blijft in den loop
ghesontheyt ende ghelt
# WVA/p67, DAB

Kernhem:
Buurtschap in Ede. De regio wordt mogelijk rond 200vC bevolkt door Angelen uit de nabijgelegen regio Wekerom, waar rond die tijd Angelen wonen. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch cearn (kern, punt, piek, steenhoop, grenssteen, grafsteen) + ham (heem, oord). Dus: het oord bij de piek, mogelijk een steenhoop, grenssteen of heuveltop aldaar. De regio ligt wat hoger dan de naaste omgeving. Mogelijk dus dat met Anglisch cearn heuveltop is bedoeld.
Gravenberg: Hoogte waar de zonnecultus werd bedreven door de naturale Angelen. > Naturalisme, Zonnecultus
Bloedsteen: Offersteen gelegen aan de Doolhoflaan. Zo genoemd naar de bloedoffers die daar werden gebracht door de naturale Angelen.
1100-1400nC: De graven van Gelre bouwen versterkingen langs de grens met Sticht Utrecht. O.a. burcht Kernhem te Kernhem.
** Wekerom, Angelhoven, NOVL

Kernwaarden: > HKA (Historische Kernwaarden in Angelland)

Kerstening: (KSN:)
Betreft Christianisering in Anglische gebieden.
350nC++: Fritigern is een Gotisch leider (c 330-390) die zich bekeert tot het Christendom en aanhanger is van het Arianisme. De kerstening van Oost Europa is dus in de 4e eeuw nC al aan de gang.

              

Hierboven: Aquarel van ribbelurnen gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. Vijf handgemaakte ribbelurnen in continentaal Anglische stijl rond 300-600nC. De urn met voet rechts heeft drie stippen 1-2 gepaaltst. Dit is het symbool van het Arianisme dat gelooft in God als Oerbron waaruit Jezus en de Heilige Geest zijn voortgekomen. De eerste Christenen onder de continentale Angelen zijn mogelijk van oorsprong aanhangers van het Arianisme door hun contacten met de Goten, het volk waaruit ze zijn voortgekomen. (@ aquarel © BCK/TiedLight)
400nC: In noord Nederland zijn twee Byzantijnse munten van goud gevonden uit circa 400nC. Eén munt zit gesoldeerd op een gouden ring. Dit wijst op contacten met Constantinopel, dat tot 330nC Byzantium heet. Mogelijk zijn de Angelen in noordoost Nederland daardoor al vroeg in contact gekomen met het christendom en het Arianisme. > Constantinopel, Arianisme
550nC++: De belangrijkste persoon in de kerstening van Europa is Paus Gregorius I de Grote. AD 590 wordt hij paus. Op een dag ziet Gregorius blonde jongemannen staan op de slavenmarkt. Hij vraagt wie dat zijn. Gregorius krijgt te horen dat het Angelen zijn. Daarop antwoordt de paus dat ze engelen moeten worden en dus bekeerd tot het Christendom. Gregorius stuurt daarom missionarissen naar Engeland. Bron ASCV:

596. Paus Gregorius zendt Augustinus naar Brittannia met een groot aantal monnikken, die het Evangelie verkondigen aan het Engelse volk.
...
601. Paus Gregorius stuurt aartsbisschop Augustinus het pallium in Brittannia en zeer vele leermeesters om hem te helpen. Bischop Paulinus bekeert Edwin, koning van Northumbria.
601nC: Bron WAB/p82 schrijft:
Edwin of Northumbria [586*-633], it will be remembered, agreed to become a Christian if the new faith would give him power to kill his old enemy, the King of Wessex, ...
c 620nC: Bron WAB/p82 schrijft:
Raedwald, King of East Anglia [565*-625], set up a Christian altar next to the pagan altars in the old national temple and worshipped at both.
c 625nC: Bron WAB/p82 schrijft:
Penda of Mercia followed a somewhat similar course [as Redwald of East Anglia], for while he had no objection to Christians or to his people adopting that faith, he himself prefered to remain true to the old gods.
731nC: Beda (672-735) is een Engelse monnik van de Benedictijnse Abdij in Jarrow (N. Yorkshire). Theoloog, historicus, mathematicus en natuurwetenschapper. Schrijft meer dan 40 boeken. Zijn beroemdste werk is Historia ecclestiasica gentis Anglorum, een geschiedenis van de Angel-Saxen, geschreven rond 731nC. Hierin beschrijft hij o.a. het zendingswerk van de Angel-Saxen in de Lage Landen. Delen van zijn werken zijn opgenomen in de Anglo-Saxon Chronicle. > Beda
750nC++: Bron ZWH/p10 schrijft:
Voor een goed begrip van de oudste geschiedenis van onze omgeving [Haarle/Gld] zullen we nog iets verder terug in de tijd moeten duiken, en wel naar de 8e eeuw, de periode van keizer Karel de Grote, de verbreider van het christendom in deze streken. Het was op last van deze keizer Karel, dat Ludger het christendom ging prediken in de Achterhoek en Westfalen. Hier en daar stichtte hij een kerkje; het eerst in Zelhem, Groenlo en Winterswijk. De bekeringsmethoden waren, voor zo ver het keizer Karel betrof, hardhandig: er stond doodstraf op de weigering je te laten dopen en op het verbranden van doden (in die tijd werd cremeren als heidens beschouwd) ...
754nC++: De kerstening van Angelland geschiedt vanuit York in Northumbria. Men is er daar zeer op gebrand de heidense neven in de achtergebleven gebieden op het Continent te bekeren en uit hun leven in duisternis te redden. Bovendien zou de verwantschap op cultureel en taalkundig gebied het missiewerk makkelijker maken. Temeer daar de Continentale neven geen angst zouden koesteren, dat de missiewerkers stiekem zouden heulen met de Frankische vijanden in het zuiden.
754nC++: Het gevolg van de kerstening is dat de Continentale Angelen op termijn hun eigen historische identiteit verliezen. Dat gebeurt langs drie wegen:
-- De kerk en haar missionarissen dwingen de Angelen zich te bekeren en hun eigen goden en gebruiken af te zweren. > Credo Anglorum
-- Anglische heiligdommen als offerplaatsen en tempels worden systematisch vernield of verwaarloosd. > Kerstening
-- De kerk vertelt de Angelen alles over de bijbelse geschiedenis en gaat volledig voorbij aan de eigen historie van de Angelen.
760nC++ Onderwijs: Met de komst van Lebinus in Deventer begint het onderwijs aan kinderen door katholieke missionarissen. Het is vooralsnog niet bekend of de Angelen voordien al georganiseerd onderwijs geven.
¶ Door de vorsten als eerste te bekeren, weten de missionarissen uiteindelijk het hele volk tot het Christendom te brengen. Soms met geweld. Later brengen Angel-Saxische zendelingen het Christendom naar de Nederlanden. De kerstening wordt soft aangepakt om agressie te voorkomen. De Germaanse gebruiken worden zoveel mogelijk geïntegreerd in de Christelijke tradities. Joelfeest of Zonnewendefeest aan het einde van december wordt omgebouwd tot Kerstfeest. Beide feesten symboliseren dat het nieuwe Licht de Duisternis overwint. Vuurwerk met Oud en Nieuw is een Germaans gebruik om boze geesten te verdrijven. De eieren met Pasen symboliseren vruchtbaarheid en het begin van nieuw leven. Vele andere Germaanse gebruiken worden bestreden. Per saldo resulteert dit beleid in het verdwijnen van vele Germaanse opvattingen en tradities en daarmee ook een belangrijk deel van de eigen identiteit.
782nC: Karel de Grote laat 4500 Saxen onthoofden in Verden/Bremen om hen te dwingen zich te bekeren tot het christendom.
795nC: Credo Anglorum: In de Vaticaanse Codex pal. 577 staat Het Saxische Credo, gedateerd op ergens rond het jaar 795nC. Dit Credo is geschreven in het Latijn en kort daarna vertaald in het Saxisch. Hieronder de Anglische versie:

Fursaeg yu deofol?
Ic fursaeg deofol!
And allu deofolgield?
And Ic fursaeg allu deofolgield!
And allu deofol werces?
And Ic fursaeg allu deofol werces!
And wordes Thunaer and Woden?
And allu weohs the thaem genotas sint?  
Gelief yu in God almehthigan Faeder?
Ic gelief in God almehtigan Faeder!
Gelief yu in Christ, Godes suno?
Ic gelief in Christ, Godes suno!
Gelief yu in halogan gast?
Ic gelief in halogan gast!
Verzaak je de duivel?
Ik verzaak de duivel!
En alle duivelsoffers?
En ik verzaak alle duivelsoffers!
En alle werken van de duivel?
En ik verzaak alle werken van de duivel!
En woorden van Donar en Wodan?
En alle afgoden die hun gezellen zijn?
Geloof je in god, de almachtige Vader?
Ik geloof in god, de almachtige Vader!
Geloof je in Christus, Gods zoon?
Ik geloof in Christus, Gods zoon!
Geloof je in de Heilige Geest?
Ik geloof in de Heilige Geest!
 
Oorspronkelijke tekst afkomstig uit de Historische Schets I van de PKN Gemeente te Zelhem in de Achterhoek. > HSZ
800nC++: Volgens een oude overlevering raast Donar met een haan op z'n schouder door het luchtruim. Dat is mogelijk de reden waarom kerken een haan op de toren hebben. (#HED/p8) Als teken van adaptie van oude Anglische tradities. De haan is echter ook het symbool van vierheid, waakzaamheid en vruchtbaarheid.
800nC++: Bron ZWH/p12 schrijft:
Een enkele keer kom je in documenten uit die tijd [800nC++] herinneringen aan Haarlo [bij Neede/Gld] tegen. Akten vertellen dat door Haarlo kerkelijk belasting werd betaald aan de pastoor en (of) de koster in Eibergen door Breer, Hondekolk, Pellen, Klein Hazebroek, Havickhorst en Blenken. Nu was er in deze agrarische maatschappij - anders dan in de steden zoals Zutphen en Deventer - weinig geld in omloop. Belasting werd in natura betaald. Lang nog lees je dan ook nog van 'mishoenders' op 11 november (St. Maarten) voor de pastoor en eieren voor de koster (die moet hij overigens wél zelf komen halen). We vonden trouwens een klacht van de pastoor waaruit blijkt, dat de kwaliteit van de mishoenders nog wel eens te wensen overliet: die kippen moesten toch op z'n minst in staat zijn om op de rand van de mand te springen. Wat je ook vaak tegenkomt is 'jaarlijks een molder raapzaad (soms reuvezaad) voor het licht van de koorlampen en een pond was voor de kaarsen op het altaar'.
 
800nC++: Ondanks de kerstening van Angelland blijven de oude Angale waarden voortleven. Vele Angelen brengen nog vaak offers aan hun goden en laten na het oogsten liever twee schoven op de akker staan voor het paard van Wodan, dan dat ze één schoof geven aan de pastoor. #HED/p9;KBG > Angalisme
De kerstening van Angelland werd geïnitieerd en gesteund door de Frankische koningen. Daardoor kregen ze automatisch meer controle en gezag over de Anglische gebieden. De missionarissen en kloosterlingen deden het werk voor hen. Bisdom Utrecht speelde hierin een centrale rol. De Anglische symbolen en waarden werden systematisch afgepakt en vervangen door christelijke. De Anglische identiteit werd daardoor op de lange termijn geleidelijk steeds meer in de vergetelheid gebracht.
900nC: Bron drouwerveen.com 15.11.09 schrijft:
Tot het eind van de 9e eeuw was de religie in Drenthe niet christelijk, maar Germaans [Anglisch]. Dit was een natuurgeloof, die later door de kerk als duivels werd beschouwd en op deze manier uit het dagelijks leven is geweerd. Het Germaanse geloof kende vele goden, zoals: Wodan, Donar, Frija en Ding (Tyrr) [Tiwaz]. Deze namen zijn nog terug te vinden in de namen van de dagen van de week. Vele tempels geweid aan deze goden in Drenthe zijn door zendelingen van de kerk vernield. Deze zendelingen werden gesteund door de legers van Karel de Grote. Vaak werd er op de plaats van een Germaanse [Anglische] tempel een kerk gebouwd. Een voorbeeld is de kerk van Roden. Veel herkenbare plaatsen van dit oude geloof zijn niet meer terug te vinden in het landschap. Een van de weinig overgebleven restanten is de Baloër Kuil. Hier kwamen vroeger de Germaanse priesters samen, werd recht gesproken en nieuwe wetten aangenomen.
timetable:
590nC-- Gregorius I wordt paus
600---- Kerstening van Engeland
627---- Koning Edwin van Northumbria wordt Christen > Edwin van Northumbria
713-773 Lebinus -- Ripon/Yorkshire-Utrecht-Deventer(754) > Lebinus
742-809 Ludger -- Utrecht-York-Deventer(772)-GrOmmelanden(780)-Munster > Ludger
754---- Bonifatius in Dokkum vermoord.
780++-- Missionaris Willehad bekeert enige belangrijke Drenten. Het volk verzet zich echter tegen kerstening. Willehad vernielt vele Germaanse (Anglische) tempels. De Drenten pikken dit niet en Willehad vlucht uit Drente.
782---- Karel de Grote laat 4500 Saxen onthoofden in Verden/Bremen om hen te dwingen zich te bekeren tot het christendom.
804---- Saxen gedwongen bekeerd door Karel de Grote > Saxen
965---- Kerk in Haithabu > Haithabu, Sirius
965---- In 965nC brengt ene Ibrahim Al Tartushi een bezoek aan Haithabu. Hij is afkomstig uit Cordoba in Spanje en schrijft in zijn boek:
Haithabu is een zeer grote stad aan het uiterste eind van de wereld oceaan... De bewoners aanbidden Sirius [de Hondster], behalve de Christelijke minderheid die een kerk heeft...
965---- Circa 1/3 van bevolking West Europa is christen. > Kerken
** Engeland (Vlag: St George), Rechtspraak, Heksenvervolging, Constantinopel, Arianisme, Wulfila, Angle, Neven, Kerken
# refdag.nl 12.10.09, KVN, DAB, KBG

 
Ketters: > Beckum
Keuken: > KBB

Keuren:
()A core (toetsing, besluit, verordening), corian (keuren, toetsen, kiezen, beschikken, besluiten), corien (=A corian), curien (coirian), cyrian (=A corian), cyre (keur, toetsing, keuze, besluit), cyst (keus, toetsing, keuze), cyst (voorkeur), cystig (verkieslijk), kyrian (keuren, toetsen, kiezen), laecan (laken, afkeuren, verwijten), manupleanc (manoeplank, keursneeplank = plank om linnen stoffen te bewerken), neat (net, netjes, keurig, handig), willcore (willekeur, besluit), wraca (wrake, afkeuring, verzet), wracan (wraken, afkeuren, verzetten)
** Bestuur

Keuterboeren: (KBR:)
()A acreborgar (keuterboer), caete (keet, kote, kleine hoeve), caeter (kater, keuter, keuterboer, kleine boer, niet eigenerfd), caet (=A caete), cait (=A caete), caeter (kater, keuter, keuterboer, kleine boer, niet eigenerfd), cate (=A caete), cater (=A caeter), caeteri (koterie = kote + bijhorend land), caeterstede (katerstede = woonstede van een kater, keuterboer), caetman (bewoner van een kate, kleine boer), cathe (=A caete), cather (=A caeter), ceatman (=A caetman), cote (=A caete), coter (=A caeter), cotere (=A coter, caeter), cott (=A caete), cotter (=A caeter)
Tot 1900 is circa 95% van de Nederlandse beroepsbevolking werkzaam in het agrarisch bedrijf. De meesten van hen als kleine zelfstandige boer of als boerenknecht. Deze boeren zijn zgn keuterboeren: boeren met een klein bedrijf en weinig grond. De grond is meestal arm en levert daarom weinig op. In vele gevallen lijden deze boeren veel armoede. Ze kunnen hun gezin dan ook met moeite onderhouden.
Vlijmen is een dorp in Brabant. Daar staat een monumentale boerderij met rieten wolfdak. In 2011 is ze uitgeroepen tot de mooiste hoeve van Brabant. Rondom het erf ligt een houtwal van dode takken om het zicht te beperken en de sfeer intiem te houden. Bezoekers moeten via de achterdeur. Alleen de pastoor en dochters die gingen trouwen, mochten via de voordeur. De gang was de mooiste ruimte van de hoeve en diende voornamelijk om te pronken. De gang gaf toegang tot de woonkamer, de keuken en de meidenkamer. De hoeve werd gebouwd met gebinten. Dat zijn grote geraamten van hout die in ene keer werden opgetrokken. Het hele dorp kwam daarbij helpen. Sinds 1750 heeft de hoeve een pomp en een plee. Een hele vooruitgang. Voordien moest iederen naar buiten om de behoefte te doen. En zichzelf wassen gebeurde maar eens per maand. Oorspronkelijk was de hoeve een keuterstede waar keuterboeren woonden. De grond was arm. Het erf ligt op een uitloper van de Drunense Duinen, die zijn van wit zand. Erger kon niet. De mest voor de akkers kwam van de potstal. In de hele winter stonden de koeien op hun eigen mest. In het voorjaar was de mest heel hoog opgepot, klaar om in de zaaitijd te worden uitgereden. In de moeshof werden groenten, kruiden en bloemen geteeld. De huidige bewoonster kweekt er kruiden en groente van bevoor 1890. Ze eet uit eigen tuin en gebruikt de kruiden voor thee en geneeskrachtige zalf. Daarnaast houdt ze schapen en kippen en heeft ze hangbuikzwijn, die ze Kosj noemt. (# De Telegraaf 23.9.2013)
** Boerderij, Landbouw, Veeteelt

KHS:
Kaart Herzogtum Sachsen um 1000 uit de atlas "Heiliges Römisches Reich um 1000", gemaakt in 1886.

   

timetable:
-400nC++ Angelland gelegen tussen Denemarken, Elbe, Saale, Rijn en Noordzee
-400nC++ Saxenland = regio Noord Duitsland tot de Elbe
-450nC--- helft Angelen migreert naar Brittannia > Angelland verzwakt
-785nC--- Saxen passeren de Elbe en settelen in Oost Angle tot aan de Ems
-843nC--- Verdun: Frankisch Rijk opgedeeld in Lotharingen, Saxisch Rijk en Frankrijk
-843--880 Angelland = Lotharingen (ZA)
-843----- Hertogdom Saxen omvat huidige (2010AD) deelstaten Nedersaxen, -Noordrijn-Westfalen, Sleeswijk-Holstein en Saxen-Anhalt.
-880----- Neder-Angelland: België, Luxemburg, Nederland en Ost-Friesland
-880----- West Neder-Angelland (West Angle) onderdeel Neder-Lotharingen
-880----- Oost Neder-Angelland (Oost Angle) onderdeel Oost Francia (= Duitsland)
1260----- Einde Hertogdom Saxen.
** Angle, Saxen, Saxenland

Kiefskamp:
Buitenplaats bij Varssel aan de weg naar Vorden. Op kaart 75 van bron HTN (1783) wordt de locatie vermeld als De Kifcamp. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam Kieftkamp lijkt derhalve afgeleid van Anglisch cif (den) + camp (veld). Inspectie ter plekke zomer 2009 bevestigt dat aldaar nog vele dennebomen staan.
# FRI, HTN, KBG

 
Kielboot:
()A kuyl (kuil, kiel, kielboot)
¶ De kielboot is zeewaardig, maar vaart ook op de grote rivieren in Nederland. Op onderstaande afbeelding is dat goed te zien.

              

Boven: Aquarel van een Anglische drakenboot (kielboot met drakenkop) gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. Vier Angelen varen rond 450nC met hun drakenboot een riviermond op ergens aan de oostkust van Brittannia, het beloofde land, op de vlucht voor de langdurige natheid op het Continent. (@ aquarel © BCK)
450-550nC: In deze periode migreren circa 4 miljoen Angelen uit Angelland op het Continent naar Brittannia. Voornamelijk vanwege de Grote Natheid in die periode. (> Grote Natheid) De kielboot is de belangrijkste boot in die tijd.
1150: In 1974 worden in Arnhem resten gevonden van drie schepen uit de Middeleeuwen. Het derde schip had twee halve boomstammen als zijden, met daartussen drie planken. Het schip was circa 12 meter lang. Het had een schuin voorschot en een recht achterschot. Dergelijke schepen zijn gevonden in Krefeld en Bremen. De inhoud bestond uit potten en potscherven. O.a. een scherf van een kogelpot gedateerd op de 12e eeuw. #OBA/p16
1572: Groningen



 Groningen anno 1572

Groningen is van oudsher een stad met veel scheepvaart. De afbeelding hierboven is een detail uit 'Groeninga', een ets uit de stedenatlas van G. Braun en F. Hogenberg anno 1572. De boot op de voorgrond is een versie van de historische kielboot uit de periode 450-550nC, waarmee Angelen migreren naar Brittannia. Op de afbeelding is te zien dat de boot tamelijk groot is. Ze is circa 2 cm lang en 0.2 cm breed (midden). Het huis onder op de voorgrond is 0.7 cm breed. Normaal zal dat huis circa 5 meter breed kunnen zijn. De boot zal derhalve circa 2x5/0.7x=14 meter lang zijn en circa 1.5 meter breed. Deze maten komen aardig overeen met de Yvette 2 waarmee in 2014 5 mensen een overtocht naar Engeland maken in navolging van de Engelandvaarders uit 1942, die het naziregime in Nederland ontvluchten. (> Engelandvaarders) De Yvette 2 is circa 13 meter lang en 2 meter breed en biedt plaats aan 5 mensen. De historische kielboot van de Angelen heeft dus navenant ruimte voor circa 5 mensen.
--- Nederlanders zijn anno 2014 circa 1.80 meter en tamelijk stevig. Angelen rond 500nC zijn circa 1.60 meter lang en mogelijk wat minder stevig. De kielboten van de Angelen in 450-550nC zullen dus iets meer ruimte bieden voor mens en bagage.
--- Uit de text van bron ASC/Ingram/1900* blijkt dat de bemanning van de schepen in 477-514 AD uit 2 of 3 personen bestaat. In die gevallen is er dus meer ruimte voor huisraad + vee. > Engelandvaarders
--- Engelandvaarder Epco zegt anno 2014: Onder zeil varen is veel stabieler (dan met de Yvette 2, die geen kiel heeft en voornamelijk vaart op een motor, die vaak defect is).
** Engelandvaarders, Scheepvaart

 
Kinderen:
()A ancenned (enig kind), bairn (baby, kind), bearn (geborene, baby, kind), boy (jongen, jongeman), brothor (broeder, broer), cild (kind), cind (kind), cryst (kroost, kinderen), cwant (snuiter), dohtor (dochter), ealdors (ouders), faeder (vader), findling (vondeling), gesin (gezin), godsunu (peetzoon), gyr (kind), gyrle (klein kind, meisje), lad (jongen, jongeman), leof (liefde), liafta (liefde), lufu (lief, liefde), magu (zoon), megid (meid), modor (moeder), modra (moeder), mudhig (mondig, meerderjarig), mundbora (voogd), mutha (moeder), myge (jongen, jongeman), ofspring (kinderen, nazaten), preosteric (lief, aardig kind), seman (zoenen, verzoenen), soonan (zoenen), steff- (stief-), steffsunu (stiefzoon), steop (stief-; vb stiefvader), sucling (zuigeling, baby), sun (zoon), sunu (=A sun), sweostor (zuster), swuster (zuster), twiling (tweeling), unmudig (onmondig, minderjarig), uptaegt (opvoeding), uptian (opvoeden), waga (wieg), weardscip (voogdij), weso (wees, weeskind), wiht (wicht, meisje)
78miljVC++: Jane Goodall bestudeert in Tanzania vele jaren chimpansees. Zo ziet zij dat deze apen zorgvuldig takjes uitzoeken, de blaadjes ervan aftrekken, ze verderop in een termietenheuvel steken en er termieten mee vangen, die ze daarna lekker oppeuzelen. Ook ziet ze hoe chimps onderling oorlog voeren met stokken en stenen. Met hun jonkies gaan de chimps echter veel zorgzamer om dan mensen met hun kinderen. (# Trouw 23.5.2012) Rond 78 miljoen jaar vC verschijnen de eerste chimpansees ter wereld in Midden en West Afrika.
75miljVC++: Ontstaan van de mensheid. De eerste mensen verschijnen in Kenya.
65miljVC++: In die tijd krijgen vrouwen hun eerste kind vaak al op hun 12e jaar. Dat had mogelijk te maken met de megaramp in Mexico in 65 miljoen jaar vC. Overleving was toen alleen mogelijk doordat vrouwen in die tijd hun eerste kind vaak al op hun 12 jaar kregen. > PgGen/Mexicoramp
500nC++: Bron WAB/p84 schrijft: Hjuki and Bil, the two children of the moon, personifications of the flow and ebb of the tide, have come down to us as Jack and Jill in the nursery rhyme.
** Babies, Familie, Huwelijk

Kindertal:
450nC: boerderijen > Boerderij
1285-1470: adellijke gezinen (zover bekend):

aantal
1
2-4
5-7
> 7
bastaarden 
frekwentie
0.21
0.51
0.08
0.02
0.18
 
Volgens deze cijfers dus gemiddeld 2.5 nazaten per adellijk gezin. Niet-adelijke gezinnen hadden doorgaans meer kinderen, maar daarvan stierven er ook meer door de slechtere levensomstandigheden. Per saldo zal het aantal rond 3 nazaten per gezin kunnen liggen. Dit aantal zal door de eeuwen heen onder gelijke omstandigheden vrij stabiel zijn.
# RIH/p212, KBG

Kippen: > Pluimvee


Kisveld:
Buurtschap bij Neede. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. (> ASA) De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Cissa (Kees) + feld (veld). Dus: het veld van Kees of het veld waar Kees woont. Anno 2014 staat aldaar een huis met de naam Kisveld, gelegen aan een groot veld. (#FRI) Dat veld zal welhaast zeker het historische Kisveld zijn. > ASA, Neede
Links: Huis Kisveld in Kisveld.
 
Kiezelveld: Een andere optie is dat Kisveld is afgeleid van Anglisch cise (kiezel) + feld (veld). Derhalve: Kiezelveld. Deze optie lijkt niet onwaarschijnlijk. In de directe nabijheid staat namelijk Bowisse, een bedrijf voor bouwmateriaal. Deze naam lijkt afgeleid van Anglisch boowis = natte weide bij een stal. De naam Bowisse lijkt dus oeroud en heeft mogelijk betrekkening op het aangrenzend natte gebied.

Klavers:
Betreft klaverbladen in de heraldiek.
Klaverbladen (klavers) horen specifiek tot de Anglische en Friese heraldiek. In bron FWN (303 familiewapens in Groningen, Friesland en Drente) komen ze in vele familiewapens voor in diverse composities. Bij wapens met drie klavers bestaan drie verschillende composities: 1-1-1, 2-1 en 1-2. Compositie 1-1-1 komt betrekkelijk weinig voor. Compositie 2-1 komt 30x voor. Dus in 10% van de wapens.
 

¶ Compositie 1-2 komt 15x voor. Dus in 5% van de wapens. Vrijwel uitsluitend in Anglische en Friese wapens.
 
¶ In beide composities gaat het in meerderheid om drie groene klavers op zilver. In meerderheid zijn beide composties een onderdeel van het hele wapen. Meestal op positie IIb (rechtsonder dus). In vele van deze wapens is het veld gedeeld en komt in veld I de halve Friese adelaar voor. De composities 2-1 en 1-2 horen in meerderheid bij Friese familienamen. In een klein aantal gevallen komen alleen de drie klavers voor in het wapen (= groep H). Bij compositie 2-1 in 7 van de 30 wapens. Dus in 23% van de gevallen. Bij compositie 1-2 is dat in 3 van de 15 wapens. Ofwel in 20% van de gevallen. In groep H valt op dat deze wapens horen bij niet-specifiek Friese familienamen.
¶ Bij compositie 1-2 gaat het om de families Van Calcar, Oost en Kranenburg. Het lijkt er derhalve op dat klavers een aanduiding zijn voor de omvang van het grondbezit. Bron FEW/p74 schrijft daarover:
Alleen eikels en klavers zijn tot op den huidigen dag in de herinnering gebleven als eigenerfdenemblemen. Maar de overlevering heeft ook het erflijkheidsbeginsel bewaard: alleen drie eikels en drie klavers zijn eigenerfdenemblemen. Dit aantal van drie kan slechts duiden op de reeds ter sprake gebrachte drie generaties (twee graden). Nog in de doleanciën en punten van Reformatie van 1627 was aangenomen 'dat alleen zij voor Eigenerfden zouden gehouden worden, die hunnen staat in den tweeden graad zouden bewijzen'. Deze rechtsregel werd eerst in 1723 afgeschaft. ...
Daarom duiden de klavers niet direct op kleigrond maar wel op grasland (fri 'greide'): de beste weiden bevatten veel klaver (later ging men klaver op de weide zaaien).
De Klavers duiden dus evenees op de almende en op een zeer voornaam deel daarvan, omdat in Friesland de veeteelt (schapen en runderen) steeds van bijzonder belang is geweest. ...
Meer dan andere wapens komen de drie klavers voor gecombineerd met den Frieschen adelaar en het 'merk'. Zij staan dan in de doorsneden linkerhelft vaak boven (onder: het merk) en, eveneens veelal 1 en 2, dus zg. 'verkeerd gerangschikt'.
¶ De laatste zin dat de klavers meestal 1-2 zijn geplaatst strookt niet met de meting in bron FWN. Compositie 1-2 komt daarin slechts in 5% van de wapens voor en compositie 2-1 in 10%. Naar zeggen zou compositie 1-2 de meest echte Friese plaatsing zijn. Nagenoeg alle composities 2-1 en 1-2 zijn in groen en zilver, met een meerderheid van groen op zilver. De kleuren groen en goud komt bij 2-1 maar 5x op de 30 voor, steeds als groen op goud. Dus in 17% van de gevallen. Bij 1-2 is dat in 7% van de gevallen. Namelijk 1x op de 15. En wel alleen bij Kranenburg.
Klavers zijn niet alleen een symbool voor grondbezit, maar ook voor voorspoed, welgaan en geluk.
** H12K, PgA-Z/GXW, FW Kranenburg Scharmer

Klassiek Anglisch: (KLA:)
Klassiek Anglisch is een reconstructie van historisch Anglisch op grond van enige algemene criteria, w.o. minimale standaardisering en maximale historiciteit. (> Pg Linguana) Hieronder:
De verloren zoon, vastgelegd in 1870 door Prof. Dr N.M. Petersen in Dresden, vertaald in Klassiek Anglisch.

An man had twa suns. And the yongast af thaem secget to the faeder: Faeder giv mi the deal af yor goods foarut, that mi tohoaret as min earf. And so dealet the ealde sin goods. Nat lang thaerup gaeret the yongast sun sin haele craem tohop, trock in the fremde, and fung thaer an sin good to furbrassan. As he al that sinige thurbraged had, ceem deare tid ofer that haele land and he fung an hungor to lidan. Thaer gung he to an bour in that solbige land and leat nat af him sin nied to claegan, til the bour him annimet as swindrifere. Mer thaer he him naefre what to etan gaef so most he sin buc fyllan mid drinc ut the swintrog. And so ging he in sic and secget: What fele daegleaneres had min faeder the bread full up him, and Ic most umcoman foar hungor. Ic will mi up the waeg makan to min faeder and will him secgan: Faeder Ic hev greate synn don in heafen and foar ye. Ic bun nat mare worth yor sun to hetan. Laet mi daegleanere bi ye sin. And so maket he sic then up the waeg to sin faeder. As sin faeder him af feorn coman seet, weanet he foar furdread, leapet him tomod, fealet him um the hals and cysset him. Bot the sun fealet foar him up the knee and secget: Ah God! Faeder, Ic hev greate synn began in heafen and foar ye. Ic bun nat mare worth yor sun to hetan. Bot the faeder befealet sin cnight: Haelet that beste af min cladh foar sin earme lif, golde fingerring foar sin hand and niwe scoes foar sin foats. Sleget auck an faette cealf. Laet us etan and frolic wesan. Then the thaere earme stackar is yea min sun. He waes dead and is weadar leofond wordan. He waes furlorn and is weadar fondan. And so fungan se an frolic to sin. Bot that ealdast sun waes up that feld. And as he nu up the waeg to hus in the neigh that singan and dansan to hieran giet, ropet he ane af the cnights ut the hus and fraeget him: What hev that to bedudan? Yor brothor is toruck coman, secget he, and yor faeder had foar freagd thaerofer, that he him weadar heal and gesund bi sic had, an faette cealf slegan laetan. Thaer werded he hellig and woll nat ingan. Sin faeder ceemed thaerut and biddet him. Bot he andwordet and secget: See ye faeder! So fele years hev Ic ye deaned, and naefre what teng ye don. And ye hev mi naefre an bock giffan, um mi mid min freonds frolic sin to laetan. Bot nu the thaer yor sun coman is, that sin good mid hurs had furbrassed, thaer hev ye an featte cealf slegan laetan. Min sun! secget the faeder: Ye bin aefre bi mi and al that minige hoaret ye to. Ye scold todaeg frolic and good to mod sin, then the thaer yor brothor waes dead and is weadar leofond wordan: He waes furlorn and is weadar fondan.
 

Kleding & Schoeisel: (KES:) > Outfit
Klein Angle: = Angeln > Angeln

Kleine Ystijd: 1450-1850 (KLY:)
Winters in Nederland zijn lang en erg koud. Temperaturen van -20 graden Celcius zijn geen zeldzaamheid. Meren en rivieren vriezen dicht. De ijslaag is vaak drie meter dik. Vele mensen sterven door de langdurige barre kou.

Kleuren::
btr kleuren, verven, verfstoffen, etc.
()A bay (roodbruin), beverwan (rood verven; NB rood is de kleur van bevervel), blac (bleek, zwart), blaec (zwart), blaenc (blank, licht van kleur), blaw (blauw), bleac (bleek), blysian (blozen, rood zijn, gloeien), braend (brandkleurig = roodbruine kleur), braend- (brand-, brandrood-), braendread (brandrood), brun (bruin), bruns (bronskleurig = groenbruin), coccus (rode verf), color (kleur), deag (verf), deagian (ww verven), drabig (drabbig, vaalbruin), faerbu (verf, kleur), fealo (vaal), ferwan (ww verven, kleuren), ferwe (verf, kleur), ferwere (verver), ferwery (ververij), gelu (geel, blond), geolec (gelig, geelachtig), geolo (geel), gold (goud), goldweorp (uitstekend stuk land), graeg (grijs, grauw), gren (groen), gren (green = grove den), grene (groen), grenhorn (groentje, jongeling, nieuweling), grenn (grijnz), grenne (groene = weinig gebruikte landweg), grennian (grijnzen), grenta (weide, gecultiveerde heidegrond), gris (grijs, grouw), grun (groen), grunne (=A grenne), grus (groen), haesel (lichtbruin), har (grijs), hasu (grouw, grijs), hun (geelbruin, oker), huyn (=A hun), hwit (wit, zuiver), leadwit (loodwit; # stopverf), lilac (lila), maedere (meekrap = plant waarvan verfstoffen worden gemaakt), moddig (modderig, besmeurd, vuil, vaal), orranny (oranje), paell (rouwkleed = zwart kleed over doodskist), pears (paars), read (rood), red (rood), robone (rode verf gemaakt van ijzeroer), romblecrod (rommelkruid, gebruikt als pigment in verf), rose (roze), rosig (rosig), rudd (=A read), rudig (roodig, roodachtig), saippu (rode haarverf), salo (bleek, grijs, vaal), scear (schier, grijs), scimlig (witachtig), sweart (zwart, donker), swearta (zwarte = veel gebruikte landweg), vermilon (vermiljoen), wad (indigo gemaakt wedeplant), weard (menie), wit (wit, zuiver; kleur van zuiverheid)
Blauw: Kleur van zuiverheid, verlangen en verwachting.
Geel: Kleur van de zon, de eeuwigheid en het geluk.
Anglisch gelu (geel) en geluc (geluk) staan fonologisch heel dicht bij elkaar. Het lijkt te betekenen dat geel voor Angelen de kleur is voor geluk. Feit lijkt dat de kleur geel een vrolijke kleur is, die mensen blij maakt.
Goud: Kleur van volheid, volwassenheid en welgaan.
Groen: Kleur van jeugd, onvolwassenheid, nieuwheid.
Grijs: Kleur van vaagheid, onbestemdheid en triestheid.
Oranje: Mengkleur van rood en geel. Rood = liefde en kracht. Geel = geluk. Oranje = liefde, kracht en geluk. Oranje is ook de kleur van de opgaande en ondergaande zon. > Oranje
Rood: De kleur voor liefde, rechtvaardigheid, bloed en levenskracht. Anglische rechters (AL redgars) dragen bij rechtszittingen daarom ook rode puntmutsen (AL redgars) en worden daarom ook zo genoemd.
- verf: Rode verf maken de Angelen uit de wortel van de kattestaart, een wilde plant die veel voorkomt in veengebieden.
Wit: Kleur van zuiverheid, wijsheid en volmaaktheid. Veel gedragen kleur bij priesters.
Zwart: Kleur van duisternis, rouw, dood, verdriet en mysterie.

450nC++ De huizen van de Angelen zijn stevig en van hout, vrolijk geschilderd met lichte kleuren en versierd met ornamenten. #WAB/p36
Rechts: oud paneel in typisch Anglisch ornamieke stijl en de typisch Anglische kleuren rood, geel en blauw.
** Rood, Beverwen, Heraldiek
 

 
Klimaat: (KLM:)
()A dragud (droogte), flod (vloed, overstroming), lyft (lucht, klimaat), stenc (stank), stencig (stinkig, stinkend)
5000vC: Rond deze tijd wordt het klimaat in NW Europa zachter en vochtiger. De veengebieden ontstaan en er komt meer vegetatie. Eiken, iepen, linden en elzen doen hun intrede. > Veengebieden, Elzen
100nC-400nC: De Romeinen stoken veel hout. Dat is gebleken uit onderzoek van zgn oude lucht in poolijs door instituut SRON (ruimte-onderzoek) te Utrecht. Door het Romeins stookgedrag kwam veel methaangas in de lucht, wat een zgn broeikas-effect veroorzaakte. (# De Telegraaf 4.10.2012) Mogelijk droeg dat bij tot de stijging van het water van de Noordzee in de periode 300-600nC en de langdurige natheid in Angelland.
180-400nC: De Romeinen in Brittannia exploiteren vele belangrijke kolenvelden in dagbouw. De handel in steenkool strekt zich uit tot in heel Engeland en zelfs tot het Rijnland op het Continent. Steenkool wordt gebruikt voor de verwarming van badhuizen en rijke villa's. Mogelijk heeft dit proces de luchtvervuiling versterkt en daardoor bijgedragen tot de Grote Natheid in de periode 300-600nC.
250nC: Zoutwinning in Wygate Park bij Spalding in Lincolnshire eindigt, mogelijk wegens klimaatverandering en overstromingen, die verder winnen van zout nagenoeg onmogelijk maken. (#WKP 13.6.2012)
300-550nC Centraal Salland is relatief natter dan in de voorafgaande periode. Dit is gebleken uit onderzoek naar de diepte van oude waterputten en de wisselingen van grondwaterstanden. Met Centraal Salland wordt bedoeld de regio Deventer-Raalte. Het zeewater komt tot nabij Deventer. > SDV/p283
300-600nC: Grote Natheid: water Noordzee stijgt > ontstaan zware stormen, grote overstromingen en veel landverlies langs kusten NW Europa. (#KVN) > Grote Natheid
400nC++: Uitstoot methaan door verbranding biomassa neemt af omdat Romeinse Rijk in verval raakt. (# De Telegraaf 4.10.2012/# instituut SRON Utrecht)
** Grote Natheid, P36, Massamigratie, Milieu, Kleine Ystijd

Klinke: Huis ter > Klinkenberg

Klinkenberg: (KLB:)
Alias Klenkenheugte, Keutershoogte. Voormalige stenen motte gelegen op een zandheuvel (4 meter hoog) tussen de Goringdijk, de Muzelweg en de Geesterstroom (Marsstroom) in Gees (Drente). De motte bestond uit een hoofdburcht (5 meter hoog) en een voorburcht (6 meter hoog), geheel omgeven door een gracht.
300vC: De regio Klinkenberg wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. (> ASA) De naam Klinkenberg lijkt derhalve afgeleid van Anglisch clinc (klink = harde steen) + beorg (borg). Dus: de stenen borg. Eerder stond daar echter al een motte van hout. De naam Klinkenberg zal derhalve dateren van latere tijd.
405nC: Mogelijk is de houten motte 'Klinkenberg' gebouwd naar voorbeeld van de houten motte van nabij gelegen kasteel Coevorden, gebouwd door prins Offa van Angeln rond 405nC. > Coevorden, Offa van Angeln

          
  

boven: schets van de motte volgens de beschikbare gegevens (© MC)
550nC: De bouw van de stenen motten start rond 550nC. De houten motte uit circa 405nC zal derhalve rond 550nC kunnen zijn afgebroken en vervangen door een motte van steen. > Steenbouw
600nC: Gezien de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 450-550nC lijkt het mogelijk dat de stenen motte Klinkenberg is gebouwd als een soort retreat voor Coevorden bij een invasie van Saxen. Door de massamigratie is de positie van Angelland namelijk ernstig verzwakt, waardoor het land een makkelijk doelwit wordt voor invasies van Saxen, Friezen en Franken. Dat gebeurt daadwereklijk in de periode 750-780nC. Klinkenberg ligt vrij veilig in het Echter Veen, een groot moerasgebied. De stenen motte kan derhalve zijn gebouwd ergens halfweg 550-750nC. Dus ergens rond 600nC.
700nC: Bouw motte Bergvrede in Ootmarsum tegen dreiging van Saxen. > Ootmarsum
1239: In de gracht van de Klinkenberg zijn gevonden een houten paal uit circa 1239nC, een kruisboog en pijlpunten. De Klinkenberg lijkt derhalve inderdaad al ruim bevoor 1239 AD te zijn gebouwd.
1773: Kaart RZA/47 (1773) noemt ter plekke Huis ter Klinke en geeft aan dat aldaar een kasteel staat.
1850++: Rond de Klinkenberg liggen tot in de 20e eeuw vele losse stenen blokken, waarmee kennelijk de oude motte was gebouwd. Boeren uit de omgeving hebben deze blokken later meegenomen voor eigen gebruik.
** Motte, Coevorden, ASV2
# FRI sep 2012, DAB, KBG

Klompen:
()A clog (klomp), clump (klomp), clumpere (klompenmaker), clumpery (klompenmakerij), clumpmakere (klompenmaker), clumpmakery (klompenmakerij), holbloc (klomp), lump (klomp)
¶ Klompen zijn houten schoenen die al ver in de Oudheid en Middeleeuwen worden gedragen door boeren, tuinders en burgers in NW Europa. Ze worden gemaakt van wilgehout, dat sterk is en taai, vochtwerend, licht, goedkoop en ruim verkrijgbaar.
 

600nC: Rechts: een Anglische boer rond 600nC die z'n land inzaait. (@ afb ©) Opmerkelijk is dat hij kennelijk swearte clumpan (zwarte klompen) draagt.
 

 

1000nC++: Rechts: jonge boer rond 1000nC. Hij draagt een lang smudhemedhe = smudhemd = gesmud hemd. Smudden = linnengoed enige tijd in smuddegat weken in eikenwater om het een paars/bruine kleur te geven. Deze kleur voorkomt dat het linnen snel vuil uitziet. In de klompen is stro gestoken tegen het schuren en de kou.
 

2010: Klompen zijn te verkrijgen in vele mooie kleuren en versieringen. Op het land werden en worden vaak zwarte klompen gedragen vanwege de vervuiling door modder en stof.
2012: Klompenmakerij Krajenbrink in De Heurne (Achterhoek) is gestopt. Ze maakten met acht man duizend klompen per week, die over de hele wereld zijn verkocht. O.a. hippe klompen met hoge hakken. Het mocht niet baten. Er zijn nu nog maar enkele klompenmakers in Nederland. (# De Telegraaf 30.11.2012)
** Wilgen

 
Kloosters: Algemeen
()A closter (klooster), frawcloster (vrouwenklooster, nonnenklooster), munc (monnik), munchofe (monnikhof, monnikhoeve), munuc (monnik), munuclif (monnikleven)
timetable:
- 2000vC++: Handel tussen Kreta en NW Europa > Handel
- 650vC++: Handel tussen Haithabu (Angelland) en Kreta
- 600vC++: Taoïstische kloosters in China
- 300vC-1450nC: Zijderoute tussen China en Constantinopel > Zijderoute
- 300vC++: Handel tussen Haitabu en China via Constantinopel en Zijderoute. Angelen leren Taoïstische kloosters kennen via deze route.
** AXR

Kloosters: Angale (= Naturale Anglische)
300vC++: Handel tussen Haitabu en China via Constantinopel en Zijderoute. Angelen leren Taoïstische kloosters kennen via deze route.
100nC++: Praesting/Stegeren > Praesting
128nC++: Praesting/Ulft > Praesting
175nC++: Priestering/Zelhem > Priestering
325nC++: Papenberg/Beekbergen Heilige plek van de naturale (pré-christelijke) Angelen. (#TSV/p161) De naam lijkt te verwijzen naar Anglisch paep, pape (priester) + beorg (berg). Dus: de berg van de priesters. Mogelijk woonden die daar, i.c. hadden ze daar een klooster. Dit klooster kan dan zijn gebouwd halfweg de komst van de Angelen in Beekbergen (100vC) en de komst van het christendom (c 750nC). Dus ergens rond 325nC. Deze these wordt gesterkt door het feit dat de eerste christenen hun kerk meestal bouwen direct nabij een centrale plek van de naturale Angelen. > Ael, Angalisme, Kerken, Beekbergen
Hinduïsme: Hindukloosters zijn gewijd aan een bepaalde god. O.a. aan Shiva, de goedgunstige god en de god van de strijd. Aangezien Hinduïsme en Angalisme beide voortkomen uit Ariërs in Noord Perzië lijkt het mogelijk dat ook de Naturale Angelen hun kloosters wijden aan een bepaalde god.
** Angalisme

Kloosters: Christelijke
()A abbaye (abdij), abbod (abt), capel (kapel), capelan (kapelaan), capelery (kapelfonds), closter (klooster), clostergearn (kloostergaren = ragfijn garen), cufle (keuvel, pij), cugele (=A cufle), fraw (vrouw, non), frawcloster (vrouwenklooster, nonnenklooster), munc (monnik), munchofe (monnikhof, monnikhoeve), munuc (monnik), munuclif (monnikleven), mynster (klooster), mynsterman (monnik), nunne (non = vrouwelijke kloosterling), stifth (klooster)
350nC++: De oudste Christelijke kloosters in NW Europa dateren van rond 350nC. Ze staan voornamelijk in het zuiden van Frankrijk en Duitsland.
¶ Kloosters houden zich al vroeg bezig met onderwijs, bier brouwen en ontginning van veengebieden. Ze hebben daardoor een basale bijdrage geleverd aan de cultuur en economie.
550nC++: Prestwold: Gehucht in Charnwood in de Midlands/GB, historisch Anglisch gebied. De naam betekent letterlijk Priesterwoud. Gezien de text van Tacitus over het Teutoburger Woud lijkt Prestwold mogelijk eveneens een heilig woud met altaren waar Anglische priesters o.a. offerrituelen uitvoerden. Mogelijk stond er ook een klooster waar deze naturale Anglische priesters woonden en werkten. > Offerplaatsen
744nC: Bonifatius sticht abdij Fulda (Benedictijnen) in Hessen > Fulda
750nC++: Bron ZWH/p10 schrijft:

Voor een goed begrip van de oudste geschiedenis van onze omgeving [Haarle/Gld] zullen we nog iets verder terug in de tijd moeten duiken, en wel naar de 8e eeuw, de periode van keizer Karel de Grote, de verbreider van het christendom in deze streken. ... Daar er geen hof was, moesten de christenen zelf de economie regelen en belasting werd betaald aan de kerk. De kloosters namen in die samenleving een uiterst belangrijke plaats in. We moeten ons de monniken van toen niet voorstellen in vrome afzondering in hun cel. Ze leerden de boeren de technieken van de landbouw en zij waren het ook die in ons land met de aanleg van de rivierdijken begonnen. Het klooster deed dienst als herberg voor reizigers maar tevens als ziekenhuis, en met hun kruidentuin waren de monniken de eerste apothekers. Bovendien verzorgden zij het onderwijs.
1050++: Dijkenbouw in Westerkwartier/Groningen door kloosters. #CWK

1401++: Kranenkamp Diepenveen: Oude boerderij met landgoed aan de Raalterweg 39 in Diepenveen, tegenover Restaurant De Kranenkamp. Oorspronkelijk een moerassig gebied met uitgestrekte heidevelden. Sinds 1401 in cultuur gebracht door nonnen van een vrouwenklooster dat daar toen is gesticht. In 1604 wordt melding gemaakt van een boerderij/havezathe op de Kranenkamp. Mogelijk een voorganger van de huidige boerderij. In 1824 wordt tussen de boerderij en de Raalterweg een Engels landschappark aangelegd, met waterpartijen en slingerpaden. Ontwerp van A. van Leusen. Sinds 1950 eigendom van Stichting IJssellandschap. Anno 2005 is het landgoed een mooi wandelgebied met veel bos. In de nabijheid staat het klooster Sion van de Benedictijnen. (foto © TiedLight ®)
 
De locatie heeft duidelijke kenmerken van een kranenberg. Het ligt wat hoger dan het omliggende gebied, oorspronkelijk moerassige veengrond. Hier en daar zijn nog overblijfselen zichtbaar in de vorm van grote kikkerpoelen en een brede sloot voor de afwatering.
# AWA, DAB, FRI
1418++: In Sibculo stond ooit het klooster Groot Galilea. Sinds 1418 vormt dit klooster samen met de kloosters te Eiteren (bij IJsselstein) en Warmond de Colligatie van Sibculo.
> Sibculo
¶ In de loop der eeuwen vergaren de kloosters veel bezit door schenkingen en erfenissen van vrome Katholieken. Door dit bezit en door hun macht in het onderwijs, het geestelijk leven en de politiek wordt de Kerk van Rome oppermachtig. Deze alomvattende macht resulteert in enorm veel machtsmisbruik, vervolgingen en terechtstellingen. Hierdoor keert het volk zich steeds meer af van Rome en ontstaan het Protestantisme en Humanisme.
** Kerken, Religie, Priestering, PgMond/Tolerantie

Kluchten: (1100nC++)
()A cleft, cluft, sodderny (klucht)
¶ De klucht is heel oud en dateert al zeker van ver vóór de 14e eeuw. De oudste vormen zijn ruwe grappen over allerlei dagelijkse zaken, die voor ieder zeer herkenbaar zijn. De klucht is zeer populair in heel West Europa. De Gereformeerde Staatskerk in Nederland maakt daar een eind aan wegens vermeende onkuisheid. Daardoor verliest Nederland een uiterst populaire vorm van vermaak. In Engeland en Duitsland floreert de klucht daarentegen onverdroten voort tot op heden toe. Willy Walden en Piet Muyselaar herstellen in Nederland in de 20ste eeuw op een grootse manier de klucht met hun onvergetelijke, eindeloze shows van Snip & Snap. André van Duyn zet deze nieuwe traditie op grootse wijze voort.
** Vermaak

Knolle, De:
De Knolle is een buurtschap in Oosterwolde (gem. Ooststellingwerf) in Drenthe. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit ZW Groningen. (> ASA) De naam Knolle lijkt derhalve afgeleid van Anglisch cnolle (steile heuvel, hoogte, berg). Inspectie ter plekke leert dat de locatie circa 1 meter hoger ligt dan de naaste omgeving en derhalve inderdaad een kleine (lage) heuvel genoemd mag worden. Naar zeggen is De Knolle al op heel oude kaarten weergegeven. Anno 2010 staan er drie oude hoeven.
Rechts: schilderij van een hoeve op De Knolle. (© O.G.) De hoeve is na 1913 gebouwd. Voordien stond daar een heel oude hoeve die in 1913 afbrandde.
# FRI, KBG

 

Knotsen:
()A batte (slaghout, knuppel), battel (strijd, veldslag), batteld (slagveld; NB De Batteld in Zelhem), battere (strijder, vechter), cnuppel (knuppel, stam, stok), codd (kodde, knots, knuppel), colff (kolf, knuppel, knots), praest (kleine knuppel met harde kop), staef (staf, staaf, knuppel), staefmakere (maker van staffen, staven en knuppels), staefmakery (stafmakerij)
¶ Bovenstaande rijke woordenschat toont dat knotsen en knuppels in verre tijden een belangrijk en kenlijk veel gebruikt wapen zijn bij de Angelen. In feite is dat ook begrijplijk. Ze zijn immers simpel te maken en te gebruiken. Hout is overal beschikbaar en met enige handigheid is een goede knots zeker zelf te maken. Later zijn ze kenlijk te ruil of te koop, want er komen vakbekwame knotsenmakers.
1000nC++: In deze tijden wordt alom hevig gestreden en gevochten. De veiligheid is nog zeer gering en de eigenrichting zal dus nog veel voorkomen. Uit deze tijden zijn vele doorboorde schedels gevonden, die wijzen op doodslag met knotsen. #DRG/p21
** Wapens, Eigenrichting

Knuppels: > Knotsen

 

Koehoorn:
Anglisch: cuhorn, oxhorn. Muziek maken is al heel oud. De Angelen zullen zeker ook al vroeg muziek kennen. Zingen is in ieder geval populair. (> Zingen) Ook zijn de hoorn en de harp al vroeg in gebruik. Mogelijk ook de trekharmonica bij het begeleiden van o.a. Anglische zeemansliedjes. Rechts: een historische uitvoering van de cuhorn anno 2010 tijdens een manifestatie in Deventer.
 
¶ Anno 2011 wordt tijdens een demonstratie voor onafhankelijkheid in Zuid Sudan door vele demonstranten een koehoorn geblazen. Dit kan betekenen dat de koehoorn daar ook al lang bestaat. Vooralsnog is echter onbekend sinds wanneer.
** Muziek, Olde Roop, Zingen, Ossenhoorn

Koeien:
()A bissan (bissen = koeien die met staart omhoog door de wei rennen), bissige (het bissen van koeien), boll (=A bule), bolland (=A bulland), bollard (=A bullart), bosig (boes, ruif, koestal), Brandreada (Brandrode = oudste koeiensoort van Nederland), bremman (brommen, loeien), bule (bul, stier), bulland (stierenwei), bullart (stierenwei), bulle (=A bule), bullic (kleine stier), bullsced (stierenstal), cealf (kalf), cisman (kalfje), co (=A cow), cofeant (koeienjongen), coman (koeiendrijver), coppel (kudde), cot (stal), cow (koe), cowbour (koeboer = veedrijver), cowcarre (koeienkar = kar getrokken door koeien), cowdic (koedijk = dijk waar koeien grazen), cowheap (koeberg = berg of hoogte waar koeien grazen), cowhus (koeienstal), cowiht (koeienmeisje, veehoedster), cowmaerct (koeienmarkt), cowman (koeiendrijver), cowpaedh (koepad), cowpea (koepad = pad waarlangs koeien lopen), cowsceadd (koeiestal), cowsteall (koeiestal), cowsteg (koesteeg), cowwaeg (koeweg), cowweard (koewacht, koeienhoeder), coy (kui = koekalf), cu (=A cow), cugange (koeweg, doorgang voor koeien), cuhorn (koehoorn, koeiehoorn), cuweda (koeweide = 440x440 roeden = 0.57 Ha), draf (samengedreven kudde), euwan (grazen, begrazen), euwhurst (horst die begraasd wordt), faerr (jonge stier), faerring (fokstier), faers (vaars, stierkalf), fald (vaalt, stal), farrow (vaars = stierkalf, jonge stier), flocc (kudde), gusta (onvruchtbaar), gusta cow (onvruchtbare of niet drachtige koe), heel (zn heel = nageboorte van koeien), heord (kudde), hlowan (loeien), melc (melk), meolc (melk), meoloc (melk), metcealf (vleeskalf), milc (melk), milcrec (melkrek = rek voor melkgereedschap), oxbour (ossenboer, ossenfokker), oxenere (=A oxbour), pinc (pink = 1-jarige koe), reappel (paal in stal om koeien vast te binden), rearan (loeien, schreewen), rota (troep, kudde), scot (schot = koe die al 1x heeft gekalft), scypen (koeiestal), steall (stal), steor (stier), strubbert (lastig te melken koe), strunt (stront), struntstede (mesthoop), uder (uier), wayland (weiland)
Vele oude dorpen en steden in Nederland hebben een Koepad, Koesteeg of Koeweg. Die liggen normaliter in of nabij het oude centrum. O.a. in Coevorden. Het zijn paden e.d waarlangs koeien achter elkaar plegen te lopen van de ene wei naar de andere, van de wei naar de stal, e.d.
¶ Anglisch gezegde:

Goeth the cows god, tha goeth the bour god.
Gaat het de koeien goed, dan gaat het de boer goed.
Oerkoe: Koeien stammen af van de oeros (Angl: uroxa), dat is uitgestorven in 1200-1400nC. De oeros was afkomstig uit India, was 2 M hoog en 3 M lang en had gebogen hoorns van circa 80 Cm lang. De huidige koeien in Nederland zijn gemiddeld 2-3 M lang en 1.8 M hoog en hebben hoorns van hooguit 60 Cm lang.
6800vC++: mensen houden schapen, geiten en runderen #DWO

400vC++ Brandrodes: De oudste koesoort in Nederland is de Brandrode (Angl: Brandreada). Ze komt oorsrponkelijk alleen voor in het Yssellandschap, waar rond 200vC Angelen settelen. De kaas van Brandrodes smaakt heerlijk en pittig. > Brandrodes
Rechts: brandrodes bij een poel in een wei. (afb ©)
 
52nC: De Romeinse historicus Plinius is in 47-57nC als officier in Germania. Bron LLZ/p25 (1937) citeert diens tekst over de Chauken, die dan wonen op terpen in Eemsland (Groningen, OstFriesland). In modern Nederlands: Vee hebben ze niet en ze kunnen zich dus niet met melk voeden, zoals hun buren [Angelen]. > Chauken
98nC: Tacitus schrijft in 98vC: Germania biedt een grote afwisseling aan bossen en moerassen. Er wordt veel graan verbouwd. Ze hebben veel koeien, maar die zijn klein en mager. Ze denken alleen in aantallen. #TAG/G5
400nC++: Angelen kennen al vroeg milc, meoloc (melk), butere, buttor (boter), cese (kaas), aegas (eieren) en flaesc (vlees). Deze producten kennen ze zeker al ver vóór 550nC. (> T550) Ze doen dus al vroeg aan veeteelt. Hetzij voor eigen consumptie of voor de verkoop aan derden.
500nC++: Yeavering is een stad in Bernicia, Northumbria in Noord Engeland, langs de Noordzee kust tussen Yorkshire en Schotland. Yeavering wordt al vroeg bewoond door Angelen, die vrijwel zeker afkomstig zijn uit Jever in Ost-Friesland, dat in die tijd Anglisch gebied is. (> Angelland) Bron RRA schrijft over Yeavering:
Noteworthy here is a massive, high post outside the [pagan] temple to the north-west, certainly with ritual significance, i.e. a mana-pool, equivalent to the Pacific totem poles (p. 43-4); and furthermore the pit by the door filled with the skulls of oxen. "To the west there was a building probably used as a kitchen for cooking the ceremonial feasts. Associated with this structure was an area apparently reserved for butchering the sacrificial beasts. It contained many remains of the long bones of oxen, but, significantly, not skulls - they ended up in the temple" (p. 45)
...
"In Scandinavian paganism animals, particular oxen, were offered to Freyer on his annual journey ... The ritual sacrifice of oxen is a feature of Anglo-Saxon paganism evedenced repeatedly by archaelogy and confirmed by historical document." (p. 45)
600nC++: In Somerset (HAG, ZO Engeland) maken de eerste Anglische settlers rond 600nC al kaas voor de verkoop. (BBCtv 30.9.2010)
600nC++: De zwartbont en roodbont koeien in Angelland lijken vrij zeker van oorsprong afkomstig uit Egypte. Op diverse oude gekleurde hyrogliefen van circa 4000vC in Egypte zijn deze koesoorten duidelijk te zien. Ze hebben wel langere hoorns. Anno 2011 zijn deze koeien nog aanwezig in Noord Somalia, aan de zuidkant van Egypte. (TV/BBC maart 2011; David Attenbrough) Deze koesoort lijkt vrij zeker in Angelland geïmporteerd via Kreta. Angelland (Haithabu) had nauwe handelscontacten met Kreta en via Kreta met Egypte. (> Handel) Wanneer zwart- en roodbontkoeien zijn ingevoerd in Angelland is vooralsnog niet bekend. Aangezien ze in Engeland pas rond 1927 zijn ingevoerd uit Friesland, zijn ze niet meegenomen door de Angelen die in 450-550nC migreren naar Brittannia. In Angelland lijken ze dus pas na 550nC te zijn ingevoerd.
650nC++ Wapen Oxford/GB: Op zilver (wit) een rode os boven vier blauwe golven. De golven symboliseren kennelijk de rivier Cherwell. De rode os zal ongetwijfeld een Brandrode os zijn. Brandrodes zijn immers de oudste koesoort van de Angelen en komen in Nederland tegenwoordig nog steeds tamelijk veel voor. O.a. bij Oxe (gehucht bij Deventer) in een weide naast een brug over de Schipbeek, daar waar vroeger vrij zeker een ossevoorde lag. Verder in een weide in De Worp aan de Yssel aan de overkant van Deventer. Brandrodes zijn prachtig donker bruinrode koeien, zeer goedmoedig en onderling opmerkelijk sociaal. Deze koesoort is door de Angelen ergens rond 500vC geïmporteerd uit de regio rond de Zwarte Zee en tijdens hun migraties naar elders steeds meegenomen. > PgBrit/Oxford

1950++: De veehouderij in Nederland is veelal nog kleinschalig. Koeien leveren melk voor consumptie in de directe omgeving. Rechts: schilderij van een oude veehoeve in De Knolle/Drente. (© O.G.) > Knolle, De
 
** HAG, Weiland, Grasland, Hooi, Zuivel, Veehouderij, Handel, Pescoe, Ossen, Grazers

Koekange:
Dorp in ZW Drente. De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. Informatie ter plekke (mei 2013) leert dat Koekange een doorgang (streektaal: gange) was waarlangs koeien werden gedreven. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch cu (koe) + gang (doorgang, weg).

Koerierdiensten: > Telecom, LACA, Heerbanen

Koetsen:
()A cotse (koets), cotsere (koetsier), cotsfeld (koetsveld = parkeerveld voor koetsen), cotshus (koetshuis), cotsman (koetsier), cotsseoc (koetsziek, kotsmislijk = mislijkheid door hevig schommelen van koets), couts (koets), coutsan (reizen per koets), coutsman (koetsier)
** Voertuigen

Koken: > KBB

Koldewee:
Buurtschap in Holten, Twente. Rond 200vC wordt de regio bevolkt door Angelen uit Noord Twente. De naam Koldewee lijkt derhalve afgeleid van Anglisch cold (schraal, onvruchtbaar) + wede, wee (weide). Dus: schrale weide. Oorspronkelijk zal de buurt dus Coldewede kunnen heten, waaruit Coldewee is oontstaan en tenslotte Koldewee.
** ASA, Coolewee (Bathmen)

Kolen: > Houtskool, Steenkool

Kolham:
Dorp in Slochteren (Fivelingo, Groningen). Oudst bekende vermeldingen: Hemmenis (1291), Colham (1621), Caldehamnis, Koldeham, Kolham (1867). De regio wordt rond 350vC bevolkt door Angelen uit Oldambt. De naam Colham lijkt derhalve afgeleid van Anglisch col (koel) of ceald (koud) + ham (heem, oord). De betekenis is derhalve: koel oord.
¶ Op kaart G1589 is Kolham niet vermeld. Omtrent de juist locatie wordt wel Avelham genoemd. Avelham lijkt afgeleid van Anglisch afel (slecht) + ham (oord). Maw: een slecht oord dus. Dat kan zijn wegens de eerder genoemde koudheid daar.
¶ In Kolham werd het veen vroeger fene genoemd, hetgeen lijkt afgeleid van het Anglisch fen (veen). Het veengebied wordt pas na de turfwinning sinds de 15e eeuw geleidelijk omgezet in weiland.
¶ Kolham ligt op een hoogte. Men sprak vroeger dan ook van up Colham. Het dorp vangt daardoor meer wind en is dus koeler of kouder dan elders in de wijde omgeving.
¶ De naam Hemmenis lijkt afgeleid van Anglisch hamma = beboste hoogte in moeras (veengebied). Dit past in de gegeven context. Kolham lag immers op een hoogte (bult). De hele regio was een moeras annex veengebied. En op oude kaarten staan daar bomen getekend, die een bos suggereren.
¶ In Engeland bestaat de familienaam Coldham, die naar zeggen afkomstig is van Kolham. Dat zal dan zijn in de periode dat Kolham Koldeham werd genoemd. Dat gebeurde mogelijk ergens in de 17-18e eeuw.
** ASA, G1589
# NGE, WKP 21.7.2010, G1589, Gerry Coldham 4.8.2010, KBG

Kolhoop:
Vlakbij Elzenbroek/Goor ligt de locatie Kolhoop. Daar werd kennelijk ooit lezenhout gebuikt om houtskool te maken. Een kolhoop (AS kolheup) is namelijk een kleihoop waarin hout werd verkoold. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit de regio Vechtdal. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch col (houtskool) + heap (hoop, stapel).
¶ Rond 1637 woont ene Lubbert Colhoop in boerderij Kolhoop aan de Kolhoopsdijk in buurtschap Elsenerbroek onder Markelo. Hij wordt genoemd 4-9-1637 in een zgn holtingverslag omdat hij "zonder vergunning van de Holtrigter, Erfgenamen en Huisluiden in de marke heeft getimmerd". Uit dit getimmerte is later een boererij ontstaan genaamd de De Groote Colhoopsplaatse. Nazaten van Lubbert wonen daar nog tot in 1900.
1637nC: Aangezien:
- Lubbert Colhoop in 1637 ter plekke iets timmert
- en Lubbert dus volgens het holtingverslag in 1637 al de naam Colhoop voert
- en de naam Colhoop derhalve zeker al ruim vóór 1637 bestaat
>> zal de aanmaak van houtskool (Angl.: col) in een zgn kolhoop (Ang.: colheap) zeker al ruime tijd vóór 1637 bekend zijn.
¶ De familienaam Kolhoop komt anno 2007 totaal in Nederland 46x voor, waarvan 45x in Overijssel, waarvan 31x in Wierden. De naam Kolhoop lijkt derhalve afkomstig uit deze regio, temeer daar de naam in Rijssen en Holten ook zeer hoog piekt. > Patrilocalisme
700nC: Uitgaande van:
- een demografische groeifactor van 1.24 per eeuw > HDG
- en dat er ongeveer evenveel jongens als meisjes worden geboren
- en dat alleen jongens de familienaam doorgeven
>> dan lijkt de naam Kolhoop (Angl.: colheap) rond 700nC te zijn ontstaan.
Dat kan dan betekenen dat de kolhoop ergens rond 700nC al is geïntroduceerd.
En dus dat houtskool zeker al sinds dat jaar wordt gemaakt.

** Elzenbroek, Houtskool

Kolken: > Watergebieden

Kolkert:
Familienaam uit de regio Hengforden-Olst-Colmschate. Deze regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente en het Vechtdal. De naam Kolkert lijkt derhalve afgeleid van Anglische colc (plas, meer) + -ert, -art (-ert: zegt iets over geaardheid. BV gesteldheid van grond (land). VB stobbert = veld met veel stobben, i.e. boomstronken). Kolkert kan derhalve worden uitgelgd als een stuk land met veel kolken.
¶ De naam Kolkert is vrijwel zeker afkomstig uit Hengforden, waar sinds de 17e eeuw Erve en Goed Kolkert staat. Meer precies lijkt de naam echter afkomstig uit het aangrenzend gebied Hengforder Waarden, een uiterwaarde langs de Yssel waar opmerkelijk veel kolken liggen. Dit gebied beantwoordt exact aan de Anglische betekenis van de naam Kolkert.
¶ Inspectie van de Hengforder Waarden anno 2010 leert dat aldaar ooit een vrij groot pand heeft gestaan aan het water. De fundering is nog goed zichtbaar. Op kaart HTN/42 (1783) staat in de Hengforder Waarden direct aan de Yssel inderdaad een groot pand getekend met de naam Huys Kortryk.
¶ Bron Kolkert.com 12.4.2011 schrijft bij Genealogie/Inleiding:

Het geslacht Kolkert is oorspronkelijk afkomstig uit de gericht Hengforden, gelegen in het kerspel Olst/Colmschate (i.c. huidige provincie Overijssel). De eerst-bekende generaties Kolkert waren daar beleend met en meyer op het "Erve en Goet den Trijndenkolck", een Utrecht's Bisschoppelijke leen die vanaf de 17e eeuw "Erve en goed Kolkert" genoemd werd. ... Op den Trijndenkolck werd akkerbouw en veeteelt bedreven.
Trijndenkolck lijkt afgeleid van Anglisch trend, trind (bocht, bochtig, rond) + colc (kolk). Kolken liggen normaliter nabij een rivier. Langs de hele rivier Yssel zijn ze te vinden. Meestal buitendijks, soms ook binnendijks. Verderaf van een rivier spreekt men meer van poel of plas, Anglisch pol. De Trijndenkolck in Olst lijkt dus te liggen nabij de Yssel. Gezien de geologie van de regio Olst lijkt de Trijndenkolck en de naam Kolkert lijkt deze kolk eveneens te liggen in de Hengforder Waarden.
¶ Bron Kolkert.com 12.4.2011 schrijft bij Haplogroep R1b3 (inmiddels R1b1b2 genoemd) waartoe het geslacht Kolkert uit de regio Hengforden-Olst-Colmschate in Overijssel hoort:
De waarde 23 voor DYS390 van het haplotype van Kolkert lijkt typisch voor de vroege bewoners van prehistorisch Friesland, een Angel-saksische subroep afkomstig uit Noord-West Duitsland en Denemarken. Interessant is dat inmiddels is gebleken dat een familie Walsh in Engeland hetzelfde haplotype heeft als de familie Kolkert. Analyse leert dat hun gemeenschappelijke voorvader omstreeks AD 445 leefde!
De bron noemt DYS390 in Friesland een Angel-Saxische subgroep. Anno 445nC wonen echter helemaal nog geen Friezen of Saxen in genoemde regio. De Angelen wonen daar echter al sinds circa 350vC. Dit haplotype moet derhalve gerekend worden tot de Angelen.
¶ Genoemd jaartal 445nC van de gemeenschappelijke voorvader van de geslachten Kolkert in Overijssel en Walsh in Engeland is opmerkelijk. Het lijkt te betekenen dat deze voorvader is geboren rond 445nC in Overijssel of elders in Angelland op het Continent en dat een nazaat van hem is gemigreerd naar Engeland. Mogelijk ergens in 500-550nC als de laatste golf Angelen uit Angelland migreert naar Brittannia.
¶ In Kent liggen de dorpen Wye, Appledore en Brookland, alle drie vlakbij de stad Ashford, een locatie die naamkundig Anglisch is. Ash = es + ford = voorde, doorwaadbare plaats in beek of rivier. Genoemde locaties lijken te corresponderen met Wijhe (krt KGH 1593: Wyhe), Apeldoorn en Broekland. Ze liggen tamelijk dicht bij elkaar en vlakbij de IJssel. Van dit gebied zijn in 450-550nC vrijwel zeker migraties geweest naar Zuid Engeland, gezien de overeenkomstige en exclusieve heggencultuur. > Heggen

Kolonisatie: > KBA

Komhutten:
Anglisch comheod = komhut = hut met vloer die circa 15 cm onder het maaiveld ligt. De hut dient als ruimte voor ambachtelijk werk. O.a. weven of smeden.
Vondsten: Didam (75nC++), Leusden (550-750nC), Appel (1000nC)
Deze locaties worden van oudsher bewoond door Angelen. Komhutten lijken derhalve typisch Anglische bouwproducten.
** Didam, Leusden, Appel, Werkplekken

Koning:: (KON:)
()A brego (vorst, koning), Bretwalda (heerser van Brittannia), croen (kroon, krans, kring, slinger), croen (koning, vorst, lichtekooi), croen (kronkelig, slingerig), croen (stoer, flink, dapper, slim, handig), cron (=A crone), crone (kroon, koning, vorst, muntsoort, kring, krans, rand, slingerpad), croun (=A crone), cung (koning), cwen (koningin), cwene (onvruchtbare koe), cyne (koning), cyne (koen, flink, kordaat, dapper, vermetel), cyne (keun = big), cynebearn (koningskind), cynegierela (koningsmantel), cynelice (koninklijk), cynerice (koninkrijk), cynestol (koningsstoel, troon), cyneweard (paleiswacht), cyng (koning), cyning (koning), cyninghus (koningshuis), cynn (kinne, clan, volk, stam), eorl (edelman, vorst, krijgsheer), firsc (vorst), fyrst (vorst), fyrstdom (vorstendom), heortcrone (hertekroon), hofdaegas (hofdagen = Middeleeuwse traditie waarbij de koning iedereen uitnodigde om gratis bij hem feestelijk te komen eten), hoffeastes (hoffeesten), kuning (koning), paelas (paleis), palas (paleis), walda (vorst, heerser, koning, bestuurder)
Wodan: In de oudheid worden koningen gezien als afstammelingen van een god. In het oude Egypte zag men Horus als de vader van alle farao's. Elders zag men de zon als de vader van de koningen. In Japan gelooft men nog steeds dat de keizer een nazaat is van de zon. De Germaanse koningen laten zich afstammen van een god. Bij de Angelen is dat Wodan.
De hertekroon is een oeroude Anglische koningskroon met hoge pieken in de vorm van takken van een hertegewei. De kroon symbolisseert de belangrijke betekenis van herten voor de Oer-Angelen, die herten hebben als trekdier en als vee voor melk, vlees en vacht. > Herten, Landraad
 

Angolstaf: Anglisch: angolstaef. Staf horend tot de regalia van de Anglische koningen in Angelland. De vorm heeft te maken met de angol, het kenmerkende strijdwapen van de Angelen. > Angol
¶ Rechts: Koning Wermund van Angeln (c 356-416nC) op zijn troon en met de angolstaf in de hand. Tafereel uit circa 400nC. (uitsnede prent c 1200AD bron NHS/p44-45)
De angolstaf is beschouwd als een symbool van Macht, Wijsheid en Gerechtigheid.
** Angolstaf
 

Witan: De Anglische koning heeft thegns (thains; = leenmannen) en vertrouwelingen. Hij bestuurt het land met hulp van de Witan, soms ook wel eens genaamd Witan Gemot, een raad van wijzen gekozen door hemzelf. Deze Witan adviseert de koning, maar kan hem ook dwingen, zoals soms gebeurt. Ook kan de Witan een nieuwe koning benoemen. #WAB/p178
Volk: De afstand tussen koning en volk is in oude tijden gering. De koning beweegt zich normaal onder de mensen. Zulks is anno 1910 nog het geval in Kopenhagen, waar de koning met z'n gezin op zondag een wandeling maakt door de stad, mdden tussen de gewone mensen. (#FRI) In de meeste andere landen wordt rond de 16e eeuw de afstand tussen koning en volk steeds groter. Uiteindelijk leidt dat in Frankrijk eind 18e eeuw tot de Franse Revolutie, die het koningshuis en andere adelijke machthebbers naar het schavot brengt.
** ODA, Witan, Hofdagen, KAR
# EWB, RRA, DAB

Koningen:
Volgens bron RRA beschouwen de Anglische koningen zich als nazaten van Wodan, de oppergod van de West Germanen. Aangezien Anglische soldaten en koningen in Engeland in de strijd een helm met grima dragen, lijkt de bewering van RRA juist. Een grima is een strijdmasker. Volgens de mythe draagt Wodan steeds een masker (grima) om zich te vermommen. Zijn bijnaam is daarom Grim. Volgens andere overleveringen is Ingwa (700-640vC) de stamvader van de Angelen en is hij een nazaat van Ing, de eerste Zweedse koning, stammend uit het Huis der Inglings. Op grond van diverse gegevens kan de volgende genealogie worden opgesteld voor de Anglische koningen:

Wodan/Odin (> Oda)
xxx
Ing (c 1675-1565vC) -- Zweden
xxx
Ingwi (c 700-640vC) -- Zweden-Denemarken-Angeln
xxx
Arwin (c 225-165vC) -- Angeln
xxx
Weothulgeot (c 260-320nC) -- Angeln
Weaga (c 290-350) -- Angeln
Wihtlaeg (c 321-381) -- Angeln
Wermund (c 356-416) -- Angeln
Wehta van (c 360-420) -- Angeln
Offa (c 380-456) -- Angeln
Angeltheow (c 400-477) -- Angeln
Eomar (c 420-489) -- Angeln
- Icel van Angeln (c 441-501) = zoon van Eomar -- Haithabu-Mercia
Xx van Angeln (c 444-504) = zoon van Eomar; grootvader van Erma
Xx van Angeln (c 479-539) = zoon van Xx/444; vader van Erma
- Erma van Angeln (c 514-574) = dochter van Xx/479
Xx van Angeln (c 510-570)
Xx van Angeln (c 545-605)
Xx van Angeln (c 580-640)
Xx van Angeln (c 615-685)
Xx van Angeln (c 650-710)
Xx van Angeln (c 685-745)
737nC: Angeln veroverd door Denen. Einde koninkrijk Angle.
¶ De laatste koning van Angeln is naar zeggen Eomar (420*-489). Daarna houdt het koninkrijk Angle op te bestaan. Gezien de tijdcontext lijkt het echter dat het koninkrijk Angle tot circa 737nC heeft bestaan. > Radiger
Xx van Angeln (720-780nC) Het lijkt zeer wel mogelijk dat koning Xx van Angeln (c 685-745nC) een zoon had. Deze prins Xx van Angeln (c 720-780nC) kan na het einde van het koninkrijk Angle rond 737nC zijn gevlucht naar Beekbergen waar hij het Hof Englandi sticht. Als dit juist is, dan is deze prins Xx van Angeln mogelijk dezelfde als Wibald van Englandi (c 720-780nC), landheer te Beekbergen.
¶ De Anglische koningen werden benoemd door de Witan, de Raad der Wijzen (Wetenden). Candidaten moesten behoren tot het koningshuis en over goede capaciteiten beschikken. Bij gebrek aan een candidaat van koninklijk bloed, werd gekozen uit leden van de adel, die doorgaans nauw verwant was aan het koningshuis.
¶ Angelen werden normaliter na hun dood gecremeerd. Volgens bron RRA eist Wodan/Odin namelijk crematie, opdat de ziel van de dode kan terug keren bij hem. Dat geldt zeker voor de Anglische royalties, die immers afstammen van Wodan.
** Wodan, Grima, Crematie

Koningshuis:
()A angolstaef (angolstaf), brego (vorst, koning), cronan (ww kronen), crone (kroon), cwen (koningin), cynebearn (koningskind), cynegierela (koningsmantel), cynelice (koninklijk), cynerice (koninkrijk; EZ kunnijrich), cynestol (koningsstoel, troon), cyneweard (paleiswacht), cyning (koning),


          

Hierboven: prins Offa (links) voor zijn vader koning Wermund van Angeln op de troon en met de angolstaf in de hand; rechts neemt ene Rigan zwaaiend afscheid. Tafereel uit circa 400nC. (prent c 1200AD bron NHS/p44-45)

cyninghus (koningshuis), deanstman (dienstman, edelman), hwetstan (scepter), kuning (koning), meace (staf, scepter), trone (troon)
** Koningen, ARBA (Paleiswacht), Offa van Angeln, Wermund van Angeln

Koninkrijk Angle: (KAN:)
()A cynerica (koninkrijk), realme (paradijs, rijk, koninkrijk)
¶ Angelland heeft koningen gehad en moet dus ooit een koninkrijk zijn geweest. Dit koninkrijk zal geleidelijk gegroeid zijn. Hoe zag dit koninkrijk eruit, wat waren haar grenzen, hoe werd het georganiseerd, hoe werd het bestuurd, etc. Deze vragen eisen nader onderzoek over de periode 665vC-500nC: van koning Ingwi tot koning Eomar, ofwel van de eerste tot de laatste koning der Angelen.
¶ De Anglische Koning heeft thegns (thains; = leenmannen) en vertrouwelingen. Hij bestuurt het land met hulp van de Witan, soms ook wel eens genaamd Witan Gemot, een raad van wijzen gekozen door hemzelf. Deze Witan adviseert de koning, maar kan hem ook dwingen, zoals soms gebeurt. Ook kan de Witan een nieuwe koning benoemen. #WAB/p178

Wapen: Op groen een adelaar in zilver, links gekeerd. Dit wapen is nog terug te vinden bij geslachten in Engeland die afstammen van de oude Anglische koningen. Zoals gebruikelijk in de oudheid voert een koninkrijk normaliter het wapen van het regerend vorstenhuis. Het wapen van Koninkrijk Angle is vrij zeker gebaseerd op een oude legende van de Anglische koningszoon Arwin, die met twee
 
kameraden vlucht voor aanvallen van Denen in Oost Angeln. Arwin klimt op een gegeven moment in een boom om goed te kunnen zien waar de Denen zitten. Plotseling wordt hij aangevallen door een grote witte adelaar. Als Arwin verder klimt, ziet hij een nest met drie jonge kuikens. Hij begrijpt meteen dat hij wordt aangevallen omdat de adelaar haar jonkies wil verdedigen. Dan gaat er een licht in hem op. Hij beseft dat hij niet moet vluchten voor de Denen, maar terug moet keren om zijn land te verdedigen. Zijn twee kameraden denken daar echter anders over en vluchten verder. Arwin keert terug en is zo gemotiveerd dat hij met zijn landgenoten de Denen weet te verjagen. Gezien de historische feiten en thesen mbt Angeln kan e.e.a. zijn geschied rond het jaar 200 vC. Het afgebeelde wapenschild is een remake van een Anglisch wapenschild uit circa 800 nC. Op de helm van de Anglische koning Redwald (gst 625 nC), gevonden in Sutton Hoo in Suffolk, zijn krijgers afgebeeld met adelaarskoppen op hun helm. Kennelijk is de adelaar dus op grotere schaal in gebruik bij de Angelen. (> Adelaar)

Hoofdstad: In 665vC vestigt koning Ingwi zich met zijn gevolg in Angeln aan de monding van rivier de Schlei. Hij bouwt daar een burcht met de naam Haithabu = Heideburg. Zijn nederzetting groeit uit tot een grote havenstad en krijgt de naam Haithabu, naar de burcht van Ingwi. In de loop der eeuwen groeit Haithabu nog verder uit tot een belangrijke havenstad met internationale contacten. O.a. met Kreta en andere belangrijke locaties in het Mediterrane gebied. (> Kreta) De stad wordt echter sinds de Middeleeuwen steeds vaker Sleswig genoemd. Deze naam is sinds de 19e eeuw officieel. > HHA, Haithabu, Anglisch Hof

Grenzen: Sinds de vestiging van koning Ingwi in 665 vC in Angeln groeit en krimpt Angeln volgens onderstaand schema:
665vC-489nC Koninkrijk Angle
665vC-500vC Angeln: Angeln strekt zich uit tot de Eider
500vC-300vC Groot Angle: Angeln strekt zich uit tot in Noord Groningen
300vC-600nC Mega Angle: Angeln strekt zich uit tot aan de Rijn
600nc-700nC Groot Angle: Angeln strekt zich uit tot de Elbe
700nC-heden Angeln: Angeln strekt zich uit tot de Eider
** Angologie, Angelland
 

¶ Op bovenstaande kaart is te zien dat Angelland zich uitstrekt tot aan de Rijn/Waal. Het is niet duidelijk wat grenzen in die tijd voorstellen. Wel is bekend dat de Romeinen hun grenzen in de Nederlanden duidelijk hebben afgebakend met grenspalen. Wijk Kranenburg in Utrecht grenst in de oudheid direct aan het Romeinse Rijk en ligt daardoor nog net in Mega Angle. Aan de Koningsweg richting Gansstraat, vlakbij de spoorlijn, staat in genoemde wijk een replica van een oude Romeinse grenspaal.
** PgA-Z/Kranenburg Utrecht
@ foto © TiedLight ®
 

Invloedsfeer: Het is de vraag hoever de invloed en de macht van het Koninkrijk Angle (Angelland) reiken. In 449nC heet Angle nog een van de drie Germaanse machten op het Continent. (ASC) Onderstaand overzicht laat zien dat Angeln zich kennelijk goed weet te weren in de periode tot 468 nC, na de laatse massamigratie naar Engeland.
200vC-- Denen teisteren Oost Angeln. > Heraldiek: Witte Adelaar
166-180 Marcomaanse Oorlog > Marcomanen, Thorsberg
200-500 Denen teisteren Angeln. > Angeln
345-360 Oorlog met de Saxen in Holstein. > Freawin (gb 320nC)
468---- Anglische vloot van 400 schepen vanuit Haithabu naar de Rijnmond > Radiger
488---- Dood van koning Eomar. Einde Koninkrijk Angle.
500-700 Angeln geleidelijk veroverd door de Denen. > (Angeln: De grote trek 4)
Hierna bestaat Angeln enige tijd alleen als land, zonder centrale macht. > Anglische Macht

Ondergang: Door oorlogen en massamigratie van Angelen naar Engeland raakt het Koninkrijk Angelen rond 480 ernstig verzwakt. Eomar is de laatste koning van Angeln. Hij sterft in 489 nC. Met zijn dood houdt het Koninkrijk Angeln op te bestaan. Onderstaand tabel geeft een overzicht van het verloop van belangrijke historische gebeurtenissen.

200vC-- Denen teisteren Oost Angeln. > Heraldiek: Witte Adelaar
166-180 Marcomannische Oorlog > Thorsberg
200-500 Denen teisteren Angeln. > Angeln
345-360 Oorlog met de Saxen in Holstein. > Freawin (gb 320nC)
420-489 Eomar laatste koning van Angeln.BR> 450-500 Massamigratie Angelen naar Brittannia.
468---- Anglische vloot van 400 schepen vanuit Haithabu naar de Rijnmond > Radiger
489---- Koning Eomar sterft. Het koninkrijk houdt op te bestaan.
500-700 Angeln geleidelijk veroverd door de Denen. > Angeln: De grote trek 4
600---- Saxen settelen in Oost Holstein > Saxen
737---- Deense koning Godfried bouwt de Danewirke, een muur tussen de Eider en de Schlei bij stad Sleswig om zuidgrens te beschermen.
775---- Saxen settelen in NW Duitsland en NO Nederland > Saxen

Restanten: Het feit dat de expansie van de Saxen in NW Duitsland en NO Nederland pas plaats vindt rond 600-775nC, duidt erop dat de overgebleven Angelen op het Continent in staat zijn de opmars van de Saxen tot die periode succesvol te blokkeren, ondanks het feit dat het Koninkrijk Angle in 489 ophoudt te bestaan als gevolg van de massamigratie van Angelen naar Brittannia en de aanvallen van de Denen. Dit duidt er tevens op dat er nog genoeg Angelen zijn blijven wonen in hun homelands op het Continent om weerstand te bieden tegen de Denen en de Saxen. Na de laatste push van de Saxen richting NO Nederland rond 775nC is het echter afgelopen. De Saxen hebben het hele gebied van NW Duitsland en NO Nederland definitief sterk geïnfiltreerd. > Saxen
** Angle, Angelland, Koningen, Anglisch Hof, HHA, Bestuur, Rechtspraak, Economie, Leger, Vloot, SEBA, Stamleven, Landinrichting, PgAngeltimes

 
Kooien:
()A aend (eend), aened (eend), duce (eend), ened (eend), coycer (kooiker), coycery (kooikerij), goose (gans), gos (gans), gosnarc (ganzenkooi), gosnarg (=A gosnarc), loccan (lokken), narc (kooi, eendekooi), narcere (kooiker), narcery (kooikerij), narg (=A narc), net (zn net), pal (paal), waetland (wetland, nat gebied)
¶ Kooien zijn in de middeleeuwen grote netten in stille gebieden om wilde eenden en ganzen te vangen. Daarbij worden lokvogels gebruikt. De netten zijn gespannen om palen en dwarsbalken en lopen taps toe, zodat de eenden en ganzen uiteindelijk niet kunnen omkeren. De kooien worden normaliter geplaatst in natte gebieden. Zover bekend stonden er in Drente circa 130. O.a. in Roderwolde, een groot nat gebied in NW Drente.
¶ NB:
- Narkveld en Narkveldweg in Beltrum (Achterhoek).
- Goosnarg: Dorp in Lancashire, NW Engeland. De naam lijkt afgeleid van Anglisch goose (gans) + narg (kooi). > PgBrit/Goosnarg

Kookdagen:
()A Cocdaeges = Kookdagen (25dec-1jan) = kerstvakantie voor knechten en meiden.

Kookgerei: > KBB

Koolhaas:
Anglisch: Colhasu. Een koolhaas was een haas gemaakt van stro. Vlak voor het oogsten van colsaed (koolzaad) werd de haas verstopt in het te oogsten veld koolzaad. Als de koolhaas was gevonden, werd hij opgebaard en op de laatste oogstkar gelegd. De aanwezigen namen dan eerbiedig hun hoed af en de boer ging rond met jenever. Daarna kon de oogst pas wegrijden. Dit gebruik stoelde op het geloof dat de er een geest in het veld huist, die met respect moest worden behandeld. Alleen dan kon de volgende oogst goed zijn. Dit oude gebruik kwam voor in NO Nederland, waar van oudsher het meest koolzaad werd verbouwd vanwege het uitgestrekte areaal zandgronden. Groningse en Gelderse teksten getuigen daarvan.
¶ In Groningen was Koolhaas een groot evenement. De koolhaas werd gemaakt na het dorsen uit de overgebleven stengels koolzaad en losse struiken. De werkers vertrokken pas als de hopman de haasborrel had geschonken. Daarna vertrokken ze naar de boer die de haas moest kopen. Als de koop rond was, werd de koolhaas onder hard geschreeuw gedorst (haasdorsen), om het hazenbloed eruit te slaan. Na het oogsten volgde een groots feestmaal waarbij uitbundig werd gezongen.
¶ Er is ook een familienaam Koolhaas. In 1947 totaal 447x in Nederland met pieken in Noord Holland (243x) en Zuid Holland (133x). Aangezien Koolhaas een folkloristisch gebruik was in NO Nederland, lijkt de naam derhalve toch afkomstig uit Gelderland. Daar komt de naam in 1947 36x voor. Mogelijk is de naam door landwerkers meegenomen naar West Nederland, waar ze werk vonden en bleven wonen. Bekend:
- Anton Koolhaas (gb 1912 Utrecht): schrijver, criticus en cineast.
- Rem Koolhaas: architect; wint 28.8.2010 De Gouden Leeuw op de architectuur biënnale in Venetie. (# De Telegraaf 30.8.2010)
¶ Aangezien Oost Gelderland rond 225-150vC wordt bevolkt door Angelen uit Twente en de Veluwe is Koolhaas mogelijk een oud Anglisch gebruik. De naam Koolhaas kan derhalve Anglische wortels hebben. Het Anglische woord voor haas is echter hara. Mogelijk dat zich later daaruit de vorm hasu ontwikkelde. In Oud Nederlands komt namelijk de vorm hase voor. Koolhaas lijkt dan afgeleid van Anglisch cole (kool) + hasu (haas).
** Koolzaad
# NGE, WKP 29.7.2010, Meertens Instituut 29.7.2010, DAB, KBG

Koolzaad:
()A colsaed (koolzaad), rape (koolzaad)
Gewas dat vooral wordt verbouwd op zandgronden in NO Nederland. Ook in Angeln en andere delen van NW Duitsland wordt veel koolzaad verbouwd. Er is zomer- en winterkoolzaad. Vlak voor de zaadvorming kleuren grote velden prachtig geel van de bloemen.

          

boven: koolzaadveld in Gelselaar

¶ Koolzaad wordt circa 75 cm hoog. De bloemen zijn prachtig oranje/geel. Elke bloem vormt een zgn takje, een peul waarin 20 zaden zitten. Als de planten zijn afgestorven en verdroogd, worden ze googst. De dode planten worden gedorst, zodat de zaden eruit vallen en opgeveegd kunnen worden.
¶ Koolzaad bevat 30-40% olie. Elke hectare levert circa 1000 Kg olie. Uit 4 kilo zaad wordt 1 liter olie geperst. Deze olie wordt vaak verwertk tot spijsolie, maar sinds de olieschaarste ook steeds meer bijgemengd in benzine.
¶ Vroeger stonk koolzaad olie hevig. Ouderen kunnen zich dat anno 2011 nog goed herinneren. Tegenwoordig wordt daarom het zgn Dubbel-Nul ras gebruikt, waarvan de olie niet stinkt. De olie van dit ras is beter dan soja olie.
¶ Koolzaadolie wordt primair gebruikt voor bakken en braden. Tegenwoordig wordt de olie ook gebruikt als brandstof voor auto's. Anno 2011 kan daarmee op 1 liter olie circa 15 Km worden gereden. De verwachting is dat door veredeling van de plant en betere rafinage meer en betere olie kan worden geproduceerd voor brandstof.
** Koolhaas, Olie
# FRI, WP, NRTtv 14.8.2011, DAB

Kootwijk:
Vroeger: Caitwick. Gehucht op de Veluwe, circa 10 Km ZW van Apeldoorn. Mogelijk gesticht rond 100vC door Angelen uit de regio Apeldoorn. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch cait (cate, cott = schuilhut, schuilplaats, schuiloord) + wick (wijk, wijkplaats, nederzetting). Dus: een nederzetting bij een schuilhut.
¶ Aan de noordkant van Kootwijk ligt het Caitwickerzand, een vrij groot natuurgebied.
¶ Anno 2010 staat in het buitengebied van Kootwijk een grote villa met de naam Caithwick. Mogelijk heeft daar inderdaad ooit in het verre verleden een schuilhut gestaan.
¶ Er zijn in de regio resten gevonden van grote hoeven, een ijzeren ploegschaar en een bronzen sleutel. Ook zijn gevonden een aantal waterputten waarin uitgeholde eikenstammen zijn geslagen. Model Wekerom. Op grond van deze vondsten is berekend dat in Kootwijk rond 775nC minstens 100 mensen wonen.
¶ Uitgaande van 100 mensen in 775nC en een demografische groeifactor van 3 nazaten per eeuw (> DGF), zal de bevolkingsgroei als volgt kunnen zijn geweest:
375nC 2 > 475nC 4 > 575nC 11 > 675nC 33 > 775nC 100
Kootwijk zal dan dus rond 375nC kunnen zijn gesticht. Mogelijk is Kootwijk dan later gesticht.
¶ Als Kootwijk inderdaad is gesticht rond eerder genoemde 100vC, dan zou het bevolkingsaantal van de regio bij een ongestoorde groei rond 775nC kunnen zijn geweest:
100vC 2 > 0vC 6 > 100nC 18 > 200nC 54 > 300nC 162 > 400nC 486 > 500nC 1458 > 600nC 4374 > 700nC 13.122 > 800nC 39.366. Dus 39x meer dan bij een stichting rond 375nC. Het leven in Kootwijk moet wel heel hard zijn geweest. Of er waren bizondere redenen voor grote sterftes of massamigratie.
¶ In 300-500nC stijgt het zeewater geleidelijk steeds hoger. Zware stormen veroorzaken in die periode grote overstromingen en veel landverlies tot op circa 15 Km van Deventer. (> M35) Vele mensen vluchten naar de hoge zandgronden in Oost Nederland. Anderen migreren naar Brittannia.
¶ Per saldo is daarom denkbaar dat:
- Kootwijk in 300-500nC ernstig werd bedreigd door zeewater, waardoor vele mensen zijn gemigreerd en het bevolkingsaantal sterk daalde.
- Andere nog onbekende negatieve factors een rol speelden.
- Kootwijk in feite ergens in 100vC-375nC is gesticht.
** Wekerom, Waterputten
# FRI, KBG, KVN/99

Kopper Maandag:
Anglisch: Copper Maendaeg. Oeroude feestag uit de Germaanse tijd. Afgeleid van kopperen = feest vieren, van kop = beker. (EWB) Het feest valt altijd op de maandag na de Twaalfde Nacht, het einde van de Twaalf Nachten na het Joelfeest, de nachten van de Wilde Jacht, ofwel van zware beproevingen. Ook wel genoemd Blauwe Maandag, mogelijk vanwege het vele drinken van sterke dranken, waardoor sommigen blauw aanlopen. De uitdrukking dat iemand blauw van de drank uitziet, herinnert ons daar nog aan. In de Midlands en East Anglia in Engeland viert men op die dag Plough Monday, een soort carnaval, waarbij de plough boys met een ploeg langs de huizen gaan om geld en kado's te ontvangen. De plough boys zijn boeren jongens, die als dagloners werken en vaak onderbetaald werden. Op die dag vindt ook Molly Dancing plaats, waarbij mensen leuk verkleed de weg opgaan en feestelijke muziek maken en vrolijk zingen en dansen. Later nemen de Gilden dit gebruik over en maken er een traditionele feestdag van op 6 januari. De Christenen maken er Drie Koningen van, eveneens op 6 januari, ter afsluiting van de Advent. Tot in de 19e eeuw sturen mensen elkaar ook kaarten met goede wensen, zoals nadien gebeurt met Kerst en Nieuwjaar.
** Twaalf Nachten
++ Plough Monday

Koren:
()A ancorn (eenkoorn; # gewas), ceaf (kaf), corn (koren), cornacre (korenakker), corngast (korengeest; # mythologie), cornpyt (korenput = droge put voor bewaren van koren), cour (koren) couracre (korenakker), courcaemp (korenkamp = akker waar koren wordt verbouwd), courpyt (korenput = droge put voor bewaren van koren), modracorn (moederkoren), muga (hoop koren), muha (=A muga), sceaf (schoof, bos), sumorcorn (zomerkoren)
** Graan, Rogge, Roggemoeder

Korteling:
Familienaam afkomstig uit Apeldoorn. Afgeleid van Anglisch ceort (kort) + ling (ling, gesteldheid)
¶ Bekend zijn de acht schilders Korteling uit Deventer:
- Gerhard (1809-1888)
-- Willem Gzn (1850-1916)
--- Gerhard Willem (1886-1912), Willem Wzn (1887-1962), Herman Daniel (1898-1994)
- Bartus (1853-1930)
-- Willem Bzn (1889-1964)
- Hendrik, zoon van Willem Wzn; niet uit Deventer
++ Schilderkunst/Korteling

Kosmos:
()A comete (komeet), cosmos (kosmos), gesweorc (gezwerk, bewolkte hemel), hemmol (hemel, lucht), Hundsteorra (Hondster = Sirius), maen (maan), mon (maan), mona (maan), monna (maan), sceo (hemel, lucht), steorra (ster), steorras (sterren), steorrliht (sterrelicht), sunna (zon), sweorc (zwerk, hemel)
¶ Tot in de Middeleeuwen zien mensen kometen als boodschappers van groot onheil. O.a. dat de wereld zal vergaan. Om het onheil te bezweren drinken ze bepaalde drankjes, die hen zouden beschermen. (# AVROtv Kunst & Kitch 27.3.2013)
** Hemel, Zon, Maan, Sterrenkunde, Sirius

Kotwik:
Familinaam afgeleid van Cottwick, een buurtschap in Goor.
** Cottwick

Kotwijk:
Oude naam voor Zeldam, een buurtschap in Goor.
** Cottwick, Zeldam

Kousmansbuskes:
Locatie bij de Besselerderbos aan de Stadsedijk te Zelhem. Aangezien Zelhem rond 200vC wordt bevolkt door Angelen, kan Kousmansbuskes zijn afgeleid van Anglisch buske (bos). Wat kousman betekent, is vooralsnog onbekend.
** Zelhem, ASA

Kraai:
()A caw (kauw; # kraai), cawbeorg (kauwenberg = berg waar veel kauwen komen), cawop (heuvel waar veel kauwen komen), cawta (kauwveld = veld waar veel kauwen komen), cnute (kraai), corbel (korbeel; # raaf), cra (kraai), crawan (kraaien, schreeuwen), crawe (kraai), cray (kraai), cray (kraai = bijnaam/spotnaam voor iemand in lange zwarte kleding), crayan (=A crawan), crowa (kraai), crowe (kraai), dola (dole = torenkraai, kauw), hodig (groot gebouwd), hodig (soort kraai), hraefn (=A rafe), hroc (=A rouc), hurhona (hoerhaan; # raaf), rafe (raaf; # kraaiachtige vogel), rafescot (stuk land waar raven nestelen), roec (=A rouc), rouc (roek, kraai, raaf),> rouc (zorg, bekommernis), rouc (aandacht), roucan (opletten, aandacht geven)
Kreynck: Dit is een enclave in de Heidenhoek te Zelhem in de Achterhoek. Diverse bronnen stellen dat de Angale priesters lange zwarte mantels dragen. Mogelijk vanwege de twee raven die Wodan steeds vergezellen. Zij informeren hem over alle mensen op aarde. En Angale priesters worden beschouwd als intermediair tussen mensen en de goden. Mogelijk dat zij daarom inderdaad zwarte mantels dragen. Immers:
--- Raven zijn zwart en horen tot de kraaiachtige vogels. Anglisch cray = kraai. De term kraai wordt vaak gebruikt als bijnaam of spotnaam voor iemand in lange zwarte kleding. Het kan zijn dat Angale priesters daarom ook wel kraaien werden genoemd. Boerderij Priestering in Heindenhoek te Zelhem ligt in de sector Kreynck. Deze naam kan zijn afgeleid van Anglisch cray (kraai) + ing (volk) = kraaienvolk = de Angale priesters die in Priestering wonen. > Priestering, Angalisme
¶ Het is vooralsnog niet duidelijk of de Naturale Angelen hun priesters kraaien noemen, of dat de Angale priesters zichzelf zo noemen. E.e.a. is zeker mogelijk. De raaf of kraai wordt immers door hen gezien als het intermediair tussen de mensen en Wodan. (> Wodan). De naam kraai kan evenwel ook later zijn bedacht als spotnaam door haatdragende christenen.
Raaf: Bron SYM/p129 schrijft dat de raaf een symbool is van zelf gekozen eenzaamheid is en de raaf daarom in het christendom een symbool is voor zgn afvalligen, ontrouwen en ongelovigen. Aangzien de raaf een kraaiachtige vogel is, lijkt het dat de naam Kreynck afkomstig is van christenen. Deze naam lijkt daarom te zijn ontstaan na circa 801nC toen de kerk van Zelhem werd gebouwd.
** Priestering, Wodan, Vogels

Kraainem:
Dorp in Noord Brabant. In 1003 AD vermeld als Crainham. De regio wordt rond 450nC bevolkt door Angelen uit de Zuid Betuwe. (> ASA) De naam Crainham lijkt derhalve afgeleid van Anglisch crain (kraai) + ham (heem, oord). Dus letterlijk Kraaienhem

Kraan:
Anglisch: cran, cranoc.
ONl: crane, craen: 1. kraanvogel; 2. kraan, hijskraan, tapkraan.
Oud Hollands: chranuh.
Engels: crane: kraanvogel, hijskraan, siphon, waterkraan.
EWB: Oud Engels: cran, cranoc.

Zeer opmerkelijk is dat bron EWB geen andere equivalente Oud Germaanse vormen noemt van het woord kraan of kraanvogel. Bij nagenoeg alle andere woorden gebeurt dat welhaast overvloedig. Alleen dus het Oud Engels. Dit lijkt daarom welhaast te betekenen dat het woord kraan alleen voorkomt in het Oud Engels c.q. Anglisch en dat de Nederlandse vorm 'kraan' afkomstig is uit het Anglisch. Ook geeft het aan dat de Angelen oorspronkelijk voor een groot deel uit draslanden en wetlanden afkomstig zijn. Dit correspondeert met de bevindingen omtrent hun continentale herkomstsoorden (> ASA) en met het feit dat naar zeggen vele Angelen o.a. zijn gemigreerd naar Brittannia vanwege de moerassen waar ze woonden. Die moerasgronden zijn bij uitstek het gebied waar kraanvogels bivakkeren tijdens hun jaarlijkse trek naar het noorden en het zuiden. Met name NO Nederland en NW Duitsland kenden degelijke uitgestrekte moeraslanden. (> Groot Veenland) Het vreemde is alleen dat vele Angelen in Brittannia vaak weer gaan wonen juist in moeraslanden. O.a. in East Anglia en Noord Yorkshire. Het bloed kruipt kennelijk waar het niet gaan kan.
Geranos (Oud Grieks) en garanos (Oud Gallisch) = kraanvogel. Zo genoemd naar het schreeuwen van de vogel.
Etymologie: hijskraan en tapkraan zijn genoemd naar de kraanvogel, vanwege de gebogen hals van deze vogel.
Twents (Neder-Saxisch): kroene krane = slingerpad.
De beteknis van kraanvogel is dus steeds primair.
# WMN, COD, EWB, FRI

Kraanvogels:
In de oudheid wordt de kraanvogel bewonderd om zijn onvermoeibaar vliegvermogen. Een vleugel van een kraanvogel was een amulet tegen uitputting. Uit hun trekgedrag in de lente en de herfst worden de boodschappen der goden gelezen. Jonge paren bepaalden hun ideale trouwdag eveneens op grond van dit trekgedrag. De kraanvogel wordt vaak afgebeeld in gevecht met pygmeeën.
 
¶ In het Oude Egypte wordt Thot - de god van de wijsheid, gerechtigheid en literatuur - soms afgebeeld als een kraanvogel. Voor de Griekse Demeter - godin van het gewas - is de kraanvogel het heilige dier. Zijn trek in de lente maakte hem een symbool van vernieuwing. In de tijd van het vroege Christendom wordt de kraanvogel het symbool van de verrezen Christus. Verder gold hij als verdelger van slangen. Bij de oude Grieken en Romeinen is de kraanvogel het symbool van de liefde en levensvreugde, vanwege de trek in het voorjaar en de kranendans. In Indiase sagen is de kraanvogel vaak de belichaming van valsheid en arglist. In de Chinese mythologie is de kraanvogel (Ho) een symbool voor een lang leven en onsterflijkheid. Maar ook een symbool voor reinheid (de witte veren), wijsheid, waardigheid en levenskracht (de rode vlek op de kruin). In het Taoïsme wordt de dood van een priester "yühua" genoemd; i.e.: ze zijn in een kraanvogel veranderd.
¶ In Japan geldt de kraanvogel (tsuru notori; tsuru = vogel) als symbool voor de verhevenheid van het eilandenrijk. Maar ook voor de opofferingsgezindheid: de kraanvogel die zichzelf in de borst pikt om het eigen bloed aan haar jongen te geven. Anno 2007 opent het RK Jikei Hospitaal in Kumamoto (Zuid Japan) een zgn dropbox, waarin ongewenste baby's kunnen worden achterlaten. In het Japans heet deze dropbox 'konotori no yurikago' ofwel wieg van de kraanvogel.
¶ Volgens de Japanse mythologie is de de kraanvogel het symbool van betrouwbaarheid, trouw en voorspoed en wordt hij 1000 jaar oud. #BBC1/BH/5.8.2013
Kranendans: De oude Indianen in de prairies van Noord Amerika voeren jaarlijks in de laatste week van augustus het heilig ritueel op van de dansende kraanvogels. Ze zijn dan uitgedost als grote kraanvogels en dansen uren lang in prachtige bewegingen een soort rondedans. Het ritueel is bedoeld als hoogste lof voor hun goden.
# Symbolen (Spectrum 1991), Symbole (Herder Verlag 1978), De Telegraaf 16.5.2007, WS Japan Times 20.5.07, NDR Fernsehen 5.11.08 (Schover Heide), DAB

Krane:
Vele locaties waar kraanvogels in het verre verleden plegen te bivakkeren zijn naar hen genoemd. O.a. Kranenkamp (Diepenveen, Eibergen en Brummen), Kranekamp (Munckeburen/Weststellingwarf), Kranenland (Diepenveen), Kranenweg (Eibergen), Kraanlanden (Ny Beets en Gasselte), Kranendelle(Ruurlo), Kranenkolk (Overijssel), Cranenbroek (Egmond/NH), Craneberch (Bergen/NH), etc. Al deze namen met krane zijn afgeleid van het Anglische woord 'cran' (Ndl kraan~) dat blijkens bron EWB etymologisch oorspronkelijk uitsluitend lijkt voor te komen in het Oud Engels en derhalve in het Oud Anglisch.
** Kraan

Kraneburchten: (KBU:)
()A belfort (belfort = toren, bolwerk met toren), cranborne (kraneburcht, wachttoren, belfort), rocc (toren, kasteel)
¶ De ligging van Huys Kranenburg in Bleiswijk sterkt de veronderstelling dat het primair een militaire functie heeft. Gelegen aan de flauwe binnenbocht van de Rotte maakt het de wachters van Kranenburg mogelijk om tijdig schepen te signaleren op de rivier. Er kan dan snel gereageerd worden om tol te heffen of mogelijke vijandige agressie het hoofd te bieden. In dit kader lijkt het zelfs mogelijk dat er een ketting ligt in de Rotte, die opgetrokken kan worden om schepen tot stoppen te dwingen. Na de betaling van de tol kunnen de schepen dan weer doorvaren.
¶ Een dergelijke constructie zien we ook bij de veenborg Kranenburg in Neder-Saxen, tussen Bremen en Hamburg. Ook deze borg heeft naast een tolfunctie nog een militaire functie. Voornamelijk om raids van Vikingen, Denen en Zweden te weren.
¶ Op grond van deze feiten kan men menen dat de naam Kranenburg mogelijk samenhangt met een belangrijke functie van de burcht of borg. Namelijk het afsluiten van een waterweg. Net zoals een tapkraan de toevoer van water of een andere vloeistof opent of sluit.
¶ Het toeval wil dat de oude kranenburchten in moerassige veengebieden liggen, waar ook veel kraanvogels vertoefen. Deze kraanvogels symboliseren de typische waakzaamheid die nodig is bij de controlerende functie van de kranenburcht.
Belfort: Anglisch belfort = belfort = toren, bolwerk met toren. Kranenburchten lijken sterk op belforten. Op de toren worden bij onraad vuren gebrand om de regiobewoners tijdig te waarschuwen. Dat gebeurt tot in de 17e eeuw o.a. in Noord Engeland langs de Hadrian Wall. Als er Schotten naderen die kenlijk geweld wilden plegen tegen de Engelsen aan de zuidkant van de muur, dan steken de torenwachters vuren aan op het open torenplat om de regiobewoners tijdig te waarschuwen voor het naderend onheil. #BBC4tvapr2014/Midleland
Cranbourne Tower Windsor (England) ligt op een hoge heuvel in Cranbourne Forest aan de A332 tegenover Great Park. Vanuit Cranbourne Tower is het hele gebied goed te overzien, inclusief de domeinen van Windsor Castle. De Tower lijkt in deze optiek derhalve een soort wachttoren, die de veiligheid van de regio bewaakt. De naam Cranbourne afgeleid van Anglisch crane (kraanvogel) + borne (vluchtheuvel, burcht). Maw: Cranbourne = Kranenburcht = Kranenburg~. > Cranbourne Tower Windsor
Cranenburch Leiden: In Leiden bevond zich vlakbij de Burcht van Leiden een buurt die tot 1796 Cranenburch~ wordt genoemd. De burcht was het hoofdkwartier van Halewijn I en enige van zijn nazaten, eveneens burggraven van Leiden. De buurt Cranenburch te Leiden is genoemd naar Huys Cranenburch~ uit circa 1080, gebouwd en bewoond door Cranenburchs. De voordeur van de burcht was gericht op het zuid-oosten, wat te maken heeft met de oude zonnecultus. > Zuid-Oosten

          

Hierboven een aquarel van Huys Cranenburch te Leiden gemaakt door Hester Jans-Molenberg op grond van de historische gegevens en zorgvuldig historisch onderzoek van architectuur en bouwmaterialen uit die tijd. (@ aquarel © BCK) > Leiden, PgA-Z/Van Cranenburch Leyden
¶ De burchten Kranenburg in Bleiswijk, Utrecht en Kranenburg/Kleef zijn alle drie gebouwd nabij de Rijn, de grens tussen Angelland en het Romeinse Rijk. Samen met Kranenburg Stade bewaken ze feitelijk het deel van Angelland dat overbleef na 737nC, toen Opper Angelland (Angeln) duurzaam in Deense handen viel. Het lijkt in deze optiek dat de vier genoemde Kranenburgse waakposten ooit waren gebouwd om om het resterend Angelland tijdig te waarschuwen voor gevaren en adekwaat te kunnen reageren. O.a. vanuit de genoemde vestingwerken nabij de grens met Saxenland.
** Waakposten, NOVL

Kranenburcht: > Kraneburcht

Kranenburg:
Alias Cranenburch, Cranenburg, Cranenburg, etc. De naam Kranenburg~ komt oorspronkelijk als locatienaam uitsluitend voor in Zuid Holland en NW Duitsland. Deze regio's zijn circa 300vC-700nC overwegend bevolkt door Angelen.
Aangezien:
- het woord crane (Ndl kraan~) blijkens bron EWB etymologisch oorspronkelijk uitsluitend lijkt voor te komen in het Oud Engels c.q. het Anglisch,
- en het woord burg eveneens blijkens bron EWB etymologisch oorspronkelijk uitsluitend lijkt voor te komen in het Oud Engels c.q. het Anglisch,
- en de locatienaam Kranenburg alleen voorkomt in oorspronkelijk Anglische gebieden,
>> lijkt de naam Kranenburg~ van oorsprong een Anglische naam te zijn.
** Kraan, Offaland, Mega Angle, PgA-Z/Kranenburg, Kranesites
# EWB, DAB, KBG

 

Kranenburg Bleiswijk:
Geslacht afkomstig van kasteel Cranenburg te Bleiswijk in Zuid-Holland. Stamvader is Bartholomeus II van Wassenaar (1225-1308), ghm Vrouwe Godilt van Bleyswyck. Het familiewapen dateert van circa 1290 en is daarmee het oudste familiewapen van het geslacht Van Cranenburch uit Bleiswijk. Dit geslacht stamt in mannelijke lijn af van Arnulf de Bevere (gb 904) van Bevere Manor in Bevere bij Worcester in Engeland. Het voormalig kasteel Cranenburg aan de Rotte bij Bleiswijk is gebouwd in 1106 door burggraaf Halewijn II van Leiden, zoon van burggraaf Halewijn I van Leiden, alias Alwin of Cranesbury uit Englefield bij Windsor, Berkshire in Engeland. Circa 85% van alle mensen met de naam Kranenburg of variante schrijfwijzen hebben hun roots in Kranenburg Bleiswijk.
 
Op de tekening hieronder is Huys Kranenburg te Bleiswijk te zien. De tekening bevindt zich in een boekje van Cornelis Pronk uit 1729 en is gemaakt in 1609, als er in feite niets meer rest van de voormalige ridderhofstad. Dat is te zien aan de traptoren. Die is rond en gelijk aan de voorgevel. Op de tekening van 1571 (verderop hieronder) is de traptoren rechthoekig en verder van de voorgevel. Die tekening is gemaakt van de ruïne zoals die in 1571 concreet bestaat. De tekening van 1609 moet dus zijn gemaakt op basis van ouder beeldmateriaal en/of overlevering en de minieme resten van het huis anno 1609. Die minieme resten zullen nagenoeg nihil zijn geweest. De tekenaar schrijft immers onder de tekening dat het kasteel is verlaten en door de erfgenamen in partijen is verkocht. Helaas is vooralsnog niet bekend wie deze tekenaar is.

          

Onder de tekening staat met de hand geschreven de tekst:

't Huys Kranenburg heeft gelegen in Schieland by Blijswijk aan de rivier de Rotte en was een van de oudste Riddermatige gebouwe gesticht omtrent den jaare 1106 door Halewijn de twede kastelyn van Leyden welkers nakomelingen het lang beseten hebbe tot dat het daar na verdeeld wierd en by partyen verkocht is.

Huys Kranenburg te Bleiswijk is verwoest in 1572 tijdens de strijd tegen de Spanjaarden in de Tachtigjarige Oorlog. Daarna is het niet meer opgebouwd.
** Patrilocalisme, Lex (Cranenburg Bleiswijk, Van Cranenburch Bleyswyck)

 

 
Kranenburg Kleef:

Stad in Westfalen tussen Nijmegen en Kleef. In 2003 ca. 9000 inwoners. Vanaf 1127 vestigen zich hier Hollandse 'broekers' die in opdracht van de graaf van Kleef het 'Kranenbroek' droogleggen t.b.v de vervening. In 1294 krijgt Kranenburg stadsrechten. Sinds 1308 is Kranenburg een bedevaartoord. Begin 15e eeuw wordt het vestingwerk gebouwd, dat nu een van de best bewaarde aan de Neder-Rijn is. Een van de poorttorens fungeert tot in de moderne tijd als molen, maar bergt nu het Heimatmuseum.
 
Op kaart KGH (1593) wordt Kranenburg aangegeven als Craneborg, zijnde een vrij grote streek tussen Nijmegen en Kleef. Het gebied is naar zeggen genoemd naar het slot Kranenburg dat heeft gestaan op een heuvel aan de monding van de Groesbeek, omringd door een wal en een gracht, midden in een veengebied. Het is gebouwd rond 1227 door Dirk IV graaf van Kleef (1202-1260).
 
De locatienaam Kranenburg is hier kennelijk afgeleid van kasteel Kranenburg aldaar. De naam van het kasteel en de naam Kranenbroek aldaar, doet vermoeden dat de naam Kranenburg in deze context betekent: de burcht bij het veengebied Kranenbroek. Het Anglisch kent het woord bruc [broek] als stroompje of beek. Bron EWB noemt verder geen andere Germaanse talen met een gelijkwaardige fonologie. In Zuid Engeland komt de locatie Cranbrook voor, niet ver van Hastings. Dit gebied lijkt oorspronkelijk Anglisch gebied. Per saldo mogen we dus vooralsnog aannemen dat hiergenoemde Kranenbroek en Kranenburg Anglische locatienamen zijn. Deze these strookt met de aanwezigheid van Angelen aan de Rijn sinds circa 200vC.
** ASA, PgLx/Kranenburg Kleef

 

Kranenburg Leiden:
Alias: Van Cranenburch Leiden. Geslacht dat afstamt van Halewijn I burggraaf van Leiden (1050-1110), alias Alwin of Cranesbury uit Engelfield bij Windsor in Engeland.
Wapen: Op blauw een dwarsbalk in goud.
Uit dit geslacht zijn voortgekomen o.a. de geslachten Van Cranenburch Kuinre en Van Cranenburch Bleyswyck.
Rechts: prent van Halewijn I, daterend uit de 15e of 16e eeuw.
Halewijn I is een nazaat in mannelijke lijn van Arnulf de Bevere (gb 904), afkomstig van Manor Bevere in Bevere bij Worcester, Engeland. Rond 1080 migreert Halewijn naar Leiden waar hij in dienst treedt van de graaf van Holland als burggraaf van Leiden. Daar bouwt hij eerst Huys Cranenburch en later de Burcht van Leiden.
 
In Leiden bevond zich vlakbij de Burcht van Leiden een buurt die tot 1796 Cranenburch~ wordt genoemd. De burcht was het hoofdkwartier van Halewijn I en enige van zijn nazaten, eveneens burggraven van Leiden. De buurt Cranenburch te Leiden is genoemd naar Huys Cranenburch~ uit circa 1080, gebouwd en bewoond door Cranenburchs. De voordeur van de burcht was gericht op het zuid-oosten, wat te maken heeft met de oude zonnecultus. > Zuid-Oosten

          

Hierboven een aquarel van Huys Cranenburch te Leiden gemaakt door Hester Jans-Molenberg op grond van de historische gegevens en zorgvuldig historisch onderzoek van architectuur en bouwmaterialen uit die tijd. (@ aquarel © BCK)
** Kranenburchten, Leiden, PgA-Z/Van Cranenburch Leyden

 

 

Kranenburg Scharmer:
Het geslacht Kranenburg uit Scharmer (Gro) begint met Harke Jans Kranenburg (1690-1750) gehuwd met Hilje Jans rond 1717. Hij is een zoon van Jan Harkes Kranenburg (gb 1660) te Spijk/Bierum, grietman wonend op hoeve Klein Koppen aldaar. Jan is een nazaat van Claes Thijsz Cranenburgh (gb 1525), scheepsbouwer te Groningen en afkomstig uit Warmond. Claes is een nazaat van Willem van Cranenburg (gb 1305) op hofstede Cranenburg te Eikenduinen. Deze Willem is afkomstig van Kranenburg Bleiswijk en is daarmee een verre nazaat in manlijke lijn van Arnulf de Bevere (gb 904nC) afkomstig uit Manor Bevere in Bevere bij Worcester in Engeland. > PgA-Z/Kranenburg Scharmer
 

Borg Kranenburg: Deze borg in Scharmer stond nabij de Hoofdweg aldaar. De borg leek een copie van hofstede Cranenburg in Eikenduinen. Ze is gebouwd rond 1725 door Harke Jans Kranenburg (gb 1690), lanbouwer te Scharmer. De borg is een heemstede met singel en plantagie. Een singel = gracht + buitenmuur, ringmuur, wal. Rond 1830 werd de borg verkocht en raakte daarna in verval. > PgA-Z/Borg Kranenburg Scharmer

 
Wapen: Op goud een winkelhaak in zwart, links vergezeld van drie klaverbladen in groen, 1-2 geplaatst. Op het schild een eigenerfdenkroon in goud. Het geheel omrand met lauwertakken in groen. Dit wapen wordt gevoerd sinds circa 1690 door Jan Harkes Kranenburg (gb 1660) te Spijk. Het wapen lijkt afgeleid van het wapen van Jan Roelofs Kranenburg (gb 1595) te Noorddijk, de grootvader van Jan Harkes. Mogelijk is laatsgenoemde dus de ontwerper van het wapen Kranenburg Scharmer. > H12K, PgA-Z/Kranenburg Scharmer
¶ De winkelhaak in het wapen van 1690 is opmerkelijk. Het doet denken aan de Orde van Vrijmetselaars, waar dit symbool (nr 7) een centrale plaats inneemt. Deze Orde is echter rond 1721 opgericht in Engeland. Het bovenbeschreven familiewapen dateert daarentegen van 1690. Normaal staat de winkelhaak als symbool voor deugdzaamheid, gerechtigheid, rechtzinnigheid en rechtvaardigheid. Maar opmerkelijk genoeg lijkt het ook op het centrale teken (gamma; C) in het meesterteken van Hindrick Theis Kranenburg. De winkehaak lijkt daarom te staan voor de oud-Griekse letter Gamma ofwel de Latijnse vorm C voor Cranenburgh, zoals de naam oorspronkelijk wordt geschreven. > Winkelaak, Gamma
Geslacht: Het geslacht Kranenburg uit Scharmer verspreidde zich sinds 1750 steeds meer naar andere locaties in Groningen, maar ook verder naar andere streken van het land en naar het buitenland. Bekend:
- Ipojé Kranenburg (1831-1916). Tabak & Sigaren fabrikant te Groningen. Oprichter en eigenaar van De Groninger Vlag, sinds 1900 NV Groninger Tabak- & Sigarenfabriek.
- Ferdinand Kranenburg (1870-1947). Advocaat te Amsterdam. Later raadsheer Hoge Raad.
- Roelof Kranenburg (1881-1957). Advocaat te Amsterdam, rechter in Tiel, prof. Staatsrecht en Administratief Recht te Leiden en Amsterdam, voorzitter Eerste Kamer.
- Ypo Wilhelm Kranenburg (1907-1981). Advocaat te Almelo.
- Bernard Wilhelm Kranenburg (1912-1994). Advocaat te Almelo.
- Ferdinand Jan Kranenburg (1911-1994). Advocaat, Staatssecretaris Defensie, Commissaris van de Koningin te Noord-Holland.


          

Foto boven is gemaakt in mei 1895 op Huis Blankeweer te Noordlaren (Groningen) waar de familie Kranenburg woonde. Op die dag promoveerde Ferdinand Kranenburg in de Rechtswetenschap aan de Rijks-Universiteit te Groningen.
bovenste rij vlnr: Hendrik Kr., Aukje Kr., Emma Osten (ghm Hendrik Kr.), Mien Hoogendijk (ghm Ferdinand Kr.) en Ferdinand Kr.
onderste rij vlnr: Betsie Kr., Elisabeth de Witt (ghm Ipojé Kr.), Betsie en Emmie (dochters van Hendrik Kr. en Emma Osten), Ipojé Kr., Anna Kr. en Roelof Kr.
** H12K, Winkelhaak, PgA-Z/Tijs Kranenbrugghe, Thijs Claesz Kranenburg (gb 1565), Harke Jans Kranenburg (gb 1690), Borg Kranenburg, Wijbrandus Kranenborg, Hindrick Theis Kranenburg, Winkelhaak, Collectie Römelingh, Eigenerfden, Jan Harkes Kranenburg (gb 1660), Kranenburg Scharmer, Vrijmetselarij, Kranenburg Groningen, Borg Kranenburg Scharmer, Mathijs Claesz van Cranenburch (gb 1480), Xsi, GXW
@ familiewapen © BCK
# GKS, KBG

 
Kranenburg Stade:

          

Tussen Bremen en Hamburg ligt aan de rivier de Oste een gehucht met de naam Kranenburg, gebouwd op de Geest (zandheuvel) in een drooggelegd moerasgebied. In dit gebied verzamelen zich Hasten (een onderstam van de Angelen) in de 5e eeuw NC voor de overtocht naar Zuid Engeland (Kent en Sussex), waar ze o.a. de stad Hastings bouwen. Iets ten noorden van Hastings ontstaat een dorp met de naam Cranbrook.
Anno 2003 wonen in Kranenburg aan de Oste ongeveer 400 mensen. Dit gehucht dankt haar naam aan een veenborg met de naam Cranenburg dat daar in 1375 is gebouwd in opdracht van aartsbischop Albert II van Bremen.

¶ Genoemde Hasten verzamelen zich in Kranenburg Stade aan rivier de Oste die daar langs stroomt om gezamelijk over te steken met de veerboot daar. Dat verzamelpunt lag naast de veenborg Cranenburg gelegen te Kranenbur aan de Oste bij Bremen. Volgens streekhistoricus H. Borgers te Kranenburg Stade kwamen de Hasten uit een gebied ver ten oosten van Bremen, namelijk de Lüneburger Heide of daaromtrent. Die locatie stemt aardig overeen met het oude woongebied van de Angelen. (foto © BCK)
> Hasten

 
¶ E.e.a. betekent dat in de regio waarin Kranenburg Stade ligt in die tijd (circa 450nC) nog geen Saxen wonen. Aangezien Angeln zich in die tijd uitstrekt tot aan de Rijn, moet de regio Bremen/Hamburg waar Kranenburg Stade ligt, rond 450nC nog Anglisch gebied zijn, waar dus voornamelijk Angelen wonen.
¶ In 1375 wordt in Kranenburg de veenborg Cranenburg gebouwd in opdracht van aartsbischop Albert II van Bremen. In het naburige Brobergen wordt in de zelfde tijd een gelijksoortige borg gebouwd, eveneens in opdracht van aartsbisschop Albert II. Hiervan is in 1931 de hierbij geplaatste foto gemaakt, vlak voordat de borg werd afgebroken. De Broberger borg en de Cranenburg zijn veenborgen van het type 'Holländer Hofe'.

¶ Veenborg Cranenburg heeft primair een strategische functie. De leenmannen van de borg bezitten derhalve de functie van maarschalk in het bisschoppelijk leger. De borg moet de veiligheid garanderen van de hoofdweg Stade-Oldendorf tegen dreigingen uit het Noorden. Daarnaast dient Cranenburg als openbare vergaderplaats voor de Raad en Burgers van Stade, op welks grondgebied Cranenburg ligt. Borg Cranenburg ligt direct aan de oostelijke oever van de Oste, midden aan een sterke kronkel van de rivier.
 
¶ De kronkel heeft veel weg van een hele grote hoefijzer. Vanuit de borg is de bootvaart op de Oste tijdig en goed te overzien. De weg naar de borg gaat over een dijk (dam) door het moeras langs de Oste. Vervening heeft er niet echt plaats gevonden, ondanks de naam veenborg (Niederungsburg). De bewoners waren ook geen boeren, maar ridders en ambtslieden in dienst van de aartsbisschop van Bremen.
¶ In 1364 bericht de Stader Coplar over een kapel in Cranenburg gelieerd aan de kerk van Hechthausen. De kapel staat naast de Cranenburg. Segebaldo Marschalck van de Cranenburg schenkt in 1461 de kapel een klok met de inscriptie
Anna bin ick geheten, Segebalde leth mi gethen
Aldus het 'Lagerbuch der Kapelle Cranenburg'. Later wordt een klokketoren gebouwd naast de kapel. De kapel is inmiddels verdwenen.
¶ In 1435 wordt een brug gebouwd over de Oste naast de Cranenburg en wordt er tol geheven. De brug ligt tussen de borg en de kapel. Ook de brug is verdwenen.
** Hasten, Saxen, Mega Angle, Lex/A-Z/KranenburgStade
# Neue Chronik von Kranenburg (H. Borchers, Kranenburg Stade, 2003), FRI, DAB, KBG

Kranenburg Utrecht:
I.c. borg Kranenburg aan de Kranenburgwade in Utrecht. De Kranenburgwade (alias Kranenburgerwed) wordt in 1419 genoemd als drinkplaats voor vee. De wade (voorde) ligt in een zijtak van de Kromme Rijn.

 

Boven: borg Kranenburg naar een impressie van Chris Veldhof. (© BCK) De borg is gebouwd rond 1350 en bewoond door ridder Everard van Cranenburgh (1285-1359) uit Bleiswijk en later door zijn zoon Wouter en kleinzoon Dirc Woutersz van Cranenburgh. Dirc wordt in 1406 genoemd als hoofdman (legerleider). Dit is uitermate interessant, omdat Engelse bronnen beweren dat borgen (boroughs) werden gebouwd bij een voorde. (> Burchten) Daarmee bewaken ze dus de toegang in de regio.

Kranenburg Vorden:
Dorp bij Vorden in de Achterhoek. Deze locatie is genoemd naar de hoeve Kranenburg (Ao 1995 Elshoff) die daar begin 17e eeuw is gebouwd door Henderick op de Cranenborch en naar hem is genoemd. Henderick is een verre nazaat uit het geslacht Van Cranenburch Bleyswyck.
** Vorden, Lex/A-Z/KranenburgVorden

Kranenburg Zwolle:
Voormalig kasteel in Berkum bij Zwolle. Gebouwd circa 1300 door een Kranenburg~ uit het geslacht Van Cranenburch Bleyswyck. Kasteel en landgoed zijn naar hem genoemd.
** Lex/A-Z/KranenburgZwolle

Kranenkamp:
Vele locaties waar kraanvogels in het verre verleden plegen te bivakkeren zijn naar hen genoemd. O.a. Kranenkamp (Diepenveen, Eibergen en Brummen), Kranekamp (Munnikeburen/Weststellingwarf), Kranenland (Diepenveen), Kranenweg (Eibergen), etc. (> Krane) Al deze namen met krane zijn afgeleid van het Anglische woord cran, crane (Ndl kraan, krane) dat blijkens bron EWB etymologisch oorspronkelijk uitsluitend voorkomt in het Oud Engels en derhalve in het Oud Anglisch.
** Kraan, Krane, Munnikeburen

 

Kranenkamp Diepenveen:
Oude boerderij met landgoed aan de Raalterweg 39 in Diepenveen, tegenover Restaurant De Kranenkamp.
Oorspronkelijk een moerassig gebied met uitgestrekte heidevelden. Sinds circa 1600 in cultuur gebracht.
In 1604 wordt melding gemaakt van een boerderij/havezathe op de Kranenkamp. Mogelijk een voorganger van de huidige boerderij.
In 1824 wordt tussen de boerderij en de Raalterweg een Engels landschappark aangelegd, met waterpartijen en slingerpaden. Ontwerp van A. van Leusen.
Sinds 1950 eigendom van Stichting IJssellandschap.
Anno 2005 is het landgoed een mooi wandelgebied met veel bos. In de nabijheid staat het klooster Sion van de Benedictijnen.
De locatie heeft duidelijke kenmerken van een kranenberg. Het ligt wat hoger dan
het omliggende gebied, oorspronkelijk moerassige veengrond. Hier en daar zijn nog overblijfselen zichtbaar in de vorm van grote kikkerpoelen en een brede sloot voor de afwatering.
¶ Het woord kraan, kraanvogel is exclusief afgeleid van het Anglisch crane. Kranenkamp is derhalve afgeleid van het Anglisch crane (kraanvogel) + caemp (kamp, open veld). Kranenkamp lijkt daarom van oorsprong een Anglische naam c.q. een Anglische locatie. (> Krane) De regio is mogelijk rond 200nC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal.
@ foto © TiedLight ®
# AWA, DAB, FRI

Kranenweg:
Weg in de regio Holterhoek in Eibergen. De naam duidt op kraanvogels die daaromtrent vroeger bivakkeerden. De naam op de aanwezigheid van Angelen, die zich aldaar rond 200vC hebben gesetteld. Kraan(vogel) is namelijk afgeleid van Anglisch cran.
** Krane, Holterhoek, ASA

Kreta:
In 2000-12 vC heeft Zweden handelsrelaties met Kreta en via dat land mogelijk ook met Egypte. Kreta is een Grieks eiland in de Middelandse Zee. In de 16e-15e eeuw vC is in Kato Zakro op Oost Kreta een paleis gebouwd. Daar ligt de belangrijkste vlootbasis van Minoïsch Kreta. Het is een centrum voor handel met Egypte en het Nabije Oosten. Men kan stellen dat als er contacten zijn tussen Zweden en Kreta, dat er dan ook zeker contacten kunnen zijn tussen Angeln en Kreta. Angeln en Zweden liggen nagenoeg even ver van Kreta en zijn dus beide even makkelijk of moeilijk te bereiken. In die tijd zal de normale verbinding wel per boot zijn. Bovendien is Haithabu in Angeln toch al heel vroeg een belangrijke havenstad. In ieder geval brengt Ibrahim Al Tartushi in 965 nC een bezoek aan Haithabu. Hij schrijft dat de stad bekend is van Ysland tot Bagdad. Ibrahim is een Arabier uit Cordoba in Spanje.
¶ In NW Europa worden zeker al rond de jaartelling ossenhoorns gebruikt waarop een soort muziek geblazen werd. Deze ossenhoorns waren circa 60 cm lang. Aangezien deze lengte niet gebruikelijk is in die tijd in NW Europa, lijken de hoorns geïmporteerd uit Egypte via Kreta. Afbeeldingen in het Egyptische Dodenboek en op muren van bouwwerken tonen runderen met hoorns die omgerekend zeker 70 cm lang zijn.
** Inglo-Goten, Handel, Ossenhoorn, Egypte, PgGen

Kreupelhout: > Struikgewas
Kreynck: > Kraai

Kropswolde:
Dorp bij Hoogezand in de regio Gorecht bij Groningen. De regio wordt rond 350vC bevolkt door Angelen uit Oldambt. Oudst vermelding als Crepeswolde in een document van 18.10.1249 ivm met een geschil met de nonnen van het Cisterciënzer Klooster in Essen (Yesse) bij Helpman/Haren over de ontginning in Kropswolde.
¶ In de volksmond heet Kropswolde gewoon Wolle. Aangezien de regio een oud Anglisch settlegebied is met weinig Saxische invloeden, lijkt het dat wolle Oud Anglisch is voor wolde = dichtbegroeide, zompige wildernis.
Krops: Nederlandse familienaam. Afgeleid van Anglisch Crop (mansnaam) + sunu (zoon). Dus: zoon van Crop.
Crop: Crop komt in Engeland voor in:
- Cropton: een familienaam
- Cropley: een regio in Cambridgeshire (East Anglia), tevens familienaam. East Anglia is een historisch Anglisch gebied, bevolkt door Angelen in de periode 450-550nC vanuit Angelland (NO Nederland + NW Duitsland). (> HAG) De naam Cropley lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Crop (mansnaam) + ley (lij, oever, laagte, luwte, beschutting, schuilplaats, woonoord). Dus: woonoord van Crop. East Anglia bestaat voor een groot deel uit veenland. Cropley zal dus ergens in een veengebied hebben gelegen, evenals Kropswolde.
Crepeswolde: Per saldo lijkt de naam Kropswolde afgeleid van Anglisch Crepe (Crepa, Creopa, Crop, Gripa; mansnaam) + sun (zoon) + wolde (dichtbegroeide, zompige wildernis). Dus: de wolde van de zoon van Crepes.
Waesingeweg: Op de grens tussen Kropswolde en Hoogezand loopt de Waesingheweg. Deze naam lijkt afgeleid van Anglisch waes (bn dras, nat; zn moeras) + ing (volk) + waeg (weg). Maw: Waesinghe was ooit een moersgebied waar mensen woonden. E.e.a. bevestigt de these dat met wolde een moerasgebied is bedoeld.
Crepes van Foxham: Genoemde Crepes zal geleefd kunnen hebben ergens tussen de instroom van Angelen in de regio rond 350vC en 1249nC met de oudste vermelding van Kropswolde. Dus ergens halverwege in 420-480nC. Mogelijk is hij afkomstig uit nabij gelegen Foxham en heeft hij zich rond 450nC gevestigd in de genoemde wolde. Zijn vader zal derhalve Crepe van Foxham zijn die rond 385-445nC zal hebben geleefd.
¶ Dat Crepes circa 3 Km zuidelijker gaat wonen, kan misschien te maken hebben met de stijging van het zeewater en de grote overstromingen in de periode 300-500nC. Het zeewater trekt circa 15 Km het land in. Kustbewoners vluchten daarom massaal naar de hoge zandgronden, o.a. de Hondsrug. In de periode 430-500nC migreren zelfs circa 3 miljoen Angelen uit Angelland naar Brittannia vanwege het stijgende zeewater. > M35
¶ Aangezien Crepes niet vlucht naar de hogere zandgronden van de nabij gelegen Hondsrug maar zich vestigt in een moerasgebied, lijkt het waarschijnlijk dat hij beverjager was. Angelen zijn van oudsher notoire beverjagers en vertoeven derhalve voornamelijk in moerasgebieden, waar de meeste bevers leven. > Beverjacht

Kruiden:
Betreft planten die geheel of deels worden gebruikt als kruid of om kruiden te maken als medicijn of genotmiddel of bij dranken en gerechten, etc.
()A acrecrod (akkerkruid), aelest (aalst; # bijvoet), afrude (citroenkruid), anis (anijs), astleac (astlook; # bieslook), baldercrod (balderkruid, balderiaan; # valeriaan), basile (basilicum), baye (laurierbes), beolene (bilzenkruid), bifot (bijvoet; # StJanskruid), bisleac (bieslook), bittercrod (bitterkruid), bittercrod (bitterkruid), bitteric (=A bittercrod), bitterweod (=A bittercrod), blawmaen (blauwmaan), boce (laurier), bolcrod (bollekruid = StJanskruid), bolmilc (kroontjeskruid), bourwyrmcrod (boerenwormkruid), brandnetele (brandnetel), cadril (kadril; # fluitekruid), caerdamome (kardemom = welriekend kruid uit India), camell (kamille), camin (comijn), canele (kaneel), catcrod (kattekruid; # valeriaan), clare (=A cliss), clifcrod (kleefkruid), cliss (klisse, klissekruid), cole (kool), crod (kruid), crodbour (kruidenboer), crodbroc (kruidenveld), crodde (akkerkruid: herik, perzikkruid en kleefkruid), croddene (kruidendokter), croddfraw (kruidenvrouw), crodnere (kruidenier, drogist, apotheek), crodtune (kruidentuin), crodwaegn (kruiwagen), crut (kruid), crutnaegel (kruidnagel), cunelle (keule, tijm, kervel), dile (dille; kruid met gele bloemen), dili (=A dile), dolic (dolik, soort dollekruid, akkerbloem), dollcrod (dollekruid),

Dollekruid is een kruidachtige plant. De akkerbloem is daarvan een variant. Akkerbloemen zijn in feite een wilde variant van de papaver. Ze hebben rode bloemen en groeien op zandgrond. (foto @ BCK)
 
dolle (dollekruid, zwartkoorn, akkerkruid; > Dollehoed) thusendblaed (duizendblad), englewyrtal (engelwortel), eplin (kamille), feancal (venkel), feanigreac (fenigrek; # venkel), finol (vennel, kruid met gele bloemen), flearblom (vlierbloem = bloem van de vlierstruik; # kruid), flearpithe (vlierpit = pit van de vlierbloem), fleax (vlas), fledder (vledder), flutecrod (fluitekruid; # wilde bermplant), freasewund (vresewonde; # heilzaam kruid), furbin (verbene; # heilzaam kruid), gaerwe (gerwe = duizendblad), garleac (knoflook), gawe (gouwe, schellekruid; # papaver), geal (stalkruid, kattedoorn), gimbre (gember), goldrodd (guldenroede; =A wyrmcrod), habuccrod (havikkruid; # bitterkruid), hadric (knopherik), haesegearwe (hazegerwe; # duizendblad), hearic (herik), hemmolcaeg (hemelsleutel; # donderlook), horsblom (paardebloem), husleac (huislook, daklook), ifig (eiloof), leac (look), lifercrod (leverkruid), lind (linde), linsaedoly (lijnzaadolie), louwarblaed (laurierblad), lubbastoc (lavas), maretaec (maretak; > Gebruiken), marjor (marjoraan; # oregano), merric (merik), merricwyrtal (merikwortel; # medicijn), minte (mint, munt), misteltan (=A maretaec), moscat (muskaat), pansig (pensee; # viooltje, kruid), persin (peterselie), poley (polei; # mint), netele (netel), nihtscada (nachtschade), ock (eik), orego (marjolein), oxtunge (ossetong; # bitterkruid), pansig (pensee; # viooltje), pentercrod (pinksterkruid), perscrod (perzikkruid), persin (peterselie), pipor (peper), pyrcrod (knopenkruid), racin (wortel, geneeskrachtig kruid), rayll (raille; Lat. crassula), romblecrod (rommelkruid, gebruikt als pigment), sedewaere (wormkruid), saelge (salie), sinuwgud (zenuwgoed; # valeriaan), smeorwyrtal (smeerwortel), stenccrod (stinkkruid), sticnetele (brandnetele), sunnblom (zonnebloem), thaecleac (daklook, huislook), thim (tijm), thundarleac (donderlook, huislook), waegbrea (wegebree), wermod (alsem), wiccrod (heksenkruid; # StJanskruid), wilig (wilg), woaw (wouwe; van deze plant wordt gele kleurstof gemaakt), wyrmcrod (wormkruid; # kruid tegen wormen; =A godrodd), wyrt (wortel, specerij, kruid)
70miljVC++ Bushmen: Volk dat leeft in Zuid Afrika. Zelf noemen ze zich de San. Ze zijn de oudste vertegenwoordigers van de mensheid op aarde. Als enigen der Oermensen hebben zij de catastrofe van 65 miljoen jaar vC overleefd, toen een meteoor Mexico trof en nagenoeg alle leven op aarde uitroeide. San leven van jacht en verzamelen van plantaardige producten. Anno 2013 leven ze in kleine groepen in de Kalahari Woestijn en wonen in kleine hutten, opgebouwd uit boomtakken en bladeren. Jagen doen de mannen in kleine groepen met zelf gemaakte pijlen en bogen en speren. De vrouwen verzamelen zaden, noten, vruchten, wortels en kruiden. > PgGen/Bushmen
150.000vC++: Wetenschappers hebben resten gevonden van Neanderthalers in de El Sidron grot in Spanje. In tandplak van het gebit van een van hen zijn resten gevonden van bittere bloemen. O.a. kamille, een kruid met bittere smaak en weinig voedingswaarde, maar met pijnstillende werking. # De Telegraaf 28.7.2012
2010vC: Anno 2007 is in Hattemerbroek een graf gevonden uit circa 2010vC. In dat graf lagen resten van een mens, liggend op een zij. Daarnaast lagen resten van wietplanten, wietpollen, henneppollen en bloemen van de moerasspirea. Wietpollen en moerasspirea zijn geneeskrachtige kruiden. Vooralsnog is niet duidelijk waarom deze zijn meegegeven. (# De Telegraaf 11.4.2012)
750nC++ Bron ZWH/p10 schrijft:
Voor een goed begrip van de oudste geschiedenis van onze omgeving [Haarle/Gld] zullen we nog iets verder terug in de tijd moeten duiken, en wel naar de 8e eeuw, de periode van keizer Karel de Grote, de verbreider van het christendom in deze streken. ... Daar er geen hof was, moesten de christenen zelf de economie regelen en belasting werd betaald aan de kerk. De kloosters namen in die samenleving een uiterst belangrijke plaats in. We moeten ons de monniken van toen niet voorstellen in vrome afzondering in hun cel. ... Het klooster deed dienst als herberg voor reizigers maar tevens als ziekenhuis, en met hun kruidentuin waren de monniken de eerste apothekers.
Moeshof: Vlijmen is een dorp in Brabant. Daar staat een monumentale boerderij met rieten wolfdak. In 2011 is ze uitgeroepen tot de mooiste hoeve van Brabant. ... In de moeshof werden groenten, kruiden en bloemen geteeld. De huidige bewoonster kweekt er kruiden en groente van bevoor 1890. Ze eet uit eigen tuin en gebruikt de kruiden voor thee en geneeskrachtige zalf. > Keuterboeren
** Peper, Moestuinen, Geneeskunde, Sjamanisme, Vegetatie

Kruistochten: (1050-1295) (KRT:)
Lange reeks veldtochten van de Roomse Kerk tegen de islam om de macht in het Nabije Oosten en het bezit van Palestina. De strijd begint in 1095 met een oproep van paus Urbanus II om Jeruzalem te bevrijden van de islamieten. De strijd heeft wisselende successen. Ze wordt ernstig geschaadt door onenigheid, lafheid en verraad van geestelijke leiders van de Christelijke Kerken. Toch weten de Kruisvaarders successen te boeken, ondanks honger, ziekte, massalen sterfte, gruwelijke slachtingen, enorme hitte en kou, zware ontberingen en enorme angsten. De vreselijk lange en barre veldtochten en zware gevechten resulteren uiteindelijk in de bevrijding van Jeruzalem en culturele en technische winsten door de nauwe aanraking met de wereld van het Nabije Oosten.
# WP, DAB, KBG, BBCtv29.5.2014

Krygskunde: > Krijgskunde

Krijgskunde: (KGK:)
98nC: Tacitus schrijft dat de Griekse god Hercules ooit Germania bezocht en dat sindsdien de Germanen hem vereren. Verder schrijft hij hun wijze van oorlog voeren:
- Strategie 1: Als ze ten strijde trekken wordt hij het eerst bezongen en pas daarna de eigen Germaanse krijgsgoden. Hun zingen is hard en luid, waarbij ze hun schilden gebruiken om het geluid te versterken. Daarmee bemoedigen ze zichzelf en jagen ze hun vijand angst aan. > Hercules
- Strategie 2: Oorspronkelijk lukt het de Germanen niet om een stad succesvol te veroveren. Steeds vluchten de inwoners achter hun onneembare schansen. Daarom gaan de Germanen steden blokkeren, waardoor de inwoners zich vaak snel gewonnen geven. # KVN
** Vechten, Leger, Oorlogen

KTE: Kerntaal Engels (500-1000nC) > PgBrit

Kuinre:
Stadje in NW Overijssel dat reeds in 800nC wordt vermeld. Vanaf 1100 worden er de grote veengebieden ontgonnen. Omstreeks 1165 wordt er een burcht gebouwd in opdracht van de bisschop van Utrecht, die daarmee zijn wereldlijke macht in Friesland wil uitoefenen. In 1196 wordt de burcht door de Friezen verwoest. Hendric de Craenvogel ofwel Hendric de Crane (1160-1213) is in die tijd de burchtheer. Hij is graaf van Kuinre. In 1204 wordt de burcht herbouwd.

Na een bloedige strijd met Hendric wordt jonker Willem, broer van Diederik graaf van Holland, de nieuwe burchtheer. In 1331 wordt Jan van Kuinre beleend met de 'alde bergh' door graaf Willem III van Holland. Kuinre en de burcht liggen direct aan de Zuiderzee, die een steeds grotere bedreiging wordt. In het begin van de 15e eeuw wordt de burcht daarom verlaten en wordt verder landwaarts een nieuwe burcht gebouwd.
Rechts: De resten van de burcht anno 2003.
 
In 1420 verkeert de burcht in een slechte staat en wordt dan geheel hersteld. In 1508 verovert hertog Karel van Gelre zowel de burcht als het stadje. Kastelein Seyno Mullert en het garnizoen worden gevangen gezet. Zeer tot ongenoegen van Zwolle, Deventer en Kampen. Deze steden hebben immers inspraak bij de benoeming van de kastelein en betalen soms mee aan het onderhoud van de vesting. Voor hen is Kuinre immers een militaire voorpost ter bescherming van hun handelsvaart.
 
Kuinre verliest echter zijn strategische betekenis en raakt in verval. Tussen 1531 en 1536 wordt de burcht daarom ontmanteld en afgebroken. In 1538 is de oude burcht van de heren van Kuinre nagenoeg verdwenen. In 1943 worden de resten ervan gevonden: 15 paalfunderingen. In latere jaren wordt op een lemen terp de burcht deels gerestaureerd. Anno 2003 staat er een ringmuur met slotgracht, deels opgebouwd uit materiaal van de oude burcht.
Rechts: De poort van de burcht.
 
** Motte
@ foto's © Tiedlight ®
# GBK, KVN (p 217), FRI, DAB

 
Kunst:
()A bowcunst (bouwkunst), cunst (kunst, vaardigheid), gesccap (het geschapene, schepping, creatie), scildran (ww schilderen), scildre (schilder), tacen (zn teken), tacenan (ww tekenen), tacening (tekening), weafcunst (weefkunst), webbcunst (weefkunst)

- 3000vC++ Dagblad De Telegraaf 4.5.2012 schrijft over een tentoonstelling in het RMO te Leiden (mei-sep 2011): "Op vrijwel elk voorwerp uit het oude Egypte staan bloemen, planten of fruit afgebeeld. Op spiegels, zuilen, vaasjes, en zelfs op wapens als dolken en messen, maar vooral op offertafels, wanden van grafen en mummiekisten staan bloemenkransen en soms complete tuinen. ... Hoe de Egyptische tuinen de Grieken en Romeinen en veel later de kunstenaars uit de art-noueveauperiode inspireerden, zien we in de laatste vitrine."
- 650vC++ De oudste Anglische kunst bestaat voornamelijk uit ornamentale versiering van weefsels, sieraden, gespen, wapens, schilden, helmen, aardewerk, munten, urnen, totempalen (manapalen), tegels, etc. De vormen lijken veel op die in de Scandinavische landen. De symbolen bestaan meestal uit nogal abstract gestyleerde dieren of planten of delen van hen.
- 12vC-400nC De Romeinen maken prachtige muurschilderingen.

 

- 150nC De Kelten (1000vC-100nC) in Europa gebruiken al munten om te betalen. De Germanen in Europa (3000vC++) gebruiken ook al munten om te betalen. Ook de Angelen maken en gebruiken munten. In Groningen zijn oude munten gevonden met de beeltenis van Wodan. Deze zgn Wodanmunten dateren al van ver vóór de kersteningen sinds circa 700nC. Door de kerstening moesten de Germanen immers hun oude goden afzweren. Rechts: Anglische munt uit circa 150nC met beeltenis van Wodan.
 

 

- 425nC Rechts: steenrelief van prins (later koning) Offa van Angeln (c 380-456nC). De outfit is kenmerkend voor Anglische krijgers in de periode 500vC-1000nC. I.b. de grima, de speer (lans), de dagga (korte zwaard), de korte strijdbroek en het schild met zonnerad.
 

 

- 450nC Links: aquarel van de Prinses van Zweeloo (425-450) gemaakt door Hester Jans-Molenberg, na zorgvuldig historisch onderzoek van de achtergronden en de mode uit haar tijd. Zweeloo in Zuid Drente is bekend om de Prinses van Zweeloo, een jonge vrouw van goede stand die heeft geleefd in circa 425-450nC. In die tijd wonen in Drente alleen nog maar Angelen uit Noord Duitsland. Het graf van de prinses is ontdekt in 1952 tijdens graafwerk. Daarin zijn ook sieraden gevonden: bronzen spelden, een ketting met glazen kralen, een ketting met kralen van barnsteen, een zilveren ring, zilveren toilet garnituur, een bronzen sierspeld in vlindervorm, grote losse kralen van banrsteen en van glas en bronzen
 
armbanden, ringen en sleutels en een ketting met een bevertand. De Angelen waren veelal beverjagers in die tijd. De bevertand bevestigt dus haar Anglische origine. De prinses droeg een gewaad van zeldzaam mooi geweven linnen en een ruitkeper Gezien al deze bizondere artefacten moet zij wel van goede stand zijn geweest. Vandaar dat ze titel prinses kreeg. De vondsten worden bewaard in het Drents Museum te Assen. (@ aquarel © BCK)
** Prinses van Zweeloo

 

- 450nC++ De huizen van de Angelen zijn stevig en van hout, vrolijk geschilderd met lichte kleuren en versierd met ornamenten. #WAB/p36
Rechts: oud paneel in typisch Anglisch ornamieke stijl en de typisch Anglische kleuren rood, geel en blauw.
> Ornamentiek, Kleuren
 

 
 

- 600nC Sinds de vroege middeleeuwen maken Angelen hun kunstvormen meer conform de wereklijkheid. Hun kunst wordt eenvoudiger en tegelijkertijd meer realistisch. Afbeelding rechts (tegel): een Anglische boer rond 600nC die z'n land inzaait. (@ afb ©) Opmerkelijk is dat hij kennelijk klompen draagt. > Klompen
 
** Aardewerk, Weefkunst, Totempalen, Urnen

 

Kuipen:
()A baethtub (badkuip), bathtub (badkuip), cupe (kuip, waskuip, badkuip, ton, vat), cupere (kuiper, kuipenmaker), cupery (kuiperij, kuipenmakerij), putcupe (kuip, tobbe), tub (tobbe, wastobbe, badtobbe, badkuip, kuip)

KVL:
Kaart van de Veluwe gemaakt in 1557 door Chr. 's Grooten. Op de kaart zijn o.a. duidelijk aangegeven:
- Amersfort = Amersfoort
- Baer = Bahr/Liemers
- Bentynck/Wilp
- Cottwyck = Kootwijk
- Cottwycker Boys (Bos)
- Cruyseforde/Twello
- Doerfort/Beekbergen
- Duisterfort = Duistervoort/Apeldoorn
- Engelant = Engeland/Beekbergen
- Engelerholt = Engelanderholt/Beekbergen
- Gramsfort/Renkum
- Harssloo/Bennekom
- Harstkamp = Harskamp
- Hoene = Hoenderloo
- Hoich Zoeren = Hoog Soeren
- Order Bois (Bos) Apeldoorn
- Sallijck = Zalk/Zwolle
- Vennedael = Venendaal
- Wellop = Wilp/Deventer
- Westerfort = Westervoort/Arnhem

 
Kwaliteit:
()A baeddel (slecht), bet (goed), betera (beter), betst (best), god (goed)
¶ Tacitus schrijft in 98vC: Germania biedt een grote afwisseling aan bossen en moerassen. Er wordt veel graan verbouwd. Ze hebben veel koeien, maar die zijn klein en mager. Ze denken alleen in aantallen. Ze hebben liever zilver dan goud. Bootjes van zilver geven ze elkaar als geschenk. Goud, zilver en ijzer worden er weinig gevonden. (TAG/G5)

Kyllot:
't Kyllot is een smalle strook bos van 7 Ha aan de Eekhorstweg in Smilde, Drente. Aldaar is in 1931 een veenbrug (veenweg, knuppelweg) opgegraven daterend van rond 250vC. De brug was naar schatting 280 meter lang en 2.5 meter breed. De huidge resten zijn deels gereconstrueerd.
¶ NW Drente is rond 300vC bevolkt door Angelen uit ZW Groningen. Rond die tijd kunnen zich dus Angelen hebben gevestigd in de regio rond Kyllot. De naam Kyllot kan derhalve worden afgeleid van Anglisch kyl (kuil, geul, diepte) + hlot (smalle strook beboste grond). Dus: de smalle strook beboste grond bij de moerasgeul.

¶ Inspectie ter plekke bevestigt de these dat 't Kyllot inderdaad een smalle strook beboste grond is. Verder ligt er een veenbrug die naar een zandrug leidt met aan weerszijden diepe geulen moeraswater. (foto rechts)
** Veenbruggen, ASA, Maashees
# FRI zomer 2010, DAB, KBG
 
L::

Laagland: (LGL:)
()A kyl (kuil, geul, diepte), lah (=A ley), laeg (laag; =A ley), leag (laag; =A ley), leagta (=A ley), leog (laag; =A ley), ley (laagte, laagland), maete (maet = laag gelegen natte weide of hooiland), slean (sleen = laagte, inzinking in de bodem), slene (=A slean), sleng (slenk, geul, moddergat; slenk = langgerekte laagte), slengi (slenken = gebied met veel geulen of moddergaten), sul (moddergat)
Drasland = natte grond, vaak gelegen in laagland en veenland. Drasland was altijd ongeschikt voor landbouw en werd daarom meestal gebruikt als weiland. In het Anglisch werd dergelijke grond vaak genoemd als leag of ley.
** Drasland, Moerasland, Weiland, Hooiland, Landschap, Geologie

Laar:
#Quedam/p111: Alias Lare (1233nC++):
- Zuidlaren (ZA)
- Lahr aan de Vecht in graafschap Bentheim. De regio wordt rond 250vC bevolkt door Angelen uit Lunenburg.
¶ Lahr is vermeld als Leriga op kaart KHS betreffend Saxenland rond 1000nC. De naam kan zijn afgeleid van Anglisch laru (lustoord) + gaw (gouw = regio). De betekenis is dus mogelijk: mooie regio.
** Gouw

 
LACA: Lange Afstand Contacten Angelland tot circa 1500nC
Betreft i.b. informatie, transport en verbindingen.
6000vC Oudste boot van NW Europa gemaakt te Pesse in Drente
Boomstamkano aldaar gevonden in 1955. (# WP)
2000vC++: Ossenweg Jutland-Beieren > Ossenweg
2000vC++: Scheepvaart In en bij het A-Kwartier te Groningen bevinden zich vele aanlegplaatsen voor vrachtboten (Ang: frehtbotan), met name voor de binnenvaart. Bij de Kranepoort ligt de voorhaven van het Reitdiep, waar circa 1550nC en eerder voornamelijk runderen en ander vee werden vetgemest en per boot doorgevoerd via Rotterdam naar Duinkerken en vandaar naar Engeland.
2000vC++ Barnsteenroute -- Oostzee-Dvina-ZwarteZee-Constantinopel. Als handelswaar is barnsteen eeuwenlang een geliefd product. De handel voltrekt zich sinds circa 2000vC van Scandinavië via de Dvina in Rusland naar de Zwarte Zee en verder naar Constanitnopel. > Barnsteen
2000-12vC: Kretalijn In 2000-12vC heeft Zweden handelsrelaties met Kreta en via dat land mogelijk ook met Egypte. Kreta is een Grieks eiland in de Middelandse Zee. Naar zeggen is de Futhark (Germaans Alfabet) afgeleid van het Kreta Alfabet. De Inglo-Goten en later de Angelen zullen derhalve zeker ook contacten hebben met Kreta en zeker op de hoogte zijn van de culturen van Kreta en Egypte. Via die contacten zal zeker ook kennis zijn verkregen over die culture in brede zin. O.a. over technologie, kunst, muziek, etc. De Kretalijn volgt vrij zeker geografisch de Barnsteenroute.
2000vC-1700nC: Ossenweg (Ang: Oxanwaeg): stelsel van zandwegen tussen Denemarken en Zuid Duitsland, waarlangs i.b. ossen worden gedreven naar afnemers. Heeft vele zijwegen, o.a. naar NO Nederland. Dateert al uit de Bronstijd (2000-800vC) > Ossenweg
1375vC: Wetsteen Vondst van stuk wetsteen (scepter; Ang: hwetstan) op eiland Amrum (NW Angeln) met inscriptie thunn. Mogelijk gaat het om de roepnaam Authunn c.q. de Egyptische zonnegod Aton, die sinds circa 3000vC wordt vereerd. Dit bevestigt dan de vroege contacten van NW Europa met het Mediterrane gebied. De ouderdom van de wetsteen is vooralsnog niet bekend. Mogelijk circa 1375vC. Aton wordt namelijk na de dood van farao Amenhotep IV (1410*-1350vC) afgezworen. Deze farao was de grote promotor van de zonnegod Aton en noemde zich daarom Achnaton. > Zonnecultus
650vC: Prinses van Maashorst In Maashorst bij Uden in Noord Brabant zijn resten gevonden van een praalgraf uit de 7e eeuw vC: een enkelbotje, bronzen armbanden, haarvlechtringen van bronsdraad en een ijzeren pincet. Deze resten zijn afkomstig van een jonge vrouw. Zij hoorde kennelijk tot de clan van een regionale vorst en werd daarom gedoopt tot Prinses van Maashorst door vinder archeoloog Richard Jansen van de Universiteit van Leiden. De sieraden zijn volgens hem gefabriceerd in Zuid Duitsland. Verder zegt hij: Ze wijzen op een groot handelsnetwerk en wederzijds contact van lokale vorsten over grote afstanden. #DeTelegraaf 14.9.2011
300vC-1450nC: Zijderoute -- China-ZwarteZee-Constantinopel > Zijderoute
300vC-200nC: SDV (p282):
- vele tweebreukige boerderijvormen in Oost Ndl, wat verwijst naar contacten met Midden en Zuid Ndl
- aardewerkcomplexen uit Achterhoek/ZuidTwente tonen verwantschap met Rivierengebied Zuid Ndl
150vC: Angelen wonen tussen Denemarken-NoordZee-Rijn-Elbe-Saale > Angelland
12vC-50nC: SDV (p283):
- komst Romeinen verandert netwerken (contacten) tussen Oost Ndl en Midden en Zuid Ndl
- zgn Fries aardewerk =* Ndl [Anglisch] variant op Elbegermaanse aardewerk
- introductie RijnWezerGermaans [Anglisch] aardewerk (RWA)
0-200nC: culturele relaties tussen Oost en Zuid Ndl minimaal (SDV p283)
25nC: Romeinen controleren scheepvaart via de Rijn naar Brittannia vv. De Rijn is in die tijd de zuidgrens van Angelland. E.e.a. betekent dat ruim vóór 25nC zeker al contacten zijn tussen Angelland en Brittannia.
- 100nC: SDV (p281): NO Nederland:
- veel aardewerk artefacten; deels NO-Nederlandse stijl, deels stijl Midden&Zuid Nederland
- NO Nederland overgangzone tussen Jastorf-cultuur (Elbemonding) en LeTène cultuur in Zuid Nederland
100nC++: groeiende contacten tussen Germanen [Angelen] en Romeinen (SDV p281)
110nC++: Twentse soldaten in Noord Yorkshire > Tubanten
150-300nC++: SDV (p282):
- gereguleerde contacten tussen Noord [Angelen] en Zuid (Romeinen, Bataven, Franken etc) Nederland
- in Zuid Ndl meer materiaal uit Noord Ndl (boven Limes)
200nC++: snelle groei culturele relaties tussen NO Nederland en Zuid Nederland; i.b. toename nigra(Romeins)-achtig aardewerk van draaischijf (SDV p283)
200nC++: massamigratie Angelen naar Thuringen > Thuringen
235nC: Slag bij Oldenrode/Hannover tussen Angelen en Romeinen > Oldenrode
300-350nC: Hwicce naar Brittannia. Rond 350nC wonen de Hwicce in de Cotswolds in midden Engeland. Het is een Anglische stam, die ergens rond 300nC vanuit Angelland naar Brittannia migreert. > Hwicce
405nC: Militaire campagne Offa van Angeln vanuit Haithabu tot aan de Rijn en Maas. Hij weet dat Saxen en Swaefen Angelland waren binnengedrongen. > Offa van Angeln, Offaland
420nC++: Widsith van Myrgingum reist verre afstanden door Europa. > Widsith
449nC: Vortigern in Brittannia stuurt missie naar koning van Angeln om hulp te vragen in zijn strijdt tegen de Picten en Scoten. > ASC
450-550nC: rond 4 miljoen Continentale Angelen migreren naar Brittannia. Ze ontvluchten de natheid in Angelland door de langdurige stijging van de zeespiegel en weten dat in Brittannia de situatie beter is. > Migratie
500-600nC: SDV (p282):
- aardewerkcomplexen uit o.a. Zelhem en Deventer tonen nog vele contacten met Midden en Zuid Ndl
- aandeel Rijnlandse importen is hoog
- Hessen-Schortens aardewerk bepaalt grotendeels het beeld
539nC: Anglische vloot van 400 schepen van Haithabu naar Rijnmond > Radiger
tot 550nC: uitwisselingen tussen NO Ndl en rivierengebied Midden Ndl (SDV p283)
750nC++: bootvormig huistype model Zelhem, afkomstig uit Midden Ndl (SDV p282)
752nC: Lebinus uit Yorkshire missionaris in NO Nederland. > Lebinus
780nC++: Offa van Mercia heeft moeizame betrekkingen met het Frankische Rijk onder Karel de Grote. Maw: Offa weet wat er rond Angelland gebeurt.
782: De Oude Saxen en de Franken vechten. #ASCV
In Engeland is men daarvan kennelijk op de hoogte. Er zijn dus lange afstand contacten.
Boerstok: (Angl: bourstocc) stok met berichten in code erop, die werd bezorgd door een bode. In Vledder (Drente) staat een beeldengroep met een bode die een boerstok overhandigd.
** Telecom, Inglo-Goten, Anglische macht, Scheepslijnen

Ladangpolitiek: > Expansie, Lässigkeit, M35

Lahra:
Anglisch god. Genoemd door Johan Picardt in zijn boek over de geschiedenis van Drenthe (1640). #HDB/p30

Lampen: > Verlichting
Land:: > Grond
Landadel: > Adel

Landbestuur: (LBS:)
De Anglische koning heeft thegns (thains = leenmannen) en vertrouwelingen. Hij bestuurt het land met hulp van de Witan ook genaamd Witan Gemot, een raad van wijzen gekozen door hemzelf. Deze Witan adviseert de koning, maar kan hem ook dwingen, zoals soms gebeurt. Ook kan de Witan een nieuwe koning benoemen. (#WAB/p178) > CABA, Witan
Land (land):
-- cyning (koning), brego (vorst, koning), cwen (koningin) > Koning
-- Witan (Raad van Wijzen) > Witan
-- seatul (zetel, hoofdstad) > HHA
Hoofdstad:
-- Haithabu (650vC-737nC) Deze stad lijkt in 650vC-489nC de hoofdzetel van het Anglisch Rijk. In 489nC sterft koning Eomar van Angeln. Met zijn dood eindigt koninkrijk Angle te bestaan. De helft van de Angelen in Angelland is namelijk gemigreerd naar Brittannia wegens de grote watersnood die Angeln bijna helemaal doet verdrinken. > HHA, M35
-- Hof Englandi (737-801nC) Dit hof ligt in Beekbergen bij Apeldoorn, op veilige afstand van de Denen en Saxen. De term hof betekent in die tijd dat er een kasteel of versterkt huis staat waar de regionale heerser zijn territoir bestuurt en recht spreekt. Hof Englandi stelt dus veel voor in die tijd. Ze lijkt gesticht door Wibald van Englandi (c 720-780nC), die een zoon kan zijn van Xx van Angeln (c 685-745), de laatste koning van Angeln. Hij zal naar Beekbergen zijn gevlucht nadat de Denen Angeln hadden veroverd en er een einde kwam aan het Koninkrijk Angle.
-- Bron ZWH/p10 schrijft:

Voor een goed begrip van de oudste geschiedenis van onze omgeving [Haarle/Gld] zullen we nog iets verder terug in de tijd moeten duiken, en wel naar de 8e eeuw, de periode van keizer Karel de Grote, de verbreider van het christendom in deze streken. Het was op last van deze keizer Karel, dat Ludger het christendom ging prediken in de Achterhoek en Westfalen. ... De bekeringsmethoden waren, voor zo ver het keizer Karel betrof, hardhandig: er stond doodstraf op de weigering je te laten dopen en op het verbranden van doden (in die tijd werd cremeren als heidens beschouwd); op zondag was men verplicht om naar de kerk te gaan. Kortom, een bekering onder harde dwang. Daar er geen hof was, moesten de christenen zelf de economie regelen en belasting werd betaald aan de kerk.
De bron stelt dat er geen hof was. Dit lijkt juist. Angelland is minus kernland Angeln nog vrij gebied. > Pax Anglorum
--- 785nC++: Karel de Grote breidt zijn rijk uit tot aan de Elbe. (> Franken) NO Nederland maakt sindsdien enige decennia deel uit van het Frankische Rijk.
--- 801nC: Podolf (gb c 755nC), zoon van Wibald (gb c 720nC), schenkt zijn hof Englandi, annex weiden en rechten, alsmede het woud Braclog (Bruggelen) aan de Abdij van Werden bij Duisburg aan de Rhur. In dit kader lijkt deze schenking afgedwongen door de Frankische heersers. Zulks was vrij normaal in het leenstelsel. Ambitieuse heren dreigden met brandstichting als andere heren niet voldeden aan gedwongen overdracht. > Leenstelsel
-- Coevorden (801nC++) In 801nC is van heel Angelland alleen nog NO Nederland tamelijk vrij Anglisch gebied. (> Pax Anglorum) In dit gebied ligt Coevorden tamelijk centraal. De locatie is een vesting, die mogelijk rond 405nC is gebouwd door prins Offa van Angeln als bolwerk tegen de Saxen. Het lijkt derhalve mogelijk dat Coevorden sinds circa 801nC fungeert als een soort hoofdstad van het resterend Anglisch Rijk, cq NO Nederland. Temeer daar deze stad samen met Drente, Groningen en Gelderland zich later zo succesvol verzet tegen de opdringerige Friezen en Saxen. > HHA, Coevorden
Gouwen:
()A gaw (gouw = graafschap):
-- gawgerefa = gouwgraaf = bestuurder van een gouw
-- gawleadere = gouwleider = leider van een gouw = gouwgraaf
-- landdaeg = landdag = vergadering van afgevaardigden van een gouw
Sinds 1581 wordt Drente bestuurd door een zgn Landdag. Alleen boeren met bezit kunnen deelnemen. De Landdag is een college dat besluiten neemt over recht en bestuur in heel Drente. De boeren komen bijeen met zonsopgang in de open lucht. Oorspronkelijk gebeurt dat in de Balloër Kuil, later in het Grollerholt, een nabijgelegen bos. Anno 1600 verandert het bestuur en komen alleen riddermatigen en eigenerfde boeren bijeen in Assen. #NDD/p57
-- dingpleats = dingplaats = plaats waar de regiovergaderingen worden gehouden; vaak waren het ook plaatsen waar gedingt (recht gesproken) werd. > Dingplaatsen
Gewesten:
-- scire (scyre) = gewest, ambt, deel van een graafschap
-- scirgerefa, scirreeve (scirgraaf) = bestuurder van een scire (gewest)
-- ealdorman = olderman, bestuurder, leider
-- heafdman = hoofdman = dorpsbestuurder
-- haveling = hoveling, hoofdeling, bestuurder
Hundreds:
Een hundred is een deel van een gewest (scire). Oorspronkelijk omvat ze 100 huishoudens (hiws, hids). Later worden de grenzen gestabiliseerd en gaan de hundreds meer of soms minderd huishoudens omvatten. Elke hundred moet 100 man leveren voor de weerdienst. Een hundred wordt bestuurd door een hundman (voorman, aanvoerder, kapitein). > Hundreds
Steden:
-- stead (stad):
-- borgmaester = burgemeester
-- scolt = schout, burgemeester
-- scout =A scolt
-- scepen = schepen = raadslid
-- raed = raad, stadsraad, vergadering
-- raedhus = raadhuis, stadhuis
-- scepenbenc = schepenbank = stadsraad
-- silefest = zijlvest, waterschap
-- sceppere = schepper = bestuurder van een zijlvest
Bestuursmacht: De bestuursmacht in Angelland ligt bij de Koning. Hij laat zich daarbij in moeilijke gevallen adviseren door de Witan, een per situatie samengestelde raad van deskundigen mbt de zaken in kwestie. > Witan
Landbestuur: Het landelijk bestuur is een zaak van de koning en de Witan. 2x per jaar vergadert de koning met de gouwbestuurders.
Gouwbestuur: Angelland bestaat rond 400nC uit 46 gouwen. Een gouw (Anglisch gaw) omvat een streek, bestuurt door een gawgerefa (gouwgraaf) of gawleadere (gouwleider).
Scirbestuur: Een scir wordt wordt bestuurt door een scirgerefa (scirgraaf, sherif) met enige ealdormen (oldermannen). Een scirgerefa is primair een ordebewaker in naam van de gawgerefa.
Landdaeg = landdag = vergadering van afgevaardigden van een regio (scir). Enige malen per jaar roept de gouwleider de de ealdormen (oldermannen, hoofdelingen) in zijn gouw bijeen voor een vergadering. Deze vergadering wordt een landdag genoemd.
Ealdorman (olderman): Hij moet voldoen aan de volgende eisen:
- eigenerfd zijn
- minimaal 30 grazen (15 Ha) land bezitten
- vrij man zijn
- geboren zijn uit een wettig huwelijk
- geen misdaden hebben gepleegd
Stadbestuur: Steden hebben een bestuur bestaande uit scolt (schout) + scepens (schepenen). Zij vergaderen regelmatig. Steden staan op het zelfde nivo als scirs. Schout en schepenen moeten beantwoorden aan dezelfde eisen als oldermannen.
Ambtenarij: De oude Egyptenaren kennen ambtenaren. Het lijkt dus niet onwaarschijnlijk dat ook de Germanen c.q. de Angelen ambtenaren kennen. Vooralsnog is daarover echter niets bekend. Sinds 2000vC heeft Zweden al contacten met Kreta. Het nabijgelegen Haithabu zal dus sinds haar bestaan rond 665vC zeker ook wel contacten hebben met Kreta, dat als schakel fungeert tussen Egypte en Noord Europa. > Kreta
Reikweidte: Hoe ver de macht van het centrale bestuur reikt, is vooralnog niet bekend. Echter:
-- Gezien de schans Duno bij Heaveadorp/Arnhem aan de Rijn, is het denkbaar dat de macht van Haithabu toch aardig ver reikt. Vanuit Duno worden immers in 50-430nC de Romeinen in de gaten gehouden en bestookt.
-- In 400-500nC wordt Brittannia voor een groot deel gekoloniseerd door de Angelen. Er worden Anglische soldaten en burgers gestuurd naar het eiland. In 446nC vraagt Vortigern (een regionale machthebber) steun aan de koning van Angeln (Offa) om meer troepen te sturen om hem te helpen in de strijd tegen de Picten. Haithabu houdt er de boel dus goed in de gaten.
-- In 470nC migreert prins Icel van Angeln, zoon van koning Eomar, met vele stamgenoten naar Brittannia en sticht daar koninkrijk Mercia. Kennelijk was hij goed geïnformeerd over de situatie en kansen in Brittannia.
-- 489nC Koning Eomar van Angeln sterft.
-- 489nC Bestuurlijk apparaat Angelland stort ineen.
-- 489nC Einde Koninkrijk Angle. Mogelijke oorzaken: gedeeltelijke leegloop van Angeln, waardoor de bevolkingsdichtheid sterk is verminderd en de besturing en verdediging van Angeln nagenoeg onmogelijk lijkt geworden. Dat geldt ook voor de rest van Angelland. De migraties naar Brittannia vonden namelijk plaats vanuit heel Angelland.
** Landraad, BIA, MIA, Koninkrijk, Maatschappij, Bestuur, CABA, HCAB, Gouwen, Mallus, Witan, Olderman, Politiek, Rechtspraak, Dingplaatsen, Landinrichting, Telecom

Landbezit: > Grondbezit

Landbouw: (LBW:)
()A acer (=A acre), acre (akker, veld), acrebour (akkerboer), acreman (landbouwer), aecer (=A acre), aecweal (eikenwal = aarden wal met eiken hakhout ter bescherming akkerland tegen wild), aenwonne (plek van akker waar ploeg wordt gekeerd), aetes (haver), aetesfeld (haverveld), aex (bijl), ale (gier), angel (schuthaar aan aar van rogge, haver of gerst), ates (haver), axe (=A asce), boland (bouwland), bour (boer), bowan (verbouwen, landbouwen), bowhus (boerderij), bowland (bouwland), bowman (landman, landbouwer), bracan (ww ploegen), brace (geploegd land waarop wisselende gewassen worden verbouwd), brace (akkerland begrensd door houtwal), braecacre (braakakker = onbebouwde akker), braend (brand = afgebrand veld gebruikt voor landbouw), breadacre (broodakker = vruchtbare akker), breanacre (brede akker), brocce (bouwland omheind met houtwal), busacre (bosakker), caeracre (kaarakker = karige akker = akker die weinig oplevert), cawtar (=A hrosmaesse), ceaf (kaf), ceald (=A cold), ceyacre (keiakker = onvruchtbare akker met veel stenen), cniht (knecht), cold (schraal), coldhorn (schraal stuk land), cole (kool), colsaed (koolzaad), coppelsaed (koppelzaad), corn (koren), cornacre (korenakker), corngast (korengeest; # Mythologie), cornpyt (korenput = droge put voor bewaren van koren), costfurlorn (kostverloren = onvruchtbaar land), cot (schuur), cour (koren), couracre (korenakker), courcaemp (korenkamp = akker waar koren wordt verbouwd), courgast (korengeest; # Mythologie), courpyt (korenput = droge put voor bewaren van koren), crumacre (kromme akker: smalle langwerpige akker in de vorm van een S of C), crucacre (kruisakker = akker aan de grens van een kerspel), cyththacre (hennepakker), eagtha (eg, egge), eagthan (ww eggen, bewerken met eg), eardha (ploeg), eardhan (ww ploegen), eas (es), easgrund (esgrond), easland (esland), falga (bouwakker), feldacre (veldakker = akker buiten het ontgonnen gebied), feldcaemp (veldkamp =A feldacre), fleaxbow (vlasbouw), fleggel (dorsvlegel), foresten (grenssteen tussen akkers), fruhtacre (omheinde akker), furdread (slecht stuk land), furh (voor = spoor gemaakt door ploeg), fuyle (onkruid), gaensacre (vruchtbare akker), gear (geer = spits land), gaerf (garve, bos gemaaide en gebonden graanhalmen), gaerfgudh (erf met plicht tot geven van de garve), gaerfland (land met plicht tot geven van de garve), geaffel (gaffel = vork met twee tanden, hooivork), geoc (=A yok), geseys (bouwland), gield (oogst), gieldan (oogsten), gihwaesan (gewassen), goldweorp (uitstekend stuk land), gor (mest), grain (graan), grainacre (graanakker), grainfeld (graanveld), graes (gras), graes (gras), graesland (grasland), grund (grond), hac (hak, schoffel), haccian (hakken, schoffelen), haerfan (ww oogsten), haerfest (oogst), haerfestan (ww oogsten), haerfta (oogst), haefre (haver), hagolcruc (hagelkruis = kruis om gewas te beschermen), halfsaed (halfzaad), ham (=A hamacre), hamacre (hamakker = afgeperkte grond), hanc (rek, droogschuur), harc (hark), harcsal (harksel, met hark bijeen geveegd maaisel), harwan (ww eggen), harwe (zn eg), have (have, hoeve), heddeploh (heideploeg; # akkerbouw), hellacre (schuine of glooiende akker), hemmolrice (hemelrijk = grond van prima kwaliteit), hieg (hooi), hiegan (hooien), hiegland (hooiland), hors (paard, ros), hoy (hooi), hoy pluccian (hooi plukken), hoyan (hooien), hoybaerg (hooiberg), hoyland (hooiland), hoypluccere (hooiplukker), hoyslaeg (hooislag = laag gelegen hooiland), hoysticc (hooiberg), hoywaegn (hooiwagen), hros (=A hors), hrosmaesse (rosmes = scherp puntmes in ploegbalk), landbow (landbouw), maed (maat, grasland), maedere (maaier), maedwe (=A maed), maest (mest), maestan (mesten, bemesten), mancsaet (gemengd graanzaad), misgield (misoogst), misgihwaes (misgewas, misoogst), muga (hoop koren), muha (=A muga), ogest (oogst, oogstmaand, Augustus), oust (=A ogest), Oustmaent (Oogstmaent, Augustus), oxa (os), oxa (1 morgen = 0.9 Ha = omvang van land, dat een boer met 1 span ossen in 1 morgen kan ploegen), oxan (ossen), oxeagth (osseneg), pealgaersta (gersteveld op zandhoogte), piccan (maaien), piccere (maaier), plante (plant), ploh (ploeg), plohan (ww ploegen), plohman (ploeger), plohwinninge (landbouwbedrijf), pong (bos aren), pongan (aren binden), pongel (=A pong), raca (raak, reek = # hooivork), racian (harken), racu (hark), raepsaed (raapzaad), raepstic (raapveld, knollenveld), ream (smalle strook bewerkt of geploegd land), refa (rijf, hark), refan (reven, harken), reke (reek, riek, hooivork, mestvork, hark), rekian (reken, harken), ripan (rijpen, maaien, oogsten), ripe (rijp), roffle (spade, schop), royan (rooien), rut (onkruid), ryfe (reve), ryge (rogge), saed (zaad), saedere (zaaier), saedling (zaailing = jong plantje dat uitgezet wordt), Saeter (god van de landbouw), sawan (=A sayan), sawland (=A sayland), sayan (zaaien), sayland (zaailand), scaerfel (klein gescheurd ofwel omgeploegd veld), scaerfeld (gescheurd ofwel omgeploegd veld), sceadfurh (scheidingsvoor tussen twee akkers), sceaf (schoof, bos, bundel), sceafing (schoofrecht = recht op aantal schoven van oogst conform oppervlakte), scerscreac (vogelverschrikker), scokke (hoop hooi; 12-16 schoven), scoppa (schuur), scot (scheut, loot, rank), scotacre (schotakker = korte akker), scuffel (schoffel), scuffelan (schoffelen, schuivelen), scurfacre (schurftakker = land waarop weinig wil groeien), seys (zeis), seysan (zeisen, maaien), siccan (maaien, oogsten), sicman (maaier, oogster), sicol (sikkel), sict (zicht = zeis met korte steel), sictan (maaien), sieoweand (hoge akker), sigdan (maaien), sigde (=A sict), sille (stuk land dat in één dag geploegd kan worden), sithe (zeis), siweand (=A syweand), slath (sloot), smeagdland (land dat weinig oplevert), snoad (snode = handvat van sikkel), soracre (zandakker), spada (spade), spadan (ww spitten), spadu (spade), spicer (voorraadschuur), spitt (spade, schop), spitt (1 spade diep of vol), spreot (spruit, spriet, tak), streamp (stramp = boomstronk), streampacre (strampenakker = akker met boomstronken in de grond), streaw (stroo), strufacre (droge akker), stryacre (strijdakker = akker waarover strijd bestaat/bestond), strybba (lastig bewerkbaar veld), stufacre (stuivakker = akker bij zandverstuiving), stuppel (stoppel), stuppelfeld (stoppelveld = gemaaid akkerland. Hierop wordt vee gezet om de stoppels te eten en het veld stoppelvrij te maken. Goed voor het vee en makkelijk voor het ploegen.), sulh (sul, ploeg), sulhan (zeulen, ploegen), sulle (=A sille), sumorcorn (zomerkoren), swilan (zwelen = droog gras samenharken), syweand (laag gelegen akker), tearwa (tarwe), therscan (dorsen), treckhros (trekpaard), under the ploh (bebouwd land), ungenath (slecht stuk land), ungesawad (niet ingezaaid), waenna (wan = platte mand van gevlochten wilgetenen om kaf van koren te scheiden), weanda (akker), weandan (ww wenden, keren, ploegen), weod (onkruid), weorp (stuk land), witacre (zandakker), wyrtalbour (wortelboer), yok (juk = trekboog van osseploeg), yok (juk = hoeveelheid land dat een juk ossen in één dag kan ploegen = 1 gras)
Soortnamen: Balken in huizen, molens, schuren, karren, ploegen, zeisen en andere houtwerken hebben in het Anglisch vaak een eigen afzonderlijke soortnaam afhanklijk van hun aard of functie. Akkers en weiden hebben normaliter ook een eigen soortnaam. Dat heeft vaak te maken met hun gesteldheid, vorm, ligging of gebruik. > Soortnamen
1.5miljvC++ Landbouw ontwikkelt zich uit de volkstuinen in Ethiopia. Mensen kweken in hun eigen tuin zelf hun groenten, vruchten en kruiden voor eigen consumptie. Via Egypte en Mesopothamia verspreidt de landbouw zich naar Europa. In 2000-1000vC bedrijven slaven akkerbouw in West Rusland, Polen en Tjechia.
Eostre: Anglische godin van de landbouw, etc. > Eostre
Saeter: Anglische god van de landbouw. (> Saeter) De week bestaat uit 7 dagen. Naast Saeter worden ook genoemd Sunndaeg (zondag; gn naar de zon), Maendaeg (maandag; gn de maan), Tiwesdaeg (dinsdag; gn naar de god Tiwas, god van de Gerechtigheid), Wodnesdaeg (woensdag; gn Wodan, oppergod der Angelen), Thuresdaeg (donderdag; gn Thor/Donar, god van oorlog en donder), Frigedaeg (vrijdag; gn Freya, godin van de liefde); Saeterdaeg = zaterdag; gn Saeter. Alle Anglische weekdagen zijn genoemd naar belangrijke figuren in de Anglische cultuur. Aangezien de Angelen nog meer belangrijke cultfiguren kennen en er maar zeven zijn genoemd in de weekdagen, mogen we aannemen dat Saeter een zeer belangrijk cultfiguur is voor de Angelen en daar Saeter de Anglische god van de landbouw is, mogen we stellen dat de landbouw een primaire rol speelt bij de Oude Angelen.
Angeln is het oudste woongebied van de Angelen. (> Angeln) Ze bestaat voornamelijk uit licht heuvelig laagland. Aan de westkant liggen de zandgronden van de Baltische Rug met een top van 168 meter. Naar het oosten daalt de grond naar de vruchtbare leemgronden langs de Oostzee. Daar is van oudsher veel landbouw, met vooral vele koolzaadvelden.

Per saldo mogen we concluderen dat de Angelen van oorsprong voornamelijk landbouwers zijn.
600vC++ Gezien de aanleg van raatakkers in Nederland door de Angelen mag worden geconstateerd dat de Angelen zeker al vroeg landbouw bedrijven. Raatakkers stammen uit de IJzertijd (800vC-12nC) en komen voornamelijk voor in Noord Europa. De eerste Angelen arriveren rond 500vC in Noord Groningen. Ze zullen derhalve de raatakkerbouw zeker al kennen. > Waddengebied
600vC++ Angelen gebruiken mest uit schapenstallen om hun akkers te bemesten. > Mest
600vC++ Eeuwenlang laten Angelen na het maaien een schoof op de akker achter voor het paard van Wodan. #HED/p8;KBG
400vC++ Vanaf circa 400vC neemt de omvang van boerderijen in NO Nederland toe. I.b. de stallen. Oorzaak: grotere nadruk op bemesting van akkers. Langdurig en intensief gebruik van akkergrond is namelijk niet mogelijk zonder bemesting. (SDV p281-83)
200vC++ Rond 200vC wonen er Angelen in Wekerom op de Veluwe. Aldaar zijn raatakkers gevonden uit die tijd. Dit bewijst dat de Angelen in die tijd al landbouw bedrijven.
100vC++ Aanvankelijk verbouwen de Angelen alleen emmertearwa (emmertarwe) en baerlic, bere (gerst). Rond 100vC wordt ook ryge (rogge) verbouwd.
50nC++ Mogelijk zijn de Angelen oorspronkelijk primair landbouwers. Hun god Saeter is namelijk gemodelleerd naar de Romeinse god Saturnus, de god van de landbouw. > Saeter
98nC++ Tacitus schrijft: Germania biedt een grote afwisseling aan bossen en moerassen. Er wordt veel graan verbouwd. De Germanen hebben veel koeien, maar die zijn klein en mager. (TAG/G5)
235nC++ Rond 235nC woedt een hevig veldslag tussen Angelen en Romeinen in Harzhorn bij Oldenrode, ten zuiden van de stad Hannover in Noord Duitsland. Tijdens recente opgravingen aldaar zijn o.a. gevonden schoffels van ijzer. De regio Oldenrode wordt rond 250vC bevolkt door Angelen uit Lunenburg. De vondst van de schoffel in Harzhorn bevestigt derhalve dat de Angelen rond 235nC zeker al ruime tijd land- en tuinbouw bedrijven.
450nC++ Angelen zijn uitstekende boeren, die veel landwerk doen. Zij fokken dieren die in deze tijd nog veel te zien zijn. Bijen houden gebeurt op grote schaal. Ze zijn uitstekende jagers, die gek zijn op honden en paarden. Valkenjacht is een populaire sport. #WAB/p171
 
600nC++ Aanvankelijk verbouwen de Angelen alleen emmertearwa (emmertarwe) en baerlic, bere (gerst). Rond 100vC wordt ook ryge (rogge) verbouwd. Later komen daarbij ate (haver), grain (graan), cole (kool), colsaed (koolzaad), haefre (haver), raep (raap), ryfe (reve), spelt (spelt), fleax (vlas) en hwaete (weit). Rechts: een Anglische bour (boer) rond 600nC die z'n land inzaait. (@ afb ©) Opmerkelijk is dat hij kennelijk clumpan (klompen) draagt.
 
700nC++ Bron SDV/p281 schrijft dat raatakkers een vorm zijn van extensieve landbouw. Rond de jaartelling worden ze steeds meer opgegeven. Door de aanleg van essen sinds circa 700nC komen vele raatakkers onder essen te liggen.
750nC++ Bron ZWH/p10 schrijft:
Voor een goed begrip van de oudste geschiedenis van onze omgeving [Haarle/Gld] zullen we nog iets verder terug in de tijd moeten duiken, en wel naar de 8e eeuw, de periode van keizer Karel de Grote, de verbreider van het christendom in deze streken. ... Daar er geen hof was, moesten de christenen zelf de economie regelen en belasting werd betaald aan de kerk. De kloosters namen in die samenleving een uiterst belangrijke plaats in. ... Ze leerden de boeren de technieken van de landbouw en zij waren het ook die in ons land met de aanleg van de rivierdijken begonnen.
800nC++ Ondanks de kerstening van Angelland blijven de oude Angale waarden voortleven. Vele Angelen brengen nog vaak offers aan hun goden en laten na het oogsten liever twee schoven op de akker staan voor het paard van Wodan, dan dat ze één schoof geven aan de pastoor. #HED/p9;KBG > Angalisme
1066 Uit het Doomsday Book blijkt o.a. dat in 1066 Engeland een archaïsch land is. Ruim 95% van de bevolking leeft en werkt op het platteland en slechts 5% in de steden. Waarschijnlijk verschilt Engeland daarin niet veel van andere landen in Europa.
1850++ Bron ZWH/p74 schrijft: "In de lente kregen het huis en de deel een grote schoonmaakbeurt. Op het land werden de aardappels gepoot en de haver werd gezaaid. De molshopen werden verstrooid en de mest werd op het land uitgeharkt waarna ze, als ze was gedroogd om te kunnen dienen als strooisel voor varkens en koeien. Dan volgde het wieden van de haver en het zaaien van de bieten. Inmiddels was dan de tijd alweer rijp om te gaan hooien; er werd gemaaid met de machine, getrokken door een of twee paarden. Vervolgens was de rogge aan de beurt. Als die los was en aan de 'gas' stond van 4 of 6 schoven, werd daar traditioneel een borrel op gedronken: 'stoppelhanen' heette dat feest ('hanen' verwijst naar de haan of de hanen die bij deze gelegenheid werden gegeten; het betrof de hanen van de voorjaarsbroed). Waren de schoven droog, dan werd alles naar binnen gereden en vervolgens moest er snel worden geploegd omdat het knolzaad vóór 10 augustus gezaaid moest zijn. Aansluitend maaide men de haver en rooide de aardappelen. De knollen voor het vee werden in de herfst geplukt. En dan was al weer gauw de slachttijd aangebroken. In november of december werd er bij alle boeren een varken of koe geslacht. De slachter kwam daarvoor aan huis en hij zorgde ook voor het inzouten van het vlees terwijl de vrouwen metworst, leverworst, braadworst en bloedworst maakten. De winter was de tijd waarin de mannen hout gingen hakken voor het vuur en de vrouwen de handen vol hadden aan naai- en verstelwerk."
2010 Vogels zijn vaak een plaag voor akkers die net zijn ingezaaid. Ze pikken veel zaad weg. Boeren hangen daarom in de akkers vaak gedode kraaien aan een stok om andere vogels af te schrikken. Anno 2010 zijn deze scerscreacs (vogelverschrikkers) nog te zien in NO Nederland en in Engeland. (# FRI, BBCtv/countryfile)
** HKA (Historische Kernwaarden in Angelland), Agrocultuur, Wekerom, Rogge, Oldenrode, Gewassen, Esgrond, Boerderij, Akkerland, Ploegen, Mest, Klompen

 
Landbouwproducten: (LBP:)
()A aerpel (aardappel), baerlic (=A bere), bere (gerst), cole (kool), colsaed (koolzaad), cuworde (komkommer), emmertearwa (emmertarwe), fleax (vlas), gearst (gierst), grain (graan), haefre (haver), hwaete (weit, boekweit), nutan (noten), raepan (rapen), raepsaed (raapzaad), ryfe (reve), ryge (rogge), tearwa (tarwe), waermos (warmoes, groente), weatha (tarwe)
** Gewassen

Landdag: (LDG:)
()A felddaeg (=A landdaeg), gerefa (graaf = bestuurder van een gow), landdaeg (landdag = vergadering van afgevaardigden van een gouw)
800nC++: Angelland is verdeeld in gouwen. Elke gouw omvat hundreds (honderdschappen). Aan het hoofd van een gouw staat een graaf. Hij is voorzitter van de ding (vergadering). De hundred wordt bestuurd door een schulte (schout; Angl: scolt). Bij afwezigheid van de graaf, wordt hij vervangen door een schulte. (#DRG/p17) > Graaf
---- Controleurs: De koningen vertrouwen hun graven niet altijd en sturen daarom controleurs om de graven te controleren. Deze controleurs (missi dominici) leiden soms ook Landdagen namens hun heer en zijn soms ook voorzitter van het Gerecht. #DRG/p17
1581++: Sinds 1581 wordt Drente bestuurd door een zgn Landdag. Ze is voortgekomen uit de Etstoel. Alleen boeren met bezit kunnen deelnemen. De Landdag is een college dat besluiten neemt over recht en bestuur in heel Drente. De boeren komen bijeen met zonsopgang in de open lucht. Oorspronkelijk gebeurt dat in de Balloër Kuil, later in het Grollerholt, een nabijgelegen bos. Anno 1600 verandert het bestuur en komen alleen riddermatigen en eigenerfde boeren bijeen in Assen. #NDD/p57
** Etstoel, Landbestuur

Landdagen: > Landdag

Landfort:
Landgoed op 2.5 Km ZO van Ulft in De Liemers. De regio rond Landfort is rond 150vC bevolkt door Angelen uit de Achterhoek. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch landford = voorde naar een akker of wei. Voorde = doorwaadbare plek in beek of rivier.
¶ Landfort ligt aan de Oude IJssel en nogal hoog vergeleken met de oude veengrond eromheen. Aldaar kan dus zeker een voorde hebben gelegen, zijnde een doorwaadbare plek in een beek of rivier. De naam lijkt dus zeker van zeer oude datum en van Anglische herkomst.
Landford is een village in Wilthshire, ZW Engeland. De civil parish Landford heeft 1142 inwoners (2010). Nabij Landford ligt Landford Bog, een groot veengebied annex natuurreservaat.
¶ De naam Landford komt voor als familienaam in Engeland en Amerika.
# FRI, DAB, KBG

Landgoederen: > Buitenplaatsen
Landhuizen: > Buitenplaatsen

Landinrichting: (LIN:)
btr Angelland (Angle)
Regionivo's:
- cynerice = koninkrijk > Koninkrijk Angle
- Witan = Raad van Wijzen > Witan
- scere, wist, landscip = gewest, provincie; ME shire > Gewesten
- heretoga, hertuge = hertog = leider van een gewest
- gow = gouw, graafschap; ME county > Graafschappen, Gouwen
- hundred = regio met 100 huishoudens = deel van gow > Hundreds
- borough = borgambt > Borgambt, Vestingen
- casselry = kasselrij = borgambt; # canton
- stead = stad > Steden
- scoltdom = schoutambt > Schulte
- herlicdom = heerlijkheid > Leenstelsel
- thorp = dorp > Dorpen
- inga = streek, buurt > Inga
- bur, rad = boer, buurt > Buurtschap
- heod, hod = buurt, gehucht > Gehuchten
- tithing = streek met 10 huishoudens = deel van hundred > Holthing
- wic = wijk
- bloc = blok
- maerc = marke > Markegrond
- rodd = straat > Wegen
- thun, tone = tuin, omheinde grond, nederzetting > Nederzettingen
- earf = erf > Erfzaken

Bestuurslagen: (c 400nC)

REGIO
rice
rijk
wist
gewest
gow
gouw
burough
borgambt
hundred
honderd
tithing
tienschap   burscip
buurschap   wic
wijk
bloc
blok
Km2
45.000 
212x212 
6.429
80x80
952 
31x31 
142
12x12
25
5x5
10
2x2
--
--
--
--
--
--
TL 
-1
--
-7
--
-7
--
-7
--
-6
--
10
--
--
--
--
--
--
--
HOOFD
cyning
koning
hertuge
hertog
gerefa
graaf
burggerefa  
burggraaf
hundman
hondman
foreman
voorman
burheafd
buurthoofd
wicheafd
wijkhoofd
blocheafd
blokhoofd
RAAD 
ricdaeg 
rijksdag 
wistla
gewestraad  
gowraed
gouwraad
burgraed
borgraad
xx
xx
holting
holting
burraed
buurtraad
wicraed
wijkraad
blocraed
blokraad
ZETEL
hofstead
hofstad
wistlawudu
gewestwoud  
thinghofe
dinghof
burghus
borghuis
xx
xx
holthus
holthuis
burbrink
boerbrink
wichus
wijkhuis
blochus
blokhuis


> Rijksdag, Hofstad
> Landdag, Etstoel

> Dingsdag

> Burggraaf, Borgambt, Steden
> Hundman

> Holting

> Buurtschap




soort bolwerk

> Landbestuur, Landraad, Koning, Gewesten, Graaf, Hundman, Bestuur, Burchten, Steden, Holting, Ealdorman, Bestuurscentra

Hantshire/Engeland: Dit graafschap grenst in het noorden aan Barke Shire, tegenwoordig genaamd Berkshire.

    

         boven: kaart van Noord Hantshire rond 1600 AD gemaakt door John Speede

John Speede (alias Speed; 1552-1629) wordt beschouwd als de beste cartograaf en historicus in zijn tijd in Engeland. (#WKP 6.4.2014) De hundreds zijn duidelijk vermeld. De nederzettingen zijn te herkenen als omheinde locaties.

¶ Anglisch:
sceran = toedelen, beschikken, bepalen, vastleggen; ON sceren
sceran =A scyran
scere (sceare, scir, scyr) = gewest, zone, deelgebied; ON scere, scheere
NB Grote Scheere (Holthone/Hardenberg) en Kleine Scheere (Coevorden). Beide locaties liggen tamelijk hoog en de grond lijkt voornamelijk te bestaan uit zand en leem. (FRI jul 2011)
scergerefa (scirgerefa, scirreeve) = scergraaf = ordebewkaker in een scere; ME sheriff
scire (scyre, sceare, scere, scir) = afgesneden stuk land = zn scheur, gewest, graafschap, gouw, regio, zone; ON scheere; DR schier; AS skeur, skiere; ME shire
Etstoel: Adellijke raad voor bestuur en rechtspraak in Drente > Etstoel
Hundman: Anno 2012 komt Hundman nog voor als familienaam in Groningen en Den Haag. De naam betekent hetzelfde als Kapitein.
Blokhuis: De familienaam Blokhuis lijkt afkomstig uit Dinkelland, waar ze veel voorkomt. Mogelijk sotnd daar dus ooit een blokhuis, zijnde een bolwerk of fort.
rond 400nC:
- is Angelland circa 45.000 Km2 groot > Angelland
- telt Angelland circa 7 miljoen inwoners > Demografie
- wonen in Angelland circa 7.000.000/45.000 = 156 mensen per Km2
- telt Angelland 55 gouwen > Gouwen
-- telt elke gouw circa 7.000.000/55 = 127.272 inwoners
-- is elke gouw circa 45.000/55 = 818 Km2 groot = circa 29x29 Km2 groot
-- wonen in elke gouw circa 127.272/818 = 156 mensen per Km2
¶ Anglisch heard = heerd = boerderij met rechten, i.b. olderman en redgerschap
800nC++: Angelland is verdeeld in gouwen. Elke gouw omvat hundreds (honderdschappen). Aan het hoofd van een gouw staat een graaf. Hij is voorzitter van de ding (vergadering). De hundred wordt bestuurd door een schulte (schout; Angl: scolt). Bij afwezigheid van de graaf, wordt hij vervangen door een schulte. (#DRG/p17) > Gouwen, Hundred, Graaf
---- Controleurs: De koningen vertrouwen hun graven niet altijd en sturen daarom controleurs om de graven te controleren. Deze controleurs (missi dominici) leiden soms ook Landdagen namens hun heer en zijn soms ook voorzitter van het Gerecht. #DRG/p17
1967: bevolkingsdichtheid NO Nederland (West Angle):

regio
Groningen
Drente
Overijssel
Gelderland  
totaal
inwoners
--508.173
--348.000
--932.946
1.508.173  
3.289.119
km2
-2.405
-2.685
-3.929
-5.124 
14.141
 
¶ Uit bovenstaande tabel blijkt de totale bevolkingsdischtheid van NO Nederland rond 1967 circa 3.289.119/14.141 = 233 per Km2. Rond 400nC is de bevolkingsdichtheid in heel Angelland 156 per Km2. In NO Nederland is dat dan zeker navenant. De bevolking is dus gegroeid met een factor 233/156 = 1.5 groot. Dus ondanks de massamigratie in 450-550nC naar Brittannia, is de bevolking toch toegenomen. Vrij zeker door natuurlijke aanwas. Sinds 550nC is er namelijk geen massale immigratie. Wel emigratie naar o.a. Amerika, Canada en Australië.
** BIA, MIA, Regio's, Gouwen, Landbestuur, Bestuur, Volksvergaderingen

Landlopers: (LLP:)
()A bisan (wild rondlopen, zwerven), foddbael (voddebaal, landloper; # scheldwoorden), loddere (loeder, landloper, schurk, wellusteling), paltere (reiziger, zwerver, landloper), prollan (rondzwerven, rondhangen, spioneren, inbreken, stelen), prollere (insluiper, inbreker, dief), rabba (landloper, zwerver), rabban (landlopen, zwerven), sweorfan (zwerven), sweorfere (zwerver), traemp (zwerver, landloper), traempan (zwerven), traewan (bedelen, zwerven), traewant (trawant, bedelaar, zwerver), vagarant (zwerver), wandrian (reizen, trekken, zwerven), whispelan (heen en weer lopen, draaien, zwerven)
Landlopen is volgens de Nederlandse wet: zonder middelen van bestaan rondzwerven. In Nederland is landlopen strafbaar. In België niet. #WP
Veenhuizen bij Norg in Drente. Hier worden sinds 1823 landlopers opgevangen door de Kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid. De mensen krijgen bed, werk, eten en begeleiding en kunnen er recreëren. Sindsdien neemt de landloperij steeds verder af. Van 1920 in 1904 tot 27 in 1963. #WP
Museum: De oude gebouwen van de Kolonie van Weldadigheid in Veenhuizen zijn tegenwoordig een museum. Daar wordt het dagelijks leven en werken van de vroormalige landlopers in beeld gebracht. Jaarlijks worden er ook open dagen georganiseerd. #FRI

Landmacht: > Leger
Landmaten: > MEG (Maten & Gewichten)

Landraad: (LRD:)
()A Landraed (Landraad), wit (fit, wit, zuiver), wit (weet, kennis, notie, begrip, verstand), wita (hij die weet, weter, deskundige, wijze, raadgever), Witan (Raad van Wita's = Raad van Wijzen), witan (weten), Witan Gemot (=A Witan), Witanagemot (=A Witan)


          
 
Boven: Historische afbeelding van koning Penda van Mercia (575-655) in vergadering rond 630nC met zijn sheriffs (gewestleiders) en wita's (raadsleden) van de Witan (Raad van Wijzen). Voorste rij:
- De sheriffs staan rechts (kant van het zwaard) van de koning en dragen gele papen (puntmutsen).
- De wita's staan links (kant van het hart) en dragen witte mutsen. > Mutsen
De afbeelding is afkomstig uit de Engelse Hexateuch uit de 11e eeuw.
# British Library; EU Public Domain; USA No ©
¶ Koning Penda draagt de zgn hertekroon en heeft een zwaard en een staf in handen. De hertenkroon is een oeroude Anglische kroon van ver bevoor de kerstening van Engeland sinds circa 600nC. > Koning, Herten
¶ De mutsen van de afgebeelde wita's zijn zgn puntmutsen, Anglisch paepes, papes. Deze puntmutsen worden door de Angelen al gedragen ver bevoor de komst van het Christendom in Engeland rond 650nC. De puntmutsen zijn geen mijters. Die doen pas rond 950nC hun intrede.
¶ De Landraed bestaat uit de koning, vijf sheriffs, vier wita's en een vrouw. Aan de kant van het zwaard (wereldlijke macht) staan vooraan drie sheriffs en daarachter twee wita's. Aan de kant van de koningsstaf (geestelijke macht) staan vooraan twee wita's en daarachter twee sheriffs en een vrouw. Mogelijk stelt zij de koningin voor. Deze opstelling suggereert de gelijkwaardigheid van sheriffs, wita's en vrouwen. Bij besluitvorming geeft de stem van de koning de doorslag.
900nC++: Koning Aethelstan van Engeland stelt een landraad in. De leden moeten regelmatig bijeenkomen in de hofstad Tamworth. Iedereen moet aanwezig zijn, hoe ver ze ook moeten reizen. Dit is het oudste parlement van Engeland. #BBC4tv 14.2.2014
** Landbestuur, Landinrichting, Witan

Landrecht:
Landrecht is van oorsprong gewoonterecht. In de loop van de eeuwen wordt dit gewoonterecht steeds verder ontwikkeld op grond van de historische rechtsregels en nieuwe inzichten.
650vC++: Lex Anglorum > Lex Anglorum
1412: Drente krijgt eigen landrecht. > Drente
** Recht, Gewoonterecht, Volksvergaderingen

Landsbestuur: > Landbestuur

Landschap: (LDS:)
()A feld (veld), frange (=A fringe), fringe (rand, zoom), landscip (landschap), onginnan (ontginnen), onginning (ontginning)
¶ Volgens bron EWB bestaat het landschap in Noord Europa in het verre verleden voornamelijk uit grote open vlakten begroeid met gras en weinig bomen.
¶ Bron SDV/p281:
- tot 400vC: NO Nederland is landschap met urnenvelden, raatakkers en zwervende erven
- na 400vC: urnenvelden en raatakkers worden opgegeven
- gevolg: urnenvelden en raatakkers liggen sinds circa 700nC vooral onder essen
400vC++: De raatakkers zijn aangelegd sinds circa 400vC door de Angelen, die zich rond die tijd in NO Nederland vestigen. Ze hebben deze vorm van akkerbouw meegenomen uit hun homelands in NW Duitsland. > Raatakkers
¶ In Nederland zijn duizenden raatakkers aangelegd. Voornamelijk op zandgronden in Drente, Salland, Twente en op de Veluwe. Restanten van raatakkers zijn nog te zien in Hijkerveld (Drente), Balloër Veld (Balloo, Drente), Noordse Veld (Zeijen, Drente), Wekeromse Zand (Veluwe) en Emst (Veluwe).
¶ 200vC++: NO Nederland is eeuwenlang een gebied met grote moerasvelden afgewisseld door heidevelden, plassen en zandhoogten met wat bomen waar mensen wonen en werken. Een arm bestaan. Ze houden kippen en geiten en verzorgen een moestuin met groenten en andere planten om zich in leven te houden. De geit is voor hen wat de koe is voor rijke boeren.
150vC++: In Angelheem bij Harreveld (Achterhoek) zijn welputten en goten gevonden, die naar schatting dateren uit circa 150vC. Het gebied lijkt te hebben bestaan uit een groot aantal kleine akkers, waardoor het doet denken aan een raatakker. Nader onderzoek moet daarover nog zekerheid geven. > Angelheem
0nC++: Bron SDV/p281 schrijft dat raatakkers een vorm zijn van extensieve landbouw. Na de jaartelling worden ze steeds meer opgegeven.
98nC: Tacitus schrijft: Germania biedt een grote afwisseling aan bossen en moerassen. Er wordt veel graan verbouwd. Ze hebben veel koeien, maar die zijn klein en mager. Ze denken alleen in aantallen. #TAG/G5
--- Tacitus noemt geen zandgronden. Kennelijk zijn die er nog niet. > Zandgronden
450-550nC: Terpenland verlaten en leeg. In Nederland nog circa 50.000 mensen; vooral in Drente, op de Veluwe en in Limburg. Nederland bestaat nog voornamelijk uit moerassen, wouden, riet, vogels en stilte. (#VVN/p56) De lage regio's zijn dus verlaten, terwijl in de hoge regio's nog mensen wonen. Dit kan alleen maar wijzen op grote overstromingen. > P36
700nC++ Essen: In NO Nederland worden steeds meer essen aangelegd. Gevolg: steeds meer raatakkers komen onder essen te liggen. De locaties van raatakkers en essen horen derhalve tot de oudste Anglische locaties in Nederland. Tot circa 775nC wonen in NO Nederland immers alleen nog Angelen. Daarna komen kleine groepen Saxen settelen in een smalle strook langs de Duitse grens.
700nC++ Enken: bouwland ontstaan door eeuwenlange bemesting, waarbij de bodem per decennium gemiddeld 1 cm stijgt. De oudste enken ontstaan grotendeels na 700nC. Ten oosten van de lijn Zwolle - Raalte - Holten - Bredevoort spreekt men van essen. Ten westen van deze lijn spreekt men van enken of engen. Deze namen worden echter soms ook gebruikt voor oudere of jongere gronden die niet aan de genoemde criteria voldoen.
1825: Het landschap van Nederland kenmerkt zich door de vele prachtige vergezichten. (# Jacob van Lennep) Dat is al ver voordien te zien op vele schilderijen van Nederlandse meesters.
1880++: Bron Overijssel 1880-1930 citeert een tekst:

De reiziger, die per staatsspoor van Zwolle naar Almelo reist ziet, wanneer hij het station Raalte gepasseerd is, nu niet zoo heel veel dat hem zou kunnen verlokken te Nijverdal uit den trein te stappen om er de omstreken te bezichtigen. De heuvelreeks van Holten tot ver voorbij Hellendoorn doemt langzamerhand aan den gezichteinder op; heidevelden en moerassen strekken zich heinde en verre uit, slechts hier en daar afgewisseld door de dennenbosschen, waarmee de berghelling vooral in noordwestelijke richting begroeid is. Groote uitgestrektheden heide worden sedert de laatste paar jaren met dennen beplant, voornamelijk onder leiding van de Nederlandsche Heidemaatschappij, doch van uit de verte gezien schijnt het veld nog kaal. Plotseling, als de trein in den berg gekomen is en zijn weg volgt door eene nauwe gleuf, ziet men ter weerszijden niets dan het mulle zand, waarin zwaluwen hunne nesten hebben uitgegraven. Een enkel oogenblik nog, daar stuift de locomotief in het dal naar beneden.
** soort, Platteland, Velden, Akkerland, Bosland, Moerasland, Veenland, Woestland, Hoogland, Laagland, Raatakkers, Enken, Essen, Wold, Weiland, Woonland, Zandverstuivingen, Geografie, Ontginning, Zandgronden

 
Landsinrichting: > Landinrichting
Landwacht: > ARBA

Landwegen:
()A crane (slingerpad), creon (slingerpad), drife (dreef = brede landweg), drift (drift = brede landweg), drifwaeg (drijfweg = weg waarlangs vee wordt gedreven), herebaene (herebaan = brede en belangrijke weg voor verplaatsing van troepen), lad (weg), ladna (weg naar), leadwaeg (weg waarlangs vee geleid wordt), lane, lone (laan), paedh (pad), trae (tra = smalle bosweg), traec (trekweg = zandweg met karresporen), utdrift (=A leadwaeg), waeg (weg), wrang (slingerpad)
¶ Vele landwegen anno 2009 zijn in feite oeroude wegen. O.a. de zgn Ossenweg en de Hessenwegen. Ze hebben dezelfde richting en nagenoeg dezelfde bochten zoals vroeger. Deze oeroude wegen lopen daar waar onze verre voorouders lopen en gaan vaak over hoge en droge gronden. Oorspronkelijk zijn het smalle voetpaden. Later komen ossen en paarden met wagens en die maken de paden tot brede wegen, waarlangs steeds meer mensen en goederen trekken. Zo ontstaan de handelswegen, heelwegen, herewegen (heer = leger), koningswegen, landstraten en hessenwegen. Door deze wegen ontstaan steeds meer contacten tussen de mensen en goeit de uitwisseling van talen, kennis, ideëen en goederen. De wereld komt daardoor steeds verder tot bloei. Helaas worden de wegen ook gebruikt door legers in oorlog, die elkaar hevig bestrijden en vernietiging, dood en verderf zaaien. Maar uiteindelijk vaak ook weer vrede en voorspoed.
** Ossenweg, Hessenwegen, Veenwegen, Wegen, Vervoer
# HSZ, DAB, KBG

Landweren: (LDW:)
()A eardweorc (landweer, verdegingswerk van aarde, zand en leem), landwer (landweer = verdedigingswerk, leger), thearn (=A thorn), thorn (landweer omringd door doornstruiken)
¶ Landweren zijn verdedigingswerken rond nederzettingen, borgen en andere locaties. Oorspronkelijk gebouwd met aarde. Ze waren bedoeld om ongewesnte indringers te weren. O.a. wilde dieren, rovers en vijandige soldaten. Vaak zijn het dubbele ringen van greppels beplant met doornstruiken, soms enige kilometers lang. Ook werden gebruikt palissaden, ofwel boomstammen met scherpe punten die aansluitend in de grond gedreven zijn. Op enkele plekken waren doorgangen, die bewaakt werden. Soms moest tol betaald worden om toegang te krijgen.
300vC++: Landweren zijn vrij simpele verdedigingswerken en zijn daarom ook tamelijk oud. Ze worden al aangelgd bevoor de komst van de motte, dus ruim bevoor 100nC. Mogelijk al circa 300vC. Tot in de 17e eeuw zijn nog landweren gebouwd.
¶ Landweren of resten ervan zijn voornamelijk gevonden in NO Nederland. I.c. in gebieden met veel bevolking. In Drente zijn weinig landweren gevonden. Dit geeft aan dat Drente relatief dun bevolkt was.
400nC++: Bron WAB/p37 schrijft over de Angelische en Saxische migranten in Brittannia:

Some of the Roman forts, such as Richborough Castle, were taken over [by the Anglo's and Saxons] and garrisoned; but in other cases they preferred to use earthworcs, as their fathers had done, and could not bother to erect walls of stone, especially as most of their men were farmers and soldiers pure and simple, and were not trained, like the Roman legionaries, to turn their hand to other work such as wall-building.
Aangezien de Angelen rond 450-550nC in Brittannia arriveren, zullen hun vaders zeker al rond 400nC landweren hebben gebouwd en hun techniek hebben meegegeven aan hun zonen in Brittannia. Mogelijk al veel eerder, i.c. al sinds circa 300vC.
Locaties NO Nederland: Aalten, Agelo/Twente, Almelo, Angeren, Apeldoorn, Appelscha/Stw, Arnhem, Barchem, Barneveld, Bathmen, Beltrum/Weerkamspweg, Bentelo, Best/Arnhem, Blesdijke/Stlw, Boekelo, Borculo, Braamt/Btw, Breedevoorde, Burlo, Buurse, Delden/Tw, Dinxperlo, Deurningen, Deventer, Didam, Diepenheim, Doesburg, Doetinchem, Doornenburg/Betw, Duiven/Ahk, Eibergen, Elburg, Enloo/Stlw, Enschede, Goor, Gorssel, Groenlo/Landweerdijk, Groningen/Stad, Haaksbergen, Haart/Winterswijk, Halle/Velw, Harderwijk, Harreveld, Haulerwijk/NO.Drente, sHeerenberg, Hien/Betw, Huissen/Arnhem, Huppel/Winterwijk, Kampen, Kotten/Winterswijk, Kuinre, Laren/Lochem, Lichtenvoorde, Lochem, Losser, DeLutte, Meddo/Landweerdijk, Megchelen, Meppel, Nettelhorst (ZA), Noordlaren (> Blankweer), Nijkerk, Nijmegen, Oene, Oldenzaal, Olst, Oolde/Laren, Overdinkel, Pannerden, Raalte, Ratum/Winterswijk, Rhenen, Ruurlo (Landeweerweg), Ruinen, Rijssen, Sellingen, Steenderen, Steenwijk, Toldijk/Ah, Twello/Dernhorstlaan*, Uffelte, Varsseveld, Vasse, Vollenhove, Voorst, Wageningen, Weerselo, Wehl, Welsum, Wolboom/Harreveld, Wolfheze, Woold/Winterswijk, Wijhe, Zevenaar, Zutphen, Zwolle
¶ In Agelo (Twente) zijn nog resten van landweren te vinden aan de Kipboomweg en aan de Hooiweg rechts van de Paardenslenkte.
¶ Landweer = leger > Leger
** NOVL

Lantford: > Landfort

Langeveen:
Alias Langveen. Gehucht bij Tubbergen. Oud veen- en heidegebied. Rond 225vC settelen Angelen zich in Noord Twente vanuit de regio Hardenberg. De naam Langeveen is derhalve vrij zeker afgeleid van Anglisch lang (lang) + fen (veen). Mensen aldaar spreken overigens vaak van Langveen en niet van Langeveen. Het weglaten van de tussen-e is typisch voor Anglisch en Fries. De tussen-e is meer typisch voor het Saxisch. Deze tussen-e is vrij zeker ontstaan vanuit het Nederduits, dat sinds 1350 steeds verder oprukt in NO Nederland. Dit Nederduits is van basis Anglisch waarin sinds circa 800nC steeds meer Saxische elementen zijn opgenomen.
¶ Achterop het kombord van Langveen staat in streektaal: Good goan & wear komm'n. Vrij vertaald: het ga je goed en kom weer een terug. In oud Anglisch zou dit luiden: God gan and weadar comon.
¶ De grensovergang van Langveen naar Duitsland heet de Striepe, wat betekent smal stuk land. Striepe is gezien de Anglisch context vrijwel zeker afgeleid van Anglisch stripe (streep). Een streep land dus.
¶ Naar zeggen dankt actrice Meril Strepe haar familienaam aan een grenspost in Nederland, waar ze met haar moeder Nederland binnenkwam vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Aangezien in de Striepe vroeger inderdaad een grenspost stond, lijkt het mogelijk dat het om deze grenspost gaat.
** Nederduits

Langewalt:
Voormalige regio in Groningen omvattend Grootegast, Oldekerk, Zuidhorn en Grijpskerk.
# Quedam/p111

Laren::
Buurtschap tussen Laren bij Lochem en Markelo. Aldaar staat een oude boerderij met de naam Pasop, zoals gebruikelijk afgeleid van de streeknaam. Ook staat daaromtrent een Lagere School met de naam Pasop. Het gebied ligt circa 10 Km NW van Hengevelde in Twente, een locatie die vrijwel zeker oorspronkelijk Angelveld heet, vergelijkbaar met Englefield in Zuid Engeland. Zoals de naam zegt, hebben daar Angelen gewoond. Namelijk: Angelveld = het veld der Angelen = het veld waar Angelen wonen.
** Hengevelde, Englefield

Lässigkeit:
In een regioprogram van NDR Fernsehen (21.1.2011) zegt de presentator dat Noord Duitsers zich beschouwen als lässig = traag, nonchalant, gelaten, onverschillig. Lassigkeit = traagheid, nonchalance, gelatenheid, onverschilligheid. Het publiek reageerde niet en leek daarmee in te stemmen met de bewering.
¶ De beweerde lässigkeit van Noord Duitsers lijkt vreemd genoeg te stroken met de populaire uitdrukking kww (kieken wat 't wordt) in Twente en de standaard frase wait and see in Engeland. > Anglische Wijsheden
¶ Lässig wordt in het Engels vertaald met lax = loose, careless, relaxed, ofwel los, zorgeloos, relaxed. Dit neigt dus naar onverschilligheid. Het Nederlands kent het woord laks zijnde lui, onverschillig, Anglisch laecs.
¶ Een optie voor lässig is Anglisch laysig = lijzig, traag, lui; ON lijsig; OE laysy; ME lazy. Dit komt fonetisch en qua betekenis dicht bij lässig.
De genoemde lässigkeit lijkt een belangrijke rol te spelen in de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 450-500nC. Maar misschien nog sterker in het algeheel verdwijnen van de herinnering en de betekenis van Angelland en de Angelen op alle fronten in NW Europa sinds circa 500nC. (> HGZW)
¶ De lässigkeit ligt aardig in lijn met de beweerde flegmatiek van de Britten. Anno 2011 valt die klassieke houding aardig mee. Ook de Britten zijn losser in de nieuwe mediatijd. Toch zegt een Nederlander die 29.4.2011 met het huwelijk van prins William en Kate Middleton in Londen is: En die Engelsen zijn zo rustig. In Nederland zou het een stuk uitbundiger zijn. (# De Telegraaf 30.4.2011)
¶ Pianist Cor Bakker vertelt voor MAXTV (27.1.2011) dat hij vroeger aardslui was. Het enige waarvoor hij zich inzette was muziek en piano spelen, zijn grote hobbies. Cor geeft daarmee aan dat luiheid op bepaalde vlakken niet betekent dat op andere vlakken ook niets wordt gedaan. Lässigkeit is dus niet persé een algeheel kenmerk, maar kan heel goed situationeel zijn.
¶ Per saldo kan men vragen of er misschien andere waarden zijn die bij Angelen een meer belangrijke rol spelen dan materiële manifestatie. Het antwoord op deze vraag is vooralsnog niet met zekerheid gevonden.
¶ Primair kan men denken dat lässigkeit is bedoeld om de gemoedrust =A modraest te bewaren. Een andere optie is gemakzucht =A ayseofa een grote rol. Waarom zou men zich druk maken? Toch kan men niet ontkennen dat de Angelen door de eeuwen heen wel tot actie komen. Maar waarvoor? Voor welke werkelijke waarden?
¶ Mogelijk veroorzaakt ook een zekere widdragnhed (ingetogenheid, gereserveerdeheid) de lässigkeit. Door ingetogeneheid lijken mensen namelijk vaak enigermate passief of onverschillig. Deze ingetogenheid kan echter zelf weer stoelen op onzekerheid en behoefte aan veiligheid. Dit laatste lijkt een belangrijke waarde voor Angelen. > Anglische waarden
¶ Lässigkeit kan ook worden veroorzaakt door onvermogen om goed om te gaan met gevoelens, zowel de eigen gevoelens als die van anderen. Dat maakt vele mensen schuw, stuntelig of passief. Anderen kunnen daarentegen juist in paniek raken en agressief worden. Weer andere mensen vluchten in zgn humor of in een hobby.
¶ In de 19e eeuw vindt in het archaïsche Engeland de Industriële Revolutie plaats. Machines nemen vele taken over van mensen. Dit brengt veel welvaart in het land. Daarnaast krijgen mensen meer tijd voor andere dingen in het leven. De machines waren bedoeld om zwaar en geestdodend massawerk van mensen over te nemen.
Pers saldo kan men dus stellen dat gemakzucht in zekere zin een belangrijke basis is voor vooruitgang c.q. een beter leven. Daarnaast is echter veel bruikbare creativiteit en inzet nodig om een beter leven daadwerkelijk te kunnen bereiken.
** Weerbaarheid, Pacifisme, Archaïsme, Ladangpolitiek, Anglische Waarden, Pax Anglorum, Noordlot
# FRI, DAB, KBG

Lathum:
Alias: Lathem, Luthum. Streektaal: Loatem. Dorp aan de IJssel aan de zuidkant van Angerlo in De Liemers. De regio wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam Lathum lijkt derhalve afgeleid van Anglisch laeth (landgoed) + ham (heem, huis, oord). Dus: oord bij het landgoed. Deze omschrijving komt anno 2010 goed overeen met de locale situatie. Huis Lathum staat aan de rand van het dorp Lathum. Dit betekent dat er ooit een landgoed was waarnaar het dorp Lathum is genoemd en dat later het Huis te Lathum bij het dorp Lathum is gebouwd. Om welk landgoed het oorspronkelijk gaat, is vooralsnog niet bekend. Waarschijnlijk was het een landgoed horend bij het nabij gelegen gehucht Bahr (Baer). Dit lijkt zeer plausibel. Oorspronkelijk is Lathum namelijk een onderdeel van de heerlijkheid (bannerij) Bahr (Baer, Bare).
¶ Baer (Bare, Baar, Bahr) was eeuwenlang de residentie van het geslacht Van Baer. Dit geslacht Van Baer stamt af van het geslacht Van Rheden. De heerlijkheid Baer (Bahr) hoort in de 12e en 13e eeuw daarom ook tot het kerspel Rheden. Baer omvatte toen een groot deel van de oostkant van de Veluwe en verder Velp, Westervoort, Driel en Oosterbeek. Velp, Oosterbeek en Driel worden in 1342 verkocht aan hertog Reinoud II van Gelre.
¶ Rond 1150nC wordt Eyle van Lathum genoemd als getuige van graaf Gerard IV vam Gelre ivm voorrechten verleend aan de Veluwe.
¶ In 1245 wordt de toren van Huis te Lathum genoemd in document. Deze toren is opgeblazen in 1945 door vluchtende Duitse militairen. Alleen de rest van het huis werd daarna gerestaureerd.
¶ In 1355 wordt voor het eerst geschreven over het Huis te Lathum.
¶ Wapen: op goud een rode schuinbalk = wapen Huis Baer.
¶ In Hebden Bridge (25 Km NO van Manchester) staat Latham Farm, een groot pand, naar schatting gebouwd in de 14e eeuw. De regio ligt in Mercia, een voormalig Anglische Rijk, gesticht rond 500nC door Angelen, mogelijk afkomstig uit de Achterhoek. (> Hwicce)
¶ De naam Latham komt als familienaam in Nederland in 1947 slechts 1x voor en wel in Groningen. In Engeland en Amerika komt anno 2010 de familienaam Latham meer voor.
** Bahr, ASA
# FRI, WKP 8.7.2010, Meertens Instituut 8.7.2010, DAB, KBG

Lattrop:
Dorp in Dinkelland, Twente. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit de regio Hardenberg. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch laeth (landgoed) en throp (dorp). Dus: het dorp bij het landgoed. Om welk landgoed het hier gaat, is vooralsnog niet bekend. Mogelijk een landgoed horend bij naastgelegen havezathe Breklenkamp.
** ASA

Lauwers:
Rivier tussen Groningen en Friesland. Oudtijds genoemd: Lavica, Laubachi, Lagbeki, Labeki, Layca, Lavece, Lovece, etc. #Quedam/p111

          

   boven: op deze kaart van 1589 heet de Lauwers het Groninger Diep
   :: het gebied vanaf Visvliet naar het oosten is Humsterland met
   centrum Oldehouen (Oldenhove = Suxwert), dat rond 400vC is
   bevolkt door Angelen uit Fivelingo
   ** NWGro1589, Humsterland, Suxwert, Fivelga

 
LBAA: literatuur betreffend Angelen in Angelland > HBAA
Lebbestaok: monument bij Ankehaarveld in Peest/Drente > Ankehaarveld

Lebinus: (713*-773)
Ook: Lebuin, Lebuïnus, Lebwin, Levinus, Lewin, Leafwine, Liebwin. Latijnse naam voor Liafwin (= lieve vriend), een Engelse missionaris uit Noord Yorkshire. Mogelijk afkomstig uit Daventry bij Northampton, Midden Engeland. Verblijft enige jaren in het klooster te Ripon, circa 30 Km NW van York. In 754 meldt hij zich bij bisschop Gregorius van Utrecht. De bisschop geeft hem opdracht tot kerstening van de gebieden in Gelderland en Overijssel. Lebinus vestigt zich in Deventer. In zijn missiejaren bouwt hij kerken in Zoeterwoude (750), Heemse bij Hardenberg (St Lambertus Kerk 756), Zwolle (Grote Kerk 765), Wilp (765) en Deventer (Lebuïnus Kerk 768). Lebinus sterft in 773. Hij is begraven in de naar hem genoemde Lebuïnus Kerk te Deventer. Na de Reformatie worden zijn relieken bewaard in de Broederen Kerk te Deventer.
¶ Bron ZWH/p11 schrijft:

In dezelfde tijd stuurde de bisschop van Utrecht de prediker Lebuïnus er op uit om het Christendom te prediken in de IJselstreek. Hij vestigde zich in Deventer en omgeving. De grens tussen de bisdommen Utrecht en Munster [Westfalen, Dtl] lag toen langs een lijn Lichtenvoorde-Ruurlo.
¶ Het feit dat bisschop Gregorius van Utrecht aan Lebinus opdraagt om missiewerk te gaan doen in Gelderland en Overijssel heeft vrij zeker te maken met het feit dat Lebinus uit Yorkshire komt en als zodanig makkelijk toegang kan krijgen tot de bevolking van die gebieden. Die bevolking bestaat in zijn tijd namelijk grotendeels uit Angelen. Daar Lebinus uit Yorkshire komt, zal hij vrijwel zeker een Anglische achtergond hebben en o.a. de Anglische taal goed beheersen. In zijn missiejaren 754-773 zijn Gelderland en Overijssel nog overwegend Anglisch. De Saxen vestigen zich immers pas na 775nC geleidelijk en in bepertke mate in NO Nederland. (> Saxen) De Angelen wonen daar echter al zeker sinds 300vC. O.a. aan en nabij de IJssel en tussen Hardenberg en Emmen. (> ASA) De Angelen in Yorkshire vestigen zich daar in 400-500 nC vanaf het Continent, i.b. het gebied tussen Denemarken en de Rijn. (> Angel-Saxen) Het verschil in taal en cultuur tussen Lebinus en de bevolking in Gelderland en Overijssel zal dus gering zijn. (> KTE, G449/C/Eindconclusie)
Litt.: De oudste levensbeschrijvingen van Lebuïnus (Ned.Arch. voor Kerkgeschiedenis; blz 221-235; M.J. Moltzer; 1909)
** Deventer, Ludger, G449/C (Eindconclusie), Batho van Minden
# WP, DAB, KBG

Leefbaarheid: (LBH:)
Hoe leefbaar is Angelland (Angle)?
650vC-100nC: Angelland is een groot gebied met veel water, moerassen, heidevelden, bossen en zandgronden. Mensen wonen nog veel alleen in hun afgelegen huis. Ze zijn erg op zichzelf en hun naasten aangewezen. > Einzelhöfe, Eenzaamheid
100-300nC: Mensen gaan meer vlak bijeelkaar wonen in kleine clusters. Ze worden meer afhankelijk van elkaar. > Nederzettingen, Dorpen
300-600nC: De Grote Natheid In deze periode wordt Angelland geteisterd door zware stormen en neerslag. Veel land spoelt weg of loopt langdurig onder water. Landbouw en veeteelt wordt nagenoeg onmogelijk. Mensen vluchten naar de hoge gronden in NO Nederland. Daar wordt het bestaan ook zwaar. Door de grote natheid neemt daar de vegetatie erg toe, waardoor landbouw en veeteelt nagenoeg ook onmogelijke worden. Vele Angelen migreren daarom naar Brittannia, waar de situatie beter is. Anderen migreren naar hogere gronden in de nabijheid of naar het zuiden: i.c. Limburg, Brabant, Vlaanderen, Luxemburg en de Elzas. > P36
600-775nC: Circa 50% van de Angelen is gemigreerd. Het land is daardoor onderbevolkt geraakt en verzwakt. Denen, Franken, Friezen en Saxen settelen in de randgebieden van Angelland. Alleen West Angle (NO Nederland) blijft overwegend zelfstandig en onafhanklijk Anglisch gebied. > Pax Anglorum
775-1600: De kerstening van Angelland is geweldadig. Vele Angelen worden vermoord en hun heiligdommen vernield. Later worden op grote schaal zgn ketters vervolgd en levend verbrand op de brandstapel. > Kerstening
** Gezondheid, Klimaat, Landschap, Veiligheid, Ideologie, Democratie, Solidariteit, NEW (Normen & Waarden), Rechtspraak, Eawa, Lex Anglorum, Economie, Criminalitiet, Oorlogen, Grote Natheid, Welgaan, Happiness, Levenskunde, Vertrouwen

Leeftijd: (LFT:)
65miljVC: Circa 65 miljoen jaar vC wordt Mexico getroffen door een meteoor, die een enorm gat slaat in de aarde waaruit de Golf van Mexico ontstaat. Er ontstaan mega branden en tzunamies die de hele wereld maanden lang teisteren. De lucht blijft jarenlang vol rook, as en stof, waar het zonlicht niet doorheen komt. De wereld is heel lang donker en koud. Elk leven van meer dan 25 Kg gaat dood. Ruim 70% van al het leven sterft daardoor uit, zowel vegetatie als dieren. Alle grote sauriers verdwijnen voorgoed. Alleen kleine dieren kunnen overleven. O.a. muizen en ratten. Ook weet een kleine groep Oermensen te overleven. Mensen dus die minder dan 25 Kg wegen. Ze zijn dan maximaal circa 1.25 M groot. In de tijd van de megaramp in Mexico worden mensen relatief niet groot, zwaar en oud. Circa 1.50 M groot, circa 45 jaar en hooguit circa 55 Kg in gewicht. > PgGen/Mexicoramp
500-1500nC: In Engeland worden mensen gemiddeld 35 jaar oud. (# BBCtv/Tudortijd 20.12.2013)
2010: Anno 2010 zijn mensen rond hun 25e jaar volgroeid, wegen circa 45 K, worden circa 80 jaar oud en wegen dan circa 75 K. Ze zijn dus qua lengte volgroeid op circa 0.31% van hun leeftijd.
2013: In het zuiden van Japan wonen mensen die erg gezond zijn en heel oud worden. Gemiddeld halen ze circa 120 jaar. Zelf verklaren ze dat door hun bizondere levenstijl:
- elke dag een doel stellen
- veel tuinieren
- veel bonen, groente en vis eten
- weinig sex
2014: Mensen in centraal Sicilië leven gezond, zijn gelukkig en worden heel oud. Ze halen makkelijk 106 jaar. De regio is arm en het leven is er karig. Ze leven eenvoudig. Ze verbouwen alleen wat graan en groente en houden wat koeien en kippen. Ze werken graag zonder te overdijven. Ze bewegen veel en tuinieren veel en met plezier. Ook drinken ze graag wijn. Ze voelen zich goed. Ze willen nooit doodgaan. Een man van 86 zegt dat hij zich 50 voelt. Hij ziet er bizonder gezond uit en heeft nauwelijks rimpels. Hij zegt dat hij vaak 't idee heeft dat hij nooit zal sterven. #MAXtv 22.1.2014
** Demografie

Leem:
()A claeg (klei, leem), claeggeat (kleigat = gat in kleigrond gevuld met water), lam (leem), lamput (leemput), leom (leem), lim (lijm, leem, kalk), limbloc (leemblok = blok leemsteen), limery (lemerij = leemfabriek), limgrove (leemgroeve), limhut (leemhut = hut gebouwd van leemblokken), limkuyl (leemkuil, leemgroeve), limpitte (leemput), limput (leemput), raec (leemgat om leem te malen)
¶ Leem wordt onderscheiden naar kleur in rode en witte (beige) leem. Leem absorbeert warmte en vocht en geeft dat later geleidelijk weer af aan de omgeving. Het is daarom zeer geschikt voor het stuccen of plasteren van muren. Leemhutten zijn zomers koel en winters behaaglijk warm. Leem wordt ook gebruikt om aardewerkt te bestrijken en dan te schilderen.
2585vC++: Bouw piramiden Egypte. De arbeiders leven en wonen in leemhutten bij de piramide in aanbouw.
Leemgroeven: Heetland/Steenwijkerland, Leemputten/Groenlo, SolseGat/Drie/N.Veluwe.
Lemerij: = fabriek die leemblokken hakt uit leemgroeven en ze bewerkt of verwerkt voor de bouw van huizen, panden etc.
** Aardewerk, Tegels, Bouw, Heetland, Drie

Leenmannen: (LNM:)
()A gwas (vazal, leenman), thains (leenmannen), thegns (leenmannen)
¶ De Anglische koning heeft thegns (thains = leenmannen) en vertrouwelingen. Hij bestuurt het land met hulp van de Witan ook genaamd Witan Gemot, een raad van wijzen gekozen door hemzelf. Deze Witan adviseert de koning, maar kan hem ook dwingen, zoals soms gebeurt. Ook kan de Witan een nieuwe koning benoemen. #WAB/p178
Witan: De samenstelling van de Witan is niet vast. Ze wordt ad hoc samengesteld op grond van de omstandigheden. I.e.: de problemen die besproken moeten worden, de aard van die problemen en de deskundige autoriteiten op dat gebied. Meestal gaat het om staatszaken, zoals landhervorming, belasting, zware criminaliteit, oorlog, vrede, koninklijke huwelijken, benoemingen voor belangrijke posten, etc. > Witan
Teng: Oude Utrechtse term voor pachter. OudEngels/Anglish: theng. De term komt in Nederland alleen voor in het Utrechtse leenstelsel. Dit lijkt te betekenen dat in de regio Utrecht oorspronkelijk voornamelijk Angelen wonen, hetgeen goed rijmt met andere gegevens. I.b. Offaland.
** Leenstelsel, Bestuur, Landbestuur, Witan

Leenstelsel: (850-1795; LST:)
()A barun (baron, leenman, edelman), baruny (baronie = vrije heerlijkheid van een baron), borgan (plechtig beloven, in onderpand geven, belenen), borgian (=A borgan), cop (koop, leengoed), corwey (karwei, heredienst), costing (rente), deadceap (doodkoop = te betalen bedrag als een leen overgaat op een ander bij de dood van een leenman), deanstman (dienstman, edelman), deanstmangudh (dienstmansgoed = leengoed van leenman die nauwe relatie heeft met leenheer), domne (heer, domein), frea (vrije, heer), frigea (=A frea), frona (vrone, vroon, domein, heer), frondeanst (vroondienst, heredienst), fronland (vroenland = land van de heer, gemene grond, meente), furpensionan (belenen, verpachten, verhuren), fyrd (dienstplicht), gaerf (garve, bos gemaaide en gebonden graanhalmen), gaerfgudh (erf met plicht tot geven van de garve), gaerfland (land met plicht tot geven van de garve), gerefatende (graventiende = tiende van het koren), grouftende (groftiende, grove tiende), gwas (vazal, leenman), heafdstol (recht van een heer op beste stuk vee of huisraad), heir (heer, landeigenaar), herlicdom (heerlijkheid, bezit van een heer), herscip (heerschap, landsheer, leenheer), hlaford (broodheer, heer, leenheer), hofstol (hovestoel = recht van een heer op beste stuk vee of huisraad), hylda (hulde = belofte van trouw aan leenheer), ladde (dienstman), laenan (=A leanan), laeth (laat, horige, lijfeigene, onvrije), laeth (landgoed, leengoed), laeth (leenbedrag), laethland (land van een laet), lan (leen), lanan (lenen, belenen), lean (leen, lening, lap grond), leanan (ww lenen), leanboc (leenboek = boek waarin alle lenen zijn beschreven), leancaemere (leenkamer = kantoor waar alle lenen worden geregistreerd in een leenboek en de financiële zaken worden geregeld), leangudh (leengoed), leaning (lening), lend (leen), lendan (lenen, belenen), lending (lening), paegman (dienstman), sadolgudh (zadelgoed = leengoed waarvoor leenman een zadel moet schenken als tegenprestatie), sceafing (schoofrecht = recht op aantal schoven van oogst conform oppervlakte), scoltdom (schoutambt), sloptende (luiktiende = tiende die in de herfst werd betaald door 't slop op de deel), smaelhere (smalheer = ambachtsheer van klein gebied; hij pleegt rechtspraak in kleine zaken en int belasting), smaeltende (smaltiende), tendan (tienden betalen), tendbaer (tiendplichtig), tende (tiende), tendgudh (tiendegoed, tiendplichtig goed), thain (=A thegen, thegn), thane (=A thegen; = halfadel), thegan (ww dienen), thegen (soldaat, dienaar, thane), thegn (dienaar, leenman), weorthig (landgoed), winne (pachter)
¶ Het leenstelsel is een ingewikkeld pachtstelsel dat in de 9e eeuw ontstaat en sinds de 10e eeuw tot volle bloei komt in de landen van West-Europa. De leenheer geeft lenen uit aan leenmannen. Vaak is een leen oorspronkelijk in bezit van de eerste leenman. De leenheer dwingt deze oorspronkelijke landbezitter dan zijn bezit af te staan (vaak onder dreiging met geweld), waarna deze zijn oorspronkelijk bezit weer in leen terugkrijgt.
Gedwongen overdracht: Podolf van Englandi (gb c 755nC), zoon van Wibald van Englandi (gb c 720nC), schenkt anno 801nC zijn hof Englandi, annex weiden en rechten te Beekbergen bij Apeldoorn, alsmede het woud Braclog (Bruggelen) aan de Abdij van Werden bij Duisburg aan de Rhur. In dit kader lijkt deze schenking afgedwongen door de Frankische heersers. Zulks was vrij normaal in het leenstelsel. Ambitieuse heren dreigden met brandstichting als andere heren niet voldeden aan gedwongen overdracht. > Hof Englandi
¶ De leenman krijgt zgn bescherming van de leenheer en moet voor hem in ruil daarvoor bepaalde diensten verlenen. Bijvoorbeeld militaire hulp. De leen vervalt na teruggave door of bij overlijden van de leenman.
¶ Bron ZWH/p71 schrijft: "De leenman was eigenaar van de hoeve, maar daarnaast had hij verplichtingen aan de leenheer; zo moest hij in tijd van oorlog met man en paard ten strijde trekken en bij opvolging de leeneed vernieuwen.
¶ Na de Middeleeuwen worden de lenen steeds vaker erfelijk en kunnen de leenmannen hun leen zelfs verkopen. Desondanks blijft het oorspronkelijke leenrecht in stand. Dit leenrecht bepaalt ondermeer op welke wijze een leen van de ene leenman op de andere kan worden overgedragen. Hetzij door vererving, hetzij door verkoop. Deze regels zijn vastgelegd in de zgn leenprotocollen.
¶ Bij dood van een leenman gaat de leen terug naar de leenheer. De leen wordt daarna weer uitgegeven aan een nieuwe leenman of -vrouw. Het is daarbij usance dat de naaste familie en erfgenamen opties krijgen op de leen. Gaat de leenheer daar niet op in, dan kunnen de familieleden en erfgenamen hun aanspraken claimen voor de rechtbank.
¶ Bron ZWH/p71 schrijft: "De leenman was eigenaar van de hoeve, maar daarnaast had hij verplichtingen aan de leenheer; zo moest hij in tijd van oorlog met man en paard ten strijde trekken en bij opvolging de leeneed vernieuwen.
¶ De leenman is ook verplicht tot onderhoud van land, wegen en waters (meren, plassen, sloten, beken, etc) in zijn leengoed en tot dienstplicht in tijden van oorlog.
¶ In de Leenkamer vindt de administratie plaats van de overdracht of overgang van het bezit van alle lenen. Alle leengegevens worden bijgehouden in een leenboek.
Spilleleen Zo noemde men verspilling van bezit door vererfing en leenoverdracht langs vrouwelijke lijn. Hierdoor raakt een adellijk geslacht meestal bezit kwijt. Vererfing langs vrouwelijke lijn leidde namelijk vaak onherroepelijk tot een leenovergang naar haar eigen nazaten.
** Leenmannen, Pacht, Teng, Grondbezit, Mensenrechten

Leer: (leder:)
()A aekbaest (eikebast), bete (vloeistof voor bewerking van leer), calfel (kalfsvel, perkament), cardweaner (leerbewerker), doerfell (dierenvel, huid, vacht, bont), drygan (drogen), faettan (invetten), hid (huid), hyd (huid), hyd (huid = landmaat), hydecopere (huidenkoper), hydecopery (huidenzaak), lether (leder, leer), letherfeld (veld waar huiden worden gedroogd), letherloiere (leerlooier), lethermakere (leermaker), letherwyrhta (leermaker), loian (loien), loiere (leerlooier), loiery (looierij), luther (=A lether), lutherfeld (=A letherfeld), rugg (rugvel, mat), scomakere (schoenmaker), snidhan (snijden), screpan (schrapen), timber (stapel huiden), witlapp (zeemlap), witlether (zeemleer), witmakere (zeemleermaker)
4100vC: Oudste schoen in Armenia. Anno 2010 vinden archeologen de oudste schoen ter wereld in Armenia. # DeTelegraaf 12.1.2011
3000vC++ Egyptenaren bouwen paardewagens met twee wielen (6 spaken) + kar (voorkant gerond) + stang (met twee jukken) getrokken door twee paarden. Ook maken ze bits (van brons) en plastoilets voor hun paarden. Paarden moeten urineren in plasgaten. Urine wordt ondergronds opgevangen en bewaard en later gebruikt voor leerlooien. #BBC4tv8.5.2014/Qantir
1320vC: Thoetanchamon (1343*-1323) afgebeeld met schoenen aan.
¶ Leer is van oudsher een belangrijk product. Leer wordt gemaakt van dierenhuiden, die worden gedroogd, schoon geschraapt, gelooid, gedroogd, ingevet en gesneden. Uit leer worden gemaakt kleding, schoenen, riemen, halsbanden, etc.
¶ Vroeger werden rond mei jonge eiken gekapt zodra ze zo dik waren als een pols. De stronken liet men staan voor nieuwe uitlopers. De bast van de gekapte boomjes werd afgeschild door erop te kloppen. De bossen dreunden ervan. De bast werd gemalen en was daarmee een grondstof voor het looien van huiden. #OBN/p38
** Eikebast, Bontwerk, Bevervel

Leermens: > Redger
Leerwerk: > Leer

Legebeke:
Nederlandse familienaam. In 1947 komt de naam totaal 68x voor met piek in West Salland (55x). Grootste frekwentie in Raalte en Ommen.
¶ De naam Legebeke wordt beschouwd als een adresnaam. Er was dus ergens een locatie of beek met die naam. Mogelijk in of nabij Raalte.
¶ De regio rond Raalte wordt circa 100vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. De naam Legebeke lijkt derhalve afgeleid van Anglisch laeg (laag) + bece (beek). Dus: de lage beek of de lage kant (benedenstroom) van de beek.
** ASA
# De Telegraaf 23.7.2010, Meertens Instituut, KBG

Legenden: > Arwin van Angeln, Grummeldoek, Hackelberend, Hagall, Hengest & Horsa, Saga's, Sagen, Verhalen

 

Leger:
()A aferest (overste), arcman (boogschutter), armey (leger), earcere (boogschieter), battaelge (bataljon, leger, gevecht), battan (slaan, strijden, vechten), battere (strijder, vechter), biwacan (bewaken, bivakkeren), biwace (bewaking, bivak, legerplaats), bowman (boogschutter), buscmaester (geschutmeester), caemp (kamp, bivak, legerplaats), caempfolgere (kampvolger = vrouw die met leger meetrekt om gewonde soldaten te verzorgen), captane (kapitein), commandar (commandeur), creagan (strijden), creagar (krijger, strijder), dagga (kort zwaard), earcere (boogschutter), eorlscype (leiderschap), feandrig (vaandrig), faerarda (veldtocht, campagne), feldarmey (veldleger), feldhere (veldheer, legerleider, generaal), feldtoga (veldtocht), ferend (reiziger, soldaat), fierd (leger, militie, campgane), flanc (flank), for (reis, tocht, mars, expeditie),

Foto rechts (©): re-anactment van jonge krijger met Anglische outfit, speer en dagga. Aan de speer hangen linten in de kleuren groen en wit van het Anglisch koningshuis.

 
foreman (voorman, leider, aanvoerder, kapitein), fotfolc (voetvolk), fotman (soldaat te voet, infanterist), freca (krijger, soldaat), fyrd (burgerwacht, leger), fyrd (dienstplicht), glaefe (lancier), haefresacc (haverzak; # matras), haele (krijgsman, soldaat), haes (bevel), haesan (ww bevelen), heafdan (aanvoeren, leiden), heafdman (hoofdman, hopman, leider, kapitein), hearnes (harnas), here (leger), herebaen (herebaan, legerweg), hereban (dienstplicht), herebeorg (legerplaats, kazerne), hereman (soldaat), herereaf (officier), herescare (legergroep), herespic (legerbrug), heretoga (veldtocht, hertog), herewic (legerkamp), heriman (legerheld, oorlogsheld), herispic (=A herespic), hertuge (hertog, legerleider), hopman (hopman), hundman (aanvoerder van een hundred, hopman, kapitein), hundred (legergroep van 100 man uit zelfde regio), hyrling (huurling), landhere (landmacht), landweard (landwacht, leger), landwer (landweer, vesting), leadere (leider, aanvoerder), marescaelc (maarschalk), oferman (hoofdman, aanvoerder), raer (achterhoede), rease (veldtocht), rout (rot, rij, groep, troep, leger), routman (soldaat, militair), saccan (plunderen), salta (soldij), sawta (soldij), seotelere (zoetelaar = vrouw van vermaak die achter een leger meeloopt), spontone (sponton = speer waarmee legerleider comando's geeft in strijdgewoel om voor alle soldaten waarneembaar te zijn), thain (soldaat), thegen (soldaat), thegn (soldaat), threat (dreiging), threatian (dreigen), thrym (macht, kracht), trop (troep), waepen (wapen), waepenbrothor (wapenbroeder), waepennot (wapengenoot, wapenbroeder), waepenrocc (wapenrok = bovenkleed over wapenrusting), waepentace (verdedigingszone), wealdan (overweldigen, veroveren), wer (man, soldaat, weerplichtige), wera (soldaten), werian (weren, verweren, verdedigen), werod (troep, leger), wicca (strijd, gevecht), wiccan (strijden, vechten), wicka (=A wicca), wickan (=A wiccan), widstandan (weerstaan, verzetten), wieldan (=A wealdan), wierdan (verwonden, beschadigen), wiga (=A wicca), wigan (=A wiccan), wigman (strijder, soldaat), wycha (=A wicca), wychan (=A wiccan), ymbsittan (omsingelen, belegeren)
Organisatie: Het Anglisch leger bestaat uit het Koninklijk Anglisch Regiment (KAR), een veldleger dat de campagnes leidt en dat wordt aangevuld met zgn hundreds uit het strijdgebied. (> Hindreds) Eventueel worden huurlingen ingeschakeld, die hun eigen kleding en wapens bezitten. Meestal bestaat de uitrusting uit een paard, een speer, een zwaard, een dolk en een schild. De soldaten huizen normaliter in tenten. De legerleiding bestaat uit de aanvoerder, gesecundeerd door officieren.
Koninklijk Anglisch Regiment: (KAR:) Centraal Anglisch veldleger van het Koninkrijk Angle. Een expeditieleger waarmee prins Offa van Angeln in 405nc een veldtocht houdt om de Saxen en Swaefen uit Angelland te verdrijven. > Offa van Angeln
Hundreds: Dit zijn regionale Anglische legers. Elke hundred levert op comando 100 weerplichtige mannen voor militaire dienst binnen de regio. Zij resorteren onde het Koninklijk Anglisch Regiment. > Hundreds
Vaandeldrager: (vaandrig) Hij draagt in de strijd steeds duidelijk zichtbaar het vaandel van zijn land of regiment. Daardoor weet een soldaat altijd waar zijn strijdmakkers zijn.
Rangen: herereaf (officier), feandrig (vaandrig).
Weerplicht: Alle vrije volwassen mannen moeten ten alle tijde dienstplicht vervullen. Dat geldt dus voor circa 20% van de bevolking. (# KVN)
Potentieel: Rond 400nC telt Angelland circa 7 miljoen inwoners. (> Demografie) Dat levert dan een potentieel van 0.2 x 7.000.000 = 1.400.000 manschappen. > Hundreds
Kwaliteit: Angelen en andere Germanen zijn goede strijders. De Romeinen zijn steeds onder de indruk van hun prestaties. Germanen zijn daarom als strijders zeer welkom bij de Romeinen. Vele Germanen dienen daarom daadwekelijk als soldaat in Romeinse dienst. Daardoor krijgen ze veel kennis en ervaring, die ze goed kunnen gebruiken voor hun eigen oorlogen. (# KVN, DAB)
Zout is in het verre verleden een belangrijk ruil- en betaalmiddel. Het woord soldij heeft daarmee te maken. Soldaten werden namelijk betaald met zout.
98nC: Tacitus schrijft dat de Griekse god Hercules ooit Germania bezocht en dat sindsdien de Germanen hem vereren. Verder schrijft hij hun wijze van oorlog voeren:
- Strategie 1: Als ze ten strijde trekken wordt hij het eerst bezongen en pas daarna de eigen Germaanse krijgsgoden. Hun zingen is hard en luid, waarbij ze hun schilden gebruiken om het geluid te versterken. Daarmee bemoedigen ze zichzelf en jagen ze hun vijand angst aan. > Hercules
- Strategie 2: Oorspronkelijk lukt het de Germanen niet om een stad succesvol te veroveren. Steeds vluchten de inwoners achter hun onneembare schansen. Daarom gaan de Germanen steden blokkeren, waardoor de inwoners zich vaak snel gewonnen geven. # KVN
449nC: Vortigern is een warlord in Brittannia. In 449nC wordt zijn rijk aangevallen door Picten en Welshmen. Hij stuurt daarom gezanten naar Angeln. Bron ASC schrijft daarover bij Ao 449nC:
Hie [Vortigern] tha [Hengest en Horsa] sendon to Angle [Angelland], and heton him [Vortigern] sendan maram fultum; and heton him [Offa] secgan Bretweala nahtnesse and thaes landes kuste.
vertaald:
Hij [Vortigern] zendt hen [Hengest en Horsa] naar Angle [Angelland], en laat zeggen hem [Vortigern] meer troepen te zenden; en laat hem [Offa] zeggen dat Brittannia en haar kust in nood zit.
Kort daarna vertrekken Hengest en Horsa uit Angeln met een leger naar Brittannia om Vortigern te helpen. Mogelijk bestaat dat leger uit huurlingen, maar zeker is dat niet.
Uit deze tekst blijkt dus dat Angelland in 449nC:
- een staand leger heeft
- dat Koning Offa van Angeln daarover de baas is
- dat het Anglisch leger ver buiten de eigen grenzen bekend is, zo niet gewaardeerd of gevreesd.

737nC++: Grote Anglische legermacht op de Veluwe. > Hof Englandi

1050nC: Rechts: prent van Halewijn I in harnas en met hellebaard, daterend uit de 15e of 16e eeuw. Halewijn I is een nazaat in manlijke lijn van Arnulf de Bevere (gb 904), afkomstig van Manor Bevere in Bevere bij Worcester, Engeland. Rond 1080 migreert Halewijn naar Leiden waar hij in dienst treedt van de graaf van Holland als burggraaf van Leiden. Daar bouwt hij eerst Huys Cranenburch en later de Burcht van Leiden.
 
Wapens: > Wapens
** MIA, ARBA, Huurlingen, Oorlog, Wapens, Militaria, Colmschate, Offa van Angeln, Krijgskunde

Legerplaatsen: (LPL:)
Bron DRG/p15 schrijft: Vaststaat dat Drenthe, volgens Dr. A.E. van Giffen "het Nederlands Pompeï", veel ouds heeft gedragen, wat nu is vergaan of wat nog in de aarde verborgen ligt. Zoo ook ten aanzien der oude "legerplaatsen".
** Vestingsteden, MIA, Herbergen

Leiden:
De Burcht van Leiden staat op een kunstmatig opgeworpen heuvel op de westelijke punt van het eiland tussen de Oude en Nieuwe Rijn.

  

Hierboven: de Burcht van Leiden. (foto ©) Volgens bron ATB/1649 is de burcht gebouwd rond 449nC door Engist (van Angeln), een overste van de Angel-Saxen. Bron ATB schrijft:
De Schrijver van d'oude Hollantsche Chronijck, en verscheyde andere geleerde mannen meenen, datse [de burcht] omtrent het jaer CCCC XLIX [449nC] van sekere Engistus, een Overste van de Anglen en Saxen, oft, soo sommige seggen, Koning der Vriesen, gebouwt is. De geleerde Janus Dousa heeft ook dit gevoelen gehadt, gelijck uyt de volgende vaersen blijckt:
Putatur Engistus, Britanno orbe,
Redux, posuisse victor.
Dat is:
Engist, verwinnaer uyt Britanje weergekeert.
Heeft Leyden als men meent, met dese Burgh vereert.
** Engist van Angeln

 
Leire:
Zetel van de oude koningen van Denemarken, gelegen op het eiland Seeland, waar ook Kopenhagen ligt.
# WKP 12.5.09 (Nerthus)

Lemelerberg: (LMB:)
Groot en hoog gelegen natuurgebied bij Ommen met vele heidevelden, jeneverbessen, bronnen en zandvlaktes. Hoogste punt is de Archemerberg van 78 meter en met een wijds uitzicht in alle richtingen. Op de top van deze berg staat een stenen monument.
Dikke Steen: Grote zwerfkei gelegen in een kuil aan de zuidkant van de Archemerberg. De kuil is omringd door bomen. Mogelijk was dit een oude altaar annex vergaderplek en dingplaats van de Angelen.
Park 1813: Gelegen in een lager deel van de Archemerberg. Aangelegd in 1913 ter herdenking van het honderdjarig bestaan van het Koninkrijk Nederland. In dit park staat een zuil met daarop de Nederlandse Leeuw.
** Archem

Lent:
Dorp aan de Waal tussen Arnhem en Nijmegen. Hier hebben vrij zeker Angelen gewoont, die zich aldaar rond 150vC hebben gevestigd vanuit de Arnhem. In de periode 450-550nC zijn vrij zeker Angelen vanuit Lent gemigreerd naar de regio Malborough in Devon, aan de zuidwest kust van Engeland. Daar ligt namelijk een gehucht met de zelfde naam. Mogelijk zijn ze gelijktijdig gemigreerd met Angelen uit Malburgen bij Huisen, circa 8 Km NO van Lent.
** Malburgen, ASA

Lente:
Eostre = godin van de lente > Eostre
Lente = Lente. AVA lengthan = ww lengen = langer worden, i.c. van de dagen
Lencten = Lente = Vastentijd
Spreang = Lente
NB Anglisch spring = bron, waterloop
periode: 21mrt-21jun; 21mrt: lengte dag = lengte nacht
feesten: Eostre, Paosboake, Meiboom, Paashaas, Palmpasen, Pinksterblom. Al deze feesten staan in het teken van vruchtbaarheid.
Balder: Bron GGS/p52+ noemt Balder de god van Lente en Licht. Hij is onkwetsbaar omdat de goden hebben beloofd hem geen kwaad te zullen doen. Alleen Loki (Loge) zweeg. Met de Winterzonnewende (Joelfeest) wordt Balders onkwetsbaarheid gevierd. Maar door een list van Loki wordt Balder dodelijk getroffen door een peil van Hyder, de blinde broer van Balder. Wodan gaat op zijn paard Lypnir de vluchtende Hyder achterna en weet hem te grijpen. Hyder wordt gedood en dan vastgebonden aan de Levensboom. In de zomer herrijst Balder echter weer. Deze gebeurtenissen symboliseren de eeuwige overgang van licht en warmte naar duisternis en kou. Ofwel de eeuwige cyclus van leven, sterven en herrijzen.
Boerderij: Bron ZWH/p74 schrijft over het leven op de boerderij: "In de lente kregen het huis en de deel een grote schoonmaakbeurt. Op het land werden de aardappels gepoot en de haver werd gezaaid. De molshopen werden verstrooid en de mest werd op het land uitgeharkt waarna ze, als ze was gedroogd om te kunnen dienen als strooisel voor varkens en koeien. Dan volgde het wieden van de haver en het zaaien van de bieten. Inmiddels was dan de tijd alweer rijp om te gaan hooien; er werd gemaaid met de machine, getrokken door een of twee paarden. Vervolgens was de rogge aan de beurt."
** Seizoenen, Harfsen, Lenthe, Eostre, Balder

Lentevuur: > Paasvuur

Lenthe:
Anno 1133 Lenethe genoemd. (#CAV/p92) Gehucht tussen Dalfsen en Zwolle, gelegen op een hoogte van zandige leemgrond. De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. (> ASA) De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Lencten (Lente = Vastentijd).
¶ Mogelijk is Lenthe in oude tijden een locatie geweest waar jaarlijks in de Lente als de dooi is ingetreden het feest van de wedergeboorte van de Anglische god Balder werd gevierd. Zulks gebeurde namelijk altijd bij een eik op een heuvel of hoogte in het landschap. > Balder
¶ Ook is mogelijk dat in Lenthe het feest van Eostre werd gevierd. Ofwel: het fesst van Eostre, godin van de dageraad, vruchtbaarheid, de lente, etc. > Eostre
Van Lenthe: Geslacht afkomstig uit Lenthe. Anno 2007 wonen circa 616 mensen in Nederland met de naam (Van) Lenthe. Wapen: op wit een enkel hertshoorn in blauw; het schild is gehelmd. De helm wijst volgens bron PAMA op ridderschap.
** Eostre, Lincolnshire/Lenton
# FRI, DAB, KBG

Leukheden: (LKH:)
Wat maakt het leven leuk voor de Angelen?
** Liefde, Contacten, Verhalen, Muziek, Zingen, Spelen, Vermaak, Evenementen, Theater, Kermis, Sport, Folklore

Leusden:
Stad tussen Amersfoort en Barneveld. Het oorspronkelijke Leusden heet thans Oud Leusden en ligt wat meer zuidoost tegen Amersfoort aan.
750-12vC: Op de Leusderheide en in aangrenzend Amersfoort bij de Galgenberg en de Vlasakkers zijn grafheuvels gevonden uit de Yzertijd.
100vC: De regio Leusden wordt rond 100vC bevolkt door Angelen uit de regio Barneveld. (> ASA) De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch lys [lûs] (welig, sappig) + dune (duin, heuvel). Dus: Lysdune = welig begroeide duin.
¶ In latere tijden wordt Leusden genoemd als Lusdune. Deze naam komt nagenoeg volledig overeen met het Anglisch Lysdune.
¶ Kaart RZA/p31 (1773) laat duidelijk zien dat Leusden ligt in een groot zand/heidegebied met vele heuvels. Dit sterkt de these dat de naam Leusden te maken heeft met een welig begroeide duin.
777nC: Leusden wordt genoemd in een oorkonde van 777nC ivm Villa Lisiduna, een villa te Leusden in bezit van de bischop van Utrecht. Met villa wordt in die tijd meestal een sterkte of vesting bedoeld.
¶ In Oud Leusden zijn archeologische resten gevonden:
- Paalresten van boerderijen uit 750-50vC (Yzertijd)
- Resten van een wachttoren met gracht en boerderijen (50vC-450nC).
- Komhutten en een grafveld (550-750nC).
Komhutten: Dit zijn hutten met een diepe bodem waarin aambachtelijk werk wordt gedaan. Ze lijken typisch voor de Anglische bouwcultuur. (> Komhutten) Dit sterkt de these dat Leusden in het verre verleden is bevolkt door Angelen.
Waakposten: Angelen bouwen rond 50vC zeker al waakposten. O.a Duno Heveadorp (50nC++) aan de Rijn westelijk van Arnhem. De wachtpost in Leusden kan derhalve zeker van hen zijn. Temeer daar de Rijn de noordgrens was van het Romeinse Rijk.
Van Leusden: Oud Anglisch adellijk geslacht. Wapen: op rood een witte adelaar links kijkend en opstaande vleugels. Deze adelaar kan zijn afgeleid van de oudste Anglische adelaar: wit, links kijkend en neerhangende vleugels. > Adelaar
** Komhutten, Waakposten, Romeinse Rijk, Amersfoort
# FRI, DAB, KBG

 

Leusveld: (LSV:)
Vrij groot natuurgebied tussen Hall en Brummen in de zuidoost hoek van de Veluwe. Aldaar houdt men anno 2010 Brandrodes (Angl: Brandreada), de oudste koesoort van Nederland, zo genoemd omdat hun kleur egaal bruinrood is. Ze komt oorsrponkelijk alleen voor in het Yssellandschap, waar rond 200vC Angelen settelen. Mogelijk is de Brandrode door hen meegenomen of gefokt. De kaas van Brandrodes smaakt heerlijk en pittig. Brandrodes komen anno 2010 ook nog voor in Leusveld bij Hall (Eerbeek) en elders in NO Nederland. Rechts (afb ©): Brandrodes bij een poel in een wei. > Brandrodes
 
¶ De naam Leusveld lijkt afgeleid van Anglisch leos [leus] (lis, lisse, lelie) + feld (veld). Dus: Leosfeld = lisseveld = veld waar veel lisse groeit.
--- Juni 2014 is daar maar een drietal bloeiende gele lisseplanten te zien. Mogelijk komt dat door de drooglegging van het gebied. Nu zijn er vele sloten en groeien inmiddels vele soorten hoge bomen, die de bodem droog houden. Verder graast er een kudde Brandrode koeien, een typisch Anglische koeienras. (#FRI) > Brandrodes
--- Anglisch juffre = gele lisse; # veenplant. Mogelijk groeiden er ooit nog andere kleuren lisse. O.a. de blauwe variant.
--- Modern Engels: lush fields = welig begroeide velden. In bizonder het westelijk deel van Leusveld is inderdaad weelderig begroeid met een vrij rijke variatie aan vegetatie.
¶ Meer zuidoost van Leusveld en tegen Brummen aan ligt Engelenburg waarvan bron AWA (1842) meent dat daar ooit Angelen woonden.
** Engelenburg Brummen, Ysselland
# FRI, DAB, KBG

Leven:
()A aefaestness (vastigheid, geloof), aer, ar (eer), afyrht (bevreesd, bang), afyrthan (vrezen, bevrezen, bang zijn), angast (angst), blidhe (blij, vrolijk), bliss (blijheid, blijdschap), blissian (blij zijn), blithe (blij, vrolijk), brodan, toban (tobben), carine (pijn, smart), clusenere (kluizenaar), crank (ziek, arm, behoeftig), dread (angst, droefheid), dreor (treurnis, verdriet), dreoran (treuren), dreorig (treurig, verdrietig), ead (geluk, bezit, rijkdom), eadig (gelukkig, rijk, gezegend), earm (arm, armoedig), earmlice (armelijk, ellendig),> earmodig (armoedig), earmodighed (armoedigheid), ege (vrees, angst), egesa (vrees, schrik), faege (verheugd, blij), faer (gevaer, vrees), faeran (vrezen), fea (vreugde), feorh (leven), forht (vrees, angst), forhtian (vrezen), frasa (vrees), frasian (vrezen), fray (fraai, vrolijk, opgewekt), freagd (vreugde), freasan (vrezen), frease (vrees, angst), furbrassan (verbrassen), furdragan (verdragen), furdread (verdriet), furdreadig (verdrietig), furgiefan (vergeven), fylliednes (vervuldheid), fyrht (vrees, angst), fyrhtan (vrezen, bang zijn), gesundhed (gezondheid), glead (blij), gleaw (voorzichtig, wijs), gleo (vreugde), gleoan (glunderen, blij zijn, verheugen), hearm (schade, letsel, kwaad), howlan (huilen), lac (gebrek), lath (leed, verdriet, lijden), lathan (lijden), leof (liefde), leofan (lieven, loven), leofon (leven), leofond (levend), leofondig (levendig), libban (ww leven), lidan (lijden), liefan (lieven, loven), lifan (lieven, leven), lifdugh (lijfsbehoud, levensonderhoud), micla ege (grote vrees), mislic (mislijk), modraest (gemoedrust), povre (pover, arm, armoedig), raestan (rusten), runsing (ruzie), scerra (dreiging, gevaar, angst), scitan (schijten), seocness (ziekte), smeart (smart, pijn), sped (voorspoed, geluk), starfan (sterven), synn (zonde), win, wyn (vreugde, vriend), winnan (winnen, verwerven, lijden, streven, strijden), wonna (genot), wonnan (genieten), wuscan (wensen), wyn (vreugde, genot, vriend), wynan (genieten), wyrd (noodlot), wysc (wens), wyscan (wensen)
** Levenskunde, Leefbaarheid

Levensboom: (LVB:)
Bron GGS/p52-53 noemt Balder de god van Lente en Licht. Hij is onkwetsbaar omdat de goden hebben beloofd hem geen kwaad te zullen doen. Alleen Loki (Loge) zweeg. Met de Winterzonnewende (Joelfeest) wordt Balders onkwetsbaarheid gevierd. Maar door een list van Loki wordt Balder dodelijk getroffen door een peil van Hyder, de blinde broer van Balder. Wodan gaat op zijn paard Lypnir de vluchtende Hyder achterna en weet hem te grijpen. Hyder wordt gedood en dan vastgebonden aan de Levensboom. In de zomer herrijst Balder echter weer. Deze gebeurtenissen symboliseren de eeuwige overgang van licht en warmte naar duisternis en kou. Ofwel de eeuwige cyclus van leven, sterven en herrijzen.
Hertebok: Wordt in vele culturen gezien als scheppende kracht en in verband gebracht met de dageraad en de Levensboom. > Herten
** Balder, Joelfeest, Joelfeest, Hyder

Levenskunde: (LVK:)
Hoe dachten de Angelen over het leven en de weg die ze moesten volgen in dit leven? Welke levenslessen hebben ze imlpiciet of expliciet nagelaten?
¶ Uit diverse feiten blijken Angelen doorgaans over een zekere levenskundige vaardigheid te beschikken. I.b. hoe ze omgaan met grote problemen, zoals o.a. om hun veiligheid te waarborgen en in de periode van de Grote Natheid (300-600nC), als Angelland langdurig wordt geteisterd door zware stormen. In hun problem solving lijken ze te beschikken over een zaker mate van functionele gemakzucht en gelatenheid.
1850: In de 19e eeuw formuleert een arts de volgende tien geboden:

  1. Uw voedsel zij eenvoudig en natuurlijk.
  2. Kleed u doelmatig.
  3. Zorg voor zuivere lucht.
  4. Bemin de zindelijkheid.
  5. Verschaf u eene matige beweging.
  6. Geniet eene geregelde rust.
  7. Wees voorzichtig bij al uwe ondernemingen.
  8. Blijf uwe driften of gemoedaandoeningen meester.
  9. Wagt u voor onmatigheid in spijs en drank.
10. Vlied den wellust.
1941-45: Vrouwen in de jappekampen op Sumatra tijdens de Tweede Wereldoorlog maken ondanks alle ellende van elke dag zoveel mogelijk iets leuks. Elke gelegenheid wordt aangegrepen. Elkaar helpen, samen zingen, Sinterklaas vieren, etc. Dat is voor hen de enige manier om alle ellende te overleven.
1972: Een tijdschrift voor management schrijft:
- ontspan op tijd
- zoek een leuke hobby (wandelen, fietsen, schilderen, etc)
- mijdt onnodige taken en plichten
- beperk je tot het belangrijkste
- uit je irritaties, twijfels, onzekerheid en angsten
- vergeet vooral niet te genieten van het leven
2013: Aan de kust van Noord Griekenland wonen mensen die nog dagelijks omgaan met hun oude Griekse goden en wel op een leuke en relaxte manier. Bij de grot van Hades gooien ze vaak bloemen in de branding van de zee. Met andere goden communiceren ze op andere, normale menselijke manieren. De mensen voelen zich erg gelukkig en stralen dat ook uit. (# VRT1 17.3.2013: Joanna Lumley in Griekenland)
2013: In het zuiden van Japan wonen mensen die erg gezond zijn en heel oud worden. Gemiddeld halen ze circa 120 jaar. Zelf verklaren ze dat door hun bizondere levenstijl:
- elke dag een doel stellen
- veel tuinieren
- veel bonen, groente en vis eten
- weinig sex
2014: Mensen in centraal Sicilië leven gezond, zijn gelukkig en worden heel oud. Ze halen makkelijk 106 jaar. De regio is arm en het leven is er karig. Ze leven eenvoudig. Ze verbouwen alleen wat graan en groente en houden wat koeien en kippen. Ze werken graag zonder te overdijven. Ze bewegen veel en tuinieren veel en met plezier. Ook drinken ze graag wijn. Ze voelen zich goed. Ze willen nooit doodgaan. Een man van 86 zegt dat hij zich 50 voelt. Hij ziet er bizonder gezond uit en heeft nauwelijks rimpels. Hij zegt dat hij vaak 't idee heeft dat hij nooit zal sterven. #MAXtv 22.1.2014
2014: Mensen in de outback van Kenya voelen zich het meest happy in het heden. Vroeger was alles minder. #BBC4tv 12.3.2014
2014: In Nederland is het ziekteverzuim onder ambtenaren van de provincies gemiddeld 4%. Drente scoort het laagst met maar 2,9%. Ze schrijft dit vooral toe aan de goede werksfeer, die is te danken aan een goed beleid. Drente probeert een goede werkgever te zijn: de sfeer moet goed zijn, mensen moeten plezier in hun werk hebben. #DeTelegraaf 11.7.2014
** Moraal, Deugden, Hagalaz, Happiness, Gezondheid, Pragmatisme, Gemak, Lässigkeit, Leven, Liefde, Vriendschap, Liberalisme, Vrijheid, Democratie, Waarheid, Trouw, Solidariteit, Harmonie, Barmhartigheid, HAWA, Balder, Geluk, Leefbaarheid, NEW

Lewe: Van
Alias Leo. Adellijk geslacht, mogelijk afkomstig uit Drente of Vollenhove. Wordt genoemd in vele oorkonden.
1131-1191 Albert van Lewe. Mogelijk was hij een landheer wonend in Drente of Vollenhove.
1171-1231 Gerard van Lewe. Vermeld sinds 1206. Woont mogelijk in Drente of Vollenhove. Was een rijke ridder.
1176-1236 Xx van Lewe. Dochter van Albert van Lewe (Leo; gb 1131).
1206-1255 Xx van Lewe. Dochter van Gerard van Lewe (gb 1171) en NN. Huwt met Volker van Coevorden (gb 1200*).
# Quedam/p112, KBG

Lex Anglorum: (550vC++) (LXA:)
Angelland ontstaat in de periode rond 550-150vC, als Angelen uit Angeln in Sleswig (Noord Duitsland) migreren naar regio's in het zuiden tussen de Noordzee, Elbe, Saale en Rijn. Deze Angelen zijn voornamelijk jagers, herders, vissers, boeren en handelaars. Elke groep heeft belang bij een zekere wettelijke ordening. Zij zullen derhalve al spoedig eigen rechtsregels ontwikkelen om een zeker rechtszekerheid te creëeren, zoals oudere volken voor hen ook deden.
¶ Jürgen Fritsche schrijft in rootsweb.com 31.5.09:

Angles and Warnes, together with the Hermunduri, during the centuries, from the 4th century on became major part of the new population of the Thuringi. How important they were shows us that their tribal law code still was recorded centuries later, after 270 years of Frankish rule over the Thuringians, by the Frankish emperor Karl (Charles the Great) in 803 AD as "Lex Angliorum et Werinorum hoc est Thuringorum" (Law of the Angles and the Warnes, which is the law of the Thuringians).
¶ Het is ineteressant om te achterhalen uit welke rechtsregels de rechtsorde van de Angelen bestaat. Vrijwel zeker zullen dat regels zijn van zgn Landrecht, dat tot de oudste rechtvormen behoort. Deze regels zullen oorspronkelijk ongeschreven zijn. Pas na de invoering van het schrift zullen deze rechtsregels schriftelijk vastgelegd worden.
Wetten: Anglisch: lagu = wet; ME law. In Angelland ontstaan de oudste rechtsregels al rond 550vC, als de eerste Angelen migreren naar het zuiden en westen vanuit stamland Angeln. Het zijn voornamelijk jagers, herders, boeren en handelaars. Hun rechtsregels ontwikkelen zich in de loop der eeuwen vanuit gewoonterecht naar meer vastgelegd recht. Dit recht is kan worden samengevat als Lex Anglorum, de wetten en regels van de Angelen in Angelland.
Familierecht: In het Anglisch landrecht erft de oudste zoon hoeve, erf en al het land en worden de overige kinderen uitgekocht. Tot de dood van de vader beheert de oudste zoon samen met zijn vader de hoeve en al het grond. De overige zoons mogen studeren. De dochters vaak ook, maar worden vooral voorbereid op een huwelijk. Na de dood van de vader blijft de moeder in de hoeve en wordt ze onderhouden door degene die de hoeve erft; normaliter de oudste zoon, soms de man van de dochter die de hoeve erft.
Erfrecht: Een van de oudste regels uit het Anglisch landrecht is ongetwijfeld het erfrecht dat bepaalt dat in principe de oudste zoon in een gezin de hoeve, het erf en al het land erft en dat de overige broers en zusters worden uitgekocht. Zulks gebeurt o.a. in Groningen tot ver in de 20e eeuw. Daardoor zijn de hoeven en bijhorende gronden daar zo bizonder groot geworden in de loop van de eeuwen. In de Frankische en Saxische regio's werd de nalatenschap van de ouders doorgaans gelijkelijk verdeeld over de kinderen. Hieroor is het bezit daar steeds kleiner geworden, wat nog goed te zien is in die regio's.
775-800nC: Tussen 775-800nC raakt Angelland ingelijfd door de Saxen, Franken en Friezen. In die zelfde tijd worden Saxen en Friezen onderworpen door de Franken. Karel de Grote legt hen elk een Lex (wet) op. Respectievelijk de Lex Saxonum en de Lex Frisionum. Een Lex bevat normaliter het volksrecht van een regio, i.c. civiel recht aangevuld met regels van strafrecht.
¶ De Angelen in Thuringen krijgen samen met de Warnen de Lex Anglorum et Werinorum. Voor de Angelen in Angelland komt geen aparte Lex. Zij vallen onder de genoemde Lex Saxonum en Lex Frsionum, naar gelang waar zij wonen.
¶ Het is vooralsnog niet duidelijk onder welke Lex de Angelen in NO Nederland vallen. Een optie kan zijn de Lex Salica van de Franken, daterend uit 550nC. Sinds 785nC valt West Angle immers onder het Frankische Rijk!
¶ Een andere optie is: Lex Saxonum of Lex Frisionum, afhankelijk in welk lexgebied de Angelen wonen. Echter, NO Nederland wordt amper bevolkt door Saxen of Friezen. De grote meerderheid van de bevolking mag gerekend worden tot de Angelen. > Demografie
800nC++ De meest reëele optie is dat het Anglisch Landrecht is geformuleerd in de Codex Fivelingo et Oldamptis. Ofwel: Het Landrecht van Fivelingo en Oldambt in provincie Groningen. (> CFO) Oldambt en Fivelingo zijn namelijk oorspronkelijk een onderdeel van het Anglische gouw Fivelingo. In de 9e-13e eeuw ontstaat dit gebied (terra) door ontginning van de veengronden. Het recht voor Fivelingo en Oldambt zijn daarom rond 1250nC eeuw nog gezamelijk geconcipieerd in een Codex. Deze Codex bevat 28 artikels, geschreven in Latijn. In 1327nC wordt de Codex vertaald in naar zeggen het toenmalig gangbare Fries, de taal van Groninger Ommelanden. Aangezien Fivelingo en Oldambt reeds rond 500vC zijn bevolkt door Angelen uit Eemsland, zal de oude Codex vrij zeker in het Anglisch zijn geschreven, temeer daar de machthebbers in die tijd zichzelf en de regio als Anglisch zien. (> Anglische Mark) Sommigen noemen deze Anglische taal ook wel Oud Fries of zelfs Super Fries. Dit is onjuist. De Friezen settelen zich immers pas rond 750nC in een smalle kuststrook langs de Noordzee en zijn in die tijd nummeriek nog duidelijk in de minderheid. De oude taal zal derhalve zeker Anglisch zijn. De nieuw taal vrijwel zeker in hoge mate ook. De vermenging met Fries en Saxisch gaat traag door de nummerieke meerderheid en de machtposities van de Angelen.
Inleiding en Artikel 1 van de Codex luiden:
Thit sent tha keran and tha doman wisera liuda Fyvelghelondis ende Aldeomptis ief Mentrawaldmonnas; thisse in to nimane and ut to rekane.
Ofwel:
Dit zijn de keuren en oordelen van de wijze lieden van Fivelingo en Oldambt ofwel Menterwald; deze zijn te nemen en te rekenen.

Jnt erst: Werther en mon fallit ofta othera lond inna thet other, sa scel ma hine ielda mith xvi mercum anglischis and ene haudlesene tha riuchtrum, ther to tha riuchte sweren hebbat, to brecma and thio haudlesene bi xxxvj schillingum.
Ofwel:
Eerstens: Wordt een man uit het ene land in het andere gedood, zo zal men hem beboeten met 16 Anglische marken en een halslosgeld aan de rechters, die voor het rechterambt hebben gezworen, te borgen en het halslosgeld zij 36 schillings.

...
Art. 9: Hebbet ther hvesen thrya brotheren, and een ther fan lywath, and tha thwa hebbeth bern theen, tha ene een beern, tha other fyuwer beern, sa ne aecht thy maerre theam nowt mar fon tha lauwa, sae thy mynre thaem.
Ofwel (vrij vertaald):
Als er waren drie broers, en een daarvan leeft, en de twee (anderen) hebben tien kinderen achtergelaten, de ene één kind, de ander vier kinderen, dan erft elke tak evenveel.

¶ Aldeomptis = Old Ambt. Keur = wet. Rekenen = toekennen, geven.
Wald in Mentrawaldmonnas is Anglisch = open veld, bosjes, etc, hetgeen goed past bij een veengebied. Wald is in Fries = wolt = woud. (> Wold) Het Fries in de tekst doet overigens verder weinig denken aan het Fries in de vertaling van de Lex Frisionum. Naar zeggen tonen echter vele Friese streektalen onderling weinig overeenkomst.
¶ Oldambt wordt genoemd in 1347 als Alda Ombrechte in zegelwapen Wold-Oldambt.
¶ EWB: oud: OudFries/OudSaxisch: ald. Huidig Fries: alt. COD: old, afgeleid van OudEngels eald. De overgang van (e)ald > old komt alleen voor in het Engels en het Saxisch.
¶ In de regio Fivelingo/Oldambt wonen de Friezen in de kuststroken en de Saxen in de wolden (open velden). De Friezen wonen daar al sinds circa 100nC. (> Friezen) De Saxen settelen pas sinds circa 780nC geleidelijk in Groningen. (> Saxen) Het hele gebied wordt al sinds circa 500vC bewoond door Angelen.
¶ Aangezien de Saxen rond 1327 al circa 547 jaar in de regio Fivelingo/Oldambt woont, mag worden aangenomen dat vele Saxen zich inmiddels ook hebben gevestigd in de dorpen en steden aldaar.
¶ Aangezien de elite binnen een regio normaliter wordt gevormd door personen uit de dichtbevolkte locaties, valt aan te nemen dat de elite van de regio Fivelingo/Oldamt voornamelijk bestaat uit Anglische en Saxische families.
¶ Aangezien belangrijke publieke functies tot circa de 20e eeuw voornamelijk worden vervuld door personen uit de elite, mag worden aangenomen dat bovestaande geciteerde tekst is geschreven in de taal van de toenmalige elite in Fivelingo en Oldambt.
¶ Aangezien de dorpen en steden in Fivelingo/Oldambt circa 1327nC kennelijk voornamelijk worden bewoond door Anglische en Saxische families, zal er na circa 547 jaar Saxische aanwezigheid een zeker culturele integratie zijn ontstaan tussen beide bevolkingsgroep.
¶ Aangezien tussen de Anglische en Saxische bevolking van de grote locaties in Fivelingo/Oldambt in 1327nC na circa 547 jaar een grote mate van culturele integratie zal zijn ontstaan, zullen ook hun talen inmiddels behoorlijk zijn geïntegreerd tot een soort Angel-Saxische taal.
¶ Aangezien de Angelen in Noord Groningen zich daar al rond 500vC hebben gevestigd, de Saxen pas sinds circa 780nC en de Friezen alleen de kuststreken bewonen, kan worden gesteld dat in de regio Fivelingo/Oldambt circa 1327 de Anglische bevolking de grootste groep vormt, gevolgd door de Saxen en dan pas de Friezen. Gezien deze verhoudingen kan met dus zeker spreken van een Saxo-Anglische bevolking. I.e. een Anglische bevolking die door toestroom van Saxen in de loop van de tijd enigermate versaxischt is. (> ASV)
¶ Artikel 1 van de Codex bepaalt weergeld (boete) die betaald moet worden in Anglische Marken. Dat is zeer opmerkelijk. Fivelingo en Oldambt hebben dus in 1327 de Anglische Mark als munteenheid. Volgens bron WP is het muntrecht in de 14e eeuw in Italië, Duitsland en de Nederlanden in handen van de territoriale vorsten, die het veelal als een bron van inkomsten hanteren. Hieruit mag men concluderen dat Fivelingo en Oldambt in die tijd onder een Anglische vorst staan. Volgens bron WP is Fivelingo in de 10e eeuw nC een graafschap. Volgens een kaart uit circa 1280 van Richard of Haldingham (Hereford/England) wonen de Friezen in die tijd tussen de Eems en de Weser. Volgens een kaart uit circa 1450 van Nikolaus von Kues wonen de Friezen daar nog steeds + op enige Waddeneilanden. Fivelingo en Oldambt liggen dus volgens deze kaarten zeker tot 1450nC absoluut niet in Fries territoir. Per saldo lijken Fivelingo en Oldambt dus zeker tot 1450nC een graafschap dat ressorteert onder een vorst met relaties tot Angeln, dat in die tijd kennelijk nog een zekere macht voorstelt.
¶ Op grond van alle genoemde feiten en thesen mag per saldo worden gesteld dat:
Aangezien:
- in boven geciteerde tekst het genoemde gebied Mentrawald gezien het naamsdeel 'wald' een Anglische herkomst c.q. oerbevolking doet veronderstellen,
- en de overgang ald > old alleen in het OudEngels/Anglisch en Saxisch voorkomt,
- en het Fries alleen ald of alt kent voor oud,
- en de Angelen de oudste bewoners zijn van de regio,
- en rond 1327 nog geen Friezen lijken te wonen in Fivelingo en Oldambt,
- en rond 1326 de Anglische Mark kennelijk de munteenheid van Fivelingo/Oldambt is,
- en rond 1327 kennelijk betrekkingen bestaan met Angeln,
- en Fivelingo/Oldambt per saldo historisch een overwegend Anglische regio moet zijn,
- en de Angelen al sinds circa 500vC en de Saxen sinds circa 780nC in de regio wonen,
- en de elite van Fivelingo/Oldambt in 1327 kennelijk een Saxo-Anglische herkomst heeft,
- en een elite normaliter tot circa 1900 de regionale topfuncties bekeeld,
- en dat die regionale topfuncties normaliter omvatten de bestuurlijke, juridische, kerkelijke, militaire en economische terreinen,
- en boven geciteerde juridische tekst in 1327 derhalve zal zijn opgesteld door een elitaire topfunctionaris uit het bestuurlijk/juridische vlak,
- en de regionale elite kennelijk een Saxo-Anglische taal spreekt,
- en de taal van boven geciteerde tekst derhalve kennelijk de taal van de Saxo-Anglische elite is,
>> mag worden gesteld dat de taal in boven geciteerde tekst een Angel-Saxische of (gezien de verhoudingen misschien beter te noemen) een Saxo-Anglische taal voorstelt uit de periode ron 1327nC en gesproken in de regio Fivelingo en Oldambt.
¶ Dat de taal in de geciteerde tekst door sommigen wordt gezien als Fries, is alleen te verklaren door het feit dat tussen het Anglisch en het Fries enige verwantschap bestaat en doordat de Friese taal feitelijk bestaat uit een aantal streektalen met onderling soms sterke verschillen.
1532: In het Engelander Holt bij Beekbergen is een rechtbank waar zaken van landrecht worden behandeld. > Engelander Holt
** Recht, Gewoonterecht, Wetten, NEW, Pax Anglorum, CFO, Verfriezing, Versaxing, Oldambt, Fivelingo, Anglische Mark, Friezen, Saxen
# NGE, brittenburg.net 17.11.09, WKP 18.11.09, FRI, DAB, KBG

 
Lex Salica: > Franken

LFA: Lingua Franca in Angelland
Stad & Lande van jaargang 10 schrijft:

Tot de 15e eeuw werd in de Groninger Ommelanden Fries gesproken. De oudste bronnen zijn dan ook in het Oudfries opgesteld, ...
In latere eeuwen rukt het Neder-Saxisch op vanuit het Oldambt. Hierdoor en door sterke immigratie krijgt het Scharmers een ietwat pluriform karakter. Opvallend is echter dat Scharmer en omgeving een taalkundige enclave vormen met o.a. een sterke voorkeur voor de meervoudsvorm s, het lidwoord de en de klemtoon op de laatste lettergreep. Aldus bleek uit een fonologisch onderzoek ergens in de jaren 1980. Andere bronnen beweren dat deze eigenaardigheden op grotere schaal voorkomen in de hele provincie Groningen. De voorkeur voor het lidwoord de, als feitelijk het gangbaar is, staat in schril contrast met het lidewoord het in het Fries en Saxisch. Het verschijnsel deed zich ook voor in het Engels. Het Oud Engels kent the/thý (de, die) en hit (het), maar dropt in de loop der tijd lidwoord hit. Mogelijk deed zich dat in Scharmer ook voor, alleen minder sterk. Per saldo lijkt het dus dat het Anglisch de oorspronkelijke taal is van Groningen. Door latere immigratie van Friezen krijgt de regiotaal een meer Fries karakter.

Stellingwarf bestaat uit 39 dorpen. De streektaal heet een Neder-Saxische taal met enige Friese en Nederlandse leenwoorden. Bron stellingwarfs.nl 15.5.2010 schrijft:

Et Stellingwarfs wordt vanoolds praot in de gemienten Oost- Stellingwarf, mit et heufdplak Oosterwoolde, en in West-Stellingwarf, mit et heufdplak Wolvege. Et is veural bekend om zien ae-klaank, bi'jglieks in et zinnegien Et waeter klaetert tegen de glaezen. Et Stellingwarfs is een diel van et Nedersaksisch in Nederland, dus krek as Drents, Sallaans enz. Et ooldste Stellingwarfs dawwe in drok tegenkommen is van 1837.
...
Et Stellingwarfs is et meerst femilie van de taelsystemen van Noordwest-Overiessel en Zuidwest-Drenthe. De tael van die gebieden het ok et kenmark van de ae-klaank, dat is de klinker zoas die him veurdot in de laeste lettergrepe van et Fraanse woord militair. Daoromme wodt hi'j deur de meeste talegeleerden ok bi'j et Stellingwarfs rekend.
¶¶ De ae-klank komt in het Anglisch in ruime mate voor en wordt uitgesproken zoals in het Stellingwarfs. (> Pg/Linguana/Fonologie) In het Neder-Saxisch lijkt de klank vooralsnog niet in gebruik. Zeker niet in Twente en de Achterhoek. Aangezien het Anglisch in de periode 300vC-800nC de Lingua Franca is in NO Nederland, kan de ae-klank in het Stellingwarfs derhalve afkomstig zijn van het Anglisch. Temeer daar nabijgelegen Munnikeburen en Havelte vrij zeker oude Anglische nederzettingen lijken te zijn.
¶¶ Bron HGN gaat een stap verder en schrijft tav de Anglo-Friese relaties het volgende in hoofdtuk VIII: Inleiding van Oudwestgermaans:
Natuurlijk, er is veel overeenkomst [tussen Engels en Fries], vooral in klankstelsel, b.v. de palatalisatie van k en g, de breking, de voorliefde voor e-klanken in plaats van a, maar dit geeft alleen recht om van 'loose unity', niet van een vroegere 'close knit unity' te spreken. Wel kan men zeggen, dat het Oudfries het dichtst staat bij het Oud-Kents, b.v. in de ontwikkeling van e uit u en van de ê = ndl. â.
¶¶ Het Saxisch kent de ae-klank nauwelijks, maar de ao-klank des te meer. Daarentegen komen de ae-klank en de variante e-klank overvloedig voor in het Anglisch. De relatie van het Stellingwarfs met het Anglisch is derhalve zeer wel mogelijk. Per saldo kan men stellen: Als het Stellingwarfs zich kenmerkt door de ae-klank en niet van het Fries afstamt, dan lijkt het Stellingwarfs mogelijk dichter bij het Anglisch te staan. > Stellingwarf

Angelnees: Fictieve naam voor het beschaafde Anglisch, zoals gesproken door de Anglische elite. De vraag is hoe dit Angelnees klinkt. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, kunnen we uitgaan van de volgende bevindingen:
A. Volgens bron WKP 30.5.10 wordt Arnhem door de Arnhemmers uitgesproken als Ernem. Dit lijkt te wijzen op Anglische herkomst, namelijk afgeleid van Anglisch earn (arend) en ham (hem, heem). Het Arnhems kan dus van oorsprong een Anglische taal zijn.
B. Gezien de historische migratiestromen worden De Liemers en Arnhem circa 150vC bevolkt door Angelen uit de Achterhoek. (> ASA) Dit sterkt de these onder punt A, dat het Arnhems van oorsprong mogelijk een Anglische taal is.

Anglische taalresten: Prof Dr Jacobus Joannes Antonius (Jac) van Ginneken S.J. (1877-1945) was taalkundige, dialectoloog en psycholoog. Hij doceerde aan de Universiteit Nijmegen. Heeft veel gepubliceerd op taalkundig gebied. Jac van Ginneken (JvG) schrijft in Onze Taaltuin van april 1932 o.a. over zgn Anglische taalinfiltratiezones in Nederland en Vlaanderen. Later schrijft hij dat de term infiltratiezone bij nader inzien onjuist is omdat deze gebieden feitelijk taalkundige restegebieden zijn van het oorspronkelijke Anglisch wat daar kennelijk eerder gesproken werd.
¶¶ JvG schrijft in algemene termen over heel Nederland en Vlaanderen en in bizonder over de drie Anglische taalzones:
- Leuven
- StNicolaas-Boom-Dendermonde-Aalst-Niove
- Hasselt-Bree
¶¶ De belangrijkste bevindingen van JvG lijken als volgt te kunnen worden samengevat in zijn eigen woorden:

¶ Een nieuwe strooming in de taalwetenschap
... en wijst op drie 'anglische' infiltratiezones, die wij later nog op honderd andere [taal]kaarten zullen terugvinden. ...
¶ Taalkaart 'put'
... Bijna over heel ons taalgebied [Nederland-Vlaanderen] heeft de apocopeering de onbetoonde silbe doen verdwijnen. Alleen in het Noord-Oosten heeft het Saksische deel de twee-silbigheid tot heden toe bewaard. (De juistheid mijner demarcatielijn in Drenthe is niet geheel zeker). Maar over heel ons land liggen nog de sporen der oude [Anglische] tweesilbigheid in de verschillende rekkingen dier Umlautsvocalen. ...
¶ Taalkaart: vuur (p 218)
... Hierdoor blijken nu onze drie aanvankelijk gedoopte 'Anglische infiltratiezones' in Zuid-Nederland niets anders dan oude rest-gebieden van een vroeger over heel West-Nederland en waarschijnlijk ook Oud-Brabant verspreid Ingvaeonisme. Deze conclusie werd door de [taal]kaarten van deur en put reeds waarschijnlijk, maar lijkt mij nu zeker geworden. Bovendien tonen de Zuid-Limburgsche vormen deer en daar die zoo sprekend op de Tessel-Vlielandsche en Schiermonnikoogsche vormen gelijken, dat ook Limburg eenmaal tot dit groote delabialisatiegebied heeft gehoord. En ik geloof, dat wij hiermee een groot samenhangend Oud-Nederlandsch [Anglisch] dialectgebied hebben blootgelegd. Telkens weer opnieuw zullen wij in de nu volgende [taal]kaarten zien, hoe dit ééne gebied door machtige taalversschijnselen ... is uiteengerukt, maar dat de beide peripherieën èn de zoogenaamde 'infiltratiezones' aan het oude [Anglisch] getrouw zijn gebleven. ...
¶¶ De bevindingen van JvG zijn volledig te rijmen met bevindingen uit historische bronnen omtrent de aanwezigheid van Angelen in heel Nederland en Vlaanderen sinds circa 400vC.
¶¶ JvG stelt o.a.: "Alleen in het Noord-Oosten [van Nederland] heeft het Saksische deel de twee-silbigheid tot heden toe bewaard." Het Saxisch kenmerkt zich echter juist door drie- of meer-silbigheid, vooral door tussenvoeging van e-klanken. Het behoud van de twee-silbigheid in NO Nederland is dus te danken aan de relatief sterke aanwezigheid van Angelen zelf aldaar. Uit diverse metingen blijkt dat de Agnglische Factor daar gemidddeld 2.7x groter is dan de Saxische. Maw: In NO Nederland is de Anglische aanwezigheid gemiddeld 2.7x groter dan de Saxische, hetgeen zich kennelijk o.a. uit in een sterke handhaving van hun taaleigenschappen en andere elementen van hun cultuur. > AFA
¶ De bevindingen van genoemde bron JvG (professor Van Ginnekeken) worden gesterkt door andere bronnen. Naar zeggen zou vroeger in de streek langs de Twents/Duitse grens tussen Hardenberg en Neuenhaus ooit een soort Friese taal zijn gesproken. Echter, er zijn verder geen aanwijzingen dat daar ooit Friezen zijn gesetteld. Aangezien het Fries in enige opzichten verwant lijkt aan het Anglisch, kan er eerder sprake zijn van een Anglische streektaal. Deze these sterkt het feit dat genoemde streek rond 250vC is bevolkt door Angelen uit Drente. > Hardinga
2012: Volgens taalkundigen van de Rijksuniversiteit Utrecht (RU) staat het dialect van stad Utrecht fonologisch erg dicht bij het Engels. (# radio mei 2012) Dit lijkt te bevestigen dat stad Utrecht rond 150vC is bevolkt door Angelen uit de West Veluwe.
** ATZA, West Anglisch, Angelnees, Kakkinees, Maerlands, Oostnederlands, VTO, SEBA

 
Liberalisme: > Free Institutions, Vrijheid, Democratie, Capellen tot den Poll (Joan Derk van), Thorbecke (Johan Rudolph)

Lichaam: (LCH:)
()A aedre (ader, zenuw, pees, ingewanden), aeg (oog), aem (adem), aers (aars, anus, achterste, billen), ancleow (enkel), andwlita (gezicht), aog (oog), arm (arm), ars (=A aers), attam (adem), attaman (ademen), bac (rug), bacban (ruggegraad), bactand (kies), baec (rug), ban (been, bot), banta (gebeente), bealcge (balg, buik), bealloc (=A bealluc), bealluc (bal, testikel), beard (baard), bec (bek, mond), bien (been), blaedre (blaas), blind (blind), blod (bloed), bodig (lijf, lichaam), bog (schouder, arm), bosm (boezem, borst), bra (kuit, spier), brade (=A bra), braegn (brein, hersens), breath (adem, zucht), breathan (ademen, zuchten), breost (borst), broc (achterste, kont), buce (buik), byrthmerce (moedervlek), caec (kaak, kinnebak, wang), ceafal (kaak; bn tandeloos), ceal (keel, hals), ceole (keel), cin (kin, kaak), cinnban (kaakbeen), cise (kies), clout (kloot, teelbal), cnappar (tand), cneo (knie), cneow (=A cneo), cnocle (knokkel, wervel, gewricht, gebeente), cnofal (enkel, gewricht), cop (kop, hoofd), creopal (kreupel), crince (plooi), crincel (plooi), cropp (romp, keelgat, voormaag), cule (aars, achterwerk, teelbal, kloot), cunt (kont, kut), cute (kuit), cwidh (buik, uterus), dorganc (spijsvertering), eag (oog), eage (oog), eagebra (wenkbrouw), eagebru (wenkbrouw), eare (oor), ears (=A aers), eaxl (oksel), elnboga (elleboog), finger (vinger), forefinger (wijsvinger), flanc (flank), fot (voet), fyst (vuist), gealla (gal), geat (gat, anus, hol), gebit (gebit), gerifod (gerimpeld), gesihth [gesait] (gezicht, zicht), gewiht [gewait] (gewicht), gole (muil, keel), gorga (keel), grane (baardhaar, snorhaar), haer (haar), hals (hals), halsgeat (keel), hanc (heup), hand (hand), heafd (hoofd), heafod (hoofd), hela (hiel), heogh (kaak), heorte (hart), her (haar), hesp (heup, gewricht), hid (=A hyd), hnecca (nek), hnoll (nol, kruin), hodig (groot gebouwd), hrif (rif, buik), hrycg (rug), humore (vocht, lichaamsvocht), hyd (huid), hyge (keel, strot), hype (heup), inaedre (ingewanden), laenca (onderlijf), leagga (been), lell (lel, oorlel, huig), lend (lende, zijkant), lengthu (lengte), leoht (licht van gewicht), lesca (lies), lic (lichaam), lich (lichaam), lichama (lichaam), lichoma (lichaam), lif (lijf, lichaam), lifer (lever), lippa (lip), locc (lok, haarlok), lungen (longen), lyc (lichaam), lycsem (litteken), maeger (mager), mal (vlek, huidvlek), middelfinger (middelvinger), milte (milt), mudh (mond), mul (muil, mond), muth (mond), naegel (nagel), nafola (navel), nipel (tepel), nosu (neus), oag (oog), oferwiht (overgewicht), pic (pik), pinc (pink), pleatt (voorhoofd), pote (poot), potlote (penis), pyntel (penis), ribb (rib), rifel (rimpel), rifelede (gerimpeld), rifod (rimpel), rig (rug), rigban (ruggegraad), ringfinger (ringvinger), rippel (rimpel), rob (maag), rugg (rug), rump (romp, stuitbeen, achterste), scinne (huid), scinu (scheen), scinubien (scheenbeen), scolder (schouder), senn (zeen, pees), sinu (=A sinuw), sinuw (zenuw), slince (linker hand), slinder (dun, slank), slund (mond, keelgat, slokdarm), sole (zool, voetzool), spir (spier), spuw (spuug, speeksel), spuwan (spuwen, spugen), stomak (maag, buik), ta (teen), tand (tand), tandgebit (gebit), theo (dij), theoh (dij), tether (hoofd, tetter), thuma (duim), titt (tiet), toth (tand), tunge (tong), underbaec (onderrug), wamb (buik, baarmoeder), wamm (buik), wang (wang), wong (wang), wast (middel), wencbra (wenkbrouw), wimpra (wimper), wisfinger (wijsvinger), womb (buik, lijf), wrih (wreef), wrist (gewricht)
200nC Wyster/Drente: In 2014 zijn daar in een put resten gevonden van een leren schoen uit de Romeinse Tijd. Van deze schoen heeft het Drents Museum te Assen een copy gemaakt. Het is een soort platte veterschoen maat 44 met fraai vlecht- en sierwerk en sporen aan de hiel. Ze lijkt derhalve van een ruiter te zijn geweest. (#TV Drenthe 24.82014) Maat 44 is nogal groot en hoort anno 2014 vaak bij mensen met een lengte van circa 1.83 meter.
300-600nC: Uit opgravingen in heel Nederland blijkt dat de Donkere Middeleeuwen tamelijk rijk en welvarend zijn. Mensen zijn gezonder en langer dan de Romeinen bevoor 300nC en de Karolingers na 300nC. #DeTelegraaf 2.5.2014 > Donkere Middeleeuwen
** Haar

Lichaamslengte: (LLN:)
Licht: > Verlichting
Lidbekegowe: > Gouwen, KHS
Liederen: > titel, Zingen
Liedjes: > titel, Zingen

Liefde:
()A aeme (=A min), bonc (sex), boncan (bonken, vrijen, sexen), caer (zorg; bn zorgzaam, liefdevol), care (=A caer), cidda (liefkozing), ciddan (liefkozen), cyss (kus), cyssan (ww kussen), deore (geliefd, kostbaar), deorling (lieveling, geliefde), flaed (schoonheid, knapheid, knap persoon), fleda (=A flaed), Freya (godin van de liefde en vruchtbaarheid), freogan (vrijen), freond (vriend), freondscip (vriendschap), frigedaeg (vrijdag; genoemd naar de god Freya), Frigg (=A Freya), leof (lief), leof (lof, liefde), leofa (genoegen, plezier, liefde, genegenheid, vriendschap), leofan (ww loven), leofere (geliefde, vriend, minnaar), leofon (leven), leofond (levend), leofondig (levendig), liaf (=A leof), liafa (=A leofa), liafta (liefde), lofe [loof] (liefde), lofian (loven, lieven, lief hebben, houden van), lufu (lief, liefde), min (liefde, min, minnaar), minnan (minnen, beminnen), romentic (romantiek), sem (zoen), seman (=A sonian), smeacc (smak, zoen, smakzoen, kus), smeaccan (ww smakken, zoenen, kussen), smeaccer (smakker, smakzoen), sonian (ww zoenen), soonan (=A sonian), soone (zoen), soonian (ww zoenen), swinan (ww zoenen, zwijnen, geluk hebben)
5000vC++: Horus is de Egyptische god van de Liefde. In Sudan zijn stenen beeldjes van hem gevonden. Ze dateren uit circa 5000vC. > Hemelrijk
650vC++: Freya (alias Frigg) is de Anglische godin van de liefde, vruchtbaarheid, huwelijk, passie, voorkennis en magie. Haar naam leeft voort in Vrijdag, Anglisch: Frigdaeg. Ze is gehuwd met Wodan. Hun zoons zijn Donar (Anglisch: Thunor) en Balder. > Freya
650vC++: Balder is de Anglische god van de Liefde. Mogelijk is hij een verre reïncarnatie van Horus. > Balder
534nC: Radiger is een zoon van koning Hermegisklus van de Varni. Hij is verloofd met prinses Erma van Angeln (c 514-574nC) in Haithabu. Radiger verbreekt de verloving om te trouwen met Theudichildis, zuster van de Frankische koning Theudebert. De prinses is furieus en neemt wraak. Ze zeilt met 400 schepen de monding van de Rijn op, waaromtrent Radiger dan kennelijk vertoeft. Radiger smeekt om genade en trouwt alsnog met haar. Het verhaal is afkomstig van Frankische ambassadeurs in Constantinopel. > Radiger
1050nC: Uit circa 1050nC stamt de beroemde tekst van een Vlaamse monnik in Engeland, die hij kennelijk schrijft bij het testen van zijn pas geslepen pen (ganzeveer) en een vlaag van verliefdheid:

Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic andu thu,
Wat unbidan we nu?

ofwel
Hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij,
Wat wachten we nu?
2010: Nederlanders zoeken en vinden hun grote liefde meestal niet ver van huis. De grote liefde woont maar zes kilometer verder. Dat ontdekt Karen Haandrikman van de Rijks Universiteit Groningen (RUG). Dit geld vooral in NO Nederland. Vele factoren spelen een rol bij de partnerkeuze: religie, cultuur en dialect. Ofwel: ideologie, cultuur en taal. De herkomst in ruime zin speelt dus nog altijd een belangrijke rol. Karen concludeert dat na onderzoek van gegevens van ruim 300.000 mensen. (# De Telegraaf 17.6.2010)
India: In een uitzending over India (VPROtv 9.12.2012 Van Bihar tot Bangalore 2) vraagt programleider Jelle Brandt Corstius aan een gehuwd paar wat volgens hen liefde in wezen is. Ze denken na en dan zegt de vrouw: liefde is je op je gemak voelen bij elkaar.
Zambia: Zambiaanse vrouwen op het platteland leren al vroeg hoe ze hun man en zichzelf tevreden moeten houden. Ze voelen zich vrij en gelukkig als ook hun man tevreden is. (# VPROtv: docu Kim Brand 20.2.2013)
Makker: Opmerkelijk is dat de Anglische woorden maeccar (makker, maat, genoot) en gemaecca (makker, maat, genoot) zijn afgeleid van het woord gemaec (gemak, passend bij). Maw: een makker is iemand om wie men geeft en bij wie men zich op het gemak voelt en die bij je past. Kennelijk weten de Angelen al heel vroeg waar het in vriendschap c.q. kameraadschap en genegenheid in essentie om gaat. Dit lijkt in overeenstemming met een wetenschappelijk onderzoek. > Partnerkeuze.
Gemak is voor Angelen een belangrijk principe is in het leven. Het gezegde easy does it sterkt deze these in belangrijke mate. Mogelijk is dit een universeel gegeven. Het is echter ook mogelijk dat de Anglische cultuur dit heeft meegekregen van de Ariers, waaruit zowel de Angelen als de Indiërs voortkomen. > Gemak
** Vriendschap, Relaties, Verbondheid, Harmonie, Freya, Naastenliefde, Grafgiften

Liefde & Verbondenheid: > Verbondenheid

Lievelde:
In Lievelde (Achterhoek) zijn grafvelden gevonden daterend van circa 500nC.

 

Liemers:
Regio in zuidoost Gelderland, gelegen tussen IJssel, Oude IJssel, Duitsland en Rijn.
150vC++: Liemers bevolkt door Angelen uit de Achterhoek. > ASA
150vC-800nC: Liemers onderdeel van Anglisch Rijk. > Angle, Angelland
300-600nC: De Grote Natheid: Kusten Angelland getroffen door grote natheid. Veel regen en stormen. Veel land loopt onder water of wordt weggespoeld. Vele Angelen vluchten naar hogere grond op de Veluwe, Twente en Drente. Door de grote natheid groeit daar de vegetatie veel te snel en wordt het land nauwelijks bruikbaar voor landbouw en veehouderij. Circa helft van de Angelen migreert daarom naar Brittannia waar de situatie beter lijkt. > P36
775nC: Rond 775nC settelen Saxen uit NO Duitsland in grensstroken met Westfalen.
838nC: Liemers vermeld als Leomriche. De naam lijkt afgeleid van Anglisch leom (leem) + rice (rijk, land, gebied). Dus: gebied dat rijk is aan leem.
** Angerlo, Angelland, Dobbelen, Saxen, Didam, Westervoort, HAA, Versaxing, PgDix (spon)
++ Liemers verleden

Limburg:
450nC++: Angelen zijn een Germaanse volk in het tegenwoordige Sleeswijk, later langs Beneden Rijn en Maas, steken in de 5e eeuw gedeeltelijk naar Groot Brittannia over, waar zij samen met Saxen en andere stammen verschillende rijkjes stichten. #NAE/1937
¶ Bron ASCV:

571. Cutwulf vecht tegen de Welshmen bij Biedcanford en neemt vier dorpen in: Limbury, Aeylesbury, Bensington en Eynsham. Hij sterft dat zelfde jaar.
Limbury is een latere vorm van Limburig = Limburg. Het moet haast wel dat Limbury is gesticht door Angelen uit Limburg. Het is vrij gebruikelijk dat immigranten hun nieuw woonoord noemen naar de regio vanwaar ze afkomstig zijn. > Migratiepatronen
¶ Bron ASCV is een vrije vertaling van bron ASC (The Anglo-Saxon Chronicle) uit circa 830-1154. Gezien:
- het jaartal 571 van de citaat zal Limbury zijn gesticht ergens in de periode 450-571nC, dus ergens halfweg rond 511nC
- de naam Limbury zullen de stichters welhaast zeker afkomstig zijn uit de regio Limburg op het Continent; immigranten plegen namelijk vrij vaak hun nieuwe woonoord te noemen haar hun regio van herkomst > Migratiepatronen
- de Brito-Welsh rond 571 net voorbij de huidige grens van Wales wonen, dus ergens in west Midlands, ofwel in die tijd west Mercia,
-- en Mercia in die tijd overwegend Anglisch gebied is
>> zal Limbury zijn gesticht door Angelen
>> en zal Limburg op het Continent rond 475-511nC vrij zeker Anglisch gebied zijn.
¶ Waar Limbury in Brittannia exact heeft gelegen of waar het tegenwoordig ligt, dat is vooralsnog helaas niet bekend. Behalve dan dat het ergens in Mercia lag en vrij zeker nabij de grens met het huidige Wales.
¶ De these dat continentaal Limburg rond 475-511 vrij zeker Anglisch gebied is, wordt gesterkt door het feit dat rond 405nC Offa van Angeln met zijn leger campagne voert vanuit Angeln tot aan de Rijn en deels verder tot aan de Maas en Waal. Naar zeggen hebben Anglische militairen zich toen blijvend gevestigd in die gebieden. > Oeffelt.
De hoge concentratie van de familienaam Hondman (= Hundman, Kapitein) in Bergen in Limburg, Gemert-Bakel, Oss en Breda sterkt verder de these dat na het vertrek van de Romeinen uit Nederland rond 400nC vele Angelen ui NO Nederland zijn gemigreerd naar Limburg en Brabant. Mogelijk gaat het hier om militairen die na de campagne van Offa van Angeln in de regio zijn blijven wonen. > Hundman, Hof Englandi
** Offa van Angeln (c 380-456), Oeffelt, Heggen, ASA

Limes: > ARV

Lincolnshire: (Lincs:)
Graafschap aan de oostkust van Engeland, tussen Humber en Wash. Districten: Parts of Holland (hoofdplaats Boston), Parts of Kestleven (hoofdplaats Sleaford) en Parts of Lindsey (hoofdplaats Lincoln). Zuid Lincolnshire was vroeger een groot moerasgebied (de zgn fens en marshes), ontwaterd door de Witham en Welland. Economie: landbouw (tarwe, aardappels, suikerbieten), veeteelt (rundvee, schapen), bloembollen, mijnbouw (ijzererts bij Scunthorpe). Havens: Grimsby en Immingham. Badplaatsen: Skegness en Cleethorpes.
¶ Opmerkelijk is dat mensen uit Lincolnshire vaak worden aangezien voor Nederlanders. O.a. vanwege een wat harde en zakelijke geaardheid en navenante uitspraak van het Engels. Een verklaring kan zijn dat de Oer Angelen die zich daar in 450-550nC vestigen, afkomstig zijn uit Nederland.
¶ Er zijn diverse locaties in Lincolnshire met namen die nagenoeg identiek zijn aan Nederlandse locatienamen. I.c.:
- Alfing/Almelo-- Alvingham > Aelfingas
- Bourne [Bourn] --- Borne [Boarn] in Twente > Borne
- Holton --- Holten in Twente > Holten
- Lenton --- Lenthe bij Zwolle > Lenthe
- Sedgebrook --- Segbroeck bij Den Haag
- Twenty --- Twente > Twente
Coningsby Verder is er ook een locatie genaamd Coningsby. Coning (Ndl koning) lijkt overduidelijk te wijzen op een Nederlandse herkomst. Kung (Deens) en König (Duits) liggen daar immers taalkundig te ver van af.
¶ Opmerkelijk is verder dat de regiotaal van Zuid Lincolnshire duidelijk gelijkenis vertoont met de regiotaal van aangenzend East Anglia. Gezien de eerder genoemde gelijkenis tussen Lincolnshire's en Nederlanders, wijst dit mogelijk verder op de gelijkenis tussen het Oer Anglisch en het Oer Nederlands.
Twente De relatie met Twente lijkt vrij zeker. Nederlands Twente wordt door Engelsen in de normale spreektaal uitgesproken als Twenty [Twenti].
Balderton in Lincolnshire sterkt de these dat Balder sterk wordt vereerd door de Angelen al ruim bevoor de massamigratie van Angelen uit Angelland in de periode 450-550nC. (> M35) Lincolnshire is namelijk voornamelijk bevolkt door Angelen uit NO Nederland, i.b. Twente, Achterhoek, Salland en Groningen. > TEHA
Balderland De verering van Balder in NO Nederland vindt vooral plaats in de streek tussen Hardenberg en Kloosterhaar. Daar liggen de locaties Baalder, Balderhaar en Balderveen. Het is denkbaar dat Balderton in Lincolnshire is gesticht door Angelen uit Balderland.
** Migratiestromen, Ingoldsby, HAB, TEHA, Balderland
# WP, WKP 29.5.09, FRI

Linde:
Rivier tussen Overijsel en Friesland, gaande langs de noordkant van Kuinre. Mogelijk heette deze rivier ooit de Lenna. (#Quedam/p111)

Lingen:
Stad aan de Ems circa 8 Km NO van Nordhorn in NederSaxen, Duitsland. Lingen ligt in Hardinga (Heardinga), een historisch Anglisch gebied tussen Twente en Reiderland en gelegen aan weerszijden van de grens tussen Nederland en Duitsland. De betekenis van de naam is vooralsnog niet bekend.
¶ De regio Lingen is rond 225vC bevolkt door Angelen, mogelijk afkomstig van de regio Hardenberg, dat eveens ligt in Hardinga.
¶ Bij Ludlow in Worcestershire ligt een stad die ook Lingen heet. De regio is historisch Anglisch gebied, gelegen in Mercia, in 600-900nC het grootste en machtigste Anglische Rijk in Brittannia.
¶ Lingen is ook een Nederlandse familienaam. De herkomst van die naam is mogelijk Lingen bij Nordhorn in Neder Saxen.
** ASA, PgBrit (Brittannia)

Lingua Franca: > LFA

Linnen:
()A lincouc (lijnkoek = resproduct persen lijnzaad voor lijnolie; gebruikt als veevoer), linen (linnen), linland (vlasland, bouwland met vlas), linsaed (lijnzaad, vlaszaad), linsaedmelo (lijnzaadmeel), linsaedoly (lijnzaadolie), linscot (omheind gebied waar vlas wordt verbouwd), linta (linnenveld, vlasveld), linwat (linnengoed, ondergoed), manupleanc (manoeplank, keursneeplank = plank om linnen stoffen te bewerken), paell (pelle = # linnen stof), paellweafar (pellewever), sendael (linnen, neteldoek), sindael (=A sendael)
4500VC++ Egyptenaren maken linnen. #DWO
1320vC Farao Thoetanchamon (1343*-1323) afgebeeld in linnen gewaad en met hoge hoed en schoenen aan. (beeldje Museum Caïro) # DeTelegraaf 14.2.2011
425-450nC Zweeloo is bekend om de Prinses van Zweeloo, een jonge vrouw van goede stand die heeft geleefd in circa 425-450nC. Haar graf is ontdekt in 1952 tijdens graafwerk. In haar graf zijn ook sieraden gevonden: bronzen spelden, een ketting met glazen kralen, een ketting met kralen van barnsteen, een zilveren ring, zilveren toilet garnituur, een bronzen sierspeld in vlindervorm, grote losse kralen van banrsteen en van glas en bronzen armbanden, ringen en sleutels en een ketting met een bevertand. De prinses droeg een gewaad van zeldzaam mooi geweven linnen en een ruitkeper. > Zweeloo
¶ Linnen is een stof geweven van garens gemaakt van vlasdraden. Linnen wordt in het verleden gebruikt voor kleding, bed- en tafelgoed. Hemden en ondergoed werden normaliter gesmud, dwz: enige tijd geweekt in een kuil met (Angl) smudda, aecwaeter (AS smodde, eekwater), een mix van water en gerotte eike- of elzebladeren. Daardoor krijgt linnen een bruine kleur, waardoor vlekken minder zichtbaar worden.
Manoeplanken waren circa 1 meter hoog en mooi versierd met oude symbolen. Ze werden gebruikt om pas gewassen linnen stoffen te rekken, strekken en effenen. Op heel oude manoeplanken staat daarom vaak de tekst:

Strice wit
Mangol pleat
Aens sleg Ic yu   
for yor geat
Strijk wit
Mangel plat
Anders sla ik je
voor je gat
** Vlas, Lintelo, Weefkunst, PgDix/smudda

Lintelo:
Dorp bij Aalten. De regio wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch linta (linnenveld, vlasveld) + loha, low (loo = hoog gelegen stuk bos). Dus: het linnenveld bij het hooggelegen stuk bos.
¶ Genoemd hoog gelegen bos kan wel gelegen hebben omtrent de locatie Nieuwe Heegt waar de Heegteweg naartoe loopt. Namelijk: Anglisch hiehta = hoogte = AS heegte, heegde, heghte. Daar vlakbij staat de Wenninkmolen, die ook op een hoog punt staat. Molens werden nabij akkers gebouwd om de transportlijn kort te houden. Van lijnzaad (vlaszaad) wordt lijnzaadmeel en lijnzaadolie gemaakt. Overblijvend vlasvezel werd gebruikt om linnendraad te maken. > Vlas
¶ Inspectie ter plekke 13.6.2011 leert dat het gebied langs de Heegteweg inderdaad vanaf het zuiden oploopt naar de dorpskern van Lintelo.
¶ In Lintelo stond ooit de havezathe Te Lintelo.
¶ Bekend:
- Derich van Linteloe (c 1367-1426) landheer. Bezit 1402 hoeve Pristering in Heidenhoek te Zelhem. > Priestering
- Evert van Lintelo (c 1562-1622). Erft 1597 Huis De Ehze in Gorssel.

Literatuur: (LIT:) > LBAA, HBAA, Schrijvers, Podagristen
Litouws: > PgGen/Litouwers

Lobith:
Dorp aan de Rijn, resorterend onder Herwen en Aart. Rond 1330 Lobede genaamd. Aldaar werd tol geheven door de graven van Gelre. #Quedam/p112
¶ Bij Lobith was vroeger een voorde (doorwaadbare plek) in de Rijn. (#ntr:tv GoudenEeuw 1672; 4.3.2013) Mogelijk lag die voorde op de lijn van de voetveer van Tolkamer naar de overkant van de Rijn.

Locatie: > Locaties, Posities
Locatienamen: > Regionamen
Locaties: > naam, soort, Regio's, Geologie, Posities

Lochem:
Stad in Berkelland (Achterhoek). De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. (> ASA) De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch lough = laagte, laagland + ham (heem, oord). Volgens Anglische naamregels derhalve: het oord bij het lage land. Dit lough zal ergens nabij de oude stadskern hebben gelegen. Dus nabij de Berkel, hetgeen klopt met de huidige geografie. > Regionamen
900nC: Lochem krijgt een houten kerk. Een kerk op het platteland in die tijd was klein met hooguit 50 zitplaatsen. Kerken in die tijd werden normaliter alleen gebouwd als er minstens circa 100 christenen in de regio wonen. In die tijd is nog maar een klein deel van de bevolking van West Europa christen. Naar schatting circa 1/3 van de bevolkig. > Kerstening
¶ Als rond 900nC 1/3 van de inwoners Christen is, dan zullen er in Lochem totaal zeker 300 mensen kunnen wonen. Om dit aantal te halen zal volgens de historische demografische groei van 1.24x per eeuw (> HDG) de bevolkingsgroei van Lochem aldus kunnen zijn verlopen:
200vC-28 > 100vC-35 > 0nC-43 > 100nC-54 > 200nC-67 > 300nC-83 . 400nC-102 > 500nC-127 > 600nC-157 > 700nC-195 > 800nC-241 > 900nC-300
¶ Uit bovenstaande demografische reeks lijkt dat Lochem rond 200vC is gesticht door circa 28 Angelen, die zich daar hebben gesetteld. Mogelijk waren dat drie gezinnen met kinderen.
Kawop: In centrum Lochem staat een restaurant met de naam Kawop, zijnde een historische naam van nonnen die aldaar in een klooster woonden. De naam lijkt afgeleid van Anglisch caw (kauw; soort kraai) + op (top van een heuvel). Dus: een heuveltop waar veel kauwen plegen te komen. Anno 2013 komen in centrum Lochem nog steeds kauwen. (FRI) Het centrum ligt inderdaad wat hoger dan de directe omgeving. Ook de NH Kerk staat aldaar. Kerken werden in de eerste eeuwen van de kerstening normaliter gebouwd op de top van een hoogte. E.e.a. lijkt de these over Kawop te sterken.
** Aalsvoort, HDG, Blankvoort

Lockhorst: > Dor

Loki:
Alias Loke, Loge. Germaanse god van het Vuur en het Kwaad. Heeft complex karakter en kwade eigenschappen. Woont in Asgard, het rijk van de Germaanse goden. Gehuwd met Sygin. Verwekt bij de reuzin Angrboda de demonen Fenrir, Jormungand en Hel. Vermoordt o.a. de god Balder. Wordt voor zijn wandaden uiteindelijk zwaar gestraft door de andere goden in Asgard. Hij wordt vastgebonden aan een rots bij een waterval met een gifslang boven zijn hoofd. Telkens wordt gif over hem uitgestort, waardoor hij vreselijk pijn lijdt en de aarde begint te beven. Loki heeft vele overeenkomsten met Syrdon, een held uit de mythen van de Osseten, een Arisch volk in de Kaukasus. # WP, KBG
** Balder

Lonen:
()A daeglan (dagloon), gospenning (goospenning = loon van een boereknecht of- meid), lan (loon), lanan (ww lonen), lanas (zn lonen), manriht (loon, salaris)
Daglonen: gemiddelden:
Begin 16e eeuw ...  4 stuiver
Eind 16e eeuw .... 16 stuiver
17-18e eeuw ...... 20 stuiver
¶ Werkers in de landbouw krijgen in Italië tot in de jaren 1930 hun loon uitbetaald in een deel van de oogst.
** Munten, Valuta

Longobarden:
Volk dat rond 350nC woont langs de Beneden Elbe, ergens tussen Hamburg en Dömitz. Dus in Noord Angelland. Vele Longobarden (Lombarden) mirgreren samen met Angelen in 450-550nC naar Brittannia, waar ze zich o.a. settelen in Londen in het latere Lombard Street, het financiële centrum van Londen. De meeste Longobarden migreren echter rond 550nC naar Zuid Duitsland.

Loo:
Oud Nederlands: bos/woud, boomrijk gebied, open land in bos, clearing.
Oud Engels = leah, ley, lee = open (gras)land, open land in bos, clearing.
Gezien alle plaatsnamen met -loo lijkt -loo ook gezien te kunnen worden als een open gebied (in natuurgebied) waar mensen wonen. Dus als woonstede of woonoord.
Engelse plaatsnamen met -ley (vb Beverley) zijn normaliter oorspronkelijk Anglische nederzettingen.
Plaatsnamen met -loo liggen overwegend boven de Rijn. Dit kan bevestigen dat de uitgang -loo inderdaad typisch is voor Anglische locaties. Engelse plaatsnamen met -ley liggen overigens ook meestal in Anglische gebieden.
** Angerlo, Angelsloo
# DVB, OCD

Loon: (arbeid) > Werken

Loon: (stad)
Alias Loen, Lon (1233nC++). Anno 1888 Stadlohn genaamd. Voordien zetel van graafschap Loon, omvattend o.a. Winterswijk en Aalten. #Quedam/p113

Lopen:
()A baerfot (baarvoets), clappluppere (klaploper), fotstepp (voetstap), gastocc (wandelstok), hleapan (=A leapan), leapan (lopen), leapere (loper), luppan (=A leapan), luppere (loper), thred (tret, trede), thredan (ww treden)
¶ Lopen, rennen, springen, klimmen, kruipen, rollen en zwemmen zijn de oudste vormen van voortbewegen van mensen.
Bushmen (San) op jacht lopen circa 20 Km per dag. #BBCtv 16.2.2014
¶ Anno 2011 rent Pradeep Hoogakker (33 jaar) in 53 dagen de 5000 Km van de 3100 Miles Race in Amerika, de zwaarste marathon ter wereld: 7 dagen per week, van 6 uur in de ochtend tot middernacht. Om de drie uur mocht hij een kwartier rusten. Hij trotseert regen, hitte, blaren en allerlei andere pijnen. (# De Telegraaf 6.8.2011) Per dag rent Pradeep dus gemiddeld 94 Km, ofwel 5.2 Km per uur.
** Reizen

Loppersum:
Stad in Fivelingo, Groningen. De regio is rond 500vC bevolkt door Angelen uit de Oldambt. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Lopp (mansnaam) + er (iemand van) + s (pv zijn) + um (oord). NB Lopham in Norfolk.
400nC: In Loppersum is gevonden een zgn ribbelurn van 17.5 cm hoog, daterend uit circa 400nC. Deze ribbelurn komt veel voor in de Anglische regio's op het Contintent en in Brittannia. De urnen worden uit de hand gevormd, bestempeld met ribmotieven en zwart gepolijst. Ze zijn veelal bol en hebben een standvoetje. De meeste van dee urnen zijn gebruikt in urnenvelden. > Urnen
845nC: In 1884 zijn gevonden in Loppersum 243 zilveren munten uit 820-870nC. > Munten

Los Hoes:
Oudste boerderijtype in NO Nederland, daterend van circa 500vC. Stal en woonruimte grenzen open aan elkaar. Dat gaf veel natuurlijke warmte in de winter.
** Boerderij, Hallehuis, AAA, Bruntingerhof, Ezinge

Losdorp:
Dorp bij Spijk in Noord Groningen, gebouwd op een wierde (terp). De naam is afgeleid van het Oud Gronings thet lessa thorp, wat "het kleine dorp" betekent. De NH Kerk dateert van de 13e eeuw. Aangezien een kerk normaliter wordt gebouwd zodra er voldoende kerkgangers wonen, zal Losdorp toch zeker al in de 10e-11e eeuw zijn bewoond. Mogelijk zelfs veel eerder. Terpenbouw vindt namelijk plaats in de periode 500vC-1100nC. Mogelijk is de wierde oorspronkelijk bewoond door Angelen uit Lösthrop in Angeln. Bij migratie worden immers vaak plaatsnamen van het herkomstland meegenomen. Zo is Englum in Humsterland al in 450 vC bewoond. Gezien de naam vrij zeker door Angelen.
** Terpen, Migratiepatronen, Migratiestromen
# NGE, KBG

Lot: > Noodlot

Lotharingen:
Ofwel het Middenrijk tussen Duitsland en Frankrijk ontstaan in 843nC met het Verdrag van Verdun waarbij het Frankische Rijk van Karel de Grote werd opgedeeld in Francia (Frankrijk), Lotharingen (Lage Landen) en Saxen (Dutisland).
¶ Lotheringen (het Middenrijk) omvat het gebied tussen Duitsland, Frankrijk, Rome en de Noordzee. Het gebied wordt toebedeeld aan Lotharius I, de oudste zoon van Karel de Grote. Vandaar de naam Lotharingen.
¶ In het Verdrag van Ribemont Ao 880nC wordt Lotharingen verdeeld in:
- Opper-Lotharingen: omvattend het zuidelijk deel van Lotharingen
- Neder-Lotharingen: omvattend het noordelijk deel van Lotharingen, overeenkomende met de gebieden van de Lage Landen: België, Luxemburg, Nederland en Ost-Friesland.
** Groot Angelland
# WP, DAB, KBG

 

Ludger: (742-809)
Mogelijk geboren in Zuilen bij Utrecht. Opgeleid aan de school van bisschop Gregorius te Utrecht en in 767-771 aan de school te York, waar hij tot diaken wordt gewijd. Predikt in Deventer, waar hij een kerk bouwt op het graf van Lebinus. Gewijd tot priester, daarna missionaris in Dokkum en de Groninger Ommelanden. Moet daar vluchten door de invallen van Saxen. Vertrekt naar Italië. Keert terug op verzoek van Karel de Grote en wordt dan in 792 missionaris onder

de Friezen en Angel-Saxen in NO Nederland. In 801 bouwt Ludger een kerk te Zelhem in de Achterhoek. Foto boven is een replica van die kerk, gebouwd op de plaats van de oorspronkelijk kerk nabij het centrum van Zelhem. In 804 wordt Ludger gewijd tot bisschop van Munster. Hij sticht Benedictijne Kloosters in Werden, Helmstedt en Nottuln. In 809 sterft Ludger in Munster. Hij wordt begraven te Werden in Duitsland.
¶ Bron ZWH/p10+11 schrijft:
Het was op last van deze keizer Karel, dat Ludger het christendom ging prediken in de Achterhoek en Westfalen. Hier en daar stichtte hij een kerkje; het eerst in Zelhem, Groenlo en Winterswijk. De bekeringsmethoden waren, voor zo ver het keizer Karel betrof, hardhandig: er stond doodstraf op de weigering je te laten dopen en op het verbranden van doden (in die tijd werd cremeren als heidens beschouwd); op zondag was men verplicht om naar de kerk te gaan. Kortom, een bekering onder harde dwang.
...
Als middelpunt van zijn arbeidsveld koos Ludger een plek aan de rivier de Aa. Daar bouwde hj een klooster (in het Latijn: monasterium) op de plek waar nu Munster ligt. In 804 werd hij er de eerste bisschop. Alle plaatsen waar hij had gepredikt trok hij binnen zijn bisdom, en zo was de band gelegd tussen de oostelijke Achterhoek (onder andere Eibergen, Geesteren, Groenlo, Neede) en Munster.
¶ Ludger was een harde man. De religie van de Germanen noemde hij heidens en vond dat die uitgeroeid moest worden met wortel en tak. Heilige wouden werden omgehakt en heilige stenen omver gegooid. (# OVG p 132)
** Lebinus, Kerstening
@ foto © TiedLight
# WP, FRI, DAB

 

Lunenburg: (LNB:)
Duits: Lüneburg. Stad en district in Neder-Saxen.
- Stad aan de Elbe in Neder-Saxen, circa 15 Km zuidoost van Hamburg. Wapen: op rood een burcht in zilver, met drie torens met daken in blauw, open poort met daarin wapenschild: op goud een leeuw in blauw, klimmend, links gekeerd; + 9 harten in rood. De kleuren van het binnenschild zijn de Anglische kleuren. De harten in rood zijn identiek aan de harten in het wapen van Denemarken. Het binnenschild bevestigt de Anglische oorsprong van Lunenburg.
De stad wordt voor het eerst vermeld in 795 door de Franken: ... ad fluvium Albim pervenit ad locum, qui dictur Hliuni. Ofwel: .. aan rivier de Elbe, op de locatie genaamd Hliuni. De naam Hliuni betekent vluchtoord in de taal der Lombarden.
 
De Grieken noemen de stad Leufana. Ptolemaeus vermeldt de stad rond 100nC en plaatst ze in Noord Duitsland ten westen van de Elbe. In 956 wordt de naam Luniburc genoemd. In de streektaal heet de stad Lumborg.
¶ Lunenburg is al bewoond ten tijde van de Neanderthalers. Van hen is een bijl gevonden uit circa 1900vC. In de Bronstijd (2000-800vC) wordt er zout ontdekt. De zoutmijnen worden ontgonnen en het zout verhandeld, hetgeen welvaart brengt. Zout is in de oudheid een belangrijk en duur product.
Regio Lunenburg omvat de gemeenten Celle, Cuxhaven, Harburg, Lückow-Dannenberg, Lüneburg, Osterholz, Rotenburg, Soltau-Falingbostel, Stade, Uelzen en Verden. Al deze regio's liggen tussen de Elbe, Weser en Noordzee. Op een kaart uit circa 1550 van een onbekende maker is Lunenburg aangegeven als het hele noordelijk gebied tussen Elbe en Weser tot aan de Noordzee.
400vC++: Volgens diverse bronnen wonen in de regio Lunenburg rond de jaartelling Angelen. Feitelijk wonen ze daar al sinds circa 400vC en hebben ze zich daar gesetteld vanuit hun stamland Angeln. Het wapen van stad Lunenburg lijkt deze these te bevestigen. Sinds 100nC vestigen zich in het gebied ook steeds meer Saxen. Naar zeggen sluiten in dit gebied rond 150nC de Angelen en Saxen hun eerste verbond. > Angel-Saxen
115nC: De Griekse astronoom, wiskundige en cartograaf Claudius Ptolemaeus (87-150nC) in Alexandrië maakt een atlas, die in 1478 in Rome wordt gedrukt met de titel 'Geographia' door Arnold Buckinck. Deze atlas bevat een kaart van NW Duitsland waarop de woongebieden zijn aangegeven van Germaanse volkstammen. De Saxones plaatst hij tussen de mond van de Elbe tot aan de Oostzee. De Phrisii (Friezen) plaatst hij tussen de Weser en de Eems, het huidige Oost-Friesland. De Angili (Angelen) plaatst hij zuidelijk daarvan nabij de Lünenburger Heide.
150nC: De term Angel-Saxen is zeer oud. Ze is bedacht op het Continent voor de gezamenlijke Angelen en Saxen en wijst op een verbond tussen deze volken. Sommige bronnen beweren dat dit eerste verbond tussen de Angelen en Saxen is gesloten rond 150nC in het gebied Lunenburg nabij Bremen tussen de Weser en Elbe in NW Duitsland, de overlap van de toenmalige woongebieden van beide volken. Dit verbond is nodig om samen sterk te staan tegenover andere volken en de onderlinge vrede te bewaren.

--- Asbool: Als teken van hun verbond voeren de Angelen en Saxen de Asbool: op goud een x-kruis in rood, in een blauwe ring. Het x-kruis is een oeroud teken van verbond, broederschap en eenheid, gericht tegen het kwaad. Het rode x-kruis is het symbool van bloedbroederschap, verkregen door twee lichte snijdingen met een dolk boven de pols in de rechter onderarm, waarna deze insnijdingen tegen elkaar worden gedrukt en de broeders

 
ieder een door bloed rood gekleurd x-kruis hebben op hun onderarm. Het x-kruis vinden we als symbool nog terug op de nokrand en balken van oude huizen, schuren en stallen, zowel in Twente en Drente als in landen op de Balkan en in de Himalaya. Mogelijk is het een oeroud Arisch symbool, meegenomen door de Germanen. (> Nokkruis) De ring rond het x-kruis is het teken voor eenheid. De kleur blauw staat voor zuiverheid.
235nC++ Rond 235nC woedt een hevig veldslag tussen Angelen en Romeinen in Harzhorn bij Oldenrode, ten zuiden van de stad Hannover in Noord Duitsland. Tijdens recente opgravingen aldaar zijn o.a. gevonden schoffels van ijzer. De regio Oldenrode wordt rond 250vC bevolkt door Angelen uit Lunenburg. De vondst van de schoffel in Harzhorn bevestigt derhalve dat de Angelen rond 235nC zeker al ruime tijd land- en tuinbouw bedrijven.
270-450nC: In Voorburg/DenHaag is een crematiepot met crematieresten opgegraven. De pot wordt gedateerd op 275-450nC. Ze toont grote gelijkenissen met Angel-Saxisch aardewerk uit Noord Duitsland en Oost Engeland. In Bremen en omgeving zijn honderden van die potten gevonden. Aangezien Noord Duitsland vóór 400nC en Oost Engeland na 400nC overwegend zijn bevolkt door Angelen, gaat 't vrij zeker om Anglisch aardewerk zoals o.a. gevonden in Norfolk in 1933-38. De crematiepot en creamtieresten lijken derhalve afkomstig van een Anglische gemeenschap in Voorburg.
450nC++ Hasten: Anglisch: Hastingas. Onderstam van de Angelen in Angelland. Ze wonen nabij de Lüneburger Heide in Noord Duitsland, nabij Hannover waar veel Angelen wonen. I.c. de Ith Hils. Rond 450nC migreren ze naar Engeland, via Kranenburg Stade in Noord Duitsland, waar ze rivier de Oste oversteken en naar de Noordzeekust trekken. Vandaar varen ze naar Zuid Engeland, waar ze de stad Hastings stichten.
--- Kranenburg Stade:


          

Tussen Bremen en Hamburg ligt aan de rivier de Oste een gehucht met de naam Kranenburg, gebouwd op de Geest (zandheuvel) in moerasgebied. Dit gebied is drooggelegd door Nederlanders, vermoedelijk afkomstig uit Zuid-Holland. Anno 2003 wonen in Kranenburg aan de Oste ongeveer 400 mensen. Dit gehucht dankt haar naam aan een veenborg met de naam Cranenburg dat daar in 1375 is gebouwd in opdracht van aartsbischop Albert II van Bremen.
--- Volgens streekhistoricus H. Borgers te Kranenburg Stade komen de Hasten uit een gebied ver ten oosten van Bremen, namelijk de Lüneburger Heide of daaromtrent. Die locatie stemt aardig overeen met een oud woongebied van Angelen.
Anno 2003 wonen in Kranenburg aan de Oste ongeveer 400 mensen. Dit gehucht dankt haar naam aan een veenborg met de naam Cranenburg dat daar in 1375 is gebouwd in opdracht van aartsbischop Albert II van Bremen.

--- 450nC++: Vele Hasten migreren in 450-500nC naar Engeland, waar ze o.a. de stad Hastings stichten. Ze verzamelen zich in Kranenburg Stade bij Bremen aan rivier de Oste om gezamelijk over te steken met de veerboot daar. Dat verzamelpunt lag naast de veenborg Cranenburg te Kranenburg aan de Oste. Volgens streekhistoricus H. Borgers te Kranenburg Stade kwamen de Hasten uit de Lünenburger Heide, een gebied ten oosten van Bremen. (foto © BCK)
> Hasten, Kranenburg Stade
 
--- Hastings: Vanuit Kranenburg/Oste varen de Hasten naar Zuid Engeland, waar ze de stad Hastings stichten. De naam Hastings lijkt in dit kader afgeleid van Anglisch Hastingas, dat is afgleid van Anglisch Hast (mansnaam) + ingas (volgelingen). Dus: de volgelingen van Hast. Deze Hast lijkt in dit kader de stamleider te zijn. De naam Hast is mogelijk afgeleid van het Latijn hasta = lans, speer. Mogelijk muntte Hast uit in de hantering van de hasta.
--- Cranbrook: Iets ten noorden van Hastings ontstaat een dorp met de naam Cranbrook. Mogelijk is deze naam geïnspireerd door Kranenburg aan de Oste.
** Angologie, Angelland, Angel-Saxen, Asland, Hasten
# Neue Chronik von Kranenburg (H. Borchers, Kranenburg Stade, 2003), FRI, DAB, KBG

Lutten:
Plaats in NO Overijssel, gelegen tussen Hardenberg en Slagharen. Mogelijk hebben zich hier rond 100nC Angelen gevestigd vanuit Coevorden. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Lut (mansnaam) + tune, tone (tuin, woonstee, oord). Dus: het oord waar Lut woont.
¶ De plaatsnaam Lutten vinden we terug in Engeland als Lutton in Lancashire en Luton en Luton Hoo in Bedfordshire. Lancashire en Bedfordshire zijn oorspronkelijk Anglische gebieden waar zich sinds 450nC vele Angelen hebben gesetteld vanuit Angelland.
** TEHA, Angelland, Engeland Hardenberg, Migratiestromen, Migratiepatronen

Lutterveld: gehucht bij Slagharen > Kembrug

Lx: = Lexicon pagina's A-Z

Lijden:
()A acan (=A aecan), aecan (hevige pijn hebben, ernstig lijden), aece (hevige pijn, enrstig lijden), baerman (medelijden hebben), baermheortig (barmhartig), baermheortignis (barmhartigheid), cumber (kommer, zorg, last, hinder), cumberan (lijden, verkommeren, bekommeren), earbaerm (erbarmen, medelijden, mededogen), earbaerman (erbarmen over, ontfermen over), earbaermlic (erbarmelijk), earbaermlicnis (erbarmlijkheid), earbaermnis (erbarmen), gran (zn kreun), granan (ww kreunen), hearm (schade, letsel, kwaad, leed, ellende, smart, pijn), hearmian (schaden, pijnigen, kwetsen), hearmta (veel leed, lijden, ellende, pijn), hearmtawaeg (lijdensweg), lath (leed, verdriet), lathan (lijden), lathian (verafschuwen), lathodan (belasten), lathod (bn belast), lidan (lijden), pliht (zorg, verdriet, ellende, leed), suhtan (zuchten, lijden), sygtan (=A suhtan), wa (wee, pijn, verdriet), winnan (lijden), wunnan (lijden)
¶ Volgens overleveringen was het leven in oude tijden zwaar en kende men veel armoede en ellende. De vraag is echter of het leven anno nu wel zo geweldig is en geen andere vormen van lijden kent, die misschien even erg zo niet erger zijn dan vroeger. Desondanks is het een interessante vraag hoe Angelen in het verre verleden zijn omgegaan met lijden.
** Aandoeningen, Eenzaamheid, Geneeskunde, Sjamanisme, Medicijnen, Kruiden, Moraal, Vermaak

M::

Maaien:
()A acer (=A acre), acre (akker, veld), aecer (=A acre), aeftergraes (grasoogst na eerste maai = tweede grasoogst), aeftermaeth (tweede maaisel = oogst na eerste maai), corn (koren), cour (koren), cornacre (korenakker), gaerf (garve, bos gemaaide en gebonden graanhalmen), graes (gras = landmaat; 1 gras = 0.5 Ha), graesland (grasland), geaffel (gaffel = hooivork met 2 punten), gield (oogst), gieldan (oogsten), gihwaesan (gewassen), haerfan (ww oogsten), haerfest (oogst), haerfestan (ww oogsten), haerfta (oogst), haefre (haver), hieg (hooi), hiegland (hooiland), hiegslaeg (hooislag, laaggelegen hooiland), hoy (hooi), hoyan (hooien), hoybaerg (hooiberg), hoyland (hooiland), hoymaent (hooimaand = juli), maed (maat, grasland), maetan (ww maaien), maete (weide, grasland), maeth (= maete), maeth (maai, maaisel), maethe (=A maete), mawa (=A mywa), mawan (=A mywan), mawere (maaier), mowa (=A mywa), mowan (maaien), mowgudh (maailand, grasland), muga (hoop koren), muha (=A muga), mywa (maailand, grasland), mywan (maaien), mywere (zn maaier), ogest (oogst, oogstmaand, Augustus), oust (=A ogest), Oustmaent (Oogstmaent, Augustus), piccan (maaien), piccere (maaier), piccstric (wetsteen om zeis te scherpen), pong (bos aren), pongan (aren binden), pongel (=A pong), raca (raak, reek = # hooivork), reap (touw), reap (rijp), reapan (vastbinden, oogsten, maaien), reapere (maaier, oogster), reaphoc (sikkel), reke (reek, riek, hooivork, mestvork, hark), rekian (reken, harken), ripan (rijpen, maaien, oogsten), ripe (rijp), ripere (=A reapere), riphoc (sikkel), rut (onkruid), sceaf (schoof, bos, bundel), sceafing (schoofrecht = recht op aantal schoven van oogst conform oppervlakte), scokke (hoop hooi; 12-16 schoven), seys (zeis), seysan (maaien), siccan (maaien, oogsten), sicman (maaier, oogster), sicol (sikkel), sict (zicht = zeis met korte steel), sictan (maaien), sigdan (maaien), sigde (=A sict), sithe (zeis), sithian (maaien), snoad (snode = handvat van een sikkel), streaw (stroo), stuppel (stoppel), swaeth (zwad = strook gemaaid gras), swat (=A swaeth), swathu (=A swaeth), tearwa (tarwe), weod (onkruid)
600vC++: Eeuwenlang laten Angelen na het maaien een schoof op de akker achter voor het paard van Wodan. #HED/p8;KBG
400nC++: In vele Anglische streken kregen op adellijke landgoederen de maaiers na het oogsten van de rogge het zgn Wodanbier geschonken. Dan zongen ze de Rygesang (Roggelied):

Weald, Weald, Weald!
Heafan wit what happeth
Sewanth adune fram heafan
Fulla crucen and singan heveth He
upan holt growath manigly
He is nat barn and werdath nat eald   
Weald, Weald, Weald!
Woud, Woud, Woud!
Hemel weet wat gebeurt
Ziende omlaag vanaf de hemel
Volle kruiken en zingen heeft Hij
op een hout groeit meniglei
Hij is niet geboren en wordt niet oud
Woud, Woud, Woud!
 
** Grasland, Hooi, Gewassen

Maalkruis:
Alias schuinkruis, saltire, x-kruis.

965nC++: Van Beveren: Oud Vlaams geslacht uit Waasland bij Antwerpen. Dit geslacht heeft grote bezittingen in Vlaanderen, Frankrijk en Nederland. In Waasland (bij Antwerpen) zijn dat o.a. Beveren en Verrebroek. Arnulf de Bevere is in 964 burggraaf van Diksmuide. In 965 opgevolgd door Diederik I van Beveren (Thiry de Beverne). Hij komt uit Waasland. Zijn nazaten zijn drie eeuwen lang burggraaf van Diksmuide. Wapen: Op een veld van azuur vier dwarsbalken van goud met daarover een X-kruis in rood. Het wapen rechts is van de gemeente Beveren in Waasland.
 
Het rode X-kruis in het wapen van de Van Beverens is via Arnulf de Bevere (c 904-964nC) uit Engeland afkomstig van de Asbool, het teken van het Angel-Saxisch verbond dat rond 125nC is gesloten in de regio bij Bremen. (> Asbool) Het maalkruis is hier dus een teken van verbond.
¶ Sommigen zien in het maalkruis een symbool voor rechtsgedingen. Het woord maal zou namelijk zijn afgeleid van het Latijn mallus, malus.
** Asbool, X-Kruis

Maalstenen:
300vC++: Rond 350vC gebruikt men maalstenen van basaltlava voor het malen van graan.
100nC: Loper maalsteen te Westerveld/Drente > Westerveld
** Molens, Ezinge (++ Anglische hoeve)
# hijken.com 23.8.2010

Maan:
()A blawmaen (blauwmaan; # kruid, plant), blawmaensaed (blauwmaanzaad), Copper Maendaeg (Kopper Maandag > Kalender), deorc maen (donkere maan), full maen (volle maan), maen (maan), maendaeg (maandag), maenliht (maanlicht), maensaed (maanzaad), maenscine (maneschijn), maenston (maansteen; # halfedelsteen), maent (maand), mon (maan, maand), Monan (Monan = Anglische Maangod), monandaeg (maandag), monath (maand, maan), monna (maan)
Zonaanbidders: Aangezien christenen de naturale Angelen heksen noemen, mogen we aannemen dat ze daarmee bevestigen dat de naturale Angelen primair zonaanbidders zijn. Ofwel dat de zonnecultus voor de naturale Angelen het meest belangrijke religieuse element is. Deze these wordt bevestigd door het feit dat de Anglische week bebint met Zondag. Dan volgende de grootheden Maan (maandag), Tiwas (dinsdag), Wodan (woensdag), Thor (donderdag), Freya (vrijdag) en Saeter (zaterdag). > Zonnecultus, Heks, Naturalisme, Weekdagen
50vC: Julius Caesar is niet onder de indruk van het Germaanse geloof. Hij schijft circa 50vC dat ze nauwelijks goden kunnen noemen en schijnbaar alleen Zon, Vuur en Maan kennen. Ook schrijft hij dat ze in bizonder Mercurius vereren, die ze beschouwen als gids op hun reizen en behalen van winst. (Commentarii de Bello Gallico: 6.21, 6.17) Mogelijk bedoelt hij de Anglische god Balder. > Mercurius, Balder
500nC++: Bron WAB/p82 schrijft: The names of some of the ancient English deities are preserved to us in ours words denoting the days of the week. ... "Monday" is Monandaeg, the Moon-god's day.
500nC++: Bron WAB/p84 schrijft: Hjuki and Bil, the two children of the moon, personifications of the flow and ebb of the tide, have come down to us as Jack and Jill in the nursery rhyme.

Maanden:
()A mand, mond, maent, monath = maand
¶ Maanden van het jaar:
Locmaent, Loumaent, Loymaent = januari
Sproclemaent, Spurcle, Sporcle = sprokkelmaand = februari
Sulmaent, Selle, Sel, Sil, Sille, Sul, Sulle = ploegmaand = februari
In deze maand ploegen de boeren hun land en offeren ze koekjes aan de goden om hen gunstig te stemmen en een goede oogst af te smeken. > Ploegen
Hretmaent = maart; genoemd naar godin Hertha (ZA)
Saymaent = zaaimaand = maart
Eostermaent = april; Anglisch eoster = pasen > Eostre
Maymaent, May = maaimaand = mei
Braecmaent = juni; AVA braec = braak = onbebouwd
Hoymaent = hooimaand = juli
Ogest, Oust, Oustmaent, Augustus = oogstmaand = augustus
Pytemaent, Spilmaent, Septembre = speelmaand = september
Slegmaent, Octobre = slachtmaand = oktober
Smeormaent, Novembre = november
Haleg Maent, Decembre = Heilige Maand = december
642nC: Latinisering van de Engelse (Anglische) maanden in Engeland. Ogest > Augustus. Etc. #ASC/Ingram/642
705nC: In zijn boek De temporum ratione schrijft de Engelse monnik Beda (672-735) in hoofdtuk 15 over de oude Anglische namen van de maanden van het jaar.
** Kalender, Folklore

Maarslag:
Regio in NW Groningen. Op een kaart van 1589 geschreven als Marslac. Rond 450vC settelen Angelen in NW Groningen. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch maer (weiland) + slaec (slag = nat laagland). Dus: het natte laagland bij het weiland.
** NWGro1589, ASA

Maashees:
Dorp in Boxmeer, Noord Brabant. Het dorp bestaat al in de Romeinse Tijd (12vC-400nC). Aldaar zijn Romeinse munten en andere voorwerpen gevonden. Ook zijn er urnen gevonden die afkomstig zijn van een Germaans volk. Gezien de historische migratiestromen lijken dit vrij zeker Angelen uit De Liemers in ZO Gelderland, die zich daar rond 100nC kunnen hebben gevestigd. De naam Maashees lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Mysse (Maas; streektaal Musze) + haesa (heze, bos). Dus: de heze bij de Maas.
¶ De vertaling van Maashees met Maasbos = Maas(1)bos(2) = bos bij de Maas, geeft aan dat in Anglische plaatsnamen eerst de locatie (Maas = 1) komt en dan de specificatie (bos = 2) komt. De typonomische omschrijving is echter omgekeerd. Namelijk: eerst de specificatie (2) en dan de locatie (1). Ofwel: het bos (2) bij de Maas (1).
** ASA
# FRI, WKP 2.7.2010, DAB, KBG

Maasland: (MSL:)
btr land langs rivier de Maas
400nC++: Na vertrek van de Romeinen uit de Nederlanden wordt het Maasland bevolkt door Angelen uit de Betuwe. > ASA, Offa van Angeln (Campagne)
450nC++: Angelen zijn een Germaanse volk in het tegenwoordige Sleeswijk, later langs Beneden Rijn en Maas, steken in de 5e eeuw gedeeltelijk naar Groot Brittannia over, waar zij samen met Saxen en andere stammen verschillende rijkjes stichten. #NAE/1937

Maasvlakte: (MSV:)
Regio aan de monding van de Maas bij Rotterdam. Aldaar zijn in 2013 archeologische vondsten gedaan daterend uit circa 9400vC. I.c. resten van mensen en dieren. O.a. een menselijke schedel, gereedschappen, harpoenpunten en resten van voedsel en van bewoning. Uit de vondsten blijkt dat de mensen in dit gebied optimaal gebruik maakten van hun omgeving. Ze woonden hoog in de duinen en strandwallen waar het veilig was. Vandaar konden ze ook goed vissen en jagen. #NOSjournaal 24.1.2013, De Telegraaf 25.1.2014
450nC++: Angelen zijn een Germaanse volk in het tegenwoordige Sleeswijk, later langs Beneden Rijn en Maas, steken in de 5e eeuw gedeeltelijk over naar Groot Brittannia, waar zij samen met Saxen en andere stammen diverse rijkjes stichten. #NAE/1937

Maatschappij:
()A acrebour (akkerboer), aegbour (eierboer), aercebiscop (aartsbisschop), aetheling (edeling), arsatere (arts, heelmeester, geneesheer), barbur (barbier, chirurgijn), barun (baron, edelman), biscop (bisschop), borgar (burger, borger, poorter), borgmaester (burgemeester), borgwaerd (stadswacht), bour (boer), brego (vorst, koning), buer (boer), caeter (kater, keuter, keuterboer, kleine boer), caiter (=A caeter), cater (=A caeter), cather (=A caeter), ceorl (onvrije), ceorl (kerel, boer), coter (=A caeter), cotere (=A caeter), cotter (=A caeter), creagar (krijger, strijder, soldaat), cyning (koning), deman (rechter), ealdor (ouder, hoofd, meester, heer, prins), ealdorbiscop (hogepriester), ealdorman (hoofdeling, bestuurder, leider), eorl (edelman, vorst, krijgsheer), feldweard (veldwachter), fierd (leger, militie), fihbour (veeboer), firsc (vorst), fiscbour (visboer), frea (vrije, heer), freca (krijger, strijder, soldaat), frigea (=A frea), frona (vroon, heer), fyrst (vorst), fyrstdom (vorstendom), gerefa (graaf, ordebewaker), gild (gilde), heafdman (hoofdman, dorsphoofd), here (leger, militie), herereaf (legerleider, legerofficier), hertuge (hertog, generaal), herr (heer, meneer), herscop (heerschap, landsheer, leenheer), kuning (koning), laet (horige, lijfeigene, onvrije), leag (dokter, sjamaan), mayar (meier, pachtboer), milcbour (melkboer), mylenere (molenaar), pather (pater, priester), preost (proost, priester), raed (raadgever, adviseur), reafar (rechter), redgar (rechter), reeve (bestuurder), refa (=A reeve), rihter (rechter), scepen (schepen, raadslid), sclaef (slaaf), scolt (=A scout), scrifere (schrijver, notulist, notaris), sorcere (sjamaan), scout (schout, bestuurder, gerechtsdienaar), uprise (opstand, verzet), uprore (oproer), uprising (=A uprise), waerd (waard, herbergier), waermosbour (=A waermosere), waermosere (warmoesier = groenteboer), wita (deskundige, wijze, raadgever)
¶ De oude Anglische maatschappij is grofweg verdeeld in vier klassen: de eorls (edelen), de ceorls (kerels, boeren, vrijmannen), de laets (laten = horigen die herediensten moeten verrichten) en de sclaefs (slaven).
¶ Een welltodo ceorl (vrijman) bezit gewoonlijk een hid (higid; ME hide) = een stuk grond van circa 80 acres = stuk grond groot genoeg om een huishouding (A= hiw) van een gezin met personeel te onderhouden. 1 acre = 0.42 Ha. > 80 acres = 34 Ha = 583x583 M2. > Hiw
¶ Een hid (hide) is een soort familielandgoed, dat werk geeft aan vele laets (laten, horigen) en sclaefs (slaven), die vaak wealhas (vreemdelingen) worden genoemd.
¶ Een Hundred = honderd huishoudens die samen 100 getrainde soldaten moeten leveren als de landheer (koning) daarom vraagt.
¶ Elke hundred wordt bestuurd door een hoofdman, genaamd een reeve (bestuurder, opzichter). Hij moet reevan = reven, besturen, toezien. Reven = glad strijken i.c. van meningsverschillen in de raad.
¶ Later ontstaan de scires (gouwen, graafschappen; ME shires). Zij worden bestuurd door scirreeves, scirgerefas = gouwgraven; ME sheriffs. Elke scire heeft zijn eigen ealdorman (bestuurder).
¶ De Koning heeft thegns (thains; = leenmannen) en vertrouwelingen. Hij bestuurt het land met hulp van de Witan ook genaamd Witan Gemot, een raad van wijzen gekozen door hemzelf. Deze Witan adviseert de koning, maar kan hem ook dwingen, zoals soms gebeurt. Ook kan de Witan een nieuwe koning benoemen. > Witan
750nC++ Bron WAB/p173ev: de boetes zijn vastgelegd in oude doms (vonnissen):
--- moord op een eorl (edelman): 300 goudstukken
--- moord op een ceorl (vrijman, boer): 100 goudstukken
--- bij diefstal van een persoon: waarde van het gestolene vermenigvuldigd met een getal overeenkomend met de rang van de bestolene:
----- bij diefstal van de kerk: 12x de waarde van het gestolene
----- bij diefstal van de koning: 9x de waarde van het gestolene
----- bij diefstal van een vrijman (vrije): 3x de waarde van het gestolene
----- etc
Voor elke overtreding is een dom (vonnis). Alles is nauwkeurig vastgesteld. De preciesheid daarvan toont dat Angelen snel in woede raken als hen iets wordt misdaan. Dit leidt tot vele en heftige gevechten. Als die de Koning bedreigen, worden de daders uiterst zwaar gestraft. Sinds de Kerk rond 750nC steeds meer macht krijgt, komen er steeds meer straffen bij voor alles wat tegen de Kerk of haar Christelijke Leer is gericht.
** Status, Adel, Leenstelsel, Hundreds, Hiw, Bestuur, Landbestuur, Kerken
# WAB/p171ev, KBG, DAB

MAB-Routes: migratieroutes Angelland-Brittannia 450-550nC
Op grond van de migratiecijfers kan worden geconcludeerd dat de migratie van Angelen in Angelland naar Brittannia in 450-550nC voornamelijk lijkt gegaan vanuit Noord Groningen, NO Drente, Twente, Salland en de Achterhoek. (> TEHA) Op grond van de geografie van deze regio's lijkt de migratie voornamelijk te zijn verlopen via de YTL-Route en de NGG-Route.
** YTL-Route (Yssel-Texel-Lincolnshire), NGH-Route (NoordGroningen-Hull), TEHA (Vaarroutes)

Macedonia::
Balkanland ter grootte van Nederland. Grenst aan Albania, Kosovo, Servia, Bulgaria en Griekenland. Het is het land waar Alexander de Grote is geboren. Op het land leven nog vele oude gebruiken, die in zekere zin ook zullen hebben bestaan in oude tijden in Angelland.
1025: Koning Samuel van Macedonia bouwt rond 1025 AD een fort op de berg bij Ohrid, een stad gelegen aan het Meer van Ohrid.
Voeding: Macedoniers op het land redden zichzelf uitstekend. Ze verbouwen zelf hun groente en fruit. Een deel wordt verkocht op de markt en en de rest wordt ingemaakt. In het voorjaar kopen ze een big die ze vetmesten en in de herfst slachten. Zo hebben ze vlees voor de hele winter. De rest van het jaar vangen ze vis in de beken en rivieren.
Ezels: Ze zijn nog een belangrijk dier in het vervoer. Iedereen heeft een ezel en rijdt er nog veel mee. De ezels hebben een houten zadel met daaronder een deken. Ze zijn erg geduldig en gehoorzaam. Maar ze trekken zich nergens iets van aan als ze plotseling zoete wilde pruimen zien. Ze lopen zonder moeite over steile paden met veel keien.
Hout: De ezels versjouwen hout voor de oven en de kachel. Schoolkinderen vervangen elk jaar de gekapte bomen met nieuwe aanplant. Velen hebben een stenen bakoven in de tuin waarin brood wordt gebakken. De ovens worden ook gebuikt voor het stoken van rakija, een soort kruidenjenever. Ze beweren dat elke dag een glaasje met een lepel honing je gezond en fit houdt zodat je makkelijk honderd wordt.
Gezin: Naar zeggen is de man het hoofd van de familie maar de vrouw de nek waar alles op steunt.
# De Telegraaf Reiskrant 17.8.2013

Macht:: > Anglische Macht, Leger, Zeemacht, ARV, ADR, Militaria, Positie
Machtsgroepen: > SMA
Machtspositie: > Macht

 

Maerland:
Gebied tussen Duinkerken en Denemarken, langs de Noordzee, zuidwaarts tot aan Straatsburg en oostwaarts tot aan Keulen. Het gebied waar volgens overlevering in een ver verleden een taal wordt gesproken, die men verstaat 'van Duinkerken tot Denemarken'. Deze taal is een voorloper van het latere Nederlands, een soort Oer Nederlands dus. Laten we deze taal het Maerlands noemen.
¶ In Maerland wonen rond 800nC Angelen, Saxen, Friezen en Franken. Hun talen verschillen weinig van elkaar. Vandaar dat mensen in heel Maerland elkaar vrij goed kunnen verstaan. Het Anglisch, Saxisch, Fries en Frankisch versmelten in de loop der eeuwen tot een soort Oer Maerlands, ofwel een Oer Nederlands. Wel blijven de oorspronkelijke streektalen nog tot op heden (Ao 2009) redelijk goed in stand.
 
¶ De kaart rechtsboven toont de situatie in Maerland rond 800nC. Behalve de Angelen, Saxen, Friezen en Franken wonen er in de loop der eeuwen nog andere volkeren in Maerland. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste historische bewoners van Maerland:
Sinds:
200.000vC Neanderthalers -- Noordzeeland-MidWestEuropa (-20.000vC)
3000vC Bekervolk -- NO Nederland (-600vC)
xxxxvC Kelten
650vC Angelen -- Angeln-Funen-Als-NW.Dld+N.Ndl/Rijn/Waal-Elzas
500vC Teutonen -- OostJutland/Elbe
200vC Chauken -- Weser/Rijn (-700nC) > Chauken
200vC Kaninefaten -- Z.Holland-Betuwe
-57vC Batavieren -- Betuwe
100nC Friezen -- NW.Duitsland-N.Nederland > Friezen
150nC Saxen -- NW.Duitsland+NO.Nederland/Rijn > Saxen
300nC Franken -- Rijn/Z.Nederland-België-M.Duitsland > Franken

Geologie Algemeen:
Oosten: bergen, heuvels en bossen
Westen:
- laagland met grote moerassen (NO Nederland en NW duitsland)
- sinds 1100 nC wordt laagveen afgegraven en geleidelijk omgezet in agrarisch gebied
- sinds circa 1950 is meeste laagveen verdwenen en omgezet in agrarisch land
Zuiden: heuvels, hoogveen en bossen
** Teutonia, Angelland, Noordzeeland, Lx (Oud Nederlands)
# FRI, DAB, KBG

 
Maerlands:
Fictieve naam voor de taal die wordt gesproken in Maerland. De taal wordt volgens overlevering gesproken tussen Duinkerken en Denemarken, het gebied waar in de 7e eeuw nC voornamelijk Angelen, Saxen, Friezen en Franken wonen. De talen van deze volkstammen liggen linguistisch dicht bij elkaar. Het Maerlands zal dus een soort gemeenschappelijke volkstaal zijn, dat is opgebouwd uit het Anglisch, Saxisch, Fries en Frankisch. Hierdoor heeft het Maerlands grote overeenkomsten met het Angel-Saxisch, zoals dat in de 5e-9e eeuw wordt gesproken en geschreven in Engeland (> KTE) en het latere Oud Nederlands (> Lex: Oud Nederlands). Onderstaande teksten zijn een historische verzameling uit het hele gebied van Maerland. De ontwikkeling van deze taal is daarin goed te volgen.
¶ NO Nederland wordt sinds circa 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Duitsland. Sinds 100nC vestigen zich ook Saxen in dit gebied. Hierdoor ontstaat een mengcultuur van Anglische en Saxische origine. Officieel heet dat Angel-Saxisch. Feitelijk kan men echter beter spreken van Saxo-Anglisch. De Anglische invloed blijft namenlijk door de eeuwen heen circa 2.4x sterker. Het woongebied van de Angel-Saxen heeft de fictieve naam Asland en de taal aldaar het Aslands. Dit Aslands is dus feitelijk een Anglische taal waaraan sterke Saxische invloeden zijn toegevoegd. (> Aslands) Sinds 800nC doet ook het Frankisch zich gelden. De Franken wonen voornamelijk ten zuiden van de Rijn. Door betere verbindingen en bevolkingstoename groeien er meer contacten tussen de noordelijke en zuidelijke Nederlanden. Daardoor ontstaat een mix van Anglisch, Saxisch en Frankisch, die uiteindelijk uitgroeit tot een Nederlandse eenheidstaal.
¶ De oudst bekende tekst in Nederland komt uit de Lex Salica van circa 550nC:

Maltho thi afrio lito.  ofwel  Ik meld, ik laat je vrij horige.

Deze zin werd uitgesproken door de heer bij het vrij verklaren van een horige (lito).
¶ Uit circa 1050nC stamt de beroemde tekst van een Vlaamse monnik in Engeland, die hij kennelijk schrijft bij het testen van zijn pas geslepen pen (ganzeveer) en een vlaag van verliefdheid:

Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic andu thu,
Wat unbidan we nu?

ofwel
Hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij,
Wat wachten we nu?
** Maerland, Aslands, ATZA, VTO

 
Magele:
Buurtschap bij Den Ham in Twente. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtal. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Maegla (mansnaam).
** ASA

Magie:
Freya (alias Frigg) is de Anglische godin van de liefde, vruchtbaarheid, huwelijk, passie, voorkennis en magie. Haar naam leeft voort in Vrijdag, Anglisch: Frigdaeg. Ze is gehuwd met Wodan. Hun zoons zijn Donar (Anglisch: Thunor) en Balder. > Freya

Magna Charta: > Democratie

Magna Frisia:
I.e.: Groot Friesland. De naam Frisia verschijnt pas in 800nC als:
- Frisia Proper = NW Nederland tussen Vlie en Weser
- Frisia Citerior = West Nederland
Enige eeuwen later verschijnt pas de naam Magna Frisia, zijnde het gebied der Vrije Friezen en gelegen tussen de Vlie en de Weser. De naam zou afkomstig zijn van de oorspronkelijke bevolking. Het gebied ligt tot circa 700nC in Groot Angeln, een fictieve naam voor het Anglische Rijk in die tijd. Mogelijk zijn de oorspronklijk Anglische bewoners van dit gebied zich sinds circa 700nC gaan identificeren met hun broedervolk de Friezen, die in 125nC wonen in een gebied tussen de Weser, de Vidrus en de Noordzee. (> Friezen) Vele Angelen uit Groot Angle migreren namelijk in 450-500nC naar Brittannia, waardoor relatief weinig Angelen in de regio blijven. Het lijkt dat de Friezen daardoor op termijn de overhand hebben gekregen. Of Magna Frisia werkelijk een rijk c.q. een staatkundige eenheid is geweest, wordt door velen betwijfeld. Historisch is het gebied meer een hechte sociaal-culturele eenheid.
** Friezen, Angologie
# WP, DAB, KBG

Mahimata: > PgGen/Hinduïsme

Malburgen:
Voormalig dorp bij Huisen, nabij Arnhem. Anno 2010 een wijk van Huisen. De Angelen hebben zich daar rond 150vC gesetteld. Mogelijk vanuit Arnhem. De naam Malburgen is afgeleid van Anglisch mal (raar, vreemd) + burg (burg).
Praets: groot veld in Malburgen. Anglisch praet = weide, weiland, grasland.
¶ In Devon (ZW Engeland) ligt de village Malborough, wat identiek is Malburgen. Het is een prachtige regio, gelegen aan de kust. Aldaar bivakkeerden in de 10e eeuw Vikings, die later zijn verdreven door Lady Ethelflaed van Mercia. Malborough wordt ook genoemd in het Doomsday Book van 1067. Bij Malborough liggen de dorpen Hope Cove, Bolberry, South Huish, South Milton, Galmpton en Lent.
¶ Lent komt in Nederland voor als dorp aan de Waal op circa 8 Km ZW van Malburgen. Gezien de context lijkt het er dus sterk op dat Angelen uit deze regio in 450-550nC zijn gemigreerd naar Malborough in Devon, tijdens de massamigratie van Angelen en Saxen naar Brittannia.
** Lent, ASA

Malden: Dorp zuid van Nijmegen. > TEHA

Maleis:
Taal ontstaan in de regio Deli op Sumatra. De taal is simpel van structuur en erg adaptief. Hierdoor is de taal zeer praktisch in gebruik en wordt daarom al sinds de 7e eeuw nC de voertaal in de kustregio's van ZO Azië. Bron focussingapore.com 15.10.09 schrijft hierover o.a.:

Malay, the national language in Singapore, is spoken by over 30 million people, worldwide. ... The Malya language or the "bahasa Malayu" belongs to the Austronesian family of languages. The Austronesian language is generally spoken by the inhabitants of the Pacific islands and by the people of South-East Asia. The term "Austronesian" is coined from two different words, one of Greek and the other of Latin. 'Austro' in Latin signifies the 'south-wind' and the Greek wordt 'Nesos' stands for island. The ancient language is related at par with Uralic and the Indo-European family of languages.
Rond 1500vC verspreidt het Hinduïsme zich vanuit India naar ZO Azië. Daardoor wordt het Maleis sterk beïnvloed door het Sanskriet, de taal van het Hinduïsme. Deze Arische ofwel Indo-Europese taal heeft z'n wortels in Arya, homeland van de Ariërs, gelegen in Centraal Azië. > PgGenline (Hinduïsme, Ariërs)
¶ Het Arisch is de basistaal van de Germaanse talen die uit haar zijn voortgekomen. Het Oer Anglisch komt voort uit het Inglo-Gotisch, de taal van de Inglo-Goten in Zweden, waaruit de Angelen rond 650vC zijn voortgekomen. (> Angelen) Aangezien:
- de Hindu's rond 3000vC uit Arya migreren naar Afghanistan
- en het Hinduïsme zich rond 1500vC verspreidt vanuit India naar ZO Azië
- en de Germanen al rond 5000vC uit Arya migreren
>> lijken de gemeenschappelijke wortels van Anglisch en Maleis te dateren uit de periode rond 5000vC.
** KBL, Angon

Malen: > Maalstenen, Molens, Ezinge (++ Anglische hoeve)

Mallus:
De Mallus is bij de Germanen het bestuursorgaan van een stam. Ze vergaderen over bestuurlijke zaken en spreken recht in zaken waarbij de stamregels zijn overtreden. Daarbij speelt de zgn stamvrede een belangrijke rol. De vergaderingen worden normaliter gehouden op de dingplaats.
** Rechtspraak, Dingplaatsen

Manapaal: > Manapalen
Manapalen: Germaanse totempalen > Totempalen, Gadhimai
Manden: > Vlechtwerk
Mannenamen: > Mansnamen

Mannus:
Bron RRA schrijft:

Without getting into details of Germanic cosmogony it may be mentioned in passing that Mannus ("man"), according to Tacitus' account of Germanic thinking (Germania 2), was taken to be the universal devine ancestor giving rise to the three sons that engendered the three principal Germanic groups of tribes: the Inguaeones, descending from Ing (*Ingw[az]), from the North Sea region; the (H)erminones, "whose territory extended from the lower Elbe southward into Bohemia"; and the Istaevones, of the Weser-Rhine area.
Publius Cornelius Tacitus (c 55-118) was een Romeins historicus, die zich intensief heeft verdiept in de situatie en historie van West Europa uit zijn tijd. Zijn geschriften zijn door de eeuwen heen een belangrijke bron van informatie geweest.
¶ KBL: Maleis: manusia (manoesia) = mens, mensheid. Maleis heeft wortels in het Indo-Europees. (> Maleis) Het is derhalve mogelijk dat Mannus en Manusia dezelfde Indo-Germaanse wortel hebben. Volgens bron EWB is er een relatie met het Oudindisch 'manu, mens'. Mogelijk is de Indo-Germaanse wortel = *men = denken. Derhalve kan: manu = denkend wezen. Mannus is dus mogelijk de Germaanse naam voor de oudste denkende wezens, i.c. de mens.
** Ingland, Ingwi, Twisto
# RRA, KBL, EWB, DAB

Mansnamen: (MNM:)
Betreft Anglische namen van mannen.
De oudste Anglische mansnamen hebben vaak te maken met bomen of dieren.
Codes:
AD = afleiding zie PgDix; AV = afgeleid van; () = huidig equivalent; VE = vrouwlijk equivalent; ON=OudNederlands; AS=AngelSaxisch

Abb (Ab, Abby, Ap, Appy), Add (Addy), Adelwin, Aebb (Abb), Aedwine, Aef, Aeferd (Evert), Aegelbriht, Aegelmund, Aeldgrim, Aelf (Alf), Aelfheah, Aelfhere, Aelfric, Aelfgar, Aelfstan, Aelfwald, Aelfwin, Aelfwine, Aelfwold, Aella, Aelle, Aelric (Alric), Aengle (Engel), Aenglebryht (Engelbert), Aens, Aess (Ashly), Aesswine (Aswin), Aethel (Ethel=Edel), Aethelbald, Aethelberth, Aethelbriht, Aethelbryth, Aethelferth, Aethelgar, Aethelheard, Aethelhere, Aethelmaer (-mar), Aethelmund, Aethelred, Aethelric, Aethelthryth, Aethelwald, Aethelweard, Aethelwold, Aethelwulf, Aeysse, Alcred, Aldfrid (Alfred), Aldgisl, Alec (Alex), Alfere, Alfhun, Alhred, Alric, Alwin, Alfwold, Andred, Andread, Angelberht, Angeltheow, Angisil, Angleberht, Anna, Anne, Ansfrith, Arnleag (ME Arnly), Arnulf (Arnolf), Arnwulf (Arnolf), Arod (de snelle; HE Arnoud*), Arwin, Aswin, Athelstan, Ayns, Baes, Bafe, Bal, Baldo, Baldor (de koene), Baldred, Baldric, Baldulf, Baldwin, Baldwyn (Boudewijn), Ballard (AS Bollert), Bardo, Barr, Bars, Bart, Bartel, Barteld, Bass, Bat, Batho, Bawe, Bealdaeg (> Frithogar), Beas, Beat, Beda, Bede, Bedo, Befe, Benn (Ben), Beonna, Beorhtwulf, Beorn, Beorna, Beornath (Bernard), Beornraed, Beornred, Beorhtwulf, Beornwulf, Bess, Beth, Bett, Beve (AVA bever), Bewe, Bieda, Bill (> Billinge), Bim, Bing, Binn, Boen, Bold, Bolderick, Boltho, Bon, Bosa, Bote, Botulf, Bowc (Bouwke), Bowe (Bouwe), Bowi, Bowin, Boye (Boy, Booy), Brad, Brant, Bregowine, Brihtric, Brodo, Brun, Bruno, Brunt (ZA), Bruse, Bucc, Budd, Bun, Bune (AS Boen), Bunt, Burgred, Burhed, Burhred, Burwulf, Byrhtnoth, (NB C>K), Cadwallon, Carr, Ceafwalla, Cear, Cearl, Cearwin, Ceawlin, Cedd, Cell (Sell), Cenred, Centric, Centwine, Cenwalh, Cenwulf, Ceol, Ceolfred, Ceolfrith, Ceolred, Ceolwald, Ceolwulf, Ceord (Koert), Cer, Cerdic, Cerwin, Ces (Kees), Chad, Chis (Kees), Cild, Cirr, Cis (Kees), Cissa (Kees), Clem, Cnebba, Codd, Coenred, Coenwulf, Coff, Coifi, Colm, Conwulf, Corwin, Coss (Koos), Creoda, Creopa, Crepa, Crewda, Crida, Crop, Cropa, Cudd, Culm, Cutha, Cuthbald, Cuthbert, Cuthbriht, Cuthburh, Cuthred, Cuthwine, Cwenburh, Cwichelm, Cwiran, Cym (Siem, Sem, Kim), Cymen (Sijmen, Simon), Cynchelm, Cynegils, Cynewald, Cynewulf, Cynric, Cyrr, Cyss (Kees), Darr (Darren), Darwin, Daw (Douwe), Deam, Demm, Denn, Deorwin, Depp, Derc, Derec, Dett (Det), Dicc (Dick), Dill, Dob, Dodd, Doll, Dorr (Dorren), Dorweald, Drew, Dris (Dries), Duc, Duce (Doeke), Dudd, Dur, Durr, Dyr, Dyrr, Duth, Dutt (Dute, Duut), Eadbald, Eadbert, Eadbriht, Eadgar, Eadhead, Eadhelm, Eadred, Eadric, Eadsa, Eadwald, Eadwin, Eafa, Eafan, Eaferth (Evert), Eagferth, Ealdric, Ealhmund, Ealle, Eanbald, Eanflaed, Eanfrith, Eanred, Eans, Eanulf, Eardwulf, Earwin (Erwin), Eass, Eata, Eatric, Eawin, Ebb (Ebbe, Eppe), Ecga, Ecgberht, Ecgbryht, Ecgferth, Ecgfrith, Eckhaerd, Edgar, Edwin, Egan, Egga, Egrice, El, Elfere, Elfwyn (elfvriend), Elfy, Elgar, Ella, Elle, Elm, Emp (NB Empson/fam.naam), Engaberth, Engbert, Engelberth, Engelmar, Engist, Ens, Eofor (ever; HE Everd), Eomar (AVA eoh=paard + maer=vermaard), Eoppa, Eor, Eormenric, Eorpwald, Eorsa, Eowa (Eef > Eefde), Epo, Eppe, Eppo, Ercenberht, Eric, Ermenred, Errol, Esmund, Ethel (Aethel; =Edel), Ethelbald, Ethelred, Ethelstan, Ethelwyn, Ewe (Iwe), Ewo (Iwo), Eylard, Eyns (Eans), Faes, Faw, Ficc (Fyke), Focc (Fok, Fokke), Folker, Folantyn (Valentijn), Folkerd, Fopp, Forc, Forthere, Fran, Freawin, Fredric, Frithewald, Frithogar (ZA), Fucc, Gais (Gijs), Gall, Garleof (Gerlof; > Garrelsweer), Gefwulf, Gelec (Clegg), Gerr (Ger), Gerth, Gerward, Gerwin, Gerwulf, Ges (Gijs), Gibb, Gill, Gis (Gijs), Gislberth, Gislhere, Goda, Godric, Godwin, Goldwin, Gos (Goos), Goswin, Gotric, Graeme, Gram, Gregg, Gremm, Grant, Gripa (> Crepa), Gurth, Gus (Guus), Guthwin (strijdvriend), Gwen, Gygg, Gyll (Jill), Gymm (Jim), Gunn, Gwat, Gyrt (Geurt), Gytha, Hanc (Henk), Hann, Harberth, Harc (AVA Harric; HE Harke), Hardi (de harde), Harman, Harr, Harric (Harry), Harro, Harwi, Hass, Hast (> Hasten), Hath, Haw, Haye (Haje), Hayn (Hein), Haynic (ON Heynik), Heardberht, Heardred, Hebb, Hedd, Hedwig, Hedwin, Helm, Helmbald, Hen (Hein), Hengest (hengst), Hennic (Hennik), Henric, Hens (Hans), Hep, Hepp, Herelufu, Hereric, Hereweard, Heribald, Herric, Hess, Hessel, Hew, Heys, Hidde, Higbald, Hilba, Hildo, Hilferd, Hilfred, Hiss, Hnaef (Naef), Holdo, Horsa (Horst), Hud, Hug (Huig, Hugo), Hugh, Hylfred, Hyss, Icel, Icil, Icke (Ike), Ida, Idsa, Imme, Ine, Inga, Inge, Ingild, Ingo, Ingwar, Ingwi, Ingwona, Ipe, Ipwin, Irwin, Ise, Iwar, Iwe, Iwo, Jam (> Harreveld), Jan, Janberht, Jarv, Jasper, Jebb, Jedd, Jeff, Jenn (Jan), Jepp, Jess, Jimm, Jipp, Justin (Joost), (NB K>C), Kear, Ker, Kim, Lann, Law (Louw), Lebb, Leff, Leffard, Lem, Lemm, Lenn (Leen), Leoduff, Leofric, Lepp, Less, Lew, Lewe, Liafwin, Lidwin, Lilla, Linn, Lopp, Loppa, Lubb, Lud, Ludeca, Ludican, Ludolf, Ludwin, Lula, Lunn, Lut, Luth, Lynn (Leen), Lyss, Maccel, Maccus, Maegla, Mag, Magin, Mal, Mann, Manny, Mass (Maas), Mat, Meaca, Mecc, Megin (Meine, Minne; VE Megan), Meginharde (Meinard), Mela, Mell, Menn (Menno), Menred, Menso, Mepa, Mett, Mewis, Mews (Meus), Meynt (Miente), Mildred, Mocc, Moll, Molly, Morc, Murg, Murk, Myrg (Murk), Nabb, Naef, Naes, Naff, Nann, Narf, Neal, Neas, Ned, Nell, Nenn, Niss (Nies), Noll, Nott (Nout), Nyss, Obba, Ock (Okke), Odd (Otto), Odolf (Oudolf), Oell, Oenn, Offa (Uffe, Uffo), Ondulf, Onno, Osbeorht, Osfrith, Oslac, Oslaf, Osmund, Osred, Osric, Osrith, Osthryth, Osulf, Osbald, Oswald, Oswe, Oswin, Oswine, Oswiu, Oswud, Oswy, Oth (Otto), Othwin, Ouk (Oeke, Auke), Owan, Owin, Pad (Pat, Paddy > Padinghem), Parr, Pat, Patric, Pax (NB Paxson), Peada, Pear, Pebb, Pec, Peck, Pehtwine, Pel, Pell (Pelle), Pen (> Pentrop), Penda, Penn, Pes (NB Peston), Pess (NB Pessing), Peon (Peun), Phytwine, Piba, Pick (Pik; NB Pickwick > Pik, Piksen), Pip, Plun, Po, Pod, Podolf, Poe, Popp, Port, Porta, Pot, Praen, Pusa, Putta, Pybba, Pymm, Rabb (> Rabbinge), Rabbod (> Rabbinge), Radd (> Rabbinge), Radbod (Radboud), Radfrith, Raedwald, Read, Readwald, Redbad, Redbod, Redd, Redmar, Recc, Redwald, Regg, Rem, Rembod, Remm, Rendle (Randal), Renger, Ricc, Ricfrid, Rigan, Rocc, Roce, Rodd (Ruud), Roddig (Rudy), Rodgar (Rutger), Rodolf, Rom, Ross, Rubb (> Rabbinge), Rubbod (> Rabbinge), Rudd (> Rabbinge), Rudbod (> Rabbinge), Ruff, Ryn, Rys [Ries], Saeferd (Siefert), Sal (VE Sally), Sale, Samm, Sandr, Scarpo, Seam (Siem), Segebaldo, Sel (ZA), Sell (Cell), Selwin, Semm, Sepp, Severd, Sicga (Sikke), Sidd (=A Sith), Sigberth, Sigebryht, Sigeric, Sigfrith, Sighere (ME Sieger), Sigmar, Sigrith, Sill, Simm, Siric, Siss (Siske), Sith (Sytse), Sithric, Siward, Smea, Smed, Snarr, Snelgar, Snell, Snoad, Snod, Snot, Sol, Soll, Somm, Spot, Stan, Stann, Starr, Stel (VE Stella), Stelling (ZA), Streona, Svin (Sven), Swe, Sweal (> Zweeloo), Swear, Sweder, Swele, Swi, Swin (Sven), Sybb, Sybbce (Sipke), Sydd (> Siddeburen), Syerd (Sierd), Syll (Sil, Siel), Sym, Syp (Siep), Syrth (Siert), Taco, Tam, Temm, Temmo, Tew, Thes, Thess, Theodgrim (Theudgrim), Thingfrith, This, Tibb (Tibbe), Tid, Tidfrith, Til (Tyl), Tit, Todd, Thorulf (Dolf), Thyg (Tygo), Todd, Toebe (Teube), Tom, Tonc, Twayn, Ty, Ubba, Udda, Uffe (=A Offa, Uffo), Uffo (=A Offa, Uffe), Uge (Oege), Ulfberht, Ulfo, Une (Oene), Urs, Uth, Wadd, Wal, Walig (ON Walich; HE Wally), Walfrith, Wald (Wout), Waldhere (Walter), Walmar, Walraf, Walram, Wann, Warr (Warren), Wass, Wats (ON Watse), Watt (NB Watson), Wayn (Ween), Weaga, Ween, Weggelas, Wehta, Wencil, Wenn, Wennic, Weothulgeot, Werefrith, Wermund, Wernt, Wess, Wessel, Wibald, Wiff, Wig, Wighard, Wigheart (Wiggert), Wiglaf, Wiglas, Wigmund, Wigstan, Wihtlaeg, Wilferth, Wilfred, Wilfrith, Wilhad, Will, Wilm, Wimm, Win, Winfreth (Winfried), Winn, Winnoc, Wipp, Wipped, Wiss, Wenc, Wod (Wout), Wolter, Womaer, Wubb, Wubbo, Wulf (Wolf), Wulfhere, Wulfric, Wulfstan, Wulmar, Wulfwin, Wulfwyn, Wynald, Yerr, Yeff, Yme, Yol, Ypa, Ype, Ypo, Ypwin, Yse, Yso, Yuke (Joeke), Ywe, Ywo, Zwe, Zwi.
# ASC, FRI, DAB

 
Mar:
Komt voor in vele locatienamen. O.a. Marveld/Groenlo, Marwijk, Marle/Hellendoorn, Marlow/Buckinghamshire/UK, etc. Marle bij Hellendoorn is op de kaart van Nicolaas ten Have (1643) vermeld als Maerle. (> Have) Mogelijk is mar afgeleid van Anglisch mar, mer, mere = meer, plas, moeras.

Marcomanen:
Onderstam van de Suevi, een Germaans volk. Wonend in de Bohemen (Noord Tjechia), de zuidgrens van Angelland. (> Angelland) De naam Marcomanen is mogelijk afgeleid van marke = grens. > Bohemen, Sueven
200nC++ Nabij de Thorsberg Moor in NO Angeln zijn o.a. deposieten gevonden die vanaf 200nC steeds meer krijgskundig van aard worden. Ze worden daarom in verband gebracht met de Marcomaane Oorlog van 166-180nC. Ook is er een tekst gevonden op een zwaard:

owlthuthewaR / ni waje mariR
=
een weldoende Tiwaz, niet weinig vermaard
Volgens bron absoluteastronomy.com 4.6.09 staat deze tekst op een zwaard, en niet op een runesteen zoals eerder verondersteld. Gezien de tekst lijkt dit inderdaad meer waarschijnlijk. Kennelijk voeren de Angelen in die tijd dus ook zwaarden in hun gevechten. Zwaarden van krijgers zijn altijd gemaakt van gesmeed ijzer. > Thorsberg
# WP, DAB, KBG

Marcomannen: > Marcomanen

Marine:
()A flota (vloot), flothere (vlootleger, mariniers)
537nC: Anglische vloot van 400 schepen van Haithabu naar Rijnmond > Radiger
** Schepen

Marke: > Markegrond

Markegrond: (1100*-1832)
()A bourmaerck (boermarke), bourraed (boerraad = bestuur van een boermark), bourredgar (boerrichter), bourrihter (boerrichter = bestuurder van een marke), maerc (mark, grens), maercan (ww merken), maercpal (grenspaal), maerscide (markescheide, markescheiding, markegrens), maercnot (markegenoot), maercrihter (markerichter), maercsten (merksteen, grenssteen), maercwaerd (markgenoot), mearce (grens), mearcfolc (grensvolk), scutbeor (schuttebier), scuttan (schutten, opsluiten, beschermen), waer (=A waerscap), waerdell (waardeel = aandeel in een marke), waerscip (aandeel, aandeel in een marke), willcore (willekeur, besluit)
Marke is afgeleid van Anglisch maerc = mark, grens, stuk afgegrensd land. Maerc is afgeleid van Anglisch maercan = ww merken, een merk aanbrengen op iets. Dat gebeurde middels een maercpal (grenspaal) of een maercsten (merksteen, grenssteen). Anno 2011 zijn deze markepalen en merkstenen nog op enkele plekken in NO Nederland te zien.
¶ Een marke is een gemeenschap van eigenaars van landerijen met rechten op de aangrenzende onbebouwde gronden, ook de onbebouwde en onverdeelde gronden zelf.
1100nC++: Markegronden ontstaan rond 1100nC, voornamelijk in NO Nederland.
1250nC++: Einde horigheid. Vrije boeren starten ontginning van woeste gronden. (> Ontginning) Bron ZWH/p30+31 schrijft: "Op den duur werd de landhonger zo groot, dat het nodig was spelregels op te stellen. De boeren sloten zich aaneen om hun geoonterecht, dat wil zeggen het gebruik van de woeste grond, te handhaven; indringers gingen een gevaar vormen. Zo ontstonden er gemeenschappen, de 'marken' (het woord heeft iets te maken met merktekens of grenspalen). De landheer was een van de markegenoten of ghewaarden. De oudst bekende marke dateert van 1253, in Winterswijk. Tenslotte waren er in de Achterhoek 34 marken, aanzienlijk minder dan in Overijssel (136) en Drente (66). Dat had te maken met het feit dat de adel, en dus het grootgrondbezit, in Oost-Gelderland een veel grotere rol speelde. In ongeveer 1500 was het markstelsel voltooid."
1500nC: Bron ZWH/p31 schrijft: "Die samenwerking van boeren was dus een puur economisch belang en had niets te maken met communevorming, zoals men dat bij de kloosterorden zag. De rechten van de markegenoten werden secuur vastgelegd; de markerichter kon boete opleggen. Soms werd de rechter gekozen, soms was het ambt gebonden aan een grote boerderij en soms ook verklaarde de landheer zich tot rechter op grond van het feit dat hij de meeste grond had. Dat laatste was het geval in Borculo. Vaak ontstond er dan de traditie van 'erf-markerichter'. Door hem werd de 'willekeur' uitgevaardigd: op eigen gezag stelde hij regels vast, bijvoorbeeld dat 1/3 deel van de opbrengst van de boetes voor hemzelf bestemd was. De boete bestond gewoonlijk uit geld en (of) bier dat op de zittingsdag van het markegericht werd gedronken. Wanneer uitgebroken vee op andermans land kwam en daar gevangen werd - 'schutten' heette dat - dan kon de eigenaar zijn beesten terugkrijgen als hij voor 'schuttebier' zorgde. Verder waren er alle mogelijke bepalingen over kappen, sprokkelen en het steken van plaggen. Om erosie tegen te gaan werd het kappen beperkt. En men mocht pas vee op een stoppelveld laten grazen als de laatste schoof was binnengehaald. Ook bemoeide de markerechter zich met het schoonhouden van sloten, met veediefstel en zelfs met het eerbiedigen van de zondagsrust."
1500nC++: Bron ZWH/p34 schrijft: "Na circa 1500 hadden de gegoede grondbezitters, de markegenoten, op het platteland de touwtjes in de handen, zoals dat in de steden het geval was met de rijke kooplui. Zij benoemde een schoolmeester, want hun kinderen moesten onderwijs hebben, en zij benoemden een koster, want de kapel was eigendom van de markegenoten (van wie een aantal weliswaar rooms was). Overigens werd de kapel, behalve zo nu en dan voor een kerkdienst, gebruikt voor de markevergaderingen. Ook de armenzorg namen de markegenoten voor hun rekening - en zo zijn tot diep in de 19e eeuw marke en naoberschap in elkaar verweven."
Vestiging: Bron ZWH/p31 schrijft daarover: "Wanneer een nieuweling zich als zelfstandige wilde vestigen [in de marke], wat betekende dat hij woest grond moest ontginnen, dan was hij gebonden aan een merkwaardig voorschrift: in de tijd van één nacht moest hij om het door hem te ontginnen stuk grond een smalle sloot goot graven (hielspitten) en op dat terrein een hut bouwen; als die geul de volgende morgen klaar was en er kwam rook uit de schoorsteen van de hut, dan werd hij als nieuwe bezitter erkend. Het was natuurlijk ondoenlijk voor een man alleen om dit voor elkaar te krijgen. Lukte het wel dankzij de hulp van familie of anderen, dan was dit meteen het bewijs dat het niet om een of andere armoedzaaier ging maar om iemand met een fikse ruggesteun hetgeen als garantie werd beschouwd voor een waardig lidmaatschap van de marke."
Verdeling markegrond: Bron ZWH/p35 schrijft: "Het systeem van verdeling van de markegronden berustte op het bezit van aandelen: 'het bezit eener woning is 1/2 aandeel, het bezit eens bunders bouw- of hofland 1 aandeel' - met ander woorden, de rijksten werden er rijker van."
1806 Markewet: Marken worden geleidelijk opgeheven.
1832 Einde: Bron ZWH/p34 schrijft: "De opheffing van de marke hing samen met de instelling van het kadaster en dus met het invoeren van de grondbelasting. ... Toen deed zich, ook in Haarlo (Neede/Gld), de behoefte voor om tot een eerlijke verdeling van de grond en de daaraan verbonden lasten te komen."
1886: Laatste marken opgeheven.
** Grenzen, Meengrond
# ZWH, DAB, KBG

Markelo:
Stad in Twente. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit Noord Twente, mogelijk Goor en Hengevelde. De naam Markelo lijkt derhalve afgeleid van Anglisch maerc (marke, afgegrensd land) + lough (laagte). Dus volgens Anglische naamregels: de laagte bij de marke. (> Maashees) Dit komt overeen met de geografie. De stadskern van Markelo ligt inderdaad midden in de laagvlakte tussen de hoger gelegen zandhoogten rondom.
1539++ Versaxing: Rond 800nC settelen groepen Saxen zich in randgebieden van NO Nederland langs de grens met Dutisland. Op termijn vindt daardoor enige versaxing plaats van taal en cultuur in de settelgebieden. Een kenmerk daarvan is de geleidelijk overgang van ing naar ink. Deze overgang vindt in Twente plaats rond 1539. In het Verpondingsregister van Twente (VRT) van 1601 is dat o.a. te zien onder Markelo. Hieronder een greep uit de lijst met namen van Markelo in bron VRT van 1601:

1475
Adeling
Bolding
Broking
Folkerding
Hesseling
Hidding
Koeting
Landing
Luding
Menreding
Oving
Rengering
Rozing
Sicking
Snellinges
Waning
Wenneking  
Wissing
Wymering
etc
1602
Alinck
Bolinck
Breuckinck
Volckerinck
Hesselinck
Hiddinck
??
Luninck
Loynck
Meinerinck
Ovinck
Rengerinck
Roessinck
Sickink
Snellinck
Waninck
Wennekinck  
Wissinck
Wimerinck
etc
19--
Alink 1980
Bolink 1957
Breukink 1953
??
Hesselink 1953
Hiddink 1953
Kottink 1953
Lonink 1953
Leunk 1953
Meenderink
Ovink 1953
Renger 1980
Roesink 1953
Ziggink 1953
Snellink 1980
Wanink 1953
??
Wissink 1980
Wymerink 1953
etc
De namen op -ing zijn van Anglische herkomst. Bovenstaande namen bevestigen dus derhalve dat Markelo oorspronkelijk een Anglische nederzetting is.
** ASA, ing/ink, Versaxing, Dingplaats

Marken: > Markegrond

Markten:
()A aegmaerct (eiermarkt), beastmaerct (beestenmarkt), beomaerct (bijenmarkt), beriemaerct (bessenmarkt), blommaerct (bloemenmarkt), buttormaerct (boetermarkt), bycgan (kopen), ceapan (kopen, verkopen, handelen), ceapar (koper), cearsmaerct (kaarsenmarkt), cesemaercet (kaasmarkt), cesemaerct (kaasmarkt), ciepan (handelen, verkopen), copan (kopen), copere (koper, koopman, handelaar), cowmaerct (koeienmarkt), craem (kraam), craemere (kraamhouder), cumaerct (koeienmarkt), feantan (venten, verkopen), feantdaeg (marktdag), feantere (venter, verkoper), feomaerct (veemarkt), fiscmaerct (vismarkt), frimaerct (vrijmarkt), gosmaerct (ganzemarkt), holtmaerct (houtmarkt), honechmaerct (honingmarkt), hopping (kermis, jaarmarkt), horsmaerct (paardenmarkt), hoymarct (hooimarkt), maercet (markt), maerct (markt), maerctcraem (marktkraam), maerctcraemere (marktkramer), maerctdaeg (marktdag), maerctmaester (marktmeester), maerctpleats (marktplaats), oxmaerct (ossenmarkt), rundmaerct (rundermarkt), sceapmaerct (schapenmarkt), slumpmaerct (rommelmarkt), stabel (=A stabel), stapul (stapel, markt), steall (stalletje, kraam), tarfmaerct (turfmarkt), thoghus (bazaar, overdekte markt), waer (=A waerscap), waermosmaerct (groentemarkt), waerscip (aandeel in een marke), wicmaerct (weekmarkt), wullmaerct (wolmarkt), yearmaerct (jaarmarkt)
1600vC++ Athene: Agora = centraal marktplein van Athene. Daar worden sinds die tijd al marktdagen gehouden.
900nC++ Engeland: Ethelflaed van Wessex stimuleert de handel en laat in vele steden marktplaatsen aanleggen.
1128: Zwolle krijgt marktrechten.
 

1468 Brugge: In 1468 is Margaretha van York in herberg De Cranenburg te Brugge in Vlaanderen als gast tijdens de ridderspelen bij het huwelijk van Karel de Stoute. Keizer Maximiliaan van Oostenrijk (1459-1519) beleeft er een vernederende tijd in zijn strijd tegen de Vlaamse steden. De Grote Markt verandert in een vesting tijdens een bittere confrontatie en op 1 februari 1488 wordt Maximiliaan door de Bruggenaren vastgehouden in zijn eigen logement en daarna gevangen gezet in De Cranenburg. Vanuit dit pand aanschouwt hij de terechtstelling van zijn schout Pieter Lanchals. > PgK-K/Cranenburg Brugge
 
1550++ Groningen: De vrijmarkt in stad Groningen begint sinds de 16e eeuw jaarlijks op 8 september en duurt dan drie weken lang.
2014: AddisAbeba/Ethiopia: Oeroude en zeer grote markt. Dagelijks open. De grote ontmoetingsplek voor vele mensen. > PgMon/Ethiopia
** Ossenmarkten, Paardenmarkten, Veehandel, Handel

Marne:
Rond 1233nC genaamd Merna, later Merne. Voormalig ambt in regio Hunsingo (Groningen), gelegen aan de Lauwers. #Quedam/p114
** Lauwers

Marskramers: > Handel
Marteling: > Rechtspraak
Maskerade: > Maskers

Maskers:
()A grim (grim, streng, wreed, boosaardig), Grim (bijnaam van Wodan, oppergod van de Angelen), grima (masker), grimaran (grimeren = gezicht kleuren), grimas (grimmas = onechte grijns), grimere (boze man, onaardige man), grimig (grimmig), momba (masker)
 

¶ Anglische krijgsheren en soldaten dragen in de strijd een masker: de zgn grima. Dat masker is bedoeld om stoicijns te lijken en de vijand de eigen gevoelens en bedoelingen niet te tonen. De grima krijgt daardoor een een afschrikkende en misleidende werking, hetgeen een verlammend effect heeft op de tegenstander. > Grima

- 615nC Links: De Anglische koning Edwin van Northumbria (586*-633) met grima, helm, bevermantel, schild en speer.

 

¶ Maskers worden door de eeuwen heen ook gebruikt door criminelen om herkenning te voorkomen en tegelijkertijd angst aan te jagen. Anno 2009 gebruiken ze daartoe vaak ook bivakmutsen of shawls.
¶ In de 18e-19e eeuw zijn maskers heel populair op adellijke feesten. Zgn gemaskerde bals. De idee is dan dat de anonimiteit c.q. onherkenbaarheid meer persoonlijke vrijheid geeft tot nieuwe belevingen. Men kan zich anders gedragen dan gewoonlijk, hetgeen nieuwe mogelijkheden biedt en dus meer opwindende ervaringen.
¶ Begin jaren 1930 is de Duitse minister Von Ribbenthrop op bezoek bij Winston Churchill. Von Ribbenthrop vertelt hem over de plannen van Hitler en wil een passieve houding van Engeland. Als Churchill tegenstemt, wordt Von Ribbenthrop boos en dreigt met vergelding. Churchill reageert bits: Don't underweigh England. She is a curious country. Only few foreigners know her mind. Von Ribbenthrop loopt boos weg.
¶ Amerika's president John F. Kennedy schrijft in zijn boek Why England slept dat Engeland medeverantwoordelijk is voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, omdat het land niet direct en duidelijk aan Duitsland had gezegd wat Engeland zou gaan doen als Duitsland militaire agressie zou ontplooien naar de omringende landen.
¶ De Engelse acteur Ben Kingsley zegt over het gedrag van Engelsen: Ze hebben de grootste moeite om te gaan met hun normale menselijke gevoelens en emoties.
¶ In de prachtige BBC serie Black Adder komt een deel voor waarin een Duitse prins vermomd als koe het paleis van Queen Elisabeth insluipt. In de kortste keren mengt hij zich in haar gezelschap en vermoordt hen allemaal. Het is de finale in een lange reeks van pogingen om op de Engelse troon te komen. Het is niet precies duidelijk waarom deze constructie is gekozen. Het kan echter een projectie zijn van de Angel-Saxen, die met allerlei list en bedrog de macht verwerven in Brittannia, zoals door o.a. Gildas wordt beweerd.
** Politiek, Perfidious Albion

Massamigratie: > MCB, MCAB, Migratie, Kolonisatie, ABR
Maten: > MEG, Omvang
Maten & Gewichten: > MEG, Pint

Materiaal:
()A elpenban (olifantbeen, ivoor)
200vC: In Wetwang (NO Yorkshire) zijn in 2013 resten gevonden van een koets: een kar met twee wielen, een boom, een dubbel juk en een verende zitting. De twee wielen hadden spaken en waren gespannen in een band van ijzer. Een soort buggy dus. Kar, wielen, spaken, as en boom waren van hout. De zitting van leren riemen. De buggy was bestuurd door een jonge vrouw. De vondst is gedateerd op circa 200vC. De buggy is nagebouwd met materiaal en gereedschap van die tijd. O.a. beitels en zagen. De buggy bleek prima te rijden in het veengebied van NO Yorkshire. Archeologen menen daarom dat de buggy afkomstig is van het Continent. Niet uit Frankrijk waar een gelijksoortige kar is gevonden in de regio Parijs. (# BBC4tv 13.11.2013) Derhalve is ze vrij zeker afkomstig uit Angelland, waar vele grote veengebieden liggen in die tijd. > PgBrit/Wetwang
Materialen zijn in oude tijden relatief schaars en duur. Daarom gaat men er zuinig mee om. Wat niet direct bruikbaar is, wordt bewaard. Hout, ijzer, koper, textiel, etc. Er komt altijd wel een moment dat je het weer goed kan gebruiken.
** Grondstoffen, Hout, Wilge, Leer, Yzer

Mayflower:
In 1609 vertrekt een groep mensen uit Scrooby in Yorkshire naar Leiden. Ze kunnen zich niet vinden in de Anglicaanse Kerk, de staatskerk van Engeland. In Nederland heeft het Protestantisme inmiddels gezegeviert tegenover de almacht van de Roomse Kerk.
¶ De Scroobies leren in Leiden de Doopsgezinden kennen en raken enthousiast over de leringen van deze Portestanten met hun sobere levensstijl. Anderszins hebben de Scroobies het echter moeilijk met de grote mate van vrijheid in Nederland. In 1620 migreren ze daarom naar New England in Amerika. De overtocht gaat met de Mayflower, een vrachtboot met accomodatie voor passagiers.
¶ Na een maand arriveren de Pilgrim Fathers in New England, waar ze het Baptisme formuleren naar de principes en regels van de Doopsgezinden. Om die reden worden de Scroobies in Amerika later de Pilgrim Fathers genoemd.
¶ Het Baptisme is anno 2010 de grootste religie in Amerika. Ze kenmerkt zich door de grote nadruk op de eigen ontwikkeling en eigen verantwoordelijkheid van de leden. Deze principes doordringen uiteindelijk de hele Amerikaanse maatschappij tot op de dag van vandaag.
¶ Een aantal Scroobies zijn in Nederland gebleven. Van alle oorspronkelijke Scroobies ofwel Pilgrim Fathers zijn de namen genoteerd op een grote muursteen van de Pieterskerk in Leiden.
** PgA-Z/Doopsgezinden

MCAB: Massamigratie Continentale Angelen naar Brittannia in 450-550nC
Bron NAE/1931: Angelen zijn een Germaanse volkstam in het tegenwoordige Sleeswijk, later langs Beneden Rijn en Maas, steken in de 5e eeuw gedeeltelijk naar Groot Brittannia over, waar zij samen met de Saxen en andere stammen verschillende rijkjes stichten.
200vC: In Wetwang (NO Yorkshire) zijn in 2013 resten gevonden van een koets: een kar met twee wielen, een boom, een dubbel juk en een verende zitting. De twee wielen hadden spaken en waren gespannen in een band van ijzer. Een soort buggy dus. Ze was bestuurd door een jonge vrouw. De vondst is gedateerd op circa 200vC. De buggy is nagebouwd met materiaal en gereedschap van die tijd. O.a. beitels en zagen. Ze buggy bleek prima te rijden in het veengebied van NO Yorkshire. Archeologen menen daarom dat de kar afkomstig is van het Continent. Niet uit Frankrijk waar een gelijksoortige kar is gevonden in de regio Parijs. Derhalve zal ze vrij zeker afkomstig zijn uit Angelland, waar vele grote veengebieden liggen in die tijd. (# BBC4tv 13.11.2013) E.e.a. toont dat de migratie naar Brittannia al vroeg op gang komt. Zij het in beperkte mate.
200-450nC: De Grote Historische Schoolatlas van H. Hettema Jr. (Tjeenk Willink NV, Zwolle, 1951) toont Nederland in de Romeisen Tijd:
- de grote eilanden zitten allemaal nagenoeg aan elkaar vast
- het Ysselmeer (Flevomeer) is beduidend kleiner dan anno 2013
- het Flevo-eiland is tamelijk groot
Dezelfde atlas toont voor het jaar 450nC (begin Middeleeuwen) een ander beeld:
- het Ysselmeer is groter en snijdt diep in Drente, Salland en de Veluwe
- het Flevo-eiland is gespiltst in twee kleine eilanden
- tussen de grote eilanden zijn grote zee-armen
- Noord Groningen en Noord Friesland zijn sterk afgekalft
- tussen Holland en Zeeland ligt een grote zee
Al deze feiten wijzen op een sterke toename van de zeespiegel van de Noordzee in de periode 200-450nC. Het klimaat zal derhalve navenant zeker ook beduidend natter zijn geweest.
300-600nC: Uit opgravingen in heel Nederland blijkt dat de Donkere Middeleeuwen tamelijk rijk en welvarend zijn. (#DeTelegraaf 2.5.2014; > Donkere Middeleeuwen) Armoede kan dus geen primaire reden zijn om te migreren. Er zal dus een veel urgenter reden moeten zijn voor migratie.
300-600nC: De Grote Natheid In deze periode stijtgt het water in de Noordzee en Oostzee steeds verder. Grote delen van de kustgebieden worden geteisterd door zware stormen, grote overstromingen en veel landverlies. De kustbewoners migreren daarom eerst naar de hoge zandgronden in het Oosten. De gebieden daar worden echter in dezelfde periode geteisterd door enorme vegetatiegroei door het langdurig natte weer. Boeren hebben grote moeite het land te bewerken. Vele Angelen besluiten daarom te migreren naar Brittannia, waar de omstandigheden beter zijn. In totaal migreren circa 4 miljoen Angelen. Eenzelfde aantal van circa 4 miljoen Angelen blijft in Angelland wonen. > Grote Natheid
350nC++: Bron SDV/p281-82 schrijft dat in NO Nederland rond 350nC het aantal nederzettingen en hun omvang snel afnemen. Deze afname heeft mogelijk te maken met migraties naar zuidelijke regio's en naar Brittannia.
400nC: De Romeinen verlaten Brittannia.
400nC++: Bron SDV/p282: "Het ontbreken van een breuk in de ontwikkeling van de materiële cultuur (huisplattegronden en aardewerkstijlen) ondersteunt de visie dat de Romeinse tijd geenszins eindigt in massale migraties uit Oost-Nederland.
430nC++: In de loop van de 5e eeuw worden vele nederzettingen in Drente verlaten. Vondsten in grafvelden bij o.a. Wijster-Looveen en Zweeloo wijzen echter op voortgezette of hernieuwde bewoning in de nabijheid. Gezien de Grote Natheid lijken de Angelen naar hogere gronden te zijn verhuisd omdat het daar droger is.
449nC: Bron ASC meldt dat Angelen massaal migreren naar Brittannia. Vele bronnen beweren dat de Angelen en andere Germanen op de vlucht zijn voor de Hunnen. Die Hunnen zijn echter al verslagen in 370nC (zie boven) en hebben zich teruggetrokken in hun thuisland Mongolia. Er moet dus een andere reden zijn voor de massamigratie. De Romeinen hebben al rond 400nC Brittannia verlaten. Dat feit heeft niet geleid tot massamigratie van Angelen naar Brittannia. Er moet dus een andere reden zijn. In het algemeen kan men stellen dat massamigratie alleen plaats vindt als er een ernstige negatieve factor hen daartoe aanzet. De vraag is wat de Angelen drijft om massaal te migreren naar Brittannia.
450nC++: Volgens een oude overlevering in Engeland verlaten vele Angelen de kustgebieden van Angelland omdat het daar zo nat is. Het opmerkelijke is dat dezelfde Angelen in Brittannia zich veelal juist weer settelen in natte moerasgebieden aan de oostkust. O.a. de Fenns in East Anglia en de North York Moors. Een ander opmerkelijk feit is dat dezelfde Angelen op het Continent al zeker vanaf 500vC tot hun migratie in 450-500nC in grote moerasgebieden van NO Nederland en NW Duitsland wonen. (> Groot Veenland) Waarom dan niet eerder gemigreerd naar droge gebieden? Kennelijk gaat het in de genoemde overlevering om een periode van extreme natheid in de Anglische homelands op het Continent. Deze interpretatie sterkt de genoemde feiten en thesen betreffende de extreem natte periode van 430-500nC op het Continent. > M35
450nC++: Inwoners Fivelingo werpen wierden (terpen) op tegen het hoge water. > M35
450nC++: Als Angelland door stormen lijdt onder grote wateroverlast dan kan men verwachten dat Brittannia daar toch ook last van heeft. Dat grote eiland ligt immers ook aan de Noordzee. Gezien de massamigratie naar Brittannia lijkt dat land (aanzienlijk) minder last te hebben van de Grote Natheid. De enige verklaring voor de massamigratie naar Brittannia lijkt derhalve het feit dat de kusten van Brittannia overwegend aanzienlijk hoger liggen dan de lage kusten van de Noordzee in Angelland. Brittannia zal derhalve aanzienlijk minder last hebben van zware overstromingen dan Angelland.
450-550nC: Uit deze periode komen nauwelijks archeologische vondsten. Alles wijst op massamigratie door Grote Natheid in deze periode. > P36
450-550nC: Per dag 1 boot met 50 Angelen naar Brittannia > Engelandvaarders
450-550nC: Fivelingo deels ontvolkt. (#CVF) Vrij zeker wegens migratie naar Brittannia.
450-550nC: Angelland deels ontvolkt door de migraties (# CVF) > A5+
450-550nC: Angelland verzwakt demografisch, economisch en militair
450-1050: Grootste deel Nederlandse bevolking woont in NO Nederland > Demografie
470nC: Prins Icel van Angeln migreert met vele stamgenoten naar Brittannia en sticht daar koninkrijk Mercia. Icel voert vele oorlogen met de autochtone Britten. Onder de Anglische migranten moeten dus vele strijders zijn uit het Anglisch leger in Angelland. De reden dat Icel en zijn gevolg naar Brittannia migreren lijkt vooral gebaseerd op de steeds zwaardere stormen die de Noordzeekusten van Angelland teisteren in de periode 430-500nC. > M35
Brittannia: De redenen waarom de migrerende Angelen kiezen voor Brittannia lijken op grond van de toenmalige situatie:
1: De Romeinen in Brittannia zijn rond 400nC teruggekeerd naar Rome en hebben Brittannia daarmee verlaten.
2: Brittannia lijkt minder zwaar getroffen door de Grote Natheid dan NW Angelland op het continent. Volgens een oude overlevering in NO Engeland verlieten de Angelen het continent omdat het daar zo nat was. Deze overlevering verbaast nogal omdat de Angelen zich daar juist weer voornamelijk settelen in moerasgebieden, zoals ze in continentaal Angelland ook deden. Kennelijk was de situatie in Brittannia dus beter, ondanks de stijging van de zeespiegel en de grote natheid op het continent.
3: De Angelen op het continent willen kennelijk niet verder naar het oosten migreren omdat daar achter de Elbe de Saxen wonen. (> Saxenland) De verhoudingen tussen Angelen en Saxen zijn nogal vijandig. Bovendien zal in Saxenland minder geschikte leefruimte te vinden zijn dan in Brittannia.
4: De Angelen zijn een zeevarend volk. De oversteek is voor hen dus geen groot probleem.
¶¶ In de eeuwen na circa 500nC migreren de Angelen in NO Engeland verder naar Midden- en NW Engeland. Weer later migreren ze vandaaruit verder naar Zuid- en ZW Engeland.
Achterblijvers: (1) Bron SDV/p282: "Het ontbreken van een breuk in de ontwikkeling van de materiële cultuur (huisplattegronden en aardewerkstijlen) ondersteunt de visie dat de Romeinse tijd geenszins eindigt in massale migraties uit Oost-Nederland. Hoewel Oost-Nederland vanaf de Vroege Middeleeuwen [450-1050nC] als Saksich wordt betiteld, moet wellicht gesteld worden dat dit (zeker voor de 5e tot en met begin 7e eeuw) eerder betekent dat het gebied weinig verwantschap vertoont met de gebieden waarin Friezen en Franken woonden."
Achterblijvers: (2) Een deel van de bevolking van NO Nederland [i.c. West Angle] blijft in haar woongebied. Dat blijkt uit archeologische opgravingen in Zutphen, Deventer, Didam, Wijthmen, de Veluwe en het Vechtdal. Verder blijkt dat vele nederzettingen enige honderden meters zijn verplaatst. Vooral op de hoge zandruggen blijft de bewoning echter stabiel. #CAV/87-88
** M35, P58, Migratie, Demografie, Drente, Engelandvaarders, Kolonisatie

MCB: Massamigratie van Continent naar Brittannia
- 0-300nC++ Belgen: uit Belgica = de Lage Landen naar ZW Engeland
- 10nC++ Schapen: Romeinen brengen circa 6000 schapen naar Brittannia.
- 110nC++ Tubanten: uit Twente naar Noord Yorkshire
- 450-550nC Angelen: uit Angelland naar Noord, Oost, West en ZW Engeland
- 450-550nC Saxen: uit NO Duitsland naar Zuid en ZuidOost Engeland
- 450-550nC Juten: uit West Denemarken naar Kent
- 800-900nC Denen: uit Denemarken naar Danelaw in Oost Engeland
- 800-900nC Vikings: uit Zweden en Noorwegen naar Noord en West Engeland
In totaal migreren in 450-550nC circa 4 miljoen Angelen vanuit Angelland naar Brittannia. (> Demografie) Bij de Saxen gaat het volgens deskundigen (WKP 4.11.09) om 100.000 tot 200.000 (gem 150.000) migranten naar Brittannia. Bij de Juten gaat het mogelijk om circa 5000 migranten.
¶ Tijdens de massamigratie in 450-550nC zijn als gezegd circa 4 miljoen Angelen vanuit Angelland gemigreerd naar Brittannia. Dat zijn gemiddeld 40.000 Angelen per jaar, ofwel 3.333 per maand > cq 833 per week > cq 119 per dag > cq 5 boten per dag.
** Migratie, MCAB, Kolonisatie

Mede:
ME: mead; OE: meodu; OA: meadu*; Gr: methu; Sk: maddhu; Ar: maddu*. Drank gemaakt door gisting van water en honing. Ook honingwijn genoemd. In de oudheid worden vaak ook kruiden of drugs toegevoegd, waardoor de drank halucinerende werking krijgt. Uit onderzoek van Russische archeologen rond 2008 in Turkmenistan is gebleken dat de Arische koningen feesten hielden waarbij veel mede is gedronken. De drinkers krijgen daardoor naar zeggen paranormale bewustzijn, waardoor ze contact maken met de bovenaardse wereld en de goden. De Ariërs houden deze drinkgelagen vaak ook als ze ten strijde trekken, waarbij ze kennelijk moed en krijgslust krijgen. Later gebruiken ook de Hindu's, Grieken, Romeinen en Germanen mede. Odin drinkt mede om kennis en wijsheid te verkrijgen. Volgens de Edda wordt de drank bereid door dwergen uit een mengsel van honing en het bloed van Kwasir, een wezen ontstaan door verzoening tussen Asen en Wanen. tijden wordt steeds meer bier gedronken, waardoor mede op de achtergrond raakt. Anno 2009 wordt in Europa nog steeds mede gemaakt, zij het volgens verschillende receptuur. Honing, water en gist blijven echter de belangrijkste ingrediënten.
# COD, WP, BBC TV 2009, FRI, DAB, KBG

Mededogen: > Deugden, Solidariteit, Verzoening

Medicijnen:
()A angastrup (# tijmstroop, hoestdrank), anismilc (anijsmelk; # kalmeermiddel, hoestdrank), arac (anijsdrank > Arac), balsme (balsem), crod (kruid), crodbour (kruidenboer), crodman (kruideman, kruidenier), crodnere (kruidenier, drogist, apotheek), crut (kruid), merricwyrtal (merikwortel), sealf (zalf), sealfian (ww zalven), thimstrup (tijmstroop; # hoestdrank), ungent (zalf)
Zalf: Vlijmen is een dorp in Brabant. Daar staat een monumentale boerderij met rieten wolfdak. In 2011 is ze uitgeroepen tot de mooiste hoeve van Brabant. ... In de moeshof werden groenten, kruiden en bloemen geteeld. De huidige bewoonster kweekt er kruiden en groente van bevoor 1890. Ze eet uit eigen tuin en gebruikt de kruiden voor thee en geneeskrachtige zalf. > Keuterboeren
** Aandoeningen, Geneeskunde, Kruiden

Medicijnmannen: > Geneesheren

Meengrond:
()A frona (vrone, vroon, domein, heer), frondeanst (vroondienst, heredienst), fronland (vroenland = land van de heer, gemene grond, meente), gemaene (gemeen, gemeenschappelijk), maen (meen, meent = onverdeelde gemeenschappelijk grond), maende (meen, meent), mande (meen), mayne [meen] (=A maen), meant (meent, mient, meen), sceare (afgesneden stuk, deel), sceare (aandeel in een meent), scere (=A sceare), scyr (=A sceare)
Meent:
- bron K&E/1956: =
-- onverdeelde gemeenteweide, gemeenschappelijke grond
-- de leden van de gemeenschap van een meent
- bron WP/1971: =
-- gemene weide
-- gemeenschappelijk bezit van weide of heide
¶ NB: Bathmen/Deventer = meen van Batho (mansnaam). > Bathmen
** Markegrond, Grond, Angelse Landen

Meent: > Meengrond

MEG: Maten & Gewichten:
Anglisch: Maetan & Gewihtan. De Anglische Maten & Gewichten zijn eeuwenlang de norm voor heel NW Europa tot in de 12e eeuw. Bekend zijn:
acre (acer, aecer) = akker; landmaat: 1 acre = 0.42 Ha. Nederland 2010: 1 akker = 2 Ha
Engeland: 1 acre = 4 roods = 4047 M2 = c 64 x 64 M = 0.41 Ha.
aem (oem) = 150 liter (inhoudsmaat voor wijn)
bunder = bunder = stuk land dat in 1 dag kan worden gemaaid
1 bunder = 1 Ha (sinds 1820). Breda: 1,29 Ha; Gelderland: 0,87 Ha.
caemp = kamp = stuk land van 2 akker = 4 Ha
cryta = kriet = stuk land zo groot dat mensen elkaar nog net kunnen horen als ze hard schreeuwen = circa 100x100 M2 = 1 Ha
cuweda = koeweide = 440x440 roeden = 0.57 Ha
daegmaet = dagmaat = stuk land dat in 1 dag kan worden gemaaid; ON+ASoud dachmaet
1 dagmaat = 2/3 morgen = 0.57 Ha = 1/4 bunder
eln = el (lengtemaat) = circa 70 Cm
elnhund = elfhont = stuk land van elf hont groot
elnmaet = ellemaat = meetstok
faedhm = vadem = omarming, schoot, el = 2 gestrekte armen lang
fael = vel = 1 hid (hide, hyd)
faem =A faethem
faethm (faem) = vadem = afstand tussen linker en rechter vingertoppen bij gestrekte armen = circa 1.75 meter; 1 vadem hout = 6 voet
fot = voet; 1 voet = 0.32 M = 32 Cm
gaerd = gaarde = 1.5 roede = 1.9 M
gaerd = yard = 91 Cm
gaerf = garve, bos gemaaide en gebonden graanhalmen
gallon = 4.54 liter
gast = 4 garven
geoc =A yok
graes = gras = landmaat; 1 gras = 0.5 Ha = 1 juk
haefot = inhoudsmaat voor graan
hid = 120 acres = 50.4 Ha = quotum land nodig om 1 hiw te onderhouden (c 400nC++)
hide = hid
hiw: 1 hiw = 1 gezin + medewerkers
hofe = hoeve = 16 morgen (14,4 Ha) land; minimaal nodig voor runnen boerderij 1350nC++
hofe = hoeve = 11 bunders = 11x1.3 Ha = 14,3 Ha (Vlaanderen)
hors = East Anglia: landmaat voor boerderijen; 8 hors farm = farm die 8 paarden nodig heeft om 't land te bewerken
hund (> Hundreds)
- hond = landmaat; 1 hond = 100 voet = 32 M
- hond = landmaat; 1 hont = 1/6 morgen = 0.14 Ha = 1 schepel
- hond = 100 roeden2
hundred (> Hundred, Hundreds) =
- honderd = 100
- groothonderd = 120
- oerhonderd = flink aantal
juc = juk > yok
lengthu = lengte
line = lijn = landmaat: 1 line = 100 roeden
mael (mal) = afstand, maat, lengte
maet = maat
maetbiker = maatbeker


          

 boven: set gewichten om kleine hoeveelheden te wegen.
 De gewichten (bekertjes) zijn standaard en geijkt.
 Ze worden bewaard in de bronzen houder met sluiter.
 De houder is 4 cm hoog. Het deksel is 5 cm in doorsnee.
 Vooral gebruikt door edelsmeden om legeringen te maken.
 Ook door apothekers voor maken van medicijnen.
 Anglisch (c 1550)

mayans = 400x400 roeden = 2.3 Ha
meatan = ww meten
mil = mijl; 1 mil = 1.6 Km
molder = korenmaat; 1 molder = 4 schepel = 0.53 Ha
VB 1 molder raapzaad = hoeveelheid raapzaad afkomstig van 0.53 Ha akkergrond
morwen = morgen = landmaat: 1 morgen = circa 6 hont = 600 roeden = 0.9 Ha = 1 juk.
De morgen is een oude landmaat die aangeeft de omvang van het land die een boer met een span ossen in 1 morgen kan ploegen. Oorspronkelijk wordt de morgen daarom ook vaak een os genoemd.
mydda = mudde = 4 schepel = 0.532 Ha
oem =A aem
oxa = 1 morgen = 0.9 Ha = de omvang van het land, dat een boer met een span ossen in 1 morgen kan ploegen.
pint = pint = inhoudsmaat; 1 pint = 570 Mm = 6L > Pint
pipe = pijp = vat voor wijn of olie; geen vaste maat
pise = gewicht, hoeveelheid
pisewaegh = weegschaal
red = rode (stuk gerooid land) = 5.6 hofe (hove) = 5.6 x 14.3 Ha = 80 Ha
rodd = roede:
- vlaktemaat: 1 roede = 1/600 morgen = 14,2 M2
- lengtemaat: 1 roede = 12 voet = 3,8 M
sceapal = schepel = 1/4 mudde = 0.133 Ha = 1 hond; ON hont, hunt
scere = schere = maat voor grazers (NO Nederland); 1 koe = 1 schere; 1 vaars = 3/4 schere; 1 pink = 1/2 schere; een weiland van 20 scheren = een weiland waar hooguit 20 koeien mogen/kunnen grazen
scultmate = maat om graanbelasting te meten
sille = landmaat: stuk land dat in één dag geploegd kan worden
smit = el (lengtemaat)
spint = 1/4 schepel = 1/16 mud = 0.03 Ha
spitt = 1 spade diep of vol (landmaat)
sponn = breedte uitgestrekte hand
stan = steen; 1 Stan = 6.3 Kg; ME Stone
stricel = strijkstok, stok om zgn stricmaten te meten
sulle =A sille
tace = maat voor wijn
tonne = ton; inhoudsmaat
waeg = gewicht; last*
waegan = ww wegen
waegh = weegschaal
yok = juk = landmaat = hoeveelheid land dat een juk ossen in één dag kan ploegen = 1 gras
** Engels, Pint, OVK

Mega Angle:
Fictieve naam voor het Rijk der Angelen, dat zich mogelijkerwijs heeft uitgestrekt van het huidige Angeln (2009) tot diep in de Nederlanden in circa 300vC-100nC. De Griekse astronoom, wiskundige en cartograaf Claudius Ptolemaeus (87-150 nC), plaats het woongebied van de Angelen tussen de Elbe en de Rijn. Spiritus-temporis.com 31.5.09 schrijft:

Ptolamy in his Geography (ii. 11. § 15), half a century later [na Tacitus], locates them [de Angelen] with more precision between the Rhine, or rather perhaps the Ems and the Elbe, and speaks of them as one of the chief tribes of the interior. Unfortunately, however, it is clear from a comparison of his map with the evidence furnished by Tacitus and other Roman writers that the indications which he gives cannot be correct. Owing to the uncertainty of these passages there has been much speculation regarding the original home of the Angli.
De auteur kiest dus voor de beweringen van Tacitus en andere Romeinse schrijvers. Mogelijk denkt hij dat de meerderheid altijd gelijk heeft. Daarna zegt hij dat er desondanks toch onzekerheid bestaat over die passages van andere Romeinse auteurs in die tijd. De auteur komt er dus niet uit. Mogelijk heeft Ptolemaeus dus toch gelijk. En inderdaad, er zijn argumenten volgens welke Ptolemaeus vrijwel zeker gelijk heeft. Zo zijn er vrij veel locaties in het gebied NO.Nederland-NW.Duitsland tot aan de Rijn die aangeven dat daar op ruime schaal Angelen hebben gewoond en nagenoeg zeker ver voordat Saxen zich daar sinds circa 775 nC komen vestigen. (> ASA) Een mooi voorbeeld is de locatie Angerlo bij Doesburg. Angerlo is namelijk afgeleid van Angelre, zoals op een kaart van de 17e eeuw is aangegeven. De naam betekent 'ontgonnen land van de Angelen. Angerlo ligt circa 16 Km van de Rijn. (> Angerlo) Verder wordt het gebied Engeland in Beekbergen in oude bronnen (circa 800 nC) Englandi genoemd, wat welhaast zeker moet zijn afgeleid van 'land van de Angelen'. Ook Engeland bij Hardenberg, Angelsloo bij Emmen, Humsterland en Englum in Groningen en Angelbeck en Angelburg bij Osnabruck zijn vrijwel alle zeker oorspronkelijke woongebieden van de Angelen. E.e.a. bevestigt dat de Angelen in het verre verleden tot diep in en nabij Nederland hebben gewoond. Verder is het opmerkelijk dat het Oer Nederlands in vele opzichten sterk lijkt op het Oer Anglisch (> Geordie), maar ook op het latere Oud Engels (> ASC) en het Nieuw Anglisch (ZA). Op grond van deze feiten lijkt het daarom nagenoeg zeker dat de Nederlanden in het verre verleden (circa 300vC-200nC) deel uit maken van Mega Angle. Sinds circa 100 nC zijn dan de Friezen en Saxen reeds enige tijd volkstammen die geleidelijk enigermate zijn afgescheiden van de Angelen. E.e.a. verklaart o.a. de grote verwantschap tussen de Angelen, Saxen en Friezen en anderzijds de opvallende gelijknissen tussen het Oer Nederlands en het Oer Anglisch, althans voorzover bekend. Volgens deze theorie van Mega Angle, zou dit Rijk der Angelen sinds circa 100 nC steeds verder inkrimpen tot:
- Groot Angle rond 449 nC waarover de Anglo-Saxon Chronicle spreekt (> Groot Angle)
- Angeln sinds circa 600 nC, mede door de massamgratie naar Engeland. (> Angeln) Bij die inkrimping blijven dan vele Angeln verspreid achter op diverse enclaves. Bijvoorbeeld Englum in Noord Groningen, Angelo bij Emmen, Engeland in Beekbergen, Angerlo bij Doesburg, etc.
** SEBA, VTO, Migratielijnen, HAB, Angelland, Angologie, Groot Veenland

 
Megin van Harda: (c 125-185nC)
Anglische stamleider, mogelijk afkomstig uit de regio 't Harde onder Elburg op de Noord Veluwe. Sticht rond 150nC een nederzetting bij Arnhem. Deze locatie wordt in 814nC genoemd als Meginhardeswich afgeleid van Anglisch Megin + harde (Harde) + wich (wijk, schuiloord). Dus: schuiloord van Megin van ('t) Harde (=A Harda). Megin = Meynard (Meinard), een mansnaam die nog steeds voorkomt. Ook de varianten Meine en Minne.
** Meynerswijk, Harde

Meiboom:
()A maypal = meipaal, meiboom = versierde paal; feestdag op 1e zondag van mei; daaromheen wordt gedanst en gefeest.
** Seizoenen (Lente)

Meisje van Yde: > Yde

Mekkelenberg:
Gebied tussen Mariaparochie en Albergen in Twente. Aangegeven op kaart 37 in bron RZA (1773) als Meckelen B. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal, mogelijk Hardenberg.
¶ De term mekkel vinden we terug in Meklenburg (NO Duitsland) en in Macclesfield circa 10 Km zuid van Manchester. The English Place Name Society stelt dat de naam Macclesfield is afgeleid van de mansnaam Maccel. Aangezien Maccelsfield in historisch Anglisch gebied ligt, lijkt de naam Maccel afgeleid van de oudere Anglische mansnaam Maegla.
¶ Per saldo krijgen we dus de volgende betekenissen:
- Macclesfield = het veld van Maccel (Maegla)
- Mekkelenberg = de berg (heuvel) van Maccel (Maegla)
- Meklenburg = de burcht van Maccel (Maegla)
** Mansnamen, HAG, ASA

Melk: > Koeien, Zuivel

Menko van Bloemhof (1213-1277*)
Mogelijk geboren in Fivelga. Wordt abt van klooster Wittewierum in Noord Groningen, waar hij intreedt rond 1230. Schrijft een vervolg op de Kroniek van Emo van Huizinge, omvattend een biografie van Emo en teksten over overstromingen en kruistochten. Menko overlijdt in Bloemhof.
** KVB, Emo van Huizinge
# GNE

Menneke van Holten (c 950-1020)
Legendarisch vrouw. Volgens een oude sage woont ze heel alleen in een huisje in een ravijn bij de Holterberg. Ze is nogal lelijk, maar bezit veel goud en kan toveren. Daarom verleidt ze mannen om met haar te sexen. Als loon krijgen ze dan veel goud. Een arme boerenjongen uit de buurt zoekt haar daarom eens op. Hij wil trouwen, maar heeft geen geld voor een eigen boerderij. Zo gezegd zo gedaan. Na een nacht met Menneke, keert hij rijk naar huis en wil gaan trouwen. Z'n vriendin is echter te weten gekomen wat hij had gedaan. Ze is woedend en wil niet trouwen. Boos gaat de jongen naar Menneke. Hij smijt haar het goud voor de voeten en steekt haar huis in brand. Menneke is woedend. Ze spreekt een toeverformule uit en prompt verandert de jongen in een lelijke kikker. Dat ziet een overvliegende ooievaar. Die duikt omlaag, grijpt de kikker en eet hem op. Sindsdien durven hongerige mannen niet meer naar Menneke. Uit eenzaamheid vertrekt Menneke naar Deventer, waar ze non wordt in een klooster. Daar leeft ze nog heel lang en gelukkig.
** Overleveringen
# FRI

Mensen:
()A bairn (kind), bearn (baby, kind), bloce (flinke jongen, kerel), boy (jongen, jongeman), bync (bink, stoere jongen), ceorl (kerel), cild (kind), cind (kind; EZ kend), cnafa (jongen, knecht), cnapa (knaap), cuwaerd (lafaard), cwene (kween = oude vrouw, onvruchtbare koe), fraw (vrouw), gyr (kind), gyrle (klein kind, meisje), joffer (jufvrouw, jongedame), joncker (jonkheer), jonckhere (jonkheer), jonckfraw (jonkvrouw), lad (jongen, jongeman), laedig (vrijgezelle dame), magu (jongen), maid (meid), man (man; mv manna, menn), manwif (vrouw), mensc (mens), miss (jongedame, juffrouw), mon (man), ricman (rijkaard, aanzienlijk persoon), smeagd (smiecht = gemene kerel), snaca (snaak = jonge jongen), weso (wees, weeskind), wif (wijf, vrouw), wiht (wicht, meisje)
** Familie, Adel, AEB, Status

Mensenoffers: (MNO:)
250vC++ Ith Hils: Groot heuvelgebied langs de oostkant van de Weser, tussen Hamelen en Einbeck, circa 40 Km ZW van Hannover, in Neder-Saxen. Volgens Ptolemaeus wonen daar rond 150nC Angelen. In de Ith Hils liggen o.a. de dorpen Swaney, Quickborn en Barninghausen. In de Hils ligt de Koppenberg (Coppenbrügge?) waar een oude ding- en offerplaats ligt. Historici menen dat de locale bevolking daar zonneraden lieten branden tijdens rituelen. Enkele bewoners uit Koppenberg zouden daar ter dood veroordeeld zijn. Mogelijk zijn ze daar levend verbrand. Dat zou de oorsprong zijn van de overlevering van de Rattenvanger van Hamelen.
9nC++: Tacitus (# Annales 100nC) over de Varusslag 9nC waarbij de Romeinen zijn verslagen: Het eerste legerkamp van Varus verraadt door de grote omtrek en afmetingen van het hoofdkwartier het werk van drie legioenen. Verderop herkende men de halfverwoeste wal en de ondiepe gracht dat de restanten van het uiteengeslagen leger hier stelling hadden genomen. Midden op de vlakte lagen de gebleekte beenderen van mannen, op de plekken waarheen ze waren gevlucht of weerstand hadden geboden, los verspreid of in hopen. Dichtbij lagen kapotte wapens en kadavers van paarden en ook menselijke schedels die prominent aan boomstammen genageld waren. In de nabij gelegen heilige bossen stonden de altaren van de barbaren, waarop ze de tribunen en de hooggeplaatste centurio's hadden geslacht. #CAV/p86
50nC: Angale priester offert in Yde (Drente) jonge vrouw van 20 jaar aan de goden > Veenlijken
600nC++ Prestwold: Gehucht in Charnwood in de Midlands/GB, historisch Anglisch gebied. De naam betekent letterlijk Priesterwoud, ofwel een heilig woud waar priesters offerrituelen uitvoeren. In Charnwood zijn vele skeletten gevonden. Mogelijk van mensen die zijn geofferd aan de goden. Charnwood is namelijk mogelijk afgeleid van Anglisch caern (knekel) + wudu (woud). Dus Knekelwoud. Gezien de text van Tacitus over het Teutoburger Woud lijkt Prestwold mogelijk eveneens een heilig woud met altaren waar Anglische priesters o.a. offerrituelen uitvoerden. Mogelijk stond er ook een klooster waar deze naturale Anglische priesters woonden en werkten. Mogelijk werden daar ook mensen berecht en terechtgesteld, waarna hun lijken elders in het bos werden neergelgd.
2014: Een man in Nederland is aangehouden op verdenking van een rituele moord. Het slachtoffer is een Hindustaanse man. Hij is waarschijnlijk om het leven gebracht als ritueel offer aan de Hindu moedergodin Durga. #DeTelegraaf 19.6.2014
** Offerplaatsen, Offers, Brandstapel, Doodstraf

Mensenrechten:
De Arische cultuur kenmerkt zich door de nagenoeg gelijkwaardige posities van mannen en vrouwen. Dat gold ook voor homo's en lesbo's. Deze gelijkwaardigheid vinden we terug in de culturen van de Germanen, Hindu's en Grieken, alle drie voortkomend uit de Ariërs. Vrouwen kunnen zelfstandig opereren in allerlei zaken en functies. Andere aspecten van de Arische cultuur en de culturen van hun nazaten zijn een sterk besef en aanwezigheid van de grondwaarden Vrijheid, Democratie en Gerechtigheid.
¶ Gezien de situatie in latere tijden, mogen we veronderstellen dat de Inglo-Goten en de Angelen de liberale cultuur van hun voorouders hebben meegenomen naar hun settelgebieden. > Inglo-Goten/Cultuurlijn
¶ Het liberalisme bij de Germanen werd alleen beperkt door de maatschappelijk positie van horigen, slaven en lijfeigenen ofwel de zgn onvrijen. Slaven waren mannen of vrouwen die door oorlog tegen andere volken gevangen werden en meegenomen naar het eigen woonland. Horigen waren arme boeren die door geldnood in dienst waren van een landheer. Lijfeigenen waren personen wier lijf eigendom was van een heer.
Heren waren vrije lieden met vermogen in de vorm van land, huizen, hoeven, zates en andere goederen.
¶ Slaven, horigen en lijfeigenen hadden geen stemrecht en waren ook juridisch handelingsonbekwaam. Dwz: zij moesten zich in rechtszaken laten vertegenwoordigen door een zgn voogd, ofwel momber genaamd. Onvrijen konden echter wel vrijheid verwerven en zgn vrije worden. Dat gebeurde door een verklaring van hun heer. De oudst bekende tekst in Nederland komt uit de Lex Salica van circa 550nC:

Maltho thi afrio lito.  ofwel  Ik meld, ik laat je vrij horige.

Deze zin werd uitgesproken door de heer bij het vrij verklaren van een horige (lito).
Vrije lieden waren verplicht tot weerdienst, dwz met wapenrusting deelnemen aan strijd tegen vijanden. Onvrijen (lijfeigenen, slaven en horigen) hoefden dat niet.
¶ Een ander belangrijk aspect van de Germaanse culturen was het feit dat rechtszaken zoveel mogelijk werden opgelost door overleg en schikking tussen de partijen. De doodstraf werd alleen uitgesproken bij stamverraad waarbij belangen van de stam of gemeenschap ernstig werden geschaad.
550nC++ Opmerkelijk is dat na de kerstening van West Europa de Christelijke Kerk de doodstraf invoerde voor een veelheid aan delicten. Bespotting, bedreiging of geweld tegen de kerk leidde normaliter tot de doodstraf. De vervolging en executie op grote schaal van heksen, ketters en homo's in de afgelopen eeuwen zijn daarvan een afschuwelijke getuigenis. De Lex Saxonum kende zelfs 18 doodstraffen. In 785nC werd zij ingevoerd door Karel de Grote, de tot het Christendom bekeerde koning der Franken. Vlak daarvoor had hij de Saxen verslagen en ruim 5000 van hen laten onthoofden.
850-1795nC Leenstelsel. Dit stesel komt in de 10e eeuw tot volle bloei in de landen van West-Europa. In het leenstelsel geldt de titel Heer voor een bezitter van een Heerlijkheid. Ook wel Vrijheer of Erfheer genoemd. Deze heren hadden daarnaast nog zgn heerlijke rechten, zoals zwanendrift, duivendrift, visrecht, jachtrecht, etc. Ze konden die kopen, erven of in leen krijgen van een leenheer. In het uitoefenen van hun exclusieve rechten waren de heren vaak uiterst hardvochtig en meedogenloos naar gewone burgers.
¶ Niet alleen critici van de kerk werden zwaar gestraft. Door de Christelijke Kerk zijn de rechten van vrouwen in de loop der eeuwen steeds verder afgepakt, werden homo's bestempeld tot zware zondaars en werd steeds minder kritiek geduld. Kerkvaders werden zodoende in praktische zin heilig en onschendbaar verklaard.
¶ Dankzij de Reformatie en de Verlichting werd het ondragelijke juk van de kerken en adel langzaam maar zeker afgeworpen. De Franse Revolutie eind 18e eeuw maakt de burgers uiteindelijk helemaal vrij in hun strijd voor Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap.
Anno 2010 worden mensenrechten beschouwd als universele rechten die alle mensen toekomen. Tot deze rechten worden in essentie gerekend:
- het recht op leven, vrijheid en vrije beweging
- het recht op gelijkwaardigheid en gelijke behandeling
- het recht op veiligheid, privacy en bescherming
- het recht op zelfverdediging en zelfbescherming
- het recht op de eigen identiteit en geaardheid
- het recht op algehele integriteit van lijf, ziel en geest
- het recht op een eigen levensbeschouwing
- het recht op bezit, eigendom en arbeid
- het recht op vrije meningsuiting
- het recht op democratie
- het recht op eerlijke en goede behandeling
- het recht op eerlijke en goede rechtspraak
- het recht op steun en hulp in nood
- het recht op verweer bij schending van rechten
- het recht op vergeving en verzoening
¶ Schending van rechten wordt door mensen als diepgaande kwetsing ervaren. Alleen eerlijk en adekwaat rechtsherstel kan dat gevoel wegnemen.
¶ Tegenover het recht op alle genoemde mensenrechten staat ook de plicht deze zelfde rechten van anderen te respecteren.
** Free Institutions, Tolerantie, Maatschappij, Rechtspraak

Mensnamen: > naam, Mansnamen, Vrouwsnamen, Familienamen, AFNA, HAPA

Mepal:
Een gehucht ten noorden van Cambridge in East Anglia, gelegen op het eiland Ely op een strook grond tussen de Fenns (groot veengebied) en het hogere deel van het eiland. Het is een historisch Anglisch gebied waar Angelen zijn gesetteld tijdens de massamigratie in 450-600nC. O.a. vanuit Drente. (> Wiffing, TEHA) De naam Mepal wordt rond 1205 nC genoemd als Mepahala, dat naar zeggen is afgeleid van Mepa (mansnaam) + hala (strook droge grond). De naam betekent dus: strook droog land van Mepa.
¶ Een andere betekenis van Anglisch hala (hale, hall, all) = huis, gebouw, omheinde grond of wei. Mepahala betekent dan: huis of omheind erf van Mepa.
¶ In Mepal staat een kerk (gewijd aan St Mary), gebouwd rond 1225 AD. In de eerste eeuwen van het Christendom in NW Europa worden kerken vaak gebouwd op plekken van altaars, offerplaatsen of temepls van de oorspronkelijke naturale bevolking. (> Naturalisme, Kerken) Het lijkt derhalve mogelijk dat Mepal is afgeleid van Anglisch mep, meppe (stuk land) + al, ael (altaar, tempel). > Meppel

Meppel:
Stad in ZW Drente. Vermeld in 1141 als Meppele in een oorkonde van de bisschop van Utrecht. De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. Gezien het dorp Meppen in oost Drente, lijkt de naam Meppele te zijn afgeleid van Anglisch meppe (stuk land) + le, loo (open plek, clearing in bos of wildernis).
500nC: Aangezien migranten hun nieuw woongebied vaak de naam van hun herkomst geven, is het denkbaar dat Mepal in East Anglia is gesticht door Angelen uit de regio Meppel. (> Migratienamen) Ze zullen zich daar ergens rond 500nC kunnen hebben gesetteld. E.e.a. betekent dat Meppel rond die tijd Meppael moet hebben geheten. Later is de naam dan verbasterd tot Meppele. De toegevoegde e kan zijn bedoeld als fonetische verfraaiïng, maar ook als een verkleining, wat in het Nederlands vroeger al veel gebeurde. Feitelijk had in 1141 de schrijfwijze dan Meppelle moeten zijn daar Anglisch -le = -tje.
¶ Als voorgaande thesen juist zijn, dan zal in het oude Meppael moeten hebben gestaan een altaar of tempel van de naturale (= pré-christelijke) Angelen. Aangzien de oudste kerken vaak zijn gebouwd ter locatie van een altaar of tempel van de naturale Angelen, komt daarvoor in aanmerking de locatie van de NH Kerk nabij de Stenen Brugge over de Wetering.
** P36, TEHA, Naturalisme

Meppen:
Dorp in NO Drente. De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. De naam Meppen kan derhalve zijn afgeleid van Anglisch meppe (stuk land) + le, loo (open plek, clearing in bos of wildernis).

Mepsche:
Ofwel De Mepsche. Oude familienaam uit Drente. Naar zeggen is de naam mogelijk afgeleid van Meppen, een dorp in Oost Drente. De familie lijkt derhalve afkomstig uit Meppen.

Mercurius:
()A Wincfot (Mercurius)
50vC: Julius Caesar is niet onder de indruk van het Germaanse geloof. Hij schijft circa 50vC dat ze nauwelijks goden kunnen noemen en schijbaar alleen Zon, Vuur en Maan kennen. Ook schrijft hij dat ze in bizonder Mercurius vereren, die ze beschouwen als gids op hun reizen en behalen van winst. (Commentarii de Bello Gallico: 6.21, 6.17) Mogelijk bedoelt hij de god Balder, die vaak wordt vergeleken met Mercurius. > Balder
¶ Volgens bron Historia Regum Britanniae Book 6 noemt ene Hengest de goden van zijn volk: Saturnus, Jupiter, Mercurius, Frea (Frya) en andere goden die de wereld regeren. Maar in bizonder Mercurius, die ze Wodan noemen. (# WKP 10.11.10) Deze Hengest is feitelijk Engist van Angeln (c 405-465), afkomstig uit Angeln in Sleswig (Noord Duitsland). Engist (Hengest) is leider van een leger huurlingen bestaande uit Angelen. Hij vestigt zich vóór het jaar 430 met zijn leger in Humsterland (NW Groningen). Rond 435nC vertrekt hij met z'n leger naar Brittannia om zich aan te sluiten bij de Britse warlord Vortigern.
¶ Bron OBN/p160 schrijft dat de Romeinen de goden uit een andere cultuur de namen geven van hun eigen goden, die er het meest op lijken. Zo noemen ze Wodan naar hun eigen god Mercurius. De Angelen en Bataven zouden omgekeerd hetzelfde doen.
¶ Naar zeggen werd Wodan vaak afgebeeld met twee vleugels aan zijn hoed. Mercurius is altijd afgebeeld met twee vleugels aan zijn hoed en aan elke voet een vleugel. Dit sterkt de these dat Mercurius en Wodan veel met elkaar gemeen hebben.
Wincfot: De Angelen noemen Mercurius Wincfot wat is afgeleid van Anglisch winc (vleugel) + fot (voet). Dus Vleugelvoet. Mercurieus is namelijk altijd afgebeeld met een vleugel aan elke voet om zijn dynamiek te symboliseren. Later noemen Engelsen hem Wingfoot.
¶ In Wirdum zijn scherven gevonden van terra sigialata (Romeins aardewerk) en twee bronzen beeldjes van Mercurius, de Romeinse god van de handel. Wirdum is dus zeker al bewoond in de Romeinse tijd (12vC-450nC). De regio is rond 500vC bevolkt door Angelen uit Oldambt.
¶ In 1962 zijn bij De Stokte in Dalfsen Oost archeologische resten gevonden die duiden op bewoning. O.a. een beeld van Mercurius. Het beeld wordt getaxeerd op circa 350nC. De regio wordt al sinds 300vC bewoond door Angelen uit Noord Drente. > DeStokte
¶ Wodan's naam leeft voort in Woensdag, Anglisch: Wodenes-daeg. Deze dag heet bij de Romeinen 'dies mercurii', de dag van Mercurius, de god van de handel en winst. Dat Wodenes-daeg en Dies Mercuri beide dezelfde weekdag voorstellen, wijst op overeenkomst tussen Wodan en Mercurius.
¶ Wodenesdaeg ofwel woensdag is in Nederland nog steeds marktdag, de dag waarop traditioneel marktkramers hun waar aanbieden op het marktplein.
¶ In de tijd van de Romeinse Keizers is de verering van Mercurius wijd verbreid onder de Kelten en Germanen. Wodan werd bij de oude Germanen zelfs gezien als identiek aan Mercurius. Dat zo zijnde, kan men veronderstellen dat de Angelen ook handel drijven. Zeker in de Romeinse Tijd. Havenstad Haithabu (later Sleswig genaamd) zal daarin dan een belangrijke rol spelen. De kans dat de Angelen in die tijd inderdaad handel drijven, is zeer reëel gezien de beverjacht, waarin de Angelen kennelijk zeer actief zijn. (> Beverjacht) De beverjacht levert o.a. bevervellen op, die goud waard zijn. De handel in bevervellen is tot in de 19e eeuw zeer lucratief. (> Bevervel) Beverhuiden werden vooral gebruikt voor kleding en schoenen.
¶ Mercurius is de equivalent van de Griekse Hermes, de god van de handel, kooplieden, dieven, kunstenaars, muziek, wetenschap, welsprekendheid en liefde en begeleider van de doden naar het hiernamaals. Hij was een knappe man en zeer populair bij de Grieken.
¶ De Anglische god Balder heeft veel gemeen met de Romeinse god Mercurius, de Griekse god Hermes en de Hindu god Krishna. Julius Caesar schijft circa 50vC dat de Germanen in bizonder Mercurius vereren, die ze beschouwen als gids op hun reizen en behalen van winst. (Commentarii de Bello Gallico 6.17) Vrij zeker bedoelt hij de god Balder, die vaak wordt vergeleken met Mercurius. (> Religie)
¶ Mercurius en Hermes zijn o.a. goden van de handel en winst. Hermes en Krishna zijn zelf o.a. herders en tegelijk ook goden van de herders. Hermes, Krishna en Balder worden echter specifiek vereerd om hun bizondere schoonheid. Mercurius is gemodelleerd naar Hermes, die al in 1300vC wordt genoemd, dus relatief kort na aankomst van Ariërs in Griekenland rond 1900vC.
400nC: Wirdum/Groningen: twee bronzen beeldjes van Mercurius > Wirdum
¶ De gelijkenissen tussen Balder, Hermes en Krishna zijn feitelijk goed verklaarbaar door hun common roots in het Aryanisme, de mythologie en ideologie van de Ariërs in Centraal Azië. De relatie van Balder met het Aryanisme is zeker mogelijk. De Angelen komen immers voort uit de Goten, die volgens het boek Getica van Jordanes (ovl 552nC) het Aryanisme aanhangen. Anderen denken echter dat met Getica de Griekse stam der Geten wordt bedoeld. Kennelijk was er ooit een Arische god, die als voorloper kan worden beschouwd van de drie genoemde goden. Laten we hem Yrvan noemen.
** Handel, ARV, Balder, Yrvan, PgGen/Aryanisme

Meren: > Waters

Merovingen: (430-750nC)
Eerste regerende dynastie van het Frankische Rijk regeert. Genoemd naar Merovech, een Salische koning. #WP
400-600nC: In NO Nederland wonen geen Franken. > Pax Anglorum
** Franken

Merovingers: > Merovingen
Merowingen: > Merovingen
Merum: gehucht aan de Fivel bij Loppersum > Myrgum

 

Mest:
()A adele (aalt, aal, gier, mestvocht), aelt (=A adele), asce (as; gebruikt als mest), ascfaet (opslagplaats voor as; NB Assevat/Teuge), ding (stront, mest), dinghil (mesthoop), dingig (vuil, smerig), drec (drek, mest, stront, modder), dreccarre (drekkar, strontkar, mestkar), eal (gier, mestvocht), fald (vaalt, afval, mest),

Rechts: oude Anglische hoeve met mesthoop achterin het erf. Aquarel van Hester Jans-Molenberg. (@ aquarel © BCK) > Eursinge

 
goer (=A gor), gor (gier, mest), gripe (griep = mestvork), grub (greppel, goot, mestgoot), maest (mest), maestan (ww mesten, bemesten), maesthus (mesthok = hok voor tijdelijke opslag van mest), margel (mergel = mengsel van klei en aarde gebruikt als meststof), meox (mest), meoxen (mesthoop), midden (mesthoop), mocc (stalmest), mucc (mest), paet (mest, gier, aalt), paetstede (mestvaalt), pod (=A paet), pot (=A paet), potsteall (potstal = stal met dikke mestlaag, ontstaan door oppotten van de mest in de winter), reke (reek, riek, hooivork, mestvork, hark), rekian (ww reken, harken), sceapstrunt (schapenstront, schapenmest), stealle (stalmest, gier), strunt (stront, mest), struntharc (stronthark, mesthark), struntstede (mesthoop), tord (mest, stront), tordwifel (mestdraaier; # kever)
Schapenmest: De mest uit schapenstallen gebruiken de Angelen om hun akkers te bemesten. > Schapen
Potstal: Vlijmen is een dorp in Brabant. Daar staat een monumentale boerderij met rieten wolfdak. In 2011 is ze uitgeroepen tot de mooiste hoeve van Brabant. ... De grond was arm. Het erf ligt op een uitloper van de Drunense Duinen, die zijn van wit zand. Erger kon niet. De mest voor de akkers kwam van de potstal. De mest voor de akkers kwam van de potstal. In de hele winter stonden de koeien op hun eigen mest. In het voorjaar was de mest heel hoog opgepot, klaar om in de zaaitijd te worden uitgereden. > Keuterboeren
** Landbouw, Akkerbouw, Tuinbouw, Veehouderij, Tuinen

 
Metaal: > Metalen

Metalen:
()A braes (# koperlegering), coper (koper), copper (koper), gold (goud), isen (ijzer), iser (ijzer), seolfor (zilver), staeli (staal), style (staal)
3700vC++ mensen maken dingen van koper, brons en goud #DWO
** Brons, Zilver, Yzer, Gereedschap, Sieraden, Wapens, Grondstoffen, Mijnbouw, Smeedwerk

 

Meubels:
()A bedd (bed), benc (bank), bred (kastje), boccest (boekenkast), cass (kast, kist), cess (=A cass), cest (kist, kast), copbord (keukenplank, keukenkast, kast), coy (kooi, bed), craccet (houten stoel), disc (tafel), dorcass (deurkast = kast met een deur), fotbenc (voetenbank = laag bankje om voeten te laten rusten), fotstol (=A fotbenc), scrin (schrijn = kist, kast), sitl (=A sittel), sitte (zit, bank) sittel (zetel, stoel), spil (spil, poot van stoel of tafel), stol (stoel), stope (bank), teafal (tafel), treaft (drievoet, onderzitter)

Rechts: Anglische monnik rond 700nC in Northumbria bezig met een vertaling van teksten uit het Nieuwe Testament (Codex Amiatinus). Hij zit op een houten bank (benc) en zijn voeten rusten op een fotbenc.

 

 
Meulenveld:
Veel voorkomende veldnaam. O.a. in Tusveld (Twente) en Zandhuizen (Stellingwarfen). Tusveld is van oorsprong Anglisch gebied. Van Zandhuizen is dat vooralsnog niet bekend. De naam in Tusveld zal zijn afgeleid van Anglisch mylen (molen) + feld (veld).

Meynerswijk: (MNW:)
Ook genoemd Meinerswijk, Meijnerswijk. Nederzetting mogelijk gelegen in de Rosandepolder in een buitenbocht van de Rijn bij Elden in de Overbetuwe onder Arnhem. Mogelijk een handels- of havenplaats.
100nC: De regio Elden is circa 100nC bevolkt door Angelen uit de Zuid Veluwe. Rond die tijd zal ook Meynerswijk zijn bevolkt door hen.
100nC: Rond dit jaar bouwen de Romeinen in Meynerswijk een castra, ofwel een grenspost, onderdeel van de Limes, een serie van 19 grensposten langs de Rijn van Duiven tot Katwijk bij Leiden. > ARV
814nC: In dit jaar wordt Meynerswijk genoemd als Meginhardeswich = Megin Hardes wich = de wich (wijk, schuiloord) van Megin de Harde, waarbij Megin (= Meine) een mansnaam is. Meynerswijk betekent dan: de wijk van Meynard (mansnaam). Meynard (Meinard) is een mansnaam die nog steeds voorkomt. Ook de varianten Meine en Minne.
¶ Ipv Megin de Harde kan de naam ook gelezen worden als Megin van Harde. Megin kan dan afkomstig zijn uit de regio 't Harde onder Elburg op de Noord Veluwe. Herkomstnamen zijn al vroeg vrij gangbaar. Kenmerknamen zijn relatief zeldzaam.
847nC: In dit jaar wordt Meginhardeswich geplunderd door Vikings. De regio verdwijnt dan uit de geschiedenis.
1000: In de polder bij Meijnersveld is een restant gevonden van een houten boot uit circa 1000nC. #ARG/p58
1598: Op kaart KGH (1598) staat Meginhardeswich geschreven als Meenerswyck, gelegen op korte afstand NW van Arnhem.
1773: Op kaart RZA/24 (1773) staat Meijnerswijk aangegeven als een dorp ZO van Arnhem met de naam Meinerswyk.
2010: In Engeland komt de naam Myners voor. Anno 2010 is bekend Lord Myners, financial manager van de City of London. Hij is als kind geadopteerd door een echtpaar in Wales.
** Megin de Harde, Arnhem, ASA
# WKP 30.5.2010, ARG, OBA, DAB, KBG

MIA: Militaire Infrastructuur Angelland
Om de veiligheid in en van Angelland te garanderen is een goede militaire infrastructuur nodig. Alleen dan kunnen militaire campganes succes boeken. Eisen succesvolle campagnes:
--- algemeen: Elke route zal zoveel mogelijk gaan naar vijandige locaties via veilige locaties, vaste steunpunten (burchten) en langs goede wegen, bruggen en voorden (doorwaadbare plekken in rivieren).
--- burchten: Burchten zijn militaire bolwerken die zijn gebouwd om de omliggende regio te bewaken. > Burchten, Vestingen, Vestingsteden
--- borgheren: Elke burcht heeft een borgheer, die verantwoordelijk is voor de burcht, de bevoorrading en de veiligheid van zijn borgambt. > Burchten
--- wegen: Waar liggen de goede wegen en wanneer zijn ze het best begaanbaar? > Heerbanen, Wegen
--- rivieren: Rivieren vormen een groot probleem: waar liggen bruggen of voorden en wanneer kunnen de voorden makkelijk gebruikt worden? > Waterlopen, Voorden
--- informatie: Voor goede informatie is elke legerleider afhankelijk van de borgheren op zijn route.
** LIN, Leger, Heerbanen, Wegen, Burchten, NOVL, Vestingen, Vestingsteden, Telecom, Wapens, Bruggen, Voorden, Krijgskunde, Offa van Angeln (Marsroute), BIA, Legerplaatsen

Middelnederlands: (MDN:)
I.e. de taal die circa in 1200-1500nC in de Lage Landen is gesproken en geschreven.

Midgard: mytisch woonoord mensen > Mythologie
Midwinterhoornblazen: > Olde Roop, Joelfeest

Miggeld:
Gebied in Exel bij Lochem. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch mycge (mug) + elt (veld). Dus: Miggeld = Muggenveld = veld waar veel muggen zitten.
** ASA

Migratie:: (MIG:)
100vC: Bructeri komen met ossewagens en settelen in de regio Brucht. (#HED/p7) Ze zijn een onderstam van de Angelen. > Hardenberg
150-350nC: Migratie kleine groepen Germanen [Angelen] naar Zuid Nederland. #SDV/p283
450vC++ Ossenweg: Het is vrij zeker dat de Angelen via de Ossenweg sinds circa 450vC naar zuidelijke regio's op het Continent migreren, waar vele van hen later verder migreren naar Engeland. > Ossenweg
450-550nC: Bron NAE/1931: Angelen zijn een Germaanse volk in het tegenwoordige Sleeswijk, later langs Beneden Rijn en Maas, steken in de 5e eeuw gedeeltelijk naar Groot Brittannia over, waar zij samen met Saxen en andere stammen verschillende rijkjes stichten.
** Migratie-, ABR, MCB, MCAB, Demografie, Engelandvaarders, Nederzettingen, Culturalisme

Migratiebronnen:
De oorsrponkelijke herkomstregio's van de Angelen die vanuit Angelland migreren naar Brittannia in de periode 450-550nC.
locaties = Angelsites in Angelland
twins = identieke locatienamen Angelland/Engeland
fonolgie = identieke klanken OudAnglisch/OudEngels
woorden = identieke woorden OudAnglisch/OudEngels
ing = uitgang ing in woorden en namen Angelland/Engeland
his = vermelding in historische bronnen
scores: 0(niets)--5(zeer veel) overeenkomst
saldo = totaal alle scores

- NO Nederland: locaties (5), twins (5), fonologie (5), woorden (5), ing (5), his (3)
> Saldo = 28

- NW Duitsland: locaties (3), twins (0), fonologie (4), woorden (5), ing (0), his (4)
> Saldo = 16

Saldo NO Nederland/Saldo NW Duitsland = 28/16 = 1.8/1
** Angelland, Migratiepunten, ASA, TEHA, Fonologie, ing/ink

 
Migratiegroepen:
Welke groepen migreren naar Brittannia tijdens de massamigratie van Angelen van het Continent? Algemeen:
- mensen die de langdurige natheid in hun woongebied zat zijn
- mensen die om andere redenen de situatie in hun woogebied zat zijn
- mensen die van migranten horen dat de kansen in Brittannia goed zijn
Onder hen vallen: boeren, jagers, ambachtslieden, landarbeiders, huurlingen, vissers, schippers, werklozen, avonturiers en criminelen.
** Engelandvaarders

Migratiegronden:
I.b. de redenen waarom Angelen migreren naar Brittannia in 450-500nC.
** Migratiegroepen, HGAG, Veiligheid

Migratiekwantums:
Betreft Angelen en Saxen naar Brittannia in de periode c 400-550nC.
Spreidingstabel: Ruwe schatting van de spreiding van mensen anno 2010, die hun roots hebben in historisch Angelland (Angle) op het Continent van NW Europa:

regio/miljoen: NWDtl/7, ZWDtl/3, NONdl/3, NWNdl/3, ZWNdl/2, ZONdl/2, VLD/3, Elzas/2, NOEng/5, NWEng/10, ZWEng/7, ZOEng/3, VS/100, CND/50, AUS/10, NWZL/5, Totaal/215

Uit deze reeks blijkt dat de aantallen voor het Continent en Engeland gelijk zijn. I.e.:

- Continent: NWDtl/7, ZWDtl/3, NONdl/3, NWNdl/3, ZWNdl/2, ZONdl/2, VLD/3, Elzas/2 >> Totaal 25 miljoen
- Engeland: NOEng/5, NWEng/10, ZWEng/7, ZOEng/3 >> Totaal 25 miljoen

400-550nC: De grootste migratie van het Continent naar Brittannia vindt plaats. Bovenstaande cijfers lijken te zeggen dat circa de helft van alle Angelen op het Continent in die periode is gemigreerd naar Brittannia.
550nC: Rond 550nC leven er totaal circa 9.6 miljoen Angelen in Angelland en Britaannia samen. > Demografie

>> Op grond van bovenstaande cijfers mogen we aannemen dat in 400-550nC totaal circa 9.6/2 = 4.8 miljoen Angelen uit Angelland zijn gemigreerd naar Brittannia.

550nC: Bij de Saxen gaat het volgens deskundigen (WKP 4.11.09) om 100.000 tot 200.000 migranten naar Engeland.
** KBA

Migratielijnen:
Op grond van de relevante feiten en thesen kunnen we onderstaand overzicht maken van de diverse migratielijnen. Waar mogelijk zijn de eerste jaren van vestiging vermeld.
Angeln > Elbe/Eems (500vC)
Baltrum/Eemsland > Beltrum/Achterhoek (200vC)
Bargen/Emmen > Zweeloo (200nC) + Hardenberg: Engeland + Lutten (300nC)
Beltrum/Achterhoek > Angerlo/Liemers (100nC) > Wijchen/Nijmegen (400nC)
Beltrum/Achterhoek > Engeland/Beekbergen (100nC) > Engeler/Otterlo (250nC)
Elbe/Eems > N.Groningen (400vC) > N.Friesland
Elbe/Eems > Baltrum/Olfrisia (400vC)
Elbe/Eems > Osnabruck: Angelburg + Angelbeck (450nC)
Elbe/Eems > Bargen/Emmen (100nC) + Engeland (450nC)
Engeler/Otterlo > Harderwijk/Veluwe (350nC) > Engeland (550nC)
Harde,'t > Meynerswijk/Elden (100nC) > Meynerswijk
Hardenberg > Twente: Hengelo + Hengevelde + Holten (100nC)
Hengevelde/Twente > Englefield/Z.Engeland (300nC)
Hollingstedt/Angeln > N.Yorkshire (449nC)
Holten/Twente > Eesterbrink/Gorssel (200nC) + Holton/Lincolnshire (400nC)
Humsterland/NW>Groningen > Engeland (400nC)
Lutten/Hardenberg > Luton/Engeland (450nC)
NO.Nederland > Yorkshire (450-550nC) > Neven
Osnabruck > Thuringen: Ingilin + Angelhausen + Angelrode (600nC)
Seeland/Denemarken > Haithabu/Angeln (665vC) > rest Angeln (550vC)
Tusveld/Twente > Tuckersforde/N.Yorkshire (500nC) > Tusveld
Twente > N.Yorkshire (100nC) > Neven
Wijchen/Nijmegen > Engelen/DenBosch + Elzas + Cotswolds/Engeland (550nC)
Wijchen/Nijmegen > Z.Holland (550nC) > Lincolnshire: Holland + Sedgebrook (700nC)
** ASA, TEHA, Engelandvaarders, MAB-Routes

Migratienamen: > Migratiepatronen, Regionamen, TEHA

Migratiepatronen:
Bij migraties van mensen in hat algemeen worden normaliter taal, techniek en cultuur meegenomen naar de nieuwe settlezone. Afhankelijk van de omstandigheden vindt in de loop der tijd integratie plaats tussen de oorspronkelijke bewoners en de nieuwkomers. Vaak gaan machtige invaders echter een sterk eigen stempel drukken op de settlezone. Dat betreft o.a.: taal, plaatsnamen, rechtspraak, architectuur en techniek. Zo zijn in Angel-Saxisch Brittannia plaatsnamen te vinden, die duidelijk zijn te relateren aan identieke plaatsnamen in de herkomstgebieden op het Continent. Verder zijn er ook duidelijke overeenkomsten in taal, bestuur en rechtspraak tussen settlegebieden en herkomstgebieden.
** TEHA
# DVB, KBG

Migratiepunten:
Betreft locaties op het Continent vanwaar Angelen of Saxen naar Brittannia migreren in de periode tot circa 600nC. Uit overlevering en andere gegevens zijn vooralsnog alleen de volgende locaties bekend:

Deventer-Wijhe/Yssel: circa 450nC > Kolkert
Hollingstedt/Angeln: circa 450nC 400 Angelen> Hollingstedt
Humsterland/Groningen: circa 450nC > Humsterland
KranenburgStade/Lunenburg: circa 450nC Hasten > Hasten

¶ In Kent liggen de dorpen Wye, Appledore en Brookland, alle drie vlakbij de stad Ashford, een locatie die naamkundig Anglisch is. Ash = es + ford = voorde, doorwaadbare plaats in beek of rivier. Genoemde locaties lijken te corresponderen met Wijhe (krt KGH 1593: Wyhe), Apeldoorn en Broekland. Ze liggen tamelijk dicht bij elkaar en vlakbij de IJssel. Van dit gebied zijn in 450-550nC vrijwel zeker migraties geweest naar Zuid Engeland, gezien de overeenkomstige en exclusieve heggencultuur. Rond Wijhe hebben dus vrijwel zeker Angelen gewoond. Dat Hengevelde bij Wijhe de oorspronkelijke locatienaam is, lijkt dus zeer reël.
¶ Diverse locaties in Engeland doen sterk vermoeden dat ze zijn gesticht door Angelen of Saxen afkomstig van het Continent. Helaas ontbreken nog voldoende gegevens om e.e.a. naar behoren te staven. Bv: Leek, Holton, Englefield, Sedgebrook, etc. Deze locaties worden genoemd onder item Twins van deze pagina.
** TEHA, Migratiebronnen

Migratieroutes: > Migratielijnen, MAB-Routes, TEHA

 

Migratiestromen:
Betreft massamigratie van Angelen naar andere gebieden op het Continent en Brittania. Deze migratiestromen vinden plaats over een lange periode. Onder item ASA is daarvan een overzicht gemaakt.
Bron SDV is een samenvatting van de dissertatie van Henk van der Velde getiteld Wonen in een grensgebied, i.c. Oost Nederland in de periode 500vC-1300nC. (VU Amsterdam 25.2.2011) Van der Velde baseert zich daarbij op archeologisch onderzoek naar het cultuurlandschap in Twente, Salland en de Achterhoek. In feite dus een groot deel van NO Nederland. Op pagina 282 schrijft hij o.a.:
 
Het ontbreken van een breuk in de ontwikkeling van de materiële cultuur (huisplattegronden en aardewerkstijlen) ondersteunt de visie dat de Romeinse tijd geenszins eindigt in massale migraties uit Oost-Nederland. Hoewel Oost-Nederland vanaf de Vroege Middeleeuwen [450-1050nC] als Saksich wordt betiteld, moet wellicht gesteld worden dat dit (zeker voor de 5e tot en met begin 7e eeuw) eerder betekent dat het gebied weinig verwantschap vertoont met de gebieden waarin Friezen en Franken woonden.
Gezien alle beschikbare feiten lijkt NO Nederland durend overwegend Anglisch gebied te zijn, ondanks de instroom van Saxen en Franken.
450vC++: De Ossenweg is een groep van wegen die lopen van Selswig in Noord Duitsland naar diverse regio's in het zuiden. O.a. Duitsland, Nederland, België en Noord Frankrijk. Het is vrij zeker dat de Angelen via deze Ossenweg sinds circa 450vC migreren naar zuidelijke regio's op het Continent en velen van hen later verder migreren naar Engeland. > Ossenweg
¶ Overzicht:
¶ 150-300nC++ migratie kleine groepen Germanen [Angelen] naar Zuid Nederland (SDV p283)
¶ 300-350nC: Hwicce in de Cotswolds in Engeland. Het is een Anglische stam, die ergens rond 300 nC naar Engeland migreert. (> Hwicce)
¶ 370-400nC: Rond 370nC komt een tweede golf van Anglische settlers in de Cotswolds onder aanvoering van ene Wig, een zoon van de onderkoning van Sleswig. Hij vlucht voor de agressieve koning van de Saxen in Holstein. Mogelijk vestigen Wig en zijn groep zich in Wychwood, dat het woud van Wig kan betekenen. (> Wig van Sleswig)
¶ 430nC++: Grote migratiegolven van Angelen naar Brittannia
¶ 449nC: Offa van Angeln stuurt soldaten naar Brittannia > ASC
- Angelen, Saxen en Jutten migreren naar Brittannia > PgBrit/ASC
- Hasten via Kranenburg/Stade migreren naar Zuid Brittannia > Hasten
- Angelen en Saxen migreren massaal naar Brittannia
¶ 470nC: Prins Icel van Angeln, zoon van koning Eomar, migreert met vele stamgenoten naar Brittannia en sticht daar koninkrijk Mercia. Icel voert vele oorlogen met de autochtone Britten. Onder de Anglische migranten moeten dus vele strijders zijn uit het Anglisch leger in Angelland. Hierdoor raakt Angelland militair sterk verzwakt, waardoor het de instroom van Saxen en Franken niet kan tegenhouden en geleidelijk instort. Mogelijke motieven van Icel en zijn aanhang om te migreren naar Brittannia:
1. In Brittannia wonen en leven al vele Angelen, die eerder zijn gemigreerd.
2. Brittannia is een mooi en groot land met veel leefruimte.
3. De autochtone Britten zijn relatief makkelijk te bestrijden.
4. Brittannia is relatief veilig. Aanvallen vanuit zee zijn moeilijk en derhalve beperkt.
5. De Denen terroriseren Angeln continu al sinds circa 200nC.
6. Angelland is door eerdere massamigraties nogal verzwakt.
Deze motieven gelden zeker ook en misschien zelfs vooral voor Angelen elders in Angelland. Uit de Anglische gebieden buiten Angeln zijn namelijk naar het lijkt aanzienlijk meer Angelen gemigreerd naar Brittannia. > ASA, TEHA, Icel van Angeln
¶ 475-500nC: West Nederland wordt geteisterd door zware stormen, grote overstromingen en veel landverlies. Mensen migreren daarom massaal naar de hoge zandgronden in Oost Nederland. Inmiddels worden die gebieden overwoekerd door oprukkende vegetatie van bomen, struiken en onkruid. Het land wordt moeilijk leefbaar. Circa 1/2 van de bevolking in deze streken migreert daarom naar elders. Vooral naar Brittannia, waar de omstandigheden heel gunstig zijn. (# KVN, KBG)
** KBA

Migratietabel:
Onderstaand tabel toont per regio/tijdvak de verhoudingen A:S:O = Angelen : Saxen : OverigeBevolking. * = schatting

regio
nw duitsland
no nederland   
nw nederland
zw nederland
zo nederland
vlaanderen
thuringen
engeland
elzas
600vC 
3:0:1 
0:0:1
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
250vC 
5:0:1 
2:0:1
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
100nC 
5:0:1 
5:0:1
2:0:1*
1:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
400nC 
5:0:1 
5:0:1
3:0:1*
3:0:1*
3:0:1*
3:0:1*
2:0:2*
1:0:1*
0:0:1*
1000nC 
2:3:1* 
3:1:1
2:1:1*
2:1:1*
2:1:1*
2:0:2*
2:1:2*
3:1:1*
1:0:2*
1500nC 
2:3:1* 
3:1:1
2:1:1*
2:1:1*
2:1:1*
2:0:2*
2:1:2*
3:1:1*
1:0:2*
2000nC
2:3:1*
3:1:1
2:1:1*
2:1:1*
2:1:1*
2:0:2*
2:1:2*
3:1:1*
1:0:2*
 
** ASA, Angelen, Demografie, Angologie, HGAG, M35, CAFA, Winchester

 
Migratiewaarden: (MGW:)
Kijken we terug naar de vele grote migratiestromen in het recente en verre verleden, dan blijken normen en waarden van de autochtone bevolking en de nieuwkomers een cruciale rol te spelen. Zowel autochtonen als migranten hebben elke een eigen paket normen en waarden. Deze cultuurwaarden kunnen op vele punten met elkaar botsen. Wat er dan gebeurt, hangt af van de machtsverhoudingen en de aanpassingsmogelijkheden van beide groepen. Als de aanpassingsmogelijkheden gering zijn, dan ontstaan veel grote en ernstige conflicten. Zijn de aanpassingsmogelijkheden gunstig, dan ontstaat geleidelijk langs natuurlijke weg een integratie van de cultuurwaarden. Taal, architectuur, techniek, ideologie en rechtspraak zijn de belangrijkste fronten waarop de integratie merkbaar zal zijn. De dominante cultuur zal dan vanzelfsprekend de grootste stempel drukken op het eindresultaat.
GEAR = gemiddelde expansie Anglisch Rijk per jaar (600-100vC) = 1 Km/jr > Expansie
¶ De migratiewaarden worden goed gedemonstreerd onder item Dunninghe (ZA).
** HDG

Migratiewegen: (MGW:)
450vC++: De Ossenweg is een groep van wegen die lopen van Selswig in Noord Duitsland naar diverse regio's in het zuiden. O.a. Duitsland, Nederland, België en Noord Frankrijk. Het is vrij zeker dat de Angelen via deze Ossenweg sinds circa 450vC migreren naar zuidelijke regio's op het Continent en velen van hen later verder migreren naar Engeland.
** Ossenweg, Engelandvaarders, Veerdiensten

Milieu:
()A dragud (droogte), flod (vloed, overstroming), stenc (stank), stencig (stinkig, stinkend)
100nC-400nC: De Romeinen stoken veel hout. Dat is gebleken uit onderzoek van zgn oude lucht in poolijs door instituut SRON (ruimte-onderzoek) te Utrecht. Door het Romeinse stookgedrag kwam veel methaangas in de lucht, wat een zgn broeikas-effect veroorzaakte. (# De Telegraaf 4.10.2012) Mogelijk draagt dat bij tot de stijging van het water van de Noordzee in de periode 300-600nC. > Klimaat, Grote Natheid
180-400nC: De Romeinen in Brittannia exploiteren vele belangrijke kolenvelden in dagbouw. De handel in steenkool strekt zich uit tot in heel Engeland en zelfs tot het Rijnland op het Continent. Steenkool wordt gebruikt voor de verwarming van badhuizen en rijke villa's. Mogelijk heeft dit proces de luchtvervuiling versterkt en daardoor bijgedragen
400nC++: Uitstoot methaan door verbranding biomassa neemt af omdat Romeinse Rijk in verval raakt. (# De Telegraaf 4.10.2012/# instituut SRON Utrecht)
** Weer, Situaties

Militaria:
¶ 200vC-500nC: Denen teisteren Oost Angeln. > Angeln, Arwin van Angeln
¶ 50nC: bouw schans Duno bij Heveadorp/Arnhem aan de Rijn.
¶ 100nC: Burcht van Thorsberg > Thorsberg
¶ 100nC: In de Thorsberg Moor (moeras) zijn oude kledingstukken gevonden. Een tuniek (hemd) en mannenbroek uit de 4e eeuw nC. Daarnaast ook een oude Romeinse helm en andere deposieten vanaf de 2e eeuw nC. Nabij de Thorsberg Moor is ook gevonden een heuvel met een stenen cirkel uit de Yzertijd. Mogelijk restanten van een mottekasteel. De deposieten worden vanaf 200nC steeds meer krijgskundig van aard. (> Thorsberg)
¶ 166-180nC: Marcomannische Oorlog > Thorsberg
¶ 200-274nC: Angelen verwoesten de Romeinse grensposten langs de Rijn > ARV
¶ 235nC: Slag bij Harzhorn/Oldenrode > Oldenrode
¶ 300nC: Colmschate -- militaria > Anglische soldaten, mogelijk in Romeinse dienst.
¶ 345-360: Oorlog met de Saxen > Freawin (gb 320nC)
¶ 350-450: Hunnen teisteren Europa > Hunnen, Volksverhuizingen
¶ 405nC: Offa van Angeln verslaat Saxen bij Bremen en trekt door naar de Rijn. > Offaland
¶ 405nC: Offa van Angeln verslaat de Swaefen bij Fiveldor in Groningen > Fiveldor
¶ 446nC: Vortigern in Brittannia vraagt Angeln extra steun tegen de Picten. Als in 446 Vortigern extra hulp vraagt aan Offa, dan:
- heeft Vortigern kennelijk al weet van de militaire kracht van Angelland
- en bevinden zich al Anglische militairen in Brittannia
- en bevinden zich mogelijk al vele andere Angelen in Brittannia
- en hebben de Angelen in Brittannia kennelijk al een sterke positie
¶ 449nC: Offa van Angeln stuurt soldaten naar Brittannia > ASC
¶ 468nC Anglische vloot van 400 schepen vanuit Haithabu naar de Rijnmond > Radiger
¶ 470nC: Prins Icel van Angeln, zoon van koning Eomar, migreert met vele stamgenoten naar Brittannia en sticht daar koninkrijk Mercia. Icel voert vele oorlogen met de autochtone Britten. Onder de Anglische migranten moeten dus vele strijders zijn uit het Anglische leger in Angelland. Hierdoor raakt Angelland militair sterk verzwakt, waardoor het de instroom van Saxen en Franken niet kan tegenhouden en geleidelijk instort. > Icel van Angeln
¶ 477nC Anglische koning Offa sterft
¶ 477nC Saxen van het Continent vallen Brittania binnen en stichten koninkrijk Sussex
¶ 489nC Koning Eomar sterft. Einde Koninkrijk Angle.
¶ 500-700nC Angeln geleidelijk veroverd door de Denen. > Angeln
¶ 600nC Anglische rijk Thuringen veroverd door Saxen en Franken > Thuringen
¶ 737nC Deense koning Godfried bouwt de Danewirke, een muur tussen de Eider en de Schlei bij stad Sleswig om zuidgrens te beschermen.
** Leger, Vloot, Wapens, Heerbanen, Waakposten, Oorlog, Oorlogen, Wapenfeiten, Heraldiek (strijdjas), ARV

Militie: > Leger, Oorlog, Veiligheid, Militaria, Wapens, Weerplicht, Vloot

Minerva:
In 1894 is in Wirdum/Groningen een beeldje gevonden van Minerva, de Romeinse godin van de wijsheid. Zij draagt een helm en in de rechterhand houdt ze een platte schaal. Het beeldje is 10.6 cm hoog. Het beeldje dateert uit circa 400nC.
¶ In 1796 is te Groningen opgericht de Academie Minerva voor kunstonderwijs. Later is deze naam overgenomen door een groep Groningse kunstenaars en door een Groningse studentenvereniging.
** Wirdum, Sul, Wijsheid, Anglische Wijsheden

Minstrelen:
Rondtrekkende straatzangers, straatmuzikanten, jongleurs, acrobaten, goochelaars, potsenmakers en clowns. Soms in gezelschap van troubadours. In de Late Middeleeuwen hebben ze een eigen gilde.
** Troubadours, Straatzangers, Straatmuziekanten
# WP

MIS:: militaire infrastructuur > MIA
Misdaad: > Criminaliteit
Mobiliteit: > Transport, Vervoer, Migratie, Culturalisne
Mode: > Outfit
Modern Anglisch: > Klassiek Anglisch
Modern Engels: > PgBrit

Modranect:
Betekenis: Moeders Nacht. Ofwel de Nacht van Nerthus. I.e. op 25 december, begin van het Germaans Nieuw Jaar. Bedoeld om vruchtbaarheid te vezekeren voor de komende lente. #RRA
** Nerthus

Moed: > Objectivisme, Offa van Angeln

Moeder Aarde:
Anglisch: Modor Acca. De aarde gezien als moeder die voortdurend nieuw leven baart. Deze voorstelling komt al in de verre oudheid voor. O.a. als Nerthus bij de Germanen en als Mahimata bij de Hindu's. Aangezien Germanisme en Hinduïsme beide voortkomen uit het Aryanisme, is het aannemelijk dat ook de Ariërs een Moeder Aarde kennen. Vooralsnog zijn daar geen concrete vondsten van bekend. De oude Egyptenaren kennen Isis als een moedergodin. Zij wordt vaak genoemd Moeder der Smarten. Aangezien de Ariërs voortkomen uit de Hamieten en de Hamieten uit de Egyptenaren, is het inderdaad zeer wel mogelijk dat de Ariërs ook een Moeder Aarde kennen.
¶ Bij de Nasa-Indianen in Columbia neemt Moeder Aarde nog steeds een belangrijke positie in. Tijdens een massademonstratie tegen de regering anno 2009 scanderen ze luid:

Leve Moeder Aarde
Leve de stamoudsten die ons dienen
Leve de goden die ons regeren
Leve de geesten
Leve de sjamanen die ons helpen
Hoewel de meeste Nasa anno 2010 Katholiek zijn, blijkt uit hun leuzen dat het oude geloof toch nog een primaire rol speelt. Interessant daarbij is de rangorde: Moeder Aarde, stamoudsten, goden, geesten en sjamanen. Deze figuren lijken universeel.
** Nerthus, Mahimata, Horus, Nasa

Moerasgas: > Moerasproducten

Moerasland: (MRL:)
()A aeg (=A ey), blaenc (blank, bleek, helder, licht, wit, overstroomd door water), blaenc (gebied dat blank staat, overstroomd gebied), blaencfenn (blankeveen = veen vol veenpluis), blanc (=A blaenc), blenc (=A blaenc), bogga (moeras, drasland, veenland), bonc (bonk, modder, moeras), broc (broek, drasland, veen, moeras), dearre (derrie, modder, veen, moeras), derre (=A dearre), dunc (donk = zandheuvel in moeras), ellebroc (ellenbroek = broekland waar veel elzen groeien), elsmars (moeras waar veel elzen groeien), elsmors (=A elsmars), ey (eiland of hoogte in moerasgebied), fen (slijk, moeras, niet maaibaar weiland), fenbaes (veenbaas = veenboer, veenopzichter), fenbour (veenboer), fenbrigge (veenbrug = brug van boomstammen in drasland), fenn (veen, slijk, moeras, drasland, natte weide), fenpluse (veenpluis = moerasplant met witte pluisbloemen), goar (moeras), gole (moeras), gor (moeras), gore (moeras), gorel (moerasbos, veenbos), goriser (moerasijzer, ijzeroer), gyr (moeras), gyrwefen (moeras), hamma (beboste hoogte in moeras), hol (laag gelegen en moerassig stuk grond), hop (droog land in moeras), hore (moeras, veen), iserur (ijzeroer, moerasijzer), le (=A ley), leos (lis, lisse, lelie; # moerasplant), ley (lij, laagland, veen, moeras), lo (=A ley), mar (=A mere), mars (moeras, moerassig land aan water, laag grasland dat vaak overstroomt), meldeaw (meeldauw; # moerasplant, schimmel), mere (meer, plas, poel, zee, moeras), mersc (=A mars), milcepp (melkeppe; # moerasplant), mor (modder, moeras, drasland), moras (moeras), morassig (moerassig), morclocc (moerasklok = vat waarmee moerasgas wordt opgevangen), morgas (moerasgas), morland (moerasland), mors (=A mars), mos (drasland, veengrond, moeras, poel, plas), mosbusk (moerasbos), mosiser (moerasijzer, ijzeroer), mus (=A mos), mussel (moerassig land), myr (woest land, wildernis, moeras), myrs (=A mars), myrgynne (moerasland, wildernis, woest land), oe (=A ey), payl (=A peal), paylgaerd (pellegaard = veentuin), peal (pelle = zandhoogte in moerasgebied), peasmars (waterrijk moeras), pyll (rivier in moerasgebied), rall (ral; # moerasvogel), reatfince (rietvink, karekiet; # moerasvogel), sloh (moeras), slohcumb (helling bij een moeras), snaca (ringslang, moerasslang), soc (drasland, moeras), socig (drassig, moerassig, nat), sog (=A soc), sogan (zogen, zuigen), soggig (=A socig), sooke (=A soc), sookig (=A socig), strou (=A strout), strout (stroet = drasland, moerassig gebied, natte laagte), stru (=A strout), strut (=A strout), suc (=A soc), swamp (moeras), waes (moeras, modder, drasland), waesland (moerasland, drasland), waeterraet (waterrat = grote rat die in moerassen leeft), westmors (woest moeras), wollebeam (wolleboom; # moerasboom, els), wystland (woest land, veenland, moerasland), wystmors (=A westmors)
98vC: Tacitus schrijft in 98vC: Germania biedt een grote afwisseling aan bossen en moerassen. #TAG/G5
NO Nederland bestaat tot in de 19e eeuw voor een ongekend groot deel uit grote uit moerassen afgewisseld door veengronden, heidevelden, plassen en zandhoogten. Kijken we op oude kaarten dan zien we steeds dat beeld. Het grootste moerasgebied was Groot Veenland, dat zich uitstrekkte vanaf de Achterhoek, Overijssel, Drente en Groningen tot diep in NW Duitsland. > Groot Veenland
115nC: Tacitus (Anales): Moerassen worden gezien als heilige plaatsen. Veroordeelden worden eerst gewurgd en dan in het moeras geworpen.
600nC++: Peasmarsh =A peasmars = waterrijk moeras. Ofwel: een moeras waar men veilig kan wonen. Voorbeelden: Peasmarsh in East Sussex, Surrey en Somerset in Engeland. > PgBrit/Peasmarsh
1000*++: Drente is een afgesloten gebied. Het ligt in een kring van moerassen. (#DRG/p21) Het gebied is daardoor relatief veilig. Dat moet de bisschop van Utrecht op harde manier erkennen. In de Slag bij Ane anno 1127 worden hij en zijn leger verslagen. Ze zakken helemaal weg in het moeras. > Ane
1900++: Bron Overijssel 1880-1930 citeert een tekst:

De reiziger, die per staatsspoor van Zwolle naar Almelo reist ziet, wanneer hij het station Raalte gepasseerd is, nu niet zoo heel veel dat hem zou kunnen verlokken te Nijverdal uit den trein te stappen om er de omstreken te bezichtigen. De heuvelreeks van Holten tot ver voorbij Hellendoorn doemt langzamerhand aan den gezichteinder op; heidevelden en moerassen strekken zich heinde en verre uit, slechts hier en daar afgewisseld door de dennenbosschen, waarmee de berghelling vooral in noordwestelijke richting begroeid is. Groote uitgestrektheden heide worden sedert de laatste paar jaren met dennen beplant, voornamelijk onder leiding van de Nederlandsche Heidemaatschappij, doch van uit de verte gezien schijnt het veld nog kaal. Plotseling, als de trein in den berg gekomen is en zijn weg volgt door eene nauwe gleuf, ziet men ter weerszijden niets dan het mulle zand, waarin zwaluwen hunne nesten hebben uitgegraven. Een enkel oogenblik nog, daar stuift de locomotief in het dal naar beneden.
 
Bovenstaande tekst beschrijft perfect hoe NO Nederland er eeuwenlang uitzag: grote moerasvelden afgewisseld door heidevelden, plassen en zandhoogten met wat bomen waar mensen wonen en werken. Een arm bestaan, maar kennelijk voor velen toch nog de moeite om niet verder te trekken. Anderen deden dat wel en migreren naar het westen of naar Engeland, waar velen van hen zich juist weer gingen vestigen in soortgelijke moeras- en heidegebieden. I.b. in Yorkshire, East Anglia en Lancashire. Afbeelding rechts laat zien hoe die wereld er uitzag tot ver in de 20e eeuw.

2014: Moerasvogels: Karekiet, roerdomp en baardmannetje worden bedreigd met uitsterven door milieuvervuiling in hun habitat. #DeTelegraaf 18.6.2014
** Drasland, Veenland, Groot Veenland, Veenlanders, Angeln, Angelland
# FRI, overijssel1880-1930.blogspot.com 13.8.2010, DAB, KBG

 
Moerasproducten:
Moerassen zijn qua veiligheid ideale woongebieden. Alleen mensen die er durend wonen kennen de wegen en mogelijkheden om te overleven. Kwaadwilligen van elders kunnen er snel omkomen. Angelen zijn van oudsher echte moerasmensen. De moerssen bieden hen veel natuurlijke veiligheid. > Moerasvolk
¶ Moerassen zijn ook economisch interessant. Ze zijn namelijk geliefde leefgebieden van bevers. Beverhuiden, bevergeil, bevertanden en bevervlees zijn belangrijke economische producten. Beverhuiden zijn van oudsher een zeer gevraagd product met grote economische waarde. > Bevervel, Bevergeil, Bevertanden, Beverjacht, Beverhandel.
¶ Later blijken moerassen rijke vindplaatsen van moerasijzer (Angl: morasiser). Met de vondst van dit moerasijzer ontwikkelt zich in de Ysselvallei van Didam tot Colmschate bij Deventer al heel vroeg een ijzerindustrie. > Yzer
¶ Rond 1050nC wordt turf gestoken uit de megagrote moerasgebieden van NO Nederland en NW Duitsland. (> Groot Veenland) Dit turf wordt gebruikt als brandstof, waarvan veel wordt verhandeld in naburige regio's. Dat maakt Angelland een soort Koeweit van Noord Europa.
¶ Sinds de 19e eeuw wordt ook morgas (moerasgas) gewonnen. Het gas werd opgevangen in een morclocc (moerasklok) en bewaard in een gasbagge (gasbalg of -buidel). Het gas werd gebruikt voor koken en verlichting.
** Moerasland, Groot Veenland, Beverjacht, Beverhandel, Yzer, Turf
# KBG, DAB

Moerassen: > Moerasland

Moerasvolk:
In feite kan men stellen dat de Angelen van oorsprong een moerasvolk zijn. Hun stamland is Angeln, dat voor een groot deel een mix was van moeras- en heidevelden met plassen en zandruggen waarop mensen wonen en werken. Als de Angelen vanaf circa 500vC naar het zuiden uitzwermen, vestigen ze zich voornamelijk in de uitgestrekte moeras- en heidevelden van Angelland (NO Nederland + NW Duitsland). Vooral in Groot Veenland. (ZA) In deze gebieden voelen ze zich kennelijk goed thuis en veilig. Velen van hen zijn beverjagers en die vinden juist in deze gebieden bevers. Daarnaast leven ze ook kleinschalig van landbouw en veeteelt.
¶ Dat de Angelen van oorsprong een moerasvolk zijn blijkt primair uit hun historische homelands op het Continent. Enkele Engesle bronnen bevestigen zelfs expliciet dat ze afkomstig zijn uit de moerasgebieden in Angelland en dat ze waren gemigreerd vanwege de moerassen. Kennelijk was hun leven aldaar te zwaar. Het vreemde is echter dat zeer vele Angelen zich juist gingen settelen in de moeras- en heidegebieden van Yorkshire, East Anglia en Lancashire. De gelijksoortige levensomstandigheden aldaar kunnen echter juist de reden zijn van die keuze. De Continentale Angelen zijn immers eeuwenlang nauwelijks anders gewend en weten zich daardoor uitstekend te handhaven in de identieke gebieden van hun nieuwe homelands in Brittannia.
¶ Wonen in moerasgebieden was vroeger relatief veiliger dan elders. De Angelen wonen er op zandruggen (eilanden), die zijn omgeven door water en moeras. Alleen het moerasvolk kent de begaanbare wegen. Kwaadwilligen van elders zullen zich dus er niet gauw wagen uit vrees om te verdrinken of in drasgrond van het moeras te verdwijnen.
Peasmarsh =A peasmars = veilig moeras. Ofwel: een moeras waar men veilig kan wonen. Voorbeelden: Peasmarsh in East Sussex, Surrey en Somerset in Engeland. > PgBrit/Peasmarsh
¶ Ten zuiden van Bagdad in Irak lag van oudsher een uitgestrekt moerasgebied waar sinds eeuwen mensen woonden. De regering in Bagdad had daar grote moeite mee omdat ze geen greep had op dat gebied. Sedert circa 1995 AD begon ze daarom het hele gebied langzaam maar zeker droog te leggen om de bevolking te verjagen.
¶ Behalve uit de geografie van hun homelands blijkt verder ook uit de oude woordenschat van de Angelen dat ze oorspronkelijk een moerasvolk waren. Opmerkelijk talrijk zijn namelijk hun woorden voor moeras, laagland, hoogland en heide. Dat toont grote overeenkomst met de Eskimo's die 40 variante woorden hebben voor sneeuw. Elk woord heeft betrekking op een specifieke hoedanigheid van sneeuw. Dat heeft te maken met het feit dat Eskimo's in de noordelijke poolgebieden leven en in allerlei omstandigheden te maken hebben met sneeuw of ijs. Zulks is voor alle woorden voor moeras, laagland, hoogland en heide in het Anglisch helaas nog niet nader bestudeerd.
¶ De redenen voor de Angelen om in moerasgebieden te gaan wonen zijn per saldo niet alleen de veiligheid. Moerassen zijn ook economisch interessant. Ze zijn namelijk geliefde leefgebieden van bevers. Beverhuiden, bevergeil, bevertanden en bevervlees zijn belangrijke economische producten. Beverhuiden zijn van oudsher een zeer gevraagd product met grote economische waarde. (> Bevervel, Bevergeil, Bevertanden). Later wordt moerasijzer (Angl: morasiser) gevonden. Met de vondst van dit moerasijzer ontwikkelt zich in de Ysselvallei van Didam tot Colmschate bij Deventer al heel vroeg een ijzerindustrie. (> Yzer) En rond 1050nC wordt turf gestoken uit de megagrote moerasgebieden van NO Nederland en NW Duitsland. (> Groot Veenland) Dit turf wordt gebruikt als brandstof, waarvan veel wordt verhandeld in naburige regio's. Dat maakt Angelland een soort Koeweit van Noord Europa.
** Angelen, Moerasland, Migratie, Angelland, Beverjacht, Beverhandel
# KBG

Moerasijzer: > Yzer
Moestuinen: > Tuinen

Molens:
()A bealtmyl (beltmolen = molen op heuvel), bortmyl (houtzaagmolen), cweorn (molen), cweornan (malen), grainmyl (graanmolen), grindan (malen), grendan (malen, knarsen), gybel (drijfbalk rosmolen), hagmyl (hagmolen = molen op heuvel), handcweorn (handmolen), hrosmyl (rosmolen), isermyl (ijzermolen = watermolen die blaasbalg aandrijft om vuur ijzeroven aan te blazen), leada (leiding, watergeul, aanvoerkanaal bij watermolen), mella (molen), mellan (malen), melo (meel), meolo (meel), molder (=A mylder), myl (molen), mylan (malen), mylbece (molenbeek = beek langs een molen), mylbeorg (molenberg = heuvel waarop een molen staat), mylbroc (molenbroek = drasland bij een molen), myldam (molendam = dam waarop een watermolen staat), mylder (1: molenaar; 2: korenmaat - 1 molder = 4 schepel), myldery (maalderij), mylen (molen), mylenere (molenaar), mylenery (maalderij), mylgrafe (molengraaf =A leada), mylraed (molenrad), mylsten (molensteen, maalsteen), mylwearf (molenwerf = terrein rond de molen), mylweol (molenrad), mylwic (molenwiek), mylwinc (molenwiek), quaerne (handmolen), sagmyl (zaagmolen), sagmylen (zaagmolen), scearmylen (scherfmolen = molen die hard afval verscherft), stenmylen (steenmolen, steenzagerij), tredmyll (tredmolen), waetermylen (watermolen), waeterraed (waterrad), waeterweol (waterrad), wic (wiek), windmylen (windmolen), wyer (molenvijver)

¶ Soorten:
3000vC: wrijfstenen: handmatig (zgn handmolens)
1200vC: watermolen: prototypen in gebruik in Mesopothamië
500vC: maalstenen: roterend; in gebruikt bij Grieken en Romeinen
350vC: maalstenen: in gebruik bij Angelen
> Maalstenen
300vC: rosmolen: gedraaid door paard of ezel; gebruikt door Romeinen
100vC: watermolen: aangedreven door stromend water; in gebruik bij Romeinen
 
10nC: Romeinen gebruiken steenzaagmolens gedreven door waterkracht. # De Telegraaf 20.9.2011
-100: maalstenen: te Westerveld/Drente > Westerveld, Maalstenen -500: Angelen in Brittannia leren watermolens gebruiken van Romeinen. #WAB/p38
-600: windmolen prototype in gebruik in Iran, Afghanistan en Pakistan
-833: Angelen in Engeland gebruiken windmolens
1068: In heel Engeland staan 6000 mills. (# Doomsday Book) Niet duidelijk is of het gaat om water- of windmolens. (> PgBrit/Doomsday Book) Engeland is 130.360 Km2 groot. Nederland 40.844 Km2, dus qua oppervlak 31% van Engeland. Bij gelijke technische ontwikkeling zouden in Nederland in die tijd dus circa 1880 molens kunnen staan.
1075: windmolen in Englefield bij Reading (GB) > PgA-Z/Van Cranenburch Leiden
1126: watermolen/oliemolen: in Beek, Limburg > Oliemolens
1183: windmolens in Zeeland en Vlaanderen
1188: watermolens in Twente > Watermolens
1300: oliemolen/watermolen bij Plekenpol Winterswijk > Plekenpol
1347: oliemolen/watermolen Noordmolen te Azelo/Twente > Azelo
1450: rosmolens in Zeddam en Zevenaar
1650: Nederland produceert aan de lopende band oorlogsboten. Circa 300 per jaar. O.a. voor de strijd tegen Engeland. Dat was mogelijk dankzij de vele houtzaagmolens in Nederland voor de massaproductie van balken en planken. Engeland kon dit tempo niet aan. Het bouwde er slechts 1 per maand. (# Andrew Marr, BBC1tv World History, 2012)
2013: Nederland telt nog 1200 molens. "Molens zijn deel van onze welvarende geschiedenis. Zonder poldermolens had een groot deel van Nederland niet bestaan. Zonder houtzaagmolens hadden de Nederlanders nooit zo voortvarend schepen kunnen bouwen om te koloniën mee te bevaren. Het zou zonde zijn als de kennis van dit vak zou verdwijnen." Aldus vrijwilliger molenaar Thijs Machielsen te Oerle in Noord-Brabant. Met goede wind maalt hij 200 kilo graan per uur. (# De Telegraaf 8.1.2013)
** Watermolens, Oliemolens

Monan: Anglische maangod > Maan

Monsters:
De Germaanse mythologie kent vele monsters. O.a. Thyrs, Grendel en Wyrm.
** Thyrs, Grendel, Wyrm, Mythologie, Draken, Werewulf

Monumenten: > BALA, Ane

Moraal:
Bron DRG/p14 schrijft:

Naast het recht van den sterkste zal ongetwijfeld de samenwonende bevolking een hooger recht hebben gehad, zal hij willen handhaven wat de primitieve moraal haar leerde. Zoo zijn de goede gewoonten ontstaan, die volgens Tacitus [55-118nC] het Noorden beheerschten bij gebrek aan bewuste rechtsregelen. "Plus ibi valent boni mores, quam alibi bonae leges".
¶ De Anglische Moraal lijkt gebaseerd op:
-- De mythe van Balder (650vC++): de goedaardige, moedige en zeer beminde Anglische god die wordt vermoord door de jaloerse halfgod Loki, die hiervoor zwaar wordt gestraft. Loki moet eeuwigdurend boeten onder een sterk stromende waterval terwijl hij continu wordt gebeten door insecten en giftige slangen. (> Balder) Moraal: het goede wordt zeer bemind, maar sterft vroegtijdig door wandaden van anderen.
-- De legende van Beowulf (650vC++): een moedige Goot die een grote draak doodt maar uiteindelijk zelf sterft wegens ouderdom. (> Beowulf) Moraal: al vecht je nog zo hard voor een goede zaak, ooit komt de dood jezelf halen.
¶ Men kan zich afvragen wat de intrinsieke betekenis is van de beide mythen van de Angelen. Balder is een knappe, rustige en tegelijk moedige jongeman. Zijn dood door toedoen van Loki wordt zwaar gewroken door de goden. Balder is een goedaardig en bemind persoon, die kort maar moreel goed leeft. Loki is zijn tegenhanger. Hij is kwaadaardig en gehaat en moet daarom eeuwig en ellendig leven, gekweld door dagelijkse pijnigingen als straf voor zijn moord op de goedaardige en beminde held Balder. Zien de Angelen dit als kosmisch kenmerk van het leven? Het lijkt erop. Merkwaardig is dit wel.
¶ In de mythe van Balder lijkt het goede beloond met een kort leven en een snelle dood. Het kwaad wordt gestraft met een lang maar ellendig leven. Kennelijk kennen de Angelen niet een weg voor een lang en goed leven. Voor hen dus geen lang en gelukkig leven zoals in vele sprookjes. Of komt dat omdat sprookjes alleen maar sprookjes zijn en dus geen werkelijkheid? Kennelijk zijn de mensen in vroegere tijden nogal pessimistisch gestemd. Mogelijk had dat te maken met hun dagelijkse werklijkheid, die nogal hard moet zijn geweest. Opmerkelijk is wel dat de kerstening geen beter vooruitzicht bood. Jezus wordt gekruisgid als hij 33 jaar is. Zijn verrader Judas krijgt zilverlingen. Hij pleegt echter zelfmoord. Geen van beide leeft lang en gelukkig. Jezus komt echter bij God zijn Vader. Balder komt bij Wodan, zijn hoogste god.
¶ De mythe van Beowulf is ook al niet opwekkend. Hij strijdt een moedige strijd tegen een megamonster, maar vindt op oude leeftijd zelf de dood. Waarom zo gestreden als je uiteindelijk zelf toch dood gaat? Deze opvatting gaat echter voorbij aan de dingen van het leven, die het leven desondanks de moeite waard maken. Maar wat heb je daaraan als je eenmaal zelf dood bent? Het antwoord op deze vraag heeft te maken met de vraag of er nog iets is na de dood, dat het leven de moeite waard maakt. De mythe van Balder vertelt dat hij na zijn dood in een andere wereld terecht komt.
¶ Per saldo reist de vraag wat de waarde is van een pessimistische mythologie. Gaf de pesimistische kijk op het leven de Angelen niet juist de kracht en mentaliteit om het leven juist goed aan te kunnen? Zo van: geen hoge verwachtingen stellen, dan komt alles wel goed? Gaf dat niet een opitmale mix van een beetje durf en gelatenheid? "God wot" (God weet) zeiden de Angelen. Opmerkelijk is wel de zgn lässigkeit, die de Angelen zichzelf toeschrijven. Een soort gezonde gelatenheid en flegmatiek. In Twente zei men altijd al: KWW: Kiekn wat twot (kijken wat 't wordt).
** Deugden, Recht, Balder, Beowulf, Lässigkeit, Anglische Wijsheden

Moreel:
Wat deden de Angelen in oude tijden om het moreel op peil te houden?
¶ Van oudsher beschouwt de Britse legerleiding haar belangrijkste taak in het hoog houden van het moreel van de troepen. Dat gebeurde i.b. door goede ontspanning en het hoog houden van de algemene moraal. Onder moraal wordt verstaan het beantwoorden aan de goede normen en waarden. Onder moreel wordt verstaan het gevoel van innerlijke waarde en kracht. Een goed moreel is derhalve te bereiken door het beantwoorden aan de goede normen en waarden. > NEW
Besef: Het lijdt geen twijfel dat de Oude Angelen al vroeg een moreel besef hebben. Ze zullen zich al vroeg afvragen wat goed is en wat kwaad in deze wereld. Hun bevindingen vormen samen de Eawa, een Anglisch begrip voor Eeuwige Waarheid, zijnde de visies, normen en waarden die in de loop der eeuwen zijn opgenomen in het Anglisch erfgoed en als zodanig opgenomen in het collectief Anglisch bewustzijn. De regels van de Eawa worden door de Angelen gebruikt bij besluiten in bestuur, rechtspraak en onderlinge omgang. De term eeuwig betekent in de praktijk duurzaam. > Eawa
Democratie: Een ander kenmerk van de oude Anglische cultuur is de democratie. Die houdt in dat de Eawa in de loop van de tijd naar inhoud wordt aangepast aan nieuwe inzichten en regels. Het is daarom dat de Anglische cultuur al vroeg openstaat voor het Christendom, maar evengoed voor de Reformatie, die rond 1400 AD start. De macht van de Katholieke Kerk was alles overheersend geworden en zelfs zwaar crimineel gezien de vervolging van de zgn ketters. Zij werden op grond van sadistische methoden zonder enige wroeging publiekelijk vermoord op de brandstapel. > Democratie, Anglische adel, Reformatie
1939-45: In de Tweede Wereldoorlog wordt Groot Brittannië zwaar getroffen door massale bombardementen en ander geweld van de Duitsers. Ondanks de vreselijke gebeurtenissen en de grote inspanningen om te overleven, houden de Britten zich mentaal sterk door o.a. grote opofferingen, Community Singing en humor. Na vijf vreselijke jaren van blood, swet, toils and tears volgt de Victory on all fronts. Op 8 mei 1945 capituleert Duitsland onvoorwaardelijk voor de Geallieerden.
1941-45: Nederlandse gevangenen in de Japanse kampen in Indonesië worden zwaar mishandeld en ondervoed door de Jappen. Velen komen om in deze hel. Anderen proberen van elke dag iets leuks te maken ondanks alle verschrikkingen en ellende. O.a. door onderlinge solidariteit, zingen, voetbal en lezingen. Dat sterkt hen mentaal enorm. Velen van hen weten daardoor te overleven. Van gevangenen in de Duitse kampen zijn zulke gevallen ook bekend. (#FRI) > PgA-Z/Jappekampen, Indonesië
** Ontspanning, Gezelligheid, Vermaak

Mossels:
()A muscle (mossel), mussel (mossel), mussel (moerassig land), musselman (mosselboer; raapt mossels uit slib op strand en verkoopt ze).

Motte:
Een motte is het prototype van de latere kastelen. Ze dateren uit al uit 100nC en komen in heel NW Europa voor.
¶ De oudste motten zijn van hout, waardoor later weinig resten te vinden zijn. Vaak zijn ze gebouwd op een heuvel, omringd door een veld (Engels: bailey), een wal, een ringgracht met een ophaalbrug en op een strategische plek. De bailey is vaak omringd door een palisade, een schutting van boomstammen. De palissade is zo hoog, dat er nog goed overheen gekeken kan worden vanuit de motte. Heuvel en wal worden normaliter aangelgd met de grond uit de ringgracht. De motte is bedoeld om de regio onder militaire controle te houden. Dwz: vijandige bewegingen tijdig signaleren en kleine aanvallen af te slaan.
¶ Op de bailey staan vaak huizen van personeel en stallen voor paarden en vee. De motte fungeert verder als toevluchtoord in onrustige tijden, als verblijf voor de kasteelheer en als statussymbool. Oorspronkelijk worden de mottes gebouwd van hout. In de 13e eeuw worden de mottes geleidelijk vervangen door bouwsels van steen.
9nC: Tacitus (# Annales 100nC) over de Slag in het Teutoburger Woud 9nC waarbij de Romeinen vernietigend zijn verslagen: Het eerste legerkamp van Varus verraadt door de grote omtrek en afmetingen van het hoofdkwartier het werk van drie legioenen. Verderop herkende men de halfverwoeste wal en de ondiepe gracht dat de restanten van het uiteengeslagen leger hier stelling hadden genomen. > Varus
100nC++: Bouw van houten motten in NW Europa.
 

100nC: Een motte is het prototype van de latere kastelen. Ze dateren uit al uit 100nC en komen in heel NW Europa voor. Ze werden gebouwd op een heuvel, omringd door een veld, een wal, een ringgracht met een ophaalbrug. Foto rechts: replica van de historische brug (links) bij de motte in Kuinre.
> Kuinre
 
405nC: Mogelijk heeft prins Offa van Angeln (gb 380nC) rond 405nC een motte gebouwd op de locatie waar later kasteel Coevorden is ontstaan, als bolwerk tegen de Saxen, die hij eerder heeft verlsaan bij Bremen. Van Bremen trekt Offa naar Fiveldore in Noord Groningen waar hij de Swaefen verslaat. Van Fiveldore trekt Offa met zijn leger zuidwaards richting Nijmegen en de Waal. Mogelijk verblijft Offa onderweg enige tijd op de zandhoogte aan de noordkant van Coevorden, die later de naam Offehaar krijgt. (kaart HTN/19 1773). In Coevorden bouwt hij dan genoemde motte. > Offa van Angeln/Campagne

         
    
boven: schets van de motte volgens de beschikbare gegevens (© MC)
450nC: De Burcht van Leiden is volgens overlevering gebouwd door Engist van Angeln rond 450nC. Ze was toen een houten motte. > Leiden
498nC: Bouw houten motte Klinkenberg bij Gees/Drente. Mogelijk tegen Saxische dreiging.
500nC: Renovatie houten motte in Coevorden met wallen van zand en leem. Mogelijk tegen Saxische dreiging.
500nC: In Norfolk (East Anglia, GB) ligt de plaats Breckles. De regio is in 450-550nC bevolkt door Angelen van het Continent. In Breckles zijn artefacts gevonden van een Anglische nederzetting. O.a. een omgrachte hoeve.
500nC++: De bouw en renovatie van motten in Coevorden, Gees en Ootmarsum lijken te duiden dat de Angelen een Saxische invasie vrezen door de massamigratie van Angelen naar Brittannia. Daardoor raakt het land deels ontvolkt en verzwakt. > M35, NOVL
550nC: In Fortmond/Yssel staat mogelijk een motte van hout. > Fortmond
550nC++: Bouw in zandsteen of natuursteen.
700nC++: Motte "Bergvrede" in Ootmarsum bolwerk tegen de Saxen. > Ootmarsum
800nC: In Eijsden (Limburg) hebben archeologen in 2009 een kelder opgegraven onder een oude mottetoren. Gedateerd op circa 800nC.
1000: Bouw houten burcht van Leiden.
1150: Houten burcht van Leiden afgebroken en herbouwd in steen.
1165: Bouw houten motte van Kuinre tegen de Friezen. > Kuinre
1200++: bouw in baksteen.
** Burchten, Kuinre, Leiden (Burcht), Zaaltorens, Coevorden, Klinkenberg, NOVL
# De Telegraaf 27.2.09, DAB

Motten: > Motte
MTC: members.tripod.com/~midgley/anglosaxons 23.5.06

Munnikeburen:
NL Munnekeburen. Vroeger: Munckeburen, Monnekebuer (1399). De Kroniek van Worp van Thabor (ca. 1530) spreekt o.a. van Monkebuer en Moniekebueert. Worp van Thabor was geboren in Rinsumageest (Frl) en werd daar later pastoor.
¶ De oudste vermelding van Munnikeburen is van 1320. Het dorp wordt dan Monnekebuer genoemd. In een oorkonde van 1399 wordt het dorp ook zo genoemd.
¶ Munnikeburen is een dorp aan de Padsloot in Weststellingwarf, op circa 9 Km ZO van Wolvega. Hier ligt een veld met de naam Kranekamp. Krane is afgeleid van het Anglisch cran = kraanvogel. (> Krane) Kamp is afgeleid van Latijn campus en betekent veld, stuk grond. Kraan wijst dus op aanwezigheid van Angelen. De term munck in de oude naam Munckeburen is verder nauw verwant aan het Engelse monck, Anglisch munuc.
¶ De term buren is vrij zeker afgeleid van Anglisch bura = buurt, nederzetting. (> PgDix) Genoemde Worp van Thabor noemt Munnikeburen o.a. Monikebueert. Het naamdeel bueert wijst op het Anglische berth = buurt. In het Fries is dat kennelijk baerdt, want Worp van Thabor noemt Monnikeburen ook Munkebaerdt.
¶ Zowel Munnik (Anglisch munuc) als buren (Anglisch berth) wijzen dus op Anglische herkomst van de naam. Ook de naam Padsloot doet dat. Pad komt namelijk ook voor in Padinghem in Groningen en in de Engelse locaties Paddington, Padbury, Paddock Wood, Paddockhole en Padstow. Wat pad betekent, is vooralsnog niet bekend. Padinghem in Groningen betekent het oord (hem, ham) van het volk (inga) van Pad. Daarin lijkt Pad een mansnaam, gelijk zulks meer voorkomt in locatienamen. (> Padinghem)
Padsloot betekent in genoemde context vrij zeker de sloot van Pad. Dat sloten worden vernoemd naar mansnamen komt meer voor. O.a. Goormansslathweg langs de Slinge in Bletrum, Achterhoek. Goormansslath = de sloot van Goorman. (> Slath)
¶ Gezien genoemde naamdelen monnik (munuc), buren (berth), kranen (cran) en pad (Pad) lijkt het er per saldo dus sterk op dat Munnikeburen oorspronkelijk een Anglische nederzetting is, waar zich later monniken hebben gesetteld. De Angelen kunnen zich daar rond 300vC hebben gesetteld en afkomstig zijn van de regio Havelte.
¶ Bron AWA (1842) schrijft dat Munnikeburen 76 huizen en 390 inwoners telt en dat de huizen staan langs de weg (van wolvega naar Spanga). Daaromheen liggen uitsgestrekte wei-, hooi- en veenlanden. De mensen zijn allemaal Nederlands Hervormd. De kerk aldaar is gebouwd in 1806. Februari 1825 wordt het gebied getroffen door een watervloed. Huizen worden vernield en kerk scheurt en dreigt in te storten. Ze wordt echter gestut en blijft overeind. Later wordt de kerk herbouwd. Om de kerk heen ligt het kerkhof met vele graven.
¶ Munnikeburen hoort met andere dorpen daaromtrent tot de Grote Veenpolder van Weststellingwarf. Anno 2010 telt Munnikebure 419 inwoners.
** Krane, Kranenkamp, Groot Hezenland, ASA
# AWA, KBG, FRI, stellingwerven.dds.nl 17.5.2010, DAB

Munten:
()A Angel (Engelse munt), blaenc (zilveren munt), Car (Carolusgulden = 20 stuivers), crumpsteort (1 stuiver), daeldar (daalder), daller (daalder), groat (4 penny munt), gyldan (gulden), johannem (johannesdaalder = 13 shilling 9 duiten), hallinc (=A hellinc), hellinc (halve penning), lamb (lam), Mercum (Mark = munteenheid), mynet (munt), mynetere (muntmaker, geldmaker), oerta (1/4 stuiver), penig (=A penning), pending (=A penning), penning (penning), placaet (1/2 stuiver), placke (=A placaet; plak), rodolfusgyldan (13 stuivers), rydargyldan (ruitergulden), sceatta (kleine dikke munt van zilver), scilling (schilling, schelling), scrop (munt), sleascatt (muntrecht), stufar (stuiver), witstufar (witstuiver = zuivere stuiver = stuiver met meer zilver dan koper)
timetable:
- 1000vC++: In China worden munten gebruikt. (# I Tjing)
- 700vC++: In Assyria worden munten gebruikt. (# BBC/okt2012/AndrewMarr)
- 500vC-700nC: Wodanmunten I.e. munten met de beeltenis van Wodan erop. In gebruik in NW Europa in de periode circa 500vC-700nC. > Wodan
- 420vC++: Eona = munt Athene = dollar van de Oudheid (#AVROtv K&K Mv Zilverberg)
- 400vC++: Cartago maakt gouden munten. (#AVROtv/Kunstuur 12.3.2014)
- 135vC: 2 Romeinse denaries (munten) in Onna/Steenwijk > Steenwijk
- 10nC++: Denari in Zoutkamp (NW Groningen). Gevonden rond 1950 een aantal Romeinse munten (denarii) van rond de jaartelling.
- 40nC++: Romeinse munten in Zoutkamp (NW Groninen; 1991) 29 zilveren Romeinse munten, die aldaar rond 40nC zijn begraven.
- 250nC: Romeinse munt in Zoelmond/Betuwe uit circa 250nC. > Zoelmond
- 300nC++: Romeinse munten in Colmschate/Deventer. > Colmschate
- 300-600nC: Uit opgravingen in heel Nederland blijkt dat de Donkere Middeleeuwen tamelijk rijk en welvarend zijn. In graven en op offerplaatsen zijn gevonden: huisraad, speelgoed, munten en wapens. (#DeTelegraaf 2.5.2014) > Donkere Middeleeuwen
- 350nC++: Romeinse munten in Kopstukken (ZO Groningen): 46 koperen Romeinse munten uit circa 350nC.
- 400nC: In Noord Nederland zijn twee gouden Byzantijnse munten gevonden uit circa 400nC. Eén munt zit gesoldeerd op een gouden ring. (# Kunst&Kitch AVROtv 8.7.2013) > Constantinopel
- 430nC: Schat in Beilen bestaande uit gouden munten en halsringen. > Beilen, Drente
- 550nC: In 2014 zijn gouden en zilveren munten gevonden bij de Dom van Utrecht: 33 gouden munten + elf sceatta's. De sceatta's zijn kleine dikke munten van zilver. Deze munten zijn veel gevonden in handelsplaatsen langs de Noordzee en de grote Europese rivieren. (#DeTelegaar 18.4.2014) Tot circa 600nC wonen voornamelijk Angelen in deze regio's. (> Ingweonen, Handel) De munten lijken derhalve van Anglische makelij.
- 550nC: Ergens in Drente zijn 47 gouden munten gevonden w.o. 1 Byzantynse. De munten liggen in het Drents Museum te Assen. Vindplaats is geheim. # NOSjournaal 19.6.2014, DeTelegraaf 20.6.2014
- 750nC++: In Mercia zijn gevonden munten en potscherven afkomstig uit Rijnland. Ze zijn gedateerd uit de 8e eeuw nC. > Rijnland
- 820-870nC: In Loppersum (NO Groningen; 1884) 243 zilveren munten uit 820-870nC.
- 900nC: Daventre op munt keizer Koenraad II van Duitsland, geslagen c 900nC in Deventer.
- 936nC: In 1980 zijn in Haarlo (Neede/Gld) munten gevonden afkomstig uit Paderborn uit de tijd van Otto de Grote (936-937). #ZWH/p19
- 1190: Gevonden in Arnhem in 1950: 285 zilveren munten en enige gouden sieraden in kogelpot. Oudste munt uit circa 1190 AD. Munten geslagen in Keulen, Deventer, Utrecht, Osnambruck, Namen, Munster, Magdeburg en Lubeck. Mogelijk ook uit Atrecht, Bardowich bij Hamburg, Duisburg, Keizersweert en Salzwedel. Van de munten is 37% afkomstig uit Keulen. #OBA/p18
- 1190: Munten worden soms gesnoeid: afknippen van stukjes van de rand om te verkopen en zo extra winst te maken. Dit snoeien schaadt de geldhandel. Op dit snoeien staan daarom zware straffen. #OBA/p18
- 1200-1350: Anglische Mark - Fivelingo-Oldambt > Anglische Mark
- 1344-1465: Engelse Nobel: Engelse munt, ook in gebruik in Nederland en elders op Continent. > Engelse Nobel
- 1400-1521: Johannem: Gangbaar betaalmiddel in Gelderland.
- 1465-1650: Rozennobel: Vervangt de Engelse Nobel. De Rozennobel is iets meer zwaar. > Engelse Nobel
- 1500++: Angel = Engelse gouden munt tijdens regering Henderik VIII en van Elisabeth I van Engeland. > Angel/Muntsoort
- 1521: Car = Carolusgulden ingevoerd door Karel V in 1521 = 20 stuivers. Oude naam voor de Nederlnadse gulden. Gebruikt tot de 19e eeuw.
** Geldstelsel, Valuta, Anglische Mark, Penny, Shilling, Geldzaken, PgDix
# GNE, DAB, KBG

Muren: > Huizen, Watul, Wilgen

Mussenbroek:
Familienaam, mogelijk afgeleid van locatienaam. AVA musge (mus) + broc (broek, drasland). Herkomst onbekend. Bekend is het oud adellijk geslacht Van Musschenbroek, wonend o.a. in Gent, Leiden en Rotterdam. Wapen: op goud drie mussen 1-2 geplaatst, de twee onder op een groen veld. De formatie 1-2 komt voornamelijk voor in Anglische wapens.
¶ De Mussenbergweg te Harfsen in de Achterhoek verwijst mogelijk naar een locatie met de naam Mussenberg die daar ooit heeft gelegen. Gezien de zeldzaamheid van locatienamen met mussen, is het denkbaar dat de Mussenbroek nabij de Mussenberg lag.
** H12E

Mutsen:
()A caeppe (kap, muts, pet), gaer (puntmuts), gar (puntmuts), hufe (muts), mutce (muts), paep (puntmuts), pape (puntmuts), redgaer (=A redgar), redgar (rode puntmuts, rechter)
Redgar: Rood is de Anglische kleur voor liefde, rechtvaardigheid en gerechtigheid. Anglische rechters (redgars) dragen tijdens rechtszittingen daarom ook rode puntmutsen en worden daarom ook zo genoemd.
1250vC: Hettitische koning Tudhalija IV draagt hoge punthoed op groot steenrelief in Hatusa.

Donar: Alias Thynar, Thunar, Thunnor, Thunor, Thonar, Thor, Dor, Thur. West Germaanse god van donder, vruchtbaarheid, huwelijk en de doden. Zoon van Wodan en Frig. Sterk gebouwd, rode baard, felle ogen, machtige stem, grote eter en drinker, ongecompliceerd. Zijn naam leeft voort in donder en Donderdag, Anglisch: Thunres-daeg, Engels: Thursday. Donar is tevens de god van simpele kracht. Naar gewoonte draagt Donar altijd een hamer, die Mjolnir heet. Als hij daarmee gooit, bliksemt het. Ook wekt hij daarmee geiten weer tot leven, nadat hij ze heeft opgegeten. Rechts: beeldje gevonden in Zweden: Donar/Thor met een puntmuts. > Donar
 
650vC++: Anglisch paep, pape betekent van oorsprong puntmuts, een algemeen gedragen muts voor mannen. De paep (puntmuts) wordt al ver bevoor de kerstening (750nC++) gedragen door Anglische mannen. Ook in andere oude culturen dragen mannen vaak een puntmuts of punthelm.
650vC++: Volgens oude beeldjes dragen de Anglische goden Thor (Donar) en Frey puntmutsen.
433vC: In het Wierdenmuseum te Ezinge staat een standup figuur van hardboard, voorstellende een Anglische jongeman uit circa 433vC. Hij houdt in zijn hand een soort lans met een haaks kopstuk (angul). Verder draagt hij een lang hemd over een broek. Op z'n hoofd draagt hij een soort puntmuts.
400vC: Beeldje van de Anglische god Tiwaz met puntmuts. Mogelijk gemaakt in Zuid Zweden.
300vC++: In het Boeddhisme (300vC++) en Katholicisme (100nC++) dragen priesters vaak een rode mantel en rode muts (mijter). Hindu-priesters dragen normaliter witte of oranje gewaden, maar geen muts. #BBC4tv 4.2.2014


          
 
630nC: Afbeelding hierboven stelt mogelijk voor koning Penda van Mercia (575-655) in vergadering rond 630nC met zijn wita's (raadsleden) van de Witan (Raad van Wijzen). De afbeelding is afkomstig uit de Engelse Hexateuch uit de 11e eeuw.
# British Library; EU Public Domain; USA No ©
- Koning Penda draagt de zgn hertekroon en heeft een zwaard en een staf in handen. De hertenkroon is een oeroude Anglische kroon van ver bevoor de kerstening van Engeland sinds circa 600nC. > Koning, Herten
- De mutsen van de afgebeelde wita's zijn zgn puntmutsen, Anglisch paepes, papes. Deze puntmutsen worden door de Angelen al gedragen ver bevoor de komst van het Christendom in Engeland rond 650nC. De puntmutsen zijn geen mijters. Die doen pas rond 950nC hun intrede.
- Op de afbeelding staan drie wita's met rode kleding. Mogelijk zijn dat priesters. Rood lijkt immers de specifieke kleur van de outfit van Angale priesters. > Priester/Outfit/Kleuren

 

800nC: Noors mytische figuur Sigdrifa in houtsnede afgebeeld met puntmuts.
1000nC++ Rechts: jonge boer rond 1000nC. Hij draagt een muts en een lang smudhemedhe = smudhemd = gesmud hemd. Smudden = linnengoed enige tijd in smuddegat weken in eikenwater om het een paars/bruine kleur te geven. Deze kleur voorkomt dat het linnen snel vuil uitziet. In de klompen is stro gestoken tegen het schuren en de kou.
** Outfit
 
2013 Vlaams: Iemand een muts opzetten = iemand bejubelen. Een muts lijkt derhalve een bizonder symbool voor een zekere status. (VRTtv mrt 2013)

Muziek:
()A baggpipe (doedelzak), barde (bard, troubadoer), basone (bazuin), bieme (trompet), bong (trommel), bongan (bonken, trommelen), bugal (bugel, posthoorn), cimbael (cimbaal), clanc (klank, geluid), clancan (klinken), clanccass (klankkast), clincan (klinken), cuhorn (koehoorn), deadmusice (dodenmuziek = muziek bij afscheid van een dode), deadsang (dodenzang = zang bij afscheid van een dode), dodelsacc (doedelzak), drom (drum, trom, trommel), drylyre (draailier), fidhelan (viool spelen), fidhele (viool), fidhelere (vioolist), flutan (ww fluiten), flute (zn fluit), flutere (fluitist, fluitspeler), haccebord (hakkebord), hearpan (harp spelen), hearpe (harp), hearpere (harpist), hliodh (lied), hop (hop = blaasinstrument van bast van een lijsterbes), horlepipe (horrelpijp), horn (hoorn), hornblawan (hoornblazen), hornblawere (hoornblazer), hornpipe (hoornpijp), hut [hoe:t] (hoorn), huten [hoe:ten] (hoornblazen), hutman (hoornblazer), hwistle (fluit, gefluit), hwistlian (ww fluiten), hyrne (hoorn), lute (luit, vedel), lyre (lier), musice (muziek), oxhorn (ossehoorn), pibgorn (hoornschalmei, blaasinstrument), pipan (pijpen, fluitspelen, doedelzakspelen, trompetten), pipere (pijper, fluitspeler, doedelzakspeler, trompetter), pipsacc (doedelzak), saccpipan (doedelzak spelen), sang (zang, gezang, lied), singan (zingen), tambur (tamboer), tambure (trommel, trom), tambuse (soort trommel), trecksacc (trekzak, trekharmonica), tuta (toeter, hoorn), tutan (toeteren, hoornblazen)


   

Hierboven: de muziekgroep Wronghel en Wei in middeleeuwse kleding en met middeleeuwse muziekinstrumenten. (foto @ Wronghel en Wei)

200.000vC++: mensen maken blaasmuziek #DWO
37.000vC: rotsschildering in Spanje*: vier mannen met soort banjo in de handen; #tv/Ndl 13.2.2014
2700vC++: mensen maken snaarmuziek #DWO
1600nC: De preutse Bredero (1585-1618) dicht in zijn Boertigh liedt-boeck:

Wie sal niet van de feest en boerenkermis walgen?
Men doeter anders niet als vreten swelgen balgen:
Men vedelt springt en danst, men sackpijpt en men fluijt,
En eer de kermis scheid soo raeckt het mesken uijt
** Olde Roop, Zingen, Koehoorn, Ossenhoorn
++ Wronghel en Wei

MWG: Macht, Wijsheid en Gerechtigheid > Angolstaf, Angolstok

Mijnbouw: (MNB:)
()A ceol (=A keol), col (=A cole), cole (houtskool, steenkool), colemine (kolenmijn), copermine (kopermijn), daegbow (dagbouw), flint (flint, kei, vuursteen), flintgrove (flintgroeve), goldmine (goudmijn), grundgeat (grondgat, kuil, groeve, steengroeve, kiezelgroeve), isermine (ijzermijn), keol (kuil, groeve), kyll (=A keol), leadmine (loodmijn), limgrove (leemgroeve), minbow (mijnbouw), mine (zn mijn), minere (mijnwerker), minwercere (mijwerker), myne (zn mijn), mynwercere (mijnwerker), pitte (=A put), put (put, groeve, kuil), putte (=A put), sandgeat (zandgroeve), sandkyl (zandkuil, zandgroeve), sealtmine (zoutmijn), seolformine (zilvermijn), stengrove (steengroeve)
¶ Mijnbouw bestaat al in de préhistorie. Mogelijk dat de Angelen daar al vroeg mee bezig zijn door hun contacten met Kelten. Mogelijk zijn ze ook actief in de zoutmijnen bij Lunenburg en de winning van barnsteen.
300vC++: Zoutwinnig langs de Noordzee. Mogelijk zijn de Angelen later actief in de zoutmijnen bij Lunenburg.
¶ In Heetveld (NW Overijssel) ligt de Zandkoele, een oude groeve waar keileem werd gewonnen. > Heetveld
** Grondstoffen, Metalen, Brunswijk, Oldenrode, Lunenburg, Barnsteen

Mijnen: > Mijnbouw

Myrgings:
Anglische volk wonend in de regio Myrgingum, gelegen tussen rivier de Fivel in NO Groningen en de Elbe. Ze worden genoemd in het Oud Engelse dichtwerk Widsith (c 425nC). In 405nC worden de Myrgings door prins Offa van Angeln bevrijd van de bezetting en overheersing door de Swaefen. > Widsith, Myrgingum
¶ Volgens Widsith wonen de Myrgings in Myrgingum, het land van het volk van Myrg, vrij zeker een stamleider. Zelf is Widsith afkomstig uit Myrgingum. Zijn getuigenis lijkt derhalve betrouwbaar.
¶ Myrg is een Anglische mansnaam. De Myrgings zijn derhalve kennelijk een Anglische onderstam, die rond 500vC de regio Mirgingum bevolkt. Deze Myrg zal dus geleefd hebben ergens rond 535-475vC en afkomstig zijn uit Oldambt, het centrale gebied in Myrgingum.
** Widsith, Fiveldor, Freawin (gb 320nC), Offa van Angeln (gb 380nC), Myrgingum, Offaland
# WKP 20.1.2010, DAB, KBG

Myrgingum: (MRG:)
I.e.: het land der Myrgings, een Anglische stam in Noord Groningen. Ze worden genoemd in het dichtwerk Widsith, dat wordt beschoud als het oudste Engelse dichtwerk. Dit dichtwerk is te dateren op circa 425nC. > Widsith

1. Widsith matholade, wordhord onleac,
1. Widsith sprak mateloos, de woordenvloed stroomde voort,
2. se the monna maest maegtha ofer eorthan,
2. deze man die het meest vermocht over aarde,
3. folca geondferde; oft he on flette gethah
3. bij volken ginds verweg; vaak werd hij bejubeld
4. mynelicne maththum. Him fram Myrgingum
4. in ontembare mate. Hij uit Myrgingums
5. aedhele onwocon, He mid Ealhilde,
5. adel ontwoken, Hij met Ealhilde,
6. faelre freothuwebban
6. de trouwe vredestichter
23. Witta weold Swaefum, Wada Haelsingum,
23. Witta regeerde Swafen, Wada Haeslingum.
24. Meaca Myrgingum, Maerchealf Hundingum.
24. Meaca Myrgingum, Maerchealf Hundingum [Hunsingo?].
35. Offa weold Ongle, Alewih Denum:
35. Offa regeerde Angle, Alewih de Denen;
36. se waes thara manna modgast ealra,
36. hij was daar onder mannen de allermoedigste,
37. no hwaethre he ofer Offan eorlscype fremede,
37. niemand overtrof Offa's vermetel leiderschap,
38. ac Offa geslog aerest monna,
38. en Offa veroverde in de eerste maanden,
39. cnithwesende, cynerica maest.
39. knecht/ruiter wezende, meest van het koninkrijk.
40. Naenig efeneald him eorlscipe maran
40. Niemand evenaarde hem meer leiderschap
41. on orette. Ane sweorde
41. op aarde. Ene zwaard
42. merce gemaerde with Myrgingum
42. merkte vermaard de grens met Myrgingum
43. bi Fifeldore; heoldon forth sidhdhan
43. bij Fiveldore; hielden voorts gescheiden
44. Engle ond Swaefe, swa hit Offa geslog.
44. Angelen en Swaefen, zo heeft Offa geslagen.
80. mid Lidwicingum ic waes ond mid Leonum ond mit Longbeardum
80. met de Lidwicingums was ik en met Leonums en met Longobarden
81. mid Haethnum ond mid Haeledhum ond mid Hundingum
81. met Haethnums en met Haeledhums en met Hundingums [Hunzingers?].
84. Mid Moidum ic waes ond mid Persum ond mid Myrgingum,
84. Met Meden was ik en met Perzen en met Myrgingums,
86. ond Mofdingum ond ongend Myrgingum,
86. en Mofdingums en tegen Myrgingums,
94. minum hleodryhtne, tha ic to ham bicwom,
94. mijn torque, toen ik thuis bijkwam,
95. leofum to leane, thaes the he me lond furgeaf,
95. liefde ik te lenen, omdat hij me land vergaf,
96. mines faeder ethel, frea Myrginga.
96. aan mijn edele vader, vrijman in Myrginga.
117. Eadwine sohte ic ond Elsan, Aegelmund ond Hungar,
117. Eadwine zocht ik en Elsan, Aegelmund en Hungar,
118. ond the wloncan gedryht Withmyrginga
118. en het flonkerend gedrocht Wythmyrginga [Wittewierum/TenBoer?]
119. Wulfhere sohte ic ond Wyrmhere; ful oft thaer wig ne alaeg
119. Wulfhere zocht ik en Wyrmhere [Wierum?]; daar woedt heel vaak geen strijd

Swaefe: Met Swaefe wordt kennelijk bedoeld het gebied van de Sueven, een Germaans volk in Noord en Midden Duitsland. Ceaser bestrijdt hen als hij in 58nC de Rijn oversteekt. Tacitus noemt hen circa 103nC. E.e.a. betekent dat de verbinding tussen Noord en Zuid Angelland ter hoogte van provincie Groningen rond 405nC door de Swaefen bezet is. Het gebied dus tussen de Fivel en de Elbe, omvattend Oost Groningen, Eemsland en Lunenburg. Dit moet dus zijn het genoemde Myrgingum, ofwel het land waar de Myrgings wonen.
405nC++: Bron Widsith sluit de tekst over Offa van Angeln met de regels 42-44 waarin staat dat Offa van Angeln bij Myrgingum te zwaard de grens met Swaefe heeft gemarkeerd en daarmee de Angelen en de Swaefen sindsdien gescheiden hield. Myrgingum lijkt dus van oudsher bevolkt door Angelen en deel van het Anglisch Rijk. Kennelijk waren de Swaefen dat gebied binnengdrongen. Deze conclusies worden gesterkt door het feit dat Widsith (afkomstig uit Myrgingum) nogal lovend schrijft over Offa van Angeln.
¶ Uit de tekst van Widsith blijkt dat Widsith is geboren in Myrgingum en dat hij gedetaillerd op de hoogte is van de geografie, de situate en de historie van Myrgingum. Vooral zijn kennis van Offa van Angeln en diens strijd met Myrgingum kent hij goed. Hij zal derhalve zeker uit Myrgingum afkomstig zijn en zeker niet lang na de campagne van Offa van Angeln hebben geleefd. Per saldo lijken de in Widsith genoemde geonamen mbt Myrgingum te vinden in Noord Groningen en aangrenzend NO Friesland. Daarmee lijkt de these bevestigd dat Myrgingum in Fivelga ligt. > Widsith
¶ Vele bronnen plaatsen het land van de Myrgings ten zuiden van rivier de Eider, c.q. aan de zuidkant van Angeln. Echter, de Amerikaanse etymoloog Kemp Malone schrijft in 1944 dat Myrgings mogelijk is afgeleid van Mire Dwellers, waarbij Mire een regionaam is. Myrgings zijn dus bewoners van een gebied met de naam Mire, of beter: Myre.
Myrg: Gezien de geografische en historische context lijkt de naam Myrgingum afgeleid van Anglisch: Myrg (mansnaam) + ing (volk) + um (heem, oord). Dus: het oord van het volk van Myrg. De naam Myrg [Murc] komt anno 2014 in Noord Nederland nog voor als Murk, in Engeland als Murg (vrl Murgi) en in Amerika als Mork. #FRIapr2014
Merum is een gehucht aan de westkant van de Fivel bij Appingedam. Aldaar lag een wierde, die in de 19e eeuw is afgegraven. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit 't Oldambt.
¶ Merum ligt in het oude boezemgebied van de Fivel, een groot moerassig gebied met vele waterlopen en eilanden. Gezien deze geografische context en de betekenis van Merum kan met Myrgingum zeer goed Merum bij Loppersum zijn bedoeld. Temeer daar deze regio ligt nabij de monding van de Fivel. Dus in Fiveldore.
400nC++: In Wirdum (Fivelingo) zijn gevonden: een beeldje van Minerva (Romeinse godin van de wijsheid) + scherven van terra sigialata (Romeins aardewerk) + twee bronzen beeldjes van Mercurius (Romeinse god van handel). (> Wirdum) Deze vondsten lijken te betekenen dat Groningen al vroeg contacten heeft met Zuid Europa. Mogelijk handelscontacten. De vondsten getuigen van een zeker ontwikkeld cultureel nivo in de regio, waarin Widsith goed past. Temeer daar Wirdum slechts op 2 Km afstand ligt van Merum, waar Widsith lijkt te zijn ontstaan. > Widsith, Fivelingo
¶ Op diverse gronden, genoemd onder item Offaland, kan de conclusie worden getrokken dat Myrgingum vrijwel zeker in Offa's tijd overeenkomt met de buurt Merum in Noord Groningen. Dit gebied ligt inderdaad aan de westkant van de Fivel, pal zuid van Loppersum. De naam Merum lijkt derhalve een verbastering van Myrgingum.

¶ Bron FBZ/p31 toont een kaart van Fivilga rond 1050nC gereconstrueerd door Otto S. Knottnerus. Op die kaart is duidelijk te zien dat de Fivel uitmondt in een groot en breed estuarium in NO Groningen. Ze vormt ahw een open deur (toegang) tot Fivelga, het gebied waar de Fivel doorheen stroomt. In deze context lijkt Fiveldore veeleer afgeleid van Fifel (Fivel) + dore (deur, toegang, poort, baai). Dus: de baai van de Fivel. Rechts: de kaart van NO Groningen rond 405nC gebasserd op alle beschikbare relevante gegevens. Alleen de geonamen zijn geactualiseerd, muv Angelslengi (Enzelens bij Garrelsweer). (© BCK) Deze naam betkent: de slenken waar Angelen wonen. Slenken = gebied met veel geulen en moddergaten. (> Angelslengi) Naastgelegen Merum is vrij zeker de locatie waar prins Offa van Angeln met zijn leger in 405nC de Swaefen heeft verslagen. > Myrgingum
 
¶ Het voorgaande maakt de topografische context van de militaire campagne van Offa volgens de tekst van Widsith geheel begrijpelijk.
** Offa van Angeln, Widsith, Fiveldore, Angeslengi, Ingeldesord, Offaland
# WKP 20.1.2010, WP, EWB, DAB, KBG

 
Myrgingum::
Meaca van Myrgingum (c 363-423nC) -- koning -- Myrgingum > Widsith
-- mogelijk een zoon van Xx van Myrgingum gb 338nC
Widsith van Myrgingum (c 398-458nC) -- troubadour -- Myrgingum; zoon van Xx van Myrgingum gb 398nC > Widsith van Myrgingum
Xx van Myrgingum (c 370-430nC) --- landheer -- Myrgingum > Widsith

Myrgum:
Mogelijk een oude naam van Merum, een gehucht aan de Fivel bij Loppersum in Fivelingo, NO Groningen. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Oldambt. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Myrg (mansnaam) + um (heem, woonstee, oord). Dus: de woonstee van Myrg.
¶ De familienaam Murk lijkt afkomstig uit Ysselstein/Nieuwegein. Deze regio wordt rond 405nC bevolkt door Angelen uit de Veluwe. De naam Murk kan daarom zijn afgeleid van Myrg [Murk], een Anglische mansnaam.
¶ De naam Myrgum komt ook voor als familienaam in Polen.
¶ Anno 1922 komt de naam Myrgum ook voor in Kentucky, USA.
** Myrgingum

Mythen: (MYT:)
Mythen zijn overleveringen die vaak betrekking hebben op goden, mensen en dieren. Ze zijn afkomstig uit een ver verleden en overgeleverd van generatie op generatie.
2013: Aan de kust van Noord Griekenland wonen mensen die nog dagelijks omgaan met hun oude Griekse goden en wel op een leuke en relaxte manier. Bij de grot van Hades gooien ze vaak bloemen in de branding van de zee. Met andere goden communiceren ze op andere, normale menselijke manieren. De mensen voelen zich erg gelukkig en stralen dat ook uit. (# VRT1 17.3.2013: Joanna Lumley in Griekenland)
Per saldo lijken naturale goden op mytische figuren die in hun mythen centraal staan in verhalen, die veel hebben van oeroude en geconcentreerde belangrijke levenszaken met impliciete waarschuwingen en verborgen adviezen. Deze mythen worden overgeleverd van generatie op generatie en onderweg aangepast naar nieuwe inzichten. Zodoende kan elke generatie putten uit de bevindingen en wijsheden van alle voorgaande generaties en daarmee het eigen leven sturen en richting geven. Dat is het waardevolle van mythen en hun goden.
** Mythologie, Naturalisme, Goden

Mythologie: (MYT:)
()A draca (draak), dragun (draak), werewulf (weerwolf)
¶ De oude Germanen in Noord Europa hebben een eigen uitgebreide mythologie. De belangrijkste onderdelen daarvan zijn:
- Asen: Mythische goden, wonend in Asgard. Daar houden ze drinkgelagen, spelen aan gouden tafels en beraadslagen op de dingplaats. Mogelijk afgeleid van Oud Indisch Asu = leven, levenskracht. Volgens Snorri komen ze uit Azië. Odin is de heerser van Asgard. Bekende Asen zijn Balder, Heimdall, Thor en Tyr.
- Asgard: mytisch woonoord Asen
- Midgard: mytisch woonoord mensen
- Nerthus: Moeder Aarde > Nerthus
- Wodan: oppergod Angelen > Oda, Wodan
** Goden, Yggdrasil, Woluspa, Snorri, Hjuki & Bil, Weyland, Ideologie, Geesten, Offerrituelen, Elven, Monsters, Thyrs, Werewulf, Hellehond, Nasa, Verhalen
# WP, DAB

M35: Migratiemotieven 450-550nC
Betreft Angelen van Continent naar Brittannia.
¶ Bron WAB/p23-24 schrijft:

The lands from which the Germanic invaders [in Britain] came lay along those sea-girt shores which pass from Denmark through Schleswig to the Netherlands. To the Romans these tribes had long been known as "Saxons", but actually they belonged to three nations - the Jutes in the north, the Angles in the middle, and the Saxons in the south, while it seems likely that a fourth people, the Frisians from the neighbourhood of Holland, were also involved. Of these peoples the Angles, or English, appear to have been the most powerful; and the comparatively modern term "Anglo-Saxon" may be said to have been designed to indicate that while they all belonged to the tribes loosely described as Saxons,
the Anglian element played the most important part in the movement.
430-550nC Volgens een oude overlevering in Engeland verlaten vele Angelen de kustgebieden van Angelland omdat het daar zo nat is. Het opmerkelijke is dat dezelfde Angelen in Brittannia zich veelal juist weer settelen in natte moerasgebieden aan de oostkust. O.a. de Fenns in East Anglia en de North York Moors. Een ander opmerkelijk feit is dat dezelfde Angelen op het Continent al zeker vanaf 500vC tot hun migratie in 450-500nC in grote moerasgebieden van NO Nederland en NW Duitsland wonen. (> Groot Veenland) Waarom dan niet eerder gemigreerd naar droge gebieden? Kennelijk gaat het in de genoemde overlevering om een periode van extreme natheid in de Anglische homelands op het Continent. Deze interpretatie sterkt de genoemde feiten en thesen betreffende de extreem natte periode van 430-550nC op het Continent. > MCAB
¶ De belangrijkste reden voor de massamigratie naar Brittannia lijkt de langdurige natheid. In de periode 300-550nC stijgt het water van de Noordzee steeds verder. Er is veel neerslag. Langdurige stormen teisteren de kustgebieden langs de Noordzee van Angelland. Veel land verdrinkt en gaat verloren. Mensen vluchten naar de hoge gronden in het oosten. Voornamelijk in Drente, Twente, Achterhoek en de Veluwe. > P35
¶ De langdurige natheid veroorzaakt grote groei van de vegetatie op de hoge gronden. Hierdoor wordt landbouw haast onmogelijk. Vele Angelen besluiten daarom te migreren naar Brittannia waar de situatie kennelijk beter is. De migratie vindt voornamelijk plaats vanuit Twente, Achterhoek, Salland en Groningen. > TEHA
¶ Het feit dat maar circa de helft van alle Angelen in Angelland migreert naar Brittannia kan worden verklaard doordat:
- hoog gelegen gebieden als Veluwe en centraal Drente minder last hebben van de natheid
- andere Angelen migreren naar droge zuidelijke gebieden in West Europa; o.a. Limburg, Luxemburg en de Elzas
** Grote Collaps

N:::

N-gebruik:
Betreft n-woorden in Anglisch die zijn afgeleid van:
- ne (ni, nit) = niet
- ne = tw een, ene
VB:
- naca =A ne aca = een aak =A aca = aak (# boot)
- naenig =A ne aenig = niet enig = niemand
- naep =A ne raep = een raap (# koolraap)
- naes = ne waes = was niet
- ne P = een P
Dit oud taalgebruik doet zich in het Anglisch meer voor. I.b. in het Oud Anglisch in Engeland. Opmerkelijk genoeg tot in de 20e eeuw ook in NO Nederland, i.b. Drente en Twente. O.a. nappel = een appel; nei = een ei. (FRI 1970)
430nC++: In de loop van de 5e eeuw worden vele nederzettingen in Drente verlaten. Mogelijk heeft dat te maken met de massamigratie van Angelen naar Brittannia in de periode 450-550nC. Het typische N-gebruik in Drente en in het Oud Engels lijkt dit te bevestigen.
678nC++: York noemt NO Nederlanders neven (= bloedverwanten). (> Neven) Dit lijkt te bevestigen dat er inderdaad Angelen uit Drente zijn gemigreerd naar Noord Engeland.
# FRI, DAB, KBG

Naaiwerk:
()A cladh (kleed, kleding), cladhmakere (kleermaker), cladhstoppere (kledinghersteller), comheod (komhut = hut met circa 15 cm verdiepte vloer; dient als werkplaats; > Komhutten), gearn (garen), nayan (naaien), siwian (naaien), snidhan (snijden, knippen), snidhere (kleermaker),
** Outfit

Naaktheid:
()A haelfnacod (halfnaakt), haelfnecad (halfnaakt), halfnacod (halfnaakt), halfnecad (halfnaakt), nacod (naakt), necad (naakt)
¶ Over naaktheid deden ze vroeger kennelijk niet moeilijk. Zwemmen of pootje baden deden ze ongedwongen naakt. Dat is o.a. te zien op de schilderijen:
- Het Huis Kostverloren aan de Amstel bij de Amstel (c 1660 van Jacob Isaacksz van Ruisdaal - Historisch Museum A'dam).
- Gezicht op Zwolle (1675 van Hendrick ten Oever - Gallery of Art Edinburgh)
Aangenomen mag worden dat naakt in water een normaal oeroud gebruik was, dat al in de Anglische Tijd onder de Angelen leefde.

Naamregels:
Maashees is een dorp in Boxmeer, Noord Brabant. Het dorp bestaat al in de Romeinse Tijd (12vC-400nC). Aldaar zijn Romeinse munten en andere voorwerpen gevonden. Ook zijn er urnen gevonden die afkomstig zijn van een Germaans volk. Gezien de historische migratiestromen lijken dit vrij zeker Angelen uit De Liemers in ZO Gelderland, die zich daar rond 100nC kunnen hebben gevestigd. De naam Maashees lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Mysse (Maas; streektaal Musze) + haesa (heze, bos). Dus: de heze bij de Maas.
¶ De vertaling van Maashees met Maasbos = Maas(1)bos(2) = bos bij de Maas, geeft aan dat in Anglische plaatsnamen eerst de locatie (Maas = 1) komt en dan de specificatie (bos = 2) komt. De typonomische omschrijving is echter omgekeerd. Namelijk: eerst de specificatie (2) en dan de locatie (1). Ofwel: het bos (2) bij de Maas (1).
** ASA, Geonamen, Regionamen
# FRI, WKP 2.7.2010, DAB, KBG

Naamvorming: > Naamregels
Naastenliefde: > Mededogen, Solidariteit, Nabuurschap
Naberschap: > Nabuurschap

Nabuurschap: (NBS:)
()A neigh (nabij, nabijheid), neighbour (buurman), neighbourscip (nabuurschap), swette (buurman), swettnot (buurman)
¶ Nabuurschap is een heel oude vorm van solidariteit tussen mensen die vlak bij elkaar wonen. De nabuurschap houdt in dat men elkaar zoveel mogelijk helpt als dat nodig is. O.a. bij geboorte, ziekte, dood, oogst, ramp, etc. Deze vorm van solidariteit komt vooral voor in NO Nederland. Ze geldt vaak ook voor familie en kennissen die verder wonen.
1751: Bron ZWH/p33-34 schrijft: "Naast de markegenootschappen, de vernigingen van grondbezitters dus, was er ook de buurscap of buurtschap waar iedereen bij hoorde: de naobers. Grondslag van de buurtschap was het gevoel van familieverwantschap tot in verre graad. Plichten en rechten van de naobers berusten op oud gewoonterecht en mondelinge overleering, schriftelijk niet vastgelegd en dus in de oude stukken niet vermeld. Wel troffen we een mooi voorbeeld aan van naoberschap in 1751, toen er in Haarlo en Borculo een besmettelijke ziekte heerste onder koeien. 'Dewijl de sterfte onder het Rundvee sig sterk in onze Heerlijkheid heeft geopenbaard en daardoor seer vele van die soo nuttige en voor de menschen noodsakelijken Creaturen zijn gestorven ...' werd de dominee verzocht van de kansel af die boeren, die al hun vee nog hadden, op te roepen een collecte te houden voor hun gedupeerde collega's. Met royale hand werd er gegeven, en wel 15 guldens en 15 stuivers voor iedere dode koe."
¶ De boerhoorn is een koehoorn die werd gebruikt in Drente om buurtbewoners op te roepen tot het verrichten van buurtdiensten.
¶ Bron ZWH/p74-75 schrijft: "De 'naobers' speelden in vroeger tijden een heel belangrijke rol in de samenleving, aanzienlijk belangrijker dan nu het geval is. Ieder huis had zijn 'naobers' en was onderdeel van een 'naoberkring' waarvan de grenzen sedert eeuwen waren vastgesteld. De buren hadden een vaste volgorde; de eerste buur was bij alle werkzaamheden de dirigent en de tweede stond hem terzijde. De vier naaste buren waren de 'noodnaobers', tot wie men zich in alle nood het eerst wendde. De eerste buur woonde niet noodzakelijkerwijs het dichtste bij; zijn huis kon eeuwen geleden het meest naaste zijn geweest. Een weg of een pad vormde vaak de grens van het gebied. Vestigde iemand zich ergens, dan kwam hij eerst om 'naobers' te maken, dus vragen of men genegen was buur van hem te worden. Traditioneel wendde hij zich tot de buren die de vorige bewoner ook had. Bij de verhuizing hielpen alle buren met rijden en de vrouwen en de meisjes zorgden voor het schoonmaken van de woning. Ook de familie hielp dikwijls, maar omdat ze meestal verder af woonde was ze niet voor de verplichte diensten aangewezen; ook al woonden bloedverwanten trouwens in de buurt, dan nog waren zij van 'naoberplichten' vrijgesteld."
** Buurtschap, Platteland, Solidariteit

Naca:
Anglisch naca =A naa aca = een aak =A aca = aak.
Dit oud taalgebruik doet zich in het Anglisch meer voor. Opmerkelijk genoeg tot in de 20e eeuw ook in NO Nederland, i.b. Drente en Twente. O.a. nei = een ei.
** N-gebruik
# FRI, DAB, KBG

Nalatenschappen: (NLS:)
Nalatenschappen worden sinds het begin van de 19e eeuw vaak nauwkeurig beschreven in testamenten. De notariële boedelscheidingen geven bovendien nauwkeurig aan wat de nalatenschap van een gestorvene precies omvat. In de eeuwen bevoor is dat beduidend minder. Uit de akten van die tijd waarin nalatenschappen worden verdeeld en verkocht is niet altijd duidelijk op te maken of het de enige nalatenschap betreft van de gestorvene. Soms zijn er meer akten waarin de nalatenschap van dezelfde gestorvene wordt verdeeld of verkocht. Uit dergelijke akten is dus nimmer exact op te maken wat de nalatenschap in totaal precies omvat. Temeer daar buiten die akten om ook nog transacties van erfstukken plaats gevonden kunnen hebben.

Namen::
()A nama (naam), namian (ww noemen)
Algemeen: Namen worden bevoor 1800 AD vaak afwisselend op verschillende manieren geschreven. Vooral voornamen en locatienamen. Bvb: Davit, Davijt en David. Hoe verder terug in de tijd, hoe vaker namen onherkenbaar lijken.
Soortnamen: Balken in huizen, molens, schuren, karren, ploegen, zeisen en andere houtwerken hebben in het Anglisch vaak een eigen afzonderlijke soortnaam afhanklijk van hun aard of functie. Akkers en weiden hebben normaliter ook een eigen soortnaam. Dat heeft vaak te maken met hun gesteldheid, vorm, ligging of gebruik. > Soortnamen
Namen van huizen of locaties eindigend op:
-steen hebben vaak te maken met een stenen weg aldaar. #WAB/p67
-wal hebben vaak te maken met een ruïne in de nabijheid. #WAB/p67
** Familienamen, AFNA, Anglocs, Engnamen, Locatienamen, Geonamen, Regionamen, Wegnamen, Naamregels, Mensnamen, Mansnamen, Vrouwsnamen, Huisnamen, Kerknamen, HAPA, AAD (Anglische adel), HGNA

Namologie: btr studie, verklaring en herkomst van namen > Namen
Nana: vrouw van de god Balder > Balder

Nasa:
Idianenvolk dat afstamt van de Inca's in Zuid Amerika. Ook wel genaamd Paez (volk). De Nasa wonen in Columbia. Tijdens een demonstratie tegen de regering anno 2009 scanderen ze luid:

Leve Moeder Aarde
Leve de stamoudsten die ons dienen
Leve de goden die ons regeren
Leve de geesten
Leve de sjamanen die ons helpen
Hoewel de meeste Nasa anno 2010 Katholiek zijn, blijkt uit hun leuzen dat het oude geloof toch nog een primaire rol speelt. Interessant daarbij is de rangorde: Moeder Aarde, stamoudsten, goden, geesten en sjamanen. Deze figuren lijken universeel. Dat is opmerkelijk. Zijn die genetisch verankerd of overgenomen uit andere culturen? Dat laatste betekent dat de oermensen de oerbron zijn van het oude volksgeloof van de Nasa. Door het universele karakter van dit geloof, lijkt dit geloof afkomstig van de oermensen die rond 75 miljoen jaar vC in Kenya verschijnen. Dit oergeloof hebben ze dan meegegeven aan hun nazaten, die zich over de wereld hebben verspreid.
** Moeder Aarde, Goden, Geesten, Sjamanen PgGenline
# VPROTV 10.11.2010, DAB, KBG

Naturalisme: (NAT:)
Geloof dat alle werkelijkheid uit de natuur voortkomt. Levensbeschouwelijk betreft het een geloof dat voortkomt uit waarneming en beleving van de wereld en de werkelijkheid zelf en niet van zgn goddelijke openbaringen. De kracht van het Naturalisme ligt in het feit dat ze steeds in staat is haar meningen te herzien en opnieuw te formuleren op grond van nieuwe ervaringen, bevindingen en inzichten. Zo komt het Naturalisme steeds verder vooruit, wat leidt tot nieuwe bloei en kracht.
900nC: Bron drouwerveen.com 15.11.09 schrijft:

Tot het eind van de 9e eeuw was de religie in Drenthe niet christelijk, maar Germaans [Anglisch]. Dit was een natuurgeloof, die later door de kerk als duivels werd beschouwd en op deze manier uit het dagelijks leven is geweerd. Het Germaanse geloof kende vele goden, zoals: Wodan, Donar, Frija en Ding (Tyrr) [Tiwaz]. Deze namen zijn nog terug te vinden in de namen van de dagen van de week. Vele tempels geweid aan deze goden in Drenthe zijn door zendelingen van de kerk vernield. Deze zendelingen werden gesteund door de legers van Karel de Grote. Vaak werd er op de plaats van een Germaanse [Anglische] tempel een kerk gebouwd. Een voorbeeld is de kerk van Roden. Veel herkenbare plaatsen van dit oude geloof zijn niet meer terug te vinden in het landschap. Een van de weinig overgebleven restanten is de Baloër Kuil. Hier kwamen vroeger de Germaanse [Anglische] priesters samen, werd recht gesproken en nieuwe wetten aangenomen.
Aangezien NO Nederland in de periode 300vC-775nC voornamelijk wordt bewoond door Angelen uit Noord Duitsland, hebben we hier dus te maken met Anglische tempels. Pas sinds 150nC komen geleidelijk ook Saxen wonen in dit gebied. De culturele verschillen tussen Angelen en Saxen zijn echter gering. Zeker door het verbond dat beide Germaanse volken sluiten in 125nC in het gebied tussen de Eems en de Elbe.
¶ De grote godsdiensten in de wereld schilderen het naturalisme steevast af als barbaars. Helaas vergeten ze welke wandaden ze zelf hebben gepleegd in naam van hun god en heilige schrift. De enige uitzondering is het Mazdeïsme, dat gelooft in waarheid en goedheid en een goede god. Dit Mazdeïsme ontstaat rond 1000vC in Perzië en predikt zoeken naar waarheid, rechtvaadigheid, barmhartigheid en goede zorg voor armen en vee. Ze gelooft verder dat waarheid en goedheid uiteindelijk zullen overwinnen. > PgMon/Mazdeïsme
2013: Aan de kust van Noord Griekenland wonen mensen die nog dagelijks omgaan met hun oude Griekse goden en wel op een leuke en relaxte manier. Bij de grot van Hades gooien ze vaak bloemen in de branding van de zee. Met andere goden communiceren ze op andere, normale menselijke manieren. De mensen voelen zich erg gelukkig en stralen dat ook uit. (# VRT1 17.3.2013: Joanna Lumley in Griekenland)
** Angalisme, Heiden, Goden, Mythen

Natuurgebieden: > naam, soort, Geologie

Navigatie: (NAV:)
Al in de verre oudheid navigeren mensen aan de hand van de sterren en hun onderlinge stand. O.a. schippers en woestijnreizigers. Aangezien Angelen al van oudsher verre bootreizen maken (o.a. naar de Zwarte Zee) zullen zij zeker in contact zijn gekomen met andere oudere en ontwikkelde culturen. Het is derhalve aannemelijk dat zij ook de kennis hebben van navigatie mbv de sterren.
Methode:
-- Eisen: Doel en ligging moeten duidelijk en betrouwbaar zijn.
-- Route: De route wordt bepaald op grond van de beschikbare kennis en omstandigheden.
-- Wegwijzers: Om het doel te bereiken en een goede route te kiezen moet de navigator beschikken over goede wegwijzers. I.e. gidsen, landmarks, rivieren, zon, maan, sterren of de trek van vogels. De eerste vermelding van het kompas dateert van circa 1150 AD.
Kennis: De kennis over doelen en routes zullen de Angelen hebben verkregen uit eigen ervaring, ervaring van anderen of uit overlevering. Het is in dit kader opmerkelijk dat Angelen al in een vroeg stadium verre reizen ondernemen. O.a. naar de Zwarte Zee, Constantinopel en Kreta. Mogelijk zelfs naar Syria, Egypte en het Verre Oosten. (> Handelswegen) Sinds circa 50nC ook naar Brittannia. > Engelandvaarders
10nC: China vindt kompas uit
965nC: In 965nC brengt ene Ibrahim Al Tartushi een bezoek aan Haithabu. (> Haithabu) Hij is afkomstig uit Cordoba in Spanje en schrijft over zijn bezoek o.a.:

Haithabu is een zeer grote stad aan het uiterste eind van de wereld oceaan... De bewoners aanbidden Sirius [de Hondster], behalve de Christelijke minderheid die een kerk heeft...
Uit dit citaat lijkt dat Angelen al vroeg vertrouwd zijn met de kosmos en hemellichamen. In ieder geval kennen zij de ster Sirius.
1150: eerste vermelding van het kompas
** Sirius, Sterrenkunde, Reizen, Scheepvaart, Windrichtingen

Neder-Lotharingen: > Lotharingen
Nederduits: > Versaxing, Diets
Nederlands:: > Middelnederlands

Nedersaxen::
1345++: Gebied tussen Weser en Oostzee, voor 't eerst zodanig genoemd in 1354 ter onderscheiding van Obersachsen in Oost Duitsland.
1946++: Duitse deelstaat omvattend de regio's Hannover, Braunschweig, Oldeburg, en Schaumburg-Lippe.
** Saxen, Saxenland, Versaxing, KHS
# WP

Nedersaxisch:
Streektaal gesproken in Nedersaxen. De taal is een mix van Saxisch en restanten Anglisch van de oorspronkelijke bewoners. Nedersaxen is oorspronkelijk een deel van het Anglisch Rijk uit circa 500vC-775nC.
775nC++: Sinds circa 550nC is Angelland sterk verzwakt door de massamigratie van Angelen naar Brittannia. De Angelen in Angelland houden nog 200 jaar stand, maar dan wordt het land geleidelijk veroverd door Franken, Saxen en Friezen. Oost Angelland (NW Duitsland) tot aan de Ems wordt veroverd door de Saxen. Vele Angelen in NW Duitsland migreren dan naar NO Nederland. > Pax Anglorum
1345++ Nedersaxen: In 1345 AD ontstaat de naam Nedersaxen voor het gebied tussen de Oostzee en de Weser. (> Nedersaxen) In dit gebied gaat de Saxische taal domineren.
1375++ Versaxing: Enige grensstreken in NO Nederland worden rond 775nC geïnfiltreerd door Saxen. In deze streken vindt geleidelijk een versaxing plaats van de oorspronkelijke Anglische taal. > Versaxing
** LFA, Oostnederlands

Nedersticht:
1089 Salland + Drente (= Nedersticht) onder gezag bisdom Utrecht. #HED/p10
** Drente, Salland

Nederzettingen: (NDZ:)
()A eagtha (omheining, omheind veld, erf, nederzetting), berth (buurt), bourscip (buurschap, buurtschap), bura (buurt, streek), burscip (villa, buurschap), burscip (buurschap, buurtschap), byrtscip (buurtschap), cait (=A cott), cate (=A cott), clift (nederzetting, rechtsgebied), cluft (gehucht, wijk), clyft (=A cluft), cote (=A cott), cott (uitgehakt stuk bos, clearing), cott (schuilhut, schuilplaats, schuiloord), cuta (=A cott), flecce (vlek, gehucht), ham (gehucht, oord), saet (=A saete), saete (sathe, zate, woonstede, nederzetting, plek*, zitting, vrede), sahta (=A saete), sate (=A saete), setlan (settelen, vestigen), setlere (setler), tharp (dorp), thenas (wilgetakken), thorp (dorp), throp (dorp), thun (vlechtwerk van wilgetakken, schutting, afrastering), thun (thune, thyn, toon, tone, tun, tune = tuin, omheinde grond, erf, woonstee, nederzetting, oord, stad)
¶ Een nederzetting is een groep tenten, hutten of woningen in de oudheid waar enige families wonen. Afhankelijk van de omstandigheden hebben nederzettingen al dan niet een duurzaam of zelfs permanent karakter. Nederzettingen in een gunstige omgeving groeien vaak uit tot dorpen of steden, waar vele mensen en ambachten een bestaan vinden.
Ligging: Vele oude nederzettingen zijn te vinden in heuvelig gebied aan of nabij water. Normaliter worden de toppen van de hoogten gebruikt voor landbouw of veeteelt en staan de huizen lager, aan of nabij het water voor de watervoorziening en transport per boot. Bij voorkeur in moerassig gebied omwille van de veiligheid. > Dunninghe, Zieuwent, Spankeren, Moerasvolk, PgBrit/Peasmarsh
Groei: De groei van een nederzetting wordt veroorzaakt door:
- sociale factoren: i.c. leefbaarheid, coherentie en solidariteit
- politieke factoren: i.c. vrijheid, democratie, openheid en rechtvaardigheid
- economische factoren: i.c. klimaat, ligging, grondstoffen, verbindingen en productie
- militaire factoren: i.c. weerbaarheid en veiligheid
- stabiliteit: i.c. continuïteit van gunstige factoren
700-12vC: Op vele locaties ten noorden van de Rijn zijn sporen van bewoning en resten van begraafplaatsen aangetroffen uit de Yzertijd. De bewoning is intensief. De nederzettingen liggen voornamelijk langs beken en rivieren. (#OBA) E.e.a. zal te maken hebben met de behoefte aan water voor eigen gebruik en voor akkers en aan transport over water.
¶ Bron SDV/p281-82 schrijft dat in NO Nederland:
--- tot c 100nC: mensen voornamelijk wonen in zgn einzelhöfe (losse erven). De hoeven staan nog erg op zichzelf en veraf van elkaar.
--- 100nC++ gaan ze meer clusteren. Eerst is ieder erf nog erg gericht op zichzelf, maar
--- rond 250nC gaan de hoeven onderling samenwerken en komen er gemeenschappelijke voorzieningen en regels. Hierdoor verdubbelt het aantal huishoudens.
--- rond 350nC nemen het aantal nederzettingen en hun omvang snel af. Deze afname heeft mogelijk te maken met migraties naar zuidelijke regio's en naar Brittannia.
¶ Bron SDV/p283: in NO Nederland vrijwel continu gebuik van dezelfde woonlocaties
350nC Didam/Liemers: Sinds 1841 zijn daar diverse archeologische vondsten gedaan die duiden op bewoning vóór 350nC. Ook zijn grote hoeveelheden scherven gevonden uit die tijd. Gezien deze datering mogen we veronderstellen dat het om een Anglische nederzetting gaat. Sinds circa 200vC vestigen zich namelijk Angelen uit o.a. Twente en Drente in de Achterhoek en de Liemers. De nederzetting toont diverse woningen, gebouwen, spiekers, komhutten en waterputten. > Didam
405nC Zoelmond/Betuwe: Rond seze tijd is daar een Germaanse (Anglische) nederzetting. > Zoelmond
450nC Drente: In de loop van de 5e eeuw lijken vele nederzettingen in Drente te zijn verlaten. Vondsten in grafvelden bij o.a. Wijster-Looveen en Zweeloo wijzen echter op voortgezette of hernieuwde bewoning in de nabijheid. > P36
1250++: De veengebieden worden bewoond door jagers, vissers, ijzerertswinners en vluchtelingen. Sinds de 13e eeuw komen er ook turfwinners wonen. Daardoor ontstaan hele nederzettingen en komen er steeds meer vaklieden bij, w.o. smeden, bakkers, leerbewerkers, winkeliers, etc.
1600 Hantshire/Engeland: Dit graafschap grenst in het noorden aan Barke Shire, tegenwoordig genaamd Berkshire.

    

         boven: kaart van Noord Hantshire rond 1600 AD gemaakt door John Speede

John Speede (alias Speed; 1552-1629) wordt beschouwd als de beste cartograaf en historicus in zijn tijd in Engeland. (#WKP 6.4.2014) De nederzettingen op bovenstaande kaart zijn duidelijk te herkenen als omheinde locaties.
2014: Anno 2014 staan de hoeven en huizen in Giethmen bij Ommen veelal op redelijke zichtafstand van elkaar. (#FRIjul2014) Rond 400nC staan in Angelland de hoeven en huizen gemiddeld op circa 280 meter van elkaar af. (> Contacten) Giethmen lijkt dus op dat vlak een goed beeld te geven van de bebouwing in Angelland rond die tijd. Temeer daar een echte dorpskern lijkt te ontbreken. > Giethmen
** Tuinen, ASA, Landweren, Inga, Kamp, Buurtschap, Dorpen, Steden, Didam, Suxwort, Migratie, GHANA, Huisbewoners, Peelo, Bebouwing

Neede:
Stad in het noorden van de Achterhoek, grenzend aan Twente. Wordt waarschijnlijk al sinds circa 225vC bewoond door Angelen afkomstig uit Twente.
** Kamp/Neede, TEHA (Haarlo, Harper), VWL, Harper, Fordweg Neede, ASA

Neerangel: > Angel/Maas
Neerslag: > Weer

Negenbergen: (NEB:)
Heidegebied op het Noordse Veld bij Zeyen in NW Drente. Hier zetten de walletjes van de raatakkers zich voort onder de brandstapelheuvels (grafheuvels) van de Negen Bergen. Deze heuvels stammen derhalve uit het begin van de Yzertijd (500vC++). Ofwel uit de periode dat de Angelen zich settelen in de noordelijke delen van Groningen en Drente.
500vC++: In Negenbergen bij het Noordse Veld in Drente zijn brandstapelheuvels gevonden uit het begin van de Yzertijd (500vC++). Ofwel uit de periode dat de Angelen zich settelen in de noordelijke delen van Groningen en Drente.


          

boven: grafheuvels in Negenbergen

¶ NB 'De Olde Witte' = een berk op de Negenbergen. Aangezien:
- berken gekenmerkt worden door een witte bast
- en de regio een historisch Anglisch gebied is (> HAG)
- en Anglisch wit = o.a. wit (kleur),
>> lijkt wit een Anglische bijnaam te zijn voor berk naast Anglisch beorc en bierce voor berk.
** Raatakkers, Noordse Veld, Grafheuvels, Crematie
# OBN/p226, KAB

Nerthus:
Godin uit de Germaanse mythologie. Volgens Tacitus (55-118 nC) wordt zij vereerd door acht stammen aan de kust: de Longobardi, Reudigni, Aviones, Angli, Varni (Denen), Eudoses, Suarines en Nuithones. Van tijd tot tijd wordt zij op een ossekar gezet, bedekt met een laken, en rondgereden langs de akkers om die te zegenen. Alleen een priester mag het laken aanraken. Het wordt bewaard in een heilig woud op een ver eiland in de zee. Tijdens de tocht wordt geen wapen gedragen en geen oorlog gevoerd. Er wordt alleen gefeest. Na de rondtocht worden de wagen, het laken en de godin gewassen door slaven, die daarna worden verdronken. Nerthus is duidelijk een godin van de vruchtbaarheid. Volgens de mythe grijpt ze persoonlijk in het leven van de mensen. Nerthus wordt ook vaak gezien als Moeder Aarde. Bij de Angelen komt ze nog tot in de tijd van de Christianisering. O.a. in het Eacerboth ritueel. In Denemarken zijn rituele ossewagens gevonden, die dateren uit 200 nC. Ook zijn er ossewagens gevonden uit de Bronstijd (2000-800vC). De rondtocht langs akkers met Nerthus met wit laken in de ossekar, doet sterk denken aan de Maria Processies langs akkers in zuidelijke landen. Ook Maria en de wagen waarop ze staat zijn bekleed met een wit laken. Wit als symbool van de zuiverheid. Maria Processies langs akkers vinden anno 2009 nog steeds plaats. O.a. in Maastricht in de maand mei. Mogelijk hebben we dus te maken met een eeuwenoude vruchtbaarheidscult, die teruggaat tot de oertijd van de mensheid en is meegenomen door de verre voorouders van de Angelen. Dat dergelijke culten tot de oertijd kunnen horen, bewijst de fonds van een beeldje in Zuid Duitsland door archeologen, mei 2009. Het beeldje is circa 40.000 jaar oud, circa 10 cm groot, gemaakt van ivoor van een slagtand van een olifant en stelt voor een stevig geschapen volwassen vrouw. Kennelijk een soort moederfiguur. Uit zeer vele latere tijdperken zijn identieke beeldjes gevonden op verschillende locaties in de wereld. Al deze beeldjes hadden te maken met een soort vrouw/moeder verering.
** Modranect, Sirius
# WP, WKP 12.5.09, NOS Journaal 13.5.09, RKK TV 13.5.09, DAB

Nettelhorst: (NTH:)
Gehucht in NO Lochem, tevens oud kasteel (sinds 1884 ruïne) in Noord Lochem.
100vC: Gezien de historische migratiestromen zal de regio Nettelhorst omstreeks 100vC zijn bevolkt door Angelen vanuit Twente. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch: netele (netel, brandnetel) + hyrst (horst, zandhoogte). Dus: de horst waarop (brand)netels groeien.
Landweer: Mogelijk is kasteel Nettelhorst gebouwd op een oudere landweer. Landweren waren namelijk omringd door planten met stekels om indringers te weren. In dit geval dus middels brandnetels. > Landweren
Burcht: De directe voorloper van kasteel Nettelhorst kan van oorsprong zijn geweest een burcht in de Anglische militaire infrastructuur. Dergelijke burchten werden namelijk normaliter gebouwd nabij een voorde (doorwaadbare plek in beek of rivier). I.c. het nabijgelegen Blankvoort. > Burchten, Blankvoort
1227: De familienaam Van Nettelhorst (Nethelhorst) wordt al genoemd in 1227 als Lambertus van Nettelhorst omkomt in de Slag bij Ane tegen de bisschop van Utrecht. > Slag bij Ane
1379: Kasteel Nettelhorst is vermeld in 1379 in een leenacte waarin Steven van Nettelhorst wordt genoemd als eerste bezitter.
1743: Op een prent van dat jaar oogt Nettelhorst als een fraai kasteel in zeer goede staat.
1773: Op kaart 34 van bron RZA (1773) is Nettelhorst aangegeven als Netelhorst, wat dus dichter ligt bij de Anglische component netele dan nettel, wat weer dichter ligt bij Modern Engels nettle voor netel.
1875: Kasteel Nettelhorst wordt afgebroken.
1900: Op kaart GHG435/1900 is Nettelhorst aangegeven als een ruïne omringd door een vierkante gracht. Verder staat er Tol bij, dat aangeeft dat er tol geheven werd.
** ASA, Blankvoort
# FRI, DAB

Neven:
()A moy (tante = zuster van vader of moeder), moysunu (neef = zoon van tante), nefa (neef = man met dezelfde voorvaders; ON neve = neef, kleinzoon, vriend, bekende), nefas (mannen met dezelfde voorvaders)
¶ Onderscheid:
- vaderneven = mannen met dezelfde voorvaders langs vaderlijn =A nefas
- moederneven = mannen met dezelfde voormoeders langs moederlijn =A moysunu
Spreekt men van neven, dan bedoelt men normaliter vaderneven.
¶ Doorgaans zijn mannen van eenzelfde stam of volk vaderneven en stammen ze af van een gemeenschappelijk oervader, ofwel stamvader. Bij de Angelen is dat Ingwi. > Ingwi, Stam
timetable:
- 450-550nC: circa 4 miljoen Angelen migreren van Angelland naar Brittannia
- 450-550nC: circa 4 miljoen Angelen blijven in Angelland > Demografie
- 450-775nC: NO Nederland nog vrij (onbezet) Anglisch gebied > Pax Anglorum
- 650nC++: Northumbria is een Anglisch Rijk in Brittannia, waar voornamelijk Angelen wonen, die afkomstig zijn van het Continent. Deze Angelen noemen de bebolking van NO Nederland neven.
- 678nC++: Kerstening van NO Nederland vanuit York in Northumbria. Men is er daar zeer op gebrand de achtergebleven neven daar, die leven in de duisternis van het heidendom, te bekeren en te redden. Bovendien zou de verwantschap op cultureel en taalkundig gebied het missiewerk makkelijker maken. Temeer daar de Continentale neven geen angst zouden koesteren, dat de missiewerkers stiekem zouden heulen met de Frankische vijanden in het zuiden. > Kerstening
- 713-773nC: Lebinus -- Ripon/Yorkshire-Utrecht-Deventer(754) > Lebinus
- 742-809nC: Ludger -- Utrecht-York-Deventer(772)-GrOmmelanden(780)-Munster > Ludger
- 750nC: Koning Offa van Mercia/Engeland (736*-796) is een groot bewonderaar van zijn voorvader Offa van Angeln (c 380-486nC). Uit dit feit blijkt dat de Angelen in Brittannia rond 750nC hun eigen historie in Angelland op het Continent niet hebben vergeten na hun massamigratie naar Brittannia in 450-550nC. Dus ruim 300 jaar na dato. Het is in dezelfde tijd dat de Angelen in Yorkshire de bevolking van NO Nederland (West Angelland) neven noemt. > Offa van Mercia (gb 736nC)
- 775nC++: Friezen settelen langs smalle kuststrook Noord Nederland > Pax Anglorum
- 775nC++: Saxen settelen in enkele smalle stroken langs grens NO Nederland > Pax Anglorum
Neven zijn mannen met dezelfde voorvaders.
¶ Aangezien in 500-775nC:
- NO Nederland nog vrij (onbezet) Anglisch gebied is
- en er geen Friezen en Saxen wonen
- en de bevolking van Northumbria voornamelijk bestaat uit Angelen
- en de Angelen in Northumbria de bevolking van NO Nederland neven noemt
- en neven mannen zijn met dezelfde voorvaders
>> mogen we aannemen dat de bevolking van NO Nederland zeker tot 775nC inderdaad voornamelijk bestaat uit Angelen
** Kerstening, N-gebruik, Angelland, Angle, Demografie, Migratietabel, Offa van Mercia

NEW: Normen & Waarden:
Aangezien de Angelen voortkomen uit de Inglo-Goten (ZA), zullen hun oudste normen en waarden door hen zijn meegenomen uit hun herkomstgebied in Zuid Zweden. In de loop der eeuwen daarna zullen deze normen en waarden zijn aangepast aan nieuwe situaties waarin de Angelen zijn terecht gekomen. Ook zullen ze normen en waarden hebben aangepast aan die van andere volken met wie ze in contact zijn gekomen.
** BNW, HKA (Historische Kernwaarden in Angelland), Eawa, Deugden, Bedrijvigheid, Democratie, Free Institutions, Gemak, Gerechtigheid, Gezelligheid, Gezondheid, Hagalaz, Happiness, Lässigkeit, Liberalisme, Liefde & Verbondenheid, Moreel, Rechtvaardigheid, Solidariteit, Veilgheid, Vermaak, Vriendschap, Vrijheid, Innerlijk, GNW

NGH-Route:
Betreft de NoordGroningen-Hull Route: de route van Angelen naar Brittannia in de migratieperiode 450-550nC. De route gaat via Fiveldore of de Lauwers Zee over de Noordzee naar Hull in NO Engeland. De tocht wordt gemaakt met kielboten. De vaartijd duurt ongeveer 2 dagen.
** MAB-Routes, TEHA, Fiveldore, Engelandvaarders, Kielboot

Nicor:
ON Nicer, Nicker. Kwaadaardige Anglische watergod wiens naam nog voortleeft in Engels Old Nick (de duivel) en nick (gevangenis; Angl. nic). Door sommigen wordt Nicor gezien als een kwaadaardige bosgeest.
¶ Geordie: Ald Nick = de duivel
# WAB/p83, DAB

Niehove: > Suxwort
Nieuw Anglisch: 1500nC-heden > Anglisch

Nieuw Saxum: (NWS:)
449nC: Bron ASC/449: de Anglo-Saxon Chronicle voor het jaar 449nC

Tha comon the menn of thrim maegthum Germanie: of Eald-Seaxum, of Englum, of Iotum. ...
Of Eald-seaxum comon East-seaxe and Suth-seaxe and West-seaxe.

ofwel:
Dan komen de mannen van drie Germaanse machten: van Oud Saxum, van Angle, van Jutland. ...
Van Oud Saxum komen Oost-Saxen (Essex) en Zuid-Saxen (Sussex) en West-Saxen (Wessex).
Oud Saxum: Wat bedoelt Beda met Eald Saxum ofwel Oud Saxum? Gezien de context zal het moeten zijn: Saxenland rond 449nC. Maar waar ligt dat gebied?
835nC: Bron ASC/449 is geschreven rond 835nC. O.a. op grond van de gegevens van bron Historia van Beda (672-735) uit 731nC.
775nC: Na de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 450-550nC raakt Angelland (Angle) verzwakt. Rond 775nC wordt het land daarom gedeeltelijk veroverd door Saxen en Franken. De Saxen settelen in Oost Angelland tot aan rivier de Ems (Eems). Tot 775nC ligt dus het woongebied van de Saxen in NO Duitsland van de Poolse grens tot aan de Elbe. Dat gebied heet dus Eald-Seaxum ofwel Oud Saxum.
731nC: Beda (672-735) is een Engelse monnik van de Benedictijnse Abdij in Jarrow (N. Yorkshire). Theoloog, historicus, mathematicus en natuurwetenschapper. Schrijft meer dan 40 boeken. Zijn beroemdste werk is Historia ecclestiasica gentis Anglorum, een geschiedenis van de Angel-Saxen, geschreven rond 731nC. Hierin beschrijft hij o.a. het zendingswerk van de Angel-Saxen in de Lage Landen. Delen van zijn werken zijn opgenomen in de Anglo-Saxon Chronicle. > Beda
731nC: Bron HGN schrijft tav de Anglo-Friese relaties het volgende in hoofdtuk VIII: Inleiding van Oudwestgermaans:
... Beda (8ste eeuw) noemt op het vasteland als verwanten van zijn volk [de Angelen] wel de Oud-Saksen, maar niet de Friezen.
450-550nC: Massamigratie van Angelen en Saxen naar Brittannia. > P36
400nC: Saxen wonen o.a. in de Karpaten, in dezelfde gebieden als Hunnen. > Karpaten
Aangezien:
- bron ASC/449nC over Eald-seaxum (Oud Saxum) schrijft
- en deze tekst baseert op Beda/Historia uit 731nC
- en bron ASC/449nC dateert uit 832nC++
- en Saxen in de Karpaten lijken geïntegreerd met Hunnen aldaar (> Karpaten)
>>> lijkt Nieuw Saxum te dateren uit circa halfweg 449-731nC, dus uit ergens rond 590nC en kan met Nieuwe Saxen worden bedoeld de Saxen die sinds circa 400nC zijn geïntegreerd met de Hunnen.
** Oud Saxum, G449, Angle, Saxenland, Saxen, Nieuwe Saxen

Nieuwe Saxen: (NWS:)
700nC: Bron HGN schrijft tav de Anglo-Friese relaties het volgende in hoofdtuk VIII: Inleiding van Oudwestgermaans:

... Beda (8ste eeuw) noemt op het vasteland als verwanten van zijn volk [de Angelen] wel de Oud-Saksen, maar niet de Friezen.
775nC: Bron ASC/449 is geschreven rond 835nC. Na de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 450-550nC raakt Angelland (Angle) verzwakt. Rond 775nC wordt het land daarom gedeeltelijk veroverd door Saxen en Franken. De Saxen settelen in Oost Angelland tot aan rivier de Ems (Eems). Tot 775nC ligt dus het woongebied van de Saxen in NO Duitsland van de Poolse grens tot aan de Elbe. Dat gebied heet dus Eald-Seaxum ofwel Oud Saxum. > Old Saxum
¶ De vraag is nu wie Beda bedoelt met de Nieuwe Saxen. Om die vraag goed te beantwoorden is een goed overzicht nodig van alle belangrijke historische feiten die daarmee te maken hebben.
--- Timetable nC:
-150++-- Saxen wonen in Pommeren/NO.Duitsland tot aan de Elbe (Ptolemaeus; FFS)
-150---- Saxen dringen Angelland binnen tot aan de Elbe bij Bremen > PgAng/NOVL
-150---- Angelen verslaan de Saxen bij Bremen > PgAng/NOVL
-150---- 1e Angel-Saxisch Verbond (Lunenburg) > PgAng/Angel-Saxen
-350++-- Saxen zoeken doorgang naar Noordzee
-370-400 Eerste golf Anglische settlers in de Cotswolds onder aanvoering van Wig, zoon van de onderkoning van Sleswig. Wig vlucht voor de agressieve koning van de Saxen aan de Elbe. Mogelijk vestigen Wig en zijn groep zich in Wychwood, dat woud van Wig betekent. > PgAng/Kolonisatie
-375++-- Saxen infiltreren westkant Lunenburg
-400++-- Slaven vestigen zich vanuit het oosten in het gebied tussen de Weichsel en de Elbe op de vlucht voor de Hunnen. > Volksverhuizengen
-400++-- Saxen migreren naar NW Duitsland op de vlucht voor de Slaven
-400++-- in de Karpaten/Tjechia wonen Saxen en Hunnen in zelfde locaties > Karpaten
-400++-- mogelijk integratie Saxen en Hunnen > Hunnen
-400++-- Angelen noemen Saxen Hunnen > Hunnen
-405---- Offa van Angeln verslaat de Saxen bij Bremen > PgAng/Offa van Angeln
-405---- Offa dringt Saxen terug naar oostkant Elbe > PgAng/Offa van Angeln
-405---- Offa bouwt motte in Coevorden tegen Saxen > PgAng/Offa van Angeln
-405++-- geen Saxen in West Angle (NO Nederland) > PgAng/West Angle
-449++-- Angelen, Saxen en Jutten migreren naar Brittannia > PgBrit/ASC
-450++-- Angelen zijn een Germaanse volk in het tegenwoordige Sleeswijk, later langs Beneden Rijn en Maas, steken in de 5e eeuw gedeeltelijk over naar Groot Brittannia, waar zij samen met Saxen en andere stammen diverse rijkjes stichten. > PgAng/Angelen
-477++-- Saxen van Continent vallen Brittania binnen en stichten koninkrijk Sussex
-477-512 Aelle, eerste koning van Sussex c.q. de eerste Bretwalda, ofwel de eerste koning van heel Brittannia > PgBrit/Sussex
-498++-- West Angle bouwt versterkingen langs oostgrens om invasies van Saxen te bestrijden. > PgAng/NOVL
-500-785 De Grote Collaps: Door de grote migratie van Angelen naar Brittannia raakt Angelland gedeeltelijk ontvolkt en verzwakt de bestuurlijke en militaire macht in ernstige mate. Circa 1/2 van de Angelen is gemigreerd. Angelland is daardoor relatief te zwak geworden om de instroom van Saxen, Friezen en Franken te weren. Toch blijft de helft van de Angelen in Angelland en behouden ze daar een relatief dominante positie. Door de zwakte van het centraal bestuur raken de Angelen echter hun samenhorigheid kwijt, vergeten ze langzamerhand hun identiteit en gaan ze zich deels identificeren met Saxen, Friezen of Franken. Desondanks hebben de oorspronkelijke Angelen her en der nog vele sporen achtergelaten. > PgAng/Grote Collaps, P68
-510---- De Britse historicus Gildas noemt Saxen een woest en goddeloos volk, zowel vijandig naar mensen als naar God. (#WAB/p21 > Gildas) Gezien de context lijkt dit gebeurd door invloed van de Hunnen. > Hunnen
-514++-- Saxen migreren naar Zuid Brittannia > PgAng/Engelandvaarders
-550-785 delen Angelland veroverd door Denen, Saxen, Franken en Friezen > PgAng/P58
-600-700 Saxen settelen in NoordAlbinga/NO.Holstein > PgAng/Saxen
-600-700 Angelen uit Oost Angle settelen in West Angle op vlucht voor Saxen > PgAng/Oost Angle
-600-700 Angeln strekt zich uit tot de Elbe
-650---- 2e Verbond Angelen en Saxen in Cotswolds/Engeland > PgBrit/Angel-Saxen
-672-735 Beda (ZA)
-680++-- motte Klinkenberg bij Coevorden bolwerk tegen Saxen > PgAng/Klinkenberg
-700++-- motte Bergvrede in Ootmarsum bolwerk tegen de Saxen > Ootmarsum
-731++-- Saxen wonen in Albinga/Holstein (Beda)
-750++-- Saxen en Franken veroveren Thuringen > PgAng/Thuringen
704nC: Ergens rond dit jaar kan het zijn dat Beda (672-735) meent dat op het vasteland met nadruk alleen de Oud-Saxen als verwanten van zijn volk [de Angelen] gezien moeten worden. Onder Oud-Saxen moet kenlijk verstaan worden het volk dat rond de migratieperiode 450-550nC in Oud-Saxum woont. Immers: bron de Anglo-Saxon Chronicle schrijft voor het jaar 449nC:
Tha comon the menn of thrim maegthum Germanie: of Eald-Seaxum, of Englum, of Iotum. ...
Of Eald-seaxum comon East-seaxe and Suth-seaxe and West-seaxe.

ofwel:
Dan komen de mannen van drie Germaanse machten: van Oud Saxum, van Angle, van Jutland. ...
Van Oud Saxum komen Oost-Saxen (Essex) en Zuid-Saxen (Sussex) en West-Saxen (Wessex).
Als Beda zo nadruklijk de Oud Saxen noemt, dan moeten er ook Nieuw Saxen zijn? Deze Nieuw Saxen moeten dan na de Oud Saxen zijn gekomen. Kenlijk dan ergens na 449nC. Wie bedoelt hij dan met de Nieuwe Saxen? Opties: de nazaten van de Oud Saxen:
A: achtergebleven in Old Saxum zelf
B: achtergebleven in Angelland op het Continent
C: gemigreerd naar andere gebieden op het Continent
D: gemigreerd naar Brittannia
Volkskundig gezien zullen al deze genoemde groepen Oud Saxen en Nieuw Saxen tot dezelfde groep Saxen gerekend moeten worden. Als Beda de Oud Saxen ziet als een broedervolk van de Angelen, dan zullen de Nieuwe Saxen dat dus ook moeten zijn. Dat Beda alleen de Oud Saxen noemt als broedervolk van de Angelen lijkt derhalve een emotionele betekenis te hebben. Broedervolk lijkt derhalve meer de betekenis te hebben van: een volk dat broederlijk omgaat met de Angelen. Dit kan verwijzen naar het eerste verbond tussen Angelen en Saxen van circa 150nC, dat volgens de overlevering bij Lunenburg moet zijn gesloten. (> Asbool, Lunenburg) In 650nC wordt het tweede verbond gesloten tussen hen in de Cotswolds. (> PgBrit/Angel-Saxen) In 889nC wordt het derde Angel-Saxisch Verbond gesloten. > PgBrit/Angel-Saxen
900nC++ Engeland: Saxen agressief: Naar zeggen zijn de Saxen in Engeland tamelijk agressief. (#BBC4tv 20.8.2014 Alfred The Great) > Hunnen
Op het Continent botert het ook niet erg tussen de Angelen en Saxen:
- 500nC++: De bouw en renovatie van motten in Coevorden, Gees, Ootmarsum en elders langs de oostgrens van West Angle (NO Nederland) lijken te duiden dat de Angelen een Saxische invasie vrezen door de massamigratie van Angelen naar Brittannia. Daardoor raakt het land deels ontvolkt en verzwakt. > M35, NOVL, West Angle
- 514nC++ Saxen migreren naar Zuid Brittannia > Engelandvaarders
- 555nC De oudste uitgebreide vermelding van de Saxen op het Continent dateert van 555nC, als de Saxen in opstand komen na de dood van de Frankische koning Theobald.
- 600nC In 731nC schrijft Beda in Yorkshire dat de Saxen wonen in Albinga, een gebied dat nagenoeg overeenkomt met Holstein en Lunenburg in Noord Duitsland en grenzend aan Angeln. De Saxen vestigen zich daar vrijwel zeker rond 600nC, na de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 450-500nC. Het Koninkrijk Angle raakt daardoor ernstig verzwakt en houdt dan in 489nC op te bestaan. Daarna wordt Angeln in 500-700nC geleidelijk verovert door de Denen. (> Koninkrijk) De Saxen hebben zich dan in die zelfde periode verder verspreid naar het noorden vanuit hun woongebieden aan de Elbe.
Per saldo lijken de verhoudingen tussen de Angelen en Saxen op het Continent en in Brittannia tussen circa 400nC en 889nC zo slecht dat:
- de Angelen sinds circa 400nC de Saxen vaak Hunnen noemen
> Hunnen
- en Beda rond 704nC de bittere opmerking maakt dat de Angelen en de Oude Saxen broedervolken zijn, maar de Angelen en "Nieuwe" Saxen kenlijk niet
- en Beda met de Nieuwe Saxen indirect feitelijk bedoelt de Saxen die rond 400nC vergaand zijn geïntegreerd met Hunnen.
> Karpaten, Nieuw Saxum
** ASTT, Saxen, Saxenland, Hunnen

Njord: Germaanse god van de zee > PgGen/Germanen
NKT: Nederlandse Kaktaal > Kakkinees
NO Nederland:: = Noord-Oost Nederland > West Angle
Nobel:: (muntsoort) > Engelse Nobel

NOE2:
De Nederlanden gezien door de oogen eener Engelsche; Deel 2
Marjorie Bowen
D.A. Daamen's Uitgevers-Mij, 's-Gravenhage, 1926
¶ Marjorie Bowen (1885-1952) is geboren op Hayling Island in Hampshire. Ze schreef 150 romans en historische werken over items in Engeland. Waarom ze over Nederland schrijft is vooralsnog niet bekend. Uit haar werk over De Nederlanden blijkt ze uitermate goed op de hoogte van de feiten. Veel zal ze hebben geput uit historische bronnen. Echter, uit haar verhalen lijkt steeds dat ze ter plekke is geweest en zich daar goed heeft georiënteerd.

 

Nokkruis:
X-kruis op de nok van daken. Komt vooral voor in NO Nederland. Al sinds oertijden. Vooral op oude boerderijen in Twente en Drente. Ook op de Balkan en verder oostwaarts tot in de Himalya. Symbolische betekenis: afweren van het kwaad. Tevens is het een symbool van eenheid en trouw, als zijnde de vereniging van de twee dakhelften. Vaak zijn de armen van het kruis uitgebeeld als paardekoppen, zoals op bijgaande foto. Paarden symboliseren dan vitaliteit en kracht.
 
Foto rechtsboven is gemaakt van een oud veenhuis uit de 19e eeuw in Drente. Jan Kleisen vertelt op TV OOST 21.2.08 dat het nokkruis een symbool is tegen het kwaad. Achter het nokkruis heerst vrede. Het is een oeroud teken dat voorkomt in Drente, Twente en de Achterhoek en verder o.a. in Oezbekistan. In dat geval kan het nokkruis zijn meegenomen door de Germanen, die circa 3000 vC naar Europa migreren vanuit Khwarizm in Centraal Azië. Oezbekistan wordt in het noorden begrensd door Khwarizm. Beide landen liggen in het oude gebied van Arya, waar de Ariërs woonden.

De Angelen vereren o.a. honden.
(> Honden) Rood en goudgeel zijn typisch oeroude Anglische kleuren. (> Heraldiek) In het nokkruis rechts zijn de genoemde Anglische elementen duidelijk terug te vinden.
 
Anno 2009 is het nokkruis ook te zien op ataphuizen in Noord Thailand. Ataphuizen zijn gemaakt van stokken en droge bladeren (atap) van bamboestruiken. Thailand is een Boedhistisch land en het Boedhisme komt voort uit het Hinduïsme, dat zijn roots heeft in Arya. Mogelijk dat langs die lijn het nokkruis is beland in Thailand in ZO Azië.
** Asbool, Eenheid & Trouw, Andrieskruis (Lx), Ariërs
@ foto's © BCK
# FRI, TV OOST 21.2.08, DAB, KBG

 
Nolde:
Nolde is een gehucht ten zuidwesten van Zuidwolde in Drente. De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit de regio Zuidwolde of daaromtrent. De naam Nolde lijkt derhalve afgeleid van Anglisch nolda = heuvelig of glooiend gebied. Inspectie ter plekke (apr2014) toont dat de regio inderdaad nogaal sterk glooiend is. Sterker dan de omliggende regio's.
Summerhayes: In Nolde staat een prachtig huis in Oud Engelse stijl met de naam Summerhayes. Engels summer = Nederlands zomer = Anglisch sumor. Engels hay = Nederlands hooi = Anglisch hieg, hoy. Zomerhooien lijkt betekenisloos. Anglisch hay = omhegd erf. Engels haye lijkt daarvan afgeleid. Derhalve lijkt Summerhayes het best vertaald met Zomerhagen, een soort zomerverblijf dus.
Meeuwenveen: Dit is een groot wetland in Nolde, grenzend aan het Nolderveen. Er liggen twee grote meren, waar veel meeuwen komen. Langs het meer loopt een dijk. Ze is gebouwd van zand en lijkt van zeer oude datum. Kenlijk was er veel wateroverlast. (#FRI apr2014) Op kaart RZA/46 (1773) is goed te zien dat de hele regio in een uitgestrekt moeras ligt.

Noodlot:
()A spil (noodlot, vloek, toverspreuk), wyrd (noodlot), wyrdan (worden), wyrde (noodlot)
95vC: Angelen geloven in voortekens en noodlot. Het lot voorspellen ze met stukjes twijg van een vruchtboom. De stukjes krijgen elk een eigen teken ingekerfd. De priester neemt drie stukjes, kijkt naar de hemel en duidt de tekens. (#Tacitus) Ook vogels worden gebruikt bij voorspellingen. Aan de trek van vogels leest men de voortekens van het lot.
¶ Problemen zijn echter niet altijd (direct) op te lossen. Angelen kennen in zulke gevallen een zekere lässigkeit, ofwel gelatenheid. Tijdelijk, tot de situatie meer mogelijkheden biedt, of meer op langer termijn.
¶ In een uitzending over India (VPROtv 9.12.2012 Van Bihar tot Bangalore 2) vertelt een Indiase vrouw over haar lot, dat ze is verstoten door haar man omdat ze drie dochters had gebaard en geen zoon. In de Idiase cultuur vinden mannnen dat ondragelijk en mogen ze zonder pardon hun vrouw het huis uit jagen. De verstoten vrouw en haar dochters komen terecht in een uitzichtloze situatie van barre armoede en schaamte, omdat de Indiase cultuur deze mensen niet opvangt en helpt. De vrouw berust in haar lot en zegt dat wat haar lot ook is, ze moet haar lot doorstaan. Aangezien zowel de Indiase Hinducultuur als de Anglische cultuur voortkomen uit de Arische cultuur, is het mogelijk dat dit fatalisme afkomstig is uit de Arische cultuur.
400-600nC: In de praktijk blijken Angelen niet zo passief en gelaten dat ze zich bij voorbaat neerleggen bij grote problemen. In tegendeel. Ze blijken daadkrachtig genoeg om problemen aan te pakken. Ze zorgen goed voor hun welzijn en veiligheid. In de periode van de Grote Natheid (400-600nC) migreren vele van hen naar Brittannia om daar een beter leven op te bouwen. Andere Angelen verplaatsen gewoon hun nederzetting naar de meer droge gronden in de nabijheid van hun oude woonstee. > Grote Natheid
** Tacitus, Ideologie, Voorspelling, Levenskunde, Weerbaarheid, Lässigkeit, Pacifisme

Noord Angle: = Sleswig-Holstein > Angle, Angeln
Noord Anglisch: > Anglisch

Noorddijk:
Anglisch: Nordic, Nortic.
Gehucht bij Neede. Stad in Zuid-Holland.

Noordse Veld: (NOV:)
Regio in NW Drente. Aldaar zijn raatakkers gevonden uit circa 500vC. Deze raatakkers getuigen van aanwezigheid van Angelen. > Raatakkers
¶ De raatakkers zijn verdeeld door walletjes die samen een soort honingraat vormen. Met een houten ploeg werd de grond eerst losgewoeld. Daarna ploegde men een tweede keer dwars op de eerste richting. Met een ruwe eg werd de aarde ten slotte fijn gemaakt. #OBN/p226
** ASA, Negenbergen

Noordwijk:
Stad bij Leiden. Langs de kust van Zuid Holland settelen rond 300nC Angelen afkomstig uit NO Nederland. De naam Noordwijk kan dus zijn afgeleid van Anglisch north (noord) + wic, wick (wijk).
¶ Nabij Worcester in ZW Engeland ligt een dorp met de naam Northwick. In die regio hebben zich circa 500nC Angelen gesetteld. Mogelijk is een deel van hen afkomstig uit Noordwijk bij Leiden.
** Zuid Holland, ASA, PgBrit (Worcester), TEHA

Noordzee: > Noordzeeland, Zeespiegel, annex

Noordzeeland:
Betreft het gebied tussen het Continent van NW Europa en Groot Brittannië. Vaak het Continentaal Plat genoemd. In 40.000 vC zijn NW Europa en Brittannia nog met elkaar verbonden. Het is een groot en droog steppegebied, waardoorheen de Rijn en Thames stromen en ergens in het noorden samenvloeien en uitmonden in de Atlantische Oceaan nabij Noorwegen. In afgelopen tijden zijn vele archeologische vondsten gedaan door visserschepen in het gebied. O.a. potscherven, die afkomstig kunnen zijn van schepen, maar ook van oorspronkelijke bewoning. Ook zijn vele fossiele botresten gevonden uit het einde van het Pleistoceen (tot 9500 vC). Zo leefden er kennelijk wolharige mammoets van 3.5 meter hoog, reuzenherten, wisenten, wilde paarden en hyena's. In het gebied wonen ook Neandertalers zoals in 2009 blijkt uit de vondst in de Zeeuwse waters van een zo typerend wenkbrouwboog van een Neanderthaler. Daarnaast is er de vondst van een hertegewei met sporen van bewerking. Dat duidt dus op bewoning door mensen. In 9000-3000vC ontstaat de Noordzee door het stijgen van de zeespiegel vanwege het smelten van grote ijsmassa's na de Laatste IJstijd (2miljoen-10.000VC). Brittannia wordt daardoor geleidelijk gescheiden van het Continent. Over het hele gebied is verder nog weinig bekend. Archeologen staan te trappelen van nieuwsgierigheid en zijn bezig Noordzeeland verder te onderzoeken. Plan is om een vitrine te plaatsen in infocentrum FutureLand op de Maasvlaakte, aan de Europaweg 902 3199 LC te Rotterdam. Daarin komen de meest gave en interessante archeologische vondsten.
# De Telegraaf 31.10.2009, DAB, KBG

Norg: NB Zwartdijkster Schans > Vestingsteden
Normen: > NEW
Normen en Waarden: > NEW

Notaris:
()A awritan (schrijven, copiëren), lettre, letter, lettere, littere (letter, brief, oorkonde, acte, e.d.), scrifan (schrijven), scrifere (schrijver, notulist, notaris), seagal (zegel), seagalan (ww zegelen), sedel (cedule, lijst, schriftelijke verklaring)

Nott:
De naam Nott lijkt een mansnaam van Anglische oorsprong. De Nederlands mansnaam Nout lijkt daarvan afgeleid. Ze komt ook voor als familienaam in Engeland en in de Nederlandse familienaam Notten.
** Notten, PgBrit/Nott, Nottingham

Notten:
Familienaam afkomstig uit Zuid Limburg in Nederland. Limburg wordt sinds circa 400nC bevolkt door Angelen uit Gelderland. De naam Notten lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Nott (mansnaam) + tun (tuin, omheining, omheinde grond, erf, nederzetting). Dus: de nederzetting van Nott. Deze Nott zal een pater familias zijn geweest van een groep mensen die ter plekke woonden.
** Nott, PgBrit/Nottingham

Notter:
Buurtschap in Wierden/Twente. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. (> ASA) De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch nut (noot) + tere (boom). Derhalve: Noteboom. Er zal daar dus ooit een noteboom kunnen hebben gestaan.
¶ In Cornwall (ZW Engeland) ligt het gehucht Notter, ooit ook geschreven als Nutter. Mogelijk is deze regio ergens in 450-550nC bevolkt door Angelen uit Notter bij Wierden omreden van de Grote Natheid in die periode. > MCAB, Grote Natheid

Nova Anglia:
= New England in Virginia, USA
Aldus genoemd in boek van Isaac Newton rond 1602.

NOVL: Noord-Oost Nederlandse Verdedigingslinie
Van oudsher kampt NO Nederland met militaire dreigingen, vooral uit het oosten.
-- 100vC++ Bouw landweren in NO Nederland > Landweren
-- 50nC Angelen bouwen schans Duno bij Heveadorp/Arnhem om Romeinen in de gaten te houden > ARV
-- 150nC Saxen passeren de Elbe nabij Bremen en dringen Angelland binnen. De Angelen bestrijden hen met succes. Daarna wordt een verbond gesloten, bedoeld om samen sterk te staan tegen andere volken. > Angel-Saxen
-- 150nC++ schans Heveskes bij Delfzijl > Heveskes
-- 400nC++ Slavische volken vluchten voor de oprukkende Hunnen en vestigen zich in het land tussen Weichsel en Elbe. Saxen vluchten massaal naar NW Duitsland en NO Nederland. > Volksverhuizingen
-- 400nC++ De Saxen uit NO Duitsland bedreigen Angelland langs de Elbe. Koning Wermund van Angeln maakt zich ernstig zorgen. Zijn beroemde zoon Offa van Angeln voert daarom in 405nC een militaire campagne om Oost Angelland te bevrijden van indringers. Hij verblijft o.a. enige tijd in Coevorden waar hij mogelijk de motte bouwt, die later uitgroeit tot kasteel Coevorden. > Offa van Angeln
-- 405nC++ Motte Coevorden in Coevorden tegen de Saxen > Coevorden
-- 498nC++ De bouw en renovatie van motten in Coevorden, Gees en Ootmarsum lijken te duiden dat de Angelen een Saxische invasie vrezen door de massamigratie van Angelen naar Brittannia. Daardoor raakte het land deels ontvolkt en verzwakt. > Motte, M35, NOVL
-- 700nC++ Motte Bergvrede in Ootmarsum bolwerk tegen de Saxen > Ootmarsum
-- 770nC++ Porta Westfalica fungeert als centraal vergaderplek van de Saxen. De regio ligt bij Minden, halfweg tussen Osnabruck en Hannover, daar waar de Wezer het Wezergebergte doorsnijdt. Deze regio is oorspronkelijk Anglisch gebied, dat rond 250vC is bevolkt door Angelen uit Lunenburg. De Saxen hebben zich daar rond 770nC gesetteld vanuit hun woongebied in NO Duitsland en Polen.
-- 780nC++ Saxen veroveren de Groninger Ommelanden en Dokkum > Ludger
-- 880nC++ Oost Angle onderdeel Oost Francia (= Duitsland)
-- 911-1300 Oost Angle onderdeel Saxisch Rijk
-- 1100-1400 De graven van Gelre bouwen versterkingen langs de grens met Sticht Utrecht. O.a. burcht Kernhem te Kernhem. > Kernhem
¶ De "Hottinger Atlas van Noord en Oost Nederland" is in 1773-1794 samengesteld door militaire kartografen. (> HTN) Wie de atlas bestudeert, ziet al gauw dat ze alleen gedetaillerde kaarten bevat van alle gebieden in Groningen, Drente, Overijssel en Geldraland, gelegen langs de grens met Duitsland (Pruisen). Kennelijk is men in die tijd bevreesd voor militaire acties uit die richting, zoals eerder in:
-- 1665-65 ivm oorlogsdaden van Christoph Bernhard van Galen, vorst-bisschop van Munster
-- 1672 ivm het rampjaar 1672
-- 1786 ivm Pruisische campagne in Nederland vanwege prinses Wilhelmina van Pruisen
¶ Vanwege het continue gevaar van binnendringde Saxen bouwen de Angelen in de loop van de tijd diverse bolwerken langs of nabij de grens met Saxenland. Later wordt deze taak overgenomen door de staat der Nederlanden. Zo ontstaan de volgende bolwerken:
-- Oude Schans (Gro)
-- Nieuwe Schans (Gro)
-- Boertange (Gro)
-- Coevorden (Drt) > Coevorden
-- Bergvrede (Twente) > Ootmarsum
-- De Schans (Groenlo)
-- Zevenaar (Liemers)
** ASV2, West Angle, Landweren, Waakposten, Burchten, Vestingen, Coevorden

Nuchterheid: (NCH:)
()A nocter (nuchter), nocternis (nuchterheid)
¶ Onder nuchterheid wordt verstaan: zakelijkheid, verstandige kalmheid. (#K&E) Uit het navolgende kan worden afgeleid dat de Anglische cultuur zich lijkt te kenmerken door een zekere mate van nuchterheid.
280nC++: Arianisme: Christelijke leer afkomstig van Arius (250-336nC) te Constantinopel. Hij verkondigt de leer dat God de Oerbron is van alles en dat derhalve Jezus en de Heilige Geest ondergeschikt zijn aan Hem. Deze leer wordt in 381nC door het Vaticaan verworpen. Het Arianisme blijft echter nadien langdurig en krachtig bestaan onder de Germaanse volken, die daarin sterk hun eigenheid beleven. De configuratie 1-2 van symbolen op munten en heraldische wapens van Angelen is mogelijk een expressie van deze zgn triniteitsleer. > Arianisme, Trilogie
360nC: De Gotische leider Fritigern (c 330-390) bekeert zich rond 360nC tot het Arianisme tijdens de regering van de Romeinse keizer Valens (328-378), een aanhanger van het Arianisme. Hierdoor bekeren nagenoeg alle Germaanse stammen zich ook tot het Arianisme.
600nC: Bron WAB/p82 schrijft:

Edwin of Northumbria [586*-633], it will be remembered, agreed to become a Christian if the new faith would give him power to kill his old enemy, the King of Wessex; and Coifi, his High Priest, abandoned the old gods because, as he declared, they had not contributed anaything towards his personal advancement.
Bede (7e eeuw nC) noemt Coifi een primus pontificum, ofwel de hoogste onder de naturale Anglische priesters. > Naturalisme
--- De reactie van Edwin en zijn hogepriester duiden op een zekere nuchterheid die te maken kan hebben met het feit dat de Angelen primair zonaanbidders zijn en derhalve minder belangstelling hebben voor hun goden.
1500nC++: De genoemde nuchterheid van de Angelen en andere Germaanse volken kan een belangrijke reden zijn voor het ontstaan van het Protestantisme in NW Europa. Het Katholicisme is immers gericht op het mystieke. Dat zal bij de nuchterheid van de Angelen en hun naaste verwanten in NW Europa nooit echt aanslaan. Het Protestantisme sluit met zijn meer zakelijke oriëntatie daar kennelijk beter bij aan.
** Karakter

Nutspete:
Mogelijk de oude naam van Midlaren in Groningen. #Quedam/p117

NWGro1589:

          

 
Bovenstaande kaart toont de Anglische gebieden van NW Groningen en NO Friesland rond 1589. I.b. de locaties Aengum (Anjum, Frl), Engwerum (Engwierum, Frl), Engewerdt (Gro), Oldenhoven (Oldehove, Gro) en Nyenhoven (Niehove, Gro). Engewerdt, Oldenhoven en Nyenhoven liggen in Humsterland, dat sinds circa 300vC wordt bewoond door Angelen. Nyenhoven heet oorspronkelijk Suxwort, de oude hoofstad van Humsterland. De locatie Marslac heet later Maarslag.
** Humsterland, Suxwort, Aengum, Engwerum, Engewerdt

Nijbroek:
In de 14e eeuw begint de ontginning van het veengebied Nijbroek op de Veluwe. De graaf van Gelre heeft daartoe opdracht gegeven. Het hele gebied wordt opgedeeld in percelen, die te koop worden aangeboden. De administratie van de verkoop is een 'lijst van ontvangsten aan handwissel vanwege de koop en verkoop van grond'. De rentmeester van de Veluwe maakt deze lijsten op. Op de lijst van 1334-1335 (RAG, HA, ivn 372) komt een groot aantal namen voor, waaronder die van Theodorico de Cranenboergh ofwel Theodorus van Cranenburgh. Letterlijk staat er:

Item a Theodorico de Cranenboergh de vii iugeris et iii hunt emptis erga Johannem Duem.
ofwel:
Idem aan Theodorus van Cranenburgh gedaan 7 juk (morgen) en 3 hont [3/6 morgen] verkocht tegen twee Johannem [muntsoort]
Het gaat om 7 morgen + 3/6 morgen = 7.5 morgen = 6.8 Ha land, gekocht door Theodorus van Cranenburgh voor een bedrag van 2 Johannem = 27 shilling 6 duiten. Het land is in feite een moeras dat ontgonnen moet worden.

Bron GTW (p14-16) schrijft:

Twee grote ontginningen op de Veluwe waren het Olde Broek en het Nije Broek. Graaf Reinold II pakte het voortvarend aan. Op 25 februari [1334*] kwam er een oorkonde waarbij het recht van ontginnen van het Nije Broek werd gegund aan Johanne Veerenbartenssoons en Maarten Willems: ...
...
Een van de punten uit de oorkonde was dat de bewoners van het Nijbroek vrije lieden zouden zijn, en geen andere overheid hoefden te erkennen dan de graaf (hertog) van Gelre. Als hoofd van het richterambt Nijbroek werd een richter (rechter) aangesteld. Deze werd bijgestaan door uit de bevolking gekozen schepenen (raadslieden).
Uit bovenstaande citaat kan men concluderen dat Theodorus van Cranenburgh een vrij man is, die welhaast zeker in Gelderland woont en daardoor dus geen andere overheid hoefde te erkennen dan de graaf van Gelre.
¶ In een artikel De cope-ontginning Nijbroek van G.J. Borger e.a. stellen de schrijvers dat de meeste kopers mensen uit de nabije omgeving zijn, maar dat enkelen van verder gelegen regio's komen. Ze noemen o.a. Hendrik van Elst en op de lijst van 1333-1334 vinden we zelfs een Hendrik van Keulen en een Jacob van Nassouwe. De schrijvers hebben het over herkomstnamen, zodat we mogen veronderstellen dat Hendrik van Elst uit Elst komt, Hendrik van Keulen uit Keulen en Jacob van Nassouwe uit Nassau. Voor die tijd geen geringe afstanden. Op pagina 89 schrijven de auteurs dat historicus Fockema Andreae stelt dat de ontginners afkomstig zijn uit het Hollands-Zeeuwse watergebied (Studiën I. 9) Dat zo zijnde kan Theodorus zijn roots heel goed hebben in Bleiswijk of daaromtrent, waar immers ook grote veengebieden zijn. In dat geval is hij mogelijk een kleinzoon van Bartholomeus II van Wassenaar, stamvader van het geslacht Van Cranenburch Bleyswyck.

Numerologie: (NUM::)
Occulte leer van getallen. Reeds bedreven door de Babyloniërs (1900-1300vC). De Griekse wetenschapper Pythagoras stelde dat alles numeriek uit te drukken is. De praktijk leert dat de numerologie aan vele getallen een symbolische waarde of betekenis toekent.
** Zeven, Acht, Trilogie

 

===