Kranenburgia

English

home - lexicon - links - forum - nieuwsbrief - contact

Anglicana
 

Anglicana (A-B)

Alles over de Angelen. Mensen, taal, cultuur, roots, etc. // Everything about the Anglish. People, language, culture, roots, etc.
 
Tot circa 450 nC wonen de verre voorouders van de Kranenburgs~ uit Bleiswijk in Holland in Angle, een rego in continentaal Noord-West Europa. Zij komen van daar via Engeland en Vlaanderen. // Till about 450 AD the faraway ancestors of the Kranenburgs~ from Bleiswijk in Holland live in Angle, a region in continental North Western Europe. They came from there via England and Flanders.



A::

AAA: Anglische Architectuur in Angelland
Een tocht door Angeln leert dat witte huizen de overhand lijken te hebben. Vooral oude huizen zijn prachtig en gezellig van stijl en vaak afgedekt met donkere rieten daken. Nog oudere huizen hebben vaak ook houten vakwerk en de muren zijn soms geschilderd in mooi oker of wijnrood, soms in zgn ossenbloed, een soort donker rose verf.

Het oudste voorbeeld van Anglische architectuur in Nederland is vooralsnog de Ollie MŲll bij havezathe Plekenpol in Winterswijk. In 1303 wordt deze watermolen genoemd als behorend tot De havesaet Pleckenpol. In 1303 geeft Sweder van Ringenberg de havezathe in achterleen aan Alexander van Creyter met den meul en alle de haren togehorigen stucken. De molen ligt aan een stuw van de Slinge, een rivier die vanuit Duitsland stroomt langs Winterswijk naar Groenlo, Beltrum, etc.
Rechts: het molenhuis (@ foto © TiedLight)
 
 

In het buitengebied van Markelo staat een zeer oude schapenkooi in Anglische stijl (foto rechts; ©). De muren zijn okergeel, de kleur van watul, een mengsel van klei, turf en mest. Dit watul werd gesmeerd op matten van gevlochten wilgetenen waarmee muren werden opgetrokken. (> Watul) Stijl, kleur en materiaal verraden een zeer oude datum. Zo werd in het verre verleden gebouwd. In Engeland staan her en der nog enkele Anglische panden in dezelfde stijl. Zij dateren uit circa 800-900nC. De schaapskooi rechts wordt geschat op circa 1000nC.
 
 

Genoemde bouwstijl is nagenoeg identiek ook te zien in Angeln, Engeland (ib Lake District in Cumbria en ZW Engeland) en langs de NW grens van Neder Saxen. Kantoren, fabrieken en andere panden zijn vaak meer zakelijk van stijl en naar het lijkt minder specifiek Anglisch te noemen. Rechts: een woning te Kappeln in Angeln (1971)
@ foto © BCK
 
Kenmerken
Het is moeilijk om goed te omschrijven wat Anglische architectuur precies inhoudt. Geen enkel kenmerk lijkt dominant te zijn. De Anglische architectuur beperkt zich zover bekend alleen tot hoeven en villa's. Deze zijn voornamelijk te vinden in NO Nederland (> West Angle), Angeln en Engeland (Lake District). De voornaamste kenmerken van de waargenomen architectuur zijn:
- vrij grote panden
- rieten daken
- dak vaak met wolfkap > wolfdaken
- muren: normaal glad, soms met vakwerk van tamelijk rechte balken
- muurkleuren: meestal wit, soms ossebloed (donkerroze; oud), oker (> Watul) of pastel groen, lila of paarsig
- balken: zwart geteerd of geverfd, soms oker; meestal met ruime tussenvlakken
- hoe moderner het pand, hoe minder balken vaak
- driehoekig rookgat in beide daknokken; oorspronkelijk open voor doorlaten rook, na komst van schoorsteen vaak gedicht met driehoekig raamwerk met glas
- schoorsteen bij heel oude vaak aan een buitenmuur
- kozijnen vaak zwart geteerd, later geverfd of oker
- bouwschema: zeer variabel
- stijl: warm, intiem, solide, ruim, enigszins speels met veel variatieruimte
De genoemde kenmerken leveren enorm veel individuele variaties op. Hierdoor lijkt haast geen enkel pand op een ander pand. Alleen in grove lijnen valt enige identiekheid te bespeuren. Dat maakt de Anglische architectuur juist zo boeiend. Geen eenheisworst maar individualiteit!
** Vakwerkbouw, Boerderij, Hallehuis, Los Hoes, Wolfadken, Huizen & Hoeven, West Angle, Ludger (gb 742), Erfgoed, Borne (Meijershof), Suxwort, Plekenpol (Oliemolen), Hijken, Watul, Hones

Aal: > Ael

Aalbos:
In Vaassen (Gld) loopt in het industriegebied een weg genaamd de Aalbosweg. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit West Salland. De naam Aalbos kan derhalve zijn afgeleid van Anglisch ael (altaar) + bus (bos). Mogelijk stond daar dus ooit een ael (aal) in een bos. Temeer omdat de Oude Angelen hun goden vaak vereren in zgn heilige bossen.
** Ael, Goden

Aalburg:
Dorp bij Heusden (NB). Oudst bekende vermelding in 889nC.
¶ De regio wordt rond 450nC bevolkt door Angelen uit de Betuwe. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch ael (altaar) + beorg (berg, hoogte). Aldaar kan derhalve ooit een Anglisch altaar (ael) hebben gestaan. > Ael

Aalden:
Dorp in Midden Drente. Rond 300vC wordt de regio bevolkt door Angelen uit Zuid Groningen. De naam Aalden lijkt derhalve afgeleid van Anglisch ael (offerplaats) + den (dal, vallei). Dus: de offerplaats in/bij het dal.
¶ Tussen Aalden en nabij gelegen Zweeloo ligt het Aeldenerstroomdal, waardoorheen de Aeldenerstroom meandert. De term den betekent in Anglisch dal en komt in vele locatienamen voor in Angelland en Engeland.
Aalder Hooghe is een gebied onder Aalden. De term hooghe lijkt afgeleid van Anglisch haugh (hoogte). Het gebied ligt inderdaad nogal hoog vergeleken met de naaste omgeving. Mogelijk stond hier ooit de ael (offerplaats) van de Angelen.
** Ael, ASA
# FRI, KBG

Aalhorst: Locatie aan de Aalhorsterpad in buitengebied van Dalfsen. > Balder
Aalsbergen: > Didam
Aalshorst: = Aalhorst (ZA)

Aalsum:
Dorp in Noord Groningen circa 1.5 Km noord van Niehove (Suxwort). De regio wordt rond 450vC bevolkt door Angelen uit Fivelingo. De naam Aalsum lijkt derhalve afgeleid van Anglisch ael (altaar, offerplaats) + ham (heem, oord). Dus: het oord bij het altaar.
¶ In Aalsum is een archeologische vondst gedaan bestaande uit een urn met crematieresten en meeverbrande bijgaven, waaronder een benen dobbelsteen en 10 speelschijfjes, alles uit circa 750nC. Aalsum ligt in die tijd in Humsterland, een gebied waar in 400vC-780nC voornamelijk Angelen wonen. Rond 780nC settelen daar ook Saxen uit NW Duitsland. De gevonden artefacten zijn daarom vrijwel zeker uit de Anglische cultuur.
** Ael, Maashees, Crematie, Humsterland, Suxwort, Urnencultuur, Saxen, Liemers
# liemersverleden.nl 13.11.09, DAB, KBG

Aalsvoort:
Regio tussen Lochem en Laren. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch ael (altaar, offerplaats) + ford (voorde). Aldaar stroomde ooit de Berkel. Kennelijk was daar dus een doorwaadbare plaats.
** Ael, ASA, Lochem
# FRI, KBG

Aalten:
Stad in de Achterhoek. Rond 150vC wordt Aalten bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch ael (altaar, offerplaats) + thun (tuin, omheidne grond, erf). Dus: Aelthun = het erf bij de altaar.
Aladna = Aladnaweg in Aalten = AVA Ael (altaar, tempel) + ladna (weg naar). Dus: Aladna = AVA Aelladna = de weg naar het altaar (offerplaats). Dit altaar stond op een hoogte aan de Romienendiek. > Pasop/Aalten
Aalbers: De these dat Aalten is afgeleid van het Anglisch ael (altaar, etc) wordt gesterkt door de familienaam Aalbers, die afkomstig lijkt uit Aalten. Aalbers lijkt namelijk afgeleid van Anglisch ael (altaar, tempel, offerplaats) + bur (buurt) + sun (zoon). Bij de ael zal dus mensen (Angelen) hebben gewoond.
Engeland: De these dat nabij de ael van Aalten Angelen woonden, wordt gesterkt door de Engelandsdijk in Aalten. Dit is een lange zandweg vanaf 't Villeken, gaande door de Aaltense Goor waar hij de Prinsendijk kruist en verder gaat richting de Rieteweg (nabij Harreveld), nagenoeg parallel aan de Romienendijk, waaromtrent de top van de ael ligt. De naam Engelandsdijk betekent dat het gaat om een dijkweg die langs of naar een gebied gaat met de naam Engeland, zijnde land waar Angelen wonen. > Engeland Aalten
Pasopweg: Tussen het gehucht Dale bij Aalten en Lichtenvoorde loop de Pasopweg, vrij zeker een weg naar of langs een zgn pasop = paasberg waar in de Anglische Tijd vaak een altaar staat. Inspectie ter plekke leert dat de Pasopweg een lange zandweg is richting Romienendiek met aan weerszijden vrij grote heidevelden. Deze weg en de aangrenzende omgeving van de weg lopen richting Romienendiek ligt omhoog ten opzichte van de omgeving verderaf. Per saldo lijkt het dus dat we hier inderdaad te maken hebben met een heuvel of hoogte. > Ael, Pasop, Paasberg
550nC: Aalten is rond 550nC al bewoond. Uit die tijd zijn resten gevonden van bewoning en een grafveld. Rond 800nC komen er ook Saxen wonen, afkomstig uit NO Duitsland. De archeologische vondsten uit de 6e eeuw zijn dus vrij zeker afkomstig van de Angelen.
Ahof: In het centrum van Aalten stond vroeger de Ahof, oorspronkelijk genaamd Hof ten Ahave en genoemd in een oorkonde van 1281. De term have in Ahave duidt op Anglische herkomst. Een hoeve heet namelijk in het Saxisch gewoon 'hoeve', maar alleen in het Anglisch 'have' of 'hofe'. De term A in Ahave staat voor Anglisch Aa, dat water betekent. Dus: de hoeve heet oorspronkelijk in het Anglisch Aahave = de have bij het water.
¶ Anno 1900 wordt Ahave afgebroken en komt er hoeve De Pol te staan. Pol is Anglisch voor poel. Daaromtrent ligt/lag dus een poel, hetgeen wordt bevestigd door de voormalige naam Ahave = de have bij het water. De hoeve heeft een wolfdak, hetgeen typerend is voor de Anglische bouwstijl. (> Wolfdaken)
Alton is een dorp in Staffordshire, gelegen circa 9 Km oost van Stoke-on-Trent. De regio is historisch Anglisch gebied. De Angelen hebben zich daar al rond 475nC gesetteld. Aangezien Alton hetzelfde betekent als Aalten, is het zeer goed mogelijk dat de eerste Angelen aldaar afkomstig zijn uit Aalten in de Achterhoek. Het gebeurt namelijk heel vaak dat migranten hun nieuwe woonoord noemen naar de regio van waar ze afkomstig zijn.
** Ael, Pasop (Aalten), ASA, TEHA, Migratiewaarden

Aandoeningen: (AND::)
()A acan (=A aecan), acreseoc (melaats), aecan (hevige pijn lijden), aece (hevige pijn), angwis (kwelling, smart, pijn), ator (=A ittor), attor (=A ittor), bacpine (rugpijn, spit), barcian (blaffen, hoesten), blac dead (zwarte dood = pest), blaer (blaar, witte vlek, kaal), bleg (buil, puist), blindnis (blindheid), blod (bloed), blodan (bloeden), blodinge (bloeding), blodseofa (bloedvloeiÔng, dyaree), bryse (blessure, kwetsing, kneuzing, wond), bucefell (buikloop), bule (buil, bult, deuk), bulgan (rochelen), bulge (blaas, blaar, gezwel), canser (kanker, gezwel), carboncle (dikke puist), cearf (kerf, snee), ceorf (=A cearf), cierman (kermen, roepen, schreeuwen), cohhetan (kuggen), coldfyr (koudvuur, gangreen), colere (buikloop), colic (koliek), coppine (koppijn, hoofdpijn), corn (likdoorn), cotsseoc (koetsziek, kotsmisselijk = mislijkheid door hevig schommelen van een koets door ontbreken van goede vering en door slecht wegdek), cotsseocnis (koetsziekte), cough (kug, hoest), coughan (kuggen, hoesten), cranc (ziek, behoeftig), crancnis (ziekte, zwakte), crunan (ww kreunen), crune (zn kreun), cruning (kreunen, gekreun), cwaccan (kwakkelen), cwacian (beven), cwala (kwaal), deafnis (doofheid), dropa (schurft), draewoncel (zweer), ence (duimbrede wond), fic (fijt = vijgvormige zweer), fit (fijt = zweer), fotyict (voetjicht), gealla (gezwel), gemaedemead (=A mead), gemaedan (=A meadan), gemaednis (=A meadnis), gesnot (gesnotter), geswell (gezwel), gig (jicht; # rugpijn), gran (zn kreun), granan (ww kreunen), gycce (jeuk), gyccean (jeuken), horlefot (horrelvoet), hwosta (hoest), hwostan (ww hoesten), ittor (etter, pus, wondvocht), jocc (jeuk), joccan (jeuken, kriebelen), kytyllan (kietelen, jeuken), lancfel (kramp, koliek, buikpijn), lepra (lepra), lycsem (litteken), mead (gek, dwaas, door), meadan (gek doen), meadcaeppe (dollehoed, gek), meadhod (dollehoed, gek), meadman (gek, dolleman, gekke man), meadnis (gekte, dwaasheid), meadwif (gekke vrouw), meslic (mislijk), mislic (mislijk), misliched (mislijkheid), oferwiht (overgewicht), peste (pest), pine (pijn), pinlic (pijnlijk), pocc (pok, puist), read leap (rode loop, dysenterie), sadolpine (zadelpijn), sar (bn zeer, pijnlijk), saran (zeer doen), sceabb (=A scurf), sceorf (=A scurf), scoref (schurft), scurf (schurft), seoc (ziek), seocnis (ziekte), smittian (besmetten), smitting (besmetting), sneasan (niezen), snot (snot), spitt (spit, rugpijn), spruw (spruw; # mondontsteking), swat (the swat: zweetziekte, pest), swatseocnis (=A swat), swellan (zwellen), swelling (zwelling), sweran (zweren, etteren), suht (zn zucht, ziekte), suhtan (ww zuchten, lijden), suhtor (zuchter, iemand die zucht, zieke), swil (eelt), sygt (=A suht), sygtan (=A suhtan), the swat (=A swatseocnis), tisick (tering, tbc), utsleag (uitslag), wearte (wrat), witcen (# oogaandoening), wund (wond), yict (jicht)
** Pest, Geneeskunde

Aantal: > Hoeveelheid

Aardewerk: (ARW:)
()A aerdwaru (aardewerk), bachus (bakhuis, bakoven), bacchus (=A bachus), bucero (boekero = soort klei voor aardewerk), claeg (klei, leem), crocwyrhta (kruikenmaker, pottenbakker), dryscif (draaischijf), feldofen (veldoven = oven om keramiek te bakken), graepe (grape = aardewerken pot met drie pootjes en twee oren), jarre (pot), ofen (oven), porslin (porcelein), pott (pot, vat, kan), pottere (pottebakker), pottery (pottebakkerij), pottmakere (pottenmaker), pottmakery (pottenmakery), pottman (pottenmaker), slibb (slib, klei voor pottebakken), slibwaru (# aardewerk), stofa (stoof, kachel, oven)
Aardewerk wordt gemaakt van klei. Oorspronklijk gebakken in de hete zon. Later in een veldoven. Vaak bij een bosrand tegen harde wind en neerslag. Het bos levert dan meteen ook hout voor de oven. > Epe
timetable:
6000vC++: mensen maken aardewerk #DWO
3000vC++ Egypte: Dagblad De Telegraaf 4.5.2012 schrijft over een tentoonstelling in het RMO te Leiden (mei-sep 2011): "Op vrijwel elk voorwerp uit het oude Egypte staan bloemen, planten of fruit afgebeeld. Op spiegels, zuilen, vaasjes en zelfs op wapens als als dolken en messen, maar vooral op offertafels, wanden van grafen en mummiekisten staan bloemenkransen en soms complete tuinen."
3000vC++ Pakistan: De stad Mushinsulgaru in Noord Pakistan heeft stenen muren, huizen en watervoorziening. Water uit beken en rivieren wordt geleid naar de stad langs geulen van aardewerk. #BBCWorld 1.2.2014
3000vC++: aardewerk gemaakt in Westerveld/Drente #Arch.Museum/Diever/2014
3000vC++: aardewerk gemaakt in Hardenberg: kommen, bekers en schalen van aardewerk. > Hardenberg
2000vC++: fabricage van urnen > Urnencultuur
660vC++: Etrusken (Midden ItaliŽ) maken eerste gedraaid aardewerk; i.e. aardewerk gemaakt op draaitafel
500vC++: Roderwolde: Wegdorp in NW Drente. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit NO Groningen. (> Roderwolde) De grond bestaat uit hoogwaardige klei van de zgn Formatie van Peelo. Deze klei is al vroeg gebuikt voor het maken van potten.
475vC: potscherven en stukjes houtskool in Epe > Epe
400vC++: veel aardewerk artefacten; deels NO-Nederlandse stijl, deels stijl Midden&Zuid Nederland
- NO Nederland overgangzone tussen Jastorf-cultuur (Elbemonding) en LeTŤne cultuur in Zuid Nederland
300vC-200nC: aardewerkcomplexen uit Achterhoek/ZuidTwente tonen verwantschap met Rivierengebied Zuid Ndl
12vC-50nC: komst Romeinen verandert netwerken (contacten) tussen NO Ndl en Midden en Zuid Ndl
- zgn Fries aardewerk =* Ndl (Anglisch) variant op Elbegermaanse aardewerk
- introductie RijnWezerGermaans [Anglisch] aardewerk (RWA)
- NO Ndl stijlvariant van RWA
0-200nC: culturele relaties tussen Oost en Zuid Ndl minimaal
25nC: boerderijen, huisraad, aardewerk, etc Denekamp > Denekamp
50nC: Angelen leren de draaischijf kennen van de Romeinen, zoals blijkt uit archeologische vondsten in Ede.
100nC: urn van Engbergen/Achterhoek > Engbergen
150-300nC++: gereguleerde contacten tussen Noord [Angelen] en Zuid (Romeinen, Bataven, Franken etc) Nederland
- Rijn/Wezer aardewerk
200nC++: snelle toename culturele relaties tussen Oost en Zuid Ndl
- geen grote rol Romeinse producten
- alleen toename nigra(Romeins)-achtig aardewerk van draaischijf
- toename aardewerkstijlen uit Noord Ndl
250nC++: In Ede (Veldhuizen en Bennekom) zijn gevonden uit de Romeinse Tijd potscherven van inheems en Romeins aardewerk. > Ede
270-450nC: In Voorburg/DenHaag is een crematiepot met crematieresten opgegraven. De pot wordt gedateerd op 275-450nC. Ze toont grote gelijkenissen met Angel-Saxisch aardewerk uit Noord Duitsland en Oost Engeland. In Bremen en omgeving zijn honderden van die potten gevonden. Aangezien Noord Duitsland vůůr 400nC en Oost Engeland na 400nC overwegend zijn bevolkt door Angelen, gaat 't vrij zeker om Anglisch aardewerk zoals o.a. gevonden in Norfolk in 1933-38. De crematiepot en creamtieresten lijken derhalve afkomstig van een Anglische gemeenschap in Voorburg.
275-450nC: resten Anglisch aardewerk in Katwijk/Rijnsburg > Zuid-Holland
300nC: aardewerk dobbelstenen Didam, NieuwWehl en Baard > Dobbelen
300-600nC: De oude haven van Hollingstedt ligt anno 2010 circa 5 Km van het water van de Treene. Lang geleden lag de haven echter nog aan het water. Mogelijk heeft dat te maken met de stijging van het water van de Noordzee in 300-600nC. Daarna trekt het water weer langzaam terug. Uit die tijd zijn ook vele vondsten van aardewerk gedaan, die getuigen van een levendige interregionale handel.

              

Hierboven: Aquarel van ribbelurnen gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. Vijf handgemaakte ribbelurnen in continentaal Anglische stijl rond 300-600nC. De urn met voet rechts heeft drie stippen 1-2 gepaaltst. Dit is het symbool van het Arianisme dat gelooft in God als Oerbron waaruit Jezus en de Heilige Geest zijn voortgekomen. (> Arianisme) De eerste Christenen onder de Angelen zijn van oorsprong aanhangers van het Arianisme. (@ aquarel © BCK/TiedLight)
400nC: beeldje Minerva (Romeinse godin van de wijsheid) + scherven van terra sigialata (Romeins aardewerk) in Wirdum/Groningen > Wirdum
400nC++ In bron OVK (1995) over maten en gewichten in Friesland zegt auteur M.A. Holtman te Kantens:

Laatst was ik in het British Museum. Daar hebben ze een verzameling aardewerk waarvan ze niet eens doorhebben dat het maten zijn! Ik heb toen die conservator aan zijn jasje getrokken en gezegd: hť, dat is een pint, de oermaat van de Angelen. Vijfhonderzeventig milimeter precies. Die maat kom je tegen in Friesland, maar daar heet 't een halfmengel. ... En de magische vijhonderdzeventig milimeter is nog veel verder de wereld over gegaan. Holtman heeft 'm ook gevonden in Zuid-Zweden, het Deense eiland FŲhr en bij Zierikzee. Overtuigend bewijs dat het volk der Angelen eind vierde eeuw in al deze gebieden woonde alvorens naar Engeland af te zakken, meent Holtman. > Pint, MEG
450-1050: aardewerkstijlen onveranderd stabiel
500-600nC: aardewerkcomplexen uit o.a. Zelhem en Deventer tonen nog vele contacten met Midden en Zuid Ndl
- aandeel Rijnlandse importen is hoog
- Hessen-Schortens aardewerk bepaalt grotendeels het beeld
tot 550nC: uitwisselingen tussen NO Nederland en rivierengebied Midden Nederland
600nC++: grote regionalisering stijlgroep in NO Ndl en Munsterland
750nC++: in Mercia/GB zijn gevonden munten en potscherven afkomstig uit Rijnland; ze zijn gedateerd uit de 8e eeuw nC. > Rijnland
750nC++: inlijfing NO Ndl in Frankisch Rijk; hierdoor kogelpot aardewerk
775nC++: veel Badorf aardewerk in Rivierengebied; ook export
800nC++: grote veranderingen door introductie kogelpot
De kogelpot is oorspronklijk zakvormig, later rond. Ze zijn grijs, zwart, bruin of vuilgeel en staan maklijk op het vuur. Kogelpotten worden gemaakt door klei met een plankje te kloppen, zonder draaischijf. #OBA/p19
1050: Oventemperatuur 900 grC. #OBA/p21
1150: In 1974 worden in Arnhem resten gevonden van drie schepen uit de Middeleeuwen. Het derde schip had twee halve boomstammen als zijden, met daartussen drie planken. Het schip was circa 12 meter lang. Het had een schuin voorschot en een recht achterschot. Dergelijke schepen zijn gevonden in Krefeld en Bremen. De inhoud bestond uit potten en potscherven. O.a. een scherf van een kogelpot gedateerd op de 12e eeuw. #OBA/p16
1200-1400: In 1978 zijn in een kelder te Arnhem gevonden: kruiken van steengoed, vetvangers, borden met lobvoeten, olielampjes en trechterbekers. Alles uit de periode 1200-1400 AD. #OBA/p22
1350++: Aardewerk wordt harder en minder poreus dankzij hogere temperaturen in ovens. Van 900 grC (1050) naar 1300 grC (1350). #OBA/p21
** Urnencultuur, Pint
# SDV, KVN, DAB

Aarlo:
820nC: Oudste vermelding van Drente in acte van 820nC waarin Theodgrim zijn erfgoed "in villa qui dicitur Arlo in pago Threant" ofwel het dorp Arlo in de gouw Drente. Hij schenkt dit aan de abdij van Werden. (Oorkondenboek van Groningen en Drenthe No. 3) #DRG/p19, WKPmrt2014
¶ Genoemde Theodgrim is volgens de acte van 820nC de zoon van Aldgrim het erfgoed heeft gekregen van Ricfrid.
¶ Volgens genoemde acte van 820nC staat er in Aarlo een kerk. Daarvan is vooralsnog niets gevonden. Sommige bronnen denken daarom dat met Arlo een andere locatie wordt bedoeld. Mogelijk Vries. Andere bronnen menen dat met Aarlo het huidige Taarlo in Drente wordt bedoeld.
** Taarlo, Tynaarlo, Ten Arlo

ABA: Anglische Broederschap in Angelland
In hoeverre voelden de Angelen in Angelland zich onderling verbonden, hoe werkten ze samen en hoe vochten ze samen tegen hun vijanden?
** ASGA, CABA, LACA, Telecom, EIV, Hengest & Horsa, Redmayne, Broederschap, NOVL

ABR: Anglo-Britse Relaties
btr relaties tussen continentaal Angelland en Brittannia
9000-300vC: Ontstaan Noordzee: Engeland raakt afgescheiden van Continent.
7000vC: Engeland en Continent (Frankrijk, BelgiŽ + Nederland) geologisch nog met elkaar verbonden. Noordzee tussen Schotland, NW Duitsland, Denemarken en Noorwegen. Later ontstaat Het Kanaal door stijging zeespiegel. # VRTtv 2.4.2013
1000vC-100nC: De Kelten zijn een groep volkstammen die in 1000vC-100nC in heel West Europa wonen. Ze komen oorspronkelijk uit de regio Zwitserland, Oostenrijk en Zuid Duitsland. Vandaar verspreiden ze zich in latere eeuwen naar Frankrijk, Spanje, Noord ItaliŽ, de Balkan, Duitsland, Nederland en Brittannia.
200vC: In 2013 zijn in Wetwang (NO Yorkshire) resten gevonden van een buggy: een kar met twee wielen, een boom, een dubbel juk en een verende zitting van leren riemen. De twee wielen hadden spaken en waren gespannen in een yzeren band. Kar, wielen, spaken, as, boom en jukken waren van hout. Ze was bestuurd door een jonge vrouw. De vondst is gedateerd op circa 200vC. De buggy is nagebouwd met materiaal en gereedschap van die tijd. O.a. beitels en zagen. De buggy bleek prima te rijden in het veengebied van NO Yorkshire. Britse archeologen menen daarom dat de kar afkomstig is van het Continent. Echter niet uit Frankrijk waar een gelijksoortige kar is gevonden in de regio Parijs. (# BBC4tv 13.11.2013) Derhalve zal ze vrij zeker afkomstig zijn uit Angelland, waar vele grote veengebieden liggen in die tijd. E.e.a. wijst erop dat de migratie uit Angelland al vroeg op gang komt. Zij het in beperkte mate. > PgBrit/Wetwang
0-300nC: Angelen uit Angelland migreren naar ZW Engeland. > Sol
10nC++: Levendige handel tussen Rijnland, Londen en de rest van Brittannia. O.a. wijn en aardewerk. > Rijnland
100nC: Tubanten uit Twente naar N.Yorkshire ivm bouw Hadrian Wall > Tubanten
100nC++: Winchester bevolkt door Nederlanders en Belgen > PgBrit/Winchester
180-400nC: De Romeinen in Brittannia exploiteren vele belangrijke kolenvelden in dagbouw. De handel in steenkool strekt zich uit tot in heel Engeland en zelfs tot het Rijnland op het Continent. Steenkool wordt gebruikt voor de verwarming van badhuizen en rijke villa's.
430-455 Vortigern: Hoofdman in NO Brittannia. Mogelijk een Anglische vazal van koning Offa van Angeln. > Vortigern
450nC++: De reizen van Hengist en Horsa rond 455nC tussen Angelland en Brittannia zullen gezien de geografische omstandigheden voor een groot deel over de Noordzee zijn gegaan. Hun reizen zullen zeker ook door andere Angelen zijn gemaakt. Gezien de migratiewegen tussen Angelland en Brittannia lijken de Rijn en de Yssel in die tijd al belangrijke schakels te zijn in de migratiewegen naar Brittannia. > TEHA, YTL-Route
450-550nC: Angelen migreren massaal met kielboten naar Brittannia. > Engelandvaarders, Massamigratie, MCAB
750nC++: Handel tussen Mercia/GB en Rijnland. In Mercia zijn gevonden munten en potscherven afkomstig uit Rijnland. Ze zijn gedateerd uit de 8e eeuw nC.
754++: Kerstening Angelland vanuit York > Kerstening
 

1468: In 1468 is Margaretha van York in herberg De Cranenburg te Brugge in Vlaanderen als gast tijdens de ridderspelen bij het huwelijk van Karel de Stoute. Keizer Maximiliaan van Oostenrijk (1459-1519) beleeft er een vernederende tijd in zijn strijd tegen de Vlaamse steden. Tijdens een bittere confrontatie in Brugge verandert de Grote Markt in een vesting en op 1 februari 1488 wordt hij door de Bruggenaren vastgehouden in zijn eigen logement en daarna gevangen gezet in De Cranenburg. Vanuit dit pand aanschouwt hij de terechtstelling van zijn schout Pieter Lanchals.
> PgK-K/Cranenburg Brugge
 
** KBA, Massamigratie

 
ACA: Anglische Cultuur in Angelland
Aangezien:
- de Angelen voortkomen uit de Inglo-Goten > Inglo-Goten
- en de Inglo-Goten voortkomen uit de West Goten
- en de West Goten voortkomen uit de Goten in Noord Polen > Goten
- en de Goten voortkomen uit de Germanen in de OekraÔne
- en de Germanen voortkomen uit de AriŽrs > Germanen
- en de Germanen van 5000-3000vC wonen in Arya-Khwarizm
- en de AriŽrs in 8000-200vC wonen in Arya in Noord PerziŽ > PgGen/AriŽrs
>> lijkt het vrij zeker dat:
- de Germanen hun basiscultuur hebben meegenomen van de AriŽrs
- en de Goten hun basiscultuur hebben meegenomen van de Germanen
- en de West Goten hun basiscultuur hebben meegenomen van de Goten
- en de Inglo-Goten hun basiscultuur hebben meegenomen van de West Goten
- en de Angelen hun basiscultuur hebben meegenomen van de Inglo-Goten
De Angeliche basiscultuur zal derhalve vele kenmerken hebben die te herleiden zijn tot de cultuur van de volken waaruit ze zelf voortkomen. Later moduleren de Angelen hun eigen basiscultuur op grond van de nieuwe ervaringen die ze krijgen in de loop van hun eigen historische ontwikkelingen.
¶ Volgens het boek Getica van Jordanes (ovl 552nC) zijn de Goten aanhangers van het Aryanisme. Dit Aryanisme omvat het gedachtengoed van de AriŽrs. Gezien de democratische en tolerante cultuur van de AriŽrs, lijkt het mogelijk dat deze cultuur via de Goten is meegegeven aan de Angelen. > Aryanisme
¶ De oude Anglische Cultuur is doorgaans simpel en helder. Oorspronkelijk nogal ornamentaal, maar later meer concreet en realistisch. Dat uit zich o.a. in sieraden en tekeningen. Mensen zijn herkenbaar uit het dagelijks leven van vooral boeren en strijders.

 

- 435nC Rechts: relief in steen van koning Offa van Angeln (c 380-456nC). De outfit is kenmerkend voor Anglische krijgers in de periode 500vC-1000nC. I.b. de grima, de speer (lans), de dagga (korte zwaard), de korte strijdbroek en het schild met zonnerad.
 

- 450nC De Anglische cultuur is goed ontwikkeld. Angelen zijn praktisch ingesteld. Ze maken voornamelijk gebruik van dingen die nuttig zijn voor hen en hebben amper interesse voor andere dingen. Hun sieraden, ornamenten, metaalwerk, glaswerk, etc, is eerste klas. Hun kleiding is zeker zo prachtig als die van de Romeinen, en soms zelfs nog mooier. En hun wapens zijn zeker zo goed. Als echter een Romeins concept beter is dan die van henzelf, aarzelen de Angelen niet dat snel over te nemen. Vele archeologische restanten van de Anglische cultuur en techniek in Engeland dateren uit de jaren vlak na de invasie vanuit Angelland. (#WAB/p37-39) Ze tonen dat de Anglische cultuur en techniek in Angelland al op een hoog peil staan.
 

- 600nC Afbeelding rechts: een Anglische boer (Angl: bour) rond 600nC die z'n land inzaait. (@ afb ©) Opmerkelijk is dat hij kennelijk klompen (Angl: clumpan) draagt.
> Klompen
 

 
¶ Een volk met een eigen taal heeft een eigen woordenschat en een eigen gramatica waarmee het de woorden gebruikt om met andere gelijktaligen te communiceren. De woordenschat bestaat uit zeer vele woorden die van generatie op genaratie zijn overgeleverd en aangevuld met nieuwe woorden. De nieuw woorden zijn zelf bedacht vanuit oudere woorden, klanken, verkeerd gebruik, etc. Ook raken vele woorden in onbruik omdat ze niet meer functioneel zijn.
¶ Volgens taalkundigen hebben mensen minimaal 5000 woorden nodig om goed met elkaar te kunnen communiceren. Deze woorden zullen voornamelijk betrekking hebben op dagelijkse dingen: eten, drinken, werken, slapen, gezondheid, familie, kennissen, vijanden, liefde, haat, bedrog, dieren, planten, bomen, het weer, de bodem, water, geboorte, dood, etc. Kortom alles wat betrekking heeft met het dagelijks leven, het bestaan en de paranormale wereld.
¶ Door contacten met anderstaligen leren mensen nieuwe dingen en woorden die ze al dan niet overnemen. Daardoor wordt de eigen woordenschat verrijkt. Het Engels is typisch een taal die van meet af aan zeer adaptief was en steeds de eigen woordenschat uitbreidde met vreemde woorden. De vreemde woorden werden meestal verengelst door een andere uitspraak en meestal ook een andere schrijfwijze. Zodoende is het Engels uitgegroeid tot een wereldtaal, die voor vele andere volken zeer functioneel is. Deze eigenschap van het Engels is mogelijke overgenomen van het oude Anglisch, waaruit het Engels is voortgekomen.
¶ Oer Anglisch is mogelijk de elitetaal geweest van de Inglings uit Zweden, waaruit de Angelen zijn voortgekomen. Nadat de Oer Angelen zich rond 665vC in Haithabu in Angeln hadden gevestigd, ging het Inglings van de Oer Angelen een eigen weg, los van het Zweedse Inglings. Het Oer Anglisch ging zich aanpassen aan de eigen leefwereld en verrijkte de eigen taal met woorden van andere volken met wie ze contact hadden.
¶ Ondanks alle verrijking en veranderingen van de eigen taal en woordenschat zal de taal van een redelijk sterk volk een sterk eigen stabiele kern hebben, waardoor het zich altijd zal onderscheiden van andere talen. Deze stabiele kern zal vele eeuwen trotseren en van generatie op generatie worden overgeleverd.
¶ Wordt een volk duurzaam geconfronteerd met een ander volk, dan zal de eigen taal en die van het andere volk kunnen fuseren tot een nieuwe taal. Desondanks kan de eigen taal nog heel lang op enigerlei wijze voortleven naast de nieuwe fusietaal. Dat kan gebeuren door zgn taalenclaves: gebieden waarin de eigen taal op enigerlei wijze in woord en/of geschrift blijft voortleven. Ook is denkbaar dat de eigen taal herkenbaar wordt opgenomgen in de nieuwe fusietaal. Latere generaties kunnen dan na goede studie de sporen van de oorspronkelijke taal kunnen achterhalen.
¶ Taal is cultuur en cultuur is taal. Wat voor taal geldt, dat geld evenzeer voor alle andere cultuurelementen van een volk. Taal draagt de cultuur en cultuur draagt de taal. Van generatie op generatie worden taal en cultuur onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangepast en doorgegeven. Taal en cultuur zijn daardoor het bindend element van een volk. Ondanks overeenkomsten met andere talen en culturen zal de eigen taal en cultuur een bindend element zijn en blijven.
¶ De Angelen zijn in 500vC-800nC het dominante volk in NO Nederland en NW Duitsland. (> Angelland) Hun taal en cultuur is aldaar dan ook feitelijk de gangbare voertaal en cultuur. Na 800nC komen Saxen en Friezen een rol spelen en na de vorming van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in 1648 ontstaat een soort unificatie van taal en cultuur in Nederland, waardoor taal en cultuur in NO Nederland steeds meer nieuwe invloeden te verwerken krijgt en gaat afwijken van de taal en cultuur vůůr 800nC.
¶ Door alle invloeden van buitenaf zijn taal en cultuur in NO Nederland anno 2010 ogenschijnlijk onherkenbaar veranderd vergeleken met taal en cultuur vůůr 800nC. Dit proces verliep echter in beide richtingen. De algemene Nederlandse taal en cultuur werden door de unificatie op zichzelf ook weer beÔnvloed door taal en cultuur van de gewesten. Zodoende moeten er ook elementen in de Nederlandse taal en cultuur te vinden zijn die afkomstig zijn uit NO Nederland. Belangrijk elementen zijn i.b. liberalisme, archaÔsme en bedrijvigheid die zo kenmerkend zijn voor NO Nederland. Joan Derk van Capellen tot den Poll (18e eeuw) en Rudolph Thorbecke (19e eeuw) zijn daarvan de grote exponenten. Hun gedachtengoed is door hen diepverankerd in de Nederlandse cultuur. Ze lijkt in de verte voort te komen uit diezelfde gedachtengoed van de Anglische adel.
¶ Vele andere elementen van de Anglische taal en cultuur zijn anno 2010 niet zo vlot herkenbaar. Desondanks zijn er nog wegen om delen van de oude Anglische taal en cultuur met enige zekerheid te achterhalen. Oude bronnen geven daar gelukkig toch nog informatie over. Deze bronnen bestaan in bizonder uit oude geschriften, locatienamen, veldnamen, tradities, overleveringen en archeologische vondsten. Door zorgvuldig onderzoek kan men daaruit toch nog vele oude Anglische elementen achterhalen.
¶ In item ATZA wordt geconstateerd t.a.v. streektalen: "Alleen in het Noord-Oosten [van Nederland] heeft het Saksische deel de [Anglische] twee-silbigheid tot heden toe bewaard." Het Saxisch kenmerkt zich echter juist door drie- of meer-silbigheid, vooral door tussenvoeging van e-klanken. Het behoud van de twee-silbigheid is dus te danken aan de relatief sterke aanwezigheid van Angelen zelf aldaar. Uit diverse metingen blijkt dat de Agnglische Factor daar gemidddeld 2.7x groter is dan de Saxische. Maw: In NO Nederland is de Anglische aanwezigheid gemiddeld 2.7x groter dan de Saxische, hetgeen zich kennelijk o.a. uit in een sterke handhaving van de Anglische taaleigenschappen en andere elementen van de Anglische cultuur. (> ang/sax, ATZA)
** Aryanisme, Anglische Identiteit, Anglische Taal, Anglisch Erfgoed, Anglische Architecuur, Rechtspraak, Kunst, Veldnamen, Partnerkeuze, Liberalisme, ArchaÔsme, Normen & Waarden, Schrift, Outfit
# KBG, DAB

Achterhoek: (ACH:)
Regio in noordoost Gelderland, gelegen tussen Twente, de IJssel, de Oude IJssel en Duitsland. Omvat Berkelland, Slingeland en de Graafschap.
250vC++: Achterhoek bevolkt door Angelen uit Twente. > ASA
150vC-800nC: Achterhoek onderdeel van Anglisch Rijk. > Angle, Angelland
300-600nC: De Grote Natheid: Kusten Angelland getroffen door grote natheid. Veel regen en stormen. Veel land loopt onder water of wordt weggespoeld. Vele Angelen vluchten naar hogere grond op de Veluwe, Twente en Drente. Door de grote natheid groeit daar de vegetatie veel te snel en wordt het land nauwelijks bruikbaar voor landbouw en veehouderij. Circa helft van de Angelen migreert daarom naar Brittannia waar de situatie beter lijkt. > P36

ACO: Anglo-Continentale Oorlogen
1297: Hollanders verslaan WestFriezen in Slag bij Vronen. > Vronen
1337-1453: Honderdjarige Oorlog Engeland-Frankrijk Deze oorlog ontstaat door een conflict over een gebied in NW Frankrijk, dat sinds 1154nC tot het Engelse Rijk hoort wegens erfenis. (WP)
1337-1380: Karel V van Frankrijk
1350-1450: Schieringers & Vetkopers:
- Vetkopers komen vooral voor in Groningen, NO Friesland en Ost Friesland.
- Schieringers komen vooral voor in Westergo (Friesland). Zij krijgen vooral steun van Jan van Beieren en Albrecht van Saxen. Ze zijn trouw aan de Saxen en aan Karel V.
1350-1490 Hoekse & Kabeljauwse Twisten in West Nederland. Het is een langdurige periode van oorlog tussen aanhangers van Margaretha van Beieren (Hoeken) en de Hollandse steden (Kabeljauwen). Aanleiding is het jaargeld dat Margaretha de steden opgelegt, nadat zij Holland en Zeeland heeft afgestaan aan haar zoon graaf Willem V (1333-1389). De Hollandse steden vinden de lastenverzwaring onacceptabel en komen daartegen in opstand. De meeste edelen kiezen de kant van Margaretha.
¶ Alijd van Cranenburg kan een Kabeljauw zijn, gezien haar kennelijk goede relatie met hertog Albrecht van Beieren, die tot de Kabeljauwen hoort.
1350-1490: Angelen strijden tegen Friezen en Saxen
1364: Karel V koning van Frankrijk.
1365: Karel V hervat de Honderdjarige Oorlog tegen Engeland
1453: Fransen heroveren verloren land.
1453: Einde Honderjarige Oorlog. Geen vredesverdrag.
** HACV, HJO, Ontangeling

Acht:
Het getal acht wordt in de numerologie beschouwd als symbool voor het kosmisch evewicht. Zoals in de acht windrichtingen van het kompas. HinduÔsme en Boeddhisme beschouwen de acht als symbool van de volmaaktheid. Hindugod Vishnu heeft acht armen. Het Boeddhisme ziet acht als de acht paden naar geestelijke en innerlijke volmaaktheid.
¶ Het Anglisch Rijk lijkt ook de acht te beschouwen als symbool van volmaaktheid. Ze kent zeven gewesten die worden bestuurt door de koning, die heel symbolische een angolstaf in zijn hand houdt. De angolstaf lijkt op een zeven. Tijdens zijn vergadering houdt de koning een angolstaf in de hand, waarmee lijkt gedmonstreerd dat hij de zeven gewesten van zijn rijk stevig in de hand houdt. > Angolstaf


          

400nC: Hierboven: prins Offa van Angeln (links) voor zijn vader koning Wermund op de troon en met de angolstaf in de hand; rechts neemt ene Rigan zwaaiend afscheid. Tafereel uit circa 400nC. (prent c 1200AD bron NHS/p44-45)

ACV: Anglo-Continentale Verhoudingen > HACV

Adel:
()A: adele (aalt, aal = mestvocht), aedel (adel), aedele (adelijk), aegan (bn eigen), aegan (ww bezitten), aethel (adel, edel), aetheldom (adeldom), aethelman (edelman), aethlic (adellijk, edel), aethling (edeling), aetlan (adelijk), aetlan leodum (adelijke lieden), aetlicgan (luieren), agan (bn eigen), agan (ww bezitten), agen (bn eigen), agenere (eigenaar), agendom (eigendom), agenhed (eigenheid), agnian (ww bezitten), ahta (tw acht), ahte (bn echt; >A agan), ahton (ww echten; >A agan), bacheler (jonge edelman), barun (baron, edelman), brego (vorst, koning), burggerefa (burggraaf), cwen (koningin), cyning (koning), deanstman (dienstman, edelman), eahta (tw acht), ealdorman (hoofdeling, bestuurder, leider, edelman), eorl (edelman, vorst, krijgsheer), ethe (ette, edelman), ethel (geboorteland, thuisland), ethel (edel), ethelfraw (edelvrouw = adellijke vrouw), ethelman (edelman = adellijke heer), ethelstol (etstoel, adellijke raad), gerefa (graaf, ordebewaker), hygnis (hoogheid, adel), joncker (jonkheer), jonckfrow (jonkvrouw), jonckhere (jonkheer), kuning (koning), mearcgerefa (markgraaf = graaf van een grensgewest), per (gelijke, weerga, edelman), real (edel), thane (soldaat, dienaar, halfadel), thain (=A thane), thegen (=A thane), tegn (=A thane), yeman (=A yoman), yoman (vrije boer, landeigenaar, hereboer, jonker)
¶ De Anglische koningen en adel in Engeland hebben hun roots in Angle (Angelland) op het Continent. Met hun migratie naar Brittannia nemen ze hun continentale normen en waarden mee naar hun nieuwe homeland en geven daar nieuwe vormen aan. Ivan en Raymond Mitford-Barberton schrijven daarover in hun boek 'The Bowkers of Tharfield':

The Mitfords of Mitford trace their ancestry back to those remote times when the Anglian kingdom of Northumbria was a power in the land; when Oswald, Edwin and Cuthbert were not merely names, but living personages, asserting their power and influence in Church and State and social life. Northumberland is still favoured with not a few families which, like the Mitfords, lay claim to this honourable distinction. The Ridleys, formerly of Willimoteswick, now of Blagdon, the Middletons of Belsay, the Swinburnes of Capheaton, the Crasters of Craster, and probably a few others still represented in the country, though not directly connected with their ancestral properties, are distinguished for their descent from the old Anglian Nobility, who, having "come in" hundreds of years before "the Normans", brought with them, fostered and developed, the fundamental principles of those free institutions which made and have maintained England's greatness.
-700nC: Mannen dragen normaliter kort haar. Alleen adellijke lieden plegen dan lang haar te dragen.
Echtheid: Het woord adel is afgeleid van edel = echt, wat te maken heeft met echtheid i.c. echt eigen bezit. Een edelman is dus oorspronkelijk iemand die echt in bezit is van iets. I.b. woning en grond.
Macht: Door hun bezit werd de adel vaak steeds rijker, welvarender en voornamer. Ze konden zich steeds meer veroorloven op vele gebieden: wonen, mode, onderwijs, cultuur, reizen, etc. Hierdoor kreeg het woord adel steeds meer de betekenis van machtig en voornaam.
Verarming: Door tegenslag en/of wanbeleid raken rijke edelen vaak hun bezit kwijt. Hierdoor ontstond de zgn arme adel.
Spilleleen: Zo noemde men verspilling van bezit door vererfing en leenoverdracht langs vrouwelijke lijn. Hierdoor raakte een adellijk geslacht meestal bezit kwijt. Vererfing langs vrouwelijke lijn leidde onherroepelijk tot een leenovergang naar haar eigen nazaten.
Nominale adel: Door concentratie van bezit en macht werd de groep adellijke bezitters steeds kleiner. Dit werd de nominale adel, de adel met adellijke titels + veel bezit en macht. Deze nominale adel gaat steeds meer de eigen gang en komt daardoor steeds verder te staan van de rest van de samenleving. Hierdoor ontstaan grote spanningen die uiteindelijk leiden tot de Franse Revolutie aan het eind van de 18e eeuw. De adel moet zwaar boeten en raakt haar asociale heerlijke rechten en voorrechten kwijt. De maatschappij kan weer normaal functioneren, ontwikkelen en opbloeien.
Noblesse: In latere tijd krijgt het woord adel meer de betekenis van edel, nobel, beschaafd, ontwikkeld, integer, etc. Een titel die dus kan toekomen aan ieder die daaraan duurzaam voldoet. Dichter Jacob van Maerlant (c 1228-1300) schrijft:
Mine roec, wiene droech of wan,
Daer trouwe ende doghet es an
Ende rene es van seden,
Uut wat lande dat hi ran,
Dats, dien ic der namen an
Van der edelheden ...

ofwel

Mij een zorg, wie droeg of won,
Waar trouw en deugd aan is
en rein is van zeden
uit welk land dat hij kome,
dat is die ik aanneem als
van de edelen ...

1600-1800: Met de term Edele wordt in die tijd iemand van adel bedoeld. (#K&E). Adellijke personen die zelf geen Heer zijn, voeren in de tijd van de Republiek (17e-19e eeuw) de titel Jonkheer of Jonkvrouw. Jonge jonkheren worden aangesproken met Jonker. Jonge jonkvrouwen met Jonkvrouw of Freule. (#WP)
Knighthood: In Groot BrittanniŽ worden mensen die bizondere prestaties hebben geleverd vaak door de vorst in de Knighthood verheven en krijgen ze de titel van Lady of Sir. Deze titel kunnen ze echter weer verliezen bij gebleken wangedrag.
** Echtheid, Anglische Adel, AAD, Koning, Graaf, Burggraaf, Baron, Ridders, Etstoel

Adelaar:
Roofvogel, ondersoort van de Falconidae (Valken). Vaak ook arend genoemd. Oeroud symbool van macht, gerechtigheid en wedergeboorte. Komt in vele culturen voor. O.a. in het oude Egypte, de SoemeriŽrs en de Indianen in Amerika. De adelaar wordt vaak geassocieerd met de zon en geldt verder als symbool voor de oppergod. O.a. Jupiter, Zeus en Ahoera Mazda. Later ook symbool van staatsmacht. Volksymbool van de Goten.

¶ Bij de Angelen is de witte adelaar het symbool van de tribale eenheid en trots.
(> Arwin van Angeln) Rechts: oudste stadszegel van Deventer, gebruikt circa 1000-1100nC. De adelaar heeft de typische vormen van de Anglische adelaar, i.c. links kijkend en de vleugels omlaag.
¶ De regio Deventer wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente en het Vechtdal. De Anglische adelaar in de stadszegel van Deventer uit 1000-1100nC heeft daar vrij zeker mee te maken. Temeer daar de Angelen voortkomen uit de West Goten, die als gezegd de adelaar voeren als stamsymbool. Bovendien is de Anglische aanwezigheid in NO Nederland zeker tot rond 1300nC dominant.

¶ In Engeland komt de adelaar weinig voor als heraldisch symbool. Alleen bij enkele oude geslachten. O.a. Lichtfield en Berkeley. Vaak een adelaar in goud, links gekeerd, op een groen veld met een touwknoop onder de poten. Dit zijn geslachten die vrijwel zeker afstammen van de oudste Anglische koningen.
¶ Later voeren de Angelen in Engeland de witte adelaar met twee koppen, respectievelijk links en rechts kijkend. Dat is o.a. te zien op de borst van de Engelse vaandeldrager van The Red Regiment uit Engeland tijdens een re-enactment van de Slag om Grolle (Groenlo) in 1627. De Hollanders vechten in die jaren samen met geallieerden uit andere Europese landen tegen de Spanjaarden.
** Valk, Aeglesthrep, Heraldiek, Koninkrijk (Wapen), Deventer, TJO
# WP, DAB, KBG
 

Administratie: (ADM:)
()A boc (boek), boccepere (boekhouder), bok (boek), claerc (klerk), cleric (=A claerc), clerc (=A claerc), purs (beurs, portemonee), pursere (administrateur op schip)
** Schrijven

ADR: Anglo-Deense Relaties
- 665 vC Deense koning Ingwi reist naar Angeln vanuit Denemarken. Z'n broer pleegt ondertussen een staatsgreep. Ingwi settelt zich blijvend in Angeln. (> Beginjaar, Ingwi)
- 350 vC Anglisko: Oud Teutoons (400-300vC) voor Engels. (COD) Maw: In die tijd bestaan er al zoveel Angelen dat hun naam wordt genoemd.
- 125 nC Ptolemaeus schrijft dat de Angili (Angelen) wonen tot aan de Rijn.
- 125 nC Angelen en Saxen sluiten verbond in gebied Eems/Elbe.
- Laatste Anglische koningen:
  260-320 Weothulgeot
  290-250 Weaga
  321-381 Wihtlaeg
  356-416 Wermund
  380-456 Offa
  400-477 Angeltheow
  420-489 Eomar
-450-550 Massamigratie Angelen naar Brittannia.
- 551 nC Oudste vermelding van de Denen in het boek 'De oorsprong en daden van de Goten' van de historicus Jordanes, die hen daarin Dani noemt.
- 700 Denen teroriseren Angeln.
- 737 Deense koning Godfried bouwt de Danewirke langs de Eider bij Haithabu.
- 740 Volgens overlevering spreken de mensen van Duinkerken tot Denemarken nagenoeg dezelfde taal. (> Maerland) In Denemarken wordt dan kennelijk een merkbaar andere taal gesproken. Aangezien Denen al sinds 551 nC worden genoemd, zal deze overlevering zeker al sinds de bouw van de Danewirke gelden.
- 800-918 Denen terroriseren Engeland.
- 918 Denen onderworpen door Mercia en Wessex.
- 1000 East-Denum genoemd in gedicht Ingwi op runensteen. (> Ingwi)
- 1150 Koning Waldemar de Grote (1122*-1182) van Denemarken voert wapen: op goud drie kruipende leeuwen in blauw, 1-1-1 geplaatst.
- 1157 Richard I Leeuwenhart van Engeland (1139*-1199) creŽert wapen van Engeland: op rood drie kruipende leeuwen in goud, aankijkend, 1-1-1 gplaatst.
- William Shakespeare (1564-1616) auteur boek Hamlet waarin hij o.a. schrijft: There is something rotten in Denmark.

Op grond van deze gegevens zijn de volgende bevindingen te formuleren:
Het is vreemd dat de Angelen al circa 350 vC bekend zijn (Anglisko) en de Denen (Dani) zover bekend pas in 551 nC voor het eerst worden genoemd in de geschriften. Op grond hiervan kan men veronderstellen dat:
-- Als de Angelen voortkomen uit de Denen, dan zijn de Denen kennelijk in 350vC-551nC een klein en onbeduidend volk. Of:
-- De Angelen zijn niet voortgekomen uit de Denen, maar mogelijk direct uit de Zweden. Het feit dat geel en blauw typische kleuren zijn van zowel de Angelen als van de Zweden, zou deze these kunnen ondersteunen. (> Heraldiek) Mogelijk is Ingwi dan een telg uit het Zweeds koningsgeslacht der Inglings en was hij onderkoning van Zweden met een residentie in Leire op het eiland Seeland in Denemarken. (> Inglings)
-- Mogelijk zijn de Denen later voortgekomen uit de Zweden en zijn Angelen en Denen dus broedervolken. Of:
-- Mogelijk zijn de Denen voortgekomen uit de Angelen, wat ergens rond 300 nC kan zijn gebeurd.
** Coevorden

ae-klank: > Stellingwarf

Aebbingas:
Anglische stam in Engeland, mogelijk wonend in Mercia. Hun naam lijkt afgeleid van Anglisch Aebb (Abb, Ab, Ap; mansnaam) + ing (volk). Mogelijk zijn ze afkomstig uit Coevorden in Oost Drente. De Nederlandse familienaam Abbing lijkt namelijk afkomstig uit Coevorden. Aldaar wonen al sinds 300vC Angelen afkomstig uit Noord Drente. Mogelijk zijn de Aebbingas ergens in 450-550nC gemigreerd naar Brittannia vanwege de langdurige natheid langs de Noordeekust van Angelland op het Continent.
** Coevorden, M35

Aeglesthrep: > Oud Anglisch (citaat uit ASC), PgBrit

Aeiland:
Rond 350 vC kennen de Teutonen de term Anglisko, waarmee ze Anglisch bedoelen. De Teutonen wonen in Noord Duitsland. Aangezien Anglisch betrekking heeft op Angelen, moeten de Angelen zijn in die tijd in die tijd dus al een volk zij, dat kennelijk noemenswaardig groot en/of belangrijk is.
¶ Volgens de Inglinga Saga stammen de Angelen af van Ing (Ingwi), de eerste koning van Zweden uit het Huis der Inglings.
¶ In Midden Zweden is een groot grafveld, genaamd Inglinge HŲg, daterend van circa 1500 vC. Daar komen de Inglings kennelijk vandaan.
¶ Volgens andere bronnen is Ingwi een Zweedse koning uit het Huis der Inglings. Ingwi woont in Leire op het eiland Seeland in Denemarken. Circa 665 vC maakt hij een reis met zijn gevolg naar Zuid Denemarken. Als hij weg is uit Leire, pleegt zijn broer een staatsgreep. Ingwi besluit in Zuid Denemarken te blijven, waar hij zich vestigt met zijn gevolg in Haithabu, later Sleswig genaamd.
¶ De saga's die over de Angelen gaan, stammen echter uit de 10e-12e eeuw nC.
¶ De Anglo-Saxon Chronicle (10e-12e eeuw) spreekt over Angles (Angelen), Englum betwix Iotum en Saxum waarmee Angeln moet zijn bedoeld en over Englefield (bij Reading), het veld (gebied) waar Angelen wonen.
¶ In het IJslands is Engels = Enska. Deze taal wordt beschouwd als de meest geconserveerde vorm van het Oer Noors. In het Deens is Engels = Engelsk. Beide talen zijn nauw verwant aan het Anglisch.
¶ Het Engels kent Angles (us: Eendjels), English (us: Inglisch), England (us: Ingland), Englefield (us: Engelvield) en Ingleby (us: Ingelbi). Al deze namen worden al in de oudste Engelse bronnen genoemd. In feite gaat het steeds om Ing-namen behalve bij Angles.
¶ Aangezien het Engels door de eeuwen heen een zeer adaptieve taal is, is het Oer Anglisch dat vrijwel zeker ook geweest. Zo kan het zijn dat de oorspronkelijke Inglings in NW Duitsland de term Angels hebben overgenomen van de Teutonen en hun gebied navenant hebben genoemd volgens de reeks: Ingelund (Zweeds) > Engelund (Anglisch) > Englum (950nC)> Anglum > Angeln.
¶ In feite lijken diverse reeksen van verandering te zijn geweest:
1. Inglings (1500vC) > Anglings (350vC) > Angili (100nC) > Angelen (xx) > Angles (950nC).
2. Inglund (600vC) > Anglund (350vC) > Angeln (xx)
3. Inglund (600vC) > Englund (xx) > Englum (950nC)
4. Inglisk (1500vC) > Anglisko (350vC) > Anglisk (xx) > Anglisch (xx)
5. Inglisk (1500vC) > Englisk (xx) > Aenglisc (500nC)
** Ingland

Aekinga:
Gehucht bij Appelscha in Oost Stellingwarf. De naam lijkt afkomstig van Anglisch Ac (eik; mansnaam) + inga (gehucht, volk van). Gezien de historische migratiestromen kan de regio zijn bevolkt rond 300vC door Angelen uit Groningen.
** Stellingwarf, Groot Hezenland

Ael:
Anglisch ael (oltar, outar) = altaar, offerplaats, tempel. Altaars of tempels stonden meestal op heuvels. Heuveltoppen zijn namelijk bij de naturale Angelen en andere Germanen zeer geliefd voor het vereren van een god, stamvergaderingen en rechtszittingen. Zulke locaties zijn o.a. de Bolderberg in Holten, de Dingselerberg in Markelo, de Herenhul in Engeland bij Beekbergen, Suxwort in Humsterland (Noord Groningen), etc.
¶ Een ael is meestal een hoop grote keien op elkaar gestapeld. Soms lag er ook een platte offersteen, zoals anno 2013 nog bij de kerk in Havelte aan de weg naar Uffelte in Drente.

          

boven: oude ael bij de kerk in Hengevelde/Twente (foto ©)

15nC: Tacitus (# Annales 100nC) over de Varusslag 9nC waarbij de Romeinen zijn verslagen: Het eerste legerkamp van Varus verraadt door de grote omtrek en afmetingen van het hoofdkwartier het werk van drie legioenen. Verderop herkende men de halfverwoeste wal en de ondiepe gracht dat de restanten van het uiteengeslagen leger hier stelling hadden genomen. Midden op de vlakte lagen de gebleekte beenderen van mannen, op de plekken waarheen ze waren gevlucht of weerstand hadden geboden, los verspreid of in hopen. Dichtbij lagen kapotte wapens en kadavers van paarden en ook menselijke schedels die prominent aan boomstammen genageld waren. In de nabij gelegen heilige bossen stonden de altaren van de barbaren, waarop ze de tribunen en de hooggeplaatste centurio's hadden geslacht. #CAV/p86
98nC: Volgens Tacitus zien de Germanen hun goden niet als idolen in menselijke gedaante en vinden ze tempels ongeschikt als woonstee voor hen. Wel offeren ze dieren en soms mensen (krijgsgevangenen) aan Tiwaz of Wodan.
¶ Heiligdommen (o.a. altaars) worden in de Anglische tijd vaak gebouwd op de toppen van heuvels en terpen. Met de kerstening van NO Nederland sinds circa 750nC worden op dezelfde plekken vaak kerken gebouwd. Daarmee pogen de christenen de naturale Angelen de wind uit de zeilen te nemen. > Heuvels, Naturalisme, Kerstening
 

¶ Wirdum is een dorp bij Loppersum in NO Groningen. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Oldambt. Het dorp is gebouwd op twee wierden. De NH Kerk ligt op de grootste wierde. Daaromheen ligt het oude dorp. Bij de kerk staan grote stenen van een oude Anglische ael. Op de foto rechts onder de twee grote ramen.
 
Terborg: Op de Paasberg bij Huys Wisch in Terborg (Liemers) zou volgens overlevering in de naturale Anglische tijd (650vC-800nC) een offerplaats hebben gestaan. Vooralsnog is daarvan echter niets terug gevonden. > Terborg
Aalsum: Dorp in Noord Groningen circa 1.5 Km noord van Niehove (Suxwort). De naam Aalsum lijkt afgeleid van Anglisch ael (altaar, offerplaats) + ham (heem, oord). Dus: het oord bij het altaar. (> Aalesum) Aldaar is gevonden een urn met crematieresten en meeverbrande bijgaven, waaronder een benen dobbelsteen en 10 speelschijfjes, alles uit circa 750nC. De gevonden artefacten zijn vrij zeker uit de Anglische cultuur. Bijgaven duiden op crematie van mensen. E.e.a. sterkt de these dat bij een altaar ook crematie van mensen plaats vond. > Crematie
Aelsites: Aalbos/Vaassen (ZA), Aalburg/Heusden, Aalden/Drente (ZA), Aaldonk/Ottersum (Lbg), Aalhorst, Aalpol (> Bolderweg), Aalpolsweg/Holten (> Bolderweg), Aalsbergen/Didam (ZA), Aalshorst/Dalfsen, Aalsum/Gro (ZA), Aalsvoort/Lochem (ZA), Aalswaard/WijkDuurstede, Aalten (ZA), Albergen/Almelo (ZA), Aling (ZA), Elden (ZA), Hengevelde (ZA), Wirdum (ZA)
** Godenverering, Goden, Offers, Offeren, Heuvels, Hemelse Berg, Offerplaatsen, Dingplaatsen, Aalbos/Vaassen, Aalden, Aalhorst, Aalsbergen, Aalsum, Aalsvoort, Aalten, Albergen, Aling, Bolder Holten (Aalpolsweg), Suxwort, Bolderweg, Wirdum, Heiligdommen, Paasberg, Angalisme, Naturalisme, Kerken

Aelfingas:
Anglische stam in Engeland, wonend in Alvingham, NO Lincolnshire. Mogelijk zijn ze afkomstig uit de regio Almelo in Twente. De Nederlandse familienaam Alfing lijkt namelijk afkomstig uit de regio Almelo, dat rond 225vC wordt bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. Mogelijk zijn de Aelfingas ergens in 450-550nC gemigreerd naar Brittannia. In die tijd migreren namelijk circa 4 miljoen Angelen van het Continent naar Brittannia vanwege de langdurige natheid op het Continent.
** Patrilocalisme, M35, Albergen

Aelsop:
= aalberg = hoogte (heuvel) waarop een ael (altaar, tempel) staat. Afgeleid van Anglisch ael (altaar) + sop (top, heuvel, hoogte).
De naam komt nog voor als familienaam Alsop en Alsopp in Engeland en Amerika. Familienamen zijn vaak afgeleid van locatienamen. Dit kan betekenen dat er ergens in Engeland een locatie is of was met de naam Alsop. Vooralsnog is die niet gevonden.
** Ael, Albergen, Pasop, Paasberg

Aenglisc:
Oud Engels (= Anglisch) voor Engels.
COD: Old English (ending about 1150): englisc, aenglisc from Old Teutonic anglisko
** English

Aengum:
Oude naam voor Anjum in NO Friesland, nabij Humsterland. De naam komt als zodanig voor op een kaart van Groningen uit 1589. Gezien de nabijheid van het Anglische gebied Humsterland in NW Groningen en de locaties Engwerum en Engewerdt, zal Aengum vrij zeker oorspronkelijk Aenghum heten, afgeleid van Aengel + hum. Ofwel: de locatie (hum, heem) waar Angelen wonen. Identiek aan Engelum (Frl) en Englum (Gro).
350vC++: Gezien de historische Anglische expansie kunnnen de Angelen zich rond 350vC in Aengum kunnen hebben gevestigd.
** NWGro1589, Expansie, Wynaldum (Wynald van Aengum)

Aengwirden:
Alias Engwirden. Dorp (griet) in Zevenwouden, Friesland.
# AWA

Aesir:
Germaanse mythologie: God van krijgers en oorlog. De naam Aesir is te herleiden tot os (god) en het Oud Indisch asu, wat levensadem betekent.
** Walkuren
# RRA

AFA: Anglische Factor in Angelland
Betreft de numerieke aanwezigheid van Angelen in bepaalde regio/tijd verbanden. In het volgende wordt steeds de Anglische Factor (AF) gemeten, zijnde de mate van Anglische vertegenwoordiging.

- Locaties 2009 Onderstaande locaties in NO Nederland en NW Duitsland doen anno 2009 nog denken aan de Angelen of Saxen. (> Angelland, Saxen)

Angelbeck/OsnabrŁck/NederSaxen
Angelburg/OsnabrŁck/NederSaxen
Angelmodde/Munster/Westfalen
Angelre/Doesburg > Angerlo
Angelsborg/OstFriesland
Angelsloo/Emmen
Engbergen/Gendringen/Achterhoek
Engden/NederSaxen
Engeland(Englandi)/Beekbergen
Engeland/Dalfsen
Engeland/Hardenberg
Engeland/Ruinen
Engelen/DenBosch
Engeler/Veluwe
Engelhuizen/Groenlo
Engelum/Friesland
Engerhave/OstFriesland
Englum/Groningen
Enschede(Engstede)/Twente
Hengeveld/Sinderen/Achterhoek
Hengevelde/Twente
Neder-Saxen/N.Duitsland
Saaksum (Saxum)
Saaksumhuizen (Saxenhuizen/N.Groningen)
Saxenhausen (N.Duitsland)

In totaal zijn er 19 locaties met een verwijzing naar Angelen en 5 met Saxen. De Anglische locaties zijn dus 19/5=3.8x sterker vertegenwoordigd. De Anglische Factor (AF) is dus 3.8x sterker. Ofwel:
>> AF = 3.8/(3.8+1) = 79.2%.

- Verklaring De enige reŽele verklaring voor genoemde nummerieke verhoudingen is dat de Angelen al sinds circa 400vC in Angelland wonen en dat de Saxen zich daar pas sinds circa 775nC (1175 jaar later!) vestigen. De meeste locaties hebben dan al een Anglische naam. De Saxen zijn in de minderheid en zullen zich daar verder zonder problemen bij neergelegd hebben. Temeer daar Angelen en Saxen broedervolken zijn en in 125nC een verbond hebben gesloten.

- ing/ink De uitgang -ing in namen in NO Nederland duidt naar zeggen op Anglische herkomst. Die op -ink daarentegen op Saxische herkomst. Uit onderzoek blijkt dat anno 2009 de ing/h komt circa 2.4x vaker voorkomt dan ink. Ofwel: De Anglische vorm komt 2.4x vaker voor dan de Saxische vorm. Hieruit volgt dat de Anglisch factor in Noord-Oost Nederland 2.4x groter is dan de Saxische factor. Ofwel:
>> AF = 2.4/(2.4+1) = 77.6%
De Anglische wortels lijken dus merkbaar sterker vertegenwoordigd dan de Saxische.
(> ing/ink)

- Bouwstijl In de buurtschap Azelo (Twente) staan anno 2010 de volgende boerderijen:
Braamhaar (S), Dubbelinks (erve; S/W), Dubbelinks (zata; S), Goormeen (W), Graes (W), Grave (W), Have (W), Imker (W), Lamakerij (S), Meijer (W), Morscate (W), Muzebeld (W), Pellerij (S), Peper (S), Veldmeijer (W).
S = Saxische stijl; W = Wolfdak
Boerderij Erve Dubbelink is qua stijl Saxisch, maar heeft een kleine wolfdak. Ze wordt daarom niet meegereknd. Derhalve: Totalen: S = 5; W = 9
>> AF = 9/(9+5) = 64.3%
Wolfdaken zijn typisch voor Anglische architectuur. De Anglische invloed is hier na vele eeuwen dus nog goed merkbaar.

- Migratie In totaal migreren in 400-550nC circa 5 miljoen Angelen naar Engeland. (> Demografie) Bij de Saxen gaat het volgens deskundigen (WKP 4.11.09) om 100.000 tot 200.000 (gem 150.000) migranten naar Engeland. De verhouding ang/sax is hier dus 5000/200 = 20/1
>> AF = 25/(25+1) = 96.2%

- Gemiddeld totaal NO Nederland
totaal generaal AF = 79.2 + 77.6 + 64.3 + 70.6 = 291.7
gemiddelde AF = 291.7/4 = 72.9

gemidddeld is de Anglische factor dus
73/(100-73) = 73/27 = 3x
groter dan de Saxische
Dit resultaat bevestigd in sterke mate de volgende uitspraken van bron WAB/p23-24:
The lands from which the Germanic invaders [in Britain] came lay along those sea-girt shores which pass from Denmark through Schleswig to the Netherlands. To the Romans these tribes had long been known as "Saxons", but actually they belonged to three nations - the Jutes in the north, the Angles in the middle, and the Saxons in the south, while it seems likely that a fourth people, the Frisians from the neighbourhood of Holland, were also involved. Of these peoples the Angles, or English, appear to have been the most powerful; and the comparatively modern term "Anglo-Saxon" may be said to have been designed to indicate that while they all belonged to the tribes loosely described as Saxons, the Anglian element played the most important part in the movement.
- Cultuur In item ATZA wordt geconstateerd t.a.v. streektalen: "Alleen in het Noord-Oosten [van Nederland] heeft het Saksische deel de [Anglische] twee-silbigheid tot heden toe bewaard." Het Saxisch kenmerkt zich echter juist door drie- of meer-silbigheid, vooral door tussenvoeging van e-klanken. Het behoud van de twee-silbigheid in NO Nederland zal derhalve te danken zijn aan de relatief sterke aanwezigheid van Angelen zelf aldaar. Uit genoemde metingen blijkt dat de Agnglische Factor daar gemidddeld 2.7x groter is dan de Saxische. Maw: In NO Nederland is de Anglische aanwezigheid gemiddeld 2.7x groter dan de Saxische, hetgeen zich kennelijk o.a. uit in een sterke handhaving van de Anglische taaleigenschappen en andere elementen van de Anglische cultuur. (> ATZA)

- Tijd De Angelen wonen al sinds circa 400vC in NO Nederland. De Saxen pas sinds circa 775nC. De Angelen wonen dus al ruim 2009+400=2409 jaar in NO Nederland en de Saxen pas 2009-775=1234 jaar. De Angelen wonen dus circa 2x langer in NO Nederland. De Anglische roots zullen dus navenant sterker moeten zijn. Dat de genoemde Anglische factors 3.5x en 2.4x groter dan de Saxische factors, hoeft dus feitelijk niet verbazend te zijn. Opmerkelijk is in dezen dat de verhoudingen ang/sax nagenoeg in de gegeven sectors vrij dicht bij elkaar liggen, hetgeen betekent dat deze metingen betrouwbaar lijken. (> ASV)

- Tabel Onderstaand tabel toont per regio/tijdvak de verhoudingen A:S:O = Angelen : Saxen : OverigeBevolking (Chauken, Franken, Friezen, etc) in Angelland. * = schatting

regio
nw duitsland
no nederland   
nw nederland
zw nederland
zo nederland
vlaanderen
600vC 
5:0:1 
0:0:1
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
250vC 
5:0:1 
2:0:1
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
100nC 
5:0:1 
5:0:1
2:0:1*
1:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
400nC 
5:0:1 
5:0:1
3:0:1*
3:0:1*
3:0:1*
3:0:1*
1000nC 
2:3:1* 
3:1:1
2:1:1*
2:1:1*
2:1:1*
2:0:2*
1500nC 
2:3:1* 
3:1:1
2:1:1*
2:1:1*
2:1:1*
2:0:2*
2000nC
2:3:1*
3:1:1
2:1:1*
2:1:1*
2:1:1*
2:0:2*
 
** Angel-Saxen, Angelland, ang/sax, ing/ink, ASV, Demografie, Saxen, Franken, Friezen, Drente, Varsseveld, West Angle, Versaxing, Verfriezing

 
Afferden:

Afferden/Druten:
Dorp bij Druten in Land van Maas en Waal. Mogelijk gesticht door Angelen, afkomstig uit nabijgelegen Engeler op de Veluwe.
** Engeler, Afferden/Maas

Afferden/Maas:
Dorp aan de Maas, oost van Boxtel. Oorspronkelijk Gelders bezit, maar sinds 1823 deel van Bergen in Limburg. In 1957 schrijft A. Goossens te Afferden:

Tegen het einde van de 3e eeuw [nC] werden de Saksen, door de gebeurtenissen die bijdroegen tot vorming van de Deense staat, gedwongen hun eerste woonplaatsen op het Kimbrische land te verlaten en over de Elbe naar het zuiden te trekken. De stammen die in het binnenland gewoond hebben en niets met scheepvaart te maken hadden, sloegen deze weg in. De Saksen hebben toen Overijssel bevolkt en de Angelen over de IJssel teruggedrongen naar de Maas.
...
Bekend is, dat een zekere vorst Offa in die tijd de leiding had over de Angelsaksen [Angelen]. In Engeland komt de plaatsnaam Offerton voor, ontstaan uit de naam van genoemde vorst - en synoniem met Afferden.
 
Het tegenover Afferden liggende gebied van het voormalige graafschap Cuyk moet ook een Angelsaksische [Anglische] bezetting geweest zijn. Buiten andere verklaringen kan men op het hierboven vermelde Hasserum (?) gebaseerd aannemen, dat Afferden op dezelfde manier is ontstaan uit de Angelsaksisiche [Anglische] naam Offa.
De auteur stelt dus impliciet dat de Angelen vůůr de 3e eeuw nC al in Overijssel wonen. Ze worden echter verdreven door de Saxen richting Maas. Verder noemt hij de de Angel-Saxen als de bezetters van de regio Afferden en het gebied bij Cuyk. Gezien de context moeten dat feitelijk de Angelen zijn. Zij worden immers verdreven door de Saxen en vluchten zuidwaarts naar o.a. Cuyck en Afferden. Verder is het mogelijk dat Offerton is gesticht door latere migratie van Angelen uit Afferden naar die regio in Engeland. Meenemen van plaatsnamen is immers een belangrijk gebuik bij migraties.
Offerton is een suburb van Greater Manchester (Cheshire, Mercia) en omvat de gebieden Bosden Farm, Foggbrook en Offerton Estate. Bron offerton84.freeserve.co.uk 9.10.09 schrijft over Offerton:
Probably the earliest recording of the affairs of Offerton in is the Doomsday Book [1069] under the name Alfretune. The village merged along one of the north - south routes crossing the Mersey by the ford at what is now Tivot Dale. ... The village stretched out along the road and centerde on Offerton Hall, and remained so for many years. The census of 1754 shows:-
   29 families with 129 souls C of E.
   8 families with 32 souls Dissenters
   2 families with 10 souls Quakers

In 1069 heet Offerton dus Alfretune = de tuin (omheind gebied) van Alfred. Alfred is op het Continent al zeker rond de jaartelling een veel voorkomende naam. Afferden zal dus vrijwel zeker eveneens oorspronkelijk Alfredtune heten, welke naam in de daarop volgende eeuwen is verbasterd tot Afferden, analoog aan Offerton, een stad gelegen aan de ZW grens van Manchester, in het oude Mercia, sinds circa 450nC bevolkt door Angelen, mogelijk afkomstig uit NO Yorkshire of van het Continent.
1545: De golfsport lijkt ontstaan in Afferden, dat in 1545 in hertogdom Gelre ligt. Golf lijkt dus niet ontstaan in Schotland, zoals wordt beweerd. Daar wordt golf pas in 1636 beschreven. De Nederlandse humanist en geleerde Pieter van Afferden beschrijft als eerste deze sport, die toen nabij Afferden werd gespeeld. Deze Pieter heeft zijn roots in Afferden. Aldus de Duitse wetenschapper Heiner Gillmeister. Op de golfbaan van Afferden is een buste van Pieter geplaatst. #DeTelegraaf 6.6.2014
** Angel/Maas, Migratiewaarden, TEHA, Doomsday Book, Tuin
# landgoedbleijenbeek.nl 8.10.09, KBG

Afgodsbeelden: (AGB:)
()A weoh (afgodsbeeld)
¶ Afgodsbeelden worden gemaakt om goden te aanbidden, vereren en vragen om bescherming of gunsten.
Credo Anglorum: In de Vaticaanse Codex pal. 577 staat Het Saxische Credo, gedateerd op ergens rond het jaar 795nC. Dit Credo is geschreven in het Latijn en kort daarna vertaald in het Saxisch. Hieronder de Anglische versie:

Fursaeg yu deofol?
Ic fursaeg deofol!
And allu deofolgield?
And Ic fursaeg allu deofolgield!
And allu deofol werces?
And Ic fursaeg allu deofol werces!
And wordes Thunaer and Woden?
And allu weohs the thaem genotas sint?  
Gelief yu in God almehthigan Faeder?
Ic gelief in God almehtigan Faeder!
Gelief yu in Christ, Godes suno?
Ic gelief in Christ, Godes suno!
Gelief yu in halogan gast?
Ic gelief in halogan gast!
Verzaak je de duivel?
Ik verzaak de duivel!
En alle duivelsoffers?
En ik verzaak alle duivelsoffers!
En alle werken van de duivel?
En ik verzaak alle werken van de duivel!
En woorden van Donar en Wodan?
En alle afgoden die hun gezellen zijn?
Geloof je in god, de almachtige Vader?
Ik geloof in god, de almachtige Vader!
Geloof je in Christus, Gods zoon?
Ik geloof in Christus, Gods zoon!
Geloof je in de Heilige Geest?
Ik geloof in de Heilige Geest!
 
Uit deze tekst blijkt dat de christelijke priesters uit die tijd de goden van de Naturale Angelen afschilderen als duivels aan wie de Angelen zgn duivelsoffers geven.
** Naturalisme, Angalisme, Kerstening

AFNA: Anglische familienamen in Angelland
Betreft familienamen die hun roots hebben in Angelland en die gezien hun etymologie of anderszins gerekend moeten worden tot Anglische namen. Vermelding: AVA = afgeleid of afstammend van (exclusief) Anglisch. Vooralsnog zijn de onderstaande namen als zodanig achterhaald. Elke naam kent vaak schrijfvarianten, die eveneens tot de Anglische familienamen gerekend worden. Deze varianten worden hieronder slechts zeer beperkt genoemd.
¶ Anglische familienamen met -ing zijn voor circa 83% gekoppeld aan een mansnaam en voor de resterende 17% aan de woonplek, het beroep (ambacht) of een ander belangrijk kenmerk van de naamdrager. Hieronder: lijst van Nederlandse familienamen. Deze lijst is vooralsnog verre van compleet. # = mogelijke herkomst

Aalbers: AVA ael (altaar, offerplaats) + bur (buurt) + sun (zoon); # Aalten > Aalten
Aalpoel: AVA ael (altaar, offerplaats) + pol (poel, plas); # Voorst > Bolderweg
Aalpol: AVA ael (altaar, offerplaats) + pol (poel, plas); # Lochem > Bolderweg
Abbing: AVA Abb (mansnaam) + ing (volk); # Coevorden > ing/ink
Adeling: AVA aetheling (edeling); # Markelo > Markelo
Aderholt: AVA aedre (adder) + holt (bos); # Uden
Akkerman: AVA acreman (landbouwer); # Groningen
Albergen: (Van) AVA ael (altaar) + beorg (berg); # Albergen/Almelo > Albergen
Aldeweireld: AVA ald (oud) + weyreld (wereld); # Wijchen/Nijmegen
Alfering: AVA Alfere (mansnaam) + ing (volk); # Raalte
Alfing: AVA Alfere (mansnaam) + ing (volk); # Almelo > Aelfingas
Aling: AVA ael (altaar) + ing (volk); # Assen > Aling
Angel: AVA Angle (Angel); # Amsterdam > Angelsloo
Angela: > Angerlo
Angelbeek: (Van) AVA Angel (Angel) + bece (beek); # OsnabrŁck > Angelbeek
Angelbert: > Angelbert
Angele: AVA Angle (Angelland); # Duitsland > Angele, Angle
Angelen: (Van) AVA Angeln; # Angeln, Nieuwegijn > Angeln, Van Angelen
Angelhusen: > Angelhusen
Angelshoven: (Van) AVA Angel (Angel) + hofe (hof); # Kernhem/Ede > Angelhoven
Angeloo: AVA Angle (Angel) + hlow (heuvel, hoogte) > Angelo
Angelou: = Angeloo > Angerlo
Angelov: = Angeloo > Angerlo
Angels: AVA Angle (Angelland)
Angelsen: > Angelsloo
Angelslo: > Angelsloo
Angelsvel: AVA Angel (Angel) + fell (veld) > Angelsvel
Angelveld: AVA Angle (Angel) + feld (veld) > Angelveld
Angely: AVA Angle (Angelland) + ley (laagland) > Angely
Angersen: > Angelsloo
Anholt: (Van) AVA aenholt (herberg, pleisterplaats); # Overbetuwe
Anker: AVA ancor (anker); # Vlist/ZH
Ankersmit: AVA ancor (anker) + smidh (smid); # Bronckhorst
Anxlo: > Angelsloo
Arfman: AVA aerf (erf) + man (man); # Berkelland
Arnhem: (Van) AVA earn (arend) + ham (hem, heem); # Arnhem > Arnhem
Arning: AVA aran (arend) + ing (volk); # Deventer
Asbroek: (Van) AVA aess (es/boom) + broc (broek, drasland) > Asbroek, Beckum
Assing: AVA Aess (mansnaam) + ing (volk van); Hengelo/Ov > Assing
Asveld: AVA aess (es/boom) + feld (veld); # Hengelo/Ov > Asveld
Averbecke: AVA afer (over) + beck (beek); # HofVanTwente
Baer: (Van) AVA baer (baar, puur) > Bahr
Bakhuis: AVA bacchus (achterhuis, bijgebouw); # Twenterand
Balder: AVA bald (bout, flink); # Langedijk/NH > Balder
Balderman: AVA balderman (priester gewijd aan de god Balder); # Veenendaal
Baring: AVA bar (bever) + ing (volk); # Haaksbergen
Barmentloo: AVA baerm (pad) + eand (eind) + loe (laagte); # Hoonte/Neede > Kamp/Neede
Barske: AVA Bars (mansnaam) + ke (klein); # Enschede
Barteling: AVA Bartel (mansnaam) + ing (volk); # Oldenzaal
Basten: (Van) AVA Baes (mansnaam) + tone (tuin, erf); # Venlo
Batting: AVA Bat (mansnaam) + ing (volk); # Veendam
Bats: AVA Bat (mansnaam) + sun (zoon); # Berkelland
Baving: AVA Bafe (mansnaam) + ing (volk); Noorderveld/Drente
Becke: AVA becke (beek); # Almelo
Becker: AVA becke (beek) + re (rode, ontginning); # Montferland
Beckering: AVA becke (beek) + re (rode, ontginning) + ing (volk); # MiddenDrente
Beckhem: (Van) AVA beck (beek) + ham (heem, huis) > Beckum
Beckum: (Van) AVA beck (beek) + ham (heem, huis) > Beckum
Beek: (Van de) AVA bece (beek); # Putten
Beekhuis: AVA bece (beek) + hus (huis); # Epe
Beekman: AVA bece (beek) + man (man); # Apeldoorn
Bekhuis: AVA beck (beek) + hus (huis); # Tubbergen
Bekker: AVA beck (beek) + re (rode, ontginning); # Montferland
Bekking: AVA beck (beek) + ing (volk); # Doetinchem
Bekman: AVA beck (beek) + man (man); # Hardenberg
Bellinge: (Van) AVA bell (belt, bult) + inga (volk); # Aalten
Bellingham: (Van) AVA bell (belt, bult) + ing (volk) + ham (oord); # Vlaanderen
Bellinghave: AVA Bell (belt, bult) + ing (volk) + have (hoeve); # Almelo
Beltman: AVA beald (belt, heuvel) + man (man); # Deventer
Benning: AVA Benn (mansnaam) + ing (volk); # DeWolden/Drente
Bensing: AVA Benn (mansnaam) + sun (zoon) + ing (volk); # Tilburg
Benthem: (Van) AVA benet (bentgras) + ham (heem); # MiddenDrente > Bentheim
Benting: AVA bent (bocht) + ing (volk); # Coevorden
Bentveld: AVA benet (bentgras) + feld (veld); # Leiden
Berculo: AVA Berclowe (Borculo); # Nijkerk
Bereklauw: AVA bere (beer) + clawu (klauw); # Sittard > Barclaw
Berenpas: AVA bere (beer) + pas (pas, smalle doorgang); # Bronckhorst
Berenschot: AVA bere (beer) + scot (schot, schutting); # Apeldoorn
Besling: AVA Bess (mansnaam) + ling (iemand van); # Zutphen
Besseling: AVA Bess (mansnaam) + ling (iemand van); # Bronckhorst
Bessen: (Van) AVA Bess (mansnaam) + sun (zoon); # Epe
Best: AVA betst (best); # Zaanstad
Betting: AVA Bett (mansnaam) + ing (volk); # Aalten/Oostgelre
Beuving: AVA Befe (mansnaam) + ing (volk); # MiddenDrente
Beverborg: (Van) AVA beofor (bever) + burg (burg, burcht); # DeLutte > Beverborg
Beverbroek: (Van) > Beverbroek
Bevere: (De, Van) AVA beofor (bever) > Beverborg
Beveren: (Van) AVA beofor (bever); # Worcester/UK, Beveren/Vld > Beverborg
Bevervoorde: (Van) AVA beofor (bever) + ford (voorde) > Bevervoorde
Beverwijk: (Van) AVA beofor (bever) + wic (wijk); # Groningen/Stad > Beverwijk
Bingham: AVA Bing (mansnaam) + ham (heem) > Bingham
Bischop: AVA biscop (bisschop); # Emmen
Bisschop: AVA biscop (bisschop); # Staphorst
Blanckvoort: (Van) AVA blaenc (blank) + ford (voorde); # Zwolle
Blaecke: AVA blac, blaec (zwart); # Zeeuws Vlaanderen
Bleckenpoel: AVA blac (bleek) + pol (poel); # Winterswijk > Bleckenpoel
Bloem: AVA blom (bloem); # Apeldoorn
Blokhuis: AVA blochus (blokhuis, bolwerk); # Dinkelland
Blom: AVA blom (bloem); # Apeldoorn
Blommestein: AVA blom (bloem) + sten (huis, steenhuis); # Naarden
Bode: AVA boda (bode); # Oudewater/ZH
Boekhoorn: AVA bucc (beuk) + horn (hoorn = hoekland); # Nijmegen
Boerhave: AVA bour (boer) + have (hof) = boerenhofstede; # DeMarne/Gro
Boland: AVA boland (bouwland); # Aalten
Bolder: AVA Bolder (Angl. god); # Montferland > Bolder
Bolderman: AVA Bolder (Angl. god) + man (man); # Veenendaal > Bolderman
Bolding: AVA Bold (mansnaam) + ing (volk); # Westerveld/Drente > Bolding, Markelo
Bolhaar: AVA bol (bol, rond, gebogen) + haera (haar, zandrug); # Enschede
Bolhoeve: AVA bol (bol, rond, geborgen) + hofe (hoeve, hof); # Almelo
Bolhuis: AVA bol (bol, rond, gebogen) + hus (huis); # Groningen/Stad
Bolk: AVA bolc (bolk, soort wijting); # Montferland > Bolk
Bolt: AVA bolt (groot, stevig); # Groningen/Stad
Boot: AVA bot (boot); # DenHaag
Bootsman: AVA botman (bootsman, zeeman); # EdamVolendam
Booy: (de) AVA Boye (mansnaam); # Hoogeveen
Booying: AVA Boye (mansnaam) + ing (volk); # Achterhoek*
Borger: AVA beorger (burger, stedeling); # Dalfsen
Bork: (Ter) AVA borc (borg); # Hoogeveen/DeWolden > Bork
Boshuis: AVA busk (bos) + hus (huis); # DeBilt
Bosman: AVA busk (bos) + man (man); # Enschede
Bosten: AVA bos (bos) + tun (tuin, erf); # Kerkrade
Bosveld: AVA busk (bos) + feld (veld); # Rheden
Boswinkel: AVA busk (bos) + wincel (hoek land); # Hengelo/Ov
Bot: AVA bot (boot); # Vlaardingen
Bottenberg: AVA bot (boot) + baerg (berging, bergplaats); # Kampen
Bouwman: AVA bowman (landbouwer); # Lingewaard, Arnhem
Braakman: AVA braec (braak liggend land); # Hellendoorn
Braam: AVA braem (braam); # Nijmegen
Braamhaar: AVA braem (braam) + haera (haar, zandrug); # Wierden
Brama: AVA braem (braam); # Noordwijkerhout/ZH
Bredeburg: AVA brad (breed) + burg (burg, burcht); # Warffum > Bredeburg
Bredeveld: AVA brad (breed) + feld (veld); # Brummen
Bredevoort: (Van) AVA brad (breed) + ford (voorde); # Bredevoort (ZA)
Breukelen: (Van) AVA bracla (gescheurd weiland); # Breukelen (ZA)
Brink: (Ten, Van der) AVA brink (brink); # Apeldoorn > H12K, PgDix
Brinkman: AVA brink (brink) + man (man); # Dalfsen
Brinkgreve: AVA brink (brink) + gerefa (ordebewaker); # Lochem
Broekhuis: AVA broc (broek, drasland) + hus (huis); # Apeldoorn
Broekman: AVA broc (broek, drasland) + man (man); # Deventer
Broeze: AVA Bruse (mansnaam); # Hellendoorn
Broking: AVA broc (broek, drasland) + ing (volk); # Markelo (ZA)
Brongers: AVA bronc (wildernis, woestenij); # Veendam > Brongers
Bronk: AVA bronc (wildernis, woestenij); # Geldermalsen
Bronkhorst: (Van) AVA bronc (woestland) + hyrst (horst); # Bronkhorst (ZA)
Bronsvoord: AVA Bruns (beek bij Bathmen) + ford (voorde); # Bathmen > Bronsvoord
Brouwer: AVA breowere (brouwer); # Amsterdam
Brugging: AVA brycge (brug) + ing (volk); # Hengelo/TW
Bruning: AVA Brun (mansnaam) + ing (volk); # Enschede
Brunsting: AVA brunst (brand) + ing (volk); # MiddenDrente
Brunsveld: AVA bruns (brons, bronskleurig) + feld (veld); # Lochem > Bruns
Brunt: AVA brunt (strijdkern); # Alphen/Rijn > Brunt
Brunting: AVA brunt (strijdkern) + ing (volk); # Winterswijk
Buckhorst: (Van) AVA bucc (beuk) + hyrst (horst); # Arnhem > Buckhorst
Budding: AVA Budd (mansnaam) + ing (volk); # Veenendaal
Buerham: AVA buer (boer) + ham (heem, huis); #?
Bulder: AVA buld (boud, moedig); # Winschoten
Bult: (Van der) AVA bylt (bult, heuvel); # Enschede
Bulthuis: AVA bylt (bult, heuvel) + hus (huis); # Bedum/Gro
Bulting: AVA bylt (bult, heuvel) + ing (volk); # Drente*
Buning: AVA Bun (mansnaam) + ing (volk); # Hoogeveen
Bunt: AVA Bunt (mansnaam); # NederBetuwe
Bunte: AVA bunta (laagte in heidveld); # Hengelo/Ov
Bunting: AVA Bunt (mansnaam) + ing (volk); # Drente > Bunting
Busker: AVA buscere (bussenmaker); # Vlagtwedde/Gro
Bussing: AVA bus (bos) + ing (volk); # Montferland
Buter: AVA butere (marskramer, handelaar); # Zwolle
Canter: AVA cantere (zanger); # Veghel/NB
Clevering: AVA cliever (klauw); # Appingedam > ing/ink
Coehoorn: AVA coe (koe) + horn (hoorn); # Lemsterland
Coeling: AVA ceol (kuil, groeve) + ing (volk); # Hoogeveen
Coevorden: (Van) AVA coe (koe) + ford (voorde); # Coevorden (ZA)
Coldham: AVA col (koel) + ham (heem, oord); # Kolham (ZA)
Costrop: AVA cos (?) + throp (dorp, landgoed); # Lingewaard
Cottwick: AVA cote (schuilhut) + wick (wijk); # Goor > Cottwick
Clifford: AVA clif (klif) + ford (voorde); # EastAnglia/UK, Apeldoorn
Craenmeer: AVA crane (kraanvogel) + mere (meer); # Horst/Maas
Crandall: > Cranedelle
Crane: AVA crane (kraanvogel); # DenHaag, Rotterdam
Cranedelle: AVA crane (kraanvogel) + dael (dal); # Ruurlo > Krane
Cranenburg: >A Kranenburg
Crommenacker: (Van de) AVA crumm (krom) + acre (akker); # Veghel/NB
Dalling: AVA dael (dal) + ing (volk); # Delfzijl
Dekker: AVA thaecere (dakdekker); # Hoogeveen
Demmer: AVA Demm (mansnaam) + er (iemand van); # Tubbergen
Demming: AVA Demm (mansnaam) + ing (volk); # Aalten
Denning: AVA Denn (mansnaam) + ing (volk); # Enschede
Derking: AVA dork (dolk) + ing (volk); # Beckum/Twente > Derking
Dessing: AVA Thess (mansnaam) + ing (volk); # Gouda
Deuring: AVA Dyr (mansnaam) + ing (volk); # Hunzeland > Deuring
Deurloo: AVA Dyr (mansnaam) + lo (laagte); # Tholen
Dilling: AVA Dill (mansnaam) + ing (volk); # Hunzeland > Dilling
Doeksen: AVA Duce [Doeke] (mansnaam) + sun (zoon); Terschelling
Doevelaar: AVA dufelere (duivenvanger); # Enschede
Dolfing: AVA Thorulf (mansnaam) + ing (volk); # MiddenDrente
Dollekamp: AVA Doll (mansnaam) + caemp (kamp, veld); # HofVanTwente
Dolling: AVA Doll (mansnaam) + ing (volk); # Wichmond* > Dollehoed
Dore: (Van) AVA dore (breed open land) > Fiveldor
Dorman: AVA dore (breed open land) + man (man); Hardenberg
Dorrestein: AVA thorsten (offersteen gewijd aan Donar); # Leusden > Dor
Dorsten: AVA thorsten (offersteen gewijd aan Donrar); # Hardenberg* > Dor
Dost: AVA doste (zandvlakte); # Hunzeland/Drente
Douwes: AVA Daw (mansnaam) + sun (zoon); # Noordenveld/Drente
Draper: AVA drapere (handelaar in kleding en stoffen); # Nijmegen
Driessen: AVA Dris (mansnaam) + sun (zoon); # Venlo
Dunnewind: AVA dune (duin) + wind (wind); # Ommen
Dunning: AVA dun, dune (duin) + ing (volk); # MiddenDrente
Duste: AVA duste (zandvlakte); # Leek/Gro
Dijk: AVA dic (dijk); # Groningen/Stad
Dykhuis: AVA dic (dijk) + hus (huis); # Scheemda
Dijkhuis: AVA dic (dijk) + hus (huis); # Winschoten
Dijkman: AVA dic (dijk) + man (man); # Berkelland
Ebbes: AVA Ebb (mansnaam) + sun (zoon); # Westerveld/Drente
Ebbing: AVA Ebb (mansnaam) + ing (volk); # Montferland > ing/ink
Ebbinge: =A Ebbing; # Groningen
Eefting: AVA ewta (veld met ieven, taxusbomen) + ing (volk); # MidDrente > Eefde
Eibergen: (Van) AVA ey (eiland) + beorg (berg); # Eibergen (ZA)
Ekkel: AVA Aeccel (mansnaam); # Twenterand
Ekkelboom: AVA aeccel (eikel) + beam (boom); # Dinkelland, Enschede
Ekkels: AVA Aeccel (mansnaam) + sun (zoon); # Westerveld/Drente
Eleveld: (Van) AVA elle (els) + feld (veld); # Eleveld/Hunzeland
Elfering: AVA Elfere (mansnaam) + ing (volk); # OostGelre
Elfers: AVA Elfere (mansnaam) + sun (zoon); # HofVanTwente
Ellenbroek: AVA ellebroc (drasland met elzen); # Ellenbroek/Haaksbergen
Ellenkamp: AVA elle (els; # boom) + caemp (kamp, veld); # Bronckhorst
Emming: AVA Emme (Emmen) + ing (volk); # Emmen > Emmen
Enckvort: (Van) AVA eanc (enk) + ford (voorde); # Sevenum
Engelaar: AVA Engel (Angel, Engel) + hlaera (open plek in bos); # Otterlo
Engelaer: AVA= Engelaar; # Otterlo > Engeler
Engeland: (Van) AVA Engle (Angel) + land (land); # Beekbergen > Engeland
Engelbergh: AVA Engle (Angel) + beorg (berg); # Venlo > Engelbergh
Engelbert: AVA Engle (Angel) + beorth (stralend); # Maastricht > Engelbert
Engelberting: AVA Engleberht (Engelbert) + ing (volk); # Oldenzaal
Engelborg: AVA Engle (Angel) + burg (burg, borg); # Garrelsweer/Gro > Engelborg
Engelen: (Van) AVA Engle (Angel); # Heusden > Engelen
Engelenburg (Van); AVA Engle (Angel) + burg (burg); Utrecht/Stad > Engelenburg
Engeler: AVA= Engelaar; # Otterlo > Engeler
Engelfriet: AVA Engle (Angel) + frith (vrede, erf); # Rotterdam
Engelhoven: AVA Engle (Angel) + hofe (hof); # Maastricht > Angelhoven
Engelkes: AVA Engle (Angel) + kas (huis); # Vlagtwedde > Engelkes
Engelman: AVA Engle (Angel) + man (man); # Rotterdam
Engeln: AVA Engle (Angel); # Hengelo/Twente
Engelrode: (Van) AVA Engle (Angel) + roda (rode); # Beusichem/Betuwe > Engelrode
Engels: AVA Englisc (Anglisch, Engels); # Venlo
Engelshoven: AVA Englisc (Anglisch, Engels) + hofe (hof); # Ede > Angelhoven
Engelsman: AVA Englisc (Anglisch, Engels) + man (man); # Groningen/stad
Engler: AVA= Engelaar; # Otterlo > Engeler
Ensing: AVA Eans (mansnaam) + ing (volk); # Emmen
Enting: AVA ? + ing (volk); # Hunzeland
Eppes: AVA Eppe (mansnaam); # Groningen
Eppens: AVA Eppe (mansnaam) + sun (zoon); # Eekwerd/Sappemeer
Epping: AVA Eppe (mansnaam) + ing (volk); # Aalten > Epping
Eshuis: AVA eas (es) + hus (huis); # Twenterand > Aschenhouse
Esman: AVA eas (es) + man (man); # Montferland
Esseling: AVA Eass (mansnaam) + ling (iemand van); # Kampen
Esveld: AVA eas (es) + feld (veld); # Putten
Evers: AVA Eofor (mansnaam) + sun (zoon); # Arnhem
Ewbank: AVA ew (ief, taxus) + benc (bank, hoogte, oever); # Engeland > Iwland
Ewing: AVA Eawin (mansnaam) + ing (volk); # Lansingerland
Ewsum: (Van) AVA ew (ief, taxus) + ham (heem, oord); # NW.Groningen > Ewsum
Fernhout: AVA fearn (varen) + holt (bos); # Hoogeveen
Farwick: AVA faerr (jonge stier) + wic (wijk, veld); # Wierden
Fenwick: AVA fen (veen) + wic (wijk, veld); # Deventer
Fikkers: AVA Ficc (mansnaam) + er (iemand van) + sun (zoon); # Groningen/Stad
Finkers: AVA fincere (vinker = vinkenvanger) + sun (zoon); # Hardenberg
Fivelga: (Van) AVA Fifelgaw (Fivelgouw); # Fivelingo/Gro > Dirk van Fivelga
Fles: AVA fleasc (fles, plas, poel); # Aalten
Foeth: AVA fot (voet); # Barneveld
Fokking: AVA Focc (mansnaam) + ing (volk); # Bronckhorst
Folkerding: AVA Folkerd (mansnaam) + ing (volk)
Foorthuis: AVA ford (voorde) + hus (huis); # Haren/Gro > Fort/Avereest
Fortkamp: AVA ford (voorde) + caemp (kamp); # Tubbergen
Fox: AVA fox (vos); # Dinkelland
Froon: AVA frona (vroon); # Zevenaar
Fukking: AVA Fucc (mansnaam) + ing (volk); # Enschede
Gaal: AVA gale (gaal, zangvogel); # Steenwijkerland
Galling: AVA Gall (mansnaam) + ing (volk); # NW.Duitsland
Gansfort: AVA gos (gans) + ford (voorde); # Groningen* > Gansfort
Ganzeboom: AVA gos (gans) + beam (boom); # Borne/Twente
Ganzevles: AVA gos (gans) + fleasc (plas, poel); # Deventer
Geerling: AVA Gerr (mansnaam) + ling (iemand van); # Rijssen/Holten
Gelting: AVA ? + ing (volk); # Zutphen > Gelting
Gelting: (Von); # Beveroe/Angeln > Gelting
Gerding: AVA Gerth (mansnaam) + ing (volk); # MiddenDrente
Gesing: AVA Gais (mansnaam) + ing (volk); # Haaksbergen > ing/ink
Geuchies: AVA Gygg (mansnaam) + y (-je) + sun (zoon); # Bunschoten
Geugies: AVA Gygg (mansnaam) + y (-je) + sun (zoon); # Coevorden
Gillissen: AVA Gill (mansnaam) + sun (zoon); # Kerkrade
Goering: AVA gor, goer (goor, moeras) + ing (volk); # Haaksbergen
Goorman: AVA gor, goer (goor, drasland) + man (man); # Beltrum > Goorman
Goossen: AVA Gos (mansnaam) + sunu (zoon); # Almelo
Gorsveld: AVA gor (goor, drasland) + feld (veld); # Bentelo > Gorsveld
Gosevoort: AVA gos (gans) + ford (voorde); # Emmen
Gosschalk: AVA gosscaelc (ganzehoeder); # Epe
Gozevoort: = Gosevoort; # Emmen
Graaskamp: AVA graescaemp (stuk grasland, weiland); # Winterswijk > Hones
Greve: AVA gerefa = ordebewaker, graaf; Westland/ZH > Greve
Greven: (Van) AVA graef (graf); # Stadskanaal > Greven
Gringhuis: AVA gring (klein) + hus (huis); # Emmen
Groenhuis: AVA gren (groen) + hus (huis); # Groningen/stad
Groothedde: AVA grut (groot) + hedde (heide); # Haaksbergen > Hedde
Groothuis: AVA grut (groot) + hus (huis); # Tubbergen
Groskamp: AVA gros (gras) + caemp (veld); # Doetinchem
Gunning: AVA Gunn (mansnaam) + ing (volk); # Gouda
Gyming: AVA Gymm (mansnaam) + ing (volk); # Goor
Haak: AVA haecce (haak); # Groningen/Stad
Hagedoorn: AVA hagathorn (hagedoorn; # struik); # Hardenberg
Haggman: AVA hagg (hoogte) + man (man); # Bronckhorts
Hagman: AVA hag (hoogte) + man (man); # Delft
Hake: AVA haecce (haak); # Emmen > Hoeken
Hakvoort: AVA hac (uitgehakt stuk grond) + ford (voorde); # Hackfort/Veluwe (ZA)
Hansen: AVA Hann (mansnaam) + sun (zoon); # Edam
Harding: AVA Hardy (mansnaam) + ing (volk); # Hardingen/Ov > Hardinga
Harkes: AVA Harca (mansnaam) + sun (zoon); # Rijnwoude (Rijnsaterwoude)
Harking: AVA Harca (mansnaam) + ing (volk); # Lochem
Harms: AVA Harman (mansnaam) + sun (zoon); # Emmen
Harper: AVA hearpere (harpist); # Neede/Gld (ZA)
Harpering: AVA hearpere (harpist) + ing (volk); # Oldenzaal > Harperink
Harreveld: (Van) AVA haera (haar, zandrug) + feld (veld); # Harreveld/Gld (ZA)
Harwich: AVA haer (haar, hoogte) + wich (wijk); # Denekamp > Harwich
Harwig: AVA haer (haar, hoogte) + wich (wijk); # Zwolle > Harwich
Hasselo: AVA haessa (kreupelhout) + lo (laagte); # Berkelland
Hassing: AVA Hass (mansnaam) + ing (volk); # Scheemda
Have (Ten, Van der): AVA have (hoeve); # Westerveld/Drente > Have
Haveman: AVA hafe (hoeve) + man (man); # Assen
Haverkamp: AVA haefre (haver) + caemp (kamp, veld); # Nunspeet
Havers: AVA haefre (haver); # Zwolle
Havickhorst: AVA heafoc (havik) + hyrst (horst); # Berkelland > Havickhorst
Havicks: AVA heafoc (havik); # Zaanstad
Heegde: (Ter) AVA heagde (hoogte); # Enschede
Heetman: AVA hede (heide) + man (man); # Lansingland
Hegman: AVA heg (heg) + man (man); # OudeYsselstreek
Heida: AVA haitha, hedde (heide); # Heerenveen
Heideman: AVA hedde (heide) + man (man); # Oldenzaal
Heinen: AVA Hayn (mansnaam) + -an (van); # Bunschoten
Hekman: AVA hec (hek, poortje) + man (man); # Hardenberg
Helvert: AVA hell (helling) + fert (voorde); # Heusden
Helvoort: (Van) AVA hell (helling) + ford (voorde); # Heusden
Hemstede: (Van) AVA ham (heem) + stede (stede); # Ommen > Hemstede
Hengeveld: AVA Angle (Angel) + feld (veld); # Hengevelde/Twente > Hengevelde
Hennevelt: AVA hennfeld (kippenveld); # Utrecht
Hensen: AVA Hen (mansnaam) + sun (zoon); # Veenendaal
Hensing: AVA Hens (mansnaam) + ing (volk); # Leiden
Hesseling: AVA Hessel (mansnaam) + ing (volk); # Montferland > Markelo
Hessing: AVA Hess (mansnaam) + ing (volk); # DenHaag
Hidding: AVA Hidde (mansnaam) + ing (volk); # Emmen/Drente > Markelo
Hilbing: AVA Hilba (mansnaam) + ing (volk); # Coevorden
Hilhorst: AVA hyll (heuvel) + hyrst (horst); # Soest
Hilverts: AVA Hylfred (mansnaam) + s (zoon van); # Stadskanaal
Hissing: AVA Hiss (mansnaam) + ing (volk); # DenHaag
Hoedemaker: AVA hodmakere (hoedemaker); # Lingeweerd/Gld
Hoek: AVA hoc, hoecce (hoek); # Katwijk/Leiden > Hoeken
Hoeke: AVA hoecce (hoek); # Werkendam > Hoeken
Hoekman: AVA hoc (hoek) + man (man); # Zwartwaterland/Ov > Hoekman
Hoenholt: AVA hone (hoen) + holt (hout, bos); # Duiven
Hoetman: AVA hutman (hoornblazer); # Groningen/Prov
Hof: AVA hovet (hof, hoeve); # Emmen
Hol: AVA hol (laagte, gehucht); # Ede
Holman: AVA hol (laagte, gehucht) + man (man); # Noordenveld/Drente
Holt: AVA holt (hout, bos); # Noordenveld/Drente
Holthuis: AVA holt (hout, bos) + hus (huis); # Hengelo/Twente
Holthuysen: AVA holt (hout, bos) + hus (huis); # Venlo
Holtman: AVA holtman (houthandelaar); # Apeldoorn
Holtrop: AVA hol (laagte) + throp (dorp); # Heerenveen
Hondman: AVA hundman (legerkapitein); # Deventer, Oost Veluwe > Hundman
Hooftman: AVA heafdman (legerkapitein); # Boskoop
Hoog: (De) AVA haugh (hoog); # Hoogeveen
Hoonhorst: AVA hoon (hoogte) + hyrst (horst); # Raalte
Horlings: AVA horle (gebogen land) + ing (volk) + s (zoon van); # Groningen/Stad
Horsting: AVA hyrst (horst) + ing (volk); # Montferland
Houtkoper: AVA holtcopere (houtkoper); # N.Holland
Hoving: AVA hyve (hoeve) + ing (volk); # Hunzeland > ing/ink
Hughing: AVA Hugh (mansnaam) + ing (volk); # Hunzeland > Markelo
Huisman: AVA husman (pachter, boer); # Apeldoorn
Hulman: AVA hyll (heuvel) + man (man); # Deventer
Hulstein: AVA hyll (heuvel) + sten (steen); # Ede > Hulstein
Hundman: AVA hundman (legerkapitein); # Groningen, DenHaag > Hundman
Hunteler: AVA huntelere (jager); # Ede > Hunteler
Hus: AVA hus (huis); # Katwijk/ZH
Husing: AVA hus (huis) + ing (volk); # Tubbergen
Hustings: AVA husting (hoogte) + s (volk); # Sittard-Geleen
Huydecoper: AVA hydecopere (huidenkoper); # Utrecht
Iking: AVA Icke (mansnaam) + ing (volk); # Leerdam
Imming: AVA Imme (mansnaam) + ing (volk); # Emmen
Ingwersen: AVA Ingwar (mansnaam) + sun (zoon); # Amsterdam
Isereef: AVA Ise (mansnaam) + reef (smalle strook land); # Zieuwent/AH
Iwema: AVA iw (ijf, taxus) + man (man); # Groningen/Stad > H12F
Iwland: AVA iw (ijf, taxus) + land (land); # Averlo/Deventer > Iwland
Iwsum: (Van) AVA iw (ijf/taxus) + ham (heem); # NW.Groningen
Janning: AVA Jan (mansnaam) + ing (volk); # Wierden
Jebbing: AVA Jebb (mansnaam) + ing (volk); # Zutphen
Jongkind: AVA yong (jong) + cind (kind); # Aalsmeer
Kaatman: AVA caet (kate = kleine hoeve) + man (man); # Brummen
Kalter: AVA caltere (dorpsomroeper); # Kampen
Kamphuis: AVA caemp (veld) + hus (huis); # Dinkelland > Kamphuis
Karhof: AVA Car (mansnaam) + hofe (hoeve); # EdamVolendam
Karreman: AVA carrman (voerman, vervoerder); # Rotterdam
Kars: AVA Car (mansnaam) + sun (zoon); #?
Keen: AVA cene (kien); # Coevorden
Keetman: AVA ceat (keet, hut) + man (man); # Steenwijkerland
Keizer: AVA caesar (sterke man, keizer); # Hengelo/Ov
Kelder: AVA cealdre (kelder); # Hardenberg
Kelderman: AVA cealdre (kelder) + man (man); # Ede
Kemp: AVA caemp (strijder); # Ysselstein
Keuning: AVA cyning (koning); Groningen/Stad
Kieft: (Van der) AVA ceafta (veld met dennebomen); # Putten, Barneveld
Kieling: AVA kyl (kuil) + ing (volk); # NWDuitsland
Kienhuis: AVA cine (geul) + hus (huis); # Dinkelland
Klumper: AVA clumpere (klompenmaker); # Olst-Wijhe
Knegt: AVA cniht (knegt, jongeling); # Emmen
Knoef: AVA cnufe (stuk heideland); # Borne/Twente
Knol: AVA cnolle (heuvel); # Hoogeveen
Knufing: AVA cnufe (stuk heideland) + ing (volk); # Oost Gelre
Koe: (De) AVA coe (koe); # Groningen/Stad
Koeling: AVA ceol (kuil, groeve) + ing (volk); # Bunschoten
Koeman: AVA cuman (koeiendrijver, koopman); # Zaanstad
Koerhuis: AVA cour (koren) + hus (huis); # Raalte
Koerkamp: AVA cour (koren) + caemp (kamp, akker); # Raalte
Koeting: AVA cote (kleine hoeve) + ing (volk); # Markelo (ZA)
Koetsier: AVA cotsere (koetsier); # Epe
Koetsveld: AVA cotsfeld (parkeerplek voor koetsen); # Buren/Tiel
Kokhuis: AVA cochus (kookhuis); # Tubbergen
Kolhoop: AVA colheap (kleihoop om kolen te branden); # Wierden
Kolkert: AVA colc (kolk) + -ert (-ert); # Hengforden > Kolkert
Kolkman: AVA colc (kolk) + man (man); # Deventer, OostGelre
Kollenveld: AVA colle (hoogte, heuvel) + feld (veld); # Almelo
Kolman: AVA colman (groenteboer, kolenbrander); # Hellendoorn
Koning: AVA cyning (koning); # Groningen/Stad
Koolhaas: AVA cole (kool) + hasa (haas); # Haarlemmermeer > Koolhaas
Korput: (Van de, der) AVA cour (koren) + put (put); # Drimmelen/NB
Korteling: AVA ceort (kort) + ling (ling, gesteldheid); # Apeldoorn
Kosse: AVA Coss (mansnaam) + sun (zoon); # Hardenberg
Koster: AVA costere (koster); # Hoogeveen
Krabbe: AVA crabba (krab, krabbeboom); # Enschede
Kranenbroek: (Van) AVA cran (kraanvogel) + broc (broekland); # Boekel/NB > Krane
Kranenburg: (Van) AVA cran (kraanvogel) + burg (burg); # Bleiswijk/ZH > Kranenburg
Krikke: AVA crikke (kleine kreek); # Steenwijkerland
Laak: (Ter, Van der) AVA lace (laak, meer); # Oldenzaal > Zelhem (Lindense Laak)
Laan: (Van der) AVA lane (laan); # Groningen
Laarman: AVA laer (open plek in bos) + man (man); # Hellendoorn
Landford: AVA land (land) + ford (voorde); # Ulft > Landfort
Landing: AVA land (land) + ing (volk); # Markelo (ZA)
Laning: AVA Lann (mansnaam) + ing (volk); HoogezandSappemeer
Landman: AVA landman (plattelander); # Zwolle
Lankhorst: AVA lanc (lang) + hyrst (horst); # Deventer
Lanning: AVA Lann (mansnaam) + ing (volk); # Coevorden
Lans: AVA Lann (mansnaam) + sun (zoon); # Rotterdam
Lansing: AVA Lans (mansnaam) + ing (volk); # Haaksbergen > ing/ink
Lanting: AVA lant (?) + ing (volk); # Emmen
Lebbing: AVA Lebb (mansnaam) + ing (volk); # Bronckhorst
Ledeboer: AVA leada (rivier) + bour (boer); # Deventer
Legebeke: AVA laeg (laag) + bece (beek); # Raalte > Legebeke
Leising: AVA Less (mansnaam) + ing (volk); # Bronckhorst
Lens: AVA Lenn (mansnaam) + s (= sun = zoon); # DenHaag
Lensen: AVA Lenn (mansnaam) + sun (zoon); # DeWolden/Drente
Lensing: AVA Lenn (mansnaam) + ing (volk); # Montferland
Lensveld: AVA Lenn (mansnaam) + feld (veld); # Vlaardingen
Lensvelt: AVA Lenn (mansnaam) + feld (veld); # Werkendam
Lenting: AVA lent (lente) + ing (volk); # Slochteren
Lesterhuis: AVA leaster (laatste) + hus (huis); # Groningen/stad
Leushuis: AVA lyshus (drankhuis, slijterij); # Hengelo/Twente
Leusden: (Van) AVA lys (welig) + dune (duin); # Leusden > Leusden
Leusing: AVA Lyss (mansnaam) + ing (volk); #? > ing/ink
Leusveld: (Van) AVA lys (welig) + feld (veld); # Brummen > Leusveld
Liefting: AVA liafta (liefde) + ing (volk); # Castricum
Lingen: (Van) AVA ?; # OudeKerk/ZH > Lingen
Linning: AVA Linn (mansnaam) + in (volk); # Emmen
Linsen: AVA Linn (mansnaam) + sun (zoon); # Weert/NB
Lintelo: (Van, Te) AVA linta (vlasakker) + loha (hoog gelegen bos); # Lintelo
Linthorst: AVA linta (vlasakker) + hyrst (horst); # Voorst/Gld
Lock: AVA loc (gat, kuil, meer); # Steenwijkerland
Lok: = Lock
Lokhorst: (Van) AVA loc (gat, kuil, meer) + hyrst (horst); # Elburg
Louwers: AVA Law (Louw; mansnaam) + er (van) + sun (zoon); # Veldhoven/Eindhoven
Luding: AVA Lud (mansnaam) + ing (volk) > Markelo
Lunsing: AVA Lunn (mansnaam) + sun (zoon) + ing (volk); # emmen
Luten: AVA Lut (mansnaam) + en (zoon van); # DeWolden/N.Drente
Luth: AVA luth (klein); # Emmen, Groningen
Maatman: AVA maete (weide) + man (man); # Raalte
Mandemaker: AVA mondmakere (mandenmaker); # Apeldoorn
Manning: AVA Mann (mansnaam) + ing (volk); # Stadskanaal
Mansveld: AVA Mans (mansnaam) + (feld) (veld); # Enschede
Marwick: (Van) AVA mar (meer) + wic (wijk, buurt); # Lingewaard
Marwijk: > Marwick
Massop: AVA mase (modder) + sop (berg); # OudeYsselstreek
Mastenbroek: AVA maest (mast) + broc (broek, drasland); # Rotterdam
Mekkering: AVA Mecc (mansnaam) + er (iemand van) + ing (volk); # Groningen/Stad
Mekking: AVA Mecc (mansnaam) + ing (volk); # Ede
Melling: AVA Mell (mansnaam) + ing (volk); # OostGelre
Menning: AVA Menne (mansnaam) + ing (volk); # Montferland
Menreding: AVA Menred (mansnaam) + ing (volk); # Markelo (ZA)
Mensing: AVA Menso (mansnaam) + ing (volk); # Emmen > ing/ink
Menting: AVA Meynt (mansnaam) + ing (volk); # Montferland
Metting: AVA Mett (mansnaam) + ing (volk); # Bellingwedde
Meulenbelt: AVA mylen (molen) + bylt (belt, heuvel); # Dalfsen
Meulenkamp: AVA mylen (molen) + caemp (kamp); # Berkelland
Meulenveld: AVA mylen (molen) + feld (veld); # Berkelland > Meulenveld
Meursing: AVA myrs (moeras) + ing (volk); # Hunzeland/Drente
Munting: AVA Meynt (mansnaam) + ing (volk); # Eemsmond/Groningen
Moerman: AVA morman (veenwerker); # Rotterdam
Molenberg: AVA mylen (molen) + beorg (berg); # Groningen/Stad
Molenaar: AVA mylnere (molenaar); # EdamVolendam
Molling: AVA Moll (mansnaam) + ing (volk); # Hellendoorn
Morsing: AVA mors (moeras) + ing (volk); # HofVanTwente > ing/ink
Morsman: AVA morsman (veenwereker); # Hengelo/Twente
Morskieft: AVA mors (moeras) + ciefta (veld met dennen); # Tubbergen
Moshage: AVA mos (moeras) + haga (haag); # Putten
Mossel: AVA mussel (mossel); # Slochteren
Murk: AVA Myrg (mansnaam); # Ysselstein > Myrgingum
Mussenbroek: (Van) AVA musge (mus) + broc (broek, drasland); # Harfsen > Mussenbroek
Navis: AVA Naef (mansnaam) + is (zoon van); # Aalten
Nederhoed: AVA neothera (neder) + hoda (schuiloord); # Mid.Drente
Nettelhorst: (Van) AVA netele (netel) + hyrst (horst); # Nettelhorst/Lochem (ZA)
Niessen: AVA Niss (mansnaam) + sun (zoon); # Maasbree
Niessing: AVA Niss (mansnaam) + ing (volk); # Groningen/stad
Nieuwboer: AVA niwe (nieuw) + bour (boer); # Stedebrouc/Enkhuizen
Nieuwenburg: AVA niwe (nieuw) + burg (burg, burcht); # DenHaag
Notten: AVA Nott (Nout; mansnaam) + tun (tuin, erf); # Stein/Limburg > Notten
Nysing: AVA Nys (mansnaam) + ing (volk); # DeWolden/Drente
Ockhuysen: AVA ock (eik) + hus (huis); # Wijdemere
Odding: AVA Odd (mansnaam) + ing (volk); # Assen
Oding: AVA Od, Oth (mansnaam) + ing (volk); # Hardenberg
Offerman: AVA offreman = priester belast met beheer offerplaats; # Leiden
Onland: AVA unland (onland = woest land); # Haaksbergen
Oosterhuis: AVA eost (oost) + hus (huis); # GroningenStad
Oosterlee: AVA eost (oost) + hleu (laagte); # Maassluis/ZH
Oosterloo: AVA eost (oost) + hlaw (heuvel); # Mid.Drente
Osseforth: AVA oxa (os) + ford (voorde); # Oxe/Colmschate > Oxevoorde
Ossevoort: AVA oxa (os) + ford (voorde); # Oxe/Colmschate > Oxevoorde
Otten: AVA Oth (mansnaam) + tun (tuin, omheind erf); # Hoogeveen
Oude Kamphuis: AVA old (oud) + caemphus (kamphuis); # Borne/Twente > Oude Kamphuis
Ouwens: AVA Owin (mansnaam) + sun (zoon); # Oss
Overbeek: AVA ofer (over) + bece (beek); # HofVanTwente
Oving: AVA Offa (mansnaam) + ing (volk); # Hunzeland > Oving, Markelo
Oxener: AVA oxener (ossenboer); # Apeldoorn
Oxevoorde: (Van) AVA oxa (os) + ford (voorde); # Oxe/Colmschate > Oxevoorde
Oxfoort: = Oxevoorde
Paagman: AVA paegman (dienstman); # Haren/Gro
Paardekoper: AVA peardcopere (paardekoper); # Rotterdam
Paas: AVA paes (heide); # Barger-Odoorn
Paasman: AVA paes (heide) + man (man); # Dalfsen
Palsenburg: AVA palas (paleis) + burg (burg, borg); # Zutphen > Palsenburg
Paping: AVA paep, pape (steile heuvel) + ing (volk); # Mid.Drente
Pas: (Te) AVA paes (heideveld); # OudeYsselstreek
Paske: (Te) AVA paes (heideveld) + ce (ke, klein); # Aalten
Pasman: AVA paes (heide) + man (man); # Berkelland
Pasop: AVA paes (heideveld) + op (heuvel); # Rijssen/Holten > Pasop
Pasting: AVA paes (heideveld) + ta (groot) + ing (volk); # Hellendoorn
Pavert: (Van der) AVA paverte (stenen plein); # Zevenaar
Peelen: AVA peal (zandhoogte in moeras); # Lingewaard > Paylen
Peet: (Van der) AVA pete (turfveld); # Haarlem
Pelleboer: AVA paell (pelle, schil) + bour (boer); # Kampen
Pellens: AVA Pell (mansnaam) + sun (zoon); # Breda
Pellewever: AVA paell (pelle = soort linnen) + weafere (wever); # Hengelo/Ov
Penning: AVA Penn (mansnaam) + ing (volk); # Vlaardingen
Penterman: AVA Penter (Pinksteren) + man (man); # OostGelre
Pesman: AVA pes (heide) + man (man); # Groningen/Stad
Pessing: AVA Pess (mansnaam) + ing (volk); # Dalfsen
Pestman: AVA peastman (bakker); # Groningen/Stad
Piek: AVA Pic (mansnaam); # Aalten
Pigge: AVA pigge (groot); # Almelo
Piksen: AVA Pic (mansnaam) + sun (zoon); # Hellendoorn
Pin: AVA pinn (smalle strook grond); # Culemborg
Pit: AVA pytt (put); # Steenwijkerland
Plant: AVA plante (plant); # Brummen
Pley: AVA pley (vlakte); # Wierden > Pley
Pleyhuse: AVA pleyhus (speelhuis, theater); # Oldenzaal > Pleyhus
Ploegmaker: AVA plohmakere (ploegmaker); # Oss
Poelgeest: (Van) AVA pol (poel) + geast (geest, geestgrond); # Poelgeest (ZA)
Poelsbroek: AVA pol (poel) + broc (broek, drasland); # DeBilt/Utrecht
Pol: (Van de, der, den) AVA pol (poel); # Emmen, Ede > Pol
Polhout: AVA pol (poel) + holt (hout, bos); # Amersfoort
Polhuis: AVA pol (poel) + hus (huis); # Enschede
Polhuys: AVA pol (poel) + hus (huis); # Rotterdam
Polman: AVA pol (poel) + man (man); # Montferland
Pols: AVA ?; # Rotterdam
Pongers: AVA pongere (ponger, pikanier) + sun (zoon); # Rijssen/Holten
Popping: AVA Popp (mansnaam) + ing (volk); # MiddenDrente
Postel: AVA postel (apostel); # Dinkelland
Pot: AVA Pot (mansnaam); # Veendam
Potman: AVA pottman (schipper); # HofVanTwente
Pots: AVA Pot (mansnaam) + sun (zoon); # Wierden
Pott: AVA pott (# boot); # Bellingwedde
Potter: AVA pottere (pottenbakker); # Winschoten
Preusting: AVA preost (priester) + ing (volk); # Tynaarlo/Gro
Priest: AVA prist (priester); # Waalwijk
Priestering: AVA pristere (priester) + ing (volk); # Zelhem/Gld > Priestering
Priestering/k: AVA pristere (priester) + ing (volk); # Deventer
Pruyst: AVA proyst (priester); # Geertruidenberg
Quickenborne: (Van) AVA cwic (snel) + burna (beek); # Vlaanderen > Quickborn
Raaphorst: (Van) AVA raep (raap) + hyrst (horst); # DenHaag
Rademaker: AVA raedmakere (radmaker; raed = rad, wiel); # Amsterdam
Ramaker: AVA raemekere (ramaker, mastenmaker); # Hardenberg
Ramshorst: AVA rames (bocht) + hyrst (horst); # Nijkerk
Ravenswaay: (Van) AVA hraefn (raaf) + waey (waay, kolk); # Betuwe > Ravenswaay
Reefhuis: AVA reaf (zandvlakte) + hus (huis); # Twenterand
Reining: AVA Ryn (mansnaam) + ing (volk); # Groningen/Stad
Remming: AVA Remm (mansnaam) + ing (volk); # Twenterand
Rengering: AVA Renger (mansnaam) + ing (volk) > Markelo
Rekveld: AVA rec (rook) + feld (veld); # Rekveld/Ommen (ZA)
Reve: AVA reaf (zandvlakte); # Enschede
Riesebos: AVA hrisbusk (rijsebos); # Kampen
Rietdijk: AVA reat (riet) + dic (dijk); # Rotterdam
Rietman: AVA reat (riet) + man (man) = rietboer; # Deventer
Righter: AVA rihter (rechter); # Eemnes
Roenhorst: AVA rune (ruin) + hyrst (horst); # Bronckhorst
Rooks: AVA Roce (mansnaam) + s (sun = zoon); # Ooststellingwerf
Roos: AVA rose (roos; # bloem); # DenHaag
Ross: AVA hros (ros, paard); # Zevenaar
Rossum: (Van) AVA hros (ros, paard) + ham (heem, oord); # WestMaas&Waal
Rotman: AVA routman (soldaat); # Borne/Twente
Rozing: AVA hros (ros, paard) + ing (volk); # BorgerOdoorn > Markelo
Runderkamp: AVA rund (rund) + caemp (kamp, wei); # Edam
Rynberck: (Van) AVA Ryn (Rijn) + beorc (berk); # Rhenen > Engelrode
Saeman: AVA saeman (zeeman); # Hulst/Zeeland
Santegoed: AVA sandgudh (landgoed op zandgrond); # Tilburg
Sandvliet: AVA sand (zand) + fleat (vliet); # Leiden
Sap: AVA saep (sap); # Sappermeer
Scheer: AVA scear (stuk afgescheiden land); # DenHaag
Scheur: (Van der) AVA scyr (stuk afgescheiden land); # Rhenen
Schepop: (Van de) AVA sceap (schaap) + op (heuveltop); # Epe > Schepop
Schierbeek: (Van) AVA scir (helder) + beck (beek); # Hoogezand
Schild: AVA scield (schild); # Sliedrecht, DenHaag
Schipper: AVA scippere (schipper); # Amsterdam, Emmen
Schneider: AVA snidhere (kleermaker); # DenHaag
Schoonwater: AVA scone (schoon, mooi) + waeter (water); # Roozendaal/Arnhem
Schreuder: AVA screadere (schredder, verschrotter); # Groningen, Putten
Schuitenmaker: AVA scutemekere (schuitenmaker); # Amsterdam
Schut: AVA scut (schutting, beschutting, schuilplaats); # Apeldoorn
Schuurman: AVA scure (schuur) + man (man); # Dalfsen
Senhorst: AVA sen (weide) + hyrst (horst); # Zevenaar
Severding: AVA Severd (mansnaam) + ing (volk); # Severdingehus/Meppel
Sicking: AVA Sicga (mansnaam) + ing (volk); # Aalten > Markelo
Sickman: AVA sicman (maaier); # Hardenberg
Silfhout: (Van) AVA Silf (Anglische bosgod) + holt (bos); # Apeldoorn > Silf
Sissing: AVA Siss (mansnaam) + ing (volk); # HoogezandSappemeer
Sissingh: AVA Siss (mansnaam) + ing (volk); # Haren/Gro
Slager: AVA slegere (slachter, slager); # Staphorst
Sleddering: AVA sleddere (sleekoetsier) + ing (volk); # Gelderland
Sleeking: AVA sleac (modderig drasland) + ing (volk); # Amersfoort
Sleeswijk: (Van) AVA Sles (Schlei) + wic (wijk); #Sleswig/NDuitsland
Slegh: AVA slegh (slee, slede); # Zaltbommel
Slingeland: (Van) AVA Slinga (Slinge) + land (land); # Rotterdam > Slingeland
Slinkman: AVA slinc (slenk, geul) + man (man); # Deventer
Smedeman: AVA smidh (smid) + man (man); # Groningen/Stad > H12K
Smid: AVA smidh (smid); # Groningen/Stad
Snakenbroek: AVA snaca (slang) + broc (broek, drasland); # Apeldoorn > Snakenbroek
Snakenburg : (Van) AVA snaca (slang) + burg (burg); # Appingedam > Snakenburg
Snakenvelt: AVA snaca (slang) + feld (veld); #?
Snel: AVA Snel (mansnaam); # Rotterdam
Snelger: AVA Snell (mansnaam) + gar (speer); # Scharmer*
Snellinges: AVA Snell (mansnaam) + ing (volk); # Markelo (ZA)
Soek: AVA sooke (drasland); # Voorburg/ZH
Soering: AVA sour (zandgrond, strand) + ing (volk); # Renkum
Sol: AVA Soll (mansnaam); # Westerveld/Drente
Som: AVA some (zoom, rand); # Aalten
Somhorst: AVA some (zoom, rand) + hyrst (horst); # Haaksbergen
Somsen: AVA Somm (mansnaam) + sun (zoon); # Aalten
Sour: AVA sour (oever); # Hardenberg
Spieker: AVA spicar (schuur, zolder); # OostGelre
Stanneveld: AVA stan (steen) + feld (veld); # Vlagtwedde
Staring: AVA Starr (mansnaam) + ing (volk); # Zevenaar/AH
Steenbrugge: AVA sten (steen) + brigge (brug); # Rheden
Steenkamp: AVA sten (steenweg) + caemp (kamp, veld); # Enschede > Namen
Stegeman: AVA steag (steeg, steg = smal pad) + man (man); # Deventer
Stel: AVA Stel (mansnaam); # Groningen/Stad > Stelling
Stelling AVA Stel (mansnaam) + ing (volk); # Meppel > Stelling
Sticke: AVA sticca (stok); # Beckum (ZA)
Stikker: AVA sticcere (hemdennaaier, borduurder); # Groningen/stad
Stikvoort: AVA sticca (stok) + ford (voorde); # DenHaag
Stoelhorst: AVA stol (stoel, laagte) + hyrst (horst); # Markelo
Stokvis: AVA stoccfisc (stokvis = aan paal gedroogde vis); # Ommen
Stork: AVA storc (ooievaar); # Amsterdam > Stork
Strakenbroek: AVA straek (strak) + broc (broek, drasland); # Zaanstreek*
Strokappe: AVA streaw (stro) + cappe (kap); # Deventer
Strootman: AVA strout (veengrond) + man (man, werker); # Hoogezand
Strubbe: AVA strubba (stronk, kreupelhout); # RodeVenen/Utrecht
Stuivenberg: AVA stufan (stuiven) + beorg (berg); # Enschede
Suir: AVA sur (zuur); # Noordenveld/Drente
Suk: AVA suc (drasland, moeras); # Pekela
Suxworth: AVA suk (zaak) + worth (wierde); # Suxwort (ZA)
Swinderen: (Van) AVA swin (zwijn) + dore (open vlakte); # Swinderen (ZA)
Tak: AVA Taco (mansnaam); Haldeberghe/NB
Tanghe: AVA tanghe (zandrug in nat gebied); # Harderwijk
Telkamp: AVA telcaemp (kweekveld, tuinderij); # Emmen
Temming: AVA Temm (mansnaam) + ing (volk); # Utrecht/Stad
Teeuw: AVA Tew (god van de gerechtigheid); # Sliedrecht
Teeuwen: AVA Tew (mansnaam) + -an (van, horend bij); # Venlo
Teuwen: AVA Tew (mansnaam) + -an (van, horend bij); # Weert/NB
Thesing: AVA Thes (mansnaam) + ing (volk); # Zaanstad > ing/ink
Theuling: AVA ?; # DenBosch
Thissing: AVA This (mansnaam) + ing (volk); # DeWolden/Drente
Thorbecke: AVA Thor (Angl. god) + beck (beek); # Zwolle > Thorbecke
Tibbe: AVA Tibb (mansnaam); # HofVanTwente
Tibben: = zoon van Tibb (=A mansnaam); # Raalte
Trutmans: AVA truht (forel) + man (man) = forelvisser; # Delden
Titsingh: AVA Tit (mansnaam) + sun (zoon) + ing (volk); # Enschede
Tusveld: AVA tusc (driehoekig stuk land) + feld (veld); # Tusveld/Almelo (ZA)
Twilhaar: AVA twil (dubbel) + haera (haar, zandrug); # Hellendoorn
Ueffing: AVA Uffe (mansnaam) + ing (volk); # OostGelre > Ulft
Uffing: AVA Uffe (mansnaam) + ing (volk); # Zevenaar > Ulft
Udding: AVA Uth (mansnaam) + ing (volk); # MiddenDrente
Uitham: AVA ut (uit, buiten) + ham (heem, oord); # TenBoer/Gro
Uitslag: AVA ut (uit, buiten) + slaeg (laagland); # Oldebroek
Uphoff: AVA up (op) + hofe (hof, hoeve); # Dalfsen
Varekamp: AVA faerr (jonge stier) + caemp (kamp, veld); # Westland/ZH
Veenhuis: AVA fen (veen) + hus (huis); # Bronckhorst
Veerman: AVA feriman (stuurman van veerboot); # Edam-Volendam
Veld: (Op het) AVA feld (veld); # Hoogeveen
Veldhuis: AVA feld (veld) + hus (huis); # Dinkelland
Venne: AVA fenn (veen, drasland); # Nieuwkoop
Venneman: AVA fenman (veenwerker); # Raalte
Veurman: AVA furman (voerman, vrachtvervoerder); # Steenwijkerland
Vickers: > Fikkers
Visser: AFA fiscere (visser); # Amsterdam
Vlasblom: AVA fleax (vlas) + blom (bloem); # Rotterdam
Vlastuin: AVA fleax (vlas) + thun (tuin); # Ede
Vles: AVA fleasc (fles, poel, plas); Aalten > AFNA/Fles
Vliet: (Van) AVA flit (vliet, beek); # Rotterdam
Voerman: AVA furman (voerman, vrachtvervoerder); # Zwartwaterland
Voet: AVA fot (voet); # Oss
Vogelaar: AVA fugolere (vogelaar, vogelvanger); # Rotterdam
Vollenbroek: AVA fola (veulen) + broc (broek, drasland); # Hengelo/Ov > Vollenbroek
Vondeling: AVA findling (vondeling); # Assen
Voorde: (Ten, Ter) AVA forde (voorde); # Enschede
Voort: AVA ford (voorde); # Hellendoorn > Ford
Voortman: AVA fort (voorde) + man (man); # Holten > Forthaar/Holten
Vos: AVA fos (vos); Emmen
Voss: AVA fos (vos); Gennep/LB
Vredeveld: AVA fridhu (vrede) + feld (veld); # Deventer
Vreeman: AVA freaman (vrijman, vrije); # Aalten
Vroom: AVA frome (vroom, flink, rechtschapen); # Groningen/stad
Waarlee: # Alkmaar; > Warlich
Waasdorp: AVA waes (moeras) + thorp (dorp); # DenHaag
Wagemaker: AVA waegnmakere; # Drechterland/NH
Wagenvoort: AVA waegn (wagen) + ford (voorde); # Bronckhorst
Wallage: AVA weal (muur) + leag (laagte); # Stadskanaal
Waning: AVA wan (?) + ing (volk); # DeWolden/Drente > Markelo
Wanneking: AVA wanne (?) + ing (volk); # Markelo (ZA)
Wansing: AVA wans (?) + ing (volk); # Berkelland
Waring: AVA war (?) + ing (volk); # Hunzeland
Warlich: AVA warligh (clearing bij wal of muur); # Leiden
Wassing: AVA Wass (mansnaam) + ing (volk); # Bronckhorst > Wassing, ing/ink
Wayboer: AVA waey (kolk, plas) + bour (boer); # Langendijk/NH
Wayenberg: AVA waye (wei) + beorg (berg); # Voorst/Gld
Weda: AVA weda (weide, weiland); # Losser
Weening: AVA Wayn (mansnaam) + ing (volk); # Oldenzaal
Weerlee: (Van) > Warligh
Weghorst: AVA waeg (weg) + hyrst (horst); # Borne/Twente
Wegman: AVA waeg (weg) + man (man); # Losser, Grotegast/Gro
Wegter: AVA wahtere (wachter, bewaker); # Groningen/Stad
Weldam: (Van) AVA wella (bron) + dam (dam); # Weldam/Diepenheim (ZA)
Weling: AVA wella (bron) + ing (volk); # Limburg
Welling: AVA wella (bron) + ing (volk); # Montferland > Welling
Wennemars: AVA Wenn (mansnaam) + mars (moeras); # Dalfsen
Wenning: AVA Wenn (mansnaam) + ing (volk); # Emmen
Werdum: (Van) AVA wyrth (wierde) + ham (heem, huis, oord); # Wirdum/Gro > Werdum
Werntley: AVA Wernt (mansnaam) + leag (laagte); # UK, Englum/NWGroningen > Werntley
Wesseling: AVA Wessel (mansnaam) + ing (volk); # Emmen
West: AVA west (west); # Delfzijl
Westbroek: AVA west (west) + broc (broek, drasland); # Utrecht
Westervoort: AVA west (west) + ford (voorde); # Westervoort (ZA)
Westland: AVA west (west) + land (land); # Ysselstein
Westman: AVA west (west) + man (man); # HoogezandSappemeer
Weusthuis: AVA wyst (woestland) + hus (huis); # Tubbergen
Weustman: AVA wyst (woestland) + man (man); # Lochem
Wienen: AVA Winn (mansnaam) + an (van); # Dalfsen
Wiffing: AVA Wiff (wever) + ing (volk); # Westerveld/Drente > Wiffing
Wigman: AVA wigman (wichelaar, waarzegger); # Montferland
Wilming: AVA Will (mansnaam) + ing (volk); # Noordenveld/Drente
Wink: AVA winc (hoek, bocht); # Doetinchem
Wissing: AVA Wiss (mansnaam) + ing (volk); # OudeYsselstreek > Markelo, ing/ink
Withaar: AVA wit (zandvlakte) + haera (haar, zandrug); # Hardenberg
Withuis: AVA wit (zandvlakte) + hus (huis); Eysden-Hargraten/Lbg
Witman: AVA wit (zandvlakte) + man (man); # Heerde
Witmer: AVA wit (zandvlakte) + mere (meer); # Hengelo/Ov
Wolf: AVA wulf (wolf); # Oldebroek/N.Veluwe
Wolsing: AVA Wulle (mansnaam) + sun (zoon) + ing (volk); # Bronckhorst > ing/ink
Wortelboer: AVA wyrtal (wortel) + bour (boer); # Pekela/Gro
Woudhuysen: AVA wudu (woud) + hus (huis); # Lochem, Apeldoorn*
Wulling: AVA wulle (zandvlakte) + ing (volk); # Bronckhorst > ing/ink
Wulp: (Van der) AVA hwilpe (wilp, wulp); # Castricum/NH
Wychel: AVA wickel (wiggelaar, tovenaar); # Hengelo/Ov
Wymering: AVA wymer (?) + ing (volk); # Markelo (ZA)
Zaman: AVA saman (zeeman) > Zeeman
Zandhorst: (Van) AVA sand (zand) + hyrst (horst); # DenHaag
Zandvoort: (Van) AVA sand (zand) + ford (voorde); # Holten > Zandvoort
Zandwijk: (Van) AVA sand (zand) + wic (wijk); # Lingewaal
Zeeman: AVA saeman (zeeman); # Hulst/Zeeland
Zom: > Som
Zuur: AVA sur (zuur); # HoogezandSappemeer
Zwart: AVA sweart (zwart); # Bergen/NH
Zweep: (Van der) AVA swipu (zweep); # Groningen/Stad
Zwets: AVA swette (buurman) + sun (zoon); # Werkendam
Zwiep: AVA swipu (zweep); # Hoogeveen


Afstamming:
Betreft Angelen.
Bron RRA schrijft:

Without getting into details of Germanic cosmogony it may be mentioned in passing that Mannus ("man"), according to Tacitus' account of Germanic thinking (Germania 2), was taken to be the universal devine ancestor giving rise to the three sons that engendered the three principal Germanic groups of tribes: the Inguaeones, descending from Ing (*Ingw[az]), from the North Sea region; the (H)erminones, "whose territory extended from the lower Elbe southward into Bohemia"; and the Istaevones, of the Weser-Rhine area.

Publius Cornelius Tacitus (c 55-118nC) was een Romeins historicus, die zich intensief heeft verdiept in de situatie en historie van West Europa uit zijn tijd. Zijn geschriften zijn door de eeuwen heen een belangrijke bron van informatie geweest.
¶ Volgens Tacitus is dus Ing = Ingw/az een zoon van Mannus en de stamvader van de Ingweonen die wonen aan de Noordzee. In principe dus Noorwegen, Denemarken, NW Duitsland, Nederland en Vlaanderen. Het is echter de vraag of Tacitus werkelijk dit hele gebied bedoelt, of dat hij eigenlijk bedoelt: een gebied aan de Noordzee. Een kleiner gebied dus, maar wel prominent en liggend aan de Noordzee. De formulering geeft hierover geen uitsluitsel. Laten we het Ingland noemen, ofwel het land van Ing.
¶ Cladius Ptolemaeus (87-150), Grieks astronoom, geograaf, wiskundige en muziektheoreticus, schrijft rond 122nC dat de Angelen wonen in het gebied tussen de Rijn en de Elbe. Dit gebied is behoorlijk van omvang. Het omvat Noord Nederland + NW Duitsland samen tot aan de Rijn. Dit gebied valt grotendeels samen met het eerder genoemde Ingland. Aangezien Engeland (= het land der Angelen) in het Engels wordt uitgesproken als Ingland, lijkt welhaast zeker dat het eerder genoemde Ingland = het land van Ing = Land der Angelen = Angelland.
¶ Uit de definitie [van English] van bron COD blijkt dat kennelijk al ver vůůr de migratie van Angelen naar Brittannia sinds circa 350 nC in Old Teutonic [400-300vC] de Teutonen op het Continent (Denemarken en NW Duitsland) spreken van Anglisko c.q. het Anglisch. Aangezien de Teutonen voor het eerst worden genoemd in de 4e eeuw vC en na 100 vC schijnbaar verdwenen zijn, moet de Angelen kennelijk zeker al in de periode 4e-3e eeuw vC als volk bestaan, vrij zeker zelfs eerder. Verder betekent e.e.a. dat de Angelen in de 4e-3e eeuw vC kennelijk al een redelijk groot volk zijn met een eigen taal. Waren ze immers een klein en onbeduidend volk, dan is de kans dat zij of hun taal in die tijd genoemd worden zeer klein of zelfs helemaal nihil.
¶ Volgens een Noorse saga is Ingwi een zoon van koning Halfdan de Oude. Deze Halfdan leeft begin 6e eeuw nC. Een ander Noorse saga zegt dat Ingui (Ingwi) de eerste koning van Zweden is. (Historia Norwegiae) Ook andere saga's noemen Ingwi (Ing) koning van Zweden. Zijn nazaten heten Inglings. Zij vestigen zich in Angeln, een gebied in Noord Duitsland. Wanneer is niet bekend. Het moet echter ruim vůůr de jaartelling zijn. Ze worden immers al genoemd door Tacitus (55-120 nC) in diens boek De Germania (hoofdstuk 40). Ingwi zelf moet dus al ver vůůr de jaartelling zijn geboren. Als zodanig kan hij dus geen zoon zijn van koning Halfdan de Oude, die immers begin 6e eeuw nC leeft.
¶ Saga's zijn Oudnoordse overleveringen uit ScandinaviŽ. Afgeleid van sagar = zeggen. Noordse settlers in IJsland leggen ze vast in de 12e-14e eeuw. Enkele saga's zijn vastgelegd in Noorwegen. De meeste auteurs zijn onbekend. De desbetreffende saga's moeten derhalve van veel oudere datum zijn. Snorri Sturluson (1179-1241), een IJslandse geeleerde, compilator en dichter, heeft vele Noordse saga's vastgelegd en erover geschreven. Zijn saga's worden geacht zeer betrouwbaar te zijn.
¶ Overleveringen zijn mondeling overgebrachte verhalen over historische gebeurtenissen en feiten. Het Oude Testament bijvoorbeeld is geschreven rond 450 vC op grond van oeroude overleveringen uit het hele Midden-Oosten. Zo ook de Ilias en Odyssee van Homerus (800*-750* vC), een episch dichter uit Griekenland. Zowel het Oude Testament als de Ilias en Odyssee bevatten volgens historici belangrijke kernen van waarheid.
¶ Een Oud Engels runengedicht vertelt over Ing:

Ing waes aerest mid Eastdenum
gesewen secgum, od he siddan east
ofer waeg gewat. Waen aefter ran.
Thus Heardingas thone haele nemdon.
ofwel
Ing was eerste onder de Oost-Denen
zo gezien en gezegd, tot hij oostwaarts ging
over weg en water. Zijn wagen reed achter hem.
Aldus noemden Hardinga's die held.
Volgens deze oude tekst uit circa 900nC woont Ing in Oost Denemarken en vertrekt hij naar het oosten. Echter, tot circa 1800nC geldt: oost = oost of zuid. (> Windrichtingen) Dat klopt beter met de feiten. Immers, daar Oost-Denemarken voornamelijk bestaat uit het eiland Sjaeland (Seeland) moet Ing (Ingwi) daar hebben gewoond. Mogelijk in Leire, de zetel van de Deense koningen. Daar woont immers ruim 1/3 van alle Denen. Als Ingwi inderdaad de oervader van de Angelen is, dan moet hij dus naar het zuidwesten zijn gevaren. Daar immers ligt Angeln, het land der Angelen. (> Angeln) Hardinga's blijken verder een Anglisch volk te zijn dat circa 400vC-500nC in Hardinga leeft, een vrij groot gebied gelegen tussen Groningen en Twente. (> Hardinga)
¶ Aangezien de Denen pas in 551 nC voor 't eerst worden genoemd, zullen ze zeker rond die tijd pas een noemenswaardig volk zijn, maar nog niet erg lang als zodanig bestaan. Denum (Denemarken) en Oost Denum zijn dan geografische namen die pas rond die tijd op z'n vroegst kunnen zijn ontstaan. De oudste vermelding van Denemarken dateert inderdaad pas van 734 nC. (> Denemarken)
¶ Gezien de vermelding van de term Anglisko door de Teutonen rond 350 vC, zullen de Angelen zoals eerder gezegd rond die tijd zeker al een noemenswaardig groot volk zijn. Aangezien Ingwi (Ing) op grond van de saga's en van het gedicht lijkt te worden gezien als de stamvader van de Angelen en het gedicht circa 1000 nC moet zijn geschreven, moet Oost Denum gezien worden als een gegrafische projectie in een tijd dat Denum (Denemarken) inderdaad onder die naam kennelijk reeds bestaat. De oude naam van dat gebied zal dan circa 1000 nC in Engeland kennelijk inmiddels zijn vergeten of omwille van de duidelijkheid niet zijn gebruikt. In die tijd zullen de Engelsen mogelijk beter weten waar Oost Denum ligt, dan als dezelfde regio met een oudere naam was genoemd.
¶ De vlag en het wapen van Engeland vertonen grote analogie met die van Denemarken. Het lijkt erop dat de Engelsen daarmee hun verwantschap met de Denen tot uitdrukking willen brengen. (> Engeland)
¶ Diverse Britse historici hebben geconstateerd dat Angeln een relatief klein gebied is en was, en dat het aantal Angelen navenant relatief klein moet zijn geweest in 450-550 nC ten tijde van de massamigratie naar Brittannia. Ze vroegen zich daarom af hoe het mogelijk was dat deze Angelen zo sterk vertegenwoordigd waren in Brittannia en circa 65% van Engeland dominant bevolkten. Nu blijkt echter dat hun presumpties niet helemaal correct zijn. Op grond van diverse feiten en redelijke thesen is geschat dat het jaar waarin de Angelen als volk ontstaan op circa 665 vC moet worden gesteld. Alleen dan kan het Anglisch volk zo groot groeien dat het sinds circa 350 vC in toenmende mate sterk vertegenwoordigd raakt op het Continent (i.c. Mega Angle en Thuringen) en later in Brittannia.
¶ Door te onderstellen dat de Angelen als volk inderdaad rond 665 vC ontstaan, lijkt het onwaarschijnlijk dat ze voortkomen uit de Denen, die pas in 551 nC voor het eerst worden genoemd. De verwantschap lijkt eerder een broederschap. (> Denemarken)
Aangezien:
- de Angelen vrij zeker niet afstammen van de Denen,
- en de Saga's wijzen op een astamming van de Inglings,
- en Anglisch en Zweeds nauw verwante talen zijn,
- en zowel de Zweden (Inglings) als de Angelen de heraldische wapenkleuren goud en blauw voeren,
>> mag worden geconcludeerd dat de Angelen vrijwel zeker voortkomen uit de Inglings, via de Zweedse koning Ingwi (Ing), die zich rond 665vC in Angeln vestigt.

¶ Bron RRA beweert dat de Anglische koningen van Angeln zichzelf zagen als nazaten van Wodan. Deze Wodan is de oppergod van de West Germanen, die meestal wordt gelijkgesteld aan Odin, van wie de Angelen volgens oude overleveringen afstammen. Aangezien Angeln zich sinds circa 500vC steeds verder naar het zuiden uitstrekt, kan het zijn dat de Angelen zich steeds meer als een West Germaans volk zijn gaan zien. Vooral ook door de vermenging met de Saxen, voor wie Wodan inderdaad de oppergod was.
Stamlijn Angelen: Na zorgvuldige analyse van historische bronnen lijkt de stamlijn van de Angelen als volgt:
- 5000-3000vC Germanen --- Arya-Khwarizm/CentraalAziŽ
- 3000-2500vC Goten --- Khwarizm-OekraÔne
- 2500vC++ Balten --- OekraÔne-Litouwen-Letland
- 2500-2000vC Litouwers --- OekraÔne-Litouwen
- 2000-1500vC WestGoten --- Litouwen-ZW.Zweden
- 1500-665vC Inglings --- ZW.Zweden
- 800-600vC Inglo-Goten --- ZW.Zweden
- 650vC++ Angelen --- ZW.Zweden-Angeln/NO.Duitsland
** Inglinga Saga, Snorri, Beginjaar, Oda, Stamlijn Angelen, PgGen/@
 

Afstanden:
()A alteneah (altena = al te na, te dichtbij), altefeor (alteveer = al te ver, te veraf), ceort (kort), fear (ver), feor (=A fear), feorn (=A fear), feorr (=A fear), fingerpal (vingerpaal = wegwijzer), sceort (kort), neah (nabij), sid (wijd, lang)
¶ Afstanden worden tot in de 20ste eeuw uitgedrukt in uren gaans te voet, per koets of per boot. Op wegwijzers staan de afstanden in uren te voet.
** Reizen

AFV: Anglo-Friese Verhoudingen
De Friezen worden voor het eerst genoemd als Frisii of Frisiavores door Tacitus rond 100nC. Sinds de 8e eeuw nC verspreiden ze zich verder noordwaarts langs de kust richting Denemarken. Mogelijk zijn ze afkomstig van het gebied aan de Beneden Weser, dat later Ost Friesland heet. Volgens bron OVK zijn de Friezen een mengcultuur afstammend van de Angelen. Gezien de verwantschap van het Fries met het Anglisch lijkt deze these niet onwaarschijnlijk. Het is vooralsnog alleen niet zeker of ze beide voortkomen uit eenzelfde volk (West Goten) of dat de Friezen een onderstam zijn van de Angelen, die al in de 4e eeuw vC indirect worden genoemd. (> Anglisko) Omgekeerd lijkt minder waarschijnlijk, omdat het bestaan van de Friezen pas in 28nC wordt genoemd in een verdrag met Rome. Ze lijken dan al te wonen aan de bovenloop van de Rijn.
700nC: Bron HGN schrijft tav de Anglo-Friese relaties het volgende in hoofdtuk VIII: Inleiding van Oudwestgermaans:

... Beda (8ste eeuw) noemt op het vasteland als verwanten van zijn volk [de Angelen] wel de Oud-Saksen, maar niet de Friezen.
850nC: Opmerkelijk is dat de Anglo-Saxon Chronicle (ASC) van crica 850nC wel srpeekt over de homelands van de Angelen, Saxen en Juten op het Continent circa 449nC, maar geen woord rept over Friezen. De Angelen wonen volgens bron ASC in Angle betwix Iotum and aeld-Saxum, ofwel in Angeln tussen Jutland (in Denemarken) en Neder-Saxen in Noord Duitsland. Volgens eerder genoemde bronnen wonen de Friezen in die tijd in het gebied tussen Eems en Weser in Neder-Saxen. Beda is de auteur van de oudste teksten van bron ASC en is goed geÔnformeerd. (> Beda) Hij zou toch moeten weten over de Friezen. Waarom zwijgt hij over hen? Vooralsnog is geen acceptabel antwoord gevonden op deze vraag.
¶ Behalve dat bron ASC de Friezen nergens noemt, blijkt verder dat ook andere Engelse bronnen de Friezen niet of nauwelijks noemen. Ook zijn er geen Engelse locatienamen die herinneren aan Friezen. Wel aan Angelen en Saxen.
¶ Opvallend is verder dat na de massamigratie van Angelen naar Britannia in 450-500nC de Angelen op het Continent niet of nauwelijks meer worden genoemd in historische documenten. Een uitzondering is Thuringen, waar in 800nC Karel de Grote de Lex Anglorum et Werinorum hoc est Thuringorum invoerd. Maar uit dat gebied zijn vrijwel zeker nauwelijks Angelen gemigreerd naar Brittannia in 450-500nC.
¶ Saxen en Friezen worden sinds circa 500nC juist steeds vaker wel genoemd op het Continent. Toch blijkt uit diverse feiten dat er in vele oude Anglische homelands op het Continent na 500vC nog steeds Angelen aanwezig moeten zijn. (> CFO)
¶ Bron HGN schrijft tav de Anglo-Friese relaties het volgende in hoofdtuk VIII: Inleiding van Oudwestgermaans:
Ingvaeoons is dus een samenvattende benaming voor een groep van nauwverwante dialecten, welke alle oorspronkelijk langs de kusten van de Noordzee werden gesproken en waarvan de voornaamste waren Fries, Saksisch (vůůr de frankisering) en Anglisch. De term [ingvaeoons] is te verkiezen boven de benaming Anglo-Fries, die o.i. ten onrechte een nadere eenheid tussen Fries en Engels veronderstelt. Uit de historische overlevering tenminste blijkt die eenheid niet: Gildas (6e eeuw) kent wel Saksen, maar niet Friezen als de veroveraars van BritanniŽ, en Beda (8ste eeuw) noemt op het vasteland als verwanten van zijn volk wel de Oud-Saksen, maar niet de Friezen. En wat de taal betreft, de woordenschat wijst op een relatief grote afstand tussen Fries en Engels: er schijnt in dit opzicht meer overeenstemming tussen Fries en Nederlands en Nederduits te zijn: naar WALTERS voorzichtig gekozen woorden "[lšsst] auf grund einer wort-geographischen untersuchung des afri. wortschatzes die englisch-frisische spracheinheit nicht nachweisen". Van de woordvorming geldt hetzelfde: wij noemen hier het suffix -ster, dat Engels en Nederlands is, niet Fries, al komt het in nieuwere tijd onder Hollandse invloed in enkele Friese woorden voor. Het Fries gaat op dit terrein vaak zijn eigen gang, zodat b.v. elders onherkenbaar geworden suffixen hier produktief zijn gebleven, b.v. -me en -tme (ofri. swetma 'zoetigheid', nfri. swietme; fri. stiltme e. dgl.). Natuurlijk, er is veel overeenkomst, vooral in klankstelsel, b.v. de palatalisatie van k en g, de breking, de voorliefde voor e-klanken in plaats van a, maar dit geeft alleen recht om van 'loose unity', niet van een vroegere 'close knit unity' te spreken. Wel kan men zeggen, dat het Oudfries het dischtst staat bij het Oud-Kents, b.v. in de ontwikkeling van e uit u en van de Í = ndl. ‚.
¶ Het niet of nauwelijks nog genoemd worden van de Angelen op het Continent sinds circa 500nC, is mogelijk veroorzaakt door:
- de massamigratie van Angelen naar Brittannia, waardoor op het Continent de achtergebleven Angelen relatief een minderheid zijn geworden
- de achtergebleven Angelen meer actief waren in landbouw, veeteelt, visserij en jacht en bijgevolg op het platteland wonen
- de Saxen meer actief waren als ambachtslieden en zich daarom meer vestigden in locaties met grotere populaties, zoals steden
- de steden steeds meer macht krijgen ten opzichte van het platteland en bijgevolg de Saxen steeds meer invloed hebben
- de achtergebleven Angelen steeds meer opgingen in de Saxen en Friezen
- de achtergebleven Angelen door hun assimilatie in de Saxen en Friezen steeds meer hun eigen identiteit verliezen en uiteindelijk helemaal opgaan in hun nieuwe wereld.
¶ Afhankelijk van de nieuwkomers in historisch Anglische gebieden, zullen de achtergebleven Angelen assimileren met Saxen of Friezen. Het aantal achtergebleven Angelen en het aantal Nieuwkomers zullen het resultaat van de assimilatie sterk bepalen. Hoe meer Nieuwkomers, hoe minder overblijft van de oorspronkelijke Anglische cultuur. Daarnaast zullen de cultuurverschillen tussen Angelen en Nieuwkomers ook effect hebben op het resultaat. Mogelijk zijn de cultruurverschillen tussen Angelen en Friezen geringer dan tussen Angelen en Saxen. Echter, het overgrote deel van de Nieuwkomers bestaat uit Saxen.
¶ Per saldo zijn de volgende resultaten te onderkennen:
1. Angelen + Friezen: Weinig Nieuwkomers + geringe verschillen. Friezen vestigen zich primair langs de kusten. >> marginale veranderingen // vb Noordzeekust Groningen
2. Angelen + veel Saxen: Veel Nieuwkomers + iets grotere verschillen. Angelen wonen voornamelijk op het platteland en kleine gehuchten. Saxen vestigen zich voornamelijk in grotere locaties w.o. steden. >> grotere verschillen + langdurige aanpassingen // vb GroningenStad/Saxen + Ommelanden/Angelen+Friezen
3. Angelen + weinig Saxen: Weinig Nieuwkomers. >> Weinig verandering. Saxen gaan helemaal op in de regionale Anglische cultuur. // vb Liemers + Veluwe
** Friezen, Coevorden

Afval: > Vuilnis
Afwatering: > Waterlopen

Agredinga:
Regio vermeld op kaart KHS betreffend Saxenland rond 1000nC. Gezien de uitgang ga van de naam zal dit een afleiding zijn van Anglisch gaw (gouw = regio). De regio wordt rond 250vC bevolkt door Angelen uit Eemsland. De term agredin is vooralsnog onbekend.
** KHS, Gouw

Agressie:
()A bocan (beuken, slaan), drubb (afranseling, afrossing), drubban (afranselen, afrossen), drubbere (vechtjas, geweldpleger, agressieveling), drubbing (=A drubb), hwopan (dreigen), threat (dreging), threatian (dreigen)
** Gedrag, Criminaliteit, Situaties, Oorlog, Wapens

Agrocultuur:
()A acreborgar (keuterboer), acrebow (akkerbouw), acreman (landbouwer), araeran (=A raeran), bow (bouw, landbouw), bowan (bouwen, landbouwen), bowman (bouwman, landbouwer), buan (=A bowan), cuan (koeien), feoh (vee, geld, bezit), feohbigenga (veehouderij), fih (=A feoh), fihbredar (veehouder), fihbredary (veehouderij), fihu (vee), fruht (fruit, vrucht), fruhtenere (fruitboer), hones (hoenders), houndere (hoenderhouder), houndery (hoenderij), houndres (hoenders), landbowa (landbouw), landbowere (landbouwer), ortegeard (boomgaard, fruitgaard), plohwinninge (landbouwbedrijf), raeran (kweken, fokken, produceren), rearan (=A raeran), sceapcepery (schapenhouderij, schapenboerderij), thunbow (tuinbouw), thundery (tuinderij, tuinbedrijf), thune (tuin), tune (tuin), winnere (pachter, landbouwer), wunnere (=A winnere), wong (vlakte, landbouw)
1.5miljoenVC++: De agrocultuur ontstaat in de volkstuinen van de Oudheid. Mensen beginnen zelf hun voedsel te produceren in hun eigen tuin. Groenten, vruchten en kruiden. Daarnaast gaan ze kippen, varkens en geiten houden op hun eigen erf. Deze agrocultuur is bedoeld voor eigen consumptie. Dat begint allemaal rond 1.5 miljoen jaar vC in EthiopiŽ.
500.000vC++: Uit de volkstuinen van de Oudheid ontwikkelt zich rond 500.000vC de grootschalige landbouw en veeteelt in Egypte, gericht op eigen consumptie en op verkoop. Op oude hieroglieven in Egypte is te zien dat rond 4000vC de Egyptenaren koeien, ganzen en eenden houden en gewassen oogsten. Vandaar verspreidt de grootschalige agrocultuur zich verder via Zuid Europa naar Noord Europa.
450nC++: Angelen zijn uitstekende boeren, die veel landwerk doen. Zij fokken dieren die in deze tijd nog veel te zien zijn. Bijen houden gebeurt op grote schaal. Ze zijn uitstekende jagers, die gek zijn op honden en paarden. Valkenjacht is een populaire sport. #WAB/p171
** Ontginning, Landbouw, Veehouderij, Tuinbouw, Fruitteelt, Gewassen

Akkerbouw:
()A acrebow. Het bewerken en beplanten van akkers voor de teelt van gewassen.
** Landbouw, Raatakkers, Gewassen

Akkerland: (AKL:)
()A acer (=A acre), acre (akker, veld), acrebour (akkerboer), acreman (landbouwer), aecer (=A acre), aecweal (eikenwal = aarden wal met eiken hakhout ter bescherming akkerland tegen wild), aenwonne (plek van akker waar ploeg wordt gekeerd), ascacre (asakker = strooiakker voor as), bloc (blok, akker afgesloten met sloot of hek), bolacre (bolakker: uit het midden glooiende akker), boland (bouwland), bord (legakker), bowland (bouwland), bowman (landman, landbouwer), bracan (ww ploegen), brace (geploegd land waarop wisselende gewassen worden verbouwd), brace (akkerland begrensd door houtwal), braecacre (braakakker = onbebouwde akker), braend (brand = afgebrand veld gebruikt voor landbouw), breadacre (broodakker = vruchtbare akker), breanacre (brede akker), brocce (bouwland omheind met houtwal), busacre (bosakker), caeracre (kaarakker = karige akker = akker die weinig oplevert), ceald (=A cold), ceyacre (keiakker = onvruchtbare akker met veel stenen), cold (schraal), coldhorn (schraal stuk land), cornacre (korenakker), costfurlorn (kostverloren = onvruchtbaar land), courcaemp (korenkamp = akker waar koren wordt verbouwd), crumacre (kromme akker: smalle langwerpige akker in de vorm van een S of C), crucacre (kruisakker = akker aan de grens van een kerspel), cyththacre (hennepakker), dofe acre (dove akker = slechte akker), eas (es), easgrund (esgrond), easland (esland), falga (bouwakker), feldacre (veldakker = akker buiten het ontgonnen gebied), feldcaemp (veldkamp =A feldacre), foresten (grenssteen tussen akkers), fruhtacre (omheinde akker), furdread (slecht stuk land), fuyle (onkruid), gaensacre (vruchtbare akker), gear (geer = spits land), geseys (bouwland), goldweorp (uitstekend stuk land), grainacre (graanakker), grainfeld (graanveld), grund (grond), ham (=A hamacre), hamacre (hamakker = afgeperkte grond), harwan (ww eggen), harwe (zn eg), heddeploh (heideploeg; # akkerbouw), hellacre (schuine of glooiende akker), hemmolrice (hemelrijk = grond van prima kwaliteit), maest (mest), maestan (mesten, bemesten), oxa (os), oxa (1 morgen = 0.9 Ha = omvang van land, dat een boer met 1 span ossen in 1 morgen kan ploegen), oxan (ossen), oxeagth (osseneg), pealgaersta (gersteveld op zandhoogte), piccan (maaien), ploh (ploeg), plohan (ww ploegen), plohman (ploeger), plohwinninge (landbouwbedrijf), racian (harken), racu (hark), raepstic (raapveld, knollenveld), ream (smalle strook bewerkt of geploegd land), refa (rijf, hark), refan (reven, harken), rekian (reken, harken), roffle (spade, schop), royan (rooien), rut (onkruid), ryfe (reve), sawan (=A sayan), sawland (=A sayland), sayan (zaaien), sayland (zaailand), scaerfel (klein gescheurd ofwel omgeploegd veld), scaerfeld (gescheurd ofwel omgeploegd veld), sceadfurh (scheidingsvoor tussen twee akkers), scerscreac (vogelverschrikker), scotacre (schotakker = korte akker), scuffel (schoffel), scuffelan (schoffelen, schuivelen), scurfacre (schurftakker = land waarop weinig wil groeien), seys (zeis), sieoweand (hoge akker), sille (stuk land dat in ťťn dag geploegd kan worden), slath (sloot), smeagdland (land dat weinig oplevert), soracre (zandakker), streamp (stramp = boomstronk), streampacre (strampenakker = akker met boomstronken in de grond), strufacre (droge akker), stryacre (strijdakker = akker waarover strijd bestaat/bestond), strybba (lastig bewerkbaar veld), stufacre (stuivakker = akker bij zandverstuiving), stuppel (stoppel), stuppelfeld (stoppelveld = gemaaid akkerland. Hierop wordt vee gezet om de stoppels te eten en het veld stoppelvrij te maken. Goed voor het vee en makkelijk voor het ploegen.), sulh (sul, ploeg), sulhan (zeulen, ploegen), sulle (=A sille), syweand (laag gelegen akker), treckhros (trekpaard), under the ploh (bebouwd land), ungenath (slecht stuk land), ungesawad (niet ingezaaid), weanda (akker), weandan (ww wenden, keren, ploegen), weod (onkruid), weorp (stuk land), witacre (zandakker), yok (juk = trekboog van osseploeg), yok (juk = hoeveelheid land dat een juk ossen in ťťn dag kan ploegen = 1 gras)
** Akkerbouw, Landouw, Raatakkers, Hoogakkers, Enken, Essen

Akkers: > Akkerland

Albergen:
Dorp bij Almelo. In 1791 Aalbergen genaamd. (# Nederlandsche Geografie, Deel V, W.A. Bachiene). Ook is er de oude familienaam Van Aalbergen. O.a. hoofdman (kapitein) Willem van Aalbergen uit Albergen die in 1227 omkomt in de Slag bij Ane. > Slag bij Ane
¶ De regio Albergen wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. De naam Albergen lijkt derhalve afgeleid van Anglisch ael (altaar, tempel, offerplaats) + beorg (berg, heuvel). Normaliter bouwen de naturale Angelen hun ael op de top van een heuvel. De naam Aalbergen correspondeert daarmee. Dit betekent dat in Albergen al ruim voor de kerstening van NO Nederland sinds 750nC een ael moet hebben gestaan.
¶ Normaliter bouwen de eerste Christenen hun kerk ter plekke van een Anglische ael. De huidige kerk te Albergen staat aan de Phil. Robbenstraat in het centrum van het dorp. De locatie ligt duidelijk hoger dan de omgeving. (FRI mrt 2013) Mogelijk dat hier dus ooit een naturale Anglische ael stond.
** ASA, Ael, Aelsop, Kerstening, Aelfingas, Aling, Naturalisme

Albinga:
Anglische gouw, gelegen in Holstein tussen de Oostzee en de Elbe. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Sleswig. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Ealba (Elbe) + ing + gaw (gouw). Dus: de gouw van het volk aan de Elbe.
600nC: In 731nC schrijft Beda in Yorkshire dat de Saxen wonen in Albinga, een gebied dat nagenoeg overeenkomt met Holstein en Lunenburg in Noord Duitsland en grenzend aan Angeln. De Saxen vestigen zich daar vrijwel zeker rond 600nC, na de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 450-500nC. Het Koninkrijk Angle raakt daardoor ernstig verzwakt en houdt dan in 489nC op te bestaan. Daarna wordt Angeln in 500-700nC geleidelijk verovert door de Denen. (> Koninkrijk) De Saxen hebben zich dan in die zelfde periode verder verspreid naar het noorden vanuit hun woongebieden aan de Elbe.
600nC++ Saxen migreren van de Elbe naar NoordAlbinga/Holstein
731nC++: Saxen wonen in Albinga/Holstein (Beda)
In zijn boek "Historia ecclestiasica gentis Anglorum" (731nC) schrijft de Engelse monnik Beda te Jarrow (N.Yorkshire) rond 731nC dat:

De Saxen wonen in het gebied tussen de Elbe, Weser en Eider.
Dit gebied komt nagenoeg overeen met Holstein en Lunenburg in Noord Duitsland. De oudste vermelding noemt dit gebied Albingia.
Beda (672-735nC) is behalve monnik ook theoloog, historicus, mathematicus en fysicus. Hij is goed geÔnformeerd over de historie van de Angelen, Saxen en Juten, mede door zijn goede contacten met het koninklijk hof van Yorkshire, waardoor hij toegang heeft tot de hofbibliotheek. Zijn informatie wordt zeer betrouwbaar geacht. De ligging van het woongebied van de Saxen moet dus rond 731nC overeenstemmen met de beschrijving van Beda.
** KHS, Gouwen, Beda, Saxen

Aldenhaeve:
Betreft buitenplaats te Zelhem in de Achterhoek, anno 2010 omvattend een woonhuis uit 1938, een groot hallehuis dd 1860, een potstal dd 1925 en 2 Ha land, alles ingericht als High Tea locatie.
¶ J.B. Makkink schrijft in zijn boek "Rondom het Boerenleven in Zelhem" (Uitg. Remmelink-Zelhem 1956; p 21): "Andere oude erven die omstreeks 1400 of iets later voorkwamen, waren o.a. Claepsinck, Tentinck, Garwerdinck, Wanninckhaeghe, Beslokhorst, Oldenhaeve, Nijenhaeve, Lettinck en Wentinck."
¶ Christiaen van Cranenborch (1553-1613), magistraat en commissaris te Doetinchem, voordien conventuaal, verkrijgt in 1583 het goed Vethuizen te Knijfhees (behorend aan klooster Bethlehem) als alimentatie. Het goed Vethuizen ligt 5 Km zuid van Doetinchem en omvat een groot stuk land met een woning, genaamd Groot Vethuizen. De woning is omgracht en heeft derhalve de status van een havezate. (> Lx/Havezates)
¶ Op 19.6.1590 wordt Christiaen genoemd ivm missive van het Hof aan de rentmeester der Bethlehemse goederen, houdende verzoek om advies op de alimentatie van Christiaen Cranenborch en het goed Oldenhave te Zelhem. (ivn 929) Het goed dateert van 1590 en omvat een landhoeve en enige gronden. Volgens bron oudzelhem.nl 24.11.09 is Christiaen Cranenborch daarvan eigenaar in 1590-1601. In 1601-1646 is Johan Oldenhave eigenaar. Anno 2009 heet de hoeve Aldenhaeve, gelegen in de buurt Wassinkbrink te Zelhem, en is het een theeschenkerij met siertuinen en expositieruimte. Mogelijk is Christiaen een Geus geweest en heeft hij Oldenhave verkregen wegens zijn inzet voor de strijd tegen de Spanjaarden. (> Geuzen)
¶ Het genoemde goed Oldenhave wordt 19.6.1590 gedateerd als nieuw, dwz gebouwd in 1590. Naar zeggen is Oldenhave in de Geuzentijd (1560-1648) door brand verwoest. Dat betekent dat:
- pand Nijenhave is gebouwd vůůr 1590
- pand Oldenhave circa 1575 is afgebrand
¶ De naam Aldenhaeve verschijnt 1628 in het Markeboek Zelhemmer Marke 1598-1678 (Bewerking R.J.J. Weetink, 2007).
¶ Verpondingsregister 1646-1650 in 't Rigterambt Zelhem (Bewerking Gerhardt Kreynck) noemt:
Aldenhaeve, Bilheem [= klooster Bethlehem bij Doetinchem]
Huys ende hof 2 sch boulant 10 mir 3e gerve
72-0-0 Pacht 48 dir soude na de tafel konnen doen 90-18-0
Holtgewas, 4 koeweydenas slecht lant 17 dir de beswaernis
18-0 afgetrocken blijft
Beswaer 5 sch Rogge an Jonker Schaep die hij an die 17 dir kortet.
¶ De term hof in de voorgaande tekst betekent:
- volgens bron WMN: omheinde ruimte, binnenplaats, voorplein, etc.
- volgens bron EWB: omheinde ruimte, hofstede, vorstelijke woning, etc.
Aangezien het Verpondingsregister spreekt van Huys ende hof zal met hof wel zijn bedoeld: omheinde ruimte, binnenplaats. In deze context lijkt 'hof' echter toch meer dan alleen een gewone tuin of binnenplaats.
¶ In de buurt Winkelhoek te Zelhem staat een hoeve met de naam Tenk. In het Verpondingsregister Rigtersambt Zelhem van 1646 wordt Tenk bewoond door burgemeester Post. De hoeve bezit dus voor die tijd een zekere status.
¶ Inspectie ter plekke 4.1.2010 leert:
- er ligt een recht stuk gracht aan de rand van erve Aldenhaeve;
- er liggen brokstukken bouwsteen, niet zijnde normale baksteen, maar mogelijk Bentheimer zandsteen; overige stukken mogelijk gebruikt voor verharding van de inrit;
Gracht en bouwsteen doen vermoeden dat ter plekke ooit een havezate stond, hetgeen beantwoordt aan de status van Christiaen van Cranenborch toen hij nog in Vethuizen woonde.
¶ Bron WMN: have = eigendom, bezit, kostbaarheid, etc. De betekenis van kostbaarheid duidt op een meer dan een normale woning of hoeve voor die tijd. Primair val daarom te denken aan een havezate, zijnde volgens de regels van die tijd: een boerderij omringd door een gracht en/of muur.
¶ Op grond van alle genoemde feiten en thesen mbt Aldenhaeve, kan nu het volgende worden gesteld:

Gezien:
- de vermelding in 1646 in het Verpondingsegister bij Aldenhaeve van een hof, zijnde een binnenplein en/of hofstede,
- en de kennelijke status van Aldenhaeve als woning van een magistraat,
- en de verwante betekenis van hof = hofstede, vorstelijke woning,
- en de waarschijnlijke aanwezigheid van een gracht,
- en het feit dat de muren en fundamenten van het oude Aldenhaeve lijken te zijn opgetrokken met Bentheimer zandsteen, normaliter niet gebruikt voor gewone woningen, maar meer voor kerken, havezates en kastelen,
>> lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat Aldenhaeve oorspronkelijk een havezate is geweest. De genoemde betekenis van "have" als havezate, lijkt deze veronderstelling te bevestigen. Temeer daar genoemde Christiaen van Cranenborch, eigenaar/bewoner van Aldenhaeve in 1590-1601, voordien al woonde op een havezate in Vethuizen onder Doetinchem.
¶ Rond Aldenhaeve zijn de volgende veldnamen te vinden: Oldenhaovesweide (2x), Oldenhaveswei, Oldenhoavesland, Oldenhavestuk (weiland, bos, heide) en Oldenshaveswei (weiland). Per saldo lijkt het goed Oldenhave/Aldenhaeve tamelijk groot van omvang. Te denken valt aan totaal circa 15 Ha.
¶ Aangezien Aldenhaeve en Nijenhaeve al rond 1400 worden genoemd, zullen beide hoeven al ruim voordien bestaan. Aldenhaeve zal z'n naam natuurlijk hebben gekregen na de bouw van Nijenhaeve. Aldenhaeve kan dan zeker al dateren van vůůr 1300. De oudste havezates dateren van circa 1100nC. Aldenhaeve kan dus zeker rond 1200 zijn gebouwd. Welhaast zeker in Bentheimer zandsteen, dat al in de 10e eeuw wordt gebruikt voor de bouw van kerken. O.a. bij de bouw van kerken in Twente, zoals in Delden, Oldenzaal, Denekamp en Ootmarsum.
¶ De term have, haeve lijkt feitelijk van Anglische herkomst. Het Saxisch spreekt namelijk van hŰva = land van bepaalde grootte. (EWB) In Ost-Friesland liggen enige locaties met namen eindigend op have, o.a. Burhave, Engerhave, Hagerhave, Leerhave, Marienhave en Reesterhave, vermeld op kaarten uit de 16e eeuw. (> Have) Ost-Friesland is sinds circa 400vC Anglisch gebied. (> Angologie) De Friezen vestigen zich daar pas sinds 750nC (> Friezen). Verder zijn Anglisch en Fries nauw verwante talen.
¶ De regio Zelhem lijkt van oorsprong een Anglische nederzetting, gesticht rond 200vC. (> ASA) De naam Zelhem is namelijk exclusief te herleiden tot: Sello (mansnaam) + ham (heem, oord). Ofwel: de heem van Sello. (> Zelhem)
¶ Aldenhaeve = Oldenhave = de oude hoeve. Ald = Oud Anglisch voor oud. Old = Oud Saxisch voor oud. (> Old)
>> Per saldo lijkt Aldenhaeve dus een naam van Anglische origine.
¶ Aangezien de naam Aldenhaeve kennelijk van Anglische origine is, zullen de oorspronkelijke naamgevers wel Anglisch georiŽnteerd zijn, zoniet zelf Anglisch zijn. Dit bevestigt het feit dat Zelhem ligt in het gebied Mega Angle, dat zich sinds circa 200vC uitstrekt van Denemarken tot aan de Rijn en waar voornamelijk Angelen wonen. (> Mega Angle) Sinds circa 800nC vestigen zich in grote delen van het gebied ook Saxen vanuit NW Duitsland. De naam Aldenhaeve lijkt daarom ouder dan Oldenhave, een versaxischte vorm van Aldenhaeve. Hetzelfde vinden we bij het goed Aldekoninck of Oldekoninck in aangrenzend Velswijk, genoemd rond 1378. (Makkink p 21).
** Have, Hallehuis
# archieven.nl 28.9.08, oudzelhem.nl 24.11.09, FRI, DAB, KBG
++ Aldenhaeve Zelhem

Aldgisl van Rijnland (c 615-675)
Legendarische koning van Rijnland.
Zoon: Radboud van Rijnland (gb 650nC).
** Rijnland

Algemeen Bestuur: > Bestuur, Landbestuur
Algemene Belangen: > Staatskunde

Aling:
Familienaam afkomstig uit Assen. De regio Assen wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Zuid Groningen. De naam Aling lijkt derhalve afgeleid van Anglisch ael (altaar) + ing (volk). Aling betekent dan: het volk van of bij de offerplaats. Dat zo zijnde, moet er dus ergens in de regio Assen ooit een altaar van de naturale Angelen zijn geweest. Vooralsnog is daarover helaas niets bekend.
Altaarvolk: Aling in de betekenis van 'volk van de offerplaats' kan duiden op mensen die de altaar beheren en verzorgen. Dat zijn dan normaliter priesters. Aangezien Aling een familienaam is, betekent e.e.a. dat Angale Anglische priesters mogen huwen en kinderen hebben en dat hun functie erflijk is. > Priesters
** Ael, Patrilocalisme, AFNA, Angalisme, Naturalisme, Albergen, Offerplaatsen

Alleenheid: (ALH:)
()A alof (buitenaf, achteraf, afgelegen), allane (alleen), allanig (allenig, alleen), allanis (alleenheid), anmod (eenzaamheid), ansum (eenzaam), ansumnis (eenzaamheid), lose (loos, leeg, verlaten), sidram (afgezonderd, afgelegen), Sidram (Sinderen/Voorst), sundor (zonder, bizonder, afgelegen), sundorland (zonderland = afgelegen land), sundra (=A sundor)
¶ De Angelen leven in het verre verleden veelal eenzaam met hun gezin, met hun familie of in kleine groepen ver van andere clusters. Door hun dagelijkse werkzaamheden zijn ze sterk gebonden aan de grond waar ze wonen. Toch hebben ze soms ook contacten met andere mensen in hun nabije omgeving. Hoe meer de economie en de bevolking groeien, hoe intensiever deze contacten worden. > Telecom
100nC: Bron SDV/p281-82 schrijft dat in NO Nederland tot circa 100nC de mensen voornamelijk wonen in zgn einzelhŲfe (losse erven). De hoeven staan nog erg op zichzelf en veraf van elkaar. Rond 100nC gaan ze meer clusteren. Eerst is ieder erf nog erg gericht op zichzelf, maar rond 250nC gaan de hoeven onderling samenwerken en komen er gemeenschappelijke voorzieningen en regels. Hierdoor verdubbelt het aantal huishoudens. Rond 350nC nemen het aantal nederzettingen en hun omvang snel af. Deze afname heeft mogelijk te maken met migraties naar zuidelijke regio's en naar Brittannia.
 

¶ Ondanks het ontstaan van grotere nederzettingen wonen de meeste Angelen nog tot in de 10e eeuw vaak eenzaam en afgelegen. Daarna gaan ze steeds meer wonen in dorpen en steden.
Rechts: Anglisch huis op de heide rond 600nC aan een pad met afrastering van gevlochten wilgetenen. Daarnaast taxusboompjes.
Foto © TiedLight
 
¶ Bron WAB/p70 schrijft:
Our Anglo-Saxon [= Angelen + Saxen] ancestors were essentially farmers, city life having little attraction for them; and there on their farm-lands, or behind the fences of their homes, they developed that independence and that power to mind their own business, which is one of the strongest characteristics of our race.
400nC: Angelland: Rond 400nC liggen de huizen in Angelland gemiddeld 280 meter van elkaar verwijderd. Gemiddeld liggen de kansen op contacten dus redelijk hoog. Toch wonen ze nog te ver van elkaar om elkaar makkelijk te horen. Anglisch cryta = kriet = stuk land zo groot dat mensen elkaar nog net kunnen horen als ze hard schreeuwen = circa 100x100 M2 = 1 Ha. > Contacten
Raaf: Bron SYM/p129 schrijft dat de raaf een symbool is van zelf gekozen eenzaamheid en de raaf daarom in het christendom een symbool is voor zgn afvalligen, ontrouwen en ongelovigen. > Zelhem/Krayenck
1250: Europa: Tot in de 13e eeuw reizen de meeste mensen in Europa niet verder dan circa 5 Km ver van hun woonplek. (# BBC One: Andrew Marr's World History 14.10.2012) Per saldo lijken mensen in Angelland tot 1250 AD voldoende mogelijkheden te hebben om met elkaar in contact te komen. Door de toename van de bevolking en de verbetering van wegen en transport zal dat na 1250 AD alleen maar steeds beter worden.
2013: Mani: Op het Griekse eiland Mani leeft een oude vrouw helemaal alleen in een onbewoonde streek ver van de stad. Ze geniet van de eenzaamheid. Iedere dag zoekt ze wilde groente die ze kookt met heerlijke kruiden. Ze is gezond en gelukkig en voor niemand bang. #VRT1 17.3.2013: Joanna Lumley in Griekenland
2013: Groningen: Eenzaamheid betekent niet altijd dat mensen zich ongelukkig voelen. In Oost Groningen woont een man al vele jaren alleen in een klein huis in een verlaten gebied. Hij vluchtte lang geleden uit West Nederland, dat hij veel te druk vond. Sindsdien brengt hij de dagen door met lezen en hout hakken. Hij oogt bizonder gezond en is geestelijk goed ontwikkeld en bij de tijd. Zijn contact met de wereld beperkt zich voornamelijk tot internetten met een colega in Zeeuws Vlaanderen. #VPRO De Grens mrt 2013
2013: Eiland: Amerikaan Ed Stafford probeert in de docu 'Naked & Marooned' 60 dagen te overleven op een onbewoond eiland met nagenoeg geen bagage. Alleen z'n eigen camera registreert het avontuur. Het was ontzettend zwaar. Zijn grootste probleem was mentaal overeind te blijven. "Ik ben nog nooit zolang alleen geweest. Je bent zo gewend mensen om je heen te hebben of te kunnen bellen." Op momenten dat hij het niet meer zag zitten, ging Stafford in een cirkel van stenen zitten, tot hij weer rustig was. Dat had hij geleerd van een aboriginal. Ga je in paniek rondrennen, dan wordt het alleen erger. "Er waren dagen dat ik zeven keer in die cirkel ging zitten ..." #De Telegraaf 10.4.2013
2013: Nubia: In de Nubische Woestijn leven kleine groepen mensen. Ze leven in takkehutten, houden geiten, eten yoghurt, hebben waterputten en weven eigen stoffen. Ze genieten van de rust en schone lucht en willen absoluut niet wonen in een stad.
#DiscTV mei 2013
2013: Macedonia: Macedoniers op het land redden zichzelf uitstekend. Ze verbouwen zelf hun groente en fruit. Een deel wordt verkocht op de markt en en de rest wordt ingemaakt. In het voorjaar kopen ze een big die ze vetmesten en in de herfst slachten. Zo hebben ze vlees voor de hele winter. De rest van het jaar vangen ze vis in de beken en rivieren. > Macedonia
2013: Amazone/Peru: "We passeren houten huisjes waar de rivierbewoners leven, midden in de jungle. Het water van de rivier, waar wij doodziek van zouden worden, zelfs als we erin zouden zwemmen, kunnen zij probleemloos drinken. Kinderen in versleten kleertjes zwaaien lachend naar ons vanaf de kant. ... We kanoŽn met de vriendelijke rivierbewoners, die we niet verstaan - zij ons ook niet - maar hun lachtende gezichten staan in ons geheugen gegrift." (# De Telegraaf 28.9.2013 Isabel Michelotti)
2014: Tjetsnia: Een man en zijn zoon wonen eenzaam in een oude en kapotte bus ergens hoog in de bergen nabij de grens. Op de vraag hoe 't is met hem antwoordt hij Goed. Af en toe krijgt hij bezoek van familie of verre vrienden. Hij heeft gevochten tegen de Russen die een grote strook langs de grens hebben ingelijfd. Hij raakte gewond en is psychisch en geestelijk helemaal kapot van de strijd en het onrecht van de Russen. Toch voelt hij zich goed. Hij houdt van de natuur en hoog in de bergen voelt hij zich dicht bij God. Dat geeft hem kracht om verder te leven. #VPROtv 16.2.14
2014: Navajo: In de woestijn van de Grand Canyon in de Verenigde Staten woont een oud echtpaar van de Navajo Indianen. Ze wonen eenzaam in een grote open vlakte. Ze houden geiten voor de melk, het vlees en de verkoop. Al hun kinderen zijn gaan wonen in nabijgelegen dorpen en steden. Het echtpaar wil voor geen goud weg. Ze leven nog in de oude Navajo stijl en tradities. Zo staan zij elke morgen vroeg op en gaan dan buiten staan om de zon te begroeten die in grote pracht opkomt. Deze oeroude ceremonie duurt zeker een half uur. #MAXtv Erica Terpstra 19.2.2014
** Eenzaamheid, EinzelhŲfe, Contacten, Nabuurschap, Moreel, Vermaak, Reizen, Telecom35, Markten, Handel, Platteland

Allodium:
= allodiaal bezit. Eigen erfgoed, dus geen leengoed, dwz niet in bezit wegens leen, pacht, huur of anderszins, maar verworven door koop of erfenis van reeds bestaand eigen goed. In het leenstelsel ook zonneleen genaamd.
¶ Sinds het leenstelsel (850-1795) wordt allodiaal goed vaak opgedragen aan een vorst om daarna in leen terug te ontvangen. Zulks gebeurt normaliter onder dwang of om het erfrecht veilig te stellen. In het laatste geval gebeurt dat als een heer meerdere kinderen heeft. Na zijn overlijden wordt het bezit normaliter verdeeld onder al zijn kinderen. Hierdoor raakt het allodium steeds verder versnipperd. Om dat te voorkomen draagt de allodiale heer zijn allodium over aan de vorst en wordt het allodium zijn leengoed. Na het overlijden van de oorspronkelijke heer kan het leengoed dan volledig vererven naar diens oudste mannelijke rechtsopvolger. Dat is normaliter de oudste zoon.
** PgA-Z/Leenoverdracht, Spilleleen
# WP, mathieuinwonderland 24.12.08, KBG

Almen:
Dorp aan de Berkel nabij Eefde. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. De naam Almen is mogelijk afgeleid van Anglisch ael (offerplaats, tempel) + mean (meente). Volgens Anglische regels: de meente bij de offerplaats (of tempel).
¶ In Almen staat aan de Berkel een oud landhuis met de naam Groot Have. Deze naam lijkt afgeleid van Anglisch great (groot) en have (hoeve). De term have is specifiek Anglisch. Het huis wordt al genoemd in de 16e eeuw.
** Maashees, ASA
# FRI, KBG

Almelo:
Stad in Twente. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. De naam Almelo lijkt derhalve afgeleid van Anglisch aelm (elm, olm; # iep) + lah (laagte). De naam betekent dan: de laagte waar elmen staan. Daar was kennelijk de eerste Anglische bewoning. Mogelijk gaat het om een locatie in het oude centrum van Almelo en gelegen aan De Hagen, een zijtak van de Loolee. Daarvoor lijkt De Delle nabij de Boompjes en de Markstraat in aanmerking te komen. Immers, Anglisch delle = kleine laagte in land.
** Groenlo

Almkerk:
Dorp bij Zandwijk/NB. In 1227 genoemd als Almekercke. Op kaart RZA16/1773 als Almkerck en gelegen aan de Wyde Alm. De regio wordt rond 405nC bevolkt door Angelen uit de Betuwe. (> ASA) De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Aelm (Alm) + cerce (kerk). Dus: de kerk aan de Alm. Deze naam kan zijn ontstaan halfweg 550-1000nC (kerstening van NW Europa) en 1227 (oudste vermelding). Dus ergens rond 1000nC.

Alric van Skiramera: (c 1350-1410)
Genoemd in 1385 her Alric fon Skiramera (Heer Alric van Scharmer) ivm ondertekening van een oorkomde van de Acht Zijlvesten. Daaruit blijkt hij bestuurder en kerkfunctionaris te zijn.
** Scharmer, APA
# T1385

Altaar: > Altaars

Altaars:
()A ael (= altaar, tempel, offerplaats), al (=A ael), oltar (=A ael), outar (=A ael)
¶ Altaars of tempels stonden meestal op heuvels. Heuveltoppen zijn namelijk bij de naturale Angelen en andere Germanen zeer geliefd voor het vereren van een god, stamvergaderingen en rechtszittingen. Zulke locaties zijn o.a. de Bolderberg in Holten, de Dingselerberg in Markelo, de Herenhul in Engeland bij Beekbergen, Suxwort in Humsterland (Noord Groningen), etc.
¶ Heiligdommen (o.a. offerplaatsen) worden in de Germaanse tijd vaak gebouwd op de toppen van heuvels en terpen. Met de kerstening worden op dezelfde plekken vaak kerken gebouwd. (> Wirdum) Daarmee pogen de christenen de naturale Anglische priesters de wind uit de zeilen te nemen.
9nC: Tacitus (# Annales 100nC) over de Varusslag 9nC waarbij de Romeinen zijn verslagen: Het eerste legerkamp van Varus verraadt door de grote omtrek en afmetingen van het hoofdkwartier het werk van drie legioenen. Verderop herkende men de halfverwoeste wal en de ondiepe gracht dat de restanten van het uiteengeslagen leger hier stelling hadden genomen. Midden op de vlakte lagen de gebleekte beenderen van mannen, op de plekken waarheen ze waren gevlucht of weerstand hadden geboden, los verspreid of in hopen. Dichtbij lagen kapotte wapens en kadavers van paarden en ook menselijke schedels die prominent aan boomstammen genageld waren. In de nabij gelegen heilige bossen stonden de altaren van de barbaren, waarop ze de tribunen en de hooggeplaatste centurio's hadden geslacht. #CAV/p86
620nC: Bron WAB/p82 schrijft:

Raedwald, King of East Anglia [565*-625], set up a Christian altar next to the pagan altars in the old national temple and worshipped at both.
Deze Redwald heeft zijn roots vrij zeker in Rodewolt in Noord Groningen. > PgBrit/Redwald van East Anglia
** Ael, Tempels, Offerplaatsen, Tiwaz, Cultusplekken

Altaarvolk:
Aling: Familienaam afkomstig uit Assen. De regio Assen wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Zuid Groningen. De naam Aling lijkt derhalve afgeleid van Anglisch ael (altaar) + ing (volk). Aling betekent dan: het volk van of bij de offerplaats. Dat zo zijnde, moet er dus ergens in de regio Assen ooit een altaar van de naturale Angelen zijn geweest. Vooralsnog is daarover helaas niets bekend. > Aling, Offerplaatsen
--- Altaarvolk: Aling in de betekenis van 'volk van de offerplaats' kan duiden op mensen die de altaar beheren en verzorgen. Dat zijn dan normaliter priesters. Aangezien Aling een familienaam is, betekent e.e.a. dat:
- Angale Anglische priesters mogen huwen en kinderen hebben en dat hun functie erflijk is
- en dat deze priesters kenlijk altijd bij of nabij de offerplaats wonen.

** Aling, Priesters

Altaren: > Altaars
Ambachten: > Ambachten & Beroepen

Ambachten & Beroepen: (AEB:)
()A aegbour (eierboer), ancorsmidh (ankersmid), baecere (bakker), banwyrhta (uitbener, beenbewerker, slager), barbur (barbier, chirurgijn), barde (bard, troubadoer), bartelere (plankenmaker), bellman (omroeper, stads- of dorpsomroeper), beocepere (bijenhouder, imker), beoforhuntere (beverjager), beverhuntere (beverjager), biscop (bisschop), blecere (bleker, wasser), boggelere (baggelaar, veenwerker), bogmakere (boogmaker; # wapens), botman (bootsman, zeeman belast met zeiltuig), bour (boer), brandere (destilleerder), breowere (brouwer), brocere (broker = veenwerker, ontginner), buldere (bouwer), buntceapere (bonthandelaar), buntwercere (bontwerker), bur (boer), buscere (bussenmaker), caedmon (kademan, kadewerker = lader en losser van schepen), caemere (penningmeester), caemerman (kamerheer, kamerdienaar), calsidere (stratenmaker), caltere (dorpsomroeper), candelere (kaarsenmaker), carduwaener (leerbewerker), carrman (voerman, vervoerder, vrachtrijder), cealcere (witkalker, pleisteraar), cealwaerd (keldermeester), ceamere (stoker), ceapere (handelaar), ceapceorl (kiepkerel, marskramer, handelaar), cearsmakere (kaarsenmaker), cesemakere (kaasmaker), cestmakere (kistenmaker), cetelbutere (ketellapper), cetelere (ketelaar = ketelsmid), cetelmakere = ketelmaker), cladhmakere (kleermaker), cladhstoppere (kledinghersteller), claerc (klerk), clempere (binder, vastbinder), cleppere (=A clepperman), clepperman (klepperman = nachtwacht), cloccmakere (klokkenmaker), clumpere (klompenmaker), clumpmakere (klompenmaker), cnippere (kapper), colbour (koolboer = boer die kool verbouwt), colebour (kolenboer = handelaar in houts- en steenkool), colebraendere (kolenbrander = iemand die houtskool maakt), coman (koeiendrijver, koopman), combere (kammaker), copere (koopman), coperslegere (koperslager), cotere (koter, keuterboer), cotsere (koetsier), cousemakere (kousemaker), coycere (kooiker), craeft (ambacht), craeftman (ambachtsman), craemere (marktkramer, winkelier, handelaar), crocwyrhta (kruikenmaker, pottenbakker), crodnere (kruidenier, drogist), cupere (kuiper, kuipenmaker), deanere (bediende), deman (rechter), demmere (afdammer), dorcepere (deurbewaker, portier), drafere (veedrijver, veehandelaar), drapere (handelaar in kleding, linnen, etc; # textielhandelaar), dufelere (duivenvanger), drincwyrhta (waard, barhouder), eagbour (eierboer), ealdorbiscop (hogepriester), ealdorman (olderman, hoofdeling, bestuurder), faettcopere (vetkoper, vethandelaar), faettmakere (vetmaker, vetbewerker), feagere (veger, schoonmaker), fearccepere (varkenshouder, varkensboer), fearchodere (varkenshoeder), feldman (boer), feldweard (veldwachter), feohbigenga (veehouder), feohbour (veeboer), feohbredar (veehouder), feriman (stuurman van veerboot), ferwere (verver), fihbour (veeboer), fihbredar (veehouder), fincere (vinker = vinkenvanger), fiscbour (visboer), fiscdrygere (visdroger), fiscere (visser), fiscerman (visserman, visser), fiscfraw (visvrouw), frodfraw (vroedvrouw), fruhtenere (fruitboer), fuccere (fokker), fugolere (vogelaar = vogelvanger, vogelhandelaar), furman (voerman, vervoerder), furst (vorst), fyrdman (strijder, soldaat, militair, huurling), fyrst (vorst), fyrstre (boswachter), gaerdenere (tuinman), geogelere (goochelaar, tovenaar), glaesblaesere (glasblazer), glaesmakere (glasmaker), glaeswyrhta (glasmaker, glasblazer), goldsmidh (goudsmidh), gorelmakere (gareelmaker), gorman (veenwerker), gosbour (ganzenboer), goshodere (ganzenhoeder), gospluccere (ganzenplukker), heord (herder, hoeder), hodere (hoeder, opzichter), hodmakere (hoedemaker), holtbrecere (timmerman, houthandelaar), holtcopere (houthandelaar), holtman (houthandelaar), horsmennere (paardemenner), hoypluccere (hooiplukker), huntere (jager), hutcom (hutkom = ondiepe kuil met dak voor ambachtelijk werk), hydecopere (huidenkoper), imbe (imker), isensmidh (ijzersmid), laepere (oplapper, versteller), landbowere (landbouwer), leag (dokter, sjamaan), letherloiere (leerlooier), lethermakere (leermaker), letherwyrhta (leermaker), linemacere (touwslager), lombaerd (geldwisselaar, bankier, handelaar), macere (makelaar), maerctcraemere (marktkramer), maerscraemere (marskramer), maeslingsmidh (meslingsmid, bronssmid), mealtere (moutmaker), meynere (paardenmenner, paardendrijver), midwif (vroedvrouw), milcbour (melkboer), milcman (melkboer), mondmakere (mandenmaker), morman (veenwerker), morsman (veenwerker), musselman (mosselboer; raapt mossels uit slib op strand en verkoopt ze), mustartmakere (mosterdmaker), mylenere (molenaar), mynetere (muntenaar, muntmaker), naeldmakere (naaldenmaker), neatheord (veehoeder), neodwif (vroedvrouw), nihtwacere (nachtwaker), oferlocere (opzichter, opziener), oxbour (ossenboer, ossenfokker), oxenere (=A oxbour), paellbour (schillenboer), peardcopere (paardekoper), pirstecere (pieresteker = iemand die pieren opgraaft met een stok waarna ze worden gebruikt om te vissen), plastere (stucadoor), pleagman (plaggensteker), plihtere (onderstuurman), plohmakere (ploegenmaker), plumere (verenplukker), porwaegn (wagenduwer), potere (boomkweker), potsemakere (potsenmaker; # rondreizende grappenmaker), pottere (pottebakker), pottmakere (pottenmaker), pottman (pottenmaker), praetere (controleur, veldwachter, boswachter, opzichter), preost (priester), prestere (priester), raedmakere (radmaker; raed = rad, wiel), raemakere (ramaker, mastenmaker), reaf (officier), reafar (rechter), reammakere (riemenmaker, riemensnijder), reatcopere (rietkoopman = handelaar die riet opkoopt en verkoopt), reatthaecere (rietdekker), redgar (rechter), rihter (rechter), sadolmakere (zadelmaker), salmere (zalmvisser), sandfurdere (zandvervoerder), scaepheord (schapenherder, schapenhoeder), sceaphirde (schaapherder), scaepscearere (schapenscheerder), scearpere (scherpmaker, slijper, kamscherper), scipmakere (scheepmaker), scippere (schipper), scomakere (schoenmaker), scrifere (schrijver, notaris), scutemakere (schuitenmaker), sealkere (zeelmaker, zijlmaker), senman (herder), sittelere (stoelenmaker), sleddere (sleekoetsier), slegere (slachter, slager), slotmakere (slotenmaker), smidh (smid), smocere (smoker, roker van vis of vlees), snidhere (kleermaker), sorcere (sjamaan), spillman (boer), spinnere (spinner), staefmakere (maker van staffen, staven en knuppels), stanwyrhta (steenbewerker, steenhouwer), stenbacere (steenbakker), stigweard (stalmeester, veestalbewaker, rentmeester, hofmeester), stocere (stoker, destilleerder), straetmakere (straatmaker), swindere (varkenshoeder), swinhuntere (zwijnenjager), tappere (tapper = beheerder van een tapperij), tentmakere (tentmaker), tigelmakere (tegelmaker), tinnslegere (blikslager), towere (leerlooier, huidenbewerker), towslegere (touwslager), treadman (handelsman, ambachtsman), treowyrhta (schrijwerker, timmerman), ustarman (oesterman = oesterkweker), wacere (waker, bewaker, wacht), waegenmakere (wagenmaker), waepenmakere (wapenmaker), waepensmidh (wapensmid), waerd (waard, herbergier), waeterbour (waterboer, waterverkoper), wambesticcere (kleermaker, wambuismaker), warmosere (warmoesier, groenteboer), webber (wever), webbestre (weefster), wercere (werker, werkman, arbeider), wercman (werker, arbeider), wiccawif (waarzegster), wildwercere (bondwerker, pelswerker, bonthandelaar, pelshandelaar), witmakere (zeemleermaker), wyrtalbour (wortelboer)
200nC++ In Angelland ontstaat hoge vlucht van ambachtelijk werk. O.a. door contact met de Romeinen. #SDV/p283
1250++: De veengebieden worden bewoond door jagers, vissers, ijzerertswinners en vluchtelingen. Sinds de 13e eeuw komen er ook turfwinners wonen. Daardoor ontstaan hele nederzettingen en komen er steeds meer vaklieden bij, w.o. smeden, bakkers, leerbewerkers, winkeliers, etc.
** Beroepen, Bedrijven & Diensten, Vissen, Visserij, Rogge

 

Amersfoort:
Alias Amersfort (1557 > KVL). Stad aan de NW-rand van de Veluwe. De regio wordt al bewoond in de IJzertijd en ver voordien. Daarvan getuigen o.a. grafheuvels bij de Galgenberg, de Vlasakkers en de Leusderheide.
¶ Kaart RZA/p31 (1773) schrijft de naam als Amersfoord.
100vC: Amersfoort is genoemd naar rivier de Aem die daar stroomde + forde (= voorde). Deze naamdelen wijzen op Anglische herkomst, namelijk aem (water, rivier) + ford (voorde = doorwaadbare plek in rivier). De regio lijkt derhalve rond 100vC bevolkt door Angelen uit de regio Noord en Midden Veluwe. > ASA
1028nC: De oudst bekende vermelding van Amersfoort dateert vam 1028nC. In die tijd staat er al een houten kerkje dat was genoemd naar St Joris. Deze naam lijkt te verwijzen naar Beowulf, een Anglische voksheld wiens mythe al rond 600vC bestaat.
¶ Amersfoort ligt van oudsher aan een knooppunt van handelswegen naar Noord, Oost en Zuid Nederland. De stad wordt daarom later ingelijfd door de bisschop van Utrecht.
Wapen: Joriskruis = rood kruis op wit veld.
** Kerknamen, Beowulf, Handelswegen, Joriskruis, Leusden

AMG: Anglische Maten & Gewichten: > Pint, MEG
Amrum: > Wetsteen, Zonnering

Amuletten:
In de oudheid worden kraanvogels bewonderd om hun onvermoeibaar vliegvermogen. Een vleugel van een kraanvogel is een amulet tegen uitputting.
1400vC: Amulet gouden valk in linnen zwachtels van mummie van Neswaiu, zoon van Tekeretdjehuti, generaal onder de Egyptische koning Thutmoses III (1479-1425vC). De valk is het symboool van de god Horus, de Egyptische god van de liefde en herrijzenis. Het sieraad is in 2014 ontdekt in Stockholm en daar nagemaakt in plastic met een 3D-printer. De amulet is circa 4 cm hoog en 7 cm breed. Ze was opgehangen met een halssnoer aan de vleugels van de valk. # De Telegaaf 22.2.2014
** Kraanvogels, Bevertanden, Anki

Ane::
Vroeger: Aene. Dorp in Hardenberg (Overijssel) gelegen in een buitenbocht van de Vecht iets ten noorden van Gramsbergen.
300vC: De regio Ane wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Zuid Drente. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch aen = aengeland = aangrenzend land = land grenzend aan weg, dijk, wetering, moeras, e.d. Mogelijk gaat het om de Vecht of om het grote moeras waar de Slag bij Ane is geleverd in het jaar 1227 AD. Beide opties lijken mogelijk. Kaart RZA/47 (1773) toont namelijk dat Ane precies ligt in een smalle strook land tussen de Vecht en de Groote Veenen, een groot veengebied tussen Coevorden en Ommen. > RZA
1227 15 juli++ Slag bij Ane: Een grote troepenmacht verzamelt zich bij kasteel Nyenstede te Hardenberg. Bischop Otto II van Lippe is aanvoerder. Vele vermaarde ridders sluiten zich aan. O.a. Bernard van Horstmar. Via de Vecht komen honderden boten beladen met proviand en wapens. Bischop Otto maakt bekend dat ieder die veel Drenten doodt een aflaat krijgt. Otto en zijn soldaten trekken dan naar de Mommenriete in Ane. Ze zijn geharnast en zwaar bewapend. De Drenten hebben alleen spiesen, zeisen en knuppels. #HED/p11+12
1227 28 juli Slag bij Ane: Rudolf II van Coevorden verzamelt een groot leger Drentse boeren bij Ane in Drente. Zij lokken Otto van Lippe, bisschop van Utrecht, met zijn leger ridders en soldaten naar een zgn wisselveen (Angl: wiscfen), dat vaak droog lijkt, maar feitelijk vaak nat en diep is. Die dag lijkt het een droge veen. De overmoedige Otto en zijn leger draven in vol galop richting Rudolf en de Drenten een halve mijl verder, aan de overkant van het wisselveen. De gevolgen zijn rampzalig. Otto en alle ridders, paarden en manschappen belanden in het veen. Door hun zware harnassen en wapens verdwijnen ze allen in de diepte. Otto valt van zijn paard en wordt dan doodgeknuppeld. Daarna verdijnt hij in de modder. "Getrapt in 't moer" volgens een ooggetuige. Rudolf en de Drenten hebben gewonnen. De macht van Bisdom Utrecht over het Noorden is definitief gebroken. Drente en Groningen zijn verlost. Met de slag van Ane verspeelt de bisschop zijn gezag in Drente en de rest van NO Nederland (West Angle). En met hem de hertog van Saxen, van wie immers het bisdom Utrecht deze gebieden in leen had.

      

Boven: Ter herdenking van de Slag bij Ane is daar 29.7.1967 een monument geplaatst met de tekst in streektaal: Slag bi'j Aone, 28 juli 1227, zie vocht ok veur oenze vri'jheid
** Coevorden, West Angle, ASV2

Ang: > Ang~, Enge

Ang~:
Angelsloo is een oud dorp, anno 2009 een stadswijk in zuidoost Emmen in Drente. Oorspronkelijk een nederzetting van kleine boeren, gelegen op een zandrug van twee meter hoog in een moerasgebied in de marke Barge bij Ommen.
¶ Vermeldingen: Angelsloo (1049), Angel (1325), Anloe (1431), Angelsyn (1431), Angersse (1450), Angelsloe (1550*), Ancxlo (1600), Anxloo (1612), Angelsloo (1630), Anxloo (1642), Anxloe (1645), Anxlo (1645), Angelsloo (1646), Angelsen (1672), Angelschen (1687, 1691), Angelslo (1691), Angelslo (1693, 1694), Angelschlo (1783), Angelsloe (1784), Angelslo (1839). (# APN, DAB)
¶ Uit het voorgaande blijkt dat Angelslo kennelijk de meest gangbare naam van Angelsloo is. Vooralsnog is echter niet duidelijk in hoeverre de varianten Angel, Anloe, Anxloo, Angersen en Angelsen gangbaar waren. Angel lijkt reŽel. Hengelo in Twente wordt navenant locaal vaak Hengel genoemd. Variant Anxloo komt nogal vaak voor. Deze variant lijkt op de bekende variatie Ank- voor Ang(el)-namen. O.a. in Ankehaarveld bij Peest. De variant Angersen lijkt dubieus. Angeren waren een nogal agressief volk ergens nabij de Rijn in Midden Duitsland.
300vC++: De regio Angelsloo wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. De naam Angelsloo lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Angel (Angel = lid van de Angelen, een Germaans volk) + lo (clearing = open plek in bos). Dus: de open plek in het bos waar Angelen wonen. De regio ligt inderdaad in een vrij groot gebied dat van oudsher is bebosd.
¶ Uit verder onderzoek blijkt dat de vormen Anka, Enca, Enge, Inge, Ingel, Ingal, Ongel, Ungel etc varianten vormen zijn Ang, Ange en Angel. > Enca, Enge, Ingel, Ingal, Ongel
Per saldo mogen we concluderen dat Ang en variante vormen ervan als ank, ancx, anx, eng, enk etc zeer vaak verwijzen naar Angelen.
** Angelsloo, Ang/Ank, Angeren, Angerlo, Angon

Ang/Ank:
Uit de historische namen van Angelslo bij Emmen blijkt dat Angelsloo de meest gangbare naam van de loatie is. Vooralsnog is echter niet duidelijk in hoeverre de varianten Angel, Anloe, Anxloo, Angersen en Angelsen gangbaar waren. Angel lijkt reŽel. Hengelo in Twente wordt navenant locaal vaak Hengel genoemd. Variant Anxloo komt nogal vaak voor. Deze variant lijkt op de bekende variatie Ank- voor Ang(el)-namen. O.a. in Ankehaarveld bij Peest.
** Angelsloo, Ankehaarveen, Ang~

Ang/Sax:
Betreft de numerieke verhoudingen van Angelen en Saxen in bepaalde regio/tijd verbanden. In het volgende wordt steeds de Anglische Factor (AF) gemeten, zijnde de mate van Anglische vertegenwoordiging.
** AFA (Anglische Factor)

Angaal: = Naturaal Anglisch > Angalisme

Angalisme: 650vC++ (AGL:)
btr de naturale Anglische cultuur inclusief hun naturale religie
()A biddan (bidden, verzoeken), frami (=A frome), frema (=A frome), frome (vroom, flink, dapper, rechtschapen), gebed (gebed, verzoek), inwita (inwijding), inwitan (inwijden)
Hagalaz:: Hagal is het runeteken voor Harmonie, Heil en Geluk. Dit trio vormt samen de aspecten van Hagalaz, het hoogste ideaal van de Angelen. > Angalisme, Hagal, Hagall, HHG, Harmonie, Heil, Geluk, Happiness, Hagelkruis, Levenskunde
 

650vC++: Het teken Hagal (afb. rechts ©) is het 8-ste teken in de Oude Futhark (50vC-750nC) en staat voor de letter H. Tevens is ze het symbool voor Harmonie, Heil en Geluk. Als 8e teken staat ze ook voor Volmaaktheid. (> Acht) Als letter is ze ergens tussen 50vC-750nC toegevoegd. Dus mogelijk halfweg rond 350nC. Het teken X komt echter al voor in het ArchaÔsch Grieks alfabet sinds circa 1000vC. Als Hagall is ze een personificatie van de Anglische god Donar, de god die met hagelstenen smijt om mensen te plagen en hun huizen en oogsten te vernielen. > Hagall
 

600vC++: Eeuwenlang laten Angelen na het maaien een schoof op de akker achter voor het paard van Wodan. #HED/p8;KBG
415nC++: Uit de ordening van de weekdagen blijkt dat de naturale Angelen primair Zonaanbidders zijn. > Zonnecultus
700nC: Bron Beda (672-735) schrijft dat de Anglische koning Edwin van Northumbria (586*-633) zich bekeert tot het Christendom. Hij doet het echter niet zomaar. Eerst raadpleegt hij z'n adviseurs. Zij adviseren positief. De Angale priester Coifi vraagt zelfs een paard en zwaard om alle Angale tempels en beelden te vernietigen.
Per saldo blijkt dat:
- het Angalisme tempels en beelden heeft
- Angale priesters:
-- een adviserende taak hebben
-- geen wapens mogen dragen
-- geen paard mogen rijden

800nC++: Ondanks de kerstening van Angelland blijven de oude Angale waarden voortleven. Vele Angelen brengen nog vaak offers aan hun goden en laten na het oogsten liever twee schoven op de akker staan voor het paard van Wodan, dan dat ze ťťn schoof geven aan de pastoor. #HED/p9;KBG
900nC: Bron drouwerveen.com 15.11.09 schrijft:

Tot het eind van de 9e eeuw was de religie in Drenthe niet christelijk, maar Germaans [Anglisch]. Dit was een natuurgeloof, die later door de kerk als duivels werd beschouwd en op deze manier uit het dagelijks leven is geweerd. Het Germaanse geloof kende vele goden, zoals: Wodan, Donar, Frija en Ding (Tyrr) [Tiwaz]. Deze namen zijn nog terug te vinden in de namen van de dagen van de week. Vele tempels geweid aan deze goden in Drenthe zijn door zendelingen van de kerk vernield. Deze zendelingen werden gesteund door de legers van Karel de Grote. Vaak werd er op de plaats van een Germaanse [Anglische] tempel een kerk gebouwd. Een voorbeeld is de kerk van Roden. Veel herkenbare plaatsen van dit oude geloof zijn niet meer terug te vinden in het landschap. Een van de weinig overgebleven restanten is de BaloŽr Kuil. Hier kwamen vroeger de Germaanse priesters samen, werd recht gesproken en nieuwe wetten aangenomen.
** Beda, Naturalisme, Geloof, Zonnecultus, Goden, Mythen, Godendienst, Priesters, Kloosters, Tempels, Bidden, Offeren, Offerplaatsen, Offerrituelen, Offers, Heiligdommen, Ael, Cultusplekken, Paasberg, Paasvuur, Eostre, Thanatologie, Crematie, Urnen, Harfsen, Folklore, HenotheÔsme, BNW

Angalist: aanhanger van het Angalisme

Angalogie:
Betreft kennis en onderzoek naar de Angelen in NW Europa en elders.
** Angelen, Angalisme, Angolisme

Angantyr: (c 335-395)
De Hervarar Saga beschrijft het conflict tussen de Goten en Hunnen in het gebied Dnepr bij de Zwarte Zee en het verzet van de Goot Angantyr tegen de aanspraken van de Hun HlŲd op de helft van het rijk der Goten. Het komt circa 370nC tot een harde strijd, die uiteindelijk wordt gewonnen door de Goten.
De naam Angantyr betekent mogelijk: de Speer van Tyr (Tiwaz), de god van de Gerechtigheid en Oorlog.
** Saga's, Germanen, Angon, Tiwaz, Hunnen, Volksverhuizingen
# WP

Ange: > Enge

Angel::
- COD: Lid van de Germaanse stam der Angelen. Oud Engels: Engel.
- WMN: vishaak, prikkel
- EWB: vgl: Lat.: uncus: krom, haak; Gr.: onkos: haak; Oind: anka: haak, kromming
- EWB tengel: Oud Zeeuws: angel: dunne lat om reet te dichten (> tang); Oud Noors: tingl: versierd houtstuk aan de voorsteven.
- PWO: haak, stekel, vishaak, kafnaald, weerhaak, slangentong, steekorgaan
- K&E: angel = weerhaak, steekorgaan
- K&E: weerhaak = haak of punt aan pijl, angel
- KBL: Maleis: anggul = stijgen, rijzen (boeg van een schip).
- Zweeds: anka = eend
¶ De betekenis van Angel wordt ivm Angelen vaak uitgelegd als Hoek of Haak. De naam van de regio Angeln in Noord Duitsland wordt vaak verklaard door de vorm ervan, dus zijnde een Hoek of Haak. Kijken we naar de vorm van Angeln, dan is daarin niets te bespeuren dat een associatie met Hoek of Haak rechtvaardigd. De kustlijn aan de Oostzee verschilt niet wezenlijk met andere gebieden daaromtrent. Als Angeln inderdaad is afgeleid van Hoek of Haak, dan moet dat kennelijk in een andere dimensie worden gezien.

Op grond van genoemde betekenissen, kan het zijn dat Angel = uithoek of vooruitgeschoven gebied of post. Derhalve kan het zijn dat Angelen = mensen die wonen in Angel, de uithoek. Angeln is dan de naam die in de loop der tijd is ontstaan met de betekenis: het land waar de Angelen wonen. E.e.a. is vergelijkbaar met het gebied Achterhoek in Oost Gelderland, zijnde geen hoekvormig gebied maar een uithoek van Nederland door de grote moerassen aldaar en daardoor tot in de 16e eeuw dun bevolkt. De mensen aldaar worden navenant Achterhoekers genoemd, zijnde de mensen die in de Achterhoek wonen. Een ander voorbeeld is de Outback in AustraliŽ, dat ook een uithoek is met zeer weinig bevolking door de uitgestrekte, droge woestijnen. De mensen daar worden navenant Outbackers genoemd.
¶ De vraag is dan ten opzichte van welk gebied Angeln een uithoek of vooruitgeschoven post is geweest. Aangezien Angeln ten tijde van Ingwi (c 700-640vC) onderdeel is van Denemarken, zal Angeln door de Denen in de hoofdstad Leire (NO Denemarken) inderdaad als een uithoek of vooruitgeschoven post kunnen zijn beschouwd.
** Anki, Anka, Anker, Angon, Angol, Angolstaf, Angeln, Angelen, Angel-Saxen

Angel: Maas
Regio aan de Maas tussen Grave en Ravenstein, bestaande uit Overangel en Neerangel. Waarom deze regio zo heet, is vooralsnog niet bekend. Mogelijk stroomde daar ooit een rivier of beek met de naam Angel. Zodoende kunnen de betekenissen zijn:
- Overangel = Boven-Angel = boven of aan de noordkant van (de) Angel
- Neerangel = Neder-Angel = onder of aan de zuidkant van (de) Angel
¶ Een andere optie is dat Overangel en Neerangel ooit samen deelgebieden waren van een regio met de naam Angel. In 405nC voert prins Offa van Angeln met een leger van Anglische soldaten een militaire campagne in Noord en Oost Nederland. Deze gebieden zijn namelijk in die tijd onderdelen van het groot Anglisch Rijk tussen Denemarken en de Rijn/Maas. Offa bleef toen enige tijd bivakkeren langs de oever van de Maas bij Oeffelt. > Oeffelt

Angel: Muntsoort (c 1500++) (AMS:)
De Angel is een Engelse munt die al in gebruik is tijdens de regering van koning Hendrik VIII van Engeland in 1509-1547. (# The Tudors - deel 9; tv dramaserie) Ook tijdens de regering van zijn dochter koningin Elisabeth I in 1558-1603 is de Angel in gebruik. De Angel heeft in die tijd een waarde van een halve pond (= 10 shillings). Ze is de meest gebruikte gouden munt. (# Elizabethan.org 20.1.2014)
¶ NB: Anglisch Angel (Engel, Ingel, Ongel, Ungel) = Angel (stamlid Angelen), Angle. Wat Angel betekent in Engeland anno 1500++ is vooralsnog niet bekend. Genoemde bron Elizabethan.org stelt impliciet dat de naam Angel voor de munt engel betekent. Motivatie: You would never say you owed somebody 6 angels. But you might say you gave your servant an angel to spend at the faire. To coerce someone's servant, you might suggest that the sweet voice of an angel would convince him. Deze motivatie lijkt echter nogal zwak. In genoemde bron The Tudors lijkt dat geenszins het geval. Hendrik VIII geeft daarin in duidelijke termen opdracht aan zijn schatbewaarder om iemand een flink bedrag in angels te betalen. I.c.: Give him ... angels. In de Nederlandse ondertiteling is dat vertaald met Geef hem ... angel. De gebiedende toon van Hendrik VIII doet veeleer denken aan een normale munt in normale omstandigheden. Dat betekent dat de munt Angel inderdaad lijkt te moeten worden vertaald in Nederlands Angel = een stamlid van de Angelen. Analoog aan de Frank = de munteenheid van de Franken en later van Frankrijk.
** Anglische Mark

Angel: Westfalen:
Rivier in Westfalen, stromend van Beckum richting Munster. De rivier is vrij zeker genoemd naar de Angelen die zich daar omtrent 150vC hebben gesetteld vanuit het noorden.
** Angelmodde, Beckum

Angel-Saxen: (ASX:)
Bron ASW/p31 schrijft:

The Anglo-Saxon peoples, then [400-600nC], were probably of mixed stock, with a number of common characteristics, before they arrived in England.
 

Brittannia: omvat Engeland, Wales en Schotland
bevolking sinds:
1000vC Kelten in heel Brittannia
----vC Picten en Scoten in Schotland
--55vC Romeinen in Engeland (-410nC)
-100nC Tubanten uit Twente in Yorkshire
-100nC Nederlanders en Belgen in Winchester
-400nC Angelen, Saxen en Juten in Engeland
-800nC Denen en Vikings in NO Engeland
1066nC NormandiŽrs in Zuid Engeland

Ondanks de latere immigratie van Denen, Vikings en NormandiŽrs is de betekenis van de Angel-Saxen door de eeuwen dominant. Dat heeft o.a. te maken met hun nummerieke meederheid.
Links: Brittannia in 500-1000nC. De Angelen wonen voornamelijk in Northumbria, Mercia en East Anglia. De Saxen in Essex, Sussex en Wessex.
@ kaart © B.C. Kranenburg

 

 
¶ Bron WAB/p23-24 schrijft:

The lands from which the Germanic invaders [in Britain] came lay along those sea-girt shores which pass from Denmark through Schleswig to the Netherlands. To the Romans these tribes had long been known as "Saxons", but actually they belonged to three nations - the Jutes in the north, the Angles in the middle, and the Saxons in the south, while it seems likely that a fourth people, the Frisians from the neighbourhood of Holland, were also involved. Of these peoples the Angles, or English, appear to have been the most powerful; and the comparatively modern term "Anglo-Saxon" may be said to have been designed to indicate that while they all belonged to the tribes loosely described as Saxons, the Anglian element played the most important part in the movement.
98nC: Ingweonen: Germaans volk dat volgens Tacitus (98nC) woont in NW Europa langs de kust van de Noordzee. Later verstaat men onder hen de Germanen die de ing-klank gebruiken in hun taal. In feite zijn dat voornamelijk Angelen, hetgeen overeenstemt met het toenmalig woongebied van de Angelen. De Saxen gebruiken de ink-klank. > Angle, Angelland, Angelen, ing/ink, AFA
425nC: Een tekst in het Engelse dichtwerk Widsith van rond 425nC roemt prins Offa van Angeln (Angle) en zijn strijd tegen de Swaefen bij Fifeldore (in Fivelingo/Groningen):

35. Offa weold Ongle, Alewih Denum:
35. Offa regeerde Angle, Alewih de Denen;
36. se waes thara manna modgast ealra,
36. hij was daar onder mannen de allermoedigste,
37. no hwaethre he ofer Offan eorlscype fremede,
37. niemand overtrof Offa's vermetel leiderschap,
38. ac Offa geslog aerest monna,
38. en Offa veroverde in de eerste maanden,
39. cnithwesende, cynerica maest.
39. knecht/ruiter wezende, meest van het koninkrijk.
40. Naenig efeneald him eorlscipe maran
40. Niemand evenaarde hem meer leiderschap
41. on orette. Ane sweorde
41. op aarde. Ene zwaard
42. merce gemaerde with Myrgingum
42. merkte vermaard de grens met Myrgingum
43. bi Fifeldore; heoldon forth sidhdhan
43. bij Fiveldore; hielden voorts gescheiden
44. Engle ond Swaefe, swa hit Offa geslog.
44. Angelen en Swaefen, zo heeft Offa geslagen.

> Offa van Angeln, Widsith, Angeln, Angle, Angelland, HRAA

449nC: Bron ASC/449: de Anglo-Saxon Chronicle voor het jaar 449nC:

Tha comon the menn of thrim maegthum Germanie: of Eald-Seaxum, of Englum, of Iotum. ...
Of Angle comon -- se a sittan stod weste betwix Iotum and Seaxum -- East-Engel, Middel-Engel, Mierce, and ealle North-Humbre.

vrij vertaald:
Daar komen de mensen van drie machten in Germania: van Oud Saxen, van Angle, van Jutland. ...
Van Angle komen -- ze [Angle] lag steeds westlijk tussen Jutland en Saxen -- East Anglia, Mid Anglia [Midlands], Mercia, en heel Northumbria.

Bron ASC/449 is geschreven rond 835nC. Angle wordt in die tijd door de Angelen in Brittannia dus ook Englum genoemd en door hen kennelijk gezien als hun herkomstgebied op het Continent. Ook worden delen in Engeland zelf of Engeland in het geheel door oude Engelse bronnen vaak Englum genoemd.
 

Angle: Alias Angelland. Uit historische analyses van het woonland van de Angelen op het Continent blijkt dat hun woongebied Angelland rond 449nC Angle (Ongle, Engle, Englum) wordt genoemd. Dit Angle ligt in het hele gebied tussen Denemarken, de Elbe, de Saale, de Rijn/Waal en de Noordzee.
> Angle, Angelland
 

449nC Eald Seaxum: Bron ASC/449: de Anglo-Saxon Chronicle voor het jaar 449nC:

Of Eald-seaxum comon East-seaxe and Suth-seaxe and West-seaxe.
ofwel:
Van Oud Saxum komen Oost-Saxen (Essex) en Zuid-Saxen (Sussex) en West-Saxen (Wessex).
Bron ASC/449 is geschreven rond 835nC. Na de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 450-550nC raakt Angelland (Angle) verzwakt. Rond 775nC wordt het land daarom gedeeltelijk veroverd door Saxen en Franken. De Saxen settelen in Oost Angelland tot aan rivier de Ems (Eems). Tot 775nC ligt dus het woongebied van de Saxen in NO Duitsland van de Poolse grens tot aan de Elbe. Dat gebied heet dus Eald-Seaxum ofwel Oud Saxum.
> Old Saxum, Saxenland
¶ De term Angel-Saxen is zeer oud. Ze is bedacht op het Continent voor de gezamenlijke Angelen en Saxen en wijst op een verbond tussen deze volken. Sommige bronnen beweren dat dit eerste verbond tussen de Angelen en Saxen is gesloten rond 150nC in het gebied Lunenburg nabij Bremen tussen de Weser en Elbe in NW Duitsland, de overlap van de toenmalige woongebieden van beide volken. Dit verbond is nodig om samen sterk te staan tegenover andere volken en de onderlinge vrede te bewaren.
Asbool: Als teken van hun verbond voeren de Angelen en Saxen de Asbool: op goud een x-kruis in rood, in een blauwe ring. Het x-kruis is een oeroud teken van verbond, broederschap en eenheid, gericht tegen het kwaad. Het rode x-kruis is het symbool van bloedbroederschap, verkregen door twee lichte snijdingen met een dolk boven de pols in de rechter onderarm, waarna deze insnijdingen tegen elkaar worden gedrukt en de broeders

 
ieder een door bloed rood gekleurd x-kruis hebben op hun onderarm. Het x-kruis vinden we als symbool nog terug op de nokrand en balken van oude huizen, schuren en stallen, zowel in Twente en Drente als in landen op de Balkan en in de Himalaya. Mogelijk is het een oeroud Arisch symbool, meegenomen door de Germanen. (> Nokkruis) De ring rond het x-kruis is het teken voor eenheid. De kleur blauw staat voor zuiverheid.
650nC: Rond 650nC lijkt het verbond tussen de Angelen en Saxen opnieuw te zijn bevestigd in de Cotswolds in centraal Engeland, door de aldaar wonende Angelen en Saxen. Sindsdien worden de bewoners van Engeland vaak Angel-Saxen genoemd. In 889nC komt feitelijk het 3e verbond tussen de Angelen en Saxen. In dat jaar huwt koning Ethelred II van Mercia met Ethelflaed van Wessex, dochter van koning Alfred de Grote van Wessex. Met dat feit is de basis gelegd voor de verdere unificatie van Engeland. Mercia omvat het Anglische Rijk in Midden en Noord Engeland, en Wessex omvat het Saxische Rijk in Zuid en Oost Engeland.
700nC: Bron HGN schrijft tav de Anglo-Friese relaties het volgende in hoofdtuk VIII: Inleiding van Oudwestgermaans:

... Beda (8ste eeuw) noemt op het vasteland als verwanten van zijn volk [de Angelen] wel de Oud-Saksen, maar niet de Friezen. > Old Saxum
¶ Het x-kruis is in de Anglische futhark identiek aan de Latijnse letter G. Als zodanig kan het staan voor Gewisse, zoals de Angel-Saxen in Engeland zich noemen. Gewisse betekent in Oud Angel-Saxisch Bondgenoten, afgeleid van wis = bundel. Aangezien het x-kruis in rood wordt uitgebeeld, zal het echter ook Bloedbroeders betekenen. Dwz: mensen die ritueel met elkaar zijn verbonden.
775nC: Het Anglische Rijk op het Continent strekt zich circa 300vC-600nC uit tot aan de Rijn. (> Angologie) Na de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 450-500nC verzwakt dit Mega Angle en wordt daarna steeds meer onderworpen door Denen en Saxen. Van 500-700nC wordt Angeln steeds verder veroverd door de Denen. Van 600-775nC settelen zich steeds meer Saxen in NW Duitsland en NO Nederland. (> Saxen) Uiteindelijk groeit zodoende sinds circa 775nC in beide laatste gebieden steeds meer een gemengde bevolking van Saxen en niet gemigreerde Angelen. In de loop van de daarop volgende eeuwen integreren beide culturen en groeit hieruit een Angel-Saxische mengcultuur. Aangezien Angelen en Saxen beide voortkomen uit de Germaanse stam der Goten, waren hun culturen al nauw verwant en is de integratie vrij makkelijk verlopen. De eigen identiteiten zijn hoofdzakelijk nog terug te vinden in locatienamen zoals Englum (Groningen), Angelsloo (Emmen), Angelburg (OsnabrŁck), Saaksum (Saxum; Groningen), Saaksumhuizen (Saxenhuizen; Groningen), Sachsenhausen en Nieder-Sachsen (Duitsland), etc.
Usurpatie: Aangezien:
- Saxen en Hunnen in de Karpaten sinds circa 400nC sterk lijken geÔntegreerd te raken > Karpaten
- en de geÔntegreerde Saxen en Hunnen steevast Saxen worden genoemd > Nieuwe Saxen
- en de Saxen op het Continent en later in Engeland sinds circa 115nC 3x een verbond sluiten met de Angelen
- en sinds circa 750nC zowel in Angelland op het Continent als in Engeland in Brittannia een versaxing van het Anglische optreedt > Angel-Saxisch, Versaxing
>>> lijken de Saxen zich nogal usurpatief te gedragen jegens volken met wie zij duurzaam samenleven en lijken de Angelen hun eigen waarden onvoldoende te verdedigen.
** Hengest & Horsa, Angelen, Saxen, Lunenburg, ang/sax, Eerlijkheid, Nokkruis, Suxwort, Futhark, Groot Veenland, Angelland, HAA, Nieuwe Saxen, PgBrit/Gewisse, Andrieskruis, Ethelred II van Mercia

 
Angel-Saxisch: (775nC++) (AST:)
= streektaal in enkele grensgebieden van NO Nederland (West Angle)
-775++-- Saxen migreren naar NW Duitsland en grensstreken NO Nederland
-775++-- versaxing streektalen enkele grensgebieden NO Nederland
¶ In de loop van latere eeuwen ontstaan enkele kleine enclaves in NO Nederland waar kleine aantallen Saxen zijn gesetteld. Hierdoor ontstaat het zgn Angel-Saxisch (AS), een soort mix van het Anglisch en het Saxisch. Het Anglisch blijft echter de boventoon voeren in een verhouding van circa 3:1.
** AFA, ASV2, Ang/Sax, Ing/Ink, ATZA, Versaxing

Angelbeck:
Dorp bij OsnabrŁck in Neder-Saxen. Aangezien in die regio in de eerste eeuwen nC Angelen wonen, betekent de naam vrijwel zeker Beek waar de Angelen wonen.

Angelbeek:
Ook Angelbeeck. Familienaam in Nederland. Mogelijk afgeleid van Angelbeck bij Osnabruck.

Angelberg:
Locatie ZW van Augsburg in Beieren, Zuid Duitsland.
** Engelbergh

Angelbert:
Angelbert was een Frankische soldaat en dichter. Schreef "Versen over de slag die was gevochten bij Fontenoy". Deze slag is gevoerd op 25 juni 841. Angelbert vocht toen mee met het leger van koning Lothar I van Lotharingen. Het werk beschrijft de feiten en de ellende van deze slag en wordt beschouwd als een literair meesterwerk. Later is Angelbert's werk gecopieerd door andere auteurs. O.a. in het 'Hildebrandslied' en het 'Ludwigslied' en in het werk van Radboud van Utrecht.
¶ Angelbert is zowel een jongensnaam als een familienaam. Jean-Henri d'Angelbert (1629-1691) was een componist in Parijs. Angelbert komt ook voor als Engelbert.
** Engelbert
# WKP 28.6.09, DAB

Angelburg Hessen:
Dorp in Hessen. Anno 2009 3.668 inwoners. Omvat de buurten Frechenhausen, GŲnnern en Lixfeld. Mogelijk betekent de naam Burcht der Angelen.
# WKP 1.6.09, KBG

Angelburg OsnabrŁck:
Dorp bij OsnabrŁck in Neder-Saxen. Aangezien in die regio in de eerste eeuwen nC Angelen wonen, betekent de naam vrijwel zeker Burcht der Angelen.

Angele:
Familienaam in Baden-WŁrtemberg, Duitsland. De naam lijkt afgeleid van Anglisch Angle = Angelland. (> Angle) Bekend is ijzersmederij Angele in Reinstetten (Ochsenhausen in Baden-WŁrtemberg), de grootste in zijn soort in Europa. Anno 2009 is Johann Angele er directeur.
# Katalog Angele 2009, Angele.de 2013

Angelen::
Oude Noord Germaanse volkstam in Angeln, gelegen in Sleswig (Noord Duitsland). Vrij zeker komen ze voort uit de Germaanse stam der West Goten in Zweden. (> Oer Angelen) Hun naam lijkt afgeleid van de angol = een gepunt slagwapen. > Angol
¶ Engels Angles = Low-German tribe settled in Northumbria, Mercia & E.Anglia. Low-German = dialects of Germany that are not High German, also, all forms of West-German, including English and Dutch. #COD
650vC: Volgens oude legendes zijn ze nazaten van Ingwi, een zoon van de Germaanse god Odin, de oppergod van de Noord-Germanen, identiek aan Wodan van de West-Germanen. Volgens een Noorse saga is Ingwi echter een zoon van koning Halfdan de Oude. Een ander Noorse saga zegt dat Ingui (Ingwi) de eerste koning van Zweden is. (Historia Norwegiae) Andere saga's noemen Ingwi ook koning van Zweden. Bij nadere studie lijkt Ingwi echter eerder een Deense koning die zich rond 665vC vestigt in Zuid Denemarken, in het gebied dat later Angeln heet. (> Ingwi) Zijn nazaten worden Angelen genoemd.
--- De these dat Ingwi de stamvader der Angelen is en zich rond 665vC in Angeln vestigt, lijkt zeer aannemelijk. Immers:
Aangezien runenstenen en het gebruik van runentekens voornamelijk voorkomen in Scandinavische landen in 500vC-1300nC;
- en aangezien de Angelen betrekkelijk weinig gebruik maken van runen en runenstenen (> Runen, Thorsberg)
- en aangezien de runen en de futhark op de Britse eilanden voornamelijk voorkomen in de 10e en 11e eeuw en dan ook nog in afwijkende vormen (> Runen)
- en aangezien de Angelen op de Britse eilanden daar al sinds circa 450 nC wonen
>> mogen we aannemen dat de Angelen oorspronkelijk geen runen en futhark gebruiken en daarom al ruim vůůr 500vC uit ScandinaviŽ zijn vertrokken.

600vC: kaart rechts:
Zuid Denemarken en Angeln 7e eeuw vC
geel      = woongebied Angelen
blauw    = woongebied Jutten
groen    = woongebied Sabalingi
felblauw = woongebied Chauken
De Angelen wonen in Angeln, Als en Zuid Funen. Als en Funen zijn Deense eilanden.
> Angelen
 
500vC++: In Nederland vestigen de Angelen zich voornamelijk in Noord Groningen (i.b. Humsterland en mogelijk ook Losdorp) en in Noord Friesland. In Nederland zijn ook vele streeknamen die herinneren aan de vestiging van Angelen. Zoals Angelsloo bij Emmen, Engelum bij Leeuwarden, Englum tussen Oldehove en Saaksum (Saxum) in Humsterland en de streken Engeland in Beekbergen en in Hardenberg. De plaatsen Hengelo en Hengevelde in Twente kunnen oorspronkelijk eveneens Anglische nederzettingen zijn. In het Saxisch krijgen woorden met een klinker namelijk vaak een H waar die helemaal niet hoort. (> H-gebruik) Hengelo en Hengevelde kunnen zodoende van oorsprong Engeloo en Engevelde heten en derhalve Anglische enclaves zijn in een Saxisch gebied.
350vC: Bron KBG schrijft bij item KTE (Kerntaal Engels):
Verder blijkt uit de definitie [van English] van bron COD dat kennelijk al ver bevoor de migratie van Angelen naar Brittannia sinds circa 450nC in Old Teutonic [400-300vC] de Teutonen op het Continent (Denemarken en NW Duitsland) spreken van Anglisko c.q. het Anglisch. Aangezien de Teutonen voor het eerst worden genoemd in de 4e eeuw vC en na 100 vC schijnbaar verdwenen zijn, moet het Anglisch kennelijk zeker al in de periode 4e-3e eeuw vC als taal bestaan, vrij zeker zelfs eerder. Verder betekent e.e.a. dat de Angelen in de 4e-3e eeuw vC kennelijk al een redelijk groot volk zijn met een eigen taal. Waren ze immers een klein en onbeduidend volk, dan is de kans dat zij of hun taal in die tijd genoemd zouden worden zeer klein of zelfs nihil. > English, Teutoons, Teutonen, Demografie, PgBrit/KTE;
80nC: De Romeinse historicus Tacitus (55-120nC) noemt circa 80nC de Angelen in hoofdtuk 40 van zijn boek De Germania. Hij schrijft: Zij [de Angelen] wonen langs de Elbe tot aan Bohemia. > Afstamming
98nC Ingweonen: Germaans volk dat volgens Tacitus (98nC) woont in NW Europa langs de kust van de Noordzee. Later verstaat men onder hen de Germanen die de ing-klank gebruiken in hun taal. In feite zijn dat voornamelijk Angelen, hetgeen overeenstemt met het toenmalig woongebied van de Angelen. De Saxen gebruiken de ink-klank.
115nC: De Griekse astronoom, wiskundige en cartograaf Claudius Ptolemaeus (87-150nC) in AlexandriŽ maakt een atlas, die in 1478 in Rome wordt gedrukt met de titel 'Geographia' door Arnold Buckinck. Deze atlas bevat een kaart van NW Duitsland waarop de woongebieden zijn aangegeven van Germaanse volkstammen. De Saxones plaatst hij tussen de mond van de Elbe tot aan de Oostzee. De Phrisii (Friezen) plaatst hij tussen de Weser en de Eems, het huidige Oost-Friesland. De Angili (Angelen) plaatst hij zuidelijk daarvan nabij de LŁnenburger Heide. Mogelijk dat het Anglische woongebied zich in die tijd uitstrekt vanaf Denemarken tot de LŁnerburger Heide en een deel van het Saxenland overlapt of doorkruist. Dit kan een verkalring zijn voor de steevaste associatie tussen Angelen, Saxen en Friezen zoals die door de eeuwen heen bestaat. Bovendien kan het verklaren waarom in feite de Angelen zo een grote en belangrijke inbreng hebben in Engeland, waar een groot deel van hen zich vestigt. Hun gebied en dus hun aantal moet vele malen groter zijn dan hun stamland Angeln kan rechtvaardigen. Archeologisch onderzoek bevestigt dat er inderdaad meer Angelen waren. Daaruit is namelijk gebleken dat in de 1e eeuw nC ook Angelen wonen op de Deense eilanden Als en Funen (Fyn) nabij Angeln. Gezien de grootte van deze gebieden kan het totale aantal Angelen in de 1e eeuw nC 3x groter worden gedacht dan voorheen. In die tijd worden de Saxen nog niet genoemd. Tijdens de massamigratie naar Engeland in de periode 450-650 moeten er dan ook zeker aanzienlijk meer Angelen zijn overgestoken dan Saxen. Temeer daar de Saxen zich sinds die tijd meer oostwaarts verspreiden richting Polen.
400nC++: In bron OVK (1995) over maten en gewichten in Friesland zegt auteur M.A. Holtman te Kantens:
Laatst was ik in het British Museum. Daar hebben ze een verzameling aardewerk waarvan ze niet eens doorhebben dat het maten zijn! Ik heb toen die conservator aan zijn jasje getrokken en gezegd: hť, dat is een pint, de oermaat van de Angelen. Vijfhonderzeventig milimeter precies. Die maat kom je tegen in Friesland, maar daar heet 't een halfmengel.
Bron OVK vervolgt:
En de magische vijhonderdzeventig milimeter is nog veel verder de wereld over gegaan. Holtman heeft 'm ook gevonden in Zuid-Zweden, het Deense eiland FŲhr en bij Zierikzee. Overtuigend bewijs dat het volk der Angelen eind vierde eeuw in al deze gebieden woonde alvorens naar Engeland af te zakken, meent Holtman. > Pint
400nC++: #NAE/1937: Angelen zijn een Germaanse volkstam in het tegenwoordige Sleeswijk, later langs Beneden Rijn en Maas, steken in de 5e eeuw gedeeltelijk naar Groot Brittannia over, waar zij samen met de Saxen en andere stammen diverse rijkjes stichten.
420nC: Volgens overlevering heeft ene Engist uit Angeln zich bevoor het jaar 430nC enige tijd gevestigd in Humsterland, samen met zijn broer Horsa en hun Angel-Saxisch huurlingenleger. De dorpen Englum en Saxum (oude spelling!) zouden daar nog aan herinneren. In 430 vertrekken Engist en Horsa met de huurlingen naar BrittanniŽ. (> Engist van Angeln). Het is aannemelijk dat enige huurlingen zich blijvend hebben gevestigd in Humsterland.
 
¶ Langs welke wegen de Angelen naar Nederland migreren, is niet exact bekend. Bron EVG (p 90) schrijft echter over een oude handelsweg vanaf Haddeby (Haithabu) bij Sleswig over land naar rivier de Eider, dan via de Eider zuidwaarts en dan verder over land naar Noord Nederland. Handelswegen zijn feitelijk normale wegen die ook voor andere doeleinden worden gebruikt. Dus ook voor migratie. Het is vrij zeker dat bron EVG de zgn Ossenweg bedoelt. Deze weg dateert al uit de Bronstijd (2000-800vC) en verbint Noord Denemarken met West en Midden Europa. > Ossenweg
 
450nC: Bron WAB/p23-24 schrijft:
The lands from which the Germanic invaders [in Britain] came lay along those sea-girt shores which pass from Denmark through Schleswig to the Netherlands. To the Romans these tribes had long been known as "Saxons", but actually they belonged to three nations - the Jutes in the north, the Angles in the middle, and the Saxons in the south, while it seems likely that a fourth people, the Frisians from the neighbourhood of Holland, were also involved. Of these peoples the Angles, or English, appear to have been the most powerful; and the comparatively modern term "Anglo-Saxon" may be said to have been designed to indicate that while they all belonged to the tribes loosely described as Saxons, the Anglian element played the most important part in the movement.
Deze tekst bevestigd de resultaten van nader onderzoek over de numerieke verhoudingen tussen Angelen en Saxen in Angelland. > AFA
450nC++: Angelen zijn uitstekende boeren, die veel landwerk doen. Zij fokken dieren die in deze tijd nog veel te zien zijn. Bijen houden gebeurt op grote schaal. Ze zijn uitstekende jagers, die gek zijn op honden en paarden. Valkenjacht is een populaire sport. Soms moeten ze vechten voor hun landheer. Thuis voelen ze zich echter het meest gelukkig. Hun vredelievende aard maakt hen later trouwe aanhangers van het Christendom. #WAB/p171
750nC: Bron HGN schrijft tav de Anglo-Friese relaties het volgende in hoofdtuk VIII: Inleiding van Oudwestgermaans:
... Beda (8ste eeuw) noemt op het vasteland als verwanten van zijn volk [de Angelen] wel de Oud-Saksen, maar niet de Friezen.
450nC-550nC++: Massamigratie Angelen naar Brittannia, Zuid Nederland, BelgiŽ, Elzas en Noord Frankrijk wegens langdurige natheid. > P36
¶ Tussen de Angelen en de bewoners van hun vestigingsgebieden in Nederland bestaat verwantschap in taal en gebruiken. Zeker met de Friezen en Saxen. Ze kunnen elkaar met enige moeite redelijk verstaan en begrijpen. Ondanks deze onderlinge verwantschap verlopen de contacten niet altijd vriendschappelijk. Zo worden in Ezinge en Hoogebeintum enige boerderijen verwoest na een kennelijk heftige confrontatie. (KVN 59) Op andere plaatsen zijn de contacten vreedzaam en groeit er in de loop der tijd een eenheid tussen de bevolkingsgroepen. (KVN 61) In Leiden is in 451 ene Engist uit Angeln de oorspronkelijke bouwer van de beroemde burcht. (> Burcht van Leiden) Het is aannemlijk dat hij daar is blijven wonen als eerste burchtheer. > Engist van Angeln
¶ Het Anglisch is de taal van de Angelen. Het is een oude Noord-Germaanse taal, die erg op het Deens en het Oud Fries lijkt, waar het duidelijk ook aan verwant is. Qua structuur (wordorder) lijkt het echter duidelijk meer op het Deens. > Anglisch
¶ De naam Engeland is eveneens aan de Angelen te danken. Het betekent namelijk in feite 'het land van de Angelen'. Op zich is dit niet zo vreemd. Het Anglische rijk Mercia is tot in de 9e eeuw in feite het machtigste gebied in BrittanniŽ. Daarna verzwakt het ernstig door de onophoudelijke aanvallen van Vikings en Denen. Geleidelijk aan neemt Wessex de macht over. In de periode 889-919 fuseren beide rijken en ontstaat het koninkrijk Engeland. Samen onderwerpen ze de Denen en verslaan ze de Vikings. Inmiddels hebben de Angelen echter een economische en politieke machtpositie bereikt en gaan ze zodoende ook grote culturele invloed uitoefenen.
Onderstammen: > Onderstammen
** Angili, Moerasvolk, Pint, Angeln, Anglisch, Ingwi, Sleswig, Hwicce, Mercia, Ethelred II van Mercia, Ethelflaed van Wessex, ASC, Gildas, Beda, Engist van Angeln, Demografie, Anglica, Migratiestromen, Angologie, Teutonen, Goten, HAA, FBAA
# WP, FFS, KBG, DAB

Angelen in Angelland: (AIA:) bewijzen > FBAA
Angelfolc: oude Engelse benaming voor Angelen > Volk

Angelhausen:
Anno 2009 is Angelhausen-Oberndorf een stadsdeel van Arnstadt in de Ilm-Kreis in Thuringen, Duitsland. Angelhausen wordt voor het eerst genoemd in 948 nC. De naam is afgeleid van de Angelen, een Germaanse volkstam die zich rond 600 nC vestigt in Thuringen, mogelijk vanuit Wijchen bij Nijmegen. Anno 2009 telt Angelhausen 1050 inwoners. Het dorp heeft een oude kerk.
** Angelhusen, Engelhusen, Engelhuizen, Enghuizen
# WKP 24.8.09, DAB

Angelheem:
Betekenis: heem (oord) waar Angelen wonen. Het is een fictieve naam voor een groot gebied bij Harreveld in de Achterhoek dat bestaat uit:
- Ongelnkamp (Ongel=Angel + caemp=veld) gelegen aan de noordkant van de Ongelnkampsdiek (Onglenkamp + dic=dijk).
Bron VHV noemt verder veld Onland (vrm Ongelnkamp). Onland = Angl. unland = slecht land, drasland. Het is niet duidelijk of daarmee bedoeld wordt dat Ongelnkamp later Onland heet, of dat Onland ooit een stuk was van Angelnkamp.
- Engeland: Een gebied tussen de Aaltense Goor, de Venne Bulten, de Rieteweg en De Riete in Harreveld. Vanaf 't Villeken in Aalten loopt de Engelandsdijk naar Engeland. Het is een lange zandweg gaande door de Aaltense Goor waar hij de Prinsendijk kruist en verder gaat richting de Rieteweg, nagenoeg parallel aan de Romienendijk. (> Engeland Aalten)
Ongel is een oude variant van Angel. De naam Ongel komt al voor rond 450nC in een vers van Widsith, een Engelse troubadour die veel op het Continent zwierf. Ongelnkamp (Angl: Onglecaemp) betekent dus: de kamp (stuk hooggelegen open grond) waar Angelen wonen.
¶ Aangezien Ongelnkamp en Engeland beide oorspronkelijk Anglische gebieden lijken te zijn geweest, is het goed mogelijk dat deze gebieden oorspronkelijk een aaneengesloten gebied vormen. Een zekere regionale eenheid dus. Pas veel later zal er dan een scheiding zijn gekomen tussen Ongelnkamp en Engeland. Mogelijk door de groei van de dorpskern.
Het Zwarte Veen is het gebied tussen Lichtenvoorde, de Aaltense Goor, de Venne Bulten en de N18 langs Harreveld. Dit gebied valt nagenoeg samen met eerder genoemd Engeland. De naam Zwarte Veen komt voor sinds eind 18e eeuw. Oudere vermeldingen zijn vooralsnog niet bekend. Ook is niet bekend waarom dit gebied het Zwarte Veen wordt genoemd, terwijl het kennelijk eerder de naam Engeland had. Mogelijk is het een andere naam, die ooit ook werd gegeven en dat door gebruik de naam Zwarte Veen ganbaar is geworden.
¶ Bron HZV schrijft juli 1996 over het Zwarte Veen. Daarin wordt geciteerd uit een artikel in de Aaltensche Courant van 19 mei 1925. De onbekende auteur uit naburig Heelweg schrijft o.a.:

Als hij [bezoeker Zwarte Veen] dan een wandeling naar beneden [vanaf de Venne Bulten] maakt en zijn onderzoek voortzet, dan zal hij honderden welputten met daaraan verbonden goten om het water in verschillende richtingen te leiden, ontdekken. Als men dan weet, dat hier enkele meters hoogveen bestaan hebben, dan zal hij tot de conclusie moeten komen, dat hier eenmaal vele geslachten hebben gestreden den strijd om het bestaan.

¶ De citaat uit bron HZV getuigt van grote historische kennis. Gezien de context kan men de volgende conclusies trekken:
- Het hoogveen doet veronderstellen dat het gebied van het Zwarte Veen oorspronkelijk hoger lag en pas door afgraving lager kwam te liggen en daardoor natter is geworden.
- Turfgraven begint pas laat in de Achterhoek. Naar zeggen ergens in de 17e eeuw. Het kan dus zijn dat vůůr circa 1650 het gebied de naam Engeland heeft, maar dat na de afgraving het gebied vernat en daardoor het Zwarte Veen gaat heten. Aangezien het gebied relatief klein is (80 Ha) kan de naam rond het jaar 1700 zijn veranderd.
- De welputten en goten doen sterk denken aan zgn raatakkers, die in 800vC-12nC worden aangelegd door Angelen o.a. bij Wekerom en Emst op de Veluwe en op diverse locaties in Drente. (> Raatakkers) De welputten en goten kunnen dan gediend hebben ter irigatie van de grond, die door de hoge ligging de kans liep te verdrogen als neerslag langdurig wegbleef. Opmerkelijk is dat in Wekerom ook een welput lag in de raatakkers. (> Wekerom)
¶ Gezien de historische migratiestromen zal Angelheem rond 150vC zijn bevolkt door Angelen uit Berkelland. Deze Angelen zullen voornamelijk wonen op de hoge zandgronden van de Venne Bulten (Angl: Fenn Byltan) en Ongelnkamp (Angl: Onglecaemp). Enkelen van hen wonen mogelijk op de zandruggen (eilanden) in de moerassen van Engeland en de Aaltense Goor. Dergelijke plekken bieden namelijk veel bescherming tegen agressie van kwaadwilligen.
¶ Naar zeggen zijn op de Venne Bulten archeologische vondsten gedaan, die getuigen van bewoning rond de jaartelling. O.a. is er een bijl gevonden. Door de vernatting van Engeland c.q. Ongelnkamp kunnen resten van houtconstructies zijn vergaan. Voorwerpen van metaal, steen of aardewerk zullen daarentegen zeker nog verborgen kunnen zijn in het huidige Zwarte Veen.
¶ Bron HZV schrijft dat in 1924-26 circa 20 Ha in De Riete is omgezet in landbouwgrond. In 1931 wordt het hele gebied van het Zwarte Veen ontgonnen door de Heidemaatschappij en de Rijksloonregeling Werklozen. Anno 2010 bestaat het gebied voornamelijk uit grasland voor vee.
** Engeland Aalten, Harreveld, Moerasvolk, HZV, Welputten
# FRI, HZV, DAB, KBG

Angelhoven: (c 1825++)
Alias Engelenhoeve. Boerderij in Kernhem bij Ede. Ze dateert van circa 1775. Aldaar houdt men anno 2010 Brandrodes (Angl: Brandreada), de oudste koesoort van Nederland, zo genoemd omdat hun kleur egaal bruinrood is. Ze komt oorsrponkelijk alleen voor in het IJssellandschap, waar rond 200vC Angelen settelen. Mogelijk is de Brandrode door hen meegenomen of gefokt. De kaas van Brandrodes smaakt heerlijk en pittig. Brandrodes komen anno 2010 ook nog voor in Leusveld bij Hall (Eerbeek) en elders in NO Nederland. Rechts (afb ©): Brandrodes bij een poel in een wei.
 
¶ Angelhoven staat op landgoed Kernhem. Ze is van het type Hallehuis met wolfdak. Wolfdaken zijn vooral kenmerkend voor de Anglische archtectuur in NO Nederland. > Hallehuis, Wolfdaken
¶ De naam Angelhoven is een verwijzing naar Angelen die daaromtrent hebben gewoond. Het is zelfs mogelijk dat er eerder een hoeve stond die daar door door hen is gebouwd en waaraan ze hun naam hebben gegeven. Of dat de bouwheer van de huidige hoeve zich als een nazaat van hen zag. Dergelijke naamgeving komt meer voor getuige huisnamen als Saxenheem (Veluwe), Frisia (Lochem) en Englum (Englum, NW Groningen). Vooralsnog is verder helaas niets bekend over Angelhoven en de regio daaromtrent. Aangezien de hoeve dateert van circa 1825 moet de herinnering aan de Angelen daar nog lang en sterk leven. Ze lijken derhalve daar nog te wonen tot ver na 550nC, dus ver na de massamigratie van Angelen van het Continent naar Brittannia in 450-550nC. > Englum, MCAB
¶ De naam Angelhoven komt voor als familienaam in de vormen Van Angelshoven (# Kernhem*), Van Engelshoven (# Ede) en Van Engelhoven (# Maastricht). De naam Van Engelshoven in Ede lijkt vrij zeker afkomstig van landgoed Angelhoven in aangrenzend Kernhem. Dat lijkt zeker ook voor de naam Van Angelshoven.
** Engel, Kernhem, Koeien
# FRI, DAB

Angelhusen:
Familienaam die al in 15e eeuw voorkomt in Duitsland. De naam is vrij zeker afkomstig van Angelhausen in Thuringen.
** Angelhausen, Engelhuizen

Angeli:
Grieks: Angeloi = Angelen. Byzantijns geslacht van onduidelijke herkomst.
2500vC++ Barnsteenroute: Oostzee-Dvina-ZwarteZee-Kreta-Egypte > Barnsteen
600vC++: Anglische stad Haithabu in Sleswig heeft contacten met de OriŽnt. > Haithabu
500-300vC: Groningen en Drente bevolkt door Angelen uit NW Duitsland > ASA
400nC: In Noord Nederland zijn twee gouden Byzantijnse munten gevonden uit circa 400nC. > Munten, Constantinopel
---800nC: In Noord en Oost Nederland wonen geen Friezen > Friezen
401nC: Romeinse troepen trekken terug naar Rome (> Romeinse Rijk) Directe contacten OostNederland-Constantinopel zijn dus mogelijk. Gouden munten uit circa 400nC kunnen dus via directe contacten zijn verkregen. Directe reizen van OostNederland naar Constantinopel lijken dus ook mogelijk.
450-550nC: Massamigratie van Angelen uit Angelland naar Brittannia vanwege de Grote Natheid. > P36
530nC++: In Constantinopel wonen Angelen. (> Constantinopel) Hoe de Angelen daar terecht zijn gekomen is vooralsnog niet bekend. Voor de hand ligt dat ze via de zgn Barnsteenroute in Constantinopel belanden. Mogelijk op de vlucht voor de Grote Natheid van 340-550nC.
550nC: In Drente zijn 47 gouden munten gevonden w.o. 1 Byzantynse daterend uit circa 550nC. > Munten
550nC: Tot circa 550nC wonen in Noord en Oost Nederland geen Friezen. > Friezen
1185-1204: Leden van het geslacht Angeli bezetten de Byzantijnse troon in 1185-1204nC. Het zijn Isaac II Angelus (1185-95), Alexius III Angelus (1195-1203) en Aelxius IV (1203-1204). Zij pogen door accoorden met omringende heersers vrede en stabiliteit te bereiken. Maar door nalatigheid en financieel wanbeleid raakt het volk in opstand en krijgen vijanden kansen. In 1204 wordt Constantinopel ingenomen door de Latijnen.
1204-1318: Leden van het geslacht Angeli regeren tot 1318 in diverse Griekse regio's, ontstaan in 1204 in Epirus en Thessalia.
¶ De naam Angeli betekent Angelen. Dit kan verwijzen naar mensen van Anglische herkomst. Dat kan betekenen dat de Angeli's afkomstig zijn uit Angelland of Engeland.
De vondst van Byzantijnse munten in Oost Nederland wijst op handelscontacten met Constantinopel (eerder Byzantium genaamd). Vooralsnog is niet bekend of elders in Angelland Byzantijnse munten zijn gevonden. Per saldo lijkt het derhalve mogelijk dat het geslacht Angeli afkomstig is uit:
- de Anglische regio Noordoost Nederland > Groningen, Drente
- of de Anglische stad Haithabu in Sleswig > Haithabu

** Handelscontacten
# WP, DAB, KBG

Angelica: alias engelwortel; soort bosplant. #K&E

Angelland:: (ANL::)
Alias Angle, Engle, Ongle, Ingel. Angelland is het Continentale homeland van de oorspronklijke Angelen. > Angle
650vC++: Volgens een legende is Ingwi de stamvader van alle Angelen. Een kort gedicht verhaalt dat Ingwi met een boot vanaf Leire op Seeland naar het zuiden vaart, waar hij rond 665vC landt in het gebied dat later de naam Angeln krijgt. Terwijl Ingwi in Angeln vertoeft, pleegt zijn broer een staatsgreep. Aldus de overlevering. Ingwi accepteert de situatie en vestigt zich definitief in Angeln. Zijn nazaten worden talrijk en worden Angelen genoemd. Deze Angelen lijken zeer voortvarend en hun rijk groeit uit naar het zuiden.
¶ Als Ingwi en zijn gevolg zich aan de Slei vestigen rond 655vC zal de regio (Angeln) aldaar al bevolkt moeten zijn. In totaal wonen er in 650-550vC circa 725.049 mensen in de regio. (> Demografie) Deze Oer Angelen zullen voornamelijk bestaan uit:
- Inglo-Goten uit Zuid Zweden en Leire die zich met Ingwi rond 655vC settelen in Angeln.
- Inglo-Goten uit Zuid-Zweden die zich al bevoor 655vC hebben geseteld in Angeln.
- Andere volken die zich ook al bevoor 655vC hebben gesetteld in Angeln.

600vC-400nC: Angelland wordt circa 600vC-400nC geleidelijk bevolkt door Angelen vanuit Angeln in Sleswig, Noord Duitsland. Gemiddeld bedraagt de expansie circa 50 Km per eeuw. > Expansie
500-300vC: Uit Angeln ontstaat in 500-300vC Groot Angle en daaruit groeit gedurende 300vC-600nC Mega Angle, een rijk langs de Noordzee van Denemarken tot de Rijn. Dit wordt mede veroorzaakt doordat de Angelen in de loop der eeuwen de aldaar wonende Chauken absorberen. > Angologie, Chauken
150vC++: Rond 150vC wonen de Angelen tot aan de Rijn. Daarnaast wonen er in Angelland de volgende Germaanse stammen: Angili (Angelen; P), Angrivaren, Avionen, Chamaven (A*), Bufactores (P), Chauken (A*), Hasten (A*), Ingriones (P), Longobardi (P; A*), Myrgings, Neusium (P), Phrisii (P; A*), Sicambri (P), Suevi (Swafen; P; X), Tencteri (P), en Tubanten. P = genoemd op kaart Ptolemaeus 125nC. A* = mogelijk Anglische onderstam of door hen opgenomen. (X = verdreven door Angelen) Tussen alle genoemde stammen bevinden zich Anglische enclaves. (> ASA) Mogelijk zijn enige van die stammen onderstammen van de Angelen, zoals de Phrisii (Friezen).
98nC Ingweonen: Germaans volk dat volgens Tacitus (98nC) woont in NW Europa langs de kust van de Noordzee, zijnde het hele gebied tussen Denemarken, de Elbe, de Saale, de Rijn en de Noordzee. Later verstaat men onder hen de Germanen die de ing-klank gebruiken in hun taal. In feite zijn dat voornamelijk Angelen, hetgeen overeenstemt met het toenmalig woongebied van de Angelen. De Saxen gebruiken de ink-klank. > Ingweonen, ing/ink
125nC: De Griekse astronoom, wiskundige en cartograaf Claudius Ptolemaeus (87-150nC) in AlexandriŽ maakt een atlas, die in 1478 in Rome wordt gedrukt met de titel 'Geographia' door Arnold Buckinck. Deze atlas bevat een kaart van NW Duitsland waarop de woongebieden zijn aangegeven van Germaanse volkstammen. De Saxones plaatst hij tussen de mond van de Elbe tot aan de Oostzee. De Phrisii (Friezen) plaatst hij tussen de Weser en de Eems, het huidige Oost-Friesland. De Angili (Angelen) plaatst hij zuidelijk daarvan nabij de LŁnenburger Heide. (> Angili) Ook andere bronnen plaatsen de Angelen bij of nabij dit gebied. Volgens bron FFS/p3 wonen anno 50nC Angelen, Avionen en Reudigner aan de Elbe. LŁnenburg ligt inderdaad 12 Km ten zuiden van de Elbe, circa 24 KM ZO van Hamburg. Deze thesen stroken goed met elkaar.
287nC++: In 449nC zijn de Angelen, Saxen, Juten en Franken de machtigste Germaanse stammen in Germania, i.c. Continentaal NW Europa. Andere stammen worden niet meer genoemd. Kennelijk zijn die opgegaan in de genoemde stammen. Dat kan zijn gebeurd circa halfweg 125-449nC = 287nC. Op grond van genoemde feiten en thesen mag worden aangenomen dat de Angelen rond 287nC alle andere stammen in Angelland hebben opgenomen of verdreven uit Angelland. Sinds 287nC wonen kennelijk alleen of hoofdzakelijk nog Angelen in Angelland. > Onderstammen
350nC Ankland: Benaming van Angelland (Angle) op een runesteen in Angeln uit de 4e eeuw nC. > Ankland
400nC++: #NAE/1937: Angelen zijn een Germaanse volk in het tegenwoordige Sleeswijk, later langs Beneden Rijn en Maas, steken in de 5e eeuw gedeeltelijk over naar Groot Brittannia, waar zij samen met de Saxen en andere stammen diverse rijkjes stichten.
400nC: Angelland is circa 60.143 Km2 groot (Nederland 1971 40.844 Km2) en telt dan circa 6.9 miljoen inwoners. (> Demografie) In NO Nederland wonen daarvan circa 2.8 miljoen. Na de massamigratie naar Brittannia in 450-550nC zijn dat nog maar 1.7 miljoen. Rond 1970 telt NO Nederland circa 3.2 miljoen inwoners.
416nC: Na de dood van zijn vader Wermund in 416nC wordt Offa koning van Angelland. Hij erft the large kingdom of Angel. Aldus britannica.com van 9.1.2010.

 

449nC++: Bron ASC/449 noemt Angle (Ongle, Engle, Englum) als woonland van de Angelen op het Continent. Volgens nadere analyse van de tekst omvat Angle het hele gebied tussen Denemarken, de Elbe, de Saale, de Rijn/Waal en de Noordzee. Dat is dus Angle, ofwel Angelland, het land waar de Angelen sinds circa 200vC grotendeels durend wonen. > Angle
 

450-1050nC: Bron SDV is een samenvatting van de dissertatie van Henk van der Velde getiteld Wonen in een grensgebied, i.c. Oost Nederland in de periode 500vC-1300nC. (VU Amsterdam 25.2.2011) Van der Velde baseert zich daarbij op archeologisch onderzoek naar het cultuurlandschap in Twente, Salland en de Achterhoek. In feite dus een groot deel van NO Nederland. Op pagina 282 schrijft hij o.a.:

Het ontbreken van een breuk in de ontwikkeling van de materiŽle cultuur (huisplattegronden en aardewerkstijlen) ondersteunt de visie dat de Romeinse tijd geenszins eindigt in massale migraties uit Oost-Nederland. Hoewel Oost-Nederland vanaf de Vroege Middeleeuwen [450-1050nC] als Saksich wordt betiteld, moet wellicht gesteld worden dat dit (zeker voor de 5e tot en met begin 7e eeuw) eerder betekent dat het gebied weinig verwantschap vertoont met de gebieden waarin Friezen en Franken woonden.
550nC: In 450-550nC zijn circa 4.2 miljoen Angelen uit heel Angelland gemigreerd naar Brittannia vanwege de langdurig natte periode in 300-550nC. Circa 1.7 miljoen miljoen Angelen zijn in NO Nederland blijven wonen. Daarna groeit de bevolking daar weer. Rond 1970 telt dit gebied circa 3.3 miljoen inwoners.
800nC++: Sinds circa 775nC wonen in Angelland in meerderheid nog steeds Angelen. (> Pax Anglorum) Inmiddels hebben Saxen zich gesetteld in Oost Angelland (Neder-Saxen) en in enkele smalle grensstroken van NO Nederland. In de periode 300vC-775nC wonen er voornamelijk Angelen. Rond 780 komen ook kleine groepen Franken zich settelen in de Betuwe en Zuid Veluwe. De culturele en politieke verschillen tussen Angelen, Saxen en Franken zijn echter gering.
Grenzen Angelland: > ASA
Relaties Angelland met elders: > AXR
Historische Positie Angelland: > HPA
** Angle, Angili, GVA, Angel-Saxen, ASA, Migratiestromen, HAB, G449/C, HGAG, M35, CAFA, Utrecht, Stamleven, Landinrichting, Demografie, Engelland, HHA

Angelmodde:
Dorp bij Munster, gelegen waar rivier de Angel uitmond in de Werse. De regio wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit NederSaxen. De naam Angelmodde lijkt derhalve fgeleid van Anglisch Angel (Angel) + mudh (monding).
¶ In 1175 wordt Angelmodde genoemd als Angelmudden.
¶ Anno 2010 heeft Angelmodde circa 8000 inwoners.
¶ Nabij de Agatha Kirche in Angelmodde staat een prachtig oud huis in de Anglische bouwstijl.
¶ De streektaal lijkt een mix van oud Anglisch en Duits. Op een oude foto staat een carnavalwagen met de tekst: Wi kuemt von de Buern und hšwt Moos - neidig. Ofwel: We komen van de boeren en hebben mos (veen) - nodig. In Anglisch zou dat zijn: We comon aef the bouran and hev mos - neodig.
** Architectuur, Huizen, ASA

 

Angeln::
Gebied in Sleswig, Noord Duitsland, gelegen aan de Oostzee tussen Flensburg, Sleswig (stad) en Kappeln. Volgens bron ASC omvat Angeln anno 449 nC het hele gebied weste betwix Iotum and Seaxum ofwel westlijk tussen Jutland en Saxenland. Groter dan anno 2007 dus. (> Oud Anglisch/citaat)

Letterlijk schrijft bron ASC/449 (835nC):

Of Angle comon -- se a sittan stod weste betwix Iotum and Seaxum -- East-Engel, Middel-Engel, Mierce, and ealle North-Humbre.
vertaald:
Van Angle komen -- ze [Angle] is gezeten steeds west tussen Jutland en Saxen -- Oost-Engel, Midden-Engel, Mercia, en heel Noord-Humbria.
Deze localisering betekent dat Angeln rond 900nC volgens bron ASC zeker ver buiten de huidige grenzen lag. Deze visie strookt volledig met andere gegevens. > Angologie

 
¶ Angeln bestaat voornamelijk uit licht heuvelig laagland. Aan de westkant liggen de zandgronden van de Baltische Rug met een top van 168 meter. Naar het oosten daalt de grond naar de vruchtbare leemgronden langs de Oostzee. Daar is van oudsher veel landbouw, met vooral vele koolzaadvelden. De Schlei is een diepe inham van de Oostzee van circa 20 Km lengte aan de zuidgrens van Angeln. Aan het eindpunt ligt de oude hoofdstad Haithabu, dat in de 11e eeuw de naam Sleswig krijgt.
¶ Volgens overlevering is Angeln gesticht door Ingwi rond 640 vC. Hij is enige jaren koning van het toenmalige Denemarken, maar wordt tijdens een reis naar het zuiden van de troon gezet door zijn broer SkjŲld. Ingwi vestigt zich dan in het gebied dat anno 2007 nog Angeln heet. (> Ingwi) Zijn nazaten worden Angelen genoemd. (> Angelen) Angeln is tot 489 een koninkrijk. Eomar is de laatste koning. Na zijn dood migreren de Angelen massaal naar Engeland. In 650 is Angeln daardoor zo verzwakt dat het langzaam maar zeker wordt geÔncorpereerd door Sleswig. In 1115 wordt Selswig een hertogdom, waarvan Angeln een onderdeel is. Sleswig vormt dan tot in de 19e eeuw een onderdeel van het Koninkrijk Denemarken.
¶ Als Ingwi en zijn gevolg zich aan de Slei vestigen rond 655vC zal de regio (Angeln) aldaar al bevolkt moeten zijn. In totaal wonen er in 650-550vC circa 725.049 mensen in de regio. (> Demografie) Deze Oer Angelen zullen voornamelijk bestaan uit:
- Inglo-Goten uit Zuid Zweden en Leire die zich met Ingwi rond 655vC settelen in Angeln.
- Inglo-Goten uit Zuid-Zweden die zich al bevoor 655vC hebben geseteld in Angeln.
- Andere volken die zich ook al bevoor 655vC hebben gesetteld in Angeln.

450-550nC: Continentaal NW Europa wordt geteisterd door zware stormen en overstromingen. Werken en leven wordt daardoor haast onmogelijk. Circa de helft van alle Angelen migreert daarom naar meer zuidelijke streken op het continent van NW Europa. Andere Angelen migreren naar Brittannia. (> Massamigratie) Angeln raakt voor een groot deel ontvolkt. In 1970 wonen circa 1 miljoen mensen in Angeln. De bevolking is er dus amper gegroeid vergeleken met de 725.000 van 500vC.
¶ Door vererving en oorlogen komt Angeln samen met Sleswig in 1864 in handen van Pruisen en Oostenrijk. Na een volksstemming in 1920 komt Angeln bij het Duitse Rijk.
¶ Opmerkelijk is dat de kleuren blauw en geel in heraldische wapens in Angeln zo vaak voorkomen. Dat heeft naar zeggen te maken met de opmerkelijk blauwe kleur van de Oostzee, waaraan Angeln ligt. Geel (goud) heeft te maken met koolzaad, dat er veel wordt verbouwd en de velden in de maand mei zo overweldigend goudgeel kleurt. Of er ook in de oudheid koolzaad wordt verbouwd, is niet bekend. Mogelijk dat in die tijd de paardebloemen de overhand hebben en in mei de velden zo prachtig goudgeel kleuren.
- belangrijke steden:
Sleswig, Haithabu, EckenfŲrde, Kappeln, Sodorp (SŲrup), Beveroe en Flensburg.

- laatste Anglische koningen:
260-320 Weothulgeot
290-250 Weaga
321-381 Wihtlaeg
356-416 Wermund
380-456 Offa
400-477 Angeltheow
420-489 Eomar

- de vraag van Vortigern
Vortigern is een warlord in Brittannia. In 449nC wordt zijn rijk aangevallen door Picten en Welshmen. Hij stuurt daarom gezanten naar Angeln. Bron ASC schrijft daarover bij Ao 449nC:

Hie [Vortigern] tha [Hengest en Horsa] sendon to Angle [Angelland], and heton him [Vortigern] sendan maram fultum; and heton him [Offa] secgan Bretweala nahtnesse and thaes landes kuste.
vertaald:
Hij [Vortigern] zendt hen [Hengest en Horsa] naar Angle [Angelland], en laat zeggen hem [Vortigern] meer troepen te zenden; en laat hem [Offa] zeggen dat Brittannia en haar kust in nood zit.
Kort daarna vertrekken Hengest en Horsa uit Angeln met een leger naar Brittannia om Vortigern te helpen. De vraag rijst waarom Vortigern hulp vraagt bij Angeln. Is Angeln in die tijd zo groot en machtig, dat ze aan die vraag kennelijk vlot kan voldoen? En waarom doet Angeln dat? Om de reeds in Brittannia gesettelde Angelen (o.a. de Hwicce) te beschermen? Vooralsnog is het antoord niet zeker. Qua bevolking kan Angeln zeker aan de vraag voldoen. Rond 450 nC wonen naar schatting een half miljoen Angelen in Anglica (Angeln, Als + Zuid Funen). (> Demografie) Het feit dat Angeln het verzoek inwilligt, betekent dat ze kennelijk belang hecht aan de Anglische nederzetting in Brittannia en de situatie in en rond Angeln het zenden van een leger toelaat. Kennelijk wordt Angeln in die periode niet bedreigd. Noch van binnenuit, noch van buitenaf. De Anglische nederzetting in Brittannia kan dus een vorm zijn van koloniale expansie.
¶ Verder valt op dat Vortigern vraagt om meer troepen te zenden. Kennelijk heeft Angeln dus al eerder troepen gezonden. Angeln is dus wel heel actief betrokken bij Vortigern. Het begint te lijken dat deze Vortigern een soort vazal is van Angeln, die kennelijk belangen dient van Angeln in Brittannia. Mogelijk is Angeln dus al enige tijd bezig met kolonisatie van gebieden in in dat land.

- de grote trek 1 (0-100nC):
De eerste grote emigratie van Angelen uit Angeln vindt plaats in de 1e eeuw nC. Volgens Tacitus (55-118nC) wonen er dan ook Angelen aan de Elbe in NW Duitsland. Vandaar migreren ze gedeeltelijk verder naar NO Nederland, Thuringen en mogelijk ook de Elzas. > Demografie

- de grote trek 2 (300-350nC):
Rond 350 nC wonen de Hwicce in de Cotswolds in Engeland. Het is een Anglische stam, die ergens rond 300 nC naar Engeland migreert. (> Hwicce)

- de grote trek 3 (370-400nC):
Rond 370 nC komt een tweede golf van Anglische settlers in de Cotswolds onder aanvoering van ene Wig, een zoon van de onderkoning van Sleswig. Hij vlucht voor de agressieve koning van de Saxen,die in het zuidoosten van Holstein hebben bezet. Mogelijk vestigen Wig en zijn groep zich in Wychwood, dat het woud van Wig kan betekenen. (> Wig van Sleswig)

- de grote trek 4 (449-450nC):
Volgens bron ASC vraagt de Britse machthebber Vortigern anno 449 aan Angeln troepen te sturen om hem te helpen in de strijd tegen de Picten en de Welshmen. Vrij snel daarop vertrekken Hengest en Horsa met hun leger naar Brittannia om Vortigen te steunen in zijn strijd. Het bevalt hen zo goed in Engeland, dat Hengest en Horsa met hun leger zich daar definitief vestigen.
** Oud Anglisch (citaat ASC), Engist van Angeln, Lx (Vortigern)

- de grote trek 5 (490-550):
Eomar is de laatste koning van Angeln. Zijn zoon Icel migreert samen met vele andere Angelen naar Engeland. Waarschijnlijk vestigen ze zich in en rond Stone in het huidige Staffordshire. Andere Angelen trekken naar Noord Nederland, Thuringen en andere delen van het Continent. Bron ASC (Beda) schrijft van de wegtrekkende Angelen dat hun land left deserted. Dit lijkt nogal op grootspraak. Er zullen zeker ook Angelen gebleven zijn. Natuurlijk kon of wilde niet iedereen weg. Maar desnietemin lijkt de migratie toch massaal. Dat begint vlak na de dood van koning Eomar in 489. Zijn zoon Icel vertrekt met vele Angelen naar Noord Engeland. Andere Angelen vestigen zich zuiderlijk op het Continent. De hele migratie duurt tot circa 650. Dus in een periode van 161 jaar. (> Angelen)

- de grote collaps (490 nC):
In 489 nC sterft koning Eomar van Angeln. Daarna komt er geen nieuwe koning meer. Het koninkrijk Angle is geŽindigd. Een nogal dramatisch feit. Daarna besluit Icel (zoon van Eomar) met een grote groep Angelen naar Brittannia te migreren. De vraag rijst waarom Angeln geen nieuwe koning krijgt. Het kan niet zozeer aan Icel liggen. Want als hij niet wil, dan kan een ander koning worden. In die tijd worden de koningen in Angeln waarschijnlijk gekozen door een Raad van Wijzen. Zoals dat later gebeurt in de Anglische Rijken in Brittannia door de Witan (Raad der Wijzen; > Witan). Dat betekent dat de Witan van Angeln geen candidaat voor het koningschap kan vinden, of dat zij zelf vindt dat het koninkrijk Angle moet ophouden te bestaan. Maar waarom is er geen candidaat of waarom vindt de Witan dat het koninkrijk Angle moet ophouden te bestaan? Opties:

1. Er is niemand die koning wil worden.
Zo ja, waarom? Zinloos? Andere belangen? Migratie?
Lijkt ondenkbaar. Er zijn genoeg Angelen in Angeln. Er zal altijd wel iemand gevonden kunnen worden. Bijvoorbeeld Icel, zoon van Eomar.
2. Er is niemand geschikt om koning te worden.
Dit is onwaarschijnlijk. Er zal altijd wel iemand te vinden zijn.
3. Het heeft geen zin meer om een koning te benoemen.
Zo ja, waarom? Is het land in chaos? Burgeroorlog? Massamigratie?
Geen van deze opties lijkt juist. Er is daarvoor geen historische informatie aanwezig. Migratie is wel groot, maar er lijken nog genoeg thuisblijvers.
4. De Witan heeft geen zin ofwel acht het zinloos om een koning te benoemen.
Zo ja, waarom? Deze optie is identiek aan optie 3!
5. Er is geen Witan meer.
Zo ja, waarom? Opgeheven? Vertrokken? Vermoord? Om welke reden?
Opgeheven: zo ja waarom? Zinloos? Zo ja waarom? Bevolking zwaar uitgedund? Vertrokken? Deels. Velen ook gebleven. (> Demografie) Omgekomen? Hierover is geen historische informatie te vinden.

¶ Vooralsnog lijkt er geen duidelijke reden waarom het koninkrijk Angelen is opgehouden te bestaan. Het is daarom zinvol om objectief te kijken en te zoeken naar de diepe oorzaken die daartoe mogelijk hebben geleid.

- de grote oorzaak 1:
Angeln wordt in 200-500 nC geteisterd door aanvallen van de Denen.

- de grote oorzaak 2:
In 370 nC wordt Europa aangevallen vanuit Zuid Rusland door de meedogenloze Hunnen uit de steppen van MongoliŽ. Er ontstaat grote beroering en angst, gevolgd door een massale volksverhuizing in Europa. (> Germanen) Rond die tijd vindt de eerste migratie plaats naar Brittannia. (> Hwicce)

- de grote oorzaak 3:
Na de val van het Romeinse Rijk in 475 vinden opnieuw in heel Europa grote volksverhuizingen plaats. Kennelijk is het gras elders groener en willen de migranten daar graag heen. Ook al kost dat zware strijd. In de 5e eeuw wachten de achtergebleven Angelen nog eerst op de dood van hun koning Eomar en dan is het weg wezen. Mogelijk zijn ze warm gemaakt door de Angelen die eerder zijn gemigreerd naar Engeland. Deze Angelen kunnen heel goed versterking gebruiken in hun strijd om het bestaan in het nieuwe land Brittannia. Hun verhalen zullen zeker aanstekelijk hebben gewerkt op hun oude stamgenoten in Angeln. Brittannia is nu eenmaal een mooi en groot land en met een vriendelijker klimaat dan Angeln. En de Cotswolds zijn de parel in deze kroon.

- de grote oorzaak 4:
In 489nC sterft Eomar, de laatste koning van Angeln. Volgens overlevering migreert rond die tijd zijn zoon Icel met een groep Angelen naar Engeland. Daar vestigen ze zich mogelijk in de Cotswolds. Andere Angelen hebben zich daar al rond 350 nC gesetteld. Zij zullen de nieuwkomers waarschijnlijk in de jaren daarvůůr warm gemaakt hebben voor het prachtige nieuwe thuisland. Het is echter toch een raadsel waarom de Angelen zo massaal daarheen migreren. Is het oude homeland dan zo veel slechter dan het nieuwe? Dit lijkt vooralsnog niet echt waarschijnlijk. Angeln lijkt voldoende bestaansmogelijkheden te bieden. Geschikt voor landbouw, veteelt, visserij en handel. Toch zijn er rond 490 kennelijk nog zo weinig Angelen in Angeln zelf, dat het koninkrijk Angle eindigt te bestaan. De enige denkbare reden lijkt daarom dat Angeln rond 490 is veroverd door een ander volk. Gezien de latere usurpatie in het hertogdom Sleswig, kunnen dat de Denen zijn. Door de vlucht van oervader Ingwi voor zijn broer SkjŲld rond 665 vC kan een historische vete zijn ontstaan tussen Angelen en Denen. (> Ingwi) Door het massale vertrek van Angelen naar Engeland sinds 300nC kan het overgebleven Angeln zo onderbevolkt en verzwakt raken, dat het voor de Denen peanuts is om het hele land rond 700nC duurzaam in te lijven. De doorslaggevende reden dat de Angelen in 300-550 massaal naar Engeland migreren heeft echter te maken met een langdurige natte periode door het stijgen van het zeewater. > M35

- de grote oorzaak 5:
Bron Vrouger van mei 2007 publiceert een artikel van Otto S. Knottnerus op Archeonet.nl over veenmoerassen in de Eemsmonding tussen Groningen en Oost-Friesland. Daarin schrijft de bron o.a. het volgende:

Vanaf de vierde eeuw nam de bevolkingsdichtheid snel af. Vanuit de Noord-Duitse kustgewesten was een trek naar het westen op gang gekomen, waarin de plaatselijke bevolking min of meer werd meegezogen. De landverhuizers werden aangelokt door het machtsvacuŁm dat de Romeinen in Engeland en Vlaanderen hadden achtergelaten. Het instorten van de politieke infrastructuur, de toename van piraterij en het opduiken van nieuwe ziekten als malaria zullen bovendien hun tol van de achterblijvers hebben geŽist.
Deze situatie zal vrij zeker ook gelden in Angeln, dat circa 280 Km noordoostelijk ligt van de Eemsmonding. De gebieden rond de Eemsmonding hebben circa twee eeuwen nodig om te herstellen, o.a. door immigratie. Ook dat lijkt te gelden voor Angeln.

- de grote oorzaak 6:
De genoemde oorzaken lijken een grote bijdrage te hebben gegeven aan de opheffing van het koninkrijk Angle. Toch geven ze geen doorslaggevend argument. Angeln kan door massamigratie wel uitgedund zijn, maar er lijken toch nog genoeg thuisblijvers. (> Demografie) Verder lijken de bedreigingen van de Denen en Swaefen toch niet dusdanig om het land in 300-450 grootschalig te verlaten. Denemarken wordt pas in de 8e eeuw genoemd als eigenaar van Angeln. Twee eeuwen na de grote migratie! Ook ziektes en piraterij kunnen het koninkrijk Angle niet geheel opgeheven hebben. Er moeten toch vele overlevers zijn. Het latere Nieuw Anglisch vertoont immers duidelijke Oud Anglische kenmerken op grond waarvan gesteld mag worden dat er toch een grote, dominante Anglische populatie in Angeln is overgebleven. (> Nieuw Anglisch) Op grond van deze constateringen lijkt inderdaad nog een grote oorzaak te moeten bestaan. Als er toch vele Angelen in Angeln blijven wonen, maar het koninkrijk Angle wordt desondanks opeheven zonder enige schijnbaar dwingende noodzaak, dan lijkt dat alleen te verklaren doordat het land op een essentieel vlak te plotseling en te grootschalig is verlaten. Dat is dan gebeurd in de periode 450-489 nC. Met de massamigratie is kennelijk ook een onevenredig groot deel van de elite en de bestuurslaag van Angeln verdwenen. Dat het aandeel van de toplaag oneveredig groot lijkt, heeft vrij zeker te maken met het feit dat de meeste leden van die toplaag in of nabij Haithabu en Sleswig woonden. Daat ligt immers het machtcentrum van Angeln. Deze toplaag kent elkaar natuurlijk goed en heeft elkaar sterk enthousiast gemaakt voor de migratie. Het land wordt verder aan z'n eigen lot overgelaten. Angeln heeft daarna onvoldoende tijd om snel te herstellen van de daardoor geleden schade. Die schade is kennelijk zo ernstig dat het voor de achterblijvers onmogelijk is om snel orde op zaken te stellen en een nieuwe koning te benoemen. De Anglische historicus Beda (gb 672) heeft dus enigszins gelijk als hij schrijft dat Angeln was deserted na de migratiegolven. Niet geheel verlaten weliswaar, maar toch wel zodanig dat het koninkrijk ophoudt te bestaan en dat Angeln en de overgebleven Angelen twee eeuwen later worden ingelijfd bij Denemarken.

- de grote oorzaak 7:
De vraag die nu rijst is waarom de elite en de bestuurslaag van Angeln kennelijk in zo een korte periode zo massaal migreert naar Brittannia dat het koninkrijk Angeln ophoudt te bestaan. Uit vrees voor aanvallen van Denen of Swaefen kan het niet zijn geweest. Dat is in de vorige paragraaf al uiteengezet. Blijft over: de verlokkingen van Brittannia. Kennelijk zijn de verhalen van de eerder gemigreerde Angelen over het nieuwe land dermate positief, dat de toplaag van Angeln op grote schaal de Noordzee oversteekt om in Brittannia een beter bestaan op te bouwen. De aldaar reeds gesettelde Angelen hebben de weg al geplaveid voor de nieuwkomers. Deze nieuwkomers zijn echter van harte welkom. Brittannia is groot en biedt vele mogelijkheden. De positie van de Angelen in het nieuwe land wordt daarbij aanzienlijk versterkt door de nieuwkomers. Beide partijen kunnen dus zeer tevreden zijn.

- Nieuw Angeln:
Ondanks de massale emigratie zijn nog vele Angelen in hun stamgebied gebleven. (> Demografie, Nieuw Anglisch) Natuurlijk wilde of kon niet iedereen weg. Over het aantal thuisblijvers is niets bekend. Bron ASC (i.c. Beda) schrijft wel dat Angeln was left deserted, maar er woonden ook elders nog vele Angelen. Zoals op de Deense eilanden Als en Funen en ook zuidelijk van de grensrivier Eider. Daarvan zijn mogelijk velen teruggekeerd in Angeln. Aangezien bovengenoemde Wig uit de stad Sleswig kwam, zullen de meeste migranten in de periode 489-550 hoogst waarschijnlijk uit de stad Sleswig zelf en de naaste omgeving komen. In bizonder Haithabu, waar zich na 650 kennelijk vele Vikings uit Zweden en Noorwegen vestigen, voorafgaande aan hun opkomst in de 8e eeuw. De overige gebieden in Angeln zullen dus aanmerkelijk minder ontvolkt zijn geraakt. Desondanks kunnen ook daar enige gebieden wel enigermate ontvolkt zijn. Later vestigen zich daar Avionen en andere Jutten uit het noorden van Denemarken. In latere eeuwen vestigen zich er ook enige aantallen Saxen en Friezen uit het zuiden. De Saxen in en rond Sleswig en de Friezen langs de kust van de Noordzee.

Angeln is circa 52 Km (NZ) x 44 Km (OW) = 2288 Km2. De bevolking telt anno 2007 circa 0.8 miljoen inwoners. Ofwel 349 inwoners per Km2. Economie: landbouw, veeteelt, visserij, handel, lichte industrie en toerisme.
** Angel, Angelen, Anglisch, Sleswig, Bevolking, Freawin (gb 320), Beveroe, Anglica, Nieuw Anglisch, Angelland, Groot Angle, Witan, Machtpositie
@ kaart Angeln © SchŲning GmbH & Co. KG LŁbeck (www.schoening-verlag.de)
# WKP, WP, FRI, DAB, KBG

Angeln:: Angeltheow van (400-460nC) > Angeltheow van Angeln
Angeln:: Arwin van (225-165vC) > Arwin van Angeln
Angeln:: Eomar van (420-489) > Eomar van Angeln
Angeln:: Erma van (514-574nC) > Erma van Angeln
Angeln:: Frithogar van (299-359) > Frithogar van Sleswig
Angeln:: Holdo van (215-275nC) > Holdo van Angeln
Angeln:: Icel van (c 441-501) > Icel van Angeln
Angeln:: Ingwi van (c 700-640vC) > Ingwi
Angeln:: Offa van (380-456nC) > Offa van Angeln
Angeln:: Weaga van (290-250nC) > Weaga van Angeln
Angeln:: Wehta van (c 360-420) > Wehta van Angeln
Angeln:: Weothulgeot van (260-320nC) > Weothulgeot van Angeln
Angeln:: Wermund van (c 356-416) > Wermund van Angeln
Angeln:: Wihtlaeg van (320-380nC) > Wihtlaeg van Angeln
Angeln:: Xx van (c 444-504nC) > Xx van Angeln
Angeln:: Xx van (c 479nC++) > Xx van Angeln

Angelnees:
Fictieve naam voor het beschaafde Anglisch, zoals gesproken door de Anglische elite. De vraag is hoe dit Angelnees klinkt. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, kunnen we uitgaan van de volgende bevindingen:
A. Volgens bron WKP 30.5.10 wordt Arnhem door de Arnhemmers uitgesproken als Ernem. Dit lijkt te wijzen op Anglische herkomst, namelijk afgeleid van Anglisch earn (arend) en ham (hem, heem). Het Arnhems kan dus van oorsprong een Anglische taal zijn.
B. Gezien de historische migratiestromen worden De Liemers en Arnhem circa 150vC bevolkt door Angelen uit de Achterhoek. (> ASA) Dit sterkt de these onder punt A, dat het Arnhems van oorsprong mogelijk een Anglische taal is.
C. Bron stellingwarfs.nl 15.5.2010 schrijft:

Et Stellingwarfs wordt vanoolds praot in de gemienten Oost- Stellingwarf, mit et heufdplak Oosterwoolde, en in West-Stellingwarf, mit et heufdplak Wolvege. Et is veural bekend om zien ae-klaank, bi'jglieks in et zinnegien Et waeter klaetert tegen de glaezen.
...
Et Stellingwarfs is et meerst femilie van de taelsystemen van Noordwest-Overiessel en Zuidwest-Drenthe. De tael van die gebieden het ok et kenmark van de ae-klaank, dat is de klinker zoas die him veurdot in de laeste lettergrepe van et Fraanse woord militair. Daoromme wodt hi'j deur de meeste talegeleerden ok bi'j et Stellingwarfs rekend.
Verder stelt genoemde bron dat het Stellingwarfs naast de regiotalen van NW Overijssel en ZW Drente veel overeenkomst vertoont met de regiotaal van de Achterhoek. De bron noemt deze talen Neder-Saxisch. Genoemde ae-klank komt echter uitermate veel voor in het Anglisch en lijkt daarmee een van de belangrijkste kenmerken te zijn van die taal. Kenmerkend voor het Neder-Saxisch lijkt eerder de oa-klank, die in het Anglisch niet lijkt voor te komen.
¶ Op grond van de ae-klank en de oa-klank (naast alle andere kenmerken) lijken het Stellingwarfs en de verwante talen in Overijssel, Drente en de Achterhoek eerder Angel-Saxische talen, dan puur Neder-Saxisch. Kortom, een mix van Anglisch en Saxisch. Deze talen zullen zich na circa 775nC hebben ontwikkeld, toen Saxen zich vestigden in NO Nederland vanuit hun homelands in NW Duitsland.
¶ Sommige bronnen beweren dat het Arnhems voornamelijk is gevormd door rijke Hagenaars die zich in de 17e eeuw in en om Arnhem vestigden. Hun Hagenees zou het Arnhems hebben gemodelleerd. Wilde men in Arnhem immers iets bereiken dan hoorde men de taal van de elite te spreken. Deze beweringen lijken echter niet op waarheid te berusten. De Haagse import was per saldo een marginaal verschijnsel, terwijl er al een grote upper class van autochtone Arnhemmers was, die nimmer zou zwichten door enige dure dames en heren uit Den Haag. De Haagse impact op het Arnhems kan derhalve hooguit marginaal zijn geweest.
¶ Kenmerkend voor het Anglisch zijn vooral de ae-klank en de ea-klank. De ea-klank is nauwelijks aanwezig in het Neder-Saxisch, maar daarentegen overvloedig aanwezig in het Arnhems. Het lijkt er dus meer op dat het Arnhems per saldo dichter ligt bij het Anglisch.
¶ Behalve de frekwente ea- en ae-klanken bestaat het Anglisch uit een groot aantal andere klanken. Deze zijn vermeld op pagnina Linguana sub Fonologie. Het Anglisch heeft daarnaast een groot arsenaal aan woorden, die in mindere of meerdere mate qua spelling en uitspraak afwijken van andere Germaanse talen als Saxische en Frankisch. (> Pg Dixicon) Ook het taalgebruik en de taalconstructies hebben enige afwijkende vormen. Gevoegd bij de eigen fonologie levert dat een gesproken Anglisch op dat zeker een zeer eigen klankenbeeld oplevert, dat afwijkend is van andere talen. Wil men die horen, dan kan men het best een Anglische tekst hardop voorlezen. Op genoemde pagina Linguana zijn enige van die teksten te vinden. Zulks doende, zal men ontdekken dat het Anglisch een zeer welluidende taal is met een rijke variatie aan mooie en pittige klanken.
¶ Een opmerkelijk feit doet zich voor in de fonologie van de streektaal in ZO Drente. O.a. in de regio Erm. Deze fonologie doet voor een buitenstaander ietwat Fries aan, maar de sprekers zeggen nadrukkelijk dat het geen Fries is maar Drents. Van typische Saxische fonologie is duidelijk geen sprake. En echt Fries is het ook niet. Mogelijk gaat het hier om oude Anglische taalresten, zoals in andere delen van NO Nederland. (FRI lente 2011)
** LFA, ATZA, Kakkinees, Angelland, Anglisch

Angelnotes: btr oudste sporen Angeln, Angelen, etc. > SEBA
Angeloo: > Angerlo, Angelsloo

Angelradink:
Gehucht tussen Borken en Heiden in Westfalen. Vrij zeker afgeleid van Angelrade (= -rode) = ontgonnen gebied waar Angelen wonen. Vermeld op kaart in bron RZA (1773). Elders in deze bron staat daar Engelradink geschreven. Gezien de historisch migratiestromen zullen de Angelen omtrent 150vC aldaar zijn gaan settelen.
** ASA

Angelre: > Angerlo

Angelroda:
Dorp in Thuringen, Duitsland. Voor het eerst genoemd als Angelenrod in 948nC in een oorkonde waarin koning Otto I bezegelt, dat een stuk van het gebied van Angelenrod wordt afgestaan aan de Abdij van Hersfeld. De naam Angelenrod is afkomstig van de Angelen die zich daar hebben gevestigd. Heimatstube-angelroda.de 24.8.09 schrijft dat de Angelen zich daar in in de 2e-3e eeuw nC hebben gevestigd. Mogelijk gebeurt dat echter rond 600nC vanuit Wijchen bij Nijmegen. Van 1266 tot 1388 noemt een familie zich Heren van Angelroda.
** Angelrode, Migratiestromen

Angelrode:
Betekenis: land ontgonnen door Angelen. Oude naam voor Angerlo in de Liemers, Gelderland.
** Engelrode, Angerlo

Angelsborg:
Dorp circa 3 Km ZO van Wittmund in Harlingerland, Ost-Friesland, Neder-Saxen. Vermeld 1804 op een kaart van W. Camp etc te Berlijn.

Angelse Landen: (ALN:)
Gebied in Grolloo (Drente) langs de Soartendijk van Grolloo naar Westerbork. Een weidegebied van circa 1x5 Km2. Het gebied krijgt deze naam officieel in 1915. Waarom deze naam is gekozen is vooralsnog niet bekend. Het kan echter niet anders dan dat 't te maken heeft met Angelen. Die kunnen zich daar rond 300vC hebben gesetteld vanuit Oldambt. > ASA
Streektaal: De streektaal van Grollo wordt door buitenstaanders vaak gehoord als Gronings. (FRI apr 2013) Mogelijk heeft dit te maken met oude roots in Oldambt.
Soartendijk: Deze naam lijkt afgeleid van Anglisch soar (dor) + tun (tuin, erf, omheind gebied) + dic (dijk). De etymologie lijkt te verwijzen naar een omheinde nederzetting met de naam Soartune (Soarten). De grond van de Angelse Landen lijkt een mix van leemgrond en zand. Ze ziet er zeker niet drassig of nat uit. Er grazen alleen koeien. (FRI jul 2013)
Soarten: Mogelijk een voormalige nederzetting van Angelen in het gebied aan de Soartendijk langs de Angelse Landen. Ze kunnen zich aldaar hebben gesetteld rond 300vC vanuit Oldambt in Groningen. De Angelse Landen zijn dan mogelijk hun meengrond geweest. I.c. een gemeenschappelijke weide. Opvallend is namelijk dat de Angelse Landen een groot onverdeeld weidegebied zijn. Dit is kenmerkend voor oude meengronden.
** Grolloo, Meengrond

Angelsey: > Anglesey
Angelsites: in Angelland > ASA

Angelslengi:
Oude naam van Enzelens bij Garrelsweer in Fivelingo, NO Groningen.
WEW p81: 944nC: Angeslengi = Enzelens.
WEW p71: 990nC: Engislingi = Enzelens.
Naar zeggen is Angeslengi = enge/smalle geul. Anno 2010 is zulks bij Enzelens echter niet terug te vinden.
¶ Bron NGE schrijft dat Angeslengi = de lieden van Angisil (= mansnaam). Een andere optie is: Ang + isling (als in Islington, wijk in London). NB idem Isleworth, wijk in Londen. De naam van deze locatie is afgeleid van Gislhereswyrth = de wierde van Gislhere (mansnaam), aldus genoemd in een Engelse charter uit 695nC.
Isle komt voor als naam van een rivier in Westfalen, die als Oude IJssel door de Liemers (Achterhoek) verder stroomt naar de IJssel.
Mogelijk: isle = isling = eslengi = ???
¶ De regio Enzelens wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Oldambt. De naam Angelslengi kan derhalve zijn afgeleid van Anglisch Angel (Angel) + slengi (slenken = gebied met veel geulen en moddergaten). Dus: de slenken waar Angelen wonen.
1050nC Bron FBZ/p31 toont een kaart van de Fivelboezem rond 1050nC, getekend door Otto S. Knottnerus. Op deze kaart is aangegeven de locatie Angelslengi aan de Delf, zuidoost van Lopperseum. Deze naam is af te leiden van Anglisch Angel (Angel) + slengi (slenken = gebied met veel geulen en moddergaten). Dit komt overeen met het voorgaande.
¶ Nabij Angelslengi (Enzelens) ligt Merum, dat mogelijk het Myrgingum is waar in 405nC de Myrgings worden verlost van de Swaefen door prins Offa van Angeln. In dit kader kan Angelslengi inderdaad ook iets te maken hebben met Angelen.
** ASA, Myrgings, Myrgingum

Angelslo: > Angelsloo

Angelsloo:
Oud dorp, anno 2009 een stadswijk in zuidoost Emmen. Oorspronkelijk een nederzetting van kleine boeren, gelegen op een zandrug van twee meter hoog in een moerasgebied in de marke Barge bij Ommen. In 1960-70 zijn resten gevonden van grote boerderijen uit de Bronstijd (2000-800 vC). Verder staan er twee hunebedden (Fokkingeslag en Haselackers). Hunebedden komen al 3000vC voor in West Europa en bevaten vaak artefacten als versierd aardewerk, beitels, pijlpunten, sieraden, etc.
Vermeldingen: Angelsloo (1049), Angel (1325), Anloe (1431), Angelsyn (1431), Angersse (1450), Angelsloe (1550*), Ancxlo (1600), Anxloo (1612), Angelsloo (1630), Anxloo (1642), Anxloe (1645), Anxlo (1645), Angelsloo (1646), Angelsen (1672), Angelschen (1687, 1691), Angelslo (1691), Angelslo (1693, 1694), Angelschlo (1783), Angelsloe (1784), Angelslo (1839). (# APN, DAB)
¶ Uit het voorgaande blijkt dat Angelslo kennelijk de meest gangbare naam van de loatie is. Vooralsnog is echter niet duidelijk in hoeverre de varianten Angel, Anloe, Anxloo, Angersen en Angelsen gangbaar waren. Angel lijkt reŽel. Hengelo in Twente wordt navenant locaal vaak Hengel genoemd. Variant Anxloo komt nogal vaak voor. Deze variant lijkt op de bekende variatie Ank- voor Ang(el)-namen. O.a. in Ankehaarveld bij Peest. De variant Angersen lijkt dubieus. Angeren waren een nogal agressief volk ergens nabij de Rijn in Midden Duitsland.
300vC++: De regio Angelsloo wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. De naam Angelsloo lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Angel (Angel = lid van de Angelen, een Germaans volk) + lo (clearing = open plek in bos). Dus: de open plek in het bos waar Angelen wonen. De regio ligt inderdaad in een vrij groot gebied dat van oudsher is bebosd.
1348: Bisschop Jan van Arkel in Utrecht bezit drie erven en enkele weiden in Angelsloo. (#APN) Mogelijk is Angelsloo in die tijd een vooruitgeschoven post van het bisdom Utrecht in hun strijd tegen de Drenten. Het bisdom spant samen met de Saxen tegen de Angelen in NO Nederland. Angelsloo ligt ideaal: vrij hoog en droog en nabij Coevorden, de hoofdstad van Drente, c.q. het belangrijkste Anglische bolwerk in die tijd. > Coevorden
1645: In Angelsloo staat slechts 1 groot huis. Het is gebouwd met elf gebinten, wat betekent dat het hoort tot de klasse van de grootste boerderijen. (# Historisch Emmen)
1783: Kaart HTN/12 (1783) toont de locatie Angelschlo, gelegen op een hoogte zuidoost van centrum Emmen en noord van het Barger Meer. De locatie is bewoond. Er staat een soort havezathe met een grote weide, akkers en een groep tuinen. Omtrent Angelschlo is verder geen bebouwing te zien. Vanaf de havezathe loopt een lange rechte weg naar Emmen. Dit blijkt te zijn de AngeloŽrdijk.
2012: Inspectie ter plekke leert dat Angelsloo inderdaad tamelijk hoog ligt en aldaar een vrij groot bos staat.
¶ Het huis te Angelsloo heeft mogelijk al ruim bevoor 1645 AD bestaan. Mogelijk heeft het enige tijd gediend als jachtslot.
** Angelen, Loo, Angeloo, ASA, Ang/Ank
# FRI, Google 25.5.09 (encyclopediedrente.nl, wkp), WP, DAB, KBG

Angelstede: > Engelse Stad

 

Angelstein:
Landgoed aan de Velperweg te Arnhem. Reeds genoemd in 1487, zijnde in bezit van Johan Coster in conflict met naburig klooster Bethanie wegens een weg over dit goed. In de 17e eeuw is Angelstein bezit van Engelbert Engelen. Oorspronkelijk is Angelstein omringd door diepe grachten. Later zijn die gedempt en is het landgoed gemoderniseerd. In de 19e eeuw is Angelstein bezit van Jkh Baron Pallandt van Walfort. Rechts: Angelstein zomer 2010. (foto © BCK)
1650++: De naam Angelstein lijkt in dit kader afgeleid van Angel (Angel) + stein (stenen huis). De naam lijkt derhalve te verwijzen naar Engelbert Engelen, die in de 17e eeuw Angelstein bezit. In die tijd (c 1650++) betekent het woord engel in Nederlands gewoon engel: goddelijk wezen met vleugels. En Angel: lid van het volk der Angelen. In het Anglisch is Engel, Angel = Angel = lid van het volk der Angelen. Deze termen worden in het verleden vaak gebruikt in namen. Zowel in in Engeland als op het Continent.
1800++: De naam van het goed is begin 19e eeuw veranderd in Angerenstein. Dat heeft mogelijk te maken met de slechte relaties tussen Nederland en Engeland in die tijd. (> ANV) De naamverandering getuigt dat men in die tijd Angelen associeert met Engelsen. De term
Angeren verwijst echter naar een agressief Germaans volk in Westfalen. > Angeren
2010: Het goed omvat anno 2010 405 Ha grond, waarvan 270 Ha heide. Inmiddels is het een open park.
** Arnhem
# AWA, DAB

Angelsporen: btr sporen van aanwezigheid van Angelen in NW Europa > SEBA

Angelsvel:
Gehucht in Eemsland. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Lunenburg. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Angle (Angel) + fell (veld). Dus: Angelveld = het veld waar Angelen wonen.
¶ Bij Angelsvel in Eemsland heeft ooit een kasteel gestaan. Hierover is verder vooralsnog niets bekend.
¶ De naam Angelsvel komt in Salland voor als familienaam Klein Angelsvel.

Angeltheow van Angeln (c 400-460)
Zoon van koning Offa van Angeln.
Koning van Angeln.
Zoon: Eomar (gb 420).
** Angeln
# WKP

Angelveld:
Nederlandse familienaam.
** Anglefield, Hengevelde

Angely:
Familienaam. Bekend is Louis Angely (1787-1835), een Duits dichter van blijspelen. De naam lijkt een herkomstnaam. Er zal dus ergens een locatie zijn met die naam.
# WP, KBG

Angen: > Angon

Angeren:
Uit de historische namen van Angelslo bij Emmen blijkt dat Angelsloo de meest gangbare naam van de loatie is. Vooralsnog is echter niet duidelijk in hoeverre de varianten Angel, Anloe, Anxloo, Angersen en Angelsen gangbaar waren. Angel lijkt reŽel. Hengelo in Twente wordt navenant locaal vaak Hengel genoemd. Variant Anxloo komt nogal vaak voor. Deze variant lijkt op de bekende variatie Ank- voor Ang(el)-namen. O.a. in Ankehaarveld bij Peest. De variant Angersen lijkt dubieus. Angeren waren een nogal agressief volk ergens nabij de Rijn in Midden Duitsland.
** Angerlo, Angelsloo, Ang~

Angerlo:
Dorp in de Achterhoek, gelegen aan de IJssel, bij de monding van de Oude IJssel, ten zuiden van Doesburg en circa 16 Km noord van de Rijn. Rond 1500 telt Angerlo 90 woningen, ofwel 350 inwoners. Anno 2009 omvat Angerlo ook de regio's Giesbeek en Lathum, waar het Huis Lathum staat. Verder o.a. de locaties Beverbeek, Bevermeer en Groot Enghuizen. In totaal wonen er nu circa 5300 mensen. De NH Kerk in het centrum is gebouwd rond het jaar 900.

Op kaart KGH (Hertogdom Gelre) van 1593 staat Angelre als het gebied tussen Doesburg, Didam en Keppel. Het gebied is in die tijd kennelijk groter dan anno 2009. De naam Angelre is afgeleid van Angelrode = ontgonnen land van de Angelen. Deze betekenis bevestigt de these dat Angelland zich in 300vC-100nC uitstrekt van Denemarken tot aan de Rijn.

 
Op de kaart "Zutphania Comitatus" van Guiljemus Blauew (17e eeuw) wordt Angerlo eveneens geschreven als Angelre. Hieruit blijkt dat de naam Angelre in feite de oorspronkelijke naam is van Angerlo.

 
¶ In Denemarken komen vele plaatsnamen voor met de uitgang -rod (= -rode). O.a. in Allerod, Blovstrod, Kollerod en Hillerod. In Thuringen ligt een stad met de naam Angelroda, voor 't eerst genoemd in 948nC. De staat is gesticht door Angelen, die rond 600 nC naar Thuringen migreren. (> Thuringen) In Nederlandse plaatsnamen komt de uitgang -rode nauwelijks voor. Aangezien het Oer Anglisch en het Oer Deens nauw verwante talen zijn, lijkt e.e.a. de these te sterken dat Angerlo (Angelrode) oorspronkelijk inderdaad een Anglisch gebied is, temeer daar Angelroda in Thuringen ook is gesticht door Angelen.
1773: Kaart RZA/23 (1773) noemt Angerlo, gelegen onder Doesburg.
1842: Bron AWA schrijft dat Angerlo ook wordt geschreven: Angeloo, Angeren, Angler of Angerloe. Verder schrijft AWA dat Angerlo volgens overlevering is gesticht door een Germaanse stam die zich daar ooit heeft gevestigd. AWA noemt ze de Angrivaren, een stam uit NW Duitsland. De naam Angelre verwijst echter veeleer naar Angelen, hetgeen nog wordt versterkt door het nabijgelegen Engeler en Enghuizen, namen die ook verwijzen naar Angelen. Bron AWA schrijft verder dat Angerlo ook wordt geschreven als: Angeloo, Angeren, Angler of Angerloe. Angeloo en Angler zijn namen die ook weer duidelijk verwijzen naar Angelen.
¶ Bron AWA is gepubliceerd in 1842. De Hottinger Atlas van 1773-1794 noemt de naam Angerlo. We krijgen nu de volgende namen en data:
KGH 1593: Angelre
Zutphania Comitatus c 1650: Angelre
RZA/23 1773: Angerlo
Hottinger 1773-1794: Angerlo
AWA 1842: Angelre, Angeloo, etc
E.e.a. betekent dat de naamwijzing van Angelre naar Angerlo plaats vindt tussen circa 1650 en 1773. Mogelijk dus ongeveer halfweg rond 1712. Deze data zijn erg opmerkelijk. Immers:
11 december 1746 trekt een bataljon Infantrie uit Hannover nat en bekleumd de Kazerne van Doesburg binnen om daar te verblijven. De soldaten zijn in dienst van de Engelse koning. Hannover is in die tijd verbonden met Engeland in een Personele Unie. De soldaten zijn zeer ontevreden over hun onderkomen. Ze maken grootschalig amok en trekken vernielend en rovend door Doesburg. Dit leidt tot grote woede bij de Doesburgers, die immers hun best hadden gedaan de soldaten zo goed mogelijk op te vangen. (# Doesburg, bijdragen tot de geschiedenis van een Hanzestad, J.W van Petersen en E.J. Harenberg; Doesburg 1987)
Deze woede is kennelijk bekleven en reden geweest voor aangrenzend Angelre de naam te veranderen in Angerle om elke associatie met Engelsen c.q. Angelen te vermijden. Dat kan zijn gebeurd ergens tussen 1746 en 1773. Dus ergens halfweg rond 1760. Ze moeten dus toen hebben begrepen dat de naam Angelre te maken heeft met Engelsen c.q. Angelen!

¶ Bron AWA schrijft verder bij Angerlo:
De Domproost van Utrecht bezit hier eenen aanzienlijken hof, welke waarschijnlijk van ouds betrekking tot het dorp had.
(> PgA-Z/Bartholomeus II van Wassenaar)
¶ Per saldo kunnen we het volgende concluderen:
De these dat Angerlo (Angelre) een nederzetting is van Angelen wordt versterkt door het aangrenzend Bevermeer. In Anglische gebieden lijken namelijk relatief meer locatienamen voor te komen met Bever- dan elders, waardoor het mogelijk is dat de Angelen ook meer aan de beverjacht doen. Temeer daar deze jacht door de eeuwen heen zeer lucratief is. Beverhuiden zijn namelijk kostbare handelswaar.
> Beverjacht
¶ De heggencultuur in de regio Doesburg/Dieren waar Angelre (Angerlo) ligt, bevestigt de these dat deze regio oorspronkelijk een Anglisch gebied is. Dezelfde oeroude heggencultuur is namelijk te vinden in Zuid Engeland en nergens anders. Aldaar hebben zich vele Angelen gevestigd tijdens de massamigratie vanaf het Continent naar Brittannia in de periode 450-500nC. > Heggen
** Engelrode, Angelroda, Ang~, Liemers, Mega Angle, Engholm, KGH, HTN (Lx), Bevermeer, Heggen
# WMN, HTN, KGH, DAB, KBG

Angflatie:
Met deze term wordt bedoeld de schijnbare afname van de betekenis van de Angelen op het Continent na de massamigratie van Angelen en Saxen naar Brittannia in de periode 450-550nC. Na 550nC wordt nog betrekkelijk weinig vernomen van de Angelen in de regio Mega Angle, itt Saxen en Franken, die juist vaker wordt genoemd, vooral door de vele oorlogen die ze voeren.
¶ Vele bronnen beweren dat na de massamigratie naar Brittannia Angeln volledig is verlaten. Maw: alle Angelen zijn gemigreerd naar Brittannia. Dat lijkt op voorhand al onwaarschijnlijk. Temeer daar het Anglisch Rijk rond 450nC toch behoorlijk groot is, maar tegelijkertijd ook dun bevolkt en moerassig. Er zullen daarom zeker wel onopgemerkt vele achterblijvers zijn geweest. Uit diverse historische gegevens blijkt dat ook. De vraag die dan rijst is waarom er dan na circa 550nC vrij weinig blijkt van hun aanwezigheid in Mega Angle.
¶ Een primaire verklaring van de Angflatie kan zijn dat de bevolkingsdichtheid in Mega Angle na de massamigratie naar Brittannia dusdanig is afgenomen, dat de Saxen zich zonder veel tegenstand van de achtergebleven Angelen in de verlaten gebieden kunnen settelen. Men zou dan kunnen veronderstellen dat de Saxen hun nieuwe woongebieden Saxische namen geven op termijn. Uit de lijst van Anglische locatienamen blijkt dat echter zeker niet het geval. Ze zijn nagenoeg helemaal Anglisch gebleven. Dit suggereert dat de meeste Angelen daar zijn gebleven en dat per saldo relatief maar weinig Angelen zijn gemigreerd naar Brittannia. > ASA
¶ Rond 450nC wonen circa 8 miljoen Angelen op het Continent, verspreid over het gebied Mega Angle (Denemarken-Rijn), Thuringen, Elzas en elders. Circa 4 miljoen migreren in die tijd naar Brittannia. Bij de Saxen gaat het volgens deskundigen (WKP 4.11.09) om 100.000 tot 200.000 (gem 150.000) migranten naar Brittannia. Bij de Juten gaat het mogelijk om circa 5000 migranten. Per saldo blijven dus circa 4 miljoen Angelen op het Continent. > Demografie, Engelandvaarders
¶ De oudste vermelding van de Denen dateert van 551nC. Rond 700nC wordt Angeln geterroriseerd door Denen. In 737nC bouwt de Deense koning Godfried de Danewirke, een verdedigingslinie langs de Eider bij Haiabu. E.e.a. betekent dat de Denen in vrij korte tijd uitgroeien tot een vrij agressief volk, dat in de periode 700-737nC Angeln verovert.
¶ Rond 100nC noemt Tacitus de Friezen, die volgens hem wonen tussen de Eems en de Weser. Ptolemaeus plaatst hen rond 125nC op zijn kaart tussen de Eems en de Vidrus. Rond 450nC noemt Widsith de Fresna (= Friezen) een clan. In 790nC komt de Lex Frisionum tot stand in opdracht van de Frankisch koning. In 800nC wordt gesproken over Frisia Proper = NW Nederland tussen Vlie en Weser. De Friezen groeien dus kennelijk uit van een klein volkje (clan) tot een vrij volk in 800nC, dat woont in vrij groot gebied, genaamd Frisia Proper.
¶ In 123nC noemt Ptolemaeus de Saxen, die volgens hem wonen in Noord Duitsland, mogelijk in Pommeren. In 150nC sluiten de Angelen en Saxen een verbond in Lunenburg, tussen de Elbe en de Weser. Rond 400nC infiltreren de Saxen het Anglisch gebied van Lunenburg, op de vlucht voor de Hunen. In 731nC settelen Saxen in Albinga/Holstein, dat hoorde tot het Anglisch Rijk. In 772-804 woeden de Saxische Oorlogen, i.b. tegen de Franken.
¶ Uit bovenstaande gegevens blijkt dat Mega Angle in de periode rond 700-800nC steeds verder in handen komt van Denen, Friezen en Saxen. In die zelfde periode wordt weinig vernomen van de Angelen in dat gebied. Desondanks blijken de Anglische locatienamen voortbestaan. Uit deze feiten kan men het volgende concluderen:
- De Angelen in het kerngebied Angeln hebben zich binnen het Deense Rijk kennelijk kunnen handhaven als een zelfstandig volk.
- Aangezien de Friezen in korte tijd uitgroeien van een clan tot een volk in een vrij groot oud Anglisch gebied, lijkt het erop dat vele Angelen aldaar zich hebben geassocieerd met de Friezen, met wie zij al verwant zijn.
- De Angelen in door Saxen binnengedrongen gebieden hebben zich kennelijk verder geassocieerd met de Saxen. In 125nC hadden ze al een Verbond gesloten.
- Ondanks de associatie van de Angelen met de nieuwkomers in hun gebieden, blijven de locaties met Anglische namen hun namen nagenoeg onveranderd behouden.
- In de kuststreken langs de Noordzee blijven de Anglische taal en derhalve de Anglische elite nog zeker tot in 1350 dominant aanwezig.
¶ Uitgangspunt van onderhavig item is de vraag waarom de Angelen na de massamigratie van Angelen en Saxen in 450-550nC nauwelijks nog worden genoemd in Mega Angle. Op grond van genoemde feiten en thesen zijn er op dit moment de volgende opties:
A. De achtergebleven Angelen zijn relatief dusdanig in de minderheid, dat ze noodgedwongen moeten opgaan in de nieuwkomers, Friezen of Saxen, met wie ze al enige banden hebben.
B. De nieuwkomers zijn zo desperaat op zoek naar een nieuw en veilig woongebied, dat ze meer overlevensdrift en agressie hebben dan de achtergebleven Angelen, die het relatief goed hebben en dus weinig geldingsdrang.
C. De achtergebleven Angelen hebben weinig tribale eigenwaarde en onderwerpen zich daarom makkelijk aan de nieuwkomers. (> Tribalisme)
D. Een mix van A, B en C.

Op grond van de historische feiten en thesen omtrent de Angelen in heel NW Europa rond die tijd kan men constateren dat Angelen sterk economisch georienteerd zijn en minder sterke andere waarden lijken te hebben, waardoor ze per saldo makkelijk migreren en assimileren. Een zeer sterke factor hierin is de landhonger, waardoor ze makkelijk kiezen voor Brittannia dat na het vertrek van de Romeinen in 400nC een makkelijk prooi is.
** Tribalisme, Expansie, Politiek, ANV
 

Angholm:
Regio op een eiland in ZW Finland. > Engholm

Angili:
Latijnse benaming voor de Angelen. Claudius Ptolemaeus (87-150) is een Grieks astronoom, geograaf, wiskundige, cartograaf en muziektheoreticus, wonend in AlexandriŽ. Hij schrijft rond 122nC dat de Angelen wonen in het gebied tussen Denemarken en de Rijn. Later plaats hij het woongebied van hen tussen de Eems en de Elbe. Spiritus-temporis.com 31.5.09 schrijft:

Ptolamy in his Geography (ii. 11. § 15), half a century later [na Tacitus], locates them [de Angelen] with more precision between the Rhine, or rather perhaps the Ems and the Elbe, and speaks of them as one of the chief tribes of the interior. Unfortunately, however, it is clear from a comparison of his map with the evidence furnished by Tacitus and other Roman writers that the indications which he gives cannot be correct. Owing to the uncertainty of these passages there has been much speculation regarding the original home of the Angli.


          

¶ Op de kaart Magna Germania (hierboven) plaatst Ptolemaeus de Angelen nabij de Ith Hils ten zuiden van de stad Hannover, nabij de bovenloop van de Elbe. Gezien de historische migratiestromen hebben de Angelen zich daar rond 225vC gevestigd in de regio Ith Hils. De beweringen van Ptolemaeus lijken derhalve juist. De plaatsnamen Quickborn en Swaney in die regio zijn duidelijk van Anglische origine en bevestigen het feit dat de regio is bevolkt door Angelen, die daar duidelijk dominant zijn. Op de kaart van Ptolemaeus is de naam Angili (Angelen) ook duidelijk groter geschreven dan de andere stamnamen daaromtrent. Ptolemaeus heeft daarmee kennelijk willen aangeven dat de Angelen aldaar een grote stam zijn.
** Angelen, Ith Hils, Oldenrode, Rheden/Diepholz, ASA, Ptolemaeus
# WP, DAB, KBG

Anglaise:
Oude snelle dans van Engelse oorsprong. (#WP) Evenals de Francaise in Frankrijk, levendig, 2/4 en 3/8 maat. (#NAE/1931)
** Dansen

Anglaland:
AVA Angla (Anglisch, Angelen) + land > Land der Angelen > Angelland. Sinds de Vroege Middeleeuwen (500-1000nC) in Engeland veel gebruikte naam voor Engeland.

Angland:
Familienaam. O.a. in New South Wales, Australia.
** Angelland, Ankland

 

Angle::
Alias Ongle, Engle, Ingle, Angelland = het land van de Angelen. > Angelland
650-150vC: Rond 650vC settelt de Zweeds/Deense koning Ingwi zich met zijn gevolg in Angeln, waar in die tijd al vele Angelen wonen. (> Ingwi) Sinds circa 550vC migreren vele Angelen zuidwaards naar Noord Duitsland en Noordoost Nederland, waar ze zich permanent vestigen. Kaart rechts toont de grote migraties in die periode.
 

150vC: Angle bereikt rond 150vC haar volle grootte: tussen Denemarken, de Elbe, de Saale, de Rijn en de Noordzee. (> ASA) Ze is dan te onderscheiden in:
- Noord Angle = huidig Sleswig-Holstein
- Oost Angle = huidig Neder-Saxen + Westfalen
- West Angle = huidig Gronngen, Drente, Overijssel + Gelderland
 

150vC++: Rechts: het wapen van Angle (Angelland): op goud drie leeuwen in blauw links gekeerd. Het dateert mogelijk al van circa 150vC en stelt daarmee voor de drie landsdelen van Angle: Noord-Angle, Oost-Angle en West-Angle. > Trilogie
 

98nC Ingweonen: Germaans volk dat volgens Tacitus (98nC) woont in NW Europa langs de kust van de Noordzee, zijnde het hele gebied tussen Denemarken, de Elbe, de Saale, de Rijn en de Noordzee. Later verstaat men onder hen de Germanen die de ing-klank gebruiken in hun taal. In feite zijn dat voornamelijk Angelen, hetgeen overeenstemt met het toenmalig woongebied van de Angelen. De Saxen gebruiken de ink-klank. > Ingweonen, ing/ink
122nC++: Angili (Angelen) wonen tussen de Rijn en de Elbe (Ptolemaeus) > Angili
350nC Ankland: Benaming van Angelland (Angle) op een runesteen in Angeln uit de 4e eeuw nC. > Ankland
416nC: Na de dood van zijn vader Wermund in 416nC wordt Offa koning van Angelland. Hij erft the large kingdom of Angel. Aldus britannica.com van 9.1.2010.
425nC: Een tekst in het Engelse dichtwerk Widsith van rond 425nC roemt prins Offa van Angeln (Angle) en zijn strijd tegen de Swaefen bij Fifeldore (in Fivelingo/Groningen):

35. Offa weold Ongle, Alewih Denum:
35. Offa regeerde Angle, Alewih de Denen;
36. se waes thara manna modgast ealra,
36. hij was daar onder mannen de allermoedigste,
37. no hwaethre he ofer Offan eorlscype fremede,
37. niemand overtrof Offa's vermetel leiderschap,
38. ac Offa geslog aerest monna,
38. en Offa veroverde in de eerste maanden,
39. cnithwesende, cynerica maest.
39. knecht/ruiter wezende, meest van het koninkrijk.
40. Naenig efeneald him eorlscipe maran
40. Niemand evenaarde hem meer leiderschap
41. on orette. Ane sweorde
41. op aarde. Ene zwaard
42. merce gemaerde with Myrgingum
42. merkte vermaard de grens met Myrgingum
43. bi Fifeldore; heoldon forth sidhdhan
43. bij Fiveldore; hielden voorts gescheiden
44. Engle ond Swaefe, swa hit Offa geslog.
44. Angelen en Swaefen, zo heeft Offa geslagen.

> Offa van Angeln, Widsith, Fiveldore, Angeln, Angle, Angelland, HRAA
425nC: Widsith is een Anglisch dichtwerk, geschreven rond 425nC. Widsith is een troubadour uit de Germaanse tijd. Hij zwerft over grote afstanden en is een graag geziene gast in drankhallen, waar hij vele groten der aarde vermaakt. In het dichtwerk komen vele helden voor uit de 4e-6e eeuw. Het is daarom ook een belangrijke historische bron. Tevens toont het werk de belangrijke rol van een troubadour in de Germaanse tijd. > Widsith
425nC++: Widsith schrijft verder de regels:

7. Hrethcyninges ham gesohte
7. oord van koning Hret gezocht
8. eastan of Ongle, Eormanrices,
8. [gelegen] ten oosten van Ongle [Angle], het rijk van de Eorman [Ostrogoten]

NB1: De Goten in Zuid Zweden settelen zich rond 100vC in Noord Polen. Sinds circa 150nC verhuizen ze naar ZO Polen. Rond 400nC wonen ze bij de Zwarte Zee. Daarna splitsen ze zich in Visigoten en Ostrogoten. De Visigoten migreren rond 382nC naar Noord ItaliŽ. Rond 450nC migreren de Ostrogoten naar Pannonia. Rond 493nC omvat het Ostrogotische Rijk ItaliŽ, Zuid Frankrijk en Noord Spanje. > Goten
NB2: Widsith is geschreven rond 425nC. Widsith maakt zijn reis echter tussen rond 400-420nC. Als Widsith de Ostrogoten bezoekt, is dat dus ergens rond 582nC. In die tijd wonen de Ostrogoten in de regio NO.Polen - ZuidRusland - Balkan - NoordItaliŽ. Als in die tijd Eormanrices (het Ostrogotische Rijk) eastan of Ongle [= Angle] ligt, dan strekt Ongle (Angle) zich rond 582nC uit van NW Duitsland tot diep in ZuidDuitsland. Ondanks dat circa 4 miljoen Angelen (de helft van de Anglisch bevolking) is gemigreerd naar Brittannia en Angle dus aanzienlijk is verzwakt.
¶¶ Offa van Angeln (380-456) is de zoon van koning Wermund van Angeln (gst 416). Als jongeman voert Offa rond 405nC succesvol een militaire campagne om het Anglisch Rijk (Angelland) te zuiveren van Saxen en Swaefen, die het land waren binnengedrongen. In bovenstaande hymne wordt zijn land (Angelland) respectievelijk genoemd Ongle en Engle. Eerder genoemde bron ASC/449 noemt dit rijk respectievelijk Englum en Angle. Alle vier namen zijn dus varianten voor het Anglisch Rijk ofwel het Rijk der Angelen ofwel Angelland op het Continent betwix Iotum en Saexum.
449nC: Bron ASC/449: de Anglo-Saxon Chronicle voor het jaar 449nC:

Tha comon the menn of thrim maegthum Germanie: of Eald-Seaxum, of Englum, of Iotum. ...
Of Angle comon -- se a sittan stod weste betwix Iotum and Seaxum -- East-Engel, Middel-Engel, Mierce, and ealle North-Humbre.

letterlijk vertaald:
Daar komen de mensen van drie machten in Germania: van Oud Saxum, van Englum, van Iotum. ...
Van Angle komen -- ze [Angle] is gelegen steeds west tussen Iotum en Saxum -- East Anglia, Mid Anglia [Midlands], Mercia, en heel Northumbria.

vrij vertaald:
Daar komen de mensen van drie machten in Germania: van Oud Saxen, van Angle, van Jutland. ...
Van Angle komen -- ze [Angle] lag steeds westlijk tussen Jutland en Saxen -- East Anglia, Mid Anglia [Midlands], Mercia, en heel Northumbria.

Bron ASC/449 is geschreven rond 835nC. Angle wordt in die tijd door de Angelen in Brittannia dus ook Englum genoemd en door hen kennelijk gezien als hun herkomstgebied op het Continent. Ook worden delen in Engeland zelf of Engeland in het geheel door oude Engelse bronnen vaak Englum genoemd.
Tot 449nC ligt het woongebied van de Saxen in NO Duitsland van de Poolse grens tot aan de Elbe. Bron ASC/449 noemt dat gebied Eald-Seaxum ofwel Oud Saxum. > Old Saxum
 

449nC Angle: Uit historische analyses van het woonland van de Angelen op het Continent blijkt dat hun woongebied Angelland rond 449nC Angle (Ongle, Engle, Englum) wordt genoemd. Dit Angle ligt in het hele gebied tussen Denemarken, de Elbe, de Saale, de Rijn/Waal en de Noordzee.
 

450nC++: Bron NAE/1937: Angelen zijn een Germaanse volk in het tegenwoordige Sleeswijk, later langs Beneden Rijn en Maas, steken in de 5e eeuw gedeeltelijk over naar Groot Brittannia, waar zij samen met de Saxen en andere stammen diverse rijkjes stichten.
Per saldo krijgen we het volgende beeld van de grenzen van Angle:
- 80nC++: Angelen wonen langs de Elbe tot aan Bohemia. (#Tacitus) > Afstamming, Angelen
- 122nC++: Angili (Angelen) wonen tussen de Rijn en de Elbe (Ptolemaeus) > Angili
- 400-600nC: NO Nederland overwegend Anglisch gebied > Pax Anglorum
- 405nC: Offa van Angeln verslaat de Saxen bij Bremen > Offa van Angeln
- 405nC: Offa dringt Saxen terug naar oostkant Elbe
- 405nC: Offa verslaat de Swaefen bij Myrgingum bij Fiveldore, de monding van de Fivel in NO Groningen > Fiveldore, Myrgingum, Ingeldesord
- 405nC: Engle (= Ongle, Angle) grenst aan Swaefe (Swabenland)
- 405nC: Ingeldesord = land van de Angelen = Angelland = Angle > Ingeldesord
- 405nC: Offa bereikt de Maas bij Oeffelt > Oeffelt
- 405nC++: Offaland = Angelland > Offaland
- 449nC++: Angle a sittan stod weste betwix Iotum and Seaxum (ASC/449 835nC) = Angle = Englum = Angelland = regio Denemarken-Elbe-Rijn
>> 450nC++: Angle (Ongle, Engle, Englum) = al het land tussen Jutland (Iotum = Denemarken), Elbe (Saxen), Swabenland en Rijn = Angelland
582++: Angle strekt zich uit van NW Duitsland tot diep in Zuid Duitsland, ondanks dat circa 4 miljoen Angelen (de helft van de Anglisch bevolking) is gemigreerd naar Brittannia en Angle dus aanzienlijk is verzwakt.
695nC++: Sinds 695nC groeit in het Rijngebied de macht van de Franken. Nijmegen is al in hun bezit. Daar zetelt sindsdien hun hoofdkwartier. (#KVN)
750nC++: De kerstening van Angelland geschiedt in 750-1000nC vanuit York in Northumbria, toenmalig het grootste en belangrijkste Anglische Rijk in Brittannia. Men is er daar zeer op gebrand de heidense neven in de achtergebleven gebieden op het Continent te bekeren en uit hun leven in duisternis te redden. Bovendien zou de verwantschap op cultureel en taalkundig gebied het missiewerk makkelijker maken. Temeer daar de Continentale neven geen angst zouden koesteren dat de missiewerkers stiekem zouden heulen met de Frankische vijanden in het zuiden. > Neven
Neven: Neven zijn mannen met dezelfde voorvaders in mannelijke lijn. In de gegeven context gaat het dus om verwantschap die circa 300 jaar teruggaat. Northumbria is anno 750nC een Anglisch Rijk, waarvan de bevolking voornamelijk afkomstig is uit NW Angelland op het Continent. I.c. NW Duitsland en NO Nederland. In 450-550nC zijn vandaaruit vele Angelen gemigreerd naar Brittannia, o.a. naar Northumbria. Met de term neven wordt dus aangegeven dat de Angelen in Northumbria de bevolking in het missiegebied van o.a. Lebinus anno 750nC en later als Angelen ziet. Dit missiegebied omvat NO Nederland + NW Duitsland. Ofwel: NW Angelland.
750nC: In 450-550nC migreren circa 4 miljoen Angelen uit Angelland naar Brittania. Ongeveer het zelfde aantal Angelen blijft in Angelland wonen. Gaan we uit van de historische demografische groeifactor (HGF) van 1.4, dan wonen er rond 750nC circa 1.24 x 1.24 x 4 miljoen = circa 6.2 miljoen Angelen in Angelland.
I.c.: Noord Angle 0.8 milj; Oost Angle 2.7; West Angle 2.7. > Demografie, HDG
775nC: Koning Offa van Mercia (736-796) heeft moeizame betrekkingen met het Frankische Rijk onder Karel de Grote. Vooralsnog is niet duidelijk waarom. Wat heeft Offa in Engeland te maken met Karel en diens Franken op het Continent? Heeft dit iets te maken met de invasie van Franken in Angelland?
-- 768nC++: Karel de Grote zetelt in Nijmegen.
-- 782nC: Karel de Grote verslaat de Saxen en breidt zijn rijk uit tot aan de Elbe.
-- 782nC: Karel de Grote laat 4500 Saxen onthoofden in Verden/Bremen.
>> Mochten dit de redenen zijn van Offa's problemen met Karel en z'n Franken, dan lijkt het dat Offa nog banden heeft met Angelland en dus problemen met de invasie van de Franken in de regio waarvoor Offa nog verantwoordelijkheden lijkt te hebben of te voelen. In dat geval lijkt het alleen te kunnen betekenen dat in die tijd Angelland nog overwegend Anglisch gebied is. Verder lijkt dan dat Angelland zich inderdaad uitstrekt tot aan de Rijn. Waarom zou hij zich als Anglische koning druk maken als er voornamelijk Saxen of andere volken wonen? > Offa van Mercia
-- 835nC: Bovengenoemde bron ASC/449 is geschreven rond 835nC. Angle wordt in die tijd door de Angelen in Brittannia dus ook Englum genoemd en door hen kennelijk gezien als hun herkomstgebied op het Continent. Ook worden delen in Engeland zelf of Engeland in het geheel door oude Engelse bronnen vaak Englum genoemd.
Genoemde feiten bevestigen de thesen dat:
- in 750-1000nC in NO Nederland nog dusdanig veel Angelen wonen, dat de Angelen in Engeland hun Anglische neven in Angelland graag willen bekeren tot het ware geloof. > Neven
- hetzelfde geldt voor aangrenzend NW Duitsland, waar in dezelfde tijd de Anglische missiewerkers uit Engeland hun geloof verkondigen
>> de Angelen in Engeland afkomstig zijn uit Angelland, dat in die tijd door de door de Britse Angelen Angle wordt genoemd.

¶ Uit historische massamigraties is gebleken dat migranten hun nieuwe homelands noemen naar regionamen van hun herkomstgebieden. (> Regionamen) Migranten houden kennelijk dus die namen goed vast. We mogen derhalve aannemen dat de naam Angle voor Angelland op het Continent zeker in de missietijd 750-1000nC de gebruikelijke naam is voor genoemd gebied.
¶ Aangezien:
- Engeland in de eerste eeuwen van haar bestaan door de Angelen aldaar vaak wordt genoemd als Anglaland, Engel, Engle of Englum
- en bron Widsith Angelland Engle of Ongle noemt
- en Ongle = Angle = Engle
- en Angel, Engel en Ongel in diverse regionamen voorkomen in Angelland = NO Nederland + NW Duitsland; > ASA
- en bron ASC Angelland op het Continent ook Englum noemt
- en Angelland op het Continent door de Angelen in Engeland Angle werd genoemd
- en migranten hun nieuwe homeland vaak noemen naar hun herkomstgebied
>> mogen we aannemen dat:
- Engeland in Brittannia is genoemd naar Angle op het Continent
- en dat derhalve de naam Angle voor Angelland op het Cotninent al bestaat voordat vele Angelen in 450-550nC naar Brittannia migreren.
¶ Aangezien:
- na de massamigratie in 450-550nC van Angelen naar Brittannia kennelijk nog vele Angelen in Angelland op het Cotninent blijven wonen
- en volgens het patrilocalisme normaliter vooral mannen in hun stamland blijven wonen (> Patrilocalisme)
>> mogen we aannemen dat Angelland op het Continent na 550nC nog duurzaam blijft bevolkt door autochtone Angelen.
¶ Wetenschappelijke bevestiging van al het voorgaande komt in 1932. Prof Dr Jacobus Joannes Antonius (Jac) van Ginneken S.J. (1877-1945) was taalkundige, dialectoloog en psycholoog. Hij doceerde aan de Universiteit Nijmegen. Heeft veel gepubliceerd op taalkundig gebied. Jac van Ginneken (JvG) schrijft in Onze Taaltuin van april 1932 o.a. over zgn Anglische taalzones in Nederland en Vlaanderen die taalkundige restgebieden zijn van het oorspronkelijke Anglisch wat daar kennelijk eerder gesproken werd. (> ATZA) Gezien de sterke verwantschap tussen het Oud Nederlands en het Diets lijkt de conclusie van JvG te gelden voor nagenoeg heel Angle (Angelland). Immers het taalgebied van het Diets valt grotendeels samen met Angle.
** Widsith, Offa van Angeln, Fiveldore, Myrgingum, Ingeldesord, G449/C, ASA, TEHA, Offa van Angeln, Offaland, Angelland, Englum, Ongel, Kerstening, ATZA, HHA, Diets, West Angle

 
Anglefield:
- Oude naam van Englefield in Berkshire, England. > Englefield
- Locatie bij Lamberhurst Down in Tunbridge Wells, Kent, England.
- Engelse familienaam. Vele namen zijn herkomstnamen. Als zodanig bevestigt deze familienaam het bestaan van locaties met die naam.
** Englefield, Angelveld, Hengevelde

Anglesch:
Streektaal in delen van ZW Duitsland en de Elzas. Wordt nog anno 2010 zowel gesproken als geschreven. Mogelijk ook in Luxemburg.
** Elzas, Anglesh, Anglisch

Anglesey:
Eiland NW voor de kust van Wales. De naam is afgeleid van Ongull's Ey. Ongull is een variant van de Anglische namen Ongle, Angle, Engle en Ingle. Anglesey lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Angles (Angelen) + ey (eiland). Anglesey betekent dus eiland van de Angelen. De Angelen hebben zich daar mogelijk circa 600nC hebben gevestigd vanuit naburig Lancashire en Cheshire in Engeland.
** Ongel, Ongelkamp, PgBrit/Anglesey

Anglesh:
Anglesh is een Engelse streektaal die her en der wordt gesproken in Brittannia. Deze taal is nauw verwant aan het Anglisch op het Continent uit de tijd 450-550nC, toen Angelen van het Continent gingen settelen in Brittannia.
ZO Schotland: In deze regio spreekt de bevolking een streektaal, die aldaar Anglesh wordt genoemd. (#DVB) Het is kenlijk de taal van Anglische settlers uit de tijd na circa 500nC, toen het gebied nog deel was van Northumbria. Dit Anglesh wordt beschouwd als een variant van Geordie, de streektaal van Northumbria.
Dunning: Dorp in ZO Schotland, ZW van Perth. In de regio ZO Schotland spreekt de bevolking een streektaal die Anglesh wordt genoemd. Mogelijk is dit dorp gesticht door Angelen afkomstig uit Dunning bij De Wijk in Drente. > Dunning
ZW Schotland: In deze regio wordt naar zeggen ook Anglesh gesproken. (#2013-14) Mogelijk gaat het o.a. om de regio Clydeside. > Paarden/Suffolk
** Anglesch, PgBrit/Anglesh, Geordie

Anglia: = Engeland/Brittannia > PgBrit/Engeland, East Anglia
Anglia: = Engeland/USA = New England > Nova Anglia
Anglian: Engels voor Angel en Anglisch > Anglisch
Anglians: Engels voor Angelen > Angelen

Anglica:
Naam voor het gebied waar sinds de 5e eeuw vC de Angelen wonen. Het omvat Angeln in Sleswig, Noord Duitsland, het Deense eiland Als en het zuidelijk deel van het Deense eiland Funen. (> Angelen/kaart) Later breidt dit gebied zich uit tot aan de Elbe, de Saale, de Rijn en de Noordzee. Wapen: op goud drie kruipende leeuwen in blauw, links gericht, rood getongd en geklauwd. Symboliseert de drie oergebieden van het Rijk der Angelen.
** Angle, Angelland, Angeln, Angelen (kaart), Demografie, Angelland

Anglicana::
600nC++ Ecclesia Anglicana: Ofwel de Anglikaanse Kerk. Zo genoemd door de Katholieke Kerk te Rome. In Engeland genoemd de Church of England, zijnde de Engelse Staatskerk.
700nC++ Anglicana Formata: Engels lettertype, vooral gebruikt in oude Engelse teksten.
1534++ Anglican Church: In 1534 maakt koning Hendrik VIII de Engelse Staatskerk los van Rome, gestimuleerd door het Lutheranisme. Sindsdien noemt de kerk zich de Anglican Church, zijnde de Anglikaanse Kerk. De kerk rekent zich tot het Protestantisme.
1711++ Harmonia Anglicana: Engelse periodiek uitgegeven door John Walsh (1665-1736), drukker van muziekwerken. Sinds 1711 publiceert Walsh ook de werken van Handel. Vanaf 1716 werkt hij samen met Estiene Roger in Amsterdam.
2000++: Anglicana = allerlei items, teksten, documenten, boeken, beeldmateriaal, kaarten en voorwerpen mbt tot Angelen en hun cultuur.

Anglisch::
Taal van de Angelen in NW Europa, i.c. Angle ofwel Angelland = het land van de Angelen, omvattend het gebied tussen Denemarken, de Elbe, de Saale, de Rijn/Waal en de Noordzee. > Angelen, Angle, Angelland
Oud Engels (= Anglisch): Engels = Aenglisc.
COD: Old English (ending about 1150): englisc, aenglisc from Old Teutonic (ca 350vC) anglisko. > English, Teutoons
Bron CFO 1327: mercum anglischis = Anglische Mark (ZA)
>> De term Anglisch~ bestaat dus kennelijk al sinds circa 350vC.
¶ Engels Angles = Low-German tribe settled in Northumbria, Mercia & E.Anglia. Low-German = dialects of Germany that are not High German, also, all forms of West-German, including English and Dutch. (#COD) > Duits
Onderscheid:

• Oer Anglisch (700vC-500nC) > Oer Anglisch
• Hof Anglisch (700vC-1050nC): Anglisch van de Anglische elite > Widsith, ASC
• Volks Anglisch (700vC-1350nC): Anglisch van het gewone Anglische volk
• Oud Anglisch (500-1500nC) > Oud Anglisch
• Saxo-Anglisch (1350-heden) > Asland, Versaxing
• Nieuw Anglisch (1500++) > Pg/Ling
• Arto Anglisch (1995-heden) > Arto Anglisch
• Klassiek Anglisch (2010-heden) > Klassiek Anglisch
• Noord Anglisch: Anglisch van Noord Angle (Sleswig-Holstein)
• Oost Anglisch: Anglisch van Oost Angle (Nedersaxen + Westfalen)
• West Anglisch: Anglisch van West Angle (Groningen, Drente, Overijssel + Gelderland) > West Anglisch
• Geordie: oudste Anglische taal in Engeland > PgBrit/Geordie
• Anglesch: Anglische taal in NW Duitsland, Elzas en Luxemburg > Anglesch
• Anglesh: Anglische taal in Zuid-Schotland > Anglesch

¶ Het Anglisch lijkt in het algemeen op Deens en Fries, waar het aan verwant is. Het Oud Anglisch en het Oud Saxisch vormen samen de basis van het Oud Engels. Het zijn de twee hoofdtalen van Engeland in de Angel-Saxische tijd (450-1066). Uit het Oud Engels is later het Modern English ontstaan. Deels onder invloed van het Frans van de NormandiŽrs, die in 1066 Engeland veroveren. De Franse invloed is beperkt tot een deel van het woordgebruik. Vele woorden hebben namelijk duidelijk een Franse herkomst. Qua structuur (wordorder) lijkt het Engels echter duidelijk het meest op Deens. Ook vele woorden hebben een Deense herkomst. Het Oud Anglisch staat daarom ook vrij zeker het meest dicht bij het Oud Deens. Dat is in feite niet verbazend. Angeln is het homeland van de Angelen. Dat gebied ligt in Sleswig tegen de Deense grens. Het gebied hoort van oudsher bij Denemarken. Pas in 1920 komt Angeln bij Duitsland na een volksreferendum.
1050nC++ Engeland: De Engelse (Anglische) taal in Engeland verandert dramatisch. O.a. de ge verdwijnt in de meeste ge-woorden. De oorzaak lijkt de machtsovername in Engeland door de NormandiŽrs. De oude Anglische adel wordt verdreven en vervalt in armoede. Hun invloed verdwijnt. De taal van de gewone Angelen wordt de Anglische voertaal waaruit later het Engels ontstaat door adaptie van Normandische taalelementen.
1050nC++ Continent: Op het Continent behoudt de Anglische adel haar macht. En hun Anglische taal blijft de chique spreektaal. De gewone Angelen blijven hun eigen Anglische taal spreken. Het volkse Anglisch kenmerkt zich echter door minimaal ge-gebruik.
¶¶ Conclusie: Zowel op het Continent als in Engeland lijkt het ge-gebruik in de Anglische taal een oud element van het Hof Anglisch. Het Volks Anglisch gebruikt de ge echter niet of nauwelijks; zowel op het Continent als in Engeland. Aangezien hoftalen deels nogal conservatiever lijken dan volkse talen, kan het ge-gebruik van de Angelen afkomstig zijn van de Inglo-Goten waaruit de Angelen zijn voortgekomen.



¶ Het huidige Anglisch dat in Angeln wordt gesproken doet erg Deens aan. Kenmerkend zijn de vele lichte en heldere klanken, die vrolijk en aangenaam in de oren klinken. Op de vele oude vakwerkhuizen staan echter spreuken die veeleer aan Oud Nederlands met een vleugje Duits doen denken. Zoals bijvoorbeeld:
Wer will buen an de Straten, mot de Minschen reden laten.

Het staat anno 1971 op een balk van een prachtig vakwerkhuis met zwarte balken en witte muren in Kappeln (foto boven). In meer huizen in Kappeln zijn dergelijke balken geplaatst met spreuken in dezelfde taal. Deze taal moet daar dus reeds lange tijd de volkstaal zijn. (> Nieuw Anglisch)
¶ Een andere opmerkelijk feit is dat de stad SŲrup in Angeln ook wel Sodorp wordt genoemd. De vraag is daarom met welke oertaal we hier te maken hebben en hoe de relatie daarvan is met het Anglisch. Het zal wel erg dicht staan bij de taal van de Anglo-Saxon Chronicle uit de periode 832-1154. Die taal lijkt op vele plaatsen inderdaad erg sterk op een mix van Oud Nederlands en Oud Fries. De etymologie van vele Engelse woorden in bron COD (Concise Oxford Dictionary) lijkt dit te bevestigen.
¶ Het Anglisch kenmerkt zich door een groot adaptief vermogen. Door steeds weer andere taalelementen over te nemen en door een hoge taalefficiency, ontwinkelt het Anglisch zich in de loop van vele eeuwen langs natuurlijke weg vanuit het Oer Anglisch naar het Engels en uiteindelijk naar het Amerikaans. Zowel het Engels als het Amerikaans hebben dit adaptief vermogen behouden. Hierdoor zijn deze talen uitgegroeid tot de belangrijkste wereldtalen. In dat opzicht lijkt het Anglisch op het Maleis, dat is ontstaan in Deli - een klein gebied op de Oostkunst van Sumatra - en dat uitgroeit tot een taal dat in heel Zuid-Oost AziŽ wordt gesproken. Voornamelijk dankzij handelscontacten. Mogelijk is dat ook met het Anglisch en het Engels zo gebeurd.
Noord Anglisch: Na de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 450-550nC raakt Noord Angle voor een groot deel ontvolkt. Het land is daardoor op alle gebieden erg verzwakt en een makkelijk prooi geworden voor de Denen en Saxen. Het Noord Anglisch wordt daardoor sterk beÔnvloed door het Deens en het Saxisch.
Oost Anglisch: Sinds circa 750nC wordt Oost Angle steeds meer bevolkt door Saxen uit Oost Duitsland. Vele Angelen vluchten daardoor naar West Angle (NO Nederland). Het Oost Anglisch raakt daardoor grotendeels bedolven onder het Neder-Saxisch.
West Anglisch: West Angle blijft overwegend Anglisch gebied waar relatief weinig Saxen zijn gaan settelen na de massamigratie van Angelen naar Brittannia. Het West Anglisch staat daardoor het meest dicht bij het Oud Anglisch van circa 600nC toen in Angle (Angelland) nog geen Denen en Saxen waren gaan settelen. Ook zijn er betrekkelijk weinig Franken gaan settelen in West Angle.
Oud Nederlands: NO Nederland (West Angle) is tot circa 1100nC het belangrijkste deel van de Nederlanden. Daar wonen veruit de meeste mensen. Vele van hen migreren sinds circa 400nC verder naar zuidelijke en westlijke delen van de Nederlanden. Aangezien NO Nederland sinds circe 500vC voornamelijk is bevolkt door Angelen, mogen we veronderstellen dat het Oud Nederlands taalkundig vrij dicht bij het Oud Anglisch en i.b. West Anglisch moet staan. Taalkundig onderzoek in de 20e eeuw heeft dat ook zeer aannemelijk gemaakt. > Demografie, ATZA, West Anglisch
** Duits, A5+, Angelnees, Angelen, Angeln, ASC, Gildas, Beda, Oud Anglisch, Arto Anglisch, Anglesch, Anglesh, KTE, Anglische Cultuur, Pg/Ling, Pg/Dix
# WP, FRI, DAB

Anglisch Erfgoed: (ARF:)
Arthur Weigall was een Engelse archeoloog die veel publiceerde. In zijn boek Wanderings in Anglo-Saxon Britain (1930) beschrijft hij vele aspecten van de Anglische en Saxische wereld in Engeland in de eerste eeuwen na hun invasie, i.e. circa 450-900nC. Hij refereert daarbij vaak naar de voorouders van de Angelen op het Continent van wie de Angelen in Brittannia hun cultureel erfgoed hebben meegekregen. > WAB
¶ Sommige bronnen beweren dat Angeln, stamland der Angelen in Sleswig (Noord Duitsland) was left deserted na de massamigratie van Angelen en Saxen vanaf het Continent in de periode 450-550nC. Zij stoelen hun uitspraken op vermeende teksten in de Anglo-Saxon Chronicle (ASC), een serie kronieken in Engeland bijgehouden in 832-1154. (> ASC) Bij nadere studie blijkt dat zeker 2/3 van de Angelen niet is gemigreerd naar Brittannia, maar zich duurzaam bleef vestigen in Continentale homelands. (> Demografie)
¶ Genoemde bron ASC noemt alleen Angeln als Continentaal woonland c.q. herkomstland van de Angelen in Engeland. Een belangrijke bijdrage in bron ASC is afkomstig van de Engelse monnik Beda (672-735), theoloog, historicus, mathematicus en natuurwetenschapper, wonend en werkend op de Benedictijnse Abdij in Jarrow, Noord Engeland. Beda had goede contacten met het Koningklijke Hof in Yorkshire. Hij is dus goed geÔnformeerd. Zijn kennis over de situatie op het Continent dateert echter van de periode 700-735nC. Beda is echter primair theoloog. Zij beroemdste werk is Historia ecclestiasica gentis Anglorum, een geschiedenis van de Angel-Saxen, met de nadruk op hun bekering en kerkelijke organisatie tot 731. Delen van zijn werken zijn opgenomen in de Anglo-Saxon Chronicle.
¶ Pers saldo mogen we concluderen dat de informatie over het Contintent beschreven in bron ASC voornamelijk weergeeft de situatie in de periode 832-1154nC met wat achtergrond info van Beda uit de periode 700-735nC. In de periode 832-1154nC is de situatie op het Continent echter al belangrijk anders, dan in de periode direct na de massamigratie van Angelen en Saxen naar Brittannia in 450-550nC. Rond 800nC is het Anglische Rijk op het Continent drastisch gewijzigd. Onderstaande tabel laat dit chronologisch zien:
665vC------- Ingwi vestigt zich in Angeln, mogelijk bij Haithabu
665vC-489nC Koninkrijk Angle (> Angeln)
500vC------- Angeln groeit zuidwaarts langs de Noordzee tot aan de Rijn
500vC-300vC Groot Angle: Angeln strekt zich uit tot in Noord Groningen
300vC-600nC Mega Angle: Angeln strekt zich uit tot aan de Rijn
100nC------- Saxen vestigen zich in NO Duitsland vanuit Noord Polen
200nC------- Groep Angelen migreert naar Zuid Duitsland, i.b. Thuringen
405nC-800nC Offaland: Prins Offa van Angeln breidt Mega Angle uit tot aan de Maas.
450nC-550nC Angelen en Saxen migreren massaal naar Brittannia
775nC-800nC Groepen Saxen settelen in NW Duitsland en NO Nederland
780nC-800nC Groepen Franken settelen op de Veluwe
800nC-heden (Klein) Angeln: Angeln strekt zich uit tot de Eider
800nC-heden NO Nederland + NW Duitsland voornamelijk bevolkt door Angelen, Saxen en Franken.
¶ In item ATZA wordt geconstateerd t.a.v. streektalen: "Alleen in het Noord-Oosten [van Nederland] heeft het Saksische deel de [Anglische] twee-silbigheid tot heden toe bewaard." Het Saxisch kenmerkt zich echter juist door drie- of meer-sibligheid, vooral door tussenvoeging van e-klanken. Het behoud van de twee-silbigheid in NO Nederland is derhalve te danken aan de relatief sterke aanwezigheid van Angelen zelf aldaar. Uit diverse metingen blijkt dat de Agnglische Factor daar gemidddeld 2.7x groter is dan de Saxische. Maw: In NO Nederland is de Anglische aanwezigheid gemiddeld 2.7x groter dan de Saxische, hetgeen zich kennelijk o.a. uit in een sterke handhaving van de Anglische taaleigenschappen en andere elementen van de Anglische cultuur. > ang/sax, ATZA
¶ In NO Nederland wijzen namen met -ing op Anglische herkomst en die met -ink op Saxische varianten. Uit een grote steekproef anno 2009 blijkt dat ing/h circa 2.4x vaker voorkomt dan ink. Ofwel: De Anglische vorm komt 2.4x vaker voor dan de Saxische vorm.

Per saldo lijkt het dus dat de Angelische roots in NO Nederland 2.4x sterker zijn vertegenwoordigd dan de Saxische roots. Ook blijken talloze locatienamen in NO Nederland van Anglische herkomst te zijn en dus te wijzen op Anglische aanwezigheid. (> ASA) Daarnaast is er overtuigend grote overeenkomst tussen de Anglische woordenschat en die van het Nederlands. Het lijkt er zelfs sterk op dat de grondtaal van het Nederlands voornamelijk bestaat uit het Anglisch, zoals het tot in de Middeleeuwen bestaat. (Pg Dixicon)
¶ Qua algmene ideologie is nog weinig met zekerheid te stellen. Aangezien de Angelen sinds circa 500vC-100nC NO Nederland sterk bevolken en sinds circa 800nC 2/3 van de bevolking omvatten, zullen de basale verschillen met anno 2010 gering zijn. De Angelen vormen immers de grootste groep in de hele regio. Na de massamigratie naar Brittannia in 450-550nC is zeker 2/3 van de Angelen gebleven op het Continent. (> Demografie) Sinds circa 775nC komen ook Saxen, Friezen en Franken settelen in NO Nederland. Hun aantallen zijn echter relatief klein. > Saxen, Friezen, Franken
¶ Een belangrijk aspect van de Anglische ideologie vormt zeker het liberalisme, dat met name wordt uitgedragen door de Anglische adel (ZA). Dit liberalisme vinden we in vele vormen terug in latere eeuwen. O.a. in de Reformatie en de Tachtigjarige Oorlog. NO Nederland was in beide gevallen zeer sterk vertegenwoordigd in de kampen van de Reformatie en de strijd tegen de Spanjaarden. Groningen en het Huis Bergh in de Achterhoek spelen daarin een fundamentele rol. In de 19e eeuw is het Thorbecke, de liberale staatsman die de belangrijkste architect is van de Nederlandse Grondwet. > Thorbecke
¶ Qua architectuur valt vooralsnog weinig spefiek Anglisch te noemen. De steenbouw begint pas rond 1100nC. Voordien was alles houtbouw en daarvan is in de loop der eeuwen het meeste reeds vergaan. Na 1100nC is de architectuur eerst meestal regionaal bepaald en zal daardoor een sterk Anglisch karakter hebben wegens de dominante vertegenwoordiging van de Angelische roots. Feitelijk kan men stellen dat alles wat niet specifiek Saxisch te noemen is in die tijd voornamelijk aan de Anglische cultuur is toe te schrijven met daarin vrij zeker ook Saxische en Frankische componenten. In latere eeuwen komen daar natuurlijk vele externe invloeden bij. Zeker zodra de Nederlanden een sterke eigen identiteit gaan ontwikkelen. Nog weer later komen daar natuurlijk invloeden bij vanuit landen om de Nederlanden heen. Vooral de Franse invloed wordt sinds de 17e eeuw sterk. Anno 2010 is de architectuur in NO Nederland dus een mix van vele invloeden. De Anglische factor kan daarom mogelijk alleen nog bij de oudste architectuur te achterhalen zijn. Vooralsnog is daarover echter niet veel bekend. Alleen de oudste huizen tonen kenmerken die terug te vinden zijn in Angeln en oude Anglische regio's in Engeland. > Huizen
¶ Andere aspecten van de Anglische cultuur zijn voor zover bekend nog niet in kaart gebracht en geÔnvetariseerd. Uitzondering zijn de Maten & Gewichten (ZA), die kennelijk duurzaam een Anglisch karakter hebben getoond.
** Anglische Cultuur, Angalisme, Anglische Taal, Architectuur, Huizen, Literatuur, Kunst, Ornamentiek, Rechtspraak, Ideologie, Mythologie, Religie, Goden, Maten & Gewichten, Anglische Identiteit, Anglische Koe, Anglisch Paard, Anglisch geld, Aardewerk, Sieraden, Techniek, Smeedkunst, Liberalisme, Widsith, Streektalen, Hoornblazen, Paasvuur

Anglisch geld: (ALG:)
()A Angel (Engelse munt), blaenc (zilveren munt), Car (Carolusgulden = 20 stuivers), crumpsteort (1 stuiver), daeldar (daalder), daller (daalder), groat (4 penny munt), gyldan (gulden), johannem (johannesdaalder = 13 shilling 9 duiten), hallinc (=A hellinc), hellinc (halve penning), lamb (lam), Mercum (Mark = munteenheid), mynet (munt), mynetere (muntmaker, geldmaker), oerta (1/4 stuiver), penig (=A penning), pending (=A penning), penning (penning), placaet (1/2 stuiver), placke (=A placaet; plak), rodolfusgyldan (13 stuivers), rydargyldan (ruitergulden), sceatta (kleine dikke munt van zilver), scilling (schilling, schelling), scrop (munt), sleascatt (muntrecht), stufar (stuiver), witstufar (witstuiver = zuivere stuiver = stuiver met meer zilver dan koper)
timetable:
- 1000vC++: In China worden munten gebruikt. (# I Tjing)
- 700vC++: In Assyria worden munten gebruikt. (# BBC/okt2012/AndrewMarr)
- 500vC-700nC: Wodanmunten I.e. munten met de beeltenis van Wodan erop. In gebruik in NW Europa in de periode circa 500vC-700nC. > Geldstelsel
- 420vC++: Eona = munt Athene = dollar van de Oudheid (#AVROtv K&K Mv Zilverberg)
- 400vC++: Cartago maakt gouden munten. (#AVROtv/Kunstuur 12.3.2014)
- 135vC: 2 Romeinse denaries (munten) in Onna/Steenwijk > Steenwijk
- 10nC++: Denari in Zoutkamp (NW Groningen). Gevonden rond 1950 een aantal Romeinse munten (denarii) van rond de jaartelling.

- 150nC: Anglische munt uit circa 150nC met beeltenis van Wodan. Zgn Wodanmunt. Gevonden in Groningen. > Geldstelsel
 
- 300-600nC: Uit opgravingen in heel Nederland blijkt dat de Donkere Middeleeuwen tamelijk rijk en welvarend zijn. In graven en op offerplaatsen zijn gevonden: huisraad, speelgoed, munten en wapens. (#DeTelegraaf 2.5.2014) > Donkere Middeleeuwen
- 430nC: Schat in Beilen bestaande uit gouden munten en halsringen. > Beilen, Drente
- 550nC: In 2014 zijn gouden en zilveren munten gevonden bij de Dom van Utrecht: 33 gouden munten + elf sceatta's. De sceatta's zijn kleine dikke munten van zilver. Deze munten zijn veel gevonden in handelsplaatsen langs de Noordzee en de grote Europese rivieren. (#DeTelegaar 18.4.2014) Tot circa 600nC wonen voornamelijk Angelen in deze regio's. (> Ingweonen, Handel) De munten lijken derhalve van Anglische makelij.
- 550nC: Ergens in Drente zijn 47 gouden munten gevonden w.o. 1 Byzantynse. De munten liggen in het Drents Museum te Assen. Vindplaats is geheim. # NOSjournaal 19.6.2014, DeTelegraaf 20.6.2014
- 750nC++: In Mercia zijn gevonden munten en potscherven afkomstig uit Rijnland. Ze zijn gedateerd uit de 8e eeuw nC. > Rijnland

- 760nC++: Links: munt uit circa 760nC met de beeltenis van koning Offa van Mercia (736*-796). > PgBrit/Offa van Mercia
 
- 820-870nC: In Loppersum (NO Groningen; 1884) 243 zilveren munten uit 820-870nC.
- 900nC: Daventre op munt keizer Koenraad II van Duitsland, geslagen c 900nC in Deventer.
- 936nC: In 1980 zijn in Haarlo (Neede/Gld) munten gevonden afkomstig uit Paderborn uit de tijd van Otto de Grote (936-937). #ZWH/p19
- 1190: Gevonden in Arnhem in 1950: 285 zilveren munten en enige gouden sieraden in kogelpot. Oudste munt uit circa 1190 AD. Munten geslagen in Keulen, Deventer, Utrecht, Osnambruck, Namen, Munster, Magdeburg en Lubeck. Mogelijk ook uit Atrecht, Bardowich bij Hamburg, Duisburg, Keizersweert en Salzwedel. Van de munten is 37% afkomstig uit Keulen. #OBA/p18
- 1190: Munten worden soms gesnoeid: afknippen van stukjes van de rand om te verkopen en zo extra winst te maken. Dit snoeien schaadt de geldhandel. Op dit snoeien staan daarom zware straffen. #OBA/p18
- 1200-1350: Anglische Mark - Fivelingo-Oldambt > Anglische Mark
- 1344-1465: Engelse Nobel: Engelse munt, ook in gebruik in Nederland en elders op Continent. > Engelse Nobel
- 1400-1521: Johannem: Gangbaar betaalmiddel in Gelderland.
- 1465-1650: Rozennobel: Vervangt de Engelse Nobel. De Rozennobel is iets meer zwaar. > Engelse Nobel
- 1500++: Angel = Engelse gouden munt tijdens regering Henderik VIII en van Elisabeth I van Engeland. > Angel/Muntsoort
** Geldstelsel, Valuta, Munten, Anglische Mark, Penny, Shilling, Geldzaken, Schatbewaarder
# GNE, DAB, KBG

Anglisch Geloof: > Geloof, Angalisme

Anglisch Hof: (AHF:)
Zetel van het Anglisch koningshuis en de regering van het Anglisch Rijk. Achtereenvolgens zijn dat:
- Haithabu (650vC-489nC)

          

Hierboven: Offa (links) rond 400nC voor zijn vader koning Wermund van Angeln op de troon en met de angolstaf in de hand; rechts neemt ene Rigan zwaaiend afscheid. Tafereel uit circa 400nC. (prent c 1200AD bron NHS/p44-45)
- Deventer (490-750nC) > HHA, Deventer
- Hof Englandi: (750nC++) > Hof Englandi
** HHA

Anglisch Paard: > Paarden/Suffolk
Anglisch Rijk: (655vC-800nC; AGR:) > Angelland, Angle, Angologie, Angalogie, Koninkrijk, Pax Anglorum, Bestuur, Landinrichting, Gewesten, Expansie, ASA, GEAR, Staatskunde
Anglisch Verbond: > Redmayne
Anglische Adel: > Anglische Adel in Angelland
Anglische Staat: > Anglisch Rijk, Staatskunde

Anglische Adel in Angelland: (AAD:)
De Anglische koningen en adel in Engeland hebben hun roots in Mega Angle op het Continent. Met hun migratie naar Brittannia nemen ze hun Continentale normen en waarden mee naar hun nieuwe homeland en geven daar nieuwe vormen aan. Ivan en Raymond Mitford-Barberton schrijven daarover in hun boek 'The Bowkers of Tharfield':

The Mitfords of Mitford trace their ancestry back to those remote times when the Anglian kingdom of Northumbria was a power in the land; when Oswald, Edwin and Cuthbert were not merely names, but living personages, asserting their power and influence in Church and State and social life. Northumberland is still favoured with not a few families which, like the Mitfords, lay claim to this honourable distinction. The Ridleys, formerly of Willimoteswick, now of Blagdon, the Middletons of Belsay, the Swinburnes of Capheaton, the Crasters of Craster, and probably a few others still represented in the country, though not directly connected with their ancestral properties, are distinguished for their descent from the old Anglian Nobility, who, having "come in" hundreds of years before "the Normans", brought with them, fostered and developed, the fundamental principles of those free institutions which made and have maintained England's greatness.
Het is natuurlijk niet beperkt tot de free institutions. Ook andere culturele waarden zijn meegenomen en in hun nieuwe wereld verder gekoesterd en tot ontwikkelling gebracht. Te denken valt aan taal, rechtspraak, architectuur, kunst, literatuur, mythologie, techniek, etc. De free institutions zijn echter de kernwaarden die in de hele Angel-Saxische wereld heden nog steeds worden gekoesterd en de fundamenten van de Angel-Saxische samenlevingen vormen.
¶ Tot de Anglische adel op het Continent kan men rekenen alle nazaten van de oude koningen van Angeln. I.e. Arwin (225-165vC), Weothulgeot (260-320nC), Weaga (290-350nC), Wihtlaeg (321-381nC), Wermund (356-416nC), Offa (380-456nC), Angeltheow (400-477nC) en Eomar (420-489nC). Vooralsnog is niets bekend over deze nazaten. Wel over nazaten in Engeland. I.b. oude Anglische koningen en hun nazaten.
¶ Op het Continent zijn bekend Anglische adellijke geslachten, die hun roots hebben in Engeland. I.e. het geslacht Van Beveren van Manor Bevere in Bevere bij Worcester. Uit dit adellijk geslacht zijn voortgekomen langs mannelijke lijn de adellijke geslachten Van Beveren, Van Beverborg (> Beverborg), Van Cranenburch Leiden (> Kranenburg Leiden), Van Cranenburch Bleyswyck (> Kranenburg Bleiswijk) en Van Wassenaar. Evenals het geslacht Oude Kamphuis dat langs mannelijke lijn is voortgekomen uit Van Beverborg. (> Oude Kamphuis) Verder is bekend het addellijk geslacht Werntley dat mogelijk afkomstig is uit Engeland. (> Werntley) Ook het geslacht Clifford lijkt te horen tot deze groep.
¶ Enige adellijke geslachten op het Continent kunnen gezien hun naam en Continentale herkomst gerekend worden tot Anglische adel. Van deze groep zijn vooralsnog alleen bekend Van Arnhem (> Arnhem), Van Asbroek (> Asbroek), Van Baer (> Bahr), Van Barclaw (> Barclaw), Van Beckum (> Beckum), Van Beverborg (> Beverborg), Van Beveren (> Beverborg), Van Bevervoorde (> Bevervoorde), Van Bierum (> Bierum), Van Blanckvoort (> Blanckvoort), Van Borculo (> Borculo), Van Bronckhorst (> Bronkhorst), Van Buckhorst (> Buckhorst), Van Cappelen (> Capellen), Van Coevorden (> Coevorden), Van Engeland (> Engeland), Van Engelrode (> Engelrode), Van Ewsum (> Ewsum), Van Fivelga (> Fivelga), Von Gelting (> Gelting), Van Goer (> Goer), Van Gravestrop (> Grastrop), Van Gronebeke (> Gronebeke), Van Groninghe (> Groninghe), Van Havixhorst (> Havickhorst), Van Horstmar (> Horstmar), Van Iwema, Van Iwsum, Van Lenthe (> Lenthe), Van Leusden (> Leusden), Van Lewe (> Lewe), Van Lintelo (> Lintelo), Van Musschenbroek (> Mussenbroek), Van Myrgingum (> Myrgingum), Van Nettelhorst (> Nettelhorst), Van Poelgeest (> Poelgeest), Van Rese (> Rese), Ripperda (> Unico Ripperda), Van Runen (> Ruinen), Van Rynberck (> Engelrode), Van Selwerd (> Selwerd), Van Sepperothe (> Sepperothe), Van Stenvorde (> Steinfurt), Van Swinderen (> Swinderen), Van Voorst (> Voorst), De Vos van Steenwijk (> Johan van Goer).
** Adel, Free Institutions, Democratie, Anglische familienamen, PgBrit (Anglische adel)
# manninghouse.co.uk 10.3.2010, DAB, KBG

Anglische Architectuur: > AAA, Huizen, Huizen & Hoeven, Boerderij, Hallehuis, Los Hoes, Holwoning, Wolfdaken, Wonen, etc
Anglische Cultuur: (ANC:) > Anglische Cultuur in Angelland
Anglische Cultuur in Angelland:: > ACA
Anglische Factor: > AFA
Anglische familienamen: > AFNA
Anglische helden: > Helden
Anglische hoeven: > Architectuur, Huizen & Hoeven, West Angle

 

Anglische Identiteit: (ANGI:)
Angeln ontwikkelt zich van 700vC tot 450nC tot een grote Germaanse macht op het Continent van NW Europa. (> Angle, Angelland) Na de massamigratie in 450-500nC van Angelen naar Brittannia blijven nog circa 6 miljoen Angelen achter in Angelland. (> Demografie) De achterblijvers wonen verspreid over een gebied, omvattend het hele gebied tussen Denemarken, de Saale (Thuringen), de Waal en de Noordzee.
** Angle
 
¶ timetable:
-500--700 Angeln geleidelijk veroverd door de Denen
-500-1500 Oud Anglisch
-550-1000 Kerstening van NW Europa
-600-hedn Angeln strekt zich uit tot de Eider
-700-1918 Angeln onderdeel van hertogdom Sleswig c.q. Denemarken > Sleswig
-700--911 Neder-Angelland = Angelland - Angeln
-713--773 Lebinus -- Yorkshire-Deventer > Lebinus
-737-xxxx  Deense koning Godfried bouwt Danewirke langs Eider bij Haithabu
-742--809 Ludger -- Utrecht-Deventer-GroningerOmmelanden-Munster-Werden
-742--814 Karel de Grote, koning der Franken
-750-hedn Friezen in NW Duitsland (Noordzeekust Sleswig)
-780----- Saxen veroveren de Groninger Ommelanden en Dokkum (> Ludger)
-785----- Saxen onderwerpen zich aan de Frankische koning Karel de Grote
-785----- Karel de Grote breidt zijn rijk uit tot aan de Elbe > Franken
-790-1066 Haithabu vestiging van Zweedse Vikings
-793-1066 Vikings teisteren NW Europa en Brittannia > Vikings
-795--855 Lotharius I, koning van Lotharingen
-795--855 Dirk van Fivelga -- Fivelingo, etc
-800-xxxx  Nieuwe Futhark
-800----- Denen teisteren Zuidelijke Nederlanden > Denemarken
-800----- Saxen settelen in Saxum/N.Groningen > Saxum
-803----- Lex Anglorum et Werinorum in Thuringen > Thuringen, Engilin
-843----- Verdrag van Verdun: Frankisch Rijk opgedeeld in Lotharingen, Saxisch Rijk en Frankrijk
-843--880 Lotharingen (ZA)
-850-1050 Vikings teisteren NW Europa
-880----- Neder-Lotharingen: BelgiŽ, Luxemburg, Nederland en Ost-Friesland
-880----- West Neder-Angelland (West Angle) onderdeel Neder-Lotharingen
-880----- Oost Neder-Angelland (Oost Angle) onderdeel Oost Francia (= Duitsland)
-889----- Derde Angel-Saxsich Verbond (Winchester) > Angel-Saxen
-911-1300 Heel Neder-Angelland onderdeel Saxisch Rijk
-950-hedn Runensteen Haithabu > Haithabu
-965--965 Ibrahim in Haithabu > Haithabu
1050-1050 Haithabu verwoest door koning Harold van Noorwegen > Haithabu
1066-1066 Haithabu verwoest door Slavische leger uit Polen (> Haithabu)
1066-1066 Vikings definiteif verslagen
1067-xxxx  Haithabu weer opgebouwd
1300-1516 Neder-Angelland onderdeel Bourgondisch Rijk
1516-1648 Neder-Angelland onderdeel Duitse Rijk > Versaxing Neder-Angelland
1568-1648 Tachtigjarige Oorlog
1600----- Verfriezing West Neder-Angelland
1648----- Vrede van Munster. Nederland onafhankeleijke staat
1648----- West Neder-Angelland - Ost-Friesland onderdeel Nederland
1648----- Oost Neder-Angelland + OstFriesland onderdeel Duitse Rijk
1648----- OstFriesland onderdeel NederSaxen
1648----- West Neder-Angelland = Groningen + Drente + Overijssel + Gelderland
1648----- Oost Neder-Angelland = NederSaxen + Westfalen
1919----- Angeln sluit zich aan bij Duitsland
1919----- Angeln onderdeel SleswigHolstein
1919----- Noord Angelland = Sleswig-Holsteint = Noord Angle
1919----- Oost Angelland = Neder-Saxen + Westfalen = Oost Angle
1919----- West Angelland = Groningen + Drente + Overijssel + Gelderland = West Angle
** Angelland, Angle, West Angle, Angflatie, ASV, Anglische cultuur, SEBA, Stamleven, CABA, Lex Anglorum

 

Anglische kleuren: > Heraldiek
Anglische Koe: > Brandrodes
Anglische kunst: > Kunst

Anglische Macht:: (ALM:)
Bron WAB/p23-24 schrijft:

The lands from which the Germanic invaders [in Britain] came lay along those sea-girt shores which pass from Denmark through Schleswig to the Netherlands. To the Romans these tribes had long been known as "Saxons", but actually they belonged to three nations - the Jutes in the north, the Angles in the middle, and the Saxons in the south, while it seems likely that a fourth people, the Frisians from the neighbourhood of Holland, were also involved. Of these peoples the Angles, or English, appear to have been the most powerful; and the comparatively modern term "Anglo-Saxon" may be said to have been designed to indicate that while they all belonged to the tribes loosely described as Saxons, the Anglian element played the most important part in the movement.
De macht van de Angelen op het Continent ontplooit zich rond 100nC en duurt tot circa 500nC.
166-180nC Marcomannische Oorlog > Marcomannen
235nC Angelen verslaan Romeinen bij Oldenrode/Hannover > Oldenrode
405nC Offa van Angeln verslaat Saxen bij Bremen, de Swaefen bij Fiveldore en voert militaire cmpagne tot aan de Rijn en Maas > Offaland
449nC Bron ASC (Anglo-Saxon Chronicle 832-1154nC) schrijft voor het jaar 449nC:
449. Hier Martianus and Valentinus onfengon rice [krijgen macht], and ricsodon [regeren] seofon [zeven] winter. And on hiera dagum [deze dag] Hengest and Horsa, fram Wyrtgeorne [Vortigern] gelathode [uitgenodigd], Bretta kuninge [koning], gesothon [getrouwe] Bretene on thaem [hun] stede genemned [genaamd] Ypwinesfleot [Ebbsfleet in Thanet?], aerest [eerste] Brettum to fultume [helpen], ac hie [hij] est on hie fuhton.
Se [deze] kuning het hie feohtan ongean Peohtas [gevochten tegen de Picten]; and hie swa duden [doden], and sige haefdon [zegeviert] swa hwaer swa hie comon [waar hij ook komt]. Hie tha [Hengest en Horsa] sendon to Angle [Angelland], and heton him sendan maram fultum [vraagt hem meer troepen te zenden]; and heton him secgan Bretweala nahtnesse [en vertelt hem over de rampspoed in Brittannia] and thaes landes kuste. Hie [koning van Angeln] tha sendon him maran fultum [meer troepen]. Tha comon [komen] the menn of thrim maegthum Germanie [drie Germaanse machten]: of Eald-Seaxum [Oud Saxen], of Englum [Angle], of Iotum [Jutland].
¶ De volgende zin uit de citaat is zeer belangrijk: Hie [koning van Angeln, i.c. Offa] tha sendon him maran fultum. Tha comon the menn of thrim maegthum Germanie: of Eald-Seaxum, of Englum, of Iotum. Maw: Vortigern vraagt militaire steun aan de koning van Angeln en kort daarna arriviveren mannen uit Oud Saxen, Angeln en Juland. Dit lijkt te impliceren dat de toenmalige koning Offa van Angeln (gb 380nC) ervoor had gezorgd dat niet alleen Angelen werden gestuurd naar Brittannia, maar ook Saxen en Jutten. Dat lijkt weer te betekenen dat Offa de Saxen en Jutten daarom had gevraagd of misschien zelfs daartoe opdracht gaf. Dit laatste zou betekenen dat Offa (Angeln) macht had over de Saxen en Jutten en wel dusdanig, dat ze ook daadwerkelijk gaan.
400nC++ Het Anglisch leger beschikt rond 400nC over een potentieel van circa 70.000 manschappen. > Hundreds, Leger
450nC++ Bron WAB/p23-24 (1930) schrijft:
The lands from which the Germanic invaders [in Britain] came lay along those sea-girt shores which pass from Denmark through Schleswig to the Netherlands. To the Romans these tribes had long been known as "Saxons", but actually they belonged to three nations - the Jutes in the north, the Angles in the middle, and the Saxons in the south, while it seems likely that a fourth people, the Frisians from the neighbourhood of Holland, were also involved. Of these peoples the Angles, or English, appear to have been the most powerful; and the comparatively modern term "Anglo-Saxon" may be said to have been designed to indicate that while they all belonged to the tribes loosely described as Saxons, the Anglian element played the most important part in the movement.
450-500nC Rond 30% van de Angelen migreert naar Brittannia. Hierdoor verzwakt de positie van de Continentale Angelen. Vooral door de uitgestrektheid van Angelland. De bevolkingsdichtheid neemt rond 30% af en de verdediging van het land verzwakt navenant.
468nC Anglische vloot van 400 schepen van Haithabu naar Rijnmond. > Radiger
775nC Franken en Saxen infiltreren Angelland in het zuiden en oosten. Desnietemin blijft de Anglische cultuur dominant en worden de Saxische en Frankische elementen in de loop der eeuwen geleidelijk geÔntegreerd in de oude Anglische cultuur.
Economie Angelland is een belangrijke economische macht in NW Europa. Het beheerst het geldverkeer, de maten en gewichten en de pelshandel. Haithabu fungeert daarin een centrale rol. > Haithabu, Handel, Geldstelsel, Maten & Gewichten, Pelshandel, Mijnbouw
Militair Alle vrije mannen in Angelland hebben weerplicht, ofwel dienstplicht in geval van bedreiging van buiten of oorlog. Verder kent het een leger dat voornamelijk bestaat uit huurlingen. > Leger
Geogafie De militarie macht van Angelland is voor een belangrijk deel gebaseerd op de geografische gesteldheid van het land. Angelland bestaat ruw geschat voor circa 60% uit moerassen, veengrond, meren, plassen en rivieren. De Angelen kennen deze gebieden uitstekend omdat ze daar al eeuwen wonen, leven en reizen. Vijanden kennen die gebieden nauwelijks of niet. Het hele gebied is dus een natuurlijke vesting, die nagenoeg onneembaar. Elke poging zal jammerlijk mislukken in de uitgestrekte draslanden en moerassen.
** ARV, LACA, Positie, Machtpositie, Leger, Zeemacht, Hundreds, Oorlogen, Techniek, Wapens, Militaria, Drente, Veiligheid, Groot Veenland, Moerasvolk, Weerbaarheid

Anglische Mark: (c 1200-1350nC++)
Munteenheid in Angelland, zeker in gebruik tot in de 14e eeuw.
500vC++: Groningen wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit de regio Emden. Deze Anglische setlers nemen hun landrecht mee uit hun oorden van herkomst.
750nC: Rond 750nC settelen Friezen langs de kust van de Noordzee. (> Friezen) In die tijd en nog lange tijd daarna vormen de Angelen de belangrijkste bevolkingsgroep van Fivelingo. De oudste teksten van het Fivelse landrecht zullen derhalve zeker in het toenamelige Anglisch zijn geformuleerd.
750nC++: De Anglische Mark is geen gangbare munt, maar een financiŽle rekeneenheid ter waarde van 160 Pennies. De Penny is een Engelse munt uit de 8e eeuw nC en is zo stabiel dat ze tot in de 14e eeuw een centrale munt is op de Europese geldmarkt. (> Penny) Kennelijk is de Anglische Mark gekoppeld aan de Engelse Penny vanwege de grote stabiliteit van die munt. Mogelijk dat daarom de Anglische Mark ook wel de Engelse Mark is genoemd.
1250nC: Het Anglisch Landrecht in Fivelingo is geformuleerd in de Codex Fivelingo et Oldamptis. Ofwel: Het Landrecht van Fivelingo en Oldambt in provincie Groningen. (> CFO) Oldambt en Fivelingo zijn namelijk oorspronkelijk een onderdeel van het Anglische gouw Fivelingo. In de 9e-13e eeuw ontstaat dit gebied (terra) door ontginning van de veengronden. Het recht voor Fivelingo en Oldambt zijn daarom rond 1250nC eeuw nog gezamelijk geconcipieerd in een Codex. Deze Codex bevat 28 artikels, geschreven in Latijn.
1327: Oldambt krijgt een eigen landrecht, genaamd Codex Oldamptis, geschreven in de streektaal. Daarin staat onder artikel 2:

Jnt erst: Werther en mon fallit ofta othera lond inna thet other, sa scel ma hine ielda mith xvi mercum anglischis and ene haudlesene tha riuchtrum, ther to tha riuchte sweren hebbat, to brecma and thio haudlesene bi xxxvj schillingum.
ofwel:
Eerstens: Wordt een man uit het ene land in een ander land gedood, dan zal men hem met 16 Anglische marken beboeten en de rechters, die voor het rechterambt zijn beŽedigd, een halslosgeld betalen als borgsom, en het halslosgeld bedraagt 36 schillings.
¶¶ Opmerlingen:
-- De term mercum wordt vertaald met mark. Als munteenheid wordt de mark geassocieert met Duitsland, niet zozeer met Nederland.
-- De term mercum anglischis is duidelijk bedoeld als een Latijnse term. Geen van beide kunnen namelijk gezien worden als Oud Fries.
-- De term anglischis kan door de sch nimmer een Latijns woord zijn. Hooguit zou Anglisis op Latijns lijken, afgeleid van Angili (= Angelen), maar betekent dan Anglisch en nimmer Engels. Anglischis lijkt daarom meer op potjeslatijn voor Anglisch.
-- In dit kader mag ook worden opgemerkt dat het uiterst vreemd is dat men in Nederland een munt zou maken die men de naam Engels meegeeft. Het zou tekort doen aan de eigen identiteit en zelfrespect en zou elders tot grote verwarring leiden. Op grond hiervan lijkt de betekenis Engels voor Anglischis dus zeker onwaarschijnlijk.
-- De Nobel is een grote gouden munt ingevoerd in Engeland in 1344 door koning Edward III. De Nobel werd ook gebruikt op het Continent. O.a. in Nederland waar hij Engelse Nobel werd genoemd. De munt beelf in Nederland tot circa 1650 in gebruik. (# WP, DAB) De naam Engelse Nobel werd kennelijk gehanteerd om de herkomst aan te geven.
-- Per saldo lijkt Anglischis nog het meest op het Duitse woord Anglisches, in Nederlands Anglisch(e). Voor Engels kent het Duits Englisch. Mercum Anglischis betekent dan niet Engelse Mark, maar moet gezien de context worden vertaald in Anglische Mark.
-- Dat de term Anglisches uit een Duitse koker moet komen, is voor de regio's Fivelingo en Oldambt niet zo vreemd. Tot in de 16e eeuw worden daar documenten geschreven waarin het wemelt van Duitse of Duits gelijkende termen.
-- De Concise Oxford Dictionary (Oxford University Press 1959) schrijft dat Angle (Angel) betrekking heeft op de Angelen en dat het woord is afgeleid van het Oud Teutoonse woord Angli, hetgeen Angel betekent, zijnde een lid van de volkstam der Angelen.
-- Volgens het Nederlands-Latijns Woordenboek van Drs H. Verburggen en Dr G.H. Halsberghe (Vlaamse Pockets 1962) is Engels = "Britannicus, Britannus".
-- Het Latijn kent het woord Anglice dat is afgeleid van het Latijnse woord Angili voor Angelen.
-- Het Middelnederlands woord voor Engels = Engelsch, Ingelsch. Dit Middelnederlands is de taal die circa 1200-1500nC in de Lage Landen is gesproken en geschreven. > WMN
-- Per saldo lijkt Anglischis nog het meest op het Duitse woord Anglisches, in Nederlands Anglisch(e). Voor Engels kent het Duits Englisch. Mercum Anglischis betekent dus niet Engelse Mark, maar moet gezien de context worden vertaald in Anglische Mark.
1350: Fivelingo Na de afscheiding van Oldambt krijgt Fivelingo een eigen Codex waarin het eigen landrecht is geformuleerd. Bron "Das Fivelgoer Recht" van Wybren Jan Buma (Vendenhoeck & Rubrecht, GŲttingen 1972) citeert tekst 188/15:
Fon iechtere thiuwethe iefta rawe, fon iechtere nedlesene, ther hierefter sche, ther biiecht se in thes haudpresters ondert in tha thiucspel and inna thes riuchters, thera wenda allerec widebere ene anglische merc to bote, tha riuchtrum alsa fule to breema.
ofwel:
Van iedere bevestigde diefstal of roof [en] van iedere opgebiechte afpersing van losgeld, dat daarna ook is betaald, als [deze daden] in tegenwoordigheid van hoofdpriesters in het kerspel en van de rechter zijn bevestigd, wordt elke zaak beboet met een Anglische Mark, en ook de rechtskosten worden vergoed.
# www.rzuser.uni-heidelberg.de 14.10.2012
¶ De Anglische Mark moet niet worden verward met het Engelse Pond dat in de 14e en 15e eeuw in West Nederland wordt gebruikt als betaalmiddel, naast o.a. de eigen muntsoorten, de Engelse Nobel, de Franse Nobel en andere buitenlandse muntsoorten.
1350++: In de 14e eeuw berust het muntrecht bij de heersende vorst. Voordien was het gebruik van muntsoorten vrij.
1580++: Rond 1580 beginnen de Ommelanden met een eigen muntslag.
1650++: Ontangeling in Nederland. > Ontangeling
Het noemen van de eigen munt (of rekeneenheid) naar een vreemde mogendheid is door alle tijden heen een merkwaardige en ongebruikelijke zaak. Waarom de Anglische Mark soms wordt vertaald met Engelse Mark heeft mogelijk te maken met een proces van ontangeling in Nederland. Veel wat verwijst naar Angelen wordt dan zodanig veranderd dat de herinnering aan Angelen verdwijnt. Dat gebeurt o.a. met Angelre (= Angelrode) bij Doesburg dat rond 1734 verandert in Angerlo: woonoord van Angeren, een agressief volk in Midden Duitsland. En zo zijn er diverse andere voorbeelden.
¶ Waarom de Anglische Mark Anglisch wordt genoemd, hangt mogelijk samen met het feit dat Fivelingo sinds circa 400vC wordt bewoond door Angelen. (> Fivelingo) Sinds circa 750nC vestigen zich daar ook Friezen. (> Friezen) Kennelijk hebben de Angelen rond 1327 nog een dominante positie in Fivelingo en Oldambt en wordt daarom als rekeneenheid de Anglische Mark genoemd. In ieder geval lijken de machthebbers (adel) aldaar zichzelf en de regio als Anglisch te zien.
¶ De Anglische Mark fungeert vergelijkbaar als de pint = glas, beker, kan of pot van 6dL. In bron OVK (15.1.2009) over maten en gewichten in Friesland zegt auteur M.A. Holtman uit Kantens:
Laatst was ik in het British Museum. Daar hebben ze een verzameling aardewerk waarvan ze niet eens doorhebben dat het maten zijn! Ik heb toen die conservator aan zijn jasje getrokken en gezegd: hť, dat is een pint, de oermaat van de Angelen. Vijfhonderzeventig milimeter precies. Die maat kom je tegen in Friesland, maar daar heet 't een halfmengel.
...
En de magische vijhonderdzeventig milimeter is nog veel verder de wereld over gegaan. Holtman heeft 'm ook gevonden in Zuid-Zweden, het Deense eiland FŲhr en bij Zierikzee. Overtuigend bewijs dat het volk der Angelen eind vierde eeuw in al deze gebieden woonde alvorens naar Engeland af te zakken, meent Holtman.
De pint is nog tot ver in de 19e eeuw in Nederland in gebruik. Later spreken mensen nog van een pintje pakken of een pintje drinken als ze een biertje gaan drinken.
Per saldo mogen we concluderen dat de Anglische Mark als munt gemaakt door en gebruikt in Fivelingo en Oldambt door haar naam impliceert dat de machthebbers (adel) aldaar zichzelf en de regio als Anglisch zien.
** CFO, Geldstelsel, Veehandel, Ossenweg, Fivelingo, Wapenfeiten, Pint, Angle/Muntsoort
# brittenburg.net 17.11.09, NGE, WP, DAB, KBG

Anglische munten: > Munten
Anglische nalatenschap > Anglisch Erfgoed
Anglische politiek: > Politiek, Ladangpolitiek
Anglische positie: > Positie, LACA, Anglische identiteit
Anglische Rijk: > Anglisch Rijk
Anglische streektalen: > Streektalen

Anglische Taal: (ALT:)
De Angelen komen voort uit de Inglo-Goten, West Goten die sinds circa 1000vC in Zuid Zweden wonen. De Anglische taal is derhalve van oorsprong Inglo-Gotisch, een West Gotische taal gesproken door de adel en koninklijke elite in Zuid Zweden.
650vC++: Sinds hun setteling in Angeln (Sleswig, Noord Duitsland) rond 650vC gaat de taal van de Angelen zich verder zelfstandig ontwikkelen. O.a. door het vormen van nieuwe woorden en taalregels en het overnemen van woorden en uitdrukkingen uit andere talen en culturen. Dit proces gaat eeuwen door en wordt versterkt door de vele handelscontacten van de Angelen met andere volken en culturen.
** Anglisch, Klassiek Anglisch, Angelnees, Kakkinees, ATZA, Pg/Ling, Pg/Dix

Anglische Tijd: (100vC-750nC) (ANT:)
De Anglische Tijd valt samen met de periode dat het Anglische Rijk een groot deel van Continentaal NW Europa omvat. I.c. het hele gebied tussen Denemarken, de Elbe, de Saale, de Rijn en de Noordzee.
** Anglisch Rijk

Anglische Volksstammen: > Onderstammen
Anglische Volkstammen: > Onderstammen
Anglische waarden: > Trouw, ArchaÔsme, Bedrijvigheid, Democratie, Free Institutions, Liberalisme, Liefde & Verbondenheid, Onafhankelijkheid, Pragmatisme, Rechtvaardigheid, Stamvrede, Veiligheid, Verzoening, Vrijheid
Anglische weerbaarheid: > Weebaarheid
Anglische wijsheden: > HAWA

Anglisko:
Oud Teutoons (400-300vC) woord voor Anglisch.
** Anglisch, English, Teutoons, PgBrit/KTE

Anglisme: > Angolisme
Anglistisch: al wat heeft te maken met Angolisme > Angolisme
Anglo-Xxx: (ANX:) btr Anglo-Xxx relaties > AXR

Anglocs:
Locatienamen op Continent afgeleid van het Anglisch.
Aengum(Anjum)/NOFriesland (# Humsterland)
Angelbeck/OsnabrŁck/NederSaxen (# Oost Angle)
Angelberg/Augsburg/Beieren (# Thuringen)
Angelburg/OsnabrŁck/NederSaxen (# Oost Angle)
Angelhausen/Thuringen
Angelradink/Borken/Westfalen (ZA)
Angelre/Doesburg (N 1650nC; # Beltrum) > Angerlo
Angelrode/Thuringen
Angelsborg/OstFriesland (ZA)
Angelsloo/Emmen (N 1049nC; # West Angle)
Angelstein/Arnhem (ZA)
Angholm/Finland
Engbergen/Gendringen/Achterhoek (# Twente)
Engden/NederSaxen (# Oost Angle)
Engeland(Englandi)/Beekbergen (N 801nC; Angerslo/Liemers)
Engeland/Beesd/Gelderland (ZA)
Engeland/Dalfsen (# West Angle)
Engeland/Hardenberg (# Bargen/Emmen)
Engeland/Hoogvliet/ZH (ZA)
Engeland/Kennemerland (ZA)
Engeland/Oldebroek/Veluwe
Engeland/Ruinen (# Z.Groningen)
Engelbert/Groningen (# Losdorp)
Engelborg/Garrelsweer (ZA)
Engelen/DenBosch (# Engeler/Veluwe)
Engelenburg/Brummen (ZA)
Engelenburg/Herwijnen (ZA)
Engelendaal/Leiderdorp (ZA)
Engeler/Veluwe (N 1593; # Beekbergen)
Engelhuizen/Groenlo (N 1461nC; # Beltrum)
Engelrode/Beusichem/Gelderland
Engelsbach/Westfalen
Engelsdorf/Westfalen
EngelseMeer/DenBosch
EngelseWerk/Zwolle
Engelskirchen/Thuringen
Engelum(Anglum, Ingelum)/Friesland (N 1335nC; # Humsterland)
Engerhave/OstFriesland
Engewerdt/Humsterland/NWGroningen
Engholm/Kopenhagen
Englum/Groningen (S 450vC; # Angeln)
Engwierum/Friesland
Enschede(Engstede)/Twente
Hengelo/Achterhoek
Hengelo/Twente
Hengeveld/Sinderen/Achterhoek (# Twente)
Hengevelde/Twente (# West Angle)
Ingaldinghem/Groningen
Ingelheim/RijlandPalts
Ingilin/Thuringen
** ASA

Anglum: > Engelum

Angol:
Anglisch: angol (angul, ingol, ongol, ongle, ungol, bilhoc, piccaex, picchoc, hacke, haecce, hoecce) = hak, pikhaak = soort gereedschap, werktuig, wapen. De angol heeft een kleine en een grote maat.
¶ Kenmerkend voor de angol is de hoekvorm: een steel met daaraan haaks een gebogen gepunte spits toelopende haak.
¶ Anglisch:
hoc (hoecce) = hoek, haak
hoc (hoecce) = stuk land, buurt, streek, oord
hoc (hoecce) = scherpe punt, priem, steekwapen
hoc (angul) = vishaak
hoc (haca, wincelhaca) = winkelhaak, hoekhaak
hocan = ww hoeken, aan de haak slaan, steken
hocer = hoeker (# visboot)
 
¶ Engels: #OCD: hook, n. Piece of metal or other material bent hack or having sharp angle, for catching hold for hanging things upon; ...; drop of the ~s, (sl.) die; etc. Kennelijk is hook dus een dodelijk wapen, volledig lijkend op de angol. Dit wordt bevestigd door de Engelse uitdrukking: to be off the hook = de klos zijn, terechtgesteld worden. > Hoeken
 
Gamma: Derde letter van het Griekse alfabet. Staat voor de letter C in het Latijnse alfabet. In het Grieks (v.a. circa 1000vC) is het teken voor gamma een omgekeerde L, naar rechts gekeerd. Uit dit teken is de Latijnse C ontwikkeld, uitgesproken als een K. De gamma lijkt afgeleid van de oeroude herdersstaf en is daardoor ook een symbool voor leiderschap. > Gamma
 
¶ De angol is o.a. een gereedschap in de scheepavaart. De lange angol om schepen te manouvreren langs boten en wallen. De korte angol om zakken, manden, e.d. te verslepen. De korte angol wordt verder ook gebruikt om ijsblokken te verslepen.
¶ Amerika kent de zgn cane, een slagwapen in de vorm van een pikhaak met een kort en gepunt achterstuk. (NET5tv 15.9.2011: Law & Order: Afl. Criminal)
¶ In Engeland gebruiken ruiters soms een soort zweep van hard leer en in de vorm van een langrekte gamma (angol) met een lange arm en een korte haak. #FRI
 
 
Hagal is het runeteken dat staat voor Harmonie, Heil en Geluk. Dit trio vormt samen de aspecten van Hagalaz, het hoogste ideaal van de Angelen.
 

1536: Sithe: Katholieken in Yorkshire komen massaal in opstand tegen koning Hendrik VIII van Engeland en diens strijd tegen de Katholieke Kerk. Het komt tot een treffen in Noord Yorkshire. De Katholieke verzetstrijders zijn gewapend met knotsen, speren en zwaarden. Circa de helft van hen zijn echter gewapend met een soort angol bestande uit een lange stok van circa 1.90 meter lang en daarop een gebogen en scherp geslepen blad van smeedijzer en circa 56 cm lang in rechte lijn van punt tot stok. In de film noemen ze het een scythe = Engels voor zeis. Het wapen doet denken aan een grote angol. (#TheTudors/dvd/S3:D1:E1) Yorkshire is sinds circa 450nC voornaamlijk bevolkt door Angelen uit Angelland op het Continent. > Scythe, MCAB
1250++: In voorgaande eeuwen krijgt de angol meer de vorm van een strijdbijl. Kenmerkend blijft echter de haakvorm. Engelse strijders in de Middeleeuwen worden vaak exclusief afgebeeld met een dergelijke angol. O.a. koning Edward I van Engeland (1239-1307) en de longbowstrijders in de Slag te Azincourt (Frankrijk) in 1415. (# Storm of Arrows, Osprey Publishing, 2008) In dit boek staat een prent met Edward I zittend te paard en houdend een soort strijdbijl met kromme punt in de linker hand. Met de rechter hand houdt hij de teugels vast.
1227 15 juli++: Een grote troepenmacht verzamelt zich bij kasteel Nyenstede te Hardenberg. Bischop Otto II van Lippe is aanvoerder. Vele vermaarde ridders sluiten zich aan. O.a. Bernard van Horstmar. Via de Vecht komen honderden boten beladen met proviand en wapens. Bischop Otto maakt bekend dat ieder die veel Drenten doodt een aflaat krijgt. Otto en zijn soldaten trekken dan naar de Mommenriete in Ane. Ze zijn geharnast en zwaar bewapend. De Drenten hebben alleen spiesen, zeisen en knuppels. (#HED/p11+12) De zeis doet het meest denken aan een angol. Het is een wapen van boeren.
900nC++: In het Hongaars is Angol = Engels. Het Hongaars is van oorsprong een taal uit de Oeral. Ergens rond 900nC settelen Hongaren zich tussen Zuid Duitsland, Oostenrijk en de Balkanlanden. Sindsdien nemen ze taalelementen over uit het Latijn en Duits. De term Angol voor Engels lijkt echter noch op Angli (Latijn), noch op Anglisch (Duits). De Hongaren lijken derhalve de term Angol te hebben gevormd via hun contacten met Angelen die zich al rond 300nC hebben gesetteld in Thuringen, dat slechts circa 300 Km NW ligt van Hongarije. Vrij zeker is daarom de oorspronkelijke betekenis van het Hongaarse Angol = Angel, Anglisch. Temeer daar de Hongaren rond 900nC meer te maken hebben met de Angelen in nabij gelegen Thuringen, dan met Engelsen in Engeland, dat rond 900nC nog amper bekend is onder die naam.
600nC++: Een bisschopstaf heet in het Anglisch een haecce, zijnde een staf met een gekrulde bovenkant, zoals ook in gebruik bij schaapherder. Analoog daaraan kan Anglisch hoecce gezien worden als een staf of wapen met een hoekvorm.
450nC:

    

Boven: Re-enactment van een strijd tussen twee groepen c 450nC. Groep links: wit-groene wimpel + soort angol, typerend voor Angelen. Rechts: mogelijk Saxen, gezien zwaard.
 

400nC++: Rechts: Koning Wermund van Angeln (c 356-416) op zijn troon en met angolstaf in de hand. Tafereel uit circa 400nC. (uitsnede prent c 1200AD bron NHS/p44-45) > Angolstaf, Wermund van Angeln
 

300nC: Angel =A Angel, Engel, Ongel, Ingel, Angle, Engle, Ongle, Ingle, Ongull, Ungol. (> Ongel) Rond 300nC settelen Angelen uit het noorden zich in Thuringen. Op grond van genoemde historische varianten voor Angel is het denkbaar dat de Angelen in Thuringen zichzelf Angol noemen, of dat anderen hen zo noemen en dat de Hongaren deze fonologie rond 900nC overnemen. >boven: 900nC
98nC Tacitus schrijft dat in Germania weinig ijzer wordt gevonden. De Germaanse wapens tonen dat volgens hem. Weinig soldaten hebben een zwaard of lans. (TAC/G6) Aangezien:
- Tacitus vooral in Continentaal NW Europa vertoeft en de Germanen aldaar beschrijft
- en Continentaal NW Europa in die tijd voornamelijk wordt bevolkt door de Germaanse stam der Angelen
- en het zwaard het kenmerkende wapen is van de Saxen
- en de lans het kenmerkende wapen is van de Franken
- en de angol primair een middelgroot handwapen is
- en de angol oorspronkelijk een haak heeft gemaakt uit hertshoorn
>> lijkt het dat Tacitus met de Germaanse wapens feitelijk de angol bedoelt en daarmee de Angelen
>> en lijkt zijn bewering te bevestigen dat de Angelen zich inderdaad kenmerken door het gebruik van de angol
>> en dat in Continentaal NW Europa voornamelijk Angelen wonen.

100vC: In Ysselstein (Utrecht) is bij opgravingen in 2012 op 300 meter diepte gevonden een hak van been gemaakt uit de rechter stang van het gewei van een edelhert. De kenmerken van deze hak doen veronderstellen dat ze behoort tot de meest oorspronkelijke vorm van de angol. Het gebruik van metaal (i.b. ijzer) begint bij de Angelen al ruim bevoor 235nC. (> Wapens) De regio Utrecht wordt rond 150vC bevolkt door Angelen. (> ASA) De gevonden hak zal derhalve kunnen dateren van ergens halfweg rond 100vC.
¶ Mogelijk zijn de Angelen genoemd naar de angol, zijnde een wapen kenmerkend in gebruik bij Angelen. Analoog aan:
- Hasten: genoemd naar de hasta = soort lans > Hasten
- Saxen: genoemd naar de saexe = soort zwaard > Saxen
- Franken: genoemd naar de franca = soort speer > Franken
¶ Amerika kent de zgn cane, een slagwapen in de vorm van een pikhaak met een kort en gepunt achterstuk. (NET5tv 15.9.2011: Law & Order: Afl. Criminal)
¶ Een bisschopstaf heet in het Anglisch een haecce, zijnde een staf met een gekrulde bovenkant, zoals ook in gebruik bij schaapherder. Analoog daaraan kan Anglisch hoecce gezien worden als een staf of wapen met een hoekvorm.
200vC: Borculo is rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. Wapen van Borculo: op blauw in goud twee gekruiste scheepshaken (Angl: sciphocs) met daaronder drie ballen 2-1 geplaatst. Borculo ligt aan de Berkel. De scheepshaken duiden derhalve kennelijk op de belangrijke rol van de scheepvaart aldaar.
¶¶ Aangezien de pikhaak een typisch instrument is horend bij schippers, kan het zijn dat de Angelen van oorsprong een schippersvolk zijn. I.c. in de handel en visserij. Hun stamgebied Haithabu kan dit bevestigen. Hun nazaten zijn dit feitelijk ook. I.c. Nederlanders en Britten. Beide volken zijn al in het verre verleden maritiem zeer actief.
433vC: In het Wierdenmuseum te Ezinge (NW Groningen) staat een standup figuur van hardboard. Het stelt voor een jongeman uit circa 433vC. Hij houdt in zijn hand een soort lans met een haaks kopstuk, dat is afgedekt met een leren hoes. De zichtbare vorm doet denken aan een soort haakmes met breed en scherp blad. (FRI 11.7.2011) Dit haakmes heet in het Engels een billhook. Anglisch bilhoc = bijlhaak, meshaak, snoeimes, kapmes. De jongeman woont kennelijk rond 433vC in Ezinge. In 1934 zijn daar resten opgegraven van een oude Anglische hoeve. (> Ezinge) Het genoemde wapen doet veel denken aan de angol. Nader verzoek om meer informatie daarover is helaas niet beantwoord.
 

650vC: Angol = rechte houten heft met ijzeren haak aan de top. Ook wel bilhoc (bijlhaak) genaamd. De angol komt al begin van de Yzertijd voor. Bij Kilof in Noord Rusland is een heel oud exemplaar gevonden. Aan de onderkant van de pik zit een houder waarin de heft vastzit. Voor de heft of de stok gebruiken de Angelen taxushout dat sterk, taai en buigzaam is. (> Taxus) Rechts: aquarel van een Anglische krijger met een angolstok (grote meshaak), dagga (grote dolk) en veldbuidel rond 650vC, gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig onderzoek en analyse van de relevante feiten uit die tijd. (© KBG)
 
800vC++: De oer angols hebben een rechte steel van circa 20 cm lang en een puntkop van circa 8 cm lang. Sinds de Yzertijd (800vC++) hebben de angols een rechte steel van circa 45 cm lang en 4.5 cm dik. De pik is van gesmeed ijzer en heeft een gat voor de steel. De pik is licht gebogen, puntig, circa 20 cm lang en 2 cm dik. Door de slag krijgt de angol zwiepkracht, waardoor ze effectiever wordt.
¶ Een zeer oude vorm van de angol bestaat uit een korte houten steel met een smal stuk gepunt steen, gestoken in een stuk hoorn van een hert. Het hoornstuk heeft een gat waardoor de steel steekt en dat daaraan stevig vastzit met hulp van smalle repen leer.
 

1200vC++: De angol is al heel oud. Rechts: een steenrelief met een Assyrische ruiter uit circa 650vC met een angol in zijn linker hand. De AssyriŽrs wonen sinds 1750vC in Noord Irak. Opmerkelijk is dat de ruiter de angol in de linker hand houdt en dat zijn rechter onderarm omgekeerd zit. Dat wijst mogelijk op een legendarisch figuur. Paarden zijn al sinds 3200vC gedomesticeerd in de steppen van Zuid Rusland. De legendarische ruiter zal dus ergens halfweg 1750-650vC geleefd hebben. Dus ergens rond 1200vC.
Het lijkt zeer wel mogelijk dat de Anglische angol zijn roots heeft bij de AriŽrs in de Kaukasus, grenzend aan Noord Irak. Immers, daar ook lijken de roots te liggen van de Anglische goden Balder en Loki. > Balder
 

2000-1500vC: Resten van oer angols zijn gevonden in Lapland. Ze dateren van circa 2000-1500vC. Ze bestaan uit een korte steel van hout en een stuk gepunt hertshoorn met een gat waardoor de steel is gestoken. Het hoornstuk is stevig vastgebonden aan de steel met smalle riemen van leer. Deze oer angols zijn gebruikt als een soort pikhouweel, maar ook als strijdwapen. Ze zijn feitelijk de voorloper van de strijdbijl.
2700vC++: De Angelen zullen de angol vrij zeker hebben leren kennen via de Goten, waaruit ze voortkomen. Deze Goten zijn afkomstig uit Zuid Rusland waar ze rond 3000vC wonen. Rond 2500vC migreren velen van hen naar NW Rusland en vandaar naar Zuid Zweden. (> PgGen) De angol zal derhalve zeker al halfweg 3000vC en 2500vC bekend zijn. Dus ergens rond 2700vC.
5000vC: Het Maleis kent het woord ongol = gebogen stuk deeg. De taal is afkomstig uit Deli op Sumatra. Ze is eenvoudig van structuur en wordt daarom al snel de voertaal voor ZO AziŽ. Rond 1500vC verspreidt het HinduÔsme zich vanuit India in deze regio. Daardoor wordt het Maleis sterk beÔnvloed door het Sanskriet, de taal van het HinduÔsme. Deze Arische ofwel Indo-Europese taal heeft z'n wortels in het Arisch, de voertaal van Arya, homeland van de AriŽrs, gelegen in Centraal AziŽ. > Maleis
¶¶ Het Arisch is tevens de basistaal van de Germaanse talen die uit haar zijn voortgekomen. Het Anglische woord angol (angul) lijkt derhalve mogelijk afkomstig uit het Inglo-Gotisch, de taal van de Inglo-Goten in Zweden, waaruit de Angelen rond 650vC zijn voortgekomen. (> Angelen) Het woord angol lijkt derhalve z'n roots te hebben in het Arisch van circa 5000vC.
¶¶ Aangezien:
- de Hindu's rond 3000vC uit Arya migreren naar Afghanistan
- en de Germanen al rond 5000vC uit Arya migreren
- en het woord angol zowel in het Anglisch als in het Maleis is terug te vinden
>> lijkt het woord angol (angul) zeker te dateren uit de periode ver voor 5000vC
>> en lijkt de oervorm van de angol vrij zeker op een soort pikhaak, mogelijk bestaande uit een lang, smal en puntig stuk steen of been aan een steel van hout.

75.000vC++ Javamens: Ontdekt op Java bij de Solo rivier door EugenŤne Dubois (1858-1940), Nederlands anatoom, geoloog en paleontoloog. Hij maakte een reconstructie van deze Javamens, die een dolk en een angol in zijn handen houdt. Beide wapens zijn gemaakt van been. (> PgGen) De angol lijkt derhalve te behoren tot de oudste wapens van de mens.
¶ Opmerkelijk is dat op genoemde reconstructie de Javamens de angol in de linker hand houdt. Ook de AssyriŽr op de reliefsteen hierboven doet zulks, terwijl hij de rechter hand strekt naar rechts. En boven genoemd boek Storm of Arrows bevat een afbeelding van koning Edward I zittend te paard en houdend een soort strijdbijl met kromme punt in de linker hand. Met de rechter hand houdt hij de teugels vast. Het lijkt haast dat dit geen toeval is. Temeer daar de Anglische koning Wermund rond 400nC op eerder getoonde prent zijn angolstaf ook links vasthoudt. Vooralsnog is hiervoor geen verklaring gevonden.
1miljVC++ Floresmensen -- eiland Flores/Indonesia. Artefacten van zgn hobbits (dwergmensen) in de Liang Bua Grot en te Mata Menga: steenschijven om vlees te snijden, etc. (# BBCNews 22.12.2010) > PgGen
2miljVC++ Big Split: Mensen uit Noord Kenya migreren naar ArabiŽ (1.5miljVC) en dan naar India (1.4miljVC), ZO AziŽ (1.3miljVC), IndonesiŽ (1.2miljVC) en AustraliŽ (1.0miljVC). De common roots van Javanen en Angelen liggen dus rond 2 miljoen jaar vC. Gezien de overeenkomsten van de angol op Java en de angol van de Angelen lijkt de angol al zeker te bestaan sinds 2 miljoen jaar vC. > PgGen
¶¶ Eerder in dit item is gesteld dat het Maleise woord ongol en het Anglische woord angol naar het lijkt hun common roots hebben in het Arisch van circa 5000vC. Gezien het voorgaande lijkt het nu echter ook denkbaar dat zowel de wapens als de namen ongol en angol hun common roots al hebben rond 2 miljoen jaar vC in Kenya.
** Anki, Anka, Anker, Angon, Angolstaf, Angeln, Angelen, Gamma, Winkelhaak, BHC, Hoeken, Angel-Saxen, Angelen, Saxen, Franken, Barclaw

 
Angolisme: (ALM:)
Verzameling van typisch Anglische visies, gewoonten, gebruiken, etc.
** Anglische cultuur, Anglische architectuur, Geloof, HAWA, Trilogie, Culturalisme, Angalisme, Objectivisme

Angologie:
I.e. de leer over de Angelen. Op grond van:

1. het gedicht: "Ing waes aerest mid Eastdenum" > Ingwi
2. de SkjŲldungasaga van circa 1190 nC > Saga's, Odin
3. de these dat de Oer Angelen hun herkomst zeker kennen

mogen we concluderen dat de Angelen voortkomen uit de Inglo-Goten in Zuid Zweden en dat hun oervader ene Ingwi moet zijn geweest. Ingwi is echter een naam die ook voorkomt bij de Inglo-Goten (Inglings), een oud Zweeds koningsgeslacht. Zweden en Denemarken zijn echter oorspronkelijk samen met Noorwegen een eenheid. Ingwi is een telg uit het Zweeds koningshuis, dat in Zuid Zweden zetelt, waar de Goten wonen. > Goten

 

Volgens het gedicht over Ingwi vaart hij met zijn boot vanaf Leire op Seeland naar het zuiden, waar hij rond 665vC landt in het gebied dat later de naam Angeln krijgt. Terwijl Ingwi in Angeln vertoeft, pleegt zijn broer een staatsgreep. Aldus de overlevering. Ingwi accepteert de situatie en vestigt zich definitief in Angeln. Zijn nazaten worden talrijk en worden Angelen genoemd. Deze Angelen lijken zeer voortvarend en hun rijk groeit uit naar het zuiden. Uit Angeln ontstaat 500-300vC Groot Angle, waaruit 300vC-600nC Mega Angle groeit, een rijk langs de Noordzee van Denemarken tot de Rijn. Dit wordt mede veroorzaakt doordat de Angelen in de loop der eeuwen de aldaar wonende Chauken absorberen. (> Chauken)
 

E.e.a. wordt bevestigd door een tekst uit bron ASC, geschreven rond 900nC. Volgens bron ASC omvat Angeln anno 449 nC het hele gebied weste betwix Iotum and Seaxum ofwel westlijk tussen Jutland en Saxenland. Groter dan anno 2007 dus. (> Oud Anglisch/citaat) Letterlijk schrijft bron ASC/449 (835nC):

Of Angle comon -- se a sittan stod weste betwix Iotum and Seaxum -- East-Engel, Middel-Engel, Mierce, and ealle North-Humbre.
vertaald:
Van Angle komen -- ze [Angle] is gelegen steeds west tussen Jutland en Saxen -- Oost-Engel, Midden-Engel, Mercia, en heel Noord-Humbria.
Deze localisering betekent dat Angeln rond 900nC volgens bron ASC zeker ver buiten de huidige grenzen lag. Deze visie strookt volledig met andere gegevens.
¶ Na de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 350-650 nC raakt Mega Angelen enigermate ontvolkt. Hierdoor aangetrokken settelen zich circa 775nC steeds meer Saxen in Oost Nederland. Hierdoor valt Oost Mega Angle af en blijven Noord en West Mega Angle over, aan de Elbe gescheiden door het inmiddels uitgebreide Saxenland. West Mega Angle komt dan sinds circa 650 nC in handen van de westwaarts oprukkende Friezen. (> Magna Frisia) Door deze factoren krimpt Mega Angle in 500-700 nC weer in tot het oorspronkelijke (Klein) Angeln, zoals dat is anno 2009. Vele Angelen blijven daarbij achter in diverse enclaves van hun oorspronkelijk woongebied. Zij worden in de loop der tijd op hun beurt helemaal geabsorbeerd in het nieuwe Saxenland en het uitbreidende Friesland.
¶ Resumerend kan worden gesteld dat in de loop der eeuwen Angelland groeit en weer inkrimpt. O.a. door de massamigratie naar Engeland in circa 400-600 nC. Rond 600 nC is Angelland zodanig gekrompen dat de Angelen op het Continent nauwelijks nog worden genoemd. Toch wonen ze nog in vele gebieden van het oude Mega Angle, waar zich sinds 775 nC Saxen geleidelijk vele vestigen. Op grond van de bekende feiten en veronderstellingen kan het volgende overzicht worden gemaakt:

665vC------- Ingwi vestigt zich in Angeln, mogelijk bij Haithabu
665vC-489nC Koninkrijk Angle (> Angeln)
500vC------- Angeln groeit zuidwaarts langs de Noordzee tot de Rijn
500vC-300vC Groot Angle: Angle strekt zich uit tot in Noord Groningen
300vC-600nC Mega Angle: Angle strekt zich uit tot aan de Rijn
100vC------- Friezen scheiden zich af van de Angelen
100nC------- Saxen vestigen zich in NO Duitsland vanuit Noord Polen
200nC------- Angelen migreren naar Zuid Duitsland, o.a. Thuringen
405nC-800nC Offaland: Offa breidt Angelland uit tot aan de Maas.
450nC-600nC Angelen en Saxen migreren massaal naar Brittannia
600nC-775nC Saxen settelen in NW Duitsland en NO Nederland
800nC-heden (Klein) Angeln: Angeln strekt zich uit tot de Eider
800nC-heden Diverse Anglische enclaves in NO Nederland en NW Duitsland

** Angeln, Groot Angle, Mega Angle, Offaland, Ingwi, Pint, Saga's, Oda, Angelland, Angel, Migratiestromen, Overleveringen, ASA, Moerasvolk, Koninkrijk, Expansie, HRAA, HRAE

 

Angolstaf:
Anglisch: angolstaef. Staf horend tot de regalia van de Anglische koningen in Angelland. De vorm heeft te maken met de angol, het kenmerkende strijdwapen van de Angelen. > Angol
¶ Rechts: Koning Wermund van Angeln (c 356-416nC) op zijn troon en met de angolstaf in de hand. Tafereel uit circa 400nC. (uitsnede prent c 1200AD bron NHS/p44-45) > Wermund van Angeln, Zeven, Gamma, Acht
 

¶ Ook de Perzische koning Darius de Grote (521-486vC) heeft een staf als onderdeel van de koninklijke regalia. Alleen wijst de kop van zijn staf schuin omhoog, itt de angolstaf met een kop die recht vooruit wijst. De angolstaf vormt daardoor een rechte hoek = Latijn: angelus. Links: koning Darius op zijn troon met al zijn regalia. (relief in steen)
 

 

¶ De koninklijke staf van de Perziche en Anglische koningen hebben een voorloper in een Oud Egyptisch hieroglief voor macht, uitgebeeld in de vorm van een staf. De staf werd gebruikt door priesters, hoge ambtenaren en goden, o.a. Anubis. De boog aan de onderkant lijkt bedoeld om slangen klem te zetten en te doden. Als zodanig is de gimel dus een symbool tegen het kwaad. In diepste zin symboliseert de staf daarmee de macht over leven en dood. Ze gaat weer verder terug naar de herderstaf en de staf van de stamhoofden in Afrika, die daar anno 2009 in vele gebieden nog in gebruik is. Per saldo kan dus worden gezegd dat de gimel met recht een oeroud symbool is, dat teruggaat tot de oertijd van de mensheid.
 
 
¶ Zoals gezegd wordt de staf gezien als een symbool van macht, maar ook voor de regeneratieve kracht. Dat is terug te vinden in de bijbel, waarin Mozes zijn staf op de grond smijt en daarmee verandert in een slang, het symbool van regeneratieve kracht. Immers, de slang verwisselt steeds van huid, om na elke wisseling weer verder te kruipen. De regeneratieve kracht van de staf correspondeert met de mythe van de kraanvogel als symbool voor de herrijzende Christus.
¶ Op grond van al het voorgaande kan men per saldo stellen dat de angolstaf is beschouwd als een symbool van Macht, Wijsheid en Gerechtigheid.
** Angol, Gamma, Balder, BHC, Acht

Angolstok:
Anglisch:
- angolsticc = stok met haakse (rechte) handgreep.
- hoc = haak, herdersstaf
- palstre = wandelstok, staf
 

400nC Rechts: De Anglische god Balder met angolstok. Aquarel gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek van alle relevante feiten mbt de god Balder in Anglisch perspectief rond 400nC. (© BCK) Balder is hier uitgebeeld in de outfit van een voorname jongeman rond 400nC: mantel met fibula (mantelspeld), broek en laarzen. In zijn rechter hand houdt Balder de zgn angolstok, die vele eeuwen zo kenmerkend is voor Anglische heren, boeren, herders en reizigers. In Engeland wordt deze angolstok nog veel gebruikt, i.b. door veeboeren.
 

¶ De angolstok kent diverse maten en doeleinden:
- dorsticc = deurstok met stompe haak; handhoogte; soort wandelstok tevens slagwapen o.a. gebruikt door deurwaarders en geldinners om op deuren te kloppen; deze wandelstokken werden in Engeland gemaakt en gebruikt tot dik in de jaren 50 van de 20ste eeuw.
- fihsticc = veestok = stok met haak om vee te drijven; borsthoogte; anno 2011 nog steeds gebruikt in Engeland door veeboeren; o.a. om vee te drijven, takken af te rukken, agressieve dieren verjagen, te steunen, etc; de haak is puntig en afgebogen
- gasticc = wandelstok; handhoogte; anno 2011 nog steeds in gebruik
- hirdstaef = herderstaf = stok met licht gebogen haak; borsthoogte; anno 2011 nog gebruikt door schaapherders op heidegronden in Engeland en Drente. Koeherders in Afrika gebruiken een dergelijke stok reikend tot ruim boven het hoofd.
- picchoc (ungol) = pikhaak
korte: korte stok met haak; o.a. gebruikt door vissers en maaiers
lange: lange stok met haak; soort enterhaak
- reatsticc = rietstok = zeis om dakriet recht te snijden
- sicsticc = zeisstok = korte pikhaak om koren samen te trekken en dan met de zeis maaien
- slegsticc = slagstok met haak = slagwapen; armlengte; om agressie te weren
 

1500: Links: "De reis van Lot" (uitsnede), schilderij van Albrecht DŁrer (1471-1528). Outfit en landschap zijn typisch voor Europa in die tijd. De reiziger houdt een angelstok over z'n schouder. Aan de stok hangt een veldfles met water of drank voor onderweg.
 
¶ De angolstok is in feite identiek aan de angolstaf en kan daarom eveneens worden beschouwd als een symbool van Macht, Wijsheid en Gerechtigheid.
** Angol, Angolstaf, Hoeken, Balder, Herdersstaf
# FRI, BBCtv (Countryfile okt + nov 2011, Bargain Hunt 27.10.2011), DAB

 

Angon:
Anglische soldaten gebruiken als wapen een speciale speer die veel lijkt op de Romeinse pilum. Speren zijn tot ver in de Middeleeuwen het belangrijkste militaire wapen. Een speer is makkelijk te maken en te hanteren. Meestal gebruikt een krijger drie speren en een schild. De speren houdt hij in ťťn hand. Goed geworpen speren zijn vaak dodelijk door hun scherpte en kracht. Aangezien Saxen zijn genoemd naar hun saexe (= zwaard), lijkt het niet ondenkbaar dat Angelen zijn genoemd naar de angon (angen) zoals sommige bronnen menen. Foto rechts (©): een Anglische speer met linten in de kleuren groen en wit van het Anglisch koningshuis.
** Koninkrijk
 
- Herders: Angon betekent in het Maleis herder, veehouder. (KBL) Van herdersvolken in Afrika is bekend dat ze speren en schilden hanteren. O.a. de Watusi in Kenya. De speren en schilden dienen als wapen en bescherming tegen wilde dieren en vijandige mensen. Aangezien het Maleis in de verte in relatie staat met de Indo-Europese talen, is het denkbaar dat Angon, zijnde een wapen van herders, een woord is waarmee uiteindelijk ook de herders zelf mee aangeduid werden. Dat het Maleise woord angon inderdaad ook speer kan hebben betekent, is zeker plausibel aangezien het Maleise woord angin wind betekent, het geluid dat zo kenmerkend is van speren die door de lucht suizen. De associatie van mensen met een speciaal wapen gebeurde ook met saexe = kromzwaard, waarmee uiteindelijk de Saxen worden aangeduid, zijnde mensen die zich kenmerken door bezit en gebruik van een saexe. Saxen of Sachsen is dan tevens geworden het land waar Saxen wonen: Niedersachsen (N Duitsland) en Essex (East Saexe), Wessex (West Saexe) en Sussex (Suth Saexe) in Engeland.
- Herdersvolk: Per saldo is ook mogelijk dat de Angelen van oorsprong een herdersvolk zijn. Dat betekent o.a. dat ze meer dan normaal gericht zijn op veeteelt. Zulks lijkt niet ondenkbaar. De nazaten van de Angelen in Nederland, Brittannia, Amerika en Australia bedrijven immers eveneens op grote schaal veeteelt. Zeker meer dan in de meeste andere landen.
- Odin: Volgens overlevering is de speer het symbool van de mythische kracht van Odin. De scepter is daarvan een afgeleide, waarmee de koninklijke macht wordt gesymboliseerd. Ook de Anglische koning Redwald (gb 565) heeft een scepter. Die is gevonden in zijn graf in Sutton Hoo. (> Suffolk, Wetsteen)
- Angelen: Analoog aan de Saxen zouden de Angelen mogelijk kunnen zijn vernoemd naar de Angon, de speer via de overgangen: angon/angen (= speer) > angon/angen = herder > Angenland (= land van de Angen) > Angeland/Angland > Angeln > Angel = inwoner van Angeln. Deze these verklaart tevens de herkomst van locaties als Angholm. Opmerkelijk is in dezen dat op een oude runesteen in Angeln Ankland staat, waarmee Engeland is bedoeld. De verwisseling van de klanken k en g komt veel voor. E.e.a. impliceert dat de Angelen in het verre verleden herders zijn. Kijken we naar latere tijden dan valt op dat schapenhouderij kenmerkend is voor Engeland en AustraliŽ en koeienhouderij voor Amerika en AustraliŽ. Mogelijk zijn deze veeculturen traditionele voortzettingen uit het verre verleden.
- Afbeeldingen: Op een website van de Univeristy of Manchester staat een tekening van een Anglische krijger met een speer, een dolk en een schild. De tekening is gebaseerd op historische gegevens. (> Outfit) Ook het historische beeld van de Anglische koning Edwin van Northumbria voert deze attributen. (> Edwin van Northumbria). Ook koning Redwald van East Anglia (gst 625nC) voert een speer als belangrijkste wapen en een helm met grima (masker). Anglische soldaten in re-enactment shows hebben steeds genoemde attributen. We mogen derhalve aannemen dat Anglische krijgers inderdaad speren voeren als voornaamste wapen.
¶ Bron ASW/p123-4 schrijft:
Agathias, writing of the wars between Justinian and the Teutonic invaders of Italy, records that the chief weapon of the invadors was a light, barbed wepon which could be used as a javelin or in hand-to-hand fighting. 'The haft is covered with lamina so that little wood can be seen.' Agathia's description is a little confusing, and attempts to identify the weapon described have never been satisfactory. It may be the angon, which is mainly found on the Continent, but which does occur in this country [England] and especially in Kent, where it has been found at Sarre, Bifrons, High Down and Strood. Another example comes from Beddington in Surrey. But those weapons are so undoubtedly foreign, and so rare of occurence in the Anglo-Saxon area, that we need not discuss them here.
** Maleis, Ankland, Heraldiek (Witte Adelaar), Hasten, Angantyr, Angol, Ang~

AngoulÍme: Stad in ZW Frankrijk.

Angstege:
Dorp circa 10 Km ZW van Aurich en circa 12 Km pal zuid van Engerhave in Ost-Friesland, Neder-Saxen. Vermeld op een kaart uit 1585 van Gerhard Mercator.

Angwi:
Stad in Zuid Soedan, nabij de grens met Kenya, waar de mensheid is ontstaan.

Anka:
- Arabisch anqa: vogel uit de Arabische mythologie verglijkbaar met de Fenix: de vogel die sterft en herrijst uit de eigen as. > Ankhkruis
- Oind: anka = haak, kromming. > Angel
** Anki, Angel

Ankehaarveld:
Landschap onder Peest in NW Drente. Rond 300vC bevolkt door Angelen uit ZW Groningen. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Anc-, Ang- (Angel) + haera (haar, begroeide zandrug) + feld (veld).
¶ Inspectie ter plekke juli 2011 bevestigt dat de regio een leemachtige zandhoogte is, tegenwoordig in gebruik als landbouwgrond waarop o.a. mais wordt verbouwd.
¶ Aan de ZO-rand van het Ankehaarveld staat de Lebbestaok naast een grote kei met een tekst over Lebbe. Een kaart uit 1639 vermeldt op die plek dat aldaar ene Lebbe is vermoord. Lebbe zal dus al ruime tijd vůůr 1639 moeten zijn vermoord. Volgens overlevering gaat het om een vrouw.


          

    foto boven: rechts De Lebbestaok en links het Ankehaarveld (©)

¶ De Lebbestok markeert de grens tussen de oude marken van Peest en Zeyen. Volgens overlevering wilden de markeboeren van Peest het lijk van Lebbe niet begraven wegens de kosten. Afgesproken werd dat de markeboeren van Zeyen Lebbe zullen begraven op voorwaarde dat de plek waar ze werd gevonden daarna de grens zou vormen tussen beide marken. En zo geschiedde. Lebbe werd begraven in het nabije Vries.
¶ De naam Lebb is zowel een Anglische vrouwsnaam als mansnaam. Deze naam bevestigt derhalve de aanwezigheid van Angelen in de regio, hetgeen ook blijkt uit andere feiten daaromtrent.
¶ Verder is er de familienaam Lebbing, afgeleid van Anglisch Lebb (mansnaam) + ing (volk).
¶ Markegronden doen hun intrede rond 1100nC. Specifiek in NO Nederland. > Marke
¶ Aangezien:
- de moord op Lebbe gepleegd werd vůůr 1639
- en markegronden hun intrede doen rond 1100nC
>> zal Lebbe ergens halfweg rond 1370nC kunnen zijn vermoord
>> en lijken rond dat jaar 1370nC zeker nog Angelen te wonen in de regio Ankehaarveld en daaromtrent.

** ASA
# FRI (jul 2011), DAB, KBG

Anker:
AVA ancor, mogelijk afgeleid van Grieks agkulos = gebogen, krom. (#WP) Dit wijst dan op contacten met Griekenland. Angelland lijkt al sinds circa 650vC contacten te hebben met Kreta. (> Kreta) Sinds circa 324nC zijn er zeker relaties met Constantinopel. > Constantinopel
¶ Oind. anka = haak, kromming. (> Anka) Aangezien het Oud Indisch (Indiaas) voortkomt uit het Arisch lijkt het mogelijk dat Anglisch ancor eveneens voortkomt uit een verglijkbaar Arisch woord.
¶ Familienaam Anker lijkt afkomstig uit Vlist in Zuid-Holland.
** Griekenland

Ankhkruis:
Symbool van levenskracht uit het oude Egypte. In de hand gedragen door vele figuren op oude muurschilderingen of reliefs. Horus wordt altijd afgebeeld met een ankhkruis in de hand. Hij is de stervende en herrijzende god van de leifde en rechtvaardigheid.
** Horus, Anka (vogel), Anki

Anki:
Sumerische god van de hemel. De amulet van Anki was zeer populair. Het bestond uit een adelaar, soms met een mannekop erin. #AML/p46
SumeriŽrs: Volk dat afkomstig lijkt uit Noord PerziŽ en Kazachtstan. De regio waaromtrent ook de Ariers wonen. Later settelen ze in Zuid Irak. De hoogtij van de Sumerische cultuur dateert van circa 2500vC-2000vC. (# WP, DAB)
** Anka, PgGen/SumeriŽrs

Ankland:
Benaming van Angelland op een runesteen in Angeln uit de 4e eeuw nC.
** Angland

Anlo: > Anloo

Anloo:
Dorp in Noord Drente. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Zuid Groningen. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch aen (aangrenzend land = land grenzend aan weg, dijk, wetering, e.d.) + lough (laagte). Kaart RZA/50 (1773) toont dat Anloo (Anlo) is gelegen pal aan een weg van Groningen naar Emmen en nabij een groot veengebied langs rivier de Schuiten Diep. (> RZA) Dat veengebied kan wel de laagte bij Anloo zijn geweest. Anno 2014 zijn dat de natuurgebieden Anloo en Schipborg. Gezien deze geografie lijkt de betekenis van de naam Anloo: de laagte aan de weg.
900nC: Tot het eind van de 9e eeuw is de religie in Drenthe niet christelijk, maar Anglisch. Dit is een natuurgeloof, die later door de kerk met geweld is bestreden. > Angalisme, Kerstening
900nC: Bron DRG/p15 schrijft dat in Anloo (bij de kerk), in Weerdingerwoud en in Grollerholt mogelijk ooit Germaanse tempels hebben gestaan. Aangzien Drente sinds 500vC wordt bevolkt door Angelen uit Groningen, zullen de tempels vrij zeker door Angelen zijn gebouwd. De tempel van Anloo zal daar dan nog zeker tot 900nC kunnen hebben gestaan.
2014: Inspectie ter plekke (16.8.2014) leert dat bij de NH Kerk in centrum Anloo drie keien liggen links op de hoek tegen de buitenmuur van de voorkant van de kerk. Offerplekken van de Angale Angelen bestaan vaak uit een aantal keien. Mogelijk stond daar inderdaad ooit een Anglische tempel. Tijdens de kerstening van NO Nederland (West Angle) bouwen de christenen namelijk vaak hun kerk bij een oude Anglische heiligdommen.
** Tempels

Ansen:
Buurt bij Ruinen in Drente. Werd ook vermeld als Ance, Anze of Enze. #Quedam/p92
** Rodolf van Ance

Anubis: Egyptische god > Goden

ANV: Anglo-Nederlandse Verhoudingen in 1600-1930
Eind 16e eeuw groeit de macht van de Vereingde Provincies der Nederlanden steeds verder. Economie, handel, wetenschap, kunst, literatuur, politiek, zeemacht, landmacht, bevolking. Alles groeit en bloeit. Nederland wordt de dominante macht in Europa. Dat roept naijver op de Britten. De relaties tussen Nederland en Engeland worden gespannen. De leidt uiteindelijk tot conflicten in de kolonies en tot zes Nederlands-Engelse zeeoorlogen eind 17e eeuw.
¶ De Atlas van Blaeu van 1649 bevat een tekst over de bouw van de Burcht van Leiden rond 449nC door Engist, een overste van de Angel-Saxen.

De Schrijver van d'oude Hollantsche Chronijck, en verscheyde andere geleerde mannen meenen, datse [de burcht] omtrent het jaer CCCC XLIX van sekere Engistus, een Overste van de Anglen en Saxen, oft, soo sommige seggen, Koning der Vriesen, gebouwt is. De geleerde Janus Dousa heeft ook dit gevoelen gehadt, gelijck uyt de volgende vaersen blijckt:
Putatur Engistus, Britanno orbe,
Redux, posuisse victor.
Dat is:
Engist, verwinnaer uyt Britanje weergekeert.
Heeft Leyden als men meent, met dese Burgh vereert.
De citaat geeft aan dat in 1649 de meningen zijn verdeeld of men moet spreken van Angel-Saxen of Friezen, terwijl men lang daarvoor Engist een Angel-Sax noemt, terwijl Engist feitelijk afkomstig is uit Angeln en een Angel is. De tekst lijkt te suggereren dat men in Nederland zich rond die tijd niet graag associeert met Engeland, het land waar Angelen wonen. Dit lijkt een gevolg van de vijandige relaties tussen Nederland en Engeland in die tijd.
¶ In 1664 moet Nederland z'n bezit in Amerika overdragen aan de Engelsen. Nieuw Nederland inclusief Nieuw Amsterdam komen onder zware druk in Engelse handen in ruil voor Suriname. De Engelsen dreigen namelijk Nieuw Amsterdam met geweld te zullen innemen als de Nederlanders weigerden. De Republiek der Verenigde Nederlanden zwicht. Een belangrijk motief voor de Engelsen was de uiterst lucratieve beverjacht in Noord Amerika, die tot dan volledig in handen is van de Nederlanders. (> Beverjacht)
¶ Zeker al in de 14e eeuw wordt Engeland vaak Perfidious Albion genoemd. O.a. door Frankrijk, ItaliŽ, Rusland en Amerika. De reden is niet helemaal duidelijk. Perfidious betekent onbetrouwbaar, onberekenbaar. Als eilandbewoners staan de Britten vaak tegenover een wereld die ze op bange momenten vaak als een monsterlijke eenheid zien tegen wie ze het in hun alleenheid moeten opnemen. Dat maakt natuurlijk bang en dus voorzichtig. Maar het is niet duidelijk of dat de enige verklaring is. Een ernstig geval zijn de onderhandelingen in 1711 over een vrede met Frankrijk ter beŽindiging van de Spaanse Successie Oorlog. De Engelsen begonnen toen in alleenheid te onderhandelen met Frankrijk, in strijd met het Townsend Verdrag van 1709, waarin is vastgelegd dat Nederland en Engeland als eenheid zouden onderhandelen met Frankrijk, Pruisen, Portugal en Savoye. Door dit zelfstandig onderhandelen met Frankrijk weten de Engelsen uiterst gunstige voorwaarden te bedingen voor zichzelf. Dit verraad van Engeland zette uiteraard enorm veel kwaad bloed bij Nederland en de andere bondgenoten en versterkte natuurlijk het imago van Engeland als Perfidious Albion.
¶ In 1712 wordt de Vrede van Utrecht getekend tussen Nederland en Engeland. Nederland draagt de macht over aan Engeland. Het Verenigd Koninkrijk groeit sindsdien uit tot de grootste wereldmacht. Dankzij de macht van Frankrijk, Spanje, Portuagal, Pruisen en Rusland, kan Nederland nog een redelijk sterke positie handhaven door internationaal politiek bekwaam manouevreren. Nederland blijft een macht van betekenis.
¶ De stad Angerlo bij Doesburg heet oorspronkelijk Angelre, ofwel het ontgonnen gebied van de Angelen. Ergens in 1700-1773 wordt Angelre echter ineens steeds Angerlo genoemd. De reden voor deze subtiele naamverandering moet haast wel te maken hebben met plotselinge negatieve associaties met Angelen. Een belangrijke optie is mogelijk een gebeurtenis in aangrenzend Doesburg. Immers, 11 december 1746 trekt een bataljon Infantrie uit Hannover nat en bekleumd de Kazerne van Doesburg binnen om daar te verblijven. De soldaten zijn in dienst van de Engelse koning. Hannover is in die tijd verbonden met Engeland in een Personele Unie. De soldaten zijn zeer ontevreden over hun onderkomen. Ze maken grootschalig amok en trekken vernielend en rovend door Doesburg. Dit leidt tot grote woede bij de Doesburgers, die immers hun best hadden gedaan de soldaten zo goed mogelijk op te vangen. (# Doesburg, bijdragen tot de geschiedenis van een Hanzestad, J.W van Petersen en E.J. Harenberg; Doesburg 1987)
¶ Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784) in Zwolle is lid van de Ridderschap van Overijssel en in 1772 lid van de Staten van Overijssel. Hij is een liberaal patriot pur sang, sterk beÔnvloed door Engelse en Franse denkers uit zijn tijd. Hij strijdt daarom vurig voor democratisering van Nederland. Joan zet zich sterk in voor de erkenning van de Verenigde Staten als soueverein land. Dat gebeurt in 1782. Deze erkenning levert zeker een deuk op in de verhoudingen met Engeland, tot dan toe de koloniale machthebber in Noord Amerika.
¶ In de Franse Tijd (1796-1813) is Nederland onderworpen aan de macht van Frankrijk. Engeland confisceert in die tijd Sumatra, dat onderdeel was van het Nederlands koloniale rijk in AziŽ. Samen met Pruisen weten Nederland en Engeland uiteindelijk in 1815 Napoleon te verslaan bij Waterloo.
¶ In de Franse Tijd krijgen de Nederlandse Patriotten een belangrijke rol. Ze zijn erg georiŽnteerd op de Franse cultuur en maatschappelijke orde. De moderne politieke en staatsrechtelijke ordening in Frankrijk spreekt erg aan. De Patriotten streven ernaar de moderne Franse ideŽen zo goed mogelijk in Nederland te integreren. Aan hen dankt Nederland de moderne liberale politieke structuren en uiteindelijk de Grondwet. Het moderne Liberalisme speelt sindsdien een zeer belangrijke rol in de Nederlandse samenleving. E.e.a. staat in schril contrast met de nogal archaÔsche politieke instituten in Engeland.
Angelstein is een landgoed te Arnhem, dat al wordt genoemd in 1487. In de 17e eeuw is Angelstein bezit van Engelbert Engelen. In de 19e eeuw is het goed bezit van Jkh Baron Pallandt van Walfort. De naam Angelstein is begin 19e eeuw veranderd in Angerenstein. Dat heeft mogelijk te maken met de slechte relaties tussen Nederland en Engeland in die tijd. Het kan betekenen dat de toenmalige eigenaar meer Frans georienteerd was en dat kenbaar maakte met deze naamverandering. (> Angelstein)
¶ In 1813 dingt prins Willem II van Oranje Nassau naar de hand van een Engelse prinses. Haar vader huwelijkt haar echter uit aan de nieuwe koning van BelgiŽ. Kennelijk is Engeland uit op een machtspositie nabij Frankrijk en Duitsland. Willem II huwt later Anna Paulowna, dochter van de Russische tsaar. Dit lijkt op een poging van Rusland om meer macht te krijgen in West Europa. In Denemarken is deze poging al gelukt door een huwelijk van een Deense prinses met een Russische prins.
¶ Na de nederlaag van Napoleon in 1815 groeit de macht van Engeland nagenoeg ongestoord verder in de wereld. Eind 19e eeuw is Engeland feitelijk da grootste wereldmacht. De enige concurrent is Pruisen, dat sinds 1850 de grootste macht wordt op het Europese Continent. Nederland schurkt aan bij die macht om sterk te kunnen staan tegenover Engeland. Om dit machtsblok te verzwakken, geven de Britten in 1850 Sumatra terug aan Nederland. Desondanks blijft Nederland sterk Pruisisch georienteerd. Zo sterk zelfs, dat sinds 1850 de Nederlandse taal sterk verduitst wordt. Pas na het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 wordt de Nederlandse taal weer ontduitst. Sindsdien vindt steeds meer een zekere verengelsing plaats, dat zich uit in toename van Engelse woorden, termen en uitdrukkingen.
** Angflatie

ANX: > AXR

Anijs:
()A anis (anijs), anisbread (anijsbrood = broodjes met anijszaad), anisdrinc (anijsdrank), anislump (anijsblokje), anismilc (anijsmelk; # kalmeermiddel, hoestdrank), anisoyl (anijsolie; geperst uit anijszaden), anissaed (anijszaad = zaad van de anijsplant), arac (anijsdrank > Arac), reacoyl (reukolie, parfum)
¶ De anijsplant komt veel voor in Angelland. Haar medicinale werking is al ver in de oudheid bekend.
- Anijsolie: Uit anijszaden wordt anijsolie geperst. Deze wordt gebruikt in likeuren, brood, banket en parfum.
- Anijsblokje: Blokje (klontje) anijs gemaakt uit gestampte anijszaden.
- Anijsmelk: Wordt gebruikt tegen verkoudheid, hoest, buikpijn, slapeloosheid, winderigheid en ter bevordering van de spijsvertering. De drank bestaat uit een beker warme melk waarin een anijsblokje is opgelost.
¶ Ommen staat van oudsher bekend om z'n zute broodjes gemaakt met anijszaad. Mogelijk heeft dat te maken met nabijgelegen Archem, waar anijs werd verbouwd en verwerkt.
** Arac, Archem
# WP, DAB

Apeldoorn:
Stad op de Veluwe. Op kaart RZA/33 (1773) aangegeven als Appeldoorn, hetgeen in de 20e eeuw in de volksmond nog steeds zo wordt genoemd. De regio wordt rond 100vC bevolkt door Angelen uit West Salland. De naam Apeldoorn lijkt derhalve afgeleid van Anglisch aeppel + thorn (doorn).
¶ Mogelijk is Aeppledore de oudste naam van Apeldoorn. Deze naam is afgeleid van Anglisch aeppel (appel) + dore (doorgangsgebied, brede open vlakte). Mogelijk gaat het om een brede vlakte ware appelbomen staan. > PgDix/dore
¶ In Kent liggen de dorpen Wye, Appledore en Brookland, alle drie vlakbij de stad Ashford, een locatie die naamkundig Anglisch is. Ash = es + ford = voorde, doorwaadbare plaats in beek of rivier. Genoemde locaties lijken te corresponderen met Wijhe (krt KGH 1593: Wyhe), Apeldoorn en Broekland. Ze liggen tamelijk dicht bij elkaar en vlakbij de IJssel. Van dit gebied zijn in 450-550nC vrijwel zeker migraties geweest naar Zuid Engeland, gezien de overeenkomstige en exclusieve heggencultuur. Rond Wijhe hebben dus vrijwel zeker Angelen gewoond. Dat Hengevelde bij Wijhe de oorspronkelijke locatienaam is, lijkt dus zeer reŽl.
¶ De oude meente van Apeldoorn heet oorspronkelijk Urthunsula wat verwijst naar een heilige zuil. #HPG
¶ In Apeldoorn zijn anno 2011 gevonden 7 kuilovens voor het smelten van ijzeroer daterend uit circa 300nC. (# RTL4 19.4.11) Deze ijzerovens tonen aan dat de Angelen aldaar rond die tijd de kunst van het smelten en smeden van ijzer ook al kennen. > Yzer
¶ De aanwezigheid van kuilovens kan betekenen dat in of nabij Apeldoorn rond 300nC ijzeroer wordt gevonden. Aangezien ijzeroer normaliter in moerasgebieden voorkwam, kunnen er omtrent Apeldoorn dan ook moerassen geweest zijn. O.a. Reytbroek en Snakenbroek. (> Snakenbroek) Ook elders zijn in die tijd mogelijk nog broeklanden. O.a. langs rivier de Grift met haar vele zijtakken. Op kaart RZA/33 (1773) staan zeven watermolens getekend bij de Grift. O.a. de Hamermolen aan de Hoenderloseweg in Ugchelen, die anno 2011 nog steeds bestaat.
** Hengevelde, Snakenbroek, Engeland Beekbergen, Bruggelen

Appel:
Alias: Appelwic (c 900nC). Buurtschap in Nijkerk. De regio wordt rond 100vC bevolkt door Angelen, mogelijk afkomstig uit de regio Apeldoorn. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch aeppel (appel) + wic (wijk, schuiloord). Anno 2007 zijn aan de Kamersteeg resten gevonden van een oude nederzetting daterend uit circa 950nC.
¶ Aan de noordkant van Appel loopt de Bulderweg naar Kruishaar. De naam Bulder is identiek aan Bolder en Balder. Dit sterkt de these dat de regio is bevolkt door Angelen. Balder is namelijk een Anglische god, die in NO Nederland veel is vereerd. > Balder
¶ Inspectie ter plekke augustus 2011 leert dat het gebied tussen de Kamersteeg en de Bulderweg merkbaar hoog ligt en nogal heuvelt. Dit sterkt de these dat we hier te maken hebben met de Anglische god Balder. Hij werd namelijk vereerd op een ael, zijnde een offerplaats op de top van een heuvel. Zulks gebeurde o.a. ook op de Bolderberg in Holten en de Balderhaar in Kloosterhaar bij Hardenberg.
¶ Anno 2006 zijn aan de Kamersteeg resten gevonden van een oude nederzetting daterend uit circa 1000nC. De resten tonen dat rond 1000nC aan de Kamersteeg een zgn walburg stond, een met grachten en wallen omringd terrein van 65x100 M2.
- De grachten waren 5 meter breed en 2 meter diep.
- De wallen waren van zand en in de basis van 8 meter breed.
- Op het terrein stonden huizen van hout.
- Ook zijn resten gevonden van een waterput met wanden van planken.
- Verder stond er een zgn komhut waarin een smederij en bronsgieterij was gevestigd. > Komhutten
- Resten van ijzeroer en ijzerslakken binnen de wallen tonen dat in de nabijheid van de burg moerasijzer werd gewonnen. Elders op de Veluwe wordt al rond 100nC ijzeroer gevonden. O.a. in Apeldoorn en Colmschate. > Yzer
¶ De Bronstijd duurt van circa 2000-800vC. Daarna wordt brons vervangen door ijzer. Brons wordt dan steeds minder gebruikt. Hoofdzakelijk nog voor ornamenten, deurbeslag, siervoorwerpen, etc. De gevonden bronsresten kunnen dus betekenen dat de burg al ver vůůr genoemde 950nC bestaat.
¶ Putten met wanden van planken worden rond 750nC geÔntroduceerd. Rond 1200nC komen er putten van baksteen. (> Waterputten) De put van de Appelburg kan dus dateren van ver vůůr 950nC. Mogelijk van halfweg rond 850nC of ver voordien.
¶ De naam van genoemde Kamersteeg lijkt afgeleid van Anglisch caemere (huis, versterkt huis, vesting) + steag (steeg, smal pad). Deze weg voerde dus kennelijk ooit naar een soort versterkt huis of burgt. Dat lijkt in de gegeven context vrijwel zeker te betekenen dat op de Appelburg een versterkt huis of burgt stond.
¶ De term caemere is al sinds de Romeinse Tijd (12vC-400nC) in gebruik bij de Germanen. Kennelijk is ze overgenomen uit het Latijn camera = gewelf, woning. De oerwoning c.q. locatie kan dus zeker al dateren uit circa 200nC, halfweg de Romeinse Tijd.
¶ Aangezien de Angelen voor gewonen huizen al kennen de termen hus, huus, hoose, ham, have, how, etc mogen we aannemen dat ze met de term caemere toch meer bedoelen dan een gewoon huis. Gezien de context kan het dus inderdaad gaan om een soort versterkte woning of burgt.
¶ Naar zeggen hebben op de Appelburg graven van Hamaland gewoond. Gezien hun status lijkt er dus zeker een soort versterkte woning of burgt gestaan kunnen hebben.
¶ Sinds circa 950nC is Appel diverse generaties lang bezit van het geslacht Wichman uit Wichmond. NW van Wichmond ligt de regio Bronsbergen. (> Bruns) In dat gebied werd mogelijk veel brons gemaakt. Dat kan betekenen dat het geslacht Wichman actief was in de fabricage van brons en/of bronzen producten.
Steenbouw begint feitelijk al rond 650nC met de bouw van huizen met zandsteen. Vooral in Oost Nederland, waar veel zand beschikbaar is en sterke grond om de steenhuizen te dragen. (> Steenbouw) Aangezien op de Appelburg alleen houtbouw is getraceerd, dateert de burg mogelijk al van vůůr 650nC. De Appelburg kan dus dateren van ergens rond 425nC, halfweg 200-650nC.
¶ Een walburg is identiek aan een zgn motte. Een motte is het prototype van de latere kastelen. Ze dateren al uit 100nC en komen in heel NW Europa voor. (> Motte) De Appelburg kan dus al dateren uit ergens halfweg 100-950nC. Ofwel rond 525nC.
¶ De datering van de Appelburg rond 525nC lijkt niet zo vreemd. In de periode 450-550nC migreert ongeveer de helft van alle Angelen in Angelland naar Brittannia. Angelland is daardoor ernstig verzwakt en wordt sindsdien ernstig bedreigd door Denen, Franken en Saxen. (> P58, Pax Anglorum) De achtergebleven Angelen doen dus alles om hun positie te versterken.
** Steenkamers, Motte, Vestingen, Coevorden (kasteel)
# FRI, DAB, KBG

Appingedam:
Bron CVF schrijft:

1547-1587 In Appingedam vinden processen plaats: tien zogenaamde tovenaressen worden in de jaren 1547, 1557 en 1587 verbrand. Appingedam blijft nog lang de naam 'heksennest' houden.
** Heksen

Arac:
Anglisch arac betekent:
- anijsdrank: (# medicijn) gemaakt uit de zaden van de anijsplant; gebruikt tegen hoest, buikpijn en winderigheid
- brandewijn: oeroude drank gestookt uit wijn om verzuring te voorkomen
** Anijs, Archem

ARBA: Anglisch Regulier Beroepsleger in Angelland
Op grond van diverse historische gegevens mag worden geconcludeerd dat Angelland een zeer felxibel opgebouwd leger heeft, dat primair bestaat uit een centraal beroepsleger. (> Hundreds, Offa van Angeln) Deze ARBA is de vaste Anglische legerkern van beroepssoldaten. Zij bestaat uit twee hoofdlegers:
- Cyneweard = Paleiswacht. Zij is gestationeerd op het terrein van het koninklijk paleis in de nabijheid van de Anglische koning. Haar taak is de koning te beschermen. Ze staat onder commando van de Koning van Angelland.
- Landweard = Landwacht. Zij is gestationeerd in de nabijheid van het koninklijk paleis. Haar taak is Angelland en haar belangen te beschermen. Ze staat onder commando van de Koning van Angelland.
-- Betaelges = Bataljons. De Landwacht bestaat uit een aantal bataljons, die steeds paraat moeten zijn om ergens ingezet te worden.


          

400nC: Hierboven: Prins Offa van Angeln (links) voor zijn vader Koning Wermund van Angeln op de troon en met de angolstaf in de hand. Rechts neemt ene Rigan zwaaiend afscheid. Uiterst rechts staat een bodyguard van de Paleiswacht. Hij draagt een helm en houdt een speer vast. Tafereel uit circa 400nC. (prent c 1200AD bron NHS/p44-45)
449nC: Vortigern is een warlord in Brittannia. In 449nC wordt zijn rijk aangevallen door Picten en Welshmen. Hij stuurt daarom gezanten naar Angeln. Bron ASC schrijft daarover bij Ao 449nC:

Hie [Vortigern] tha [Hengest en Horsa] sendon to Angle [Angelland], and heton him [Vortigern] sendan maram fultum; and heton him [Offa] secgan Bretweala nahtnesse and thaes landes kuste.
vertaald:
Hij [Vortigern] zendt hen [Hengest en Horsa] naar Angle [Angelland], en laat zeggen hem [Vortigern] meer troepen te zenden; en laat hem [Offa] zeggen dat Brittannia en haar kust in nood zit.
Kort daarna vertrekken Hengest en Horsa uit Angeln met een leger naar Brittannia om Vortigern te helpen. Mogelijk bestaat dat leger uit huurlingen, maar zeker is dat niet.
Uit deze tekst blijkt dus dat Angelland in 449nC:
- een staand leger heeft
- dat koning Offa van Angeln daarover de baas is
- dat het Anglisch leger ver buiten de eigen grenzen bekend is, zo niet gewaardeerd of gevreesd.

Weerplicht: =A werpliht [wearplait]. Alle volwassen vrije mannen in Angelland moeten ten alle tijde dienstplicht vervullen zodra dat nodig is. Dus bij oorlog of dreiging van oorlog. Deze weerplicht geldt voor alle volwassen vrije mannen, die samen circa 20% van de bevolking vormen. > Weerplicht
Hundreds: Een hundred is een Anglische legergroep van 100 weerplichtige mannen uit dezelfde regio. Elke gouw moet in geval van nood een of meer hundreds beschikbaar stellen, evenredig aan het aantal inwoners.
Veldlegers: =A feldarmeys. Bij veldtochten worden veldlegers gevormd. Een veldleger bestaat uit een bataljon (=A betaelge) van de Landwacht aangevuld met een hundred, die in elke gouw wordt vervangen door een regionale hundred.
** Leger, Hundreds, Weerplicht, Veldlegers, KOR, Offa van Angeln (Campagne)

Arbeid: > Werken

ArchaÔsme:
Uit het Doomsday Book blijkt o.a. dat in 1066 Engeland een archaÔsch land is. Ruim 95% van de bevolking leeft en werkt op het platteland en slechts 5% in de steden. Waarschijnlijk verschilt Engeland daarin niet veel van andere landen in Europa.
** Krakter, Beroepen, Landbouw, Beverjacht, Pax Anglorum, PgBrit/Doomsday Book

Archem:
Anno 947nC vermeld als Arachem. (#CAV/p92) Oude buurschap in Ommen, gelegen aan de benedenloop van de Regge. De regio is nogal heuvelig en ligt tamelijk hoog. Ze wordt rond 250vC bevolkt door Angelen uit Zuid Drente. De naam Archem kan derhalve zijn afgeleid van Anglisch arac + ham (huis, oord).
¶ Anglisch arac betekent:
- anijsdrank (# medicijn) gemaakt uit de zaden van de anijsplant
- brandewijn; oeroude drank gestookt uit wijn om verzuring te voorkomen
¶ De anijsplant komt veel voor in Angelland. Haar medicinale werking is al ver in de oudheid bekend. Uit de zaden wordt anijsolie geperst. Anijsolie wordt gebruikt in likeuren, brood, banket, hoestdrank en parfum. > Arac
¶ Aangezien nabijgelegen Ommen al in het verre verleden bekend is om z'n zute broodjes gemaakt met anijszaden, lijkt het mogelijk dat Archem de producent was van anijszaad. Ipso facto lijkt de naam Archem afgeleid van Anglisch arac (anijsdrank) + ham (huis, oord). Archem betekent dan: het huis (oord) waar arac (anijsdrank) wordt gemaakt.
¶ Op kaart HTN/47 (1773) is goed te zien dat de Regge pal onder huis Eerde enige grote en scherpe bochten maakt. Aldaar ligt aan de zuidoever Huis Archem.
Huis Archem is een havezathe tussen de Beneden Regge en de Beukenallee in Archem. Deze weg kruist de Marsweg. Het huis werd in de 19-20e eeuw bewoond door het geslacht Van Wijck.
¶ Huis Archem is rond 1650 een bescheiden landhuis. In 1925 wordt ze fraai herbouwd. Mogelijk bestaat ze al sinds 1400 of zelfs eerder. Landhuizen plegen in oude tijden zeker enige eeuwen mee te gaan. Vaak werden ze gebouwd op plekken waar al veel eerder een huis stond.
¶ Anno 2011 telt Archem circa 90 inwoners. Gezien de historische demografische groeifactor van 1.24 (> HDG) kan Archem rond het jaar 11nC zijn bevolkt door een echtpaar uit een nabijgelegen gebied. In die tijd wonen er nog lang geen Saxen of Friezen in de regio. Daarentegen wel Angelen. In deze optiek is het opmerkelijk dat een aantal woningen in de regio anno 2011 duidelijke kenmerken toont van historische Anglische architectuur. (> AAA) Mogelijk is dit verklaarbaar op grond van het zgn patrilocalisme. > Patrilocalisme
¶ Gezien het voorgaande lijkt het mogelijk dat Archem is genoemd naar het oorspronkelijk huis dat daar ooit stond.
¶ Voornoemde optie lijkt erg aannemelijk. Op kaart HTN/47 is 't Huys (Archem) aangegeven op circa 350 meter van een grote dode bocht in de Regge. De overige huizen van Archem liggen veel verder van de Regge. 'T Huys onderscheidt zich dus inderdaad van de andere huizen daaromtrent, doordat ze in ruime mate het dichts bij de (dode) bocht in de Regge ligt.
** ASA, Lemelerberg
# FRI, DAB, KBG

Archemerberg:
Uitgestrekt natuurgebied bij Archem in Ommen. Gelegen op circa 76 meter boven NAP. Veel heide en bomen en een grote zandvlakte, ontstaan door ongecontroleerd kappen van hout en afgraven van veen.
¶ Op de top van de Archemerberg staat een grote steen met inscriptie met daarop nagenoeg volledig onleesbare tekst. Mogelijk gaat het om een oeroude Anglische ael = altaar, tempel, offerplaats. Dergelijke locaties lagen normaliter op heuveltoppen. > Ael
# FRI, DAB, KBG

Archeologie: (ARC:)
Betreft artefacten mbt Angelen. A* = mogelijk Anglisch.
¶ 9400vC Bewoning Maasvlakte/Rotterdam > Maasvlakte
¶ 6000vC Pesse/Drente: oudste boot NW Europa > Schepen
¶ 2700vC Enkelgraf in Twello > Twello
¶ 2500vC Weerdinge/Drente: wagenwiel (eikenhout)
¶ 1000vC Amrum/Sleswig: wetsteen > Wetsteen, Zonnering
¶ 550vC Holsloot/Coevorden: urnenveld met kringsloot > Holsloot
¶ 500vC Wolfersveen/Zelhem: urnenveld A* > Urnenvelden
¶ 500vC Weerselo/Twente: speerpunt > Yzer
¶ 500vC Hengelo/Twente: armband > Yzer
¶ 400vC Gerner/Dalfsen: resten oude boerderijen etc > Engeland/Dalfsen
¶ 400vC Hoolingerveld/Holsloot: resten bewoning + akkers > Hoolingerveld
¶ 370vC Borchert/Denekamp: raatakkers > Denekamp
¶ 350vC Valtherbrug/Drente: veenbrug > Veenbruggen
¶ 300vC Hijken/MiddenDrente: oude hoeve > Hijken
¶ 100vC Garmerwolde/Gro: aardewerk, speelgoed, etc > Garmerwolde
¶ 100vC Sneek: armband van verguld brons > Sneek
¶ 100vC Haarlem: grafresten A* > Haarlem
¶ 050vC Diepholz/NederSaxen: goudschat > Diepholz
¶ 0nC++ Terpenregio Noord Nederland: schaatsen, dobbelstenen, etc > Vermaak
¶ 025nC Denekamp: boerderijen, waterputten, huisraad, aardewerk, etc > Denekamp
¶ 075nC Didam: Anglische nederzetting: komhutten, spiekers, etc > Didam
¶ 125nC Groningen: Wodanmunt > Geldstelsel
¶ 200nC schoen van Wyster > Wyster
¶ 200nC Westerveld/Drente: deksel wierookvatje > Westerveld, Wierook
¶ 200nC Didam, NieuwWehl, Baard: dobbelstenen > Dobbelen
¶ 235nC Harzhorn/Oldenrode/DL: wapens, etc > Oldenrode
¶ 250nC platte steen mbt godin Hludana in Beetgum/Frl > Hludana
¶ 300nC Didam+Wehl: waterputten (ZA)
¶ 300nC Colmschate/Deventer: Romeinse wapens etc > Colmschate
¶ 300nC Colmschate/Deventer: ijzerovens > Colmschate, Yzer
¶ 300-600nC Uit opgravingen in heel Nederland blijkt dat de Donkere Middeleeuwen tamelijk rijk en welvarend zijn. In graven en op offerplaatsen zijn o.a. gevonden:
- gouden halsringen, gespen en mantelspelden ingelegd met edelstenen
- rijk versierd glaswerk in alle kleuren groen van blauwgroen tot gelig
- huisraad, speelgoed, munten en wapens
> Donkere Middeleeuwen
¶ 360nC Anglisch aardewerk in Voorburg/DenHaag > Crematie
¶ 400nC Thorsberg+Nydam/Angeln: wapens, battledress, ornamenten, leren kleding, gereedschap, schepen, etc. > Thorsberg
¶ 400nC Borgstedterfeld/Angeln:
-- urnenveld > Thanatologie
-- ovale broches, sterk lijkend op broches uit graven in Engeland
¶ 400nC Wirdum/Groningen: beeldje Minerva (Romeinse godin van de wijsheid) + scherven van terra sigialata (Romeins aardewerk) + twee bronzen beeldjes van Mercurius (Romeinse god van handel) > Wirdum
¶ 400nC Noord Nederland: twee Byzantijnse munten van goud > Munten
¶ 400nC Olst: vier gouden halskettings > Fortmond
¶ 411nC Echt/Maas: gouden munten, een gouden ring, een zilverbaar en kapot gehakt vaatwerk van zilver > Echt
¶ 430nC Beilen: gouden munten en halsringen > Beilen, Drente
¶ 450nC Zweeloo/Drente: sieraden, kleding, paarden > Prinses van Zweeloo
¶ 450nC Heimenberg/Grebbeberg: massief gouden halsringen > Heimenberg
¶ 450-550nC Uit deze periode komen nauwelijks archeologische vondsten. Alles wijst op massamigratie door de Grote Natheid in deze periode. > P36
¶ 500nC Westeremden/N.Groningen: weefkam > Weefkunst
¶ 500nC Lievelde/Achterhoek: grafvelden
¶ 550nC N.Engeland: graven van Angelen > Thanatologie
¶ 550nC Drente: 47 gouden munten w.o. 1 Byzantynse > Munten
¶ 550nC Deventer: resten gouden kolbenarmring > Deventer
¶ 550nC Aalten: resten van huizen en grafveld van Angelen > Aalten
¶ 625nC Ezinge/Groningen: gouden zwaardknop > Ezinge
¶ 625nC Sutton Hoo (Suffolk, East Anglia: graf koning Redwald (gb 565nC) > Suffolk
¶ 640nC Rijnsburg/ZH: Anglische gesp gemaakt rond 640nC
¶ 650nC Oegstgeest/ZH: zilveren schaal > Oegstgeest
¶ 650nC Staffordshire: gouden munten, sieraden en wapendecoraties > Staffordshire
¶ 650nC Wynaldum/Harlingen: mantelspeld: goud + edelstenen > Wynaldum
¶ 750nC Aalsum/Groningen: urn, creamtieresten, dobbelsteen, etc > Aalsum
¶ 775nC Kootwijk: waterputten, grote hoeven, ploegschaar, etc > Kootwijk
¶ 950nC Appel/Nijkerk: burgt, put, komhut, smederij, bronsgieter, etc > Appel
¶ 1000n Meynerswijk/Arnhem: restant houten boot > Meynerswijk
¶ 1297n Vronen/N.Holland: mensenresten > Vronen
Hout: Houten voorwerpen en gebruikgoederen worden in het verre verleden normaliter verbrand als ze oud en nutteloos waren. In natte grond (veen en klei) blijft hout echter goed geconserveerd. In zandgrond niet. (# Archeologisch Depot Zuid-Holland, De Telegraaf 8.1.2013)
** SEBA, ARG, Waterputten
# ASW, STC, spiritus-temporis.com 31.5.09, DAB

Archeologische vondsten: > Archeologie, vindplaats, annex

Architectuur: (ART:)
()A arce (boog), bow (bouw, gebouw), buan (=A bowan), bowan (bouwen, wonen), bowand (bouwer, bewoner), bowcunst (bouwkunst, bouwkunde), bowhere (bouwheer = opdrachtgever voor de bouw), bowinge (bouwgrond, bouwsel), bowland (bouwland), bowmaester (bouwmeester, architect), earc (=A arce), gatu (poort), heall (hal, zaal, huis, landhuis, landgoed, paleis), hus (huis), peand (pand), wiket (poortje, opening)
** AAA, Panden, Wonen, Waterwerken, Vestingen, Burchten

Arend:
Anglisch aran (earn, eagle) = arend, adelaar
Roofvogel, ondersoort van de Valken. Vaak ook adelaar genoemd. Oeroud symbool van macht, gerechtigheid en wedergeboorte. Komt in vele culturen voor. O.a. in het oude Egypte, de SoemeriŽrs en de Indianen in Amerika. De arend wordt vaak geassocieerde met de zon en geldt verder als symbool voor de oppergod. O.a. Jupiter, Zeus en Ahoera Mazda. Later ook symbool van staatsmacht. Bij de oudste Angelen is de witte arend het symbool van de tribale eenheid en trots. (> Arwin van Angeln) In Engeland komt de arend weinig voor als heraldisch symbool. Alleen bij enkele oude geslachten. O.a. Lichtfield en Berkeley. Vaak een arend in goud, links gekeerd, op een groen veld met een touwknoop onder de poten. Dit zijn geslachten die vrijwel zeker afstammen van de oudste Anglische koningen.
** Adelaar, Valk, Arwin, Aeglesthrep, Herladiek, Koninkrijk (Wapen)

Arianisme: (c 280nC++; ARI:)
Christelijke leer afkomstig van Arius (250-336nC) te Constantinopel, enige tijd diaken en priester in AlexandriŽ. Hij verkondigt de leer dat God de Oerbron is van alles en dat derhalve Jezus en de Heilige Geest ondergeschikt zijn aan Hem. Deze leer wordt in 381nC door het Vaticaan verworpen. Het Arianisme blijft echter nadien langdurig en krachtig bestaan onder de Germaanse volken, die daarin sterk hun eigenheid beleven. De configuratie 1-2 van symbolen op munten en heraldische wapens van Angelen is mogelijk een expressie van deze zgn triniteitsleer.
360nC: De Gotische leider Fritigern (c 330-390) bekeert zich rond 360nC tot het Arianisme tijdens de regering van de Romeinse keizer Valens (328-378), een aanhanger van het Arianisme. Hierdoor bekeren nagenoeg alle Germaanse stammen zich ook tot het Arianisme.
400nC: In Noord Nederland zijn twee Byzantijnse munten van goud gevonden uit circa 400nC. Eťn munt zit gesoldeerd op een gouden ring. Dit wijst op contacten met Constantinopel, dat tot 330nC Byzantium heet. Mogelijk zijn de Angelen in noordoost Nederland daardoor al vroeg in contact gekomen met het christendom en het Arianisme. > Constantinopel

              

Hierboven: Aquarel van ribbelurnen gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. Vijf handgemaakte ribbelurnen in continentaal Anglische stijl rond 300-600nC. De urn met voet rechts heeft drie stippen 1-2 gepaaltst. Dit is het symbool van het Arianisme dat gelooft in God als Oerbron waaruit Jezus en de Heilige Geest zijn voortgekomen. De eerste Christenen onder de Angelen zijn van oorsprong aanhangers van het Arianisme. (@ aquarel © BCK/TiedLight)
** Fritigern, Constantinopel, Wulfila, Kerk, H12E, H12K, Aryanisme, Urnencultuur, Nuchterheid

Arlo: > Aarlo, Ten Arlo
Armenzorg: > Armoede, Kerken

Armhoede:
Gehucht bij Lochem. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. Atlas HTN (1783) noemt de locatie Armoe. De naam Armhoede lijkt echter afgeleid van Anglisch earm (zn arm) + hoda (schuilplaats, gehucht). Inspectie ter plekke leert dat het gebied iets hoger ligt dan de aangrenzende gebieden en duidelijk een wijde glooiende ronde bolling toont. Ideale stek dus om hoog en droog te wonen. In Anglisch heet dat een hod (hoogte).
Earm (arm) in de naam Armhoede lijkt betrekking te hebben op een zij-arm van rivier de Berkel die langs Lochem stroomt. De naam Armhoede lijkt derhalve te betekenen gehucht aan de zijarm (van de Berkel).
** Dollenhoed

Armoede:
()A arm (=A aerm), aerm (arm, armoedig), aerman (een arme, ongelukkige), aermhus (armenhuis), aermod (armoede, karigheid), aermodig (armoedig, karig), aermodighad (armoedigheid), aermsarg (armenzorg), baela (bedelaar), baelan (bedelen), baelsacc (bedelzak), bidbrot (bedelaar), biddan (bidden, vragen), biddere (bedelaar), birman (bedelaar), birmodig (armoedig, meewarig, meelijwekkend), birra (vraag, verzoek), birrian (bedelen, vragen, verzoeken), birsac (bedelzak), birwif (bedelvrouw), bleat (bn blut, arm, ellendig), byrman (bedelaar), byrran (vragen, bedelen, bidden), crancnis (ziekte, zwakte, armoede, onmacht), crem (=A crim), crim (klein, arm), crum (=A crim), earm (arm, armoedig), earmhus (armenhuis), earmlic (armelijk, ellendig), earmod (armoede, karigheid), earmodig (armoedig, karig), earmodighad (armoedigheid), earmsarg (armenzorg), grim (grim, grouw, wreed), povre (pover, arm, armoedig), scammel (schamel, arm, behoeftig), scammelhus (armenhuis), traewan (bedelen, zwerven), traewant (bedelaar, zwerver)
1000vC++: Het MazdeÔsme in PerziŽ predikt zoeken naar waarheid, rechtvaadigheid, barmhartigheid en goede zorg voor armen en vee. De Anglische cultuur heeft verre wortels in de cultuur van Noord PerziŽ. Vooralsnog is echter niet duidelijk in hoeverre armenzorg betekenis heeft in de Anglische cultuur. > Deugden
300vC++: Een oude Anglische spreuk zegt:

Wha of aermod and ansumnis danseth, spreangeth nat haigh.
ofwel:
Wie van armoede en eenzaamheid danst, springt niet hoog.
¶ 200vC++: NO Nederland is eeuwenlang een gebied met grote moerasvelden afgewisseld door heidevelden, plassen en zandhoogten met wat bomen waar mensen wonen en werken. Een arm bestaan. Ze houden kippen en geiten en verzorgen een moestuin met groenten en andere planten om zich in leven te houden. De geit is voor hen wat de koe is voor rijke boeren.
300-600nC: Uit opgravingen in heel Nederland blijkt dat de Donkere Middeleeuwen tamelijk rijk en welvarend zijn. (#DeTelegraaf 2.5.2014) > Donkere Middeleeuwen
965nC: In 965nC brengt Ibrahim Al Tartushi een bezoek aan Haithabu. Hij schrijft dat de stad bekend is van Ysland tot Bagdad. Ibrahim is een Joodse Arabier uit Cordoba in Spanje. Bron WKP (25.11.07) citeert hem:
Haithabu is een zeer grote stad aan het uiterste eind van de wereld oceaan... De stad is arm in goederen en rijken.
1500nC++: Bron ZWH/p34 schrijft:
Na circa 1500 hadden de gegoede grondbezitters, de markegenoten, op het platteland de touwtjes in de handen, zoals dat in de steden het geval was met de rijke kooplui. Zij benoemde een schoolmeester, want hun kinderen moesten onderwijs hebben, en zij benoemden een koster, want de kapel was eigendom van de markegenoten (van wie een aantal weliswaar rooms was). ... Ook de armenzorg namen de markegenoten voor hun rekening - en zo zijn tot diep in de 19e eeuw marke en naoberschap in elkaar verweven.
1650++: Circa 15% van de bevolking van Amsterdam en Delft leeft onder de armoedegrens. Deze steden kennen echter een vrij goede zorg voor hun armen. Ieder die zich meldt bij het armenhuis wordt goed benaderd. Hun gegevens worden goed geregistreerd en gecheked met o.a. de gegevens van het stadhuis. Daarna beoordeelt een vaste commissie de situatie van de hulpvrager en bepaalt dan wat die toekomt. Als de hulp is toegewezen, dan moet de aanvrager iedere woensdag en zaterdag naar het armenhuis de hulp ophalen. Die bestaat veelal uit 1 armenbrood en een geldbedrag. Het armenbrood is een recht gebakken tarwebrood met speciaal ingebakken stempel, waardoor het brood is te herkennen als armenbrood en niet kan worden doorverkocht. De hele armenzorg wordt georganiseerd en betaald door de stad en de kerken. (#RTNtv 29.1.2013)
2013 Amazone/Peru: "We passeren houten huisjes waar de rivierbewoners leven, midden in de jungle. Het water van de rivier, waar wij doodziek van zouden worden, zelfs als we erin zouden zwemmen, kunnen zij probleemloos drinken. Kinderen in versleten kleertjes zwaaien lachend naar ons vanaf de kant. ... We kanoŽn met de vriendelijke rivierbewoners, die we niet verstaan - zij ons ook niet - maar hun lachtende gezichten staan in ons geheugen gegrift." (# De Telegraaf 28.9.2013 Isabel Michelotti)
** Landlopers, Geluk, Happiness

Arnhem::
Hoofdstad van provincie Gelderland. Anno 2010 circa 150.000 inwoners.
700-12vC: (Yzertijd) Op diverse plekken in het centrum van Arnhem is bewoning. #OBA/p14
Sonsbeek: De eerste bewoners van Arnhem settelen in de Yzertijd aan de oevers van de Sonsbeek. Aan of nabij deze beek zijn sporen van bewoning en begraafplaatsen gevonden. De Sonsbeek stroomt in 1983 ondergronds. #OBA/p3
500vC++: Arnhem staat onder invloed van de cultuur waaruit de noordelijke urnenvelden voortkomen. Dat geldt voor het hele gebied van Nederland boven de grote rivieren. (#OBA/p11) Sinds 500vC is dat vooral de Anglische cultuur. > Urnencultuur, Angelland
150vC: Angelen bereiken de Rijn > ASA
150vC: Oudste vermelding van Arnhem is Arneym en dateert van 893nC. De naam Arnhem wordt locaal uitsgeproken als Ernem. Dit lijkt te wijzen op Anglische herkomst, namelijk afgeleid van Anglisch earn (arend) en ham (hem, heem, oord). De Liemers en Zuid Veluwe worden circa 150vC bevolkt door Angelen uit de Achterhoek. Op grond van deze gegevens kan Arnhem van oorsprong dus zeer goed een Anglische nederzetting zijn.
893nC: Arnhem vermeld als Arneym. De nederzetting bestaat uit een kerk en enige boerenhoeven. #OBA/p15
Wapen: Op blauw een adelaar in zilver en met twee koppen, links en rechts gekeerd. Dit wapen geeft mogelijk aan dat Arnhem van oudsher de functie had van hofstad en hoofdstad van de wijde regio eromheen.
Van Arnhem: Er is een adellijke familie Van Arnhem, die al in 1177 worden genoemd en hoge posities bekleedt in de ambtenarij en aan het hof van de Gelderse hertogen.
Wapen: Op zilver een rode adelaar, eenkoppig. Met dit wapen zegelen leden van dit geslacht Van Arnhem de oorkonde waarin Arnhem stadsrechten krijgt in 1233.
** Angelstein, ASA, Angelnees, Meynerswijk
# WKP 30.5.10, OBA, DAB, KBG

Aros:
Anglische stam, rond 700nC wonend in Aroseatna (in NW Mercia), een gebied ter grootte van 600 hides = 300 Km2. Mogelijk zijn ze afkomstig uit Ter Aar in Zuid Holland en zijn ze gemigreerd naar Brittannia in de periode 450-550nC toen circa 4 miljoen Angelen daarheen migreerden wegens de langdurige grote natheid in de periode 300-550nC.
** M35, Migratienamen

ArriŽn:
Gehucht bij Ommen. Anno 1381 Eryen genoemd. #CAV/p117

Artiesten:
()A pots (poets, klucht, grap), potsemakere (potsenmaker; # rondreizende grappenmaker), potsere (grappenmaker, grapjas), potsig (grappig)
** Theater, Troubadours, Minstrelen

Arto Anglisch: (2000-heden)
Kunstmatig gecreŽerd Anglisch/Anglish vanuit het Engels. Alle Engelse woorden van niet-germaanse herkomst zijn of worden vervangen door Germaanse woorden. Waar Germaanse woorden ontbreken, worden zelf Oud Germaans lijkende woorden gebruikt, samengesteld uit andere Germaanse woorden of zelf bedachte woorden, die Oud Germaans aandoen.
# DVB, KBG

Artsen: > Geneeskunde

ARV: Anglo-Romeinse Verhoudingen
135vC Onna: Gehucht bij Steenwijk. Hier zijn twee Romeinse denaries (munten) gevonden uit 135vC. Ze zijn geslagen in Rome. 1 munt draagt de kop van Saturnus. De andere munt draagt de kop van Roma, de beschermgodin van Rome. > Steenwijk
50vC: Julius Caesar is niet onder de indruk van het Germaanse geloof. Hij schijft circa 50vC dat ze nauwelijks goden kunnen noemen en schijbaar alleen Zon, Vuur en Maan kennen. Ook schrijft hij dat ze in bizonder Mercurius vereren, die ze beschouwen als gids op hun reizen en behalen van winst. (Commentarii de Bello Gallico: 6.21, 6.17) Mogelijk bedoelt hij de god Balder, die vaak wordt vergeleken met Mercurius. > Balder
12vC-400nC Romeinse Tijd > Romeinse Rijk
 

Grenzen Angelland: Sinds de vestiging van koning Ingwi in 665vC in Haithanu groeit Angeln uit tot Angelland volgens onderstaand schema:
665vC-500vC Angelland tot aan de Eider
500vC-300vC Angelland tot in Groningen
300vC-125vC Angelland tot in Gelderland
125vC-400nC Angelland tot aan de Rijn
400nC-800nC Angelland tot aan de Waal
800nC++: Pax Anglorum omvat NO Nederland: Groningen, Drente, Overijssel en Gelderland
** Angeln, Angologie, Pax Anglorum
 

Zuidgrens 150vC++: Op bovenstaande kaart is te zien dat Angelland rond 150vC zich uitstrekt tot aan de Rijn. De Romeinen hebben hun grenzen in de Nederlanden duidelijk afgebakend met grenspalen. Wijk Kranenburg in Utrecht grenst in die tijd direct aan het Romeinse Rijk en ligt daardoor nog net in Angelland. Aan de Koningsweg richting Gansstraat, vlakbij de spoorlijn, staat in genoemde wijk een replica van een oude Romeinse grenspaal. foto © TiedLight ®
 

De Limes: De Limes is een lange reeks forten en wachtposten langs de noordgrens van het Romeinse Rijk in RoemeniŽ, Duitsland, Nederland en Engeland, bedoeld om de grens durend te bewaken tegen invallen van Germanen in het noorden. In Nederland stonden 19 posten langs de Oude Rijn, de Kromme Rijn en de Neder-Rijn. T.w. in: Bijlandse Waard (Carvium), Loowaard in Duiven, Meinerswijk in Arnhem, Driel, Randwijk, Kesteren (Carvonne), Maurik (Mannaricum), Rijswijk (Levefanum), Vechten (Fectio), Utrecht (Traiectum), De Meern/Utrecht, Woerden (Laurium), Bodegraven, Zwammerdam (Nigrum Pullum), Alphen/Rijn (Albaniana), Roomburg/Leiden (Matilone), Marktveld/Valkenburg, Valkenburg (Praetorium Agrippinae), Katwijk (Brittenburg). De bouw van deze posten begon in 47nC. In 200, 240 en 258 werd de Limes op diverse plekken vernield en later herbouwd. In 274nC bezweek de Limes definitief.
> Romeinse Rijk, Transport
Duno Heveadorp: (50nC) De Duno is een oude schans op een stuwwal tussen Heveadorp en Doorwerth, uitlopend tot aan de Neder Rijn en grenzend aan de Limes. Ze fungeerde als wachtpost van de Angelen, die aldaar de Romeinen in de gaten hielden. Naar schatting is de schans gebouwd rond 50nC, vlak na de bouw van de Limes. De naam Duno is vrij zeker afgeleid van Anglisch dune = duin, heuvel. Kennelijk is dit de genoemde stuwwal. > Oosterbeek
Meynerswijk: (100nC) Rond dit jaar bouwen de Romeinen in Meynerswijk bij Arnhem een castra, ofwel een grenspost, onderdeel van de Limes, een serie van 19 grensposten langs de Rijn van Duiven tot Katwijk bij Leiden. > Meynerswijk
Kamp Ermelo: (170nC) Romeinen bouwen rond 170nC tijdelijk kamp bij Ermelo op de Veluwe. > Ermelo
Waddengebied: Rond 600vC ontstaat langs de hele kust van de Waddenzee een uitgestrekt kweldergebied, dat alleen bij stormvloed onder water loopt. Anglische boeren uit Sleswig in Noord Duitsland vestigen zich daar. Ze leven er op wierden, die ze zelf hebben gebouwd. Op de hoge delen van de kwelders verbouwen ze granen, oliehoudende zaden en duivebonen. Ook wordt handel gedreven met het Romeinse Rijk langs de zuidovers van de Rijn. > Waddengebied
Mercurius: In de tijd van de Romeinse Keizers is de verering van Mercurius wijd verbreid onder de Kelten en Germanen. Wodan werd bij de oude Germanen zelfs gezien als identiek aan Mercurius. Dat zo zijnde, kan men veronderstellen dat de Angelen in die tijd contacten hebben met de Romeinen.
- In Wirdum (Gro) zijn scherven gevonden van terra sigialata (Romeins aardewerk) en twee bronzen beeldjes van Mercurius, de Romeinse god van de handel. Wirdum is dus zeker al bewoond in de Romeinse tijd (12vC-450nC). De regio is rond 500vC bevolkt door Angelen uit Oldambt.
- In De Stokte bij Dalfsum Oost zijn in 1962 archeologische resten gevonden die duiden op bewoning. O.a. een beeld van Mercurius. Het beeld wordt getaxeerd op circa 350nC. De regio wordt al sinds 300vC bewoond door Angelen uit Noord Drente. > DeStokte
- Wodan's naam leeft voort in Woensdag, Anglisch: Wodenes-daeg. Deze dag heet bij de Romeinen 'dies mercurii', de dag van Mercurius, de god van de handel en winst. Dat Wodenes-daeg (marktdag!) en Dies Mercuri beide dezelfde weekdag voorstellen, wijst op overeenkomst tussen Wodan en Mercurius.
Thorsberg Angeln: In de Thorsberg Moor (moeras) in Angeln zijn oude kledingstukken gevonden. Daarnaast ook een oude Romeinse helm en andere deposieten vanaf de 2e eeuw nC. De deposieten worden vanaf 200nC steeds meer krijgskundig van aard. De vondst van de Romeinse helm toont aan dat rond 150nC de Angelen kennelijk al intensief contact hebben met de Romeinen en dat die contacten reiken tot in Angeln, het meest noordelijk deel van Angelland. > Thorsberg
timetable:
12vC-400nC: Romeinse Tijd
Romeinen bezetten:
- Continent NW Europa tot aan de Rijn
- Brittannia tot aan Schotland
9nC: Slag in Teutoburger Woud: Romeinen vernietigend verslagen. > Varus, Teutoburger Woud
10nC: In Zoutkamp (NW Groningen) een aantal Romeinse munten (denarii) van rond de jaartelling.
25-400nC: Romeinen controleren scheepvaart via de Rijn naar Brittannia vv.
40nC: In Zoutkamp (NW Groninen; 1991) 29 zilveren Romeinse munten, die aldaar rond 40nC zijn begraven.
47nC: Romeinen bouwen de Limes langs de Oude Rijn
50nC: Angelen bouwen de schans Duno bij Heveadorp/Arnhem
80nC: Angelen wonen tussen Elbe en Rijn (#Tacitus) > Angelen, Ingwi
Angelen en Romeinen zullen elkaar dus wel kennen.
De afstand tussen de Rijn en Haithabu (hoofstad Angelland) bedraagt circa 400 Km
- Te paard kan per dag een afstand van 80 Km worden afgelegd. (> Transport)
- Een reis van de Rijn naar Haithabu duurt dus circa 5 dagen.
- Anglische koning in Haithabu kent dus binnen een week situatie aan de Rijn.
100nC: In de Thorsberg Moor (moeras) in Angeln zijn oude kledingstukken gevonden. Daarnaast ook een oude Romeinse helm en andere deposieten vanaf de 2e eeuw nC. De deposieten worden vanaf 200nC steeds meer krijgskundig van aard. > Thorsberg
100nC++: groeiende contacten tussen Germanen [Angelen] en Romeinen (SDV p281)
125nC: Angili (Angelen) wonen tot aan de Rijn (Ptolemaeus) > Mega Angle
150nC: Saxen wonen aan de (oostkant van) de Elbe (Ptolemaeus; FFS)
150nC: 1e Angel-Saxisch Verbond (Lunenburg) > Angel-Saxen
Verbond van 150nC met de Saxen mogelijk gesloten om:
- aan de oostgrens geen last te hebben van de Saxen
- sterk te staan tegenover de Romeinen
150-300nC++: meer Germaanse [Anglische] huurlingen in Romeinse legers (SDV p282)
170nC++ Romeinen bouwen rond 170nC tijdelijk kamp bij Ermelo op de Veluwe.
200-274nC: Angelen verwoesten de posten van de Limes.
230nC: Romeinen willen macht uitbreiden in NW Duitsland, waar Angelen wonen.
235nC: Slag bij Harzhorn tussen Angelen en Romeinen > Oldenrode
250nC++: In Ede (Veldhuizen en Bennekom) zijn gevonden uit de Romeinse Tijd:
- potscherven van inheems en Romeins aardewerk
- een bronzen beeld van de Romeinse godin Fortuna
Dit duidt op handel met de Romeinen. #ODE/p76-77
300nC: Anglische soldaten uit Colmschate in dienst van de Romeinen > Colmschate
350nC: In Kopstukken (ZO Groningen) zijn gevonden 46 koperen Romeinse munten uit circa 350nC.
400nC: Beeldje Minerva (Romeinse godin van de wijsheid) + scherven van terra sigialata (Romeins aardewerk) + twee bronzen beeldjes van Mercurius (Romeinse god van handel) in Wirdum/Groningen > Wirdum
405nC: Offa van Angeln (380-456nC) verslaat Saxen in Lunenburg.
430++: Migratie van Angelen naar Brittannia
440nC: Romeinen vertrekken uit NW Europa; o.a. Engeland en Nederland.
Haithabu weet dus binnen een week dat de Romeinen terugtrekken
446nC: Vortigern in Brittannia vraagt Angeln extra steun tegen de Picten
Als in 446 Vortigern extra hulp vraagt aan koning Offa van Angeln, dan:
- heeft Vortigern kennelijk al weet van de militaire kracht van Angelland
- en bevinden zich al Anglische militairen in Brittannia
- en bevinden zich mogelijk al vele andere Angelen in Brittannia
- en hebben de Angelen in Brittannia kennelijk al een sterke positie
449nC: Angelen migreren naar Brittannia > G449
468nC: Anglische vloot van 400 schepen van Haithabu naar Rijnmond > Radiger
Ondanks migratie van Angelen naar Brittannia is Angelland kennelijk nog machtig.
500nC: Anglische nederzetting in Breckles/Norfolk/UK > Burchten

Conclusies:
De Romeinen veroveren Brittannia tot aan Schotland. Op de grens bouwen ze de beroemde Hadrian Wall. In Nederland en NW Duitsland stop hun expansie rond 47nC aan de Rijn. Ze bouwen dan de Limes, kennelijk om de Angelen in de gaten te houden en aanvallen van hen te weren. De Angelen houden kennelijk ook de Romeinen goed in de gaten. De Romeinse posten worden ook vaak verwoest. In 235nC pogen de Romeinen desondanks door te dringen tot in NW Duitsland. Bij Harzhorn in Oldenrode raken ze slaags met de Angelen aldaar. Hoe die slag afloopt, wordt nog uitgezocht door archeologen en historici. Feit echter is dat de Romeinen Noord Nederland en Noord Duitsland nimmer durend hebben bezet. We mogen derhalve vooralsnog aannemen dat de Romeinen in Harzhorn zijn verslagen door de Angelen en daarna terugtrekken naar het zuiden.
¶ Noord Nederland en NW Duitsland bestaan in de Romeinse Tijd voor een groot deel uit moerassen, heidevelden en zandgronden. De geologie van het gebied is dus niet dusdanig dat de Romeinen dit gebied (Angelland) duurzaam kunnen bezetten. We mogen derhalve concluderen dat de macht van de Angelen kennelijk dusdanig groot is in die tijd, dat de Romeinen geen kans zien om Angelland te veroveren.
** Anglische macht, Moerasvolk

 
 

Arwin van Angeln: (c 225-165vC) (AWA:)
Legendarische koningszoon van Angeln die met twee kameraden vlucht voor aanvallen van Denen in Oost Angeln. Arwin klimt op een gegeven moment in een boom om goed te kunnen zien waar de Denen zitten. Plotseling wordt hij aangevallen door een grote witte adelaar. Als Arwin verder klimt, ziet hij een nest met drie jonge kuikens. Hij begrijpt meteen dat hij wordt aangevallen omdat de
 
adelaar haar jonkies wil verdedigen. Dan gaat er een licht in hem op. Hij beseft dat hij niet moet vluchten voor de Denen, maar terug moet keren om zijn land te verdedigen. Zijn twee kameraden denken daar echter anders over en vluchten verder. Arwin keert terug en is zo gemotiveerd dat hij met zijn landgenoten de Denen weet te verjagen. Gezien de historische feiten en thesen mbt Angeln kan e.e.a. zijn geschied rond 200vC.
¶ Arwin wordt rond 200vC koning van Angeln. Zijn rijk strekt zich tijdens zijn regering verder uit tot aan de Rijn, de bovenloop van de Elbe en de Saale in Thuringen. Dit Angelland blijft zo bestaan tot circa 800nC.
¶ Rechtsboven: Wapen van het Anglisch Koningshuis: Op groen een adelaar in zilver, links gekeerd. Dit wapen is geÔnspireerd door de legende van Arwin van Angeln. Het wapen is nog terug te vinden bij geslachten in Engeland die afstammen van de oude Anglische koningen.
** Adelaar, Koninkrijk, Angelland, Leger
# FRI, DAB, KBG

 
Aryanisme: (ARY:)
Volgens het boek Getica van Jordanes (ovl 552nC) zijn de Goten aanhangers van het Aryanisme. Derhalve mogelijk ook de Angelen, die immers voortkomen uit de Goten.
De oude Arische cultuur lijkt zich basaal te kenmerken door polytheÔsme, filosofie, wetenschap, liberalisme, democratie, tolerantie, rechtvaardigheid, eerlijkheid en gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Crematie van doden was een algemeen gebruik. Deze cultuurwaarden hangen sterk met elkaar samen. PolytheÔsme, filosofie, wetenschap en gelijkwaardigheid kunnen immers alleen wezenlijk goed existeren in een liberale, democratische, rechtvaardige, eerlijke en tolerante cultuur. Alleen autoritaire culturen gaan uit van ťťn centrale macht, die al het andere domineert en in de praktijk meestal elimineert. E.e.a. verklaart tevens waarom de culturen die in latere eeuwen voortkomen uit het oude Aryanisme zich zo grootschalig en breed hebben ontwikkeld en voor veel vooruitgang en stabliteit hebben gezorgd. Zoals het HinduÔsme en Hellenisme.
** Arianisme, PgGen/Aryanisme

ASA: Angelsites in Angelland
Locaties waar Angelen wonen.
- migratiewaarden > Migratiewaarden, Dunninghe
- GEAR = gemiddelde expansie Anglisch Rijk per jaar (600-100vC) = 1 Km/jr > Expansie
Op grond van de relevante feiten en thesen is onderstaand tabel opgesteld.
jaartal--- = vestiging
jaartal()   = oudst bekende vermelding/sporen in settelgebied; N=naam; S=sporen
# = (mogelijk) herkomstgebied
ZGA = zuidgrens Angelland
Tussen de jaartallen in onderstaand tabel zijn ter orientatie andere relevant historische data geplaatst.

- Tabel Onderstaand tabel toont per regio/tijdvak de verhoudingen A:S:O = Angelen : Saxen : OverigeBevolking (Chauken, Franken, Friezen, etc) in Angelland. * = schatting

regio
nw duitsland
no nederland   
nw nederland
zw nederland
zo nederland
vlaanderen
600vC 
5:0:1 
0:0:1
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
250vC 
5:0:1 
2:0:1
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
100nC 
5:0:1 
5:0:1
2:0:1*
1:0:1*
0:0:1*
0:0:1*
400nC 
5:0:1 
5:0:1
3:0:1*
3:0:1*
3:0:1*
3:0:1*
1000nC 
2:3:1* 
3:1:1
2:1:1*
2:1:1*
2:1:1*
2:0:2*
1500nC 
2:3:1* 
3:1:1
2:1:1*
2:1:1*
2:1:1*
2:0:2*
2000nC
2:3:1*
3:1:1
2:1:1*
2:1:1*
2:1:1*
2:0:2*
 
- Zuidgrenzen:
600vC------ ZGA = Eider
550vC------ ZGA = Beneden Elbe
525vC------ ZGA = Weser > Oost Angle
500vC------ ZGA = Eems
350vC------ ZGA = Hunze
300vC------ ZGA = Vecht
250vC------ ZGA = Dinkel + Regge
225vC------ ZGA = Berkel
200vC------ ZGA = Slinge
150vC------ ZGA = Rijn + Saale/Thuringen > Mega Angle
100vC------ ZGA = Bohemen > Bohemen, Marcomanen
125nC------ Angelen wonen tussen Elbe en Rijn > Mega Angle
405nC------ ZGA = Waal > Offaland

- Regio's:
665vC-489nC Koninkrijk Angle > Koninkrijk

665vC++---- Angeln: (#Zuid-Zweden)
665vC------ Haithabu/Angeln (S 1000nC) > Haithabu
600vC------ Thorsberg/Angeln (S 225nC) > Thorsberg
600vC------ Losthrop/Angeln

600vC------ Sleswig: (# Angeln) > Sleeswijk

600vC------ Waddengebied: (ZA)

575vC------ Holstein: (# Sleswig)
575vC------ Albinga (ZA)
575vC------ Bardowich/Hamburg > Bardowich

575vC------ Oldenburg: (# Holstein) > Oldenburg

550vC------ Lunenburg: (N 100nC; # Oldenburg) > Lunenburg
550vC------ KranenburgStade/Lunenburg > Kranenburg Stade

500vC------ Eibergen/Achterhoek? > Bekervolk

500vC------ Eemsland: (# Lunenburg) > Eemsland
500vC------ Wange (ZA)
500vC------ Asterga (ZA)
500vC------ Engerhave/Meerland (ZA)
500vC------ Angelsborg (ZA)
500vC------ Angelsvel (ZA)
500vC------ Angstege (ZA)
500vC------ Ihlow (ZA)
500vC------ Borkum (ZA)
500vC------ Baltrum/Borkum (ZA)

500vC------ Reiderland:/Groningen (# Eemsland) > Reiderland
500vC------ Thorsham > Reiderland
500vC------ Tysweer > Reiderland

500vC------ Oldambt:/Groningen (S 1327nC; # Reiderland) > Oldambt
500vC------ Reiderwoldt (ZA)
500vC------ Astnem(Oostum) > Oostum
500vC------ Fynserwald (N 1319; =Finsterwold) > Fynserwald
500vC------ Winschoten (ZA)
500vC------ Billinge (ZA)

500vC------ Fivelingo:/Groningen (S 405nC; # Oldambt) > Fivelingo
500vC------ Hevekes/Delfzijl (ZA)
500vC------ Losdorp (ZA)
500vC------ Bierum (ZA)
500vC------ Spijk (ZA)
500vC------ Zeerijp (ZA)
500vC------ Stork (ZA)
500vC------ Loppersum (ZA)
500vC------ Angelslengi/Loppersum (ZA)
500vC------ Honderd/Loppersum (ZA)
500vC------ Merum/Loppersum > Myrgum
500vC------ Wirdum (ZA)
500vC------ Garrelsweer (ZA)
500vC------ Garmerwolde (ZA)
500vC------ Ingaldinghem (ZA)
500vC------ Padinghem (ZA)
500vC------ Warffum (ZA)
500vC------ Breede/Warffum > Bredeburg
500vC------ Ezinge/Winsum (ZA)
500vC------ Ripon (ZA)
500vC------ Rodewolt/Bedum (ZA)
500vC------ Billingeweer/Winsum (ZA)
450vC------ Oostum(Atnem)/Winsum (N 1025nC)
450vC------ Bedum (ZA)
450vC------ Asterwalda/Gorecht (N 1249)
450vC------ Groningen/Stad (ZA)
450vC------ Siddeburen (ZA)
450vC------ Denemarken (ZA)
450vC------ Kolham (ZA)
450vC------ Scharmer (ZA)
450vC------ Harkstede (ZA)
450vC------ Selwerd/Groningen (ZA)
450vC------ Schierbeek/Hoogezand (ZA)
450vC------ Foxham/Hoogezand (ZA)
450vC------ Foxhol/Hoogezand (ZA)
450vC------ Engelbert (ZA)
450vC------ Kropswolde (ZA)

400vC------ Humsterland:/Groningen (# Fivelingo) > Humsterland
400vC------ Suxwort (# Losdorp) > Suxwort
400vC------ Selwerd/Suxwort > Sel
400vC------ Suttum/Aduard (ZA)
400vC------ Englum (S 450vC; # Suxwort) > Englum
400vC------ Engewerdt (N 1589; # Suxwort) > Engewerdt
400vC------ Aalsum (S 750nC; # Suxwort) > Aalsum
400vC------ Maarslag (ZA)
400vC------ Winsum (ZA)

350vC------ Groningen/Zuid: (# Oldambt)
350vC------ Oxwerd (ZA)
350vC------ Selwerd > Sel
350vC------ Heiligerlee (ZA)
350vC------ Sellingen > Sel
300vC------ Groningen/Stad
300vC------ Zuid-Laren (ZA)
300vC------ Pasop/Midwolde/Leek > Pasop

500vC------ Drente/Noord: (# ZuidGroningen)
500vC------ Knolle, De (ZA)
500vC------ Anloo (ZA)
500vC------ Roderwold (ZA)
500vC------ Noordse Veld (ZA)
500vC------ Negenbergen (ZA)
300vC------ Tynaarlo (ZA)
300vC------ Peelo (ZA)
300vC------ Pesse (ZA)
300vC------ Zandvoort/Gieten (ZA)
300vC------ Soarten > Angelse Landen
300vC------ Angelse Landen (ZA)
300vC------ Yde/Eelde (ZA)
300vC------ Foxwolde/Roden
300vC------ Roderwolde (ZA)
300vC------ Bunting (ZA)
300vC------ Grolloo (ZA)
300vC------ Taarlo (ZA)
300vC------ Assen > Aling
300vC------ Ankehaarveld/Peest (ZA)
300vC------ Bevertien/Deurze/Assen (ZA)
300vC------ Westerbork (ZA)
300vC------ Orvelte (ZA)
300vC------ Flintenweg/Orvelte > Borckerhof/Orvelte
300vC------ Borckerhof/Orvelte (ZA)
300vC------ Bruntinge/Orvelte (ZA)
300vC------ Bronneger/Borger > Bronc
300vC------ Aalden (ZA)
300vC------ Hijken (ZA)
300vC------ Kyllot/Smilde (ZA)
300vC------ DeKnolle/Fochteloo/Oosterwolde > Knolle
300vC------ Calthorne/Kalteren (ZA)
300vC------ Wyster (ZA)
300vC------ Westerveld/Beilen (ZA)
300vC------ Havelte (ZA)
300vC------ Uffelte (ZA)
300vC------ Eursinge/Pesse (ZA)

300vC------ Stellingwarf: (# NW Drente) (ZA)
300vC------ DeKnolle/Ooststellingwarf > Knolle
300vC------ Aekinga/Appelscha/Ooststellingwarf (ZA)
300vC------ Munnikeburen/Weststellingwarf (ZA)
300vC------ Scherpenzeel/Weststellingwarf (ZA)

300vC------ Drente/Zuid: (# NoordDrente)
300vC------ Zandpol/NieuwAmsterdam (ZA)
300vC------ Sleen (ZA)
300vC------ Angelsloo/Emmen (ZA)
300vC------ Barge/Emmen (# Bargen/Angeln)
300vC------ Zuidwolde (ZA)
300vC------ Nolde (ZA)
300vC------ Engelland/Dalfsen (ZA)
300vC------ DeStokte/Dalfsen > Stokte
300vC------ Lenthe/Dalfsen (ZA)
300vC------ Exloo/Drente (ZA)
300vC------ Regenham/Exloo (ZA)
300vC------ Beveringe/Exloo (ZA)
300vC------ Valthermond (ZA)
300vC------ Meppen (ZA)
300vC------ Uteringe/Grollo (ZA)
300vC------ Beilen (ZA)
300vC------ Beverloo/Weyerswold (ZA)
300vC------ Beverwieken/Wapserveen (ZA)
300vC------ Zweeloo (ZA)
300vC------ Emmen (ZA)
300vC------ Angelsloo/Emmen (N 1049nC)
300vC------ Westrup/Borger (ZA)
300vC------ Zweeloo/Coevorden (S 200vC; N 1298nC; # Bargen/Emmen)
300vC------ Oosterhesselen (ZA)
300vC------ Dalerpeel (ZA)
300vC------ Paylen (ZA)
300vC------ Klinkenberg/Gees (ZA)
300vC------ Koekange (ZA)
300vC------ Swinderen/Drente (ZA)
300vC------ Coevorden/Drente (ZA)
300vC------ Holsloot/Coevorden (ZA)
300vC------ Hoolingerveld/Coevorden (ZA)
300vC------ Hulsforde/Coevorden (ZA)
300vC------ Lutterveld/Slagharen > Kembrug
300vC------ Kembrug/Slagharen > Kembrug
300vC------ Kerkenveld/Hoogeveen (ZA)
250vC------ Engeland/Ruinen (ZA)
250vC------ Meppel (ZA)
250vC------ Dunninge > Dunninghe
250vC------ Rabbinge (ZA)

350vC------ Friesland: (# NW Groningen)
350vC------ Aengum(Anjum) (N 1589) > Aengum
300vC------ Engelum (N 1335nC; # Humsterland) > Engelum
300vC------ Beetgum (ZA)
300vC------ Baard (S 300nC; # Humsterland) > Dobbelen
250vC------ Wynaldum/Harlingen (S 650nC; N 1335; # Engelum/Leeuwarden)
250vC------ Sneek* > Sneek

300vC------ Overijssel: > Overijssel/Noord, Twente, Salland

300vC------ Overijssel/Noord: (# ZuidDrente) > Overijssel
300vC------ Steenwijk (ZA)
300vC------ Paasloo (ZA)
300vC------ Heetveld (ZA)
300vC------ Genne/Zwolle (ZA)
300vC------ Ens/NO.Polder > Ens
300vC------ Varsen/Dalfsen > Versen
300vC------ Stegeren > Praestering
300vC------ Ane (ZA)
300vC------ Engeland/Hardenberg (# Bargen/Emmen)
300vC------ Lutten/Overijssel (# Engeland/Hardenberg)
300vC------ Reggeland (ZA)
300vC------ Gramsbergen (ZA)
300vC------ Collendoorn/Hardenberg (ZA)
250vC------ Witharen/Ommen: AVA wit (wit) + haera (haar, zandhoogte)
250vC------ Ommen
250vC------ Giethmen/Ommen (ZA)
250vC------ Archem/Ommen (ZA)
250vC------ Rekveld/Ommen (ZA)
250vC------ Hardinga (S 1000nC) > Hardinga
250vC------ Engeland/Hardenberg > Engeland Hardenberg
250vC------ Hardenberg > Hardenberg
250vC------ Baalder/Hardenberg
250vC------ Balderhaar/Kloosterhaar (ZA)
100vC------ Brucht/Hardenberg > Hardenberg

225vC------ Twente: (# Vechtdal)
225vC------ Langeveen/Tubbergen (ZA)
225vC------ Magele/DenHam (ZA)
225vC------ Daarle/DenHam (ZA)
225vC------ Tubbergen (ZA)
225vC------ Sibculo (ZA)
225vC------ Engbert/Kloosterhaar > Engbert
225vC------ Beuningen (ZA)
225vC------ Lattrop/Dinkelland (ZA)
225vC------ Ootmarsum (ZA)
225vC------ Oldenzaal (ZA)
225vC------ Denekamp (ZA)
225vC------ Tilligte/Denekamp (ZA)
225vC------ Harwich/Denekamp (ZA)
225vC------ Borchert/Denekamp > Denekamp
225vC------ Eekteweg/Haarle/Hellendoorn: AVA aek (eik) + te (veld) + waeg (weg)
225vC------ Lusseveld/Hellendoorn: AVA leos (lis, lisse) + feld (veld)
225vC------ Piksen/Hellendoorn (ZA)
225vC------ Notter/Wierden (ZA)
225vC------ Almelo (ZA)
225vC------ Mekkelenberg/Almelo (ZA)
225vC------ Bellinghave/Almelo: AVA Bill (mansnaam) + ing (volk) + have (hoeve)
225vC------ Beverdam/Almelo (ZA)
225vC------ Bevervoorde/Almelo > Ford, Beverborg
225vC------ Tusveld/Almelo (ZA)
225vC------ Albergen/Amelo (ZA)
225vC------ Rossum (ZA)
225vC------ Everloo/Rossum (ZA)
225vC------ Engherick/Oldenzaal > Tankenberg
225vC------ Cottwick/Goor (ZA)
225vC------ Zeldam/Goor (ZA)
225vC------ Goor (ZA)
225vC------ Kolhoop/Goor (ZA)
225vC------ Enschede (ZA)
225vC------ Boekelo/Enschede: AVA bucc (beuk) + lah (laagte)
225vC------ Borne/Twente (ZA)
225vC------ Hedeveld/Hertme/Borne (ZA)
225vC------ Saterlo > Saeter
225vC------ Darfeld/Saterlo (ZA)
225vC------ Azelo/Borne (ZA)
225vC------ Deurningen (ZA)
225vC------ Kamphuis/Deurningen (ZA)
225vC------ Hengelo (ZA)
225vC------ Asveld/Hengelo (ZA)
225vC------ Berflobeek/Hengelo > Hengelo
225vC------ Pentrop/Hengelo (ZA)
225vC------ Vollenbroek/Hengelo (ZA)
225vC------ Beldershoek/Hengelo > Boeldershoek
225vC------ Boeldershoek/Enschede (ZA)
225vC------ Bentelo (ZA)
225vC------ Hagmeulen/Bentelo (ZA)
225vC------ Gorsveld/Bentelo (ZA)
225vC------ Beckum/Hengelo/Twente (ZA)
225vC------ Derking/Beckum (ZA)
225vC------ Haaksbergen (ZA)
225vC------ Hengevelde/Twente (ZA)
225vC------ Groot+KleinHedde/Hengevelde > Hedde
225vC------ Snakenborg/Haaksbergen > Haaksbergen
225vC------ Diepenheim (ZA)
225vC------ DeRille/Rijssen > Rille
225vC------ Markelo (ZA)
200vC------ Holten/Twente
200vC------ Bolder/Holten > Bolder Holten
200vC------ Koldewee/Holten (ZA)
200vC------ Bolksbeek/Markelo > Bolksbeek
200vC------ Volthe/Weerselo/Twente > Hunenborg Volthe

200vC------ Salland: (# Twente, Vechtdal)
200vC------ Averlo (ZA)
200vC------ Coolewee/Bathmen (ZA)
200vC------ Bronsvoort/Bathmen > Bruns
200vC------ Aschenhouse/Bathmen (ZA)
200vC------ Colmschate/Deventer (ZA)
200vC------ Deventer (ZA)
200vC------ Oxe(Oxen)/Deventer (ZA)
200vC------ Oxevoorde/Oxe (ZA)
200vC------ Ossenwaard(Oxweard)/DeWorp (ZA)
200vC------ Slag/Oxe > Oxe
200vC------ Ruineweide/Oxe > Oxe
200vC------ Hengforden/Diepenveen > Ford
200vC------ Zandvoort/Bathmen (ZA)
200vC------ Okkenbroek/Deventer (ZA)
100vC------ Hengforden/Olst+Diepenveen > Hengforden
100vC------ Engelenveld/Olst > Engelenveld
100vC------ Poggenbelt/NwHeeten > Poggen
100vC------ Poggenheide/NwHeeten > Poggen
100vC------ Broekland/Salland > Hengevelde Wijhe
100vC------ Wijhe > Wengeloo, Hengevelde Wijhe
100vC------ Wengeloo (ZA)
100vC------ Barlo/Wijhe > Barlo
100vC------ Fortmond/DenNul (ZA)
100vC------ Raalte: AVA rall (ral = moerasvogel) + ta (veld, gebied)
100vC------ Legebeke/Raalte (ZA)
100vC------ Kroepanweg/Heino: AVA creopan (kruipen) + waeg (weg)
050vC------ Buckhorst/Zalk/Kampen (ZA)
050vC------ Ongelkamp/Zalk (ZA)
050vC------ Cellesbroek/Kampen (ZA)
050vC------ Zwartwaterland > Hoekman
200nC------ Kranenkamp/Diepenveen (ZA)
200nC------ Kranenland/Diepenveen > Krane
200nC------ Kranenkolk/Overijssel > Krane

250vC------ NederSaxen: (# Lunenburg, Eemsland)
250vC------ Versen (ZA)
250vC------ Lahr (ZA)
250vC------ Agredinga (ZA)
250vC------ Hasagowe (ZA)
250vC------ PortaWestfalica/Hannover > Saxen/770nC
250vC------ IthHils/Hannover (ZA)
250vC------ Quickborn/IthHils/Hannover (ZA)
250vC------ Swaney/IthHils/Hannover (ZA)
250vC------ Oldenrode/Northeim (ZA)
250vC------ Brunswijk (ZA)
250vC------ Rheden/Diepholz (ZA)
250vC------ Lingen/Nordhorn (ZA)
250vC------ Angelbeck/OsnabrŁck (ZA)
250vC------ Angelburg/OsnabrŁck (ZA)
250vC------ Hardingen (ZA)
250vC------ Engden (ZA)
250vC------ Hestrup (ZA)
250vC------ Grastrop (ZA)
225vC------ Lingen/Nordhorn (ZA)

225vC------ Berkelland: (# Twente)
225vC------ Rietmolen (ZA)
225vC------ Weenk (ZA)
225vC------ Neede (ZA)
225vC------ Harper/Neede (ZA)
200vC------ Haarlo/Neede (ZA)
200vC------ Kisveld/Neede (ZA)
200vC------ Eibergen (ZA)
200vC------ Warfendijk/Eibergen (ZA)
200vC------ Warfslatweg/Eibergen (ZA)
200vC------ Holterhoek/Eibergen (ZA)
200vC------ Kranenkamp/Eibergen (> Krane)
200vC------ Kranenweg/Holterhoek/Eibergen (ZA)
200vC------ Geesteren/Gld (ZA)
200vC------ Teeuwsland/Geesteren/Gld (ZA)
200vC------ Lochem (ZA)
200vC------ Exel/Lochem (ZA)
200vC------ Breckinckwurth (ZA)
200vC------ Borculo (ZA)
200vC------ Hambroek/Borculo (ZA)
200vC------ Beltrum (ZA)
200vC------ Groenlo (ZA)
200vC------ Bellegoor/Groenlo (ZA)
200vC------ Swilbroek/Groenlo (ZA)
200vC------ Bevervoorde/Gelselaar > Ford
200vC------ Laren/Lochem: AVA laru (lustoord)
200vC------ Pasop/Laren > Pasop
200vC------ Aalsvoort/Lochem (ZA)
200vC------ Lochem
200vC------ Miggeld/Exel/Lochem: AVA mycge (mug) + elt (veld)
200vC------ Armhoede/Lochem (ZA)
200vC------ Dollehoed/Lochem (ZA)
200vC------ Lothenseweg/Lochem: AVA hlot (bebost stuk land) + thun (tuin, erf)
200vC------ Nettelhorst/Lochem (ZA)
200vC------ Warfveendijk/Lochem (ZA)
200vC------ Pasop/Laren/Lochem (ZA)
150vC------ Ruurlo (ZA)
150vC------ Vorden (ZA)
150vC------ Wientjesvoort/Vorden (ZA)
150vC------ HallerLaak/Vorden > Vorden
150vC------ Hackfort/Vorden > Hackfort
405nC------ Engelskamp/Geesteren (ZA)

225vC------ Gelderland:
200vC------ Veluwe/Noord: (# WestSalland)
200vC------ Vorchten (ZA)
200vC------ Hattem (ZA)
200vC------ Hattemerbroek (ZA)
200vC------ Oldebroek (ZA)
200vC------ Engeland > Engeland Oldebroek/Wezep
200vC------ 'tHarde/Elburg > Harde
200vC------ Epe (ZA)
200vC------ Aalbosweg/Vaassen > Aalbos
200vC------ Nijbroek/TerWolde: AVA niw (nieuw) + broc (broek, broekland)
200vC------ Twello (ZA)
200vC------ Groot Hondschoten > Hondschot
200vC------ Wilp (ZA)
200vC------ Voorst (ZA)
200vC------ Engelse Brink (ZA)
200vC------ Avervoorde/Teuge > Ford
200vC------ Uddel/Veluwe > Hunneschans Uddelermeer
100vC------ Apeldoorn/Veluwe > Hengevelde Wijhe
100vC------ Snakenbroek/Apeldoorn* > Snakenbroek
100vC------ Bruggelen/Apeldoorn; OA Barclog
100vC------ Engeland/Beekbergen (N 801nC) (ZA)
100vC------ Beekbergen/Apeldoorn (ZA)
100vC------ Koningsweg/Beekbergen > Hof Englandi
100vC------ Hoenderlo > Hoenlo
100vC------ Kootwijk (ZA)
100vC------ Harderwijk/Veluwe
100vC------ Ermelo/Veluwe (ZA)
100vC------ Staverden/Veluwe > Deventer
100vC------ Speulde (ZA)
100vC------ Drie/Speulde > Drie
100vC------ Putten (ZA)
100vC------ Barneveld (ZA)
100vC------ Hackfort/Barneveld > Hackfort
100vC------ Appel/Nijkerk (ZA)
100vC------ Leusden (ZA)
100vC------ Amersfoort (ZA)
200vC------ Veluwe/Zuid: (# NoordVeluwe, Graafschap, Liemers)
200vC------ Wekerom (ZA)
200vC------ Hulstein/Ede (ZA)
200vC------ Ede (ZA) > Hocingum
200vC------ Scherpenzeel (ZA)
200vC------ Leusveld/Hall (ZA)
200vC------ Engelenburg/Brummen (ZA)
200vC------ Kranenkamp/Brummen > Krane
200vC------ Engeler/Veluwe (N 1593; # Beekbergen) > Engeler
200vC------ Spankeren/Dieren > Spankeren
200vC------ Kernhem/Ede (ZA)
200vC------ Angelhoven/Kernhem (ZA)
200vC------ Havikweerd/Rheden (ZA)
200vC------ Renkum (ZA)
225vC------ Berkelland: (# Twente)
225vC------ Rietmolen (ZA)
225vC------ Weenk (ZA)
225vC------ Neede (ZA)
225vC------ Harper/Neede (ZA)
200vC------ Haarlo/Neede (ZA)
200vC------ Kisveld/Neede (ZA)
200vC------ Eibergen (ZA)
200vC------ Warfendijk/Eibergen (ZA)
200vC------ Warfslatweg/Eibergen (ZA)
200vC------ Holterhoek/Eibergen (ZA)
200vC------ Kranenkamp/Eibergen (> Krane)
200vC------ Kranenweg/Holterhoek/Eibergen (ZA)
200vC------ Geesteren/Gld (ZA)
200vC------ Teeuwsland/Geesteren/Gld (ZA)
200vC------ Lochem (ZA)
200vC------ Exel/Lochem (ZA)
200vC------ Breckinckwurth (ZA)
200vC------ Borculo (ZA)
200vC------ Hambroek/Borculo (ZA)
200vC------ Beltrum (ZA)
200vC------ Groenlo (ZA)
200vC------ Bellegoor/Groenlo (ZA)
200vC------ Swilbroek/Groenlo (ZA)
200vC------ Bevervoorde/Gelselaar > Ford
200vC------ Laren/Lochem: AVA laru (lustoord)
200vC------ Pasop/Laren > Pasop
200vC------ Aalsvoort/Lochem (ZA)
200vC------ Lochem
200vC------ Miggeld/Exel/Lochem: AVA mycge (mug) + elt (veld)
200vC------ Armhoede/Lochem (ZA)
200vC------ Dollehoed/Lochem (ZA)
200vC------ Lothenseweg/Lochem: AVA hlot (bebost stuk land) + thun (tuin, erf)
200vC------ Nettelhorst/Lochem (ZA)
200vC------ Warfveendijk/Lochem (ZA)
200vC------ Pasop/Laren/Lochem (ZA)
150vC------ Ruurlo (ZA)
150vC------ Vorden (ZA)
150vC------ Wientjesvoort/Vorden (ZA)
150vC------ HallerLaak/Vorden > Vorden
150vC------ Hackfort/Vorden > Hackfort
405nC------ Engelskamp/Geesteren (ZA)

200vC------ Graafschap: (# Twente, Berkelland)
200vC------ Harfsen (ZA)
200vC------ Gorssel (ZA)
200vC------ Eesterbrink/Gorssel (ZA)
200vC------ Eesterhoek/Gorssel (ZA)
200vC------ Eesterloo/Gorssel (ZA)
200vC------ Eesterweerd/Gorssel (ZA)
200vC------ Hunnepe/Gorssel (ZA)
200vC------ Eefde: AVA ew (ijf, taxus) + ta (veld)
200vC------ Almen/Eefde (ZA)
200vC------ Warnsveld/Zutphen (ZA)
200vC------ Boggelaar/Warnsveld (ZA)
200vC------ Hoekendaal/Warnsveld (ZA)
200vC------ Selsham/Warnsveld (ZA)
200vC------ Bolderhorst/Delden > Bolder
200vC------ Zutphen (ZA)
200vC------ Kiefskamp/Vorden (ZA)
200vC------ Bronsbergen/Wichmond > Bruns
200vC------ Dollinghoed/Wichmond (ZA)
200vC------ Hemstede/Keyenbrog (ZA)
200vC------ Bronckhorst (ZA)
150vC------ Hummelo (ZA)
150vC------ Greflichem/Hummelo (ZA)
150vC------ Iwlant/Greflichem (ZA)
150vC------ DeVoorde/Hummelo > Voorde
200vC------ Slingeland: (# Berkelland) (ZA)
200vC------ Zelhem (ZA)
200vC------ Priestering/Zelhem (ZA)
200vC------ Kousmansbuskes/Besseldersbos/Zelhem (ZA)
200vC------ Stellingweg/Zelhem > Zelhem
200vC------ Tieckenslaegte/Zelhem (ZA)
200vC------ Veldhoek/Zelhem > Zelhem
200vC------ Zieuwent/Achterhoek (ZA)
150vC------ Aalten > Aalten, TEHA
150vC------ Lintelo/Aalten (ZA)
150vC------ Pasop/Aalten/Achterhoek (ZA)
150vC------ Engeland/Aalten (ZA) + Angelheem
150vC------ Lichtenvoorde > Ford
150vC------ Harreveld/Lichtenvoorde (ZA)
150vC------ Ongelnkamp/Harreveld > Harreveld, Angelheem
150vC------ Angelheem/Harreveld+Aalten > Angelheem
150vC------ Bredevoort > Ford
150vC------ Varsseveld (ZA)
150vC------ Hengeveld/Sinderen/Achterhoek (ZA)
150vC------ Doetinchem
150vC------ Yzevoorde/Doetinchem (ZA)
150vC------ Bilheem/Doetinchem (ZA)
150vC------ Winterswijk (ZA)
150vC------ Hones/Winterswijk (ZA)
200nC------ Kranendelle/Ruurlo > Krane
200nC------ Beltrum/Achterhoek (N 1236nC; # Baltrum/Olfrisia)
400nC------ Engelhuizen/Groenlo (N 1461nC; # Beltrum)
400nC------ Velswijk > Aldenhaeve Zelhem
400nC------ Zelhem > Aldenhaeve Zelhem
150vC------ Liemers: (# Berkelland) (ZA)
150vC------ Angerslo(Angelre)/Doesburg (N 1650nC; # Beltrum) > Angerlo
150vC------ Beverbeek/Angerlo (ZA)
150vC------ Bevermeer/Angelo (ZA)
150vC------ Beverbroek/Giesbeek (ZA)
150vC------ Baer/Angerlo > Bahr
150vC------ Lathum/Angerlo (ZA)
150vC------ Bahr (ZA)
150vC------ Regio Doesburg/Dieren > Heggen
150vC------ Engbergen/Gendringen (ZA)
150vC------ Lantfort/Ulft (ZA)
150vC------ Wals/Gendringen (ZA)
150vC------ Wieken/Gendringen (ZA)
150vC------ Montferland > Wassing, Welling
150vC------ Terborg (ZA)
150vC------ Ulft > Ueffing
150vC------ Azewijn/Montferland (ZA)
150vC------ Westervoort (ZA)
150vC------ Didam (ZA)
150vC------ Engel/Bergh > Engel
150vC------ Gendt/Waal > Gendt
150vC------ Ossenweerd/Lobith (ZA)
150vC------ Oosterbeek/Arnhem (ZA)
150vC------ Arnhem (ZA)
150nC------ Malburgen/Huisen/Arnhem (ZA)

150vC----- Utrecht: (# West Veluwe)
150vC----- Heimenberg (ZA)
150vC----- Grebbeberg (ZA)
150vC----- Thorhem (Doorn) (ZA)
150vC----- Amersfoort (ZA)
150vC----- Utrecht/stad (ZA)
150vC----- Everdingen (ZA)
150vC----- Ysselstein > Angol

150vC------ Westfalen: (# Eemsland)
150vC------ Greven (ZA)
150vC------ Bentheim (ZA)
150vC------ Angel/rivier/Beckum-Munster > Angel
150vC------ Angelmodde/Munster (ZA)
150vC------ Beckum > Beckum/Twente
150vC------ Crosewick (ZA)
150vC------ Zwilbrock > Swilbroek
150vC------ Engborg/Legden (ZA)
150vC------ Harwick/Gescher (ZA)
150vC------ Coesfeld (ZA)
150vC------ Darfeld (ZA)
150vC------ Ranstrup (ZA)
150vC------ Angelradink/Borken (ZA)
150vC------ Engelkamp/Borken > Engelkamp
150vC------ Vorthusen (ZA)
150vC------ Holtwick/Bocholt (ZA)
150vC------ Suderwick/Bocholt (ZA)
150vC------ Kranenbroek/Kranenburg/Kleef > Kranenburg Kleef

100vC------ NoordHolland: (# N.Veluwe, Utrecht)
100vC------ Laren/Hilversum: AVA laru (lustoord)
100vC------ Weesp (ZA)
100vC------ Haarlem (ZA)
100vC------ Engeland/Kennemerland (ZA)
100vC------ Beverwijk/NH > Beverwijk
300nC------ Kranenbroek/Egmond/NH > Krane
300nC------ Craneberch/Bergen > Krane
300nC------ Zandvoort/Haarlem (ZA)

100nC------ Rijnland: (# Liemers, ZuidVeluwe)
100nC------ Meynerswijk/Elden (ZA)
100nC------ Elden/Overbetuwe (ZA)
100nC------ Elst/Overbetuwe (ZA)
100nC------ Esop/Elst (ZA)
100nC------ Snodenhoek/Elst (ZA)
100nC------ Lent/Waal (ZA)
400nC------ Afferden/Druten (ZA; # Engeler/Veluwe)
405nC------ Beusichem > Engelrode
405nC------ Ravenswaay/Beusichem (ZA)
405nC------ Zoelmond (ZA)
500nC------ Wijchen/Nijmegen (ZA)

100nC------ Betuwe: > Rijnland

300nC------ ZuidHolland: (# Utrecht) > Zuid Holland
360nC------ Voorburg/DenHaag (ZA)
405nC------ Bleiswijk/Rotterdam (ZA)
405nC------ Oegstgeest (ZA)
405nC------ Poelgeest/Oegstgeest (ZA)
405nC------ Noordwijk/Leiden (ZA)
405nC------ Almkerk/Zandwijk (ZA)

300nC------ ZuidDuitsland: (# Westfalen)
300nC------ Thuringen (ZA)
600nC------ Ingelheim/RijnlandPalts
600nC------ Engilin/Thuringen (N 800nC), Angelroda (449), Angel
600nC------ Angelhausen/Thuringen (N 948)
600nC------ Angelroda/Thuringen (N 948)
800nC------ Thuringen onderdeel Frankisch Rijk

400nC------ Maasland: (# Rijnland + Betuwe) > Maasland

405nC------ NoordBrabant: (# Betuwe)
405nC------ Padbroek/Cuyck (ZA)
405nC------ Angel/Maas (ZA)
405nC------ Oeffelt/Boxmeer (ZA)
405nC------ Holthees/Boxmeer (ZA)
405nC------ Maashees/Boxmeer (ZA)
405nC------ Afferden/Maas (ZA)
405nC------ Hasserum/Cuyk (ZA)
405nC------ Engelen/DenBosch (ZA)
405nC------ Hoekendaal/Bakel > Hoekendaal
450nC------ Urling/Oeffelt (# Oeffelt) > Urling
450nC------ Aalburg/Heusden > Aalburg
450nC------ Kraainem (ZA)
450nC------ Gerwen/Eindhoven (ZA)

405nC------ Limburg: (# Betuwe) > Limburg
405nC------ Venlo (ZA)
405nC------ Selsten/Hoensbroek: AVA Sell (mansnaam) + tun (tuin, erf) > Sel
405nC------ Sevenum: AVA seofon (zeven) + ham (heem, oord)
440nC------ Echt (ZA)

410nC------ Vlaanderen: (# N.Brabant)
410nC------ Gent > Gendt
410nC------ Eeklo (ZA)
450nC------ Hondschote/FransVlaanderen > Hondschot

450nC------ Luxemburg: (# Limburg)
500nC------ Elzas: (# Luxemburg, NoordBrabant) (ZA)
540nC------ Constatinopel: (# Angeln) > Constantinopel

737nC------ Opper-Angelland: (Noord Angle) onderdeel Deense Rijk
880nC------ Neder-Angelland: (West + Oost Angle) onderdeel Frankisch Rijk > Anglische identiteit

 
- Expansie:
De expansie vanaf Angeln in Noord Duitsland tot aan de Rijn bij Arnhem voltrekt zich in 500-100vC met een gemiddelde snelheid snelheid van circa 1 Km/jaar. (> Expansie/Gear) De expansie gaat voornamelijk door moerasgebieden. (> Groot Veenland) Aangezien in de periode 500-100vC vooralsnog geen militaire expansie bekend is van Angelen naar het zuiden, lijkt de expansie van Angelen naar de Rijn derhalve een natuurlijke expansie te zijn geweest. Deze expansie heeft vrij zeker te maken met de beverjacht. De moerassen van o.a. Groot Veenland zitten immers vol bevers en van Angelen is bekend dat ze vele eeuwen lang zeer actief zijn in de beverjacht en de handel in beverhuiden. > Beverjacht, Bevervel
** Angelen, Demografie, Angologie, TEHA, Migratielijnen, Groot Veenland, ang/sax, Expansie, SEBA

 
 

Asbool:
Als teken van hun verbond van 150nC voeren de Angelen en Saxen de Asbool, zijnde: op goud een X-kruis in rood, in een blauwe ring.

 

¶ Het X-kruis is een oeroud teken van verbond, broederschap en eenheid, gericht tegen het kwaad. Het rode X-kruis is het symbool van bloedbroederschap, verkregen door twee lichte snijdingen met een dolk boven de pols in de rechter onderarm, waarna deze insnijdingen tegen elkaar worden gedrukt en de broeders ieder een door bloed rood gekleurd X-kruis hebben op hun onderarm.
¶ Het X-kruis vinden we als symbool terug op o.a.:
- de zgn Wodanmunten met de beeltenis van Wodan erop. > Geldstelsel
- de nokrand en balken van oude huizen, schuren en stallen, zowel in Twente en Drente als in landen op de Balkan en in de Himalaya. (> Nokkruis)
Mogelijk is de asbool een oeroud Arisch symbool, meegenomen door de Germanen. De ring rond het x-kruis is het teken voor eenheid. De kleur blauw staat voor zuiverheid.

625nC: In Sutton Hoo (East Anglia) zijn vele archeologische vondsten gedaan. O.a. wapens, ornamenten en een helm met grima (masker) van koning Redwald van East Anglia. Hij sterft in Sutton Hoo en is daar begraven rond 625nC in vol militair ornaat.
Rechts: een fraaie gesp in Anglische stijl, gevonden in het graf van Redwald in Sutton Hoo. De rode X doet erg denken aan de Asbool, het symbool van het verbond van de Angelen en Saxen uit circa 125nC, gesloten in de regio bij Bremen. > PgBrit/Redwald van East Anglia
 

965nC++: Van Beveren: Oud Vlaams geslacht uit Waasland bij Antwerpen. Dit geslacht heeft grote bezittingen in Vlaanderen, Frankrijk en Nederland. In Waasland (bij Antwerpen) zijn dat o.a. Beveren en Verrebroek. Arnulf de Bevere is in 964 burggraaf van Diksmuide. In 965 opgevolgd door Diederik I van Beveren (Thiry de Beverne). Hij komt uit Waasland. Zijn nazaten zijn drie eeuwen lang burggraaf van Diksmuide. Wapen: Op een veld van azuur vier dwarsbalken van goud met daarover een X-kruis in rood. Het wapen rechts is van de gemeente Beveren in Waasland.
 
Links: Het wapen van de eerste Van Beverens op een oude zegelafdruk. Het het wapen is van oorsprong het zegel van Arnulf de Bevere, de stamvader van de Van Beverens in Vlaanderen. Arnulf zelf is vrij zeker een nazaat van de koningen van Mercia, het centrale Anglische rijk in Engeland.
** Broederschap, Angel-Saxen, Maalkruis, Nokkruis, Hengest en Horsa, Verbondenheid, PgA-/Arnulf de Bevere
 

 
Asbroek:
Familienaam afkomstig uit Twente. De naam Asbroek is afgleid van Anglisch aess (es) + broc (broek, drasland). Reeds vůůr 1400 was er een adellijke familie Van Asbroek dat woonde in Diepenheim op de plek waar later het Nyenhuis komt te staan.
¶ Anno 1947 komt de naam Asbroek voor als:
- Asbroek 118x; Overijssel 115x, voornamelijk in Hengelo en Haaksbergen.
- Asbreuk 119x; Overijssel 107x
- Ten Asbroek 96x; Overijssel 83x
De naam Asbroek komt ook voor als Ashbrook in Ierland.
¶ In Beckum (Twente) ligt een locatie met de naam Asbroek. Ze bestaat uit een grote golvende hoogte met vele oude bomen (essen*) en temidden van oud veenland. Vooralsnog is niet bekend waarom en sinds wanneer de locatie de naam Asbroek voert. Gezien de gesteldheid van de locatie en de naam zelf lijkt het zeer goed mogelijk dat de naam Asbroek van zeer oude datum is. De regio ligt immers in drooggelegd veengebied van zeer oude tijden. Bovendien bestaat de familienaam Asbroek al vůůr 1400 AD en komt ze voornamelijk voor in de regio Hengelo-Haaksbergen. Het lijkt dus zeer waarschijnlijk dat de familie Asbroek afkomstig is van de locatie Asbroek te Beckum.
¶ Op genoemde locatie Asbroek bij Beckum staat anno 2010 een grote hoeve met de naam Asbroek. Deze hoeve is gebouwd in 1845. De architectuur is normaal voor NO Nederland. Alleen de bijgebouwen zijn in Saxische stijl. Ze dateren echter zichtbaar van ver na 1845. Vooralsnog is niet bekend of de hoeve voorgangers heeft. Gezien de herkomst van de familie Asbroek uit dit gebied, lijkt het welhaast zeker dat er al ruim vůůr 1400 AD een hoeve stond op of nabij de plek van de huidige hoeve.
** Beckum, AFNA

ASC: Anglo-Saxon Chronicle (832-1154)
Kroniek in Engeland bijgehouden in 832-1154, geschreven in de oorspronkelijke Angel-Saxische taal c.q. het Oud Engels, i.c. Oud Anglisch. De kronieken beschrijven de belangrijke historische gebeurtenissen in Engeland in de Vroege Middeleeuwen. I.b. de invasie van Angelen, Saxen en Juten, de raids van Noormannen, Vikings en Denen, en de invasie van de NormandiŽrs in 1066 onder Willem de Veroveraar. De oudste delen beginnen rond de jaartelling en bevatten compilaties uit Gildas, Hieronymus, Beda en andere werken.
** G449/C, Angle, PgBrit/ASC

ASC/449::
btr Anglo-Saxon Chronicle over het jaar 449nC
Bron ASC/449 is geschreven 832nC-1154. > ASC
449nC: Vortigern (c 395-455) is naar zeggen een Keltische warlord in Brittannia. Mogelijk echter een Anglische heerser in Noord Brittannia. (> PgBrit/Aeglesthrep) Volgens bron ASC doet Vortigern in 449nC een beroep op de koning van Angeln (i.c. Offa van Angeln) om hem te helpen:

449. Hier Martianus and Valentinus onfengon rice, and ricsodon seofon winter. And on hiera dagum Hengest and Horsa, fram Wyrtgeorne gelathode, Bretta kuninge, gesothon Bretene on thaem stede genemned Ypwinesfleot, aerest Brettum to fultume, ac hie est on hie fuhton.
    Se kuning het hie feohtan ongean Peohtas; and hie swa duden, and sige haefdon swa hwaer swa hie comon. Hie tha sendon to Angle, and heton him sendan maram fultum; and heton him secgan Bretweala nahtnesse and thaes landes kuste. Hie tha sendon him maran fultum. Tha comon the menn of thrim maegthum Germanie: of Eald-Seaxum, of Englum, of Iotum.
vertaald:

449. Hier krijgen Martianus en Valentinus macht en regeren zeven winters. En op deze dag zijn Hengest en Horsa uitgenodigd door Wyrtgeorne [Vortigern], de getrouwe Britse koning, op zijn stede genaamd Ypwinesfleot [Ebbsfleet in Thanet?], eerste Brit om te helpen, ook hij heeft hier gevochten.
    Deze koning heeft gevochten tegen de Picten; en heeft gedood en gezegeviert waar hij komt. Hij zond toen naar Angle en vraagt hem meer troepen te zenden; en vertelt hem over de rampspoed in Brittannia en de kust van dat land. Hij [de Anglische koning Offa] zond toen meer troepen [fultum]. Toen kwamen de mannen van drie Germaanse machten: van Oud Saxen, van Angelland en van Jutland.

De koning van Angeln [i.c. Offa] geeft daarop gehoor aan het verzoek van Vortigern. Hengist en Horsa vertrekken naar Brittannia met een leger, dat voornamelijk bestaat uit Angelen, Saxen en Juten. Als de Picten zijn verslagen, blijven de meeste Anglische strijders in BrittanniŽ om zich daar duurzaam te vestigen. Zij laten ook vele stamgenoten van het Continent daarna overkomen. Daarmee is een begin gemaakt met de grootschalige migratie van Angelen en Saxen naar BrittanniŽ in de periode 450-550nC. > Massamigratie
>>> Uit bovenstaande tekst blijkt dat de Anglische koning Offe over een leger beschikt, i.c. bestaand uit Angelen, Saxen en Jutten. Aangezien de Anglische koning Offa zover bekend alleen over Angelland regeert, kan het zijn dat Offa de Saxen en Jutten heeft ingehuurd.
449nC: Bron ASC/449 is geschreven rond 835nC. Angle wordt in die tijd door de Angelen in Brittannia dus ook Englum genoemd en door hen kennelijk gezien als hun herkomstgebied op het Continent. Ook worden delen in Engeland zelf of Engeland in het geheel door oude Engelse bronnen vaak Englum genoemd.
 

Angle: Alias Angelland. Uit historische analyses van het woonland van de Angelen op het Continent blijkt dat hun woongebied Angelland rond 449nC Angle (Ongle, Engle, Englum) wordt genoemd. Dit Angle ligt in het hele gebied tussen Denemarken, de Elbe, de Saale, de Rijn/Waal en de Noordzee.
> Angle, Angelland
 
Vragen en opmerkingen:
mbt voorgaande tekst ASC/449:
- Angelland (i.c. koning Offa) lijkt over voldoende middelen te beschikken om een leger te sturen naar Vortigern in Brittannia
- dit leger kan bestaan uit een staand Anglisch leger aangevuld met huurlingen van Saxen en Juten
- Angelland lijkt te beschikken over voldoende schepen om het leger Angelen, Saxen en Juten te verschepen naar Brittannia; zijn dit gewone schepen of oorlogschepen?
- in 468nC vaart een Anglische vloot van 400 schepen de Rijn op omdat een Anglische prinses haar geliefde wil dwingen met haar te trouwen. (> Vloot); het lijkt aannemelijk dat Angelland daarover al beschikt in 449nC
- Angelland lijkt te beschikken over voldoende financiŽle middelen om de hele militaire operatie te financieren
- de vraag is waarom koning Offa dit allemaal doet
- gezien de Grote Natheid die er in Angelland heerst in 400-600nC kan de militaire hulp aan Vortigern zijn bedoeld om Brittannia geschikt te maken voor setteling van Angelen uit Angelland, waar het leven heel zwaar is geworden door de langdurige natheid > P36

 
Aschenhouse:
Landgoed bij Bathmen. Komt voor op kaart 67 van bron HTN (1783). De herkomst van deze naam is vooralsnog niet precies duidelijk. De reio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. De naam kan derhalve zijn afgeleid van Anglisch aesc (es/boom) + hoose (huis). Dus: Eshuis of Essenhuis.

ASCV: bron ASC (The Anglo-Saxon Chronicle) in vrije vertaling KBG

Asen:
Anglisch Ase = god, godheid. Deze term is afgeleid van het Arisch asu = leven, levenskracht. Dit Arisch begrip sterkt de these dat de Oude Angelen vrij zeker geen beeltenissen hebben van hun eigen goden. Leven en levenskracht zijn immers kosmische begrippen, ongeacht hun concrete aardse verschijningen.
Asgard: De Asen wonen in Asgard. Daar houden ze drinkgelagen, spelen aan gouden tafels en beraadslagen op de dingplaats. Volgens Snorri komen ze uit AziŽ. Odin (Wodan) is de heerser van Asgard. Bekende Asen zijn Balder, Heimdall, Thor en Tyr.
** Goden, Yggdrasil, Woluspa, Snorri, Hjuki & Bil, Weyland

ASGA: Anglisch Samenhorigheidsgevoel in Angelland
Van de inwoners van de Groningse Ommelanden wordt door de eeuwen heen vaak gezegd: Bij elkaar deugen ze niet, van elkaar meugen ze niet. De vele conflicten in het Groningse land lijken dat aardig te bevestigen. Echter:
¶ In de strijd tegen de bisschoppen van Utrecht lijkt Angelland een sterk front. Drenten, Groningers en Gelderlanders strijden samen tegen de kerkelijke prelaten. > Slag bij Ane (1227nC)
** HACA, ABA

Asgard:
Anglisch Asgard = Asgard = hemels oord van de Asen (goden). O.a. Balder, Donar (Thor), Eostre, Freya, Hagall, Hel, Oda, Saeter, Tiwaz, Wodan, etc.
** Asen, Goden

Asland: = Angelland sinds de setteling van Saxen aldaar in 775nC++ > Maerland, Aslands

Aslands: (775nC++)
De taal gesproken in Asland, het gebied tussen Denemarken en de Rijn, in NO Nederland en NW Duitsland. (> PgAng: Asland) Deze taal is oorspronkelijk Anglisch. Sinds circa 100nC vestigen ook Saxen zich steeds meer in Asland. Daardoor verandert ook het Aslands van Oer Anglisch naar meer Angel-Saxisch, of liever Saxo-Anglisch. De Angelen en hun invloed blijven namelijk door de eeuwen heen dominant en wel circa 2.4x groter. (> ASV) Het Anglisch blijft dus feitelijk de basistaal waaraan Saxische invloeden worden toegevoegd sinds circa 100nC. Op grond van de beschikbare teksten is het volgende overzicht te maken:
¶ In de Vaticaanse Codex pal. 577 staat Het Saxische Credo, gedateerd op ergens rond het jaar 795nC. Dit Credo is geschreven in het Latijn en kort daarna vertaald in het Saxisch. Hieronder de Anglische versie:

Fursaeg yu deofol?
Ic fursaeg deofol!
And allu deofolgield?
And Ic fursaeg allu deofolgield!
And allu deofol werces?
And Ic fursaeg allu deofol werces!
And wordes Thunaer and Woden?
And allu weohs the thaem genotas sint?
Gelief yu in God almehthigan Faeder?
Ic gelief in God almehtigan Faeder!
Gelief yu in Christ, Godes suno?
Ic gelief in Christ, Godes suno!
Gelief yu in Halogan Gast?
Ic gelief in Halogan Gast!
Verzaak je de duivel?
Ik verzaak de duivel!
En alle duivelsoffers?
En ik verzaak alle duivelsoffers!
En alle werken van de duivel?
En ik verzaak alle werken van de duivel!
En woorden van Donar en Wodan en Saxen?
En alle afgoden die hun gezellen zijn?
Geloof je in God, de almachtige Vader?
Ik geloof in God, de almachtige Vader!
Geloof je in Christus, Gods zoon?
Ik geloof in Christus, Gods zoon!
Geloof je in de Heilige Geest?
Ik geloof in de Heilige Geest!
 
Oorspronkelijke tekst afkomstig uit de Historische Schets I van de PKN Gemeente te Zelhem. (> HSZ)

Op een steen uit circa 950nC in Wedelspang bij Selk in Anglen staat in runentekens de volgende tekst (transcriptie):

thurlf risthi stin thensi
himthigi svins eftir erik filaga
sin las warth
tauthr the trekiar satu um
haithabu ian han
was sturi matr tregr hartha
kuthr

ofwel:
Thorulf riste deze steen
ter ere Sven's nadat Erik filage
zijn lot werd
gedenk de strijders zaten om
Haithabu en hij
was stuurman harde strijder
kundig

ofwel:
Thorulf kerfde deze steen
ter ere van Sven toen Erik's steken
zijn lot werd.
Gedenk de strijders die zaten om
Haithabu en hij
stuurman was, de geharde
en kundige strijder.

De Codex Fivelingo en Oldambt van 1327 begint bevat o.a. volgende teksten, die gerekend moeten worden tot de Anglische taal (> CFO, Anglische Mark):
Thit sent tha keran and tha doman wisera liuda Fyvelghelondis ende Aldeomptis ief Mentrawaldmonnas; thisse in to nimane and ut to rekane.
ofwel:
Dit zijn de keuren en oordelen van de wijze lieden van Fivelingo en Oldambt ofwel Menterwald; deze zijn te nemen en te rekenen.

Jnt erst: Werther en mon fallit ofta othera lond inna thet other, sa scel ma hine ielda mith xvi mercum anglischis and ene haudlesene tha riuchtrum, ther to tha riuchte sweren hebbat, to brecma and thio haudlesene bi xxxvj schillingum.
ofwel:
Eerstens: Wordt een man uit het ene land in het andere gedood, zo zal men hem beboeten met 16 Anglische marken en een halslosgeld aan de rechters, die voor het rechterambt hebben gezworen, te borgen en het halslosgeld zij 36 schillings.
...
Art. 9: Hebbet ther hvesen thrya brotheren, and een ther fan lywath, and tha thwa hebbeth bern theen, tha ene een beern, tha other fyuwer beern, sa ne aecht thy maerre theam nowt mar fon tha lauwa, sae thy mynre thaem.
Ofwel (vrij vertaald):
Als er waren drie broers, en een daarvan leeft, en de twee (anderen) hebben kinderen achtergelaten, de ene ťťn kind, de ander vier kinderen, dan erft elke tak evenveel.

In 1364 bericht de Stader Coplar over een kapel in Cranenburg bij Bremen in Neder-Saxen. De kapel staat naast de veenborg Cranenburg. Segebaldo Marschalck van de Cranenburg schenkt in 1461 de kapel een klok met de inscriptie
Anna bin ick geheten, Segebalde leth mi gethen.
ofwel:
Anna ben ik geheten, Segebalde liet me gieten.

Aldus het Lagerbuch der Kapelle Cranenburg. (> Lx: Kranenburg Neder-Saxen)

Op vele oude vakwerkhuizen in Kappeln (Angeln) staan spreuken die erg doen denken aan Oud Nederlands met een vleugje Duits (Saxisch) en Fries.

Zoals bijvoorbeeld:

Wer will buen an de Straten, mot de Minschen reden laten.
ofwel:
Wie wil bouwen aan de straten, moet de mensen kletsen laten.

Het staat anno 1971 op een balk van een prachtig oud vakwerkhuis met zwarte balken en witte muren in Kappeln. (> Angeln) In meer huizen in Kappeln zijn dergelijke balken geplaatst met spreuken in dezelfde taal. Deze taal moet daar dus reeds lange tijd de volkstaal zijn.
** VTO, VWL, Angelnees, Versaxing

ASN: Anglo-Saxons.net

Assen:
Tot 1600nC speelt Assen geen rol in het bestuur van Drente. #NDD/p50
** Drente

Assing::
Nederlandse familienaam. De naam komt in 1947 in Nederland totaal 5x voor in de databank van het Meertens Instituut.
¶ De variant Assink komt anno 1947 in Nederland totaal 1151x voor met top van 751x in Overijssel. In 2007 totaal in Nederland 1464x met hoogste frekwenties in Enschede (168x) en Hengelo (135x).
¶ De uitgang ink is historisch een versaxing van de oorspronkelijk Anglische vorm ing. Normaliter is de ing-vorm derhalve de oudste vorm. (> ing/ink, Versaxing)
¶ Op 14.9.09 geeft Google wereldwijd de volgende hits:
Assing: 231.000x
Assingh: 613x
Assink: 121.000x
¶ Gezien deze setting lijkt de naam Assing afkomstig uit de regio Enschede en Hengelo. Deze regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. De naam Assing lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Aesc (mansnaam) + ing (volk). Dus: volk van Aesc.
Wapen Assingh: Op goud drie molenstenen in rood. #WGO
# Meertens Instituut 4.10.2010, KBG

AST: > ASA

Asterga:
Regio in NO Eemsland. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Lunenburg. De naam is afgeleid van Anglisch ast (oost) + gaw (gouw = regio). Asterga is vermeld op kaart KHS betreffend Saxenland rond 1000nC.
** Gouw

Asterreyda:
Dorp in Reiderland, verdronken in 1277. Oudste vermelding 1272. Voordien mogelijk genaamd Hriadi of Hriedi. Ast = oost.
** Reiderland

Asterwalda:
Later Oosterwold genoemd, zijnde het oostelijk deel van het Gorecht in Groningen. Wordt 1249nC al genoemd. Ook als Astawalda. Ast en wald zijn beide Anglische termen. We mogen dus aannemen dat we hier te maken hebben met een Anglische regio.
** Wold, Fivel (kaart), Oud Fries
# WEW (p40-41), KBG

ASTT: Anglo-Saxische Timetable:
nC:
-150++-- Saxen wonen in Pommeren/NO.Duitsland tot aan de Elbe (Ptolemaeus; FFS)
-150---- Saxen dringen Angelland binnen tot aan de Elbe bij Bremen > PgAng/NOVL
-150---- Angelen verslaan de Saxen bij Bremen > PgAng/NOVL
-150---- 1e Angel-Saxisch Verbond (Lunenburg) > PgAng/Angel-Saxen
-350++-- Saxen zoeken doorgang naar Noordzee
-370-400 Eerste golf Anglische settlers in de Cotswolds onder aanvoering van Wig, zoon van de onderkoning van Sleswig. Wig vlucht voor de agressieve koning van de Saxen aan de Elbe. Mogelijk vestigen Wig en zijn groep zich in Wychwood, dat woud van Wig betekent. > PgAng/Kolonisatie
-375++-- Saxen infiltreren westkant Lunenburg
-400++-- Angelen zijn een Germaanse volk in het tegenwoordige Sleeswijk, later langs Beneden Rijn en Maas, steken in de 5e eeuw gedeeltelijk over naar Groot Brittannia, waar zij samen met Saxen en andere stammen diverse rijkjes stichten. > PgAng/Angelen
-400++-- Saxen migreren naar NW Duitsland op de vlucht voor de Slaven
-405---- Offa van Angeln verslaat de Saxen bij Bremen > PgAng/Offa van Angeln
-405---- Offa dringt Saxen terug naar oostkant Elbe > PgAng/Offa van Angeln
-405---- Offa verslaat de Swaefen bij Fiveldore in NO.Groningen > PgAng/Offa van Angeln
-405---- Offa bouwt motte in Coevorden tegen Saxen > PgAng/Offa van Angeln
-405++-- geen Saxen in West Angle (NO Nederland) > PgAng/West Angle
-449++-- Angelen, Saxen en Jutten migreren naar Brittannia > PgBrit/ASC
-477++-- Saxen van Continent vallen Brittania binnen en stichten koninkrijk Sussex
-477-512 Aelle, eerste koning van Sussex c.q. de eerste Bretwalda, ofwel de eerste koning van heel Brittannia > PgBrit/Sussex
-498++-- West Angle bouwt versterkingen langs oostgrens om invasies van Saxen te bestrijden. > PgAng/NOVL
-500-785 De Grote Collaps: Door de grote migratie van Angelen naar Brittannia raakt Angelland gedeeltelijk ontvolkt en verzwakt de bestuurlijke en militaire macht in ernstige mate. Circa 1/2 van de Angelen is gemigreerd. Angelland is daardoor relatief te zwak geworden om de instroom van Saxen, Friezen en Franken te weren. Toch blijft de helft van de Angelen in Angelland en behouden ze daar een relatief dominante positie. Door de zwakte van het centraal bestuur raken de Angelen echter hun samenhorigheid kwijt, vergeten ze langzamerhand hun identiteit en gaan ze zich deels identificeren met Saxen, Friezen of Franken. Desondanks hebben de oorspronkelijke Angelen her en der nog vele sporen achtergelaten. > PgAng/Grote Collaps, P68
-514++-- Saxen migreren naar Zuid Brittannia > PgAng/Engelandvaarders
-550-785 delen Angelland veroverd door Denen, Saxen, Franken en Friezen > PgAng/P58
-600-700 Saxen settelen in NoordAlbinga/NO.Holstein > PgAng/Saxen
-600-700 Angelen uit Oost Angle settelen in West Angle op vlucht voor Saxen > PgAng/Oost Angle
-600-700 Angeln strekt zich uit tot de Elbe
-650---- 2e Verbond Angelen en Saxen in Cotswolds/Engeland > PgBrit/Angel-Saxen
-672-735 Beda (ZA)
-680++-- motte Klinkenberg bij Coevorden bolwerk tegen Saxen > PgAng/Klinkenberg
-700++-- motte Bergvrede in Ootmarsum bolwerk tegen de Saxen > Ootmarsum
-731++-- Saxen wonen in Albinga/Holstein (Beda)
-750++-- Saxen en Franken veroveren Thuringen > PgAng/Thuringen
-775---- Saxen wonen in NO Duitsland tot aan de Elbe > PgAng/Old Saxum
-775++-- Saxen migreren naar NW Duitsland en grensstreken NO Nederland
-775++-- versaxing NO Nederland > PgAng/Angel-Saxisch
-775++-- Angelen migreren massaal van NW Duitsland naar NO Nederland op de vlucht voor oprukkende Saxen uit NO Duitsland. > PgAng/Demografie
-780++-- Saxen veroveren deel Groninger Ommelanden en Dokkum > PgAng/Ludger
-780++-- Oost Angle (NW Duitsland) veroverd door Saxen > PgAng/Saxen
-780++-- West Angle (NO Nederland) blijft Anglisch gebied > PgAng/West Angle
-780++-- Anglische factor in West Angle 3x groter dan Saxische > PgAng/AFA
-782----- Karel de Grote laat 4500 Saxen onthoofden in Verden/Bremen
-785++-- Saxen onderwerpen zich aan de Frankische koning Karel de Grote
-785++-- Karel de Grote breidt zijn rijk uit tot aan de Elbe > PgAng/Franken
-785++-- Angelland onder Frankisch bestuur
-785++-- Lex Saxonum
-800++-- Saxen settelen in Saxum/N.Groningen > Saxum
-800-803 Franken en Saxen veroveren Thuringen > Thuringen
-801----- Podolf van Englandi schenkt zijn Hof Englandi met alle gronden en rechten aan de Abdij van Werden bij Duisburg > PgAng/Engeland Beekbergen
-803----- Pax Anglorum verschrompeld tot NO Nederland > PgAng (Pax Anglorum)
-835----- Anglo-Saxon Chronicle noemt Angelland Angle > PgAng/Angle
-843----- Verdrag van Verdun: rijk van Karel de Grote opgedeeld in Francia (Frankrijk), Lotharingen (Lage Landen) en Saxen (Dutisland). > PgAng/Lotharingen
-843-880 Lotharingen > PgAng
-843-1260 Hertogdom Saxen > Saxenland
-848-901 Alfred de Grote van Wessex, Rex Anglorum
** Saxen, Saxenland

ASV: > ASV1, ASV2
ASV1: Anglo-Saxisch Verbond > Angel-Saxen

ASV2: Anglo-Saxische Verhoudingen
Er zijn vooralsnog geen oorlogen bekend tussen Angelen en Saxen. Noch op het Continent, noch in Brittannia. Sterker: er zijn drie historische verbonden gesloten tussen deze twee Germaanse volken: in 150nC in het gebied Eeems/Elbe, circa 650nC in de Cotswolds en 889nC door het huwelijk tussen Ethelred II van Mercia en Ethelflaed van Wessex, dochter van koning Alfred de Grote van Wessex. Met dat huwelijk is de basis gelegd voor de verdere unificatie van Engeland. Mercia omvat het Anglische Rijk in Midden en Noord Engeland, en Wessex omvat het Saxische Rijk in Zuid en Oost Engeland. (> Angel-Saxen)
150-775nC: Het feit dat de expansie van de Saxen in NW Duitsland en NO Nederland pas plaats vindt circa 150-775nC, duidt erop dat de achtergebleven Angelen op het Continent in staat zijn de opmars van de Saxen tot die periode succesvol te temperen, ondanks het feit dat het Koninkrijk Angle in 489 ophoudt te bestaan als gevolg van de massamigratie van Angelen naar Brittannia en de aanvallen van de Denen. Dit duidt er tevens op dat er nog genoeg Angelen zijn blijven wonen in hun homelands op het Continent om weerstand te bieden tegen de Denen en de Saxen. > Saxen
370-400nC: Eerste golf Anglische settlers in de Cotswolds (Engeland) onder aanvoering van Wig, zoon van de onderkoning Freawin van Sleswig. Wig vlucht voor de agressieve koning van de Saxen aan de Elbe. Mogelijk vestigen Wig en zijn groep zich in Wychwood, dat woud van Wig betekent. > Wig van Sleswig
405nC: Offa van Angeln verslaat de Saxen nabij Bremen ivm met de expansie van de Saxen over de Elbe. Daarmee voorkomt Offa dat zijn vader Wermund in de macht komt van de Saxen. > Offa van Angeln


    

boven: re-enactment van een gevecht tussen Anglische strijders (links) en Saxen (rechts) rond 400nC (foto ©)  

498nC++: De bouw en renovatie van motten in Coevorden, Gees en Ootmarsum lijken te duiden dat de Angelen een Saxische invasie vrezen door de massamigratie van Angelen naar Brittannia. Daardoor raakte het land deels ontvolkt en verzwakt. > Motte, M35, NOVL
596nC++: Bron ASCV:

596. Paus Gregorius zendt Augustinus naar Brittannia met een groot aantal monnikken, die het Evangelie verkondigen aan het Engelse volk.
597. Augustinus en zijn metgezellen arriveren in Engeland. Ceowulf begint te regeren in Wessex; hij vecht en strijdt steeds tegen de Angelen, de Picten of de Scoten.
Kennelijk zijn de relaties tussen de Saxen in Wessex en de Angelen in Midden en Noord Engeland niet best. Opmerkelijk is dat de problemen vanuit de Saxen lijken te komen. Ook opmerklijk is dat niet wordt gerept over de relaties tussen de Angelen, Picten en Scoten. Mogelijk zijn die redelijk of goed.
615nC: Bron WAB/p82 bevestigt de adhesi tussen Angelen en Saxen:
Edwin of Northumbria [586*-633], it will be remembered, agreed to become a Christian if the new faith would give him power to kill his old enemy, the King of Wessex, ...
700nC++: Motte Bergvrede in Ootmarsum bolwerk tegen de Saxen > Ootmarsum
750-800nC Saxen settelen in NO Groningen en enkele grensstroken langs grens met Duitsland tussen Drente en Gelderland. > Saxne
1086: Vaak is niet duidelijk of we in een bepaald bestek te maken hebben met Angelen, met Saxen of met beide volken. In de Doomsday Book van 1068, waarin alle grondbezitters in Engeland zijn geregistreerd, komt de naam Saxi behoorlijk vaak voor in typisch Anglische gebieden in Engeland. Ook plaatsnamen met Sax komen anno 2009 nog veel voor in die gebieden. Zoals o.a. Saxby in Lincolnshire. Maar ook in gebieden op het Continent komt de verwarring voor. O.a. in Noord Groningen. Taalkundig rijst ook vaak de vraag of een tekst Anglisch of Saxisch is. Beide talen lijken dicht bij elkaar te liggen. Dat kan duiden op verwantschap, maar ook op sterke beÔnvloeding. Gezien het samengaan van Angelen en Saxen op het Continent (125nC) en in Engeland (400nC) lijkt e.e.a. zeer reŽel. Maar meer nog omdat zowel Angelen als Saxen hun roots lijken te hebben in Zuid Zweden.
1227 28 juli Slag bij Ane: Rudolf II van Coevorden verzamelt een groot leger Drentse boeren bij Ane in Drente. Zij lokken Otto van Lippe, bisschop van Utrecht, met zijn leger ridders en soldaten naar een zgn wisselveen (Angl: wiscfen), dat vaak droog lijkt, maar feitelijk vaak nat en diep is. Die dag lijkt het een droge veen. De overmoedige Otto en zijn leger draven in vol galop richting Rudolf en de Drenten een halve mijl verder, aan de overkant van het wisselveen. De gevolgen zijn rampzalig. Otto en alle ridders, paarden en manschappen belanden in het veen. Door hun zware harnassen en wapens verdwijnen ze allen in de diepte. Rudolf en de Drenten hebben gewonnen. De macht van Bisdom Utrecht over het Noorden is definitief gebroken. Drente en Groningen zijn verlost. Met de slag van Ane verspeelt de bisschop zijn gezag in Drente en de rest van NO Nederland (West Angle). En met hem de hertog van Saxen, van wie immers het bisdom Utrecht deze gebieden in leen heeft. > Coevorden, West Angle
1348: Bisschop Jan van Arkel in Utrecht bezit drie erven en enkele weiden in Angelsloo. (#APN) Mogelijk is Angelsloo in die tijd een vooruitgeschoven post van het bisdom Utrecht in hun strijd tegen de Drenten. Het bisdom spant samen met de Saxen tegen de Angelen in NO Nederland. Angelsloo ligt ideaal: vrij hoog en droog en nabij Coevorden, de hoofdstad van Drente, c.q. het belangrijkste Anglische bolwerk in die tijd. > Angelsloo, Coevorden
2012: In Engeland spreekt men van de north-south gap waarmee men doelt op de tegenstelling tussen Noord en Zuid Engeland. Deze lijn loopt horizontaal door Londen. Noord Engeland is historisch overwegend Anglisch gebied. Zuid Engeland bestaat uit Zuid-Oost Engeland (historisch overwegend Saxisch) en Zuid-West Engeland (historisch overwegend Anglisch). De tegenstelling kenmerkt zich o.a. in streektaal, industrie en gezondheid.
ing/ink: De uitgang -ing in namen in NO Nederland duidt naar zeggen op Anglische herkomst. Die op -ink daarentegen op Saxische herkomst. Uit onderzoek blijkt dat de ing/h komt circa 2.4x vaker voorkomt dan ink. Ofwel: De Anglische vorm komt 2.4x vaker voor dan de Saxische vorm. Hieruit volgt dat de Anglisch factor in Noord-Oost Nederland 2.4x groter is dan de Saxische factor. Ofwel de Anglische factor omvat 2.4/3.4=0.706=70.6% van het geheel. De Anglische wortels lijken dus merkbaar sterker vertegenwoordigd dan de Saxische. (> ing/ink)
ing/ink(2.4/1)//migratie(2.4/1): Kijken we naar de aantallen Angelen en Saxen die naar Brittannia migreren in 450-500nC, dan krijgen we circa 360.000/150.000=2.4/1. Ofwel: de Anglische factor bedraagt hier 2.4/3.4=0.706= 70.6% van het geheel. Evengroot dus als de ing/ink verhouding. De metingen lijken dus betrouwbaar. (> Engelandvaarders) Een zeer opmerkelijke gelijkheid!
De enige reŽele verklaring voor deze gelijkheid kan zijn dat deze verhouding 2.4/1 tussen Angelen en Saxen in de Anglische gebieden op het Continent al circa 450nC aanwezig is en dat de Angelen en Saxen in relatief gelijke mate zijn gemigreerd naar Brittannia. Verder lijkt dan dat de Saxen al vůůr 450nC een redelijk geÔntegreerd deel vormen binnen het hele Anglische Rijk. Dat kan een belangrijke verklaring zijn voor de naam Angel-Saxen.
Bron ASW/p31 heeft dus kennenlijk gelijk als het schrijft:
The Anglo-Saxon peoples, then [5e eeuw nC], were probably of mixed stock, with a number of common characteristics, before they arrived in England.
ang/sax: In totaal zijn er in het Angel-Saxisch woongebied in NO Nederland en NW Duitsland 17 locaties met een verwijzing naar Angelen en 5 met Saxen. De Anglische locaties zijn dus 17/5=3.4x sterker vertegenwoordigd. Ofwel: 3.4/4.4=0.772=77.2% van de locaties zijn oorspronkelijk Anglisch. (> ang/sax)
ang/sax(3.4/1)//ing/ink(2.4/1): De Angelen wonen al sinds circa 400vC in NO Nederland. De Saxen wonen circa 150nC al aan de Elbe. Rond 400nC vestigen zich daar meer Saxen op de vlucht voor de Slaven, die op de vlucht zijn voor de Hunnen en zich vestigen in Pommeren/N.Duitsland in het gebied tussen Weichsel en Elbe. (> Volksverhuizingen) De Angelen wonen dus al ruim 2009+400=2409 jaar in NO Nederland en de Saxen 2009-150=1859 jaar. De Angelen wonen dus circa 1.5x langer in NO Nederland. De Anglische roots zullen dus navenant sterker moeten zijn. De verhoudingen ang/sax=3.4 en ing/ink=2.4 lijken te bevestigen dat de Angelen de oorspronkelijke bewoners zijn van Asland (Continentaal woongebied van de Angel-Saxen) en dat ruim vůůr 450nC ook Saxen zich aldaar vestigen en daarna de invloed van de Angelen relatief mindert.
¶ Resumť:
1. Angelen sinds 400vC in Asland
2. Saxen sinds 150nC in Asland.
3. ang/sax/migratie/aantal (450nC) = 2.4/1
4. ing/ink/famnames/asland/aantal (2009) = 2.4/1
5. 3+4 > ang/sax/asland/aantal (400-2009) = 2.4/1
---> Angelen stabiel numeriek in de meerderheid in Asland.
---> Angelen relatief stabiel aanwezig in Asland.
---> ang/sax/engeland = ang/sax/asland = 2.4/1
6. ang/sax/locaties/asland/aantal (2009) = 3.4/1
---> Anglische locatienamen in Asland stabiel
---> Anglische macht in Asland stabiel sinds 150nC
7. Locatienamen veranderen niet snel. Als ze veranderen dan normaliter door vestiging nieuwe bevolking + verdwijnen oerbevolking.
8. 5+6+7 bevestigen:
---> Vele Angelen blijven in Asland ondanks massamigratie naar Brittannia rond 450nC.
---> Angelen oudste bevolking van Asland.
9. ang/sax/asland/woontijd (2009) = (2009+400)/(2009-150) = 2409/1859 = 1.3/1
¶ Gezien het voorgaande kan men stellen dat de gebieden Neder-Saxen, Westfalen en NO Nederland waar de Saxen zich hebben gevestigd, feitelijk Angel-Saxisch genoemd moeten worden. Dat ze desondanks normaliter alleen als Saxisch worden genoemd, betekent dat de Angelen in die gebieden geen of nauwelijks nog betekenis lijken te hebben of dat ze worden verzwegen. Feit is dat Angeln in 500-700nC geleidelijk wordt veroverd door de Denen. Nadien lijkt de rol van de Angelen in NW Europa uitgespeeld. Dat kan komen doordat Angeln in feite het kernland is van Mega Angle, het Anglische Rijk dat zich uitstrekt van Denemarken tot aan de Rijn. De centrale bindende factor is dus verdwenen voor de Angelen in de buitengewesten. En daarmee naar het lijkt ook de eigen identiteit.
¶ Opmerkelijk is dat de ing/ink verhouding aangeeft dat de Anglische invloed in NO Nederland anno 2009 2.4x groter is dan de Saxische. (> ing/ink) Waarom worden de Angelen daar en elders in het NW van het Continent dan niet meer genoemd sinds circa 500nC? Het enige reŽele antwoord op deze vraag lijkt de urbanisatie. De Saxen lijken een voorkeur te hebben voor grote steden, waar ze hun ambachten kunnen beoefenen en handel drijven. Dat gebeurt in Engeland in o.a. Winchester en Londen. Winchester is al vroeg een grote stad en de hofstad van Wessex. Londen komt ergens rond 900nC in handen van Wessex en is nadien altijd in Saxische handen. Op het Continent zijn Groningen en Hamburg grote steden in oud Anglisch gebied. Toch zijn ze al vroeg in Saxische handen. Wie de grote steden bezit, heeft kennelijk de macht, ook al is die numeriek in de minderheid. De Angelen lijken over de hele linie meer plattelanders en meer gericht op landbouw, veeteelt en jacht. Vooral beverjacht en schapenteelt zijn voor de Angelen zeer belangrijke bronnen van inkomsten. En de koningen van Mercia wonen eerst rond het gehucht Stone in Staffordshire en pas sinds de 9e eeuw iets groter in Stafford, dankzij Lady Ethelflaed, dochter van koning Alfred de Grote van Wessex. Zij was gehuwd met Ethelred II, de laatste Anglische koning van het Anglische Mercia, tot zijn dood het grootste en machtigste rijk van Brittannia.
¶ Een mooi voorbeeld van oneigenlijke versaxing van een regio biedt Twente. Deze regio is al sinds 100nC bewoond door Tubanten, een Germaanse stam uit de regio Lippe in NW Duitsland. Ze wonen daar al kennelijk veel langer, want in 110nC werken Tubantse soldaten in Noord Yorkshire voor de Romeinen aan de bouw van de Hadrian Wall. (> Tubanten) Twente en het aldaar gelegen Tubbergen ontlenen hun namen aan de Tubanten. Sinds circa 775nC vestigen zich daar mogelijk enige Saxen, voornamelijk als ambachtslieden en handelaars in de grote locaties. Anno 2009 zien de Tukkers (inwoners van Twente) zich echter als Saxen. Sinds begin 20e eeuw voert Twente zelfs de Saxenvlag: op rood een stijgend wit paard (ros), links gekeerd. Kennelijk zijn de Tukkers helemaal vergeten dat de naam Tukker is afgeleid van Tubanten, evenals Twente en Tubbergen. Dat het gebied sinds circa 250vC ook al wordt bevolkt door Angelen, is kennelijk ook helemaal aan de historische aandacht ontsnapt. (> ASA)
Twente is waarschijnlijk nimmer door Saxen bewoond, maar onderging wel een sterke Saxische invloed, omdat het centrum van het Saxisch machtsgebied lag in Westfalen, vooral in het stroomgebied van Lippe en Eems. (#GVT/p16) > Versaxing
¶ Een zelfde tendens als in Twente ziet men ook in Engeland en elders. In vele teksten worden nagenoeg steevast alleen Saxen genoemd als de migranten van het Continent die zich in 450-550nC in Brittannia vestigen en worden de nazaten van hen navenant ook alleen Saxen genoemd. Dat de grote meerderheid van de migranten Angelen zijn, wordt vaak niet genoemd. De reden van deze geschiedvervalsing is vooralsnog niet bekend.
¶ Een gelijksoortige geschiedvervalsing is de oneigenlijke verfriesing van vele feiten. De oudste vermelding van de Friezen dateert van 100nC, als Tacitus ze noemt als Frisii. (> Friezen) Ze zullen dan zeker al ruim voordien bestaan, anders zouden ze in 100nC nog geen noemenswaardig volk zijn geweest. Vele historici negeren dit gegeven echter en schrijven vele feiten toe aan de Friezen, hoewel die in hun bestek zeer waarschijnlijk nog niet bestaan. Vaak wordt dan gewezen op de Friese of Friesachtige taal in dat bestek. Men vergeet dan eenvoudig dat het Fries hooguit een afgeleide is van het Anglisch, dat al in 350vC wordt genoemd en dus zeker al veel eerder bestaat. (> Angologie) Derhalve zal de genoemde taal veeleer tot het Anglisch kunnen behoren.
¶ In de Atlas van Blaeu van 1649 worden zowel de versaxing als de verfriezing van de Angelen tegelijkertijd gedemonstreerd in een simpele tekst over de bouw van de Burcht van Leiden rond 449nC door Engist, een overste van de Angel-Saxen.
De Schrijver van d'oude Hollantsche Chronijck, en verscheyde andere geleerde mannen meenen, datse [de burcht] omtrent het jaer CCCC XLIX van sekere Engistus, een Overste van de Anglen en Saxen, oft, soo sommige seggen, Koning der Vriesen, gebouwt is. De geleerde Janus Dousa heeft ook dit gevoelen gehadt, gelijck uyt de volgende vaersen blijckt:
Putatur Engistus, Britanno orbe,
Redux, posuisse victor.
Dat is:
Engist, verwinnaer uyt Britanje weergekeert.
Heeft Leyden als men meent, met dese Burgh vereert.
De citaat geeft aan dat in 1649 de meningen zijn verdeeld of men moet spreken van Angel-Saxen of Friezen, terwijl men lang daarvoor Engist een Angel-Sax noemt, terwijl Engist feitelijk afkomstig is uit Angeln en een Angel is.
** Angel-Saxen, AFA, Offaland, Hunnen, Versaxing

Asveld:
Voormalige locatie in Hengelo (Twente) grenzend aan Borne. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. De naam Asveld lijkt derhalve afgeleid van Anglisch aess (es; boomsoort) + feld (veld). Dus: het veld bij de esbomen. Anno 2010 loopt daar nog steeds de oude Asveldweg.
¶ Gezien de historische migratiestromen zal Asveld rond 225vC zijn bevolkt door Angelen vanuit de regio Hardenberg. Rond die zelfde tijd hebben zich ook Angelen gevestigd in de nabijgelegen buurt Pentrop te Hengelo.
¶ Er is ook een familienaam Asveld. In 1947 komt de naam in Nederland totaal 114x voor met een piek van 66x in Overijssel. In 2007 komt de naam in Nederland totaal 128x voor met hoogste frekwentie van 19x in Hengelo Twente. Daarmee lijkt Asveld in Hengelo inderdaad de herkomst van de familienaam. Ook is er de variant Van Asveldt, die in 1947 30x voorkomt in Nederland met een piek van 23x in Noord Brabant.
¶ In Engeland komt de naam Ashfield voor als district in West Nottinghamshire, een historisch Anglisch gebied. Ook komen de varianten Asfield en Ashfield voor als familienaam in Engeland en Engelstalige landen.
¶ De naam Asveld kan mogelijk ook zijn afgeleid van Anglisch ascfeld = asveld = strooiveld voor as. Dit kan betekenen dat aldaar ooit een crematieplek was. Crematie gebeurde normaliter op een zgn paasberg, Anglisch pasbeorg = hoogte waar geofferd of gecremeerd wordt. (> Paasberg) De buurt Asveld in Hengelo ligt inderdaad merkbaar hoger dan de directe omgeving. > Paasberg
** ASA

ATZA: Anglische Taalzones in Angelland
Prof Dr Jacobus Joannes Antonius (Jac) van Ginneken S.J. (1877-1945) was taalkundige, dialectoloog en psycholoog. Hij doceerde aan de Universiteit Nijmegen. Heeft veel gepubliceerd op taalkundig gebied. Jac van Ginneken (JvG) schrijft in Onze Taaltuin van april 1932 o.a. over zgn Anglische taalinfiltratiezones in Nederland en Vlaanderen. Later schrijft hij dat de term infiltratiezone bij nader inzien onjuist is omdat deze gebieden feitelijk taalkundige restegebieden zijn van het oorspronkelijke Anglisch wat daar kennelijk eerder gesproken werd.

JvG schrijft in algemene termen over heel Nederland en Vlaanderen en in bizonder over de drie Anglische taalzones:
- Leuven
- StNicolaas-Boom-Dendermonde-Aalst-Niove
- Hasselt-Bree

De belangrijkste bevindingen van JvG lijken als volgt te kunnen worden samengevat in zijn eigen woorden:


¶ Een nieuwe strooming in de taalwetenschap
... en wijst op drie 'anglische' infiltratiezones, die wij later nog op honderd andere [taal]kaarten zullen terugvinden. ...
¶ Taalkaart 'put'
... Bijna over heel ons taalgebied [Nederland-Vlaanderen] heeft de apocopeering de onbetoonde silbe doen verdwijnen. Alleen in het Noord-Oosten heeft het Saksische deel de twee-silbigheid tot heden toe bewaard. (De juistheid mijner demarcatielijn in Drenthe is niet geheel zeker). Maar over heel ons land liggen nog de sporen der oude [Anglische] tweesilbigheid in de verschillende rekkingen dier Umlautsvocalen. ...
¶ Taalkaart: vuur (p 218)
... Hierdoor blijken nu onze drie aanvankelijk gedoopte 'Anglische infiltratiezones' in Zuid-Nederland niets anders dan oude rest-gebieden van een vroeger over heel West-Nederland en waarschijnlijk ook Oud-Brabant verspreid Ingvaeonisme. Deze conclusie werd door de [taal]kaarten van deur en put reeds waarschijnlijk, maar lijkt mij nu zeker geworden. Bovendien tonen de Zuid-Limburgsche vormen deer en daar die zoo sprekend op de Tessel-Vlielandsche en Schiermonnikoogsche vormen gelijken, dat ook Limburg eenmaal tot dit groote delabialisatiegebied heeft gehoord. En ik geloof, dat wij hiermee een groot samenhangend Oud-Nederlandsch [Anglisch] dialectgebied hebben blootgelegd. Telkens weer opnieuw zullen wij in de nu volgende [taal]kaarten zien, hoe dit ťťne gebied door machtige taalversschijnselen ... is uiteengerukt, maar dat de beide peripherieŽn Ťn de zoogenaamde 'infiltratiezones' aan het oude [Anglisch] getrouw zijn gebleven. ...
De bevindingen van JvG zijn volledig te rijmen met bevindingen uit historische bronnen omtrent de aanwezigheid van Angelen in heel Nederland en Vlaanderen sinds circa 400vC.
¶ JvG stelt o.a.: "Alleen in het Noord-Oosten [van Nederland] heeft het Saksische deel de twee-silbigheid tot heden toe bewaard." Het Saxisch kenmerkt zich echter juist door drie- of meer-silbigheid, vooral door tussenvoeging van e-klanken. Het behoud van de twee-silbigheid in NO Nederland is dus te danken aan de relatief sterke aanwezigheid van Angelen zelf aldaar. Uit diverse metingen blijkt dat de Agnglische Factor daar gemidddeld 2.7x groter is dan de Saxische. Maw: In NO Nederland is de Anglische aanwezigheid gemiddeld 2.7x groter dan de Saxische, hetgeen zich kennelijk o.a. uit in een sterke handhaving van hun taaleigenschappen en andere elementen van hun cultuur. > AFA
¶ Voorgaande bevindingen van professor Van Ginnekeken worden gesterkt door andere bronnen. Naar zeggen zou vroeger in de streek langs de Twents/Duitse grens tussen Hardenberg en Neuenhaus ooit een soort Friese taal zijn gesproken. Echter, er zijn verder geen aanwijzingen dat daar ooit Friezen zijn gesetteld. Aangezien het Fries in enige opzichten verwant lijkt aan het Anglisch, kan er eerder sprake zijn van een Anglische streektaal. Deze these sterkt het feit dat genoemde streek rond 250vC is bevolkt door Angelen uit Drente. > Hardinga
¶ Een ander opmerkelijk feit is de fonologie van de streektaal in ZO Drente. O.a. in Emmen en Erm. Deze fonologie doet voor een buitenstaander ietwat Fries aan, maar de sprekers zeggen nadrukkelijk dat het geen Fries is maar Drents. Van typische Saxische fonologie is duidelijk geen sprake. En echt Fries is het ook niet. Mogelijk gaat het ook hier om oude Anglische taalresten. (FRI lente 2011)
** LFA, Angle, West Anglisch, Angelnees, Kakkinees, Angelland, Maerlands, VTO, Dzjim, SEBA, FBAA
# dbnl.nl 6.10.2010, KBG

ATZA2: 1932++
F=Fonologie W=Woorden P=Personen D=Duratie
1=weinig 2=matig 3=redelijk 4=veel 5=zeerveel
Appingedam: FRI/2013 F4 W3 P1 D3
Arnhem: FRI/1960++ F4 W3 P5 D5 > Angelnees
Bathmen/Deventer: FRI/2014 F1 [] ggat wel
Borne/Twente: FRI/1978++ F3 W4 P1 D5
Drente/ZO: De fonologie doet hier voor een buitenstaander ietwat Fries aan, maar de sprekers zeggen nadrukkelijk dat het geen Fries is maar Drents. Van typische Saxische fonologie is duidelijk geen sprake. En echt Fries is het ook niet. Mogelijk gaat het hier om oude Anglische taalresten.
Emmen/Drente: FRI/2012 F4 W2 P1 D3
Erm/Drente: FRI/Veenoord/2011 F5 W1 P1 D3
Hardenberg++: > sub Twente/Oost
Hardinga: Historisch gebied in NO Nederland langs grens met Duitsland. Volgens een tekst op een steen in ZO Engeland uit circa 1000nC ziet de bevolking de Anglische koning Ingwi als hun held. > Hardinga
Harreveld/Gld: FRI/2011 F3 W3 P1 D3
Husum/Sleswig: NDRtv/2013 F4 W3 P2 D3
Kappeln/Angeln: FRI/1971 F5 W4 P4 D4
Oldenburg/Bremen: NDRtv/Carnaval2012 F3 W3 P3 D3
Stellingwarf: > Stellingwarf
Twente/Oost: Naar zeggen zou vroeger in de streek langs de Twents/Duitse grens tussen Hardenberg en Neuenhaus ooit een soort Friese taal zijn gesproken. Echter, er zijn verder geen aanwijzingen dat daar ooit Friezen zijn gesetteld. Aangezien het Fries in enige opzichten verwant lijkt aan het Anglisch, kan er eerder sprake zijn van een Anglische streektaal. Deze these sterkt het feit dat genoemde streek rond 250vC is bevolkt door Angelen uit Drente.
Utrecht/stad: Volgens taalkundigen van de Rijksuniversiteit Utrecht (RU) staat het dialect van stad Utrecht fonologisch erg dicht bij het Engels. (# radio mei 2012) Dit lijkt te bevestigen dat stad Utrecht rond 150vC is bevolkt door Angelen uit de West Veluwe.
Zalk/Yssel: FRI/2011 F3 W3 P3 D3 > Zalk

AVA: = afgeleid van Anglisch
Avelham: > Kolham
Avereest: > Zuidwolde

Avergoor:
Oude hoeve op het kruispunt van de Avergoorseweg en de Iwlandsweg te Averlo in het buitengebied van Deventer. De hoeve lijkt te dateren van rond 1800 AD. De regio Averlo wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. (> Averlo) De naam Avergoor lijkt derhalve afgeleid van Anglisch afer (over, voorbij) + goar, gor, gore (moeras). Dus: de locatie over/voorbij het moeras. Gezien het landschap aldaar zal dit moeras hebben gelegen tussen Avergoor en aangrenzend Frieswijk. #FRIsep2104
** Averlo, Iwland

Averlo:
Landelijk gehucht bij Deventer gelegen onder Avergoor. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. (> ASA) De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch afer (over, voorbij) + loha (laagte). Gezien:
- de aldaar gelegen hoeve Avergoor
- en de term goor = moeras
- en de term lo = laagte
>> zal met de laagte van Averlo een moeras zijn bedoeld
>> en zal dit moeras bij Averlo liggen

(1) Inspectie ter plekke (sep2014) leert dat:
--- de laagte bij Averlo zich uitstrekt tot aan de Soestwetering
--- en dat door deze laagte de Avergoorsedijk loopt
--- en dat langs deze dijk nog enige restanten liggen van het voormalig moeras.
>>> De Avergoorsedijk zal derhalve een oude veendijk zijn.
(2) Aangezien:
--- Averlo verwijst naar een laagte
--- en Avergoor verwijst naar een moeras
--- en dat met de laagte van Averlo kenlijk hetelfde wordt bedoeld als met het moeras van Avergoor
>>> lijkt met de Anglische term loha (laagte) o.a. ook goar, gor, gore (moeras) te worden bedoeld.
Historie: De Stentor van 6.9.2014 schrijft over de publicatie van het boek Gewoon Averlo en Frieswijk, geschreven door Carolien van Hattem, Bert Kleine Schaars, Gerard Kolkman, Francis Nieuwenhus, Brigit Spoler en Jos Venneman:
- omvang: in Averlo en Frieswijk staan 135 huizen en wonen 515 mensen
- Iwland: een voormalig landgoed genoemd naar de eigenaar; het stond aan de huidige Iwlandsweg. NB Anglisch iwland (ewland) = land waar veel iewen (ijven) groeien. Anglisch iw = ijf, taxus (jeneverbes). > Iwland, Taxus
- Jan Kolkman: (gb 1793) Hij neemt dienst in het leger van Napoleon. Na diens nederlaag in Rusland in winter 1813 loopt hij vanuit Rusland helemaal terug naar Averlo samen met ene Hulsegge uit Wesepe. Sterk vermagerd en met een lange baard komt hij weer thuis in Averlo.
--- De afstand Moskou-Averlo is hemelsbreed circa 2400 Km. Over weg zal dat circa 1.5x langer zijn. Dus circa 3600 Km. Jan zal per dag circa 4 uur lopen met een snelheid van circa 5 Km per uur. Dus circa 20 Km per dag. De tocht duurt dan circa 3600/20 = 180 dagen = 6 maanden.
- De Kranenkamp: Een Cafť-Restaurant met een lange geschiedenis. Anno 2014 heet het NuNu. > PgK-K/Kranenkamp Diepenveen
- Doodshemd: Naar Sallandse traditie ligt het doodshemd met het huwelijk al klaar in de linnenkast. De doodskist met het lijk wordt op de deel gezet. De overledene mag echter niet alleen blijven. Daarom waken de buren erbij. Een bakje met gemalen koffie staat naast de kist tegen de lucht van het lijk in ontbinding.

Avervoorde: AVA afer forde = Over de Voorde: gehucht bij Terwolde

Avonden:
()A aefen (avond), aefnian (avond)
70miljVC++ Bushmen: Volk dat leeft in Zuid Afrika. Zelf noemen ze zich de San. Ze zijn de oudste vertegenwoordigers van de mensheid op aarde. Als enigen der Oermensen hebben zij de catastrofe van 65 miljoen jaar vC overleefd, toen een meteoor Mexico trof en nagenoeg alle leven op aarde uitroeide. San leven van jacht en verzamelen van plantaardige producten. Anno 2013 leven ze in kleine groepen in de Kalahari Woestijn en wonen in kleine hutten, opgebouwd uit boomtakken en bladeren. Jagen doen de mannen in kleine groepen met zelf gemaakte pijlen en bogen en speren. De vrouwen verzamelen zaden, noten, vruchten, wortels en kruiden. De San zijn een mooi, lichtbruin getint en vriendelijk volk. Ook hebben ze een goed gevoel voor humor. > PgGen/Bushmen
¶¶ Nachten: De vaak koude nachten brengen de San door bij een kampvuur, met eten, verhalen en dansen. De vuren maken ze met een stok en droog zacht gras. De stok draaien ze tussen hun handen snel heen en weer op het zachte gras, waardoor dit even later ontvlamt. De vuren zijn mede bedoeld om leeuwen en andere roofdieren op een afstand te houden.
¶ Hoe de Angelen hun avonden doorbrengen is vooralsnog niet bekend. Met plezier, zingen, muziek, verhalen of werkzaamheden of gaan ze vroeg slapen?
** Vermaak, Zingen, Verhalen, Vuur, Gezelligheid, Slapen

AWA: Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa (1841)
Bevat beschrijvingen van dorpen, steden, buurtschappen, eilanden, rivieren, beken, kanalen, polders, gebouwen, etc. in Nederland en Oost-IndiŽ. O.a. demografie, kerken, gezindten, scholen, kloosters, geschiedenis, etc.
Auteur: A.J. van der Aa.
** Angerlo, Engeland/Beekbergen, Engelenburg/Brummen, Engelum

AWA/Angelen:
Bron AWA verwijst op diverse plaatsen naar Angelen die in Nederland hebben gewoond. O.a. Angerlo, Engeland/Beekbergen, Engelenburg/Brummen, Engelum

AWH: = Anglische wijsheid > HAWA

AXR: Anglo-Xxx relaties
btr Continentale Angelen
Anglo-Britse Relaties (200vC++) > ABR, Twente
Anglo-Byzantijnse Relaties (650vC++) > Constantinopel
Anglo-Chinese Relaties (300nC++) > Kloosters, Priestering
Anglo-Continentale Oorlogen (1200++) > ACO
Anglo-Continentale Verhoudingen (500vC++) > HACV
Anglo-Deense Relaties (650vC++) > ADR
Anglo-Egyptische relaties (650vC++) > Kreta, Egypte
Anglo-Frankische relaties (600nC++) > Franken
Anglo-Friese Verhoudingen (600nC++) > AFV
Anglo-Gotische realties (650vC++) > Beowulf
Anglo-Griekse relaties (650vC++) > Griekenland
Anglo-Hunnen relaties (350-453nC) > Hunnen
Anglo-Indiase relaties (400nC++) > India
Anglo-Iraakse contacten (900nC++) > Haithabu
Anglo-Marcomaanse relaties (100vC++) > Marcomanen, Bohemen
Anglo-Nederlandse relaties (500vC++) > Angelen, West Angle
Anglo-Nederlandse Verhoudingen (500vC++) > ANV, Hoeken
Anglo-OriŽntale Relaties (650vC++) > Inglo-Goten, Widsith
Anglo-Perzische Relaties (420nC++) > Widsith, Reizen
Anglo-Romeinse Verhoudingen (10nC++) > ARV
Anglo-Saxen (100nC++) > Angel-Saxen
Anglo-Saxisch Verbond (125nC++) > ASV1
Anglo-Saxische Timetable > ASTT
Anglo-Saxische Verhoudingen (100nC++) > ASV2
Anglo-Saxon Chronicles (835nC++) > ASC
Anglo-Saxons (1300++) > Angel-Saxen
Anglo-Spaanse contacten (900nC++) > Haithabu
Anglo-Syrische relaties (650vC++) > SyriŽ
Anglo-Turkse relaties (650nC++) > Constantinopel
Anglo-Zweedse relaties (650vC++) > Inglo-Goten, Ingwi, Angelen
** Haithabu, Widsith, Reizen

Azelo:
Alias Asselo (#HTN 1783) Buurtschap tussen Hengelo en Borne in Twente. Anno 2010 250 inwoners. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. De naam Azelo lijkt derhalve afgeleid van Anglisch aesc (es, esboom) + lah, low (laagte). Dus volgens Anglische regels: de laagte bij de esbomen). > Naamregels
¶ De oudste boerderij van Azelo heet de Have. Dit is specifiek Anglisch voor hoeve. Dit feit sterkt de these dat Azelo oorspronkelijk een Anglische nederzetting is.
¶ In Azelo staan de volgende boerderijen:
Braamhaar (S), Dubbelinks (erve; S/W), Dubbelinks (zata; S), Goormeen (W), Graes (W), Grave (W), Have (W), Imker (W), Lamakerij (S), Meijer (W), Morscate (W), Muzebeld (W), Pellerij (S), Peper (S), Veldmeijer (W).
S = Saxische stijl; W = Wolfdak
Boerderij Erve Dubbelink is qua stijl Saxisch, maar heeft een kleine wolfdak. Ze wordt daarom niet meegereknd. Derhalve:
Totalen: S = 5; W = 9 >> W% = 9/14 = 64.3%
Wolfdaken zijn typisch voor Anglische architectuur. De Anglische invloed is hier na vele eeuwen dus nog goed merkbaar.
¶ Aan de Azelerbeek staat de Noordmolen, een oliemolen die in 1347 wordt vermeld als Noort meule. Deze naam lijkt eveneens te refereren naar Anglische bewoning. Meulen heet in het Anglisch namelijk mylen [meulen]. In het Saxisch is dat mŲlle.
** ASA, Watermolens
# FRI, WKP 17.8.2010, EWB, DAB, KBG

Azewijn:
In 828nC Aswen. Streektaal: Asewien. Dorp in Montferland, ZO Gelderland. De regio wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam Azewijn lijkt derhalve afgeleid van Anglisch aesc (es, esboom) + winne (wingebied, akker, ontginning). Volgens Anglische naamregels derhalve: de akker bij de esbomen. > Naamregels
¶ In Azewijn herinneren anno 2010 nog twee namen aan de Angelen:
- De Laak: een plas in een diepe kuil in de dorpskern. Hier is Mechteld ten Ham in 1605 levend verbrand. Zij is de laatste vrouw in Nederland die tijdens de gruwelijke heksenvervolging in Europa op de brandstapel is gezet. De naam De Laak lijkt afgeleid van Anglisch lacu (meer, plas).
- De Reeven (Grote en Kleine Reven) = erven in het buitengebied van Azewijn. De naam Reeven lijkt afgeleid van Anglisch ryfe (= reve = een gewas).
- Reefweg in buitengebied. Reef is hier mogelijk eveneens afgeleid van Anglisch ryfe.
- De Stille Reef: huis in buitengebied. De naam zou naar zeggen te maken kunnen hebben met een zandgat achter het huis.
- Rafelder: een gehucht bij Azewijn. Deze naam kan verband hebben met Reef of Reve.
¶ In de Middeleeuwen stond een kleine burcht bij het dorp. Daar woonden de zgn Ridders van Azewijn, bekend om hun notoir wangedrag.
¶ Oude familienamen: Bulting, Engelen en Ten Brincke. Deze namen lijken van Anglische herkomst. (> Anglische familienamen)
** ASA, Heksenvervolging
# FRI, DAB, KBG

A5+: Aanwezigheid van Angelen in Angelland na 500nC.
De massamigratie van Angelen naar Brittannia vindt plaats in 450-500nC. (> Engelandvaarders) Het is interessant te weten waar en hoeveel Angelen in Angelland durend zijn gebleven.
500vC-125nC: Rond 665vC settelt de Zweedse koning Ingwi van Denemarken zich met zijn gevolg in Angeln in het huidige NO van Duitsland. Vanaf 500vC beginnen hun nazaten (genaamd Angelen) zich te verspreiden naar het zuiden. (> Angelen)
125nC: Rond 125nC omvat het woongebied van de Angelen al het land tussen Denemarken, de Noordzee, de Elbe, de Rijn, de Saale en Bohemen. Dit Angelland is een machtig Germaans rijk in NW Europa. > Angelland
430-470nC: Angelen en Saxen (uit Pommern in Noord Duitsland) migreren in grote aantallen naar Brittannia. Bron CVF schrijft:

5e en 6e eeuw n. Chr.
Fivelingo raakt gedeeltelijk ontvolkt door de Volksverhuizingen, vanaf het einde van de 6e [8e] eeuw komen nieuwe bewoners [Saxen] uit Noord-Duitsland zich vestigen.
Fivelingo is al sinds circa 500vC bevolkt door Angelen uit het Oldambt. Niet alle Angelen migreren dus. De eerste nieuwkomers zijn de Saxen. Die veroveren rond 780nC de Groninger Ommelanden en Dokkum. > ASA, Ludger, Saxen
450-550nC Terpenland verlaten en leeg. In Nederland nog circa 50.000 mensen; vooral in Drente, op de Veluwe en in Limburg. (#VVN/p56) De lage regio's zijn dus verlaten, terwijl in de hoge regio's nog mensen wonen. Dit kan alleen maar wijzen op grote overstromingen.
550-737nC: Oudste vermelding van de Denen dateert van 551nC. Sinds circa 700nC wordt Angeln geterroriseerd en geleidelijk veroverd door de Denen. In 737nC bouwt de Deense koning Godfried de vesting Danewirke langs de Eider bij Haithabu. Pas in 790nC komen Zweedse Vikings zich settelen in Haithabu. E.e.a. betekent dat er in de periode 550-737nC zeker hoofdzakelijk nog Angelen wonen in Angeln, en dat zij weerstand bieden tegen de oprukkende Denen. Anders hadden de Denen er zeker geen 187 jaar over hoeven doen om Angeln te veroveren. Nadien zijn de Angelen opgegaan in het Deense Rijk. In 1920 sluit Angeln zich echter aan bij Duitsland wegens de langdurige moeilijke verhoudingen met de Denen. (> ADR, Denemarken)
750nC: Friezen settelen rond 750nC in de kuststreken van Eemsland en Noord Groningen. Ze zijn mogelijk afkomstig uit een regio bij de LŁnenburger Heide. Rond 450nC noemt Widsith ze nog een clan, dus een groep van enige families. Rond 750nC zullen ze dus zeker nog geen groot volk zijn.
754-773nC: Lebinus, Engelse missionaris uit Noord Yorkshire. Mogelijk afkomstig uit Daventry bij Northampton, Midden Engeland. Vestigt zich 754nC in Deventer en kerstent Gelderland en Overijssel. Bouwt kerken in Zoeterwoude (750), Heemse bij Hardenberg (St Lambertus Kerk 756), Zwolle (Grote Kerk 765), Wilp (765) en Deventer (LebuÔnus Kerk 768). Begraven in 773nC in de LebuÔnus Kerk te Deventer. Aangezien Lebinus uit Noord Engeland komt, zal hij vrijwel zeker een Anglische achtergond hebben en o.a. de Anglische taal en cultuur goed kennen. Gezien zijn succesvol missiewerk, zal hij in Gelderland en Overijssel makkelijk toegang hebben gehad tot de bevolking. Hij moet die bevolking kennelijk goed hebben verstaan en begrepen om dat succes te krijgen. Dat betekent dat de bevolking in Gelderland en Overijssel in 754-773nC kennelijk nog overwegend Anglisch is. Er is verder geen reden om te veronderstellen dat na 773nC deze situatie dramatisch is veranderd. Zeker omdat de Saxen zich pas na 775nC geleidelijk aan vestigen in de grensstreken van NO Nederland. (> Saxen) De Angelen wonen echter al sinds circa 300vC in Overijssel en Gelederland. O.a. aan en nabij de IJssel en tussen Hardenberg en Emmen. (> ASA) De Angelen in Yorkshire hebben zich aldaar gevestigd in 400-500nC vanaf het Continent, i.b. het gebied tussen Denemarken en de Rijn. (> Angel-Saxen) Het verschil in taal en cultuur tussen Lebinus en de bevolking in Gelderland en Overijssel zal dus zeker vrij gering zijn. (> Lebinus)
780nC: Saxen migreren rond 600nC van de Elbe naar Oost Holstein. Rond 780nC veroveren ze de Groninger Ommelanden en Dokkum. (> Ludger) Veroveren impliceert dat een gebied met strijd wordt veroverd op andere mensen. Anders spreekt men van "in bezit nemen", "vestigen" of "settelen". In die tijd wonen in de Groninger Ommelanden dus kennelijk vele mensen op wie het gebied moest worden veroverd. Aangezien de Saxen in 780nC de Groninger Ommelanden veroveren zullen in die tijd daar dus nog zeker vele Angelen wonen. De Friezen zijn immers in die tijd nog maar een klein volk, dat langs de kust woont. De Angelen wonen echter al sinds circa 500vC in heel Eemsland en Groningen.
785nC++: Onder bewind van de Franken zijn ingevoerd Lex Salica voor de Franken (550nC), Lex Saxonum voor de Saxen (785nC), Lex Frisionum voor de Friezen (790nC) en Lex Anglorum et Werinorum in Thuringen (803nC). De Angelen in Angelland vallen daardoor grotendeels onder de Lex Saxonum en voor het overige onder de Lex Frisionum (OstFriesland) en Lex Salica (West Salland, Veluwe, Graafschap en Liemers). Uit deze lexen blijkt dat de Angelen in Angelland militair gezien geen dominante factor meer zijn. De Lex Anglorum et Werinorum wordt als laatse ingevoerd in Thuringen, dat in 803nC is veroverd door de Franken en de Saxen. Het feit dat als laatste in 803nC alleen een gecombineerde macht van Franken en Saxen nodig is om Thuringen te onderwerpen, geeft aan dat de Angelen en de Warnen in Thuringen een sterke macht vormden.
1000nC: Scharmer in Groningen wordt genoemd als Skiramere en Scarmer. In 780nC veroveren Saxen de Groninger Ommelanden en Dokkum. (> Ludger) Een meer heet in het Saxisch meri en in het Anglisch mere. (# EWB) De naam Scharmer lijkt derhalve van Anglische oorsprong. Scharmer lijkt derhalve al ruim voor 775nC gesticht door Angelen. Gezien de migratie van de Angelen naar het zuiden, is de regio Scharmer mogelijk rond 350vC bevolkt door Angelen uit het Oldambt. De naam Scharmer lijkt derhalve afgeleid van Anglisch scar (inham) + mere (meer, plas, zee). Dus: inham bij het meer. Met het meer zal dan bedoeld zijn het Foxholster Meer. (> Scharmer) Was Scharmer verlaten rond 780nC, dan hadden de Saxen de locatie zeker een andere naam gegeven en wel zeker in de Saxische taal, zoals ze deden met Saxum (Saxuum) in NW Groningen. Dat niet zo zijnde, zal Scharmer rond 1000nC zeker nog zijn bevolkt door Angelen. Er zijn verder geen aanwijzingen dat deze Angelen na 1000nC massaal zijn verdwenen of gemigreerd.
1050nC: Het stadszegel van Deventer voert in de 11e eeuw de Anglische adelaar, zijnde een witte adelaar, links kijkend en de vleugels omlaag. (> Deventer) De Duitse (Saxische) en Friese adelaars zijn zwart, rechts kijkend en de vleugels omhoog. Deventer wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente en het Vechtdal. Pas onder het Saxische Rijk (1516-1648) wordt de Anglische adelaar vervangen door de Duitse adelaar. Was Deventer in 500nC verlaten door de Angelen, dan zou de Anglische adelaar zeker al eerder zijn verdwenen en eventueel vervangen door nieuwkomers. Dat zal dan op z'n vroegst rond 800nC kunnen zijn gebeurd, als de Saxen zich vestigen in de grensstreken van NO Nederland. (> Saxen) Kennelijk zijn de Angelen in Deventer zeker tot 1516 nog steeds de dominante groep.
1327nC: In 1327 wordt de Codex Oldomptis opgesteld voor Oldambt en Fivelingo in Groningen. (> CFO) In deze codex wordt genoemd de Anglische Mark, zijnde een munteenheid die zeker in gebruik is tot in de 14e eeuw. Sinds de 14e eeuw berust het muntrecht bij de heersende vorst. Voordien was het gebruik van muntsoorten vrij. Rond 1580 beginnen de Ommelanden met een eigen muntslag. Bij de invoering van de Codex Oldomptis in 1327 is dus mogelijk gekozen voor de Anglische Mark, omdat die munteenheid reeds geruime tijd zeer gangbaar is in de regio. Dit lijkt te wijzen op de aanweigheid van Angelen, die van oudsher de geldhandel in NW Europa beheersen. (> Anglische Mark)
1600nC: Tot circa 1600nC worden Saxen en Franken steevast Hunnen genoemd in Nederland. Deze benaming wijst exclusief op Anglisch gebruik en derhalve op de aanwezigheid van Angelen. De naam Hun is namelijk een Anglisch woord. Saxen en Franken zullen zichzelf immers nooit zo noemen. Gezien de slechte reputatie van de Hunnen lijkt de naam Hun derhalve meer bedoeld als scheldnaam. (> Hunnen)
1600nC++: Sinds circa 1600nC groeit rivaliteit en vijandigheid tussen Nederland en Engeland. Beide landen ontwikkelen zich tot economische en militaire grootmachten. Er worden zes Engelse Oorlogen uitgevochten op de zeeŽn. De rivaliteit en vijandigheid duurt zeker tot circa 1930. Hierdoor vindt in Nederland een zekere ontangeling plaats. Wat herinnert aan Engeland wordt verzwegen, verborgen of verwijderd. Huis Angelstein in Velp wordt omgedoopt tot Angerenstein. Angelre (Angelrode) bij Doesburg krijgt de naam Angerlo. Mogelijk heet Angeren in de Betuwe oorsponkelijk ook Angelen, zoals die locatie soms nog wordt genoemd. (> Ontangeling)
2009nC: Bij diverse metingen blijken in Angelland vrij stabiele verhoudingen tussen Anglische en Saxische invloeden te bestaan. De Anglische Factor blijkt gemiddeld 72.9% te bedragen. Maw: gemiddeld 72.9% van de metingen wijzen op Anglische herkomst en derhalve op Anglische aanwezigheid. Immers, waren de Angelen na 500nC allemaal verdwenen uit Angelland of extreem gemarginaliseerd zijn, dan zouden die invloeden niet meer meetbaar zijn. Immers, sinds circa 775nC settelen Saxen zich in Angelland. Zij zouden een leeg Angelland nagenoeg volledig Saxisch hebben gemaakt. Anglische aanwezigheid zou dan geheel niet of nagenoeg niet meer meetbaar zijn. (> ang/sax)
2010nC: Volgens bron WKP 30.5.10 wordt Arnhem door de Arnhemmers uitgesproken als Ernem. Hun streektaal wordt navenant Ernems genoemd. De taal kenmerkt zich o.a. sterk door de ea-klank, die zich ook zo sterk voordoet in het Anglisch. E.e.a. lijkt te wijzen op Anglische herkomst van Arnhem, namelijk afgeleid van Anglisch earn (arend) en ham (hem, heem). Beide elementen vinden we terug in het wapen van Arnhem: een witte adelaar op blauw. (> Arnhem) Het Arnhems kan dus van oorsprong een Anglische taal zijn. Gezien de historische migratiestromen worden De Liemers en Arnhem circa 150vC bevolkt door Angelen uit de Achterhoek. (> ASA) Dit sterkt de these dat het Arnhems van oorsprong mogelijk een Anglische taal is en dat de Arnhemse bevolking voor een belangrijk deel afstamt van de Angelen die zich aldaar ooit hebben gesetteld. (> Conservatisme)
2010nC: Vergelijken we de oude Anglische woorden met Nederlandse equivalenten anno 2010, dan valt op dat bizonder veel Anglische woorden na circa 1500 jaren nog volledig of zeer sterk lijken op Nederlandse woorden. Analyse van 270 van de circa 3000 woorden op Pg Dixicon dd 22.9.2010 levert op dat 77.7% van de Anglische woorden direct of met enig uitleg opvallende gelijkheid tonen met Nederlandse woorden. Volledig, grotendeels of merkbaar. Deze frapante gelijkenissen van Anglische en Nederlandse woorden wijzen er welhaast zeker op dat het Anglisch ťťn van de basistalen van het Nederlands moet zijn. Dat zo zijnde betekent e.e.a. dat de Angelen in Angelland zeker na 500nC nog in grote aantallen aanwezig zijn, althans zover ze op huidige Nederlandse bodem wonen. (> Pg Dixicon)
2010nC: Vele plaatsnamen in Angelland lijken te wijzen op Anglische herkomst. Ze komen vooral voor in NO Nederland. I.c. Groningen, Drente, Overijssel en Gelderland. (> ASA) Het feit dat deze plaatsnamen na al die eeuwen nog duidelijk als Anglisch te herkennen zijn, wijst erop dat al die plaatsen na 500nC nog bevolkt worden door Angelen. Immers: zouden alle Angelen zijn vertrokken, dan zouden nieuwkomers zeker andere namen hebben gegeven aan die plaatsen en wel zeker in hun eigen taal.
2010nC: Het feit dat vele plaatsnamen sinds circa 500nC ondanks de instroom van Saxen en Franken toch duidelijk herkenbaar zijn als van Anglische origine en niet of nauwelijks zijn versaxt of verfrankt, wijst niet alleen op de aanwezigheid van Angelen, maar ook op de mogelijkheid dat de Angelen na 500nC in die oorden kennelijk nog duurzaam een dominante positie innemen, die voorkomt dat die plaatsnamen versaxen of verfranken.
2010nC: Opvallend veel familienamen vooral in NO Nederland lijken af te leiden van Anglische termen. I.c. in Groningen, Drente, Overijssel en Gelderland. Dit zijn de regio's waar ook vele plaatsnamen zijn die kunnen worden afgeleid van Anglische termen. (> Anglische familienamen)
2010nC: Dat vele plaatsen en familienamen met Anglische roots vooral veel lijken voor te komen in NO Nederland lijkt erop te wijzen dat de Angelen in Nederland van oudsher voornamelijk hebben gewoond in NO Nederland. I.c. Groningen, Drente, Overijssel en Gelderland. Ook veel twinnamen in Engeland lijken daarop te wijzen. Bij migratie wordt namelijk vaak de naam van de herkomstplaats gegeven aan het nieuwe woonoord. (> TEHA)
** Collaps (500-780nC), HGA

A57: Angelland in 500-700nC (Collaps)
In de periode 450-500nC migreert ruim 30% van de Angelen in Angelland naar Brittannia. De bevolking en de bevolkingsdichtheid in Angelland nemen dus navenant af. Maar evenredig daaraan ook de weerbaarheid van Angelland. Het is daarom opmerkelijk dat het het Anglische rijk niet snel instort en wordt bevolkt door naburige Saxen en/of Franken. Dat gebeurd pas in 775-800nC. Het is daarom de vraag hoe Angelland zich in 500-800nC heeft weten staande te houden. Ondanks zelfs dat sinds 489nC Angeln geen eigen koning meer heeft, omdat Eomar (420-489nC) de laatste koning van Angeln is.
¶ Om bovengestelde vraag te beantwoorden moeten we goed nagaan wat er precies gebeurde in en mbt Angelland in 500-800nC.
-450----- Widsith getuigt van Offa van Angeln > Offa van Angeln
-450----- Widsith noemt Friezen een clan = groep families > Friezen
-470----- Prins Icel van Angeln, zoon van koning Eomar, migreert met vele stamgenoten naar Brittannia en sticht daar koninkrijk Mercia.
-489----- Koning Eomar sterft.
-489----- Einde Koninkrijk Angle. Mogelijke oorzaken: gedeeltelijke leegloop van Angeln, waardoor de bevolkingsdichtheid sterk is verminderd en de besturing en verdediging van Angeln nagenoeg onmogelijk lijkt geworden. Dat geldt ook voor de rest van Angelland. De migraties naar Brittannia vonden namelijk plaats vanuit heel Angelland.
-500++--- Esa sticht Anglische koninkrijk Bernicia > PgBrit/Bernicia
-500++--- Anglische nederzetting in Breckles/Norfolk/UK > Burchten
-500--719 Provincie Groningen deel van Anglisch Rijk
-500++--- Collaps: Door de grote migratie van Angelen naar Brittannia raakt Angelland gedeeltelijk ontvolkt en verzwakt de bestuurlijke en militaire macht in ernstige mate. Circa 1/2 van de Angelen is gemigreerd. Angelland is daardoor relatief te zwak geworden om de instroom van Saxen, Friezen en Franken te weren. Toch blijft 2/3 van de Angelen in Angelland en behouden ze daar een relatief dominante positie. Door de zwakte van het centraal bestuur raken de Angelen echter hun samenhorigheid kwijt, vergeten ze langzamerhand hun identiteit en gaan ze zich deels identificeren met Saxen, Friezen of Franken. Desondanks hebben de oorspronkelijke Angelen her en der nog vele sporen achtergelaten. > SEBA
-550++--- Lex Salica van en voor de Franken ingevoerd > Rechtspraak
-550-1000 Kerstening van NW Europa
-586--633 Edwin van Northumbria (Deira en Bernicia) > PgBrit
-590++--- Angelen onderwerpen koninkrijk Bernicia > PgBrit/Bernicia
-600----- Paus Gregorius ontdekt Angelen op slavenmarkt van Rome > Dzjim
-600++--- Saxen migreren van de Elbe naar NoordAlbinga/Holstein > Saxen
-600--700 Angeln strekt zich uit tot de Elbe
-600--700 Angelland wordt al sinds circa 300vC onophoudelijk geteisterd door aanvallen en raids van de Denen. In 600-700nC wordt stamland Angeln geleidelijk helemaal veroverd door de Denen.
-615--675 Aldgisl van Rijnland (ZA)
-615--675 Caedmon, Engelse dichter in Northumbria > PgLing
-616----- Edwin van Northumbria wordt koning van Deira en Bernicia.
-627----- Koning Edwin van Northumbria wordt Christen > PgBrit
-650----- 2e Verbond tussen Angelen en Saxen in de Cotswolds/GB > Angel-Saxen
-659--719 Radboud van Rijnland
** HGAG

A78: Angelland in 700-800nC (Finale)
-700-hedn Angeln strekt zich uit tot de Eider = Opper Angelland
-700-1918 Angeln onderdeel van hertogdom Sleswig c.q. Denemarken > Sleswig
-700-hedn Neder Angelland tussen Eider, Elbe, Rijn en Noordzee
-713--773 Lebinus -- Daventry-Yorkshire-Deventer > Lebinus
-731++--- Saxen wonen in Albinga/Holstein (Beda)
-737-xxxx  Deense koning Godfried bouwt Danewirke langs de Eider bij Haithabu
-742--809 Ludger -- Utrecht-Deventer-GroningerOmmelanden-Munster-Werden
-742--814 Karel de Grote, koning der Franken
-750++--- Saxen en Franken veroveren Thuringen > Thuringen
-750++--- Friezen settelen in Eemsland en Noord Groningen
-750-hedn Friezen in NW Duitsland (Noordzeekust Sleswig)
-775++--- Saxen migreren naar NW Duitsland en grensstreken NO Nederland
-780++--- Saxen veroveren de Groninger Ommelanden en Dokkum > Ludger
-785++--- Saxen onderwerpen zich aan de Frankische koning Karel de Grote
-785++--- Karel de Grote breidt zijn rijk uit tot aan de Elbe > Franken
-785++--- Lex Saxonum
-790++--- Lex Frisionum
-790-1066 Haithabu vestiging van Zweedse Vikings
-793-1066 Vikings teisteren NW Europa en Brittannia > PgBrit/Vikings
-795--855 Lotharius I, koning van Lotharingen
-795--855 Dirk van Fivelga (ZA)
** HGAG

A8+: Annexatie en Assimilatie
-800++--- Denen terroriseren NW Europa > Denemarken
-800++--- Saxen settelen in Saxum/N.Groningen > Saxum
-800++--- Frisia Proper: = Noord Nederland tussen Vlie en Weser > Friezen
-803++--- Lex Anglorum et Werinorum in Thuringen > Thuringen, Engilin
-832-1154 Anglo-Saxon Chronicle geschreven > PgBrit/ASC
-843--880 Lotharingen (ZA)
-880nC Neder-Lotharingen: BelgiŽ, Luxemburg, Nederland en Ost-Friesland
-880nC West Neder-Angelland (West Angle) onderdeel Neder-Lotharingen
-880nC Oost Neder-Angelland (Oost Angle) onderdeel Oost Francia (= Duitsland)
-911-1300 Heel Neder-Angelland onderdeel Saxisch Rijk
-1300-1516 Neder-Angelland onderdeel Bourgondisch Rijk
-1516-1648 Neder-Angelland onderdeel Duitse Rijk > Versaxing
-1586-1648 Tachtigjarige Oorlog
-1600-1920 Rivaliteit en vijandigheid tussen Nederland en Engeland.
-1600++ Ontangeling van West Neder-Angelland: Veel wat herinnert aan de Angelen en de Anglische cultuur wordt geŽlimineerd of ontkend. E.e.a. heeft te maken met de groeiende rivaliteit en vijandigheid tussen Nederland en Engeland. > Ontangeling
-1600 Verfriezing West Neder-Angelland > Verfriezing
-1648 Vrede van Munster. Nederland onafhankeleijke staat.
-1648 West Angle (West Neder-Angelland) onderdeel Nederland
-1648 Oost Angle (Oost Neder-Angelland) onderdeel Duitse Rijk
-1648 OstFriesland onderdeel NederSaxen
-1648 West Neder-Angelland = Groningen + Drente + Overijssel + Gelderland
-1648 Oost Neder-Angelland = NederSaxen + Westfalen
-1919 Angeln sluit zich aan bij Duitsland
-1919 Angeln onderdeel SleswigHolstein = Noord Angelland = Noord Angel
-1919 Oost Angelland = Neder-Saxen + Westfalen = Oost Angle
-1919 West Angelland = Groningen + Drente + Overijssel + Gelderland = West Angle
** HGAG, Angelland, Angle, Pg/Angeltimes

B::

Baalder:
Wijk in Hardenberg in NO Salland (Vechtdal). De naam is afgeleid van de Anglische god Balder. Op kaart HTN/37 (1783) aangegeven als Balder, evenals nabijgelegen Balderveen.
800nC: In Baalder is gevonden een grote potscherf met stempeldruk uit circa 800nC. #CAV/p99
1300: Bron CAV/p117 toont een locatie genaamd Bodelar, gelegen aan de Vecht in Hardenberg ter hoogte van Collendoorn. Die locatie heet anno 2012 Baalder, gelegen boven Baalderveld. De naam Bodelar lijkt derhalve een verschrijving van Boldar, een alias van de Anglische god Balder.
¶ Baalder was vroeger een zgn marke. #CAV/p120
** Balder, Balderland, Hardinga, ASA

Baard:
Dorp in Friesland. Circa 8 Km ZW van Leeuwarden. Vrijwel zeker sinds circa 200nC bevolkt door Angelen uit Humsterland.
** Dobbelen

Babies:
()A acennan (dragen van een kind), ancenned (enig geborene, enig kind), baeran (dragen), bairn (kind), baran (baren), barnum (gebaarde, geborene, boorling), bearan (baren, dragen), bearn (geborene, baby, kind), beran (baren, dragen), berende (barende, vruchtbaar), boi (jongen), cennan (baren, voortbrengen), cild (kind), cind (kind), cradol (wieg), dohtor (dochter), frodfraw (vroedvrouw), gyr (kind), gyrle (meisje), huccle (=A uccle), lad (jongen), magu (jongen, zoon), maica (meisje), midwif (vroedvrouw), midwifery (vroedhulp), ofspring (kinderen, nazaten), sogan (zogen, zuigen), sucling (zuigling, baby), sun (zoon), sunu (=A sun), twiling (tweeling), uccle (ukkel, ukkie, klein kind), waga (wieg), wiht (wicht, meisje)
965nC: In 965nC brengt Ibrahim Al Tartushi een bezoek aan Haithabu. Hij schrijft dat de stad bekend is van Ysland tot Bagdad. Ibrahim is een Joodse Arabier uit Cordoba in Spanje. Bron WKP (25.11.07) citeert hem:

Haithabu is een zeer grote stad aan het uiterste eind van de wereld oceaan... Babies worden in zee gegooid uit economische redenen.
** Kinderen, Familie

Bahr:
Alias Baer (1557 > KVL), Bare, Baar. Gehucht bij Lathum in De Liemers, ZO Gelderland. Op kaart 23 van bron RZA (1773) aangegeven als Baar. Op kaart 86 van bron HTN (1783) aangeven als Baar, zijnde een vrij groot gebied langs de weg van Lathum naar Angerlo.
¶ De naam Baer (Bahr) is naar zeggen afgeleid van baer (baar, puur). Kennelijk was Baer (Bahr) toen een ongerept (puur) stuk natuur tenmidden van moerasland.
¶ De regio Bahr wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Slingeland. (> ASA) De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch bar, ber, beofor, bever = bever. In de regio komen in het verre verleden inderdaad veel bevers voor. I.b. bij het Bevermeer in Angerlo, oorspronkelijk genaamd Angelrode = de ontginning van Angelen. Van oudsher zijn Angelen notoire beverjagers. > Beverjacht, Angerlo
¶ Bahr is vele eeuwen een banheerlijkheid in bezit van het geslacht Van Baer, dat afstamt van het adellijk geslacht Van Rheden. Het geslacht Van Baer heeft zich dus genoemd naar hun stamoord.
¶ Baer (Bare, Baar, Bahr) was eeuwenlang de residentie van het geslacht Van Baer. Dit geslacht Van Baer stamt af van het geslacht Van Rheden. De heerlijkheid Baer (Bahr) hoort in de 12e en 13e eeuw daarom ook tot het kerspel Rheden. Baer omvatte toen een groot deel van de oostkant van de Veluwe en verder Velp, Westervoort, Driel en Oosterbeek. Velp, Oosterbeek en Driel worden in 1342 verkocht aan hertog Reinoud II van Gelre.
¶ Wapen: op goud een rode schuinbalk = wapen Huis Baer.
** Beren, Lathum

Baken: =A beacan = baken, teken > Vuurbaken
Bakken: > Bakken & Braden
Bakken & Braden: (BEB:) > KBB
Baksteen: > Bakstenen

Bakstenen:
()A bacsten (baksteen), bacstin (baksteen), brec (baksteen), bric (brik = baksteen), feldofen (veldoven = oven om stenen te bakken), stenbacere (steenbakker), stenbacery (steenbakkerij), stenbow (steenbouw), stenofen (steenbakkerij), stinofen (steenbakkerij)
¶ Baksteen wordt oorspronkelijk gemaakt van vochtige klei waaruit met een vorm bakstenen worden gesneden. De vochtige stenen worden gedroogd in de wind op rekken in open schuren.
50nC++: De Chauken in NO Groningen maken turf, die ze gebruiken als brandstof.
100nC++: De Romeinen maken bakstenen die ze gebruiken voor hun huizen en monumenten.
200nC++: Mogelijk worden bakstenen sinds die tijd in Nederland al deels gemaakt door ze te drogen in ovens. Door de duurte van de turf is de produktie echter nog kleinschalig.
1100++: Nederland start met turfwinning op grote schaal. Hierdoor komt veel goedkope brandstof beschikbaar. De baksteenmakers gebruiken sindsdien ovens waarin ze de bakstenen in snel tempo droog stoken.
1170++: In Zeerijp bij Lopperseum (Noord Groningen) zijn resten gevonden van een oude oven waarin bakstenen werden gebakken. De stenen werden in de beginperiode voornamelijk gebruikt voor de bouw van kerken en borgen. FRI/aug2013
** Steenbouw

BALA: bizondere Anglische locaties in Angelland
- aelheuvels: Aalsum/Groningen, Aalten/Achterhoek, Aalsvoort/Lochem, Dingselerberg/Markelo, Engeland/Beekbergen, Suxwort/Humsterland/Groningen > Ael
- balderaels: > Balder, Balderland
- dingplaatsen: BalloŽrKuil/Balloo/Drente, Dingselerberg/Markelo, Ingaldinhghem/Winsum/Groningen, Suxwort/Groningen > Dingplaatsen
- grafheuvels: Engeland/Beekbergen, Leusden, Amersfoort > Grafheuvels
- grafvelden: Aalten/Achterhoek, Borne/Twente, Holsloot/Coevorden, Wijster-Looveen/Drente, Zweeloo/Drente > Grafvelden
- raatakkers: Angelheem/Achterhoek, Hijkerveld/Drente, BalloŽrVeld/Balloo/Drente, NoordseVeld/Zeijen/Drente, WekeromseZand/Veluwe, Emst/Veluwe > Raatakkers
- urnenvelden: Aalsum/Groningen, Borgstedterfeld/Angeln, Eibergen/Berkelland, Engeland/Beekbergen, Holsloot/Coevorden, Maashees/Boxmeer, Wolfersveen/Zelhem > Urnenvelden
- monumenten: Ane (Slag bij Ane)
¶ Saldi: Groningen 4x, Drente 8x, Overijssel 5x, Gelderland 12x, NBrabant 1x, NWDuitsland 1x
** Cultusplaatsen, Ael, Dingplaatsen, Grafheuvels, Grafvelden, Raatakkers, Urnenvelden

Balder:: (650vC++)
Alias: Baldre, Baldur, Boldar, Bolder, Bulder, Bealder, Bylder, Bodder. Anglische god. De naam is afgeleid van Anglisch: bald (beald, bold, buld, byld) = moedig, dapper, sterk, flink. Balder = de dappere, flinke, etc. Zoon van Wodan en Frigg. > Wodan
Volgens overlevering is Balder passief, vredelievend en moedig tegelijk. Zijn naam is afgeleid van bald = Anglisch bald, baeld, bold, buld, byld = Nederlands bout, moedig, dapper, sterk, flink = OudNederlands bolte = AngelSaxisch bolt, boolt = Engels bold.
¶ Balder is de beste, meest wijze, meest knappe, meest welsprekende, meest hulpvaardige, meest beminde, stralende lichtgod van de West Germanen, waartoe ook de Angelen behoren. Balder is dus ook een Anglische god. Hij is gehuwd met Nanna. Hun zoon heet Forsete.


          

 
Hierboven: Aquarel van Balder gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek van alle relevante feiten met betrekking tot de god Balder in Anglisch perspectief rond 400nC. (@ aquarel © BCK)
Levensboom: Bron GGS/p52-53 noemt Balder de god van Lente en Licht. Hij is onkwetsbaar omdat de goden hebben beloofd hem geen kwaad te zullen doen. Alleen Loki (Loge) zweeg. Met de Winterzonnewende (Joelfeest) wordt Balders onkwetsbaarheid gevierd. Maar door een list van Loki wordt Balder dodelijk getroffen door een peil van Hyder, de blinde broer van Balder. Wodan gaat op zijn paard Lypnir de vluchtende Hyder achterna en weet hem te grijpen. Hyder wordt gedood en dan vastgebonden aan de Levensboom. In de zomer herrijst Balder echter weer. Deze gebeurtenissen symboliseren de eeuwige overgang van licht en warmte naar duisternis en kou. Ofwel de eeuwige cyclus van leven, sterven en herrijzen. > Joelfeest
Breidablik: Balder woont in de van verre stralende stede genaamd Breidablik, wat tegenwoordig Brede Blik heet, ofwel De Wyde Blick, zoals nog vele oude woningen anno 2012 in Nederland heten. Een prachtig voorbeeld is de oude hoeve De Wijde Blik aan de Belterweg in Harfsen aan de voet van een belt links aan de weg van Harfsen naar Laren bij Lochem. > Harfsen
Angolstaf: (AL: angolstaef) In bovenstaande aquarel houdt Balder een angolstaf in z'n rechter hand. Deze staf is het symbool van Macht, Wijsheid en Gerechtigheid. Ook wordt deze staf gebruikt als herdersstaf. Als zodanig lijkt Balder een soort heiland die zijn volgelingen leidt naar de bovenaardse wereld. > Angolstaf, Herdersstaf, Priesters
Baldercrod: = balderkruid, balderiaan (soort valeriaan). Wat dit kruid te maken heeft met Balder is voralsnog niet bekend. Mogelijk is het een soort kalmeermiddel.
Crematie: Volgens een oude overlevering wordt Balder vereerd en beschermd door de Asen. De halfgod Loki is echter jaloers en weet op slinkse wijze de geliefde god te doden. De verslagenheid is groot. Balder wordt met zijn paard op de brandstapel gecremeerd. Zijn ziel herrijst echter in een andere wereld.
650vC++: Balder lijkt al sinds het ontstaan van het Anglisch volk een populaire god van de Angelen. Hij wordt al vernoemd in de naam van het eiland Baltrum, dat wordt gesticht rond 500vC door Angelen uit Lunenburg. Daarna volgen vele locaties in Angelland waarin de naam Balder is verwerkt. > Baldersites
500vC++: Baltrum is een stadje op het Ost Friese eiland Borkum. Het eiland wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Lunenburg. De naam Baltrum lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Balder (Anglische god) + ham (heem, oord). Dus: Balderham = het oord van Balder, ofwel het oord waar Balder vereerd wordt. (> Baltrum) Kennelijk vereeren de Angelen Balder al sinds 500vC. Waarschijnlijk echter al eerder.
50vC: Julius Caesar is niet onder de indruk van het Germaanse geloof. Hij schijft circa 50vC dat ze nauwelijks goden kunnen noemen en schijnbaar alleen Zon, Vuur en Maan kennen. Ook schrijft hij dat ze in bizonder Mercurius vereren, die ze beschouwen als gids op hun reizen en behalen van winst. (Commentarii de Bello Gallico: 6.21, 6.17) Mogelijk bedoelt hij de god Balder, die vaak wordt vergeleken met Mercurius.
50vC: Balder heeft veel gemeen met de Romeinse god Mercurius, de Griekse god Hermes en de Hindu god Krishna. (> Mercurius) Julius Caesar schijft circa 50vC dat de Germanen in bizonder Mercurius vereren, die ze beschouwen als gids op hun reizen en behalen van winst. (Commentarii de Bello Gallico 6.17) Vrij zeker bedoelt hij de god Balder, die vaak wordt vergeleken met Mercurius. (> Religie) Mercurius en Hermes zijn o.a. goden van de handel en winst. Hermes en Krishna zijn o.a. herders en goden van de herders. Alle drie goden worden echter specifiek vereerd om hun bizondere schoonheid. Mercurius is gemodelleerd naar Hermes, die al in 1300 vC wordt genoemd, dus relatief kort na aankomst van AriŽrs in Griekenland rond 1900 vC.
450nC: Widsith is een Oud Anglisch dichtwerk, oorspronkelijk geschreven door Widsith van Myrgingum ergens rond 425nC. Widsith is een Anglisch woord. Het betekent letterlijk Wijd Zicht. Deze naam is identiek aan Wijde Blick zoals het huis van Balder heet. Widsith is inderdaad een dichtwerk dat ruim zich geeft op talrijke personen en volken in Europa en elders in een zeer brede tijdspanne, van de Perzen, IndiŽrs, Grieken, Romeinen en vele Germaanse volken. De naam Widsith lijkt te betekenen dat Widsith de mythologie van Balder kent en waardeert. Deze these is nogal reŽel, aangezien Widsith's voorouders afkomstig zijn uit Myrgingum, een regio in NO Groningen. > Widsith, Myrgingum
bevoor 450nC: Uit het feit dat Widsith de mythologie van Balder lijkt te kennen en waarderen, mogen we aannemen dat Balder rond 450nC inderdaad al een bekend mythologisch figuur is in de wereld van de Angelen in Angelland. Dat lijkt te worden bevestigd door eerder genoemde locatie Baltrum op het eiland Borkum, dat rond 500vC wordt bevolkt door Angelen uit Lunenburg.
Adonis: Sommige bronnen zien ook gelijkenissen tussen Balder en Adonis, de Fenisische vegetatiegod van het Midden Oosten. Adonis was een zeer knappe jongeman die de ene helft van het jaar in de bovenwereld leefde en de andere helft in de onderwereld. Met het aanbreken van het voorjaar herrees hij in de bovenwereld en werd zijn herrijzenis gevierd met grote bakken vol bloemen en het planten van zaden in speciale perken. Later werd Adonis verraden en gedood door een everzwijn die de jaloerse godin Artemis op hem afstuurde. De cultus rond Adonis wordt in verband gebracht met die rond de Egyptische god Horus.
¶ De gelijkenisen tussen Balder en Adonis kunnen zijn ontstaan via de Arische god Yrvan, waaruit ook de goden Krishna en Hermes lijken voortgekomen. De FenisiŽrs zijn immers voortgekomen uit de Hamieten, waaruit later ook de AriŽrs zijn voortgekomen. > PgGenline
Yrvan: 1 Gezien:
- de gelijkenissen tussen Balder, de Griekse god Hermes en de Hindugod Krishna
- en de gelijkenissen tussen Balder en de Fenisische god Adonis
- en de verwantschap van de Angelen met de Grieken, Hindu's en FeniciŽrs via de AriŽrs in Centraal AziŽ (> AriŽrs)
>> lijkt Balder een derivaat van de Arische god Yrvan, naar wie Krishna en Hermes lijken te zijn gemodelleerd. (>: Yrvan) Balder zal dus zijn roots kunnen hebben bij deze Yrvan via de Germanen en Inglo-Goten, waaruit de Angelen rond 650vC voortkomen. Gezien de Baldersites in de historisch Anglische regio's in Angelland en in Engeland (> Baldersites) zal Balder zeker al worden vereerd ruim voor 450nC, toen de massamigratie begon van Continentale Angelen naar Brittannia.
Yrvan: 2 De gelijkenissen tussen Balder, Hermes en Krishna zijn feitelijk goed verklaarbaar door hun common roots in het Aryanisme, de mythologie en ideologie van de AriŽrs in Centraal AziŽ. De relatie van Balder met het Aryanisme is zeker mogelijk. De Angelen komen immers voort uit de Goten, die volgens het boek Getica van Jordanes (ovl 552nC) het Aryanisme aanhangen. Anderen denken echter dat met Getica de Griekse stam der Geten wordt bedoeld. De Arische god Yrvan wordt beschouwd als de voorloper van de drie genoemde goden.
Loki: De gelijkenissen tussen Loki en de god Syrdin van de Osseten sterkt de these dat Balder is gemodelleerd naar Yrvan. De Osseten zijn namelijk een Arisch volk in de Kaukasus, waar ook Yrvan wordt vereerd. E.e.a. sterkt verder de overlevering dat de Angelen hun verre roots hebben bij de AriŽrs in de Kaukasus. Temeer daar ook de Anglische angol afkomstig lijkt uit die regio. > Loki, Angol
Horus: (5000vC++) In de Egyptische mythologie is Horus de zoon van oppergod Ossiris en de godin Isis. Hij is verwikkeld in een eeuwigdurende strijd met Set, die hem steeds achtervolgt, martelt, vermoordt, in stukken snijdt en de resten verbrandt. Horus ondergaat steeds het onvermijdelijke lijden met gelatenheid en herrijst daarna telkens weer. Hij wordt gezien als de god van de liefde en het goede, die steeds weer herrijst uit de dood en daarna de goede weg weer vervolgt. Hierin lijkt Balder heel sterk op hem.
-- Volgens een mythe is Horus geboren in Idfoe aan de Nijl tussen Luxor en Aswan. Daar staat een tempel waar hij wordt vereerd. Volgens oude overlevering doodt hij daar uiteindelijk Seth omdat die z'n vader Osiris had vermoord.
-- De Grieken stellen Horus gelijk aan hun eigen god Apollo, de god van het goede en het schone, rust en harmonie, recht en orde, etc. #WP
-- 2850vC: Sinds het begin van de Eerste Dynastie (2878-2818vC) wordt Horus gezien als de koningsgod en beschermer van de farao. Hij is een voorbeeld voor de ware weg door het leven en wordt gezien als de god van ware Liefde en Mildheid. In Noord Soedan zijn beeldjes van valken gevonden, die kennelijk de god Horus voorstellen. Ze dateren van circa 5000vC. Deze vondst geeft aan dat Horus een oeroud symbool is van de mensheid.
-- 1400vC: Amulet gouden valk in linnen zwachtels van mummie van Neswaiu, zoon van Tekeretdjehuti, generaal onder de Egyptische koning Thutmoses III (1479-1425vC). De valk is het symboool van de god Horus, de Egyptische god van de liefde en herrijzenis. Het sieraad is in 2014 ontdekt in Stockholm en daar nagemaakt in plastic met een 3D-printer. De amulet is circa 4 cm hoog en 7 cm breed. Ze was opgehangen met een halssnoer aan de vleugels van de valk. # De Telegaaf 22.2.2014
> PgGen/Horus
¶ Stamlijn Angelen:
- 5000-3000vC Germanen --- Arya-Khwarizm/CentraalAziŽ
- 3000-2500vC Goten --- Khwarizm-OekraÔne
- 2500vC++ Balten --- OekraÔne-Litouwen-Letland
- 2500-2000vC Litouwers --- OekraÔne-Litouwen
- 2000-1500vC WestGoten --- Litouwen-ZW.Zweden
- 1500-665vC Inglings --- ZW.Zweden
- 800-600vC Inglo-Goten --- ZW.Zweden
- 650vC++ Angelen --- ZW.Zweden-Angeln/NO.Duitsland
¶ Aangezien de Angelen voortkomen uit de West Goten is het vrij zeker dat de Oer Angelen (650vC++) de mytische figuur van Balder al kennen. Hun nazaten zullen hem enigermate hebben gemodelleerd naar hun eigen kennis en opvattingen.
2000-12vC: Zweden heeft handelsrelaties met Kreta en via dat land mogelijk ook met Egypte. Kreta is een centrum voor handel met Egypte en het Nabije Oosten. Langs deze weg vindt ook culturele uitwisseling plaats. > Kreta
650vC++: Men kan stellen dat als er contacten zijn tussen Zweden en Kreta, dat er dan ook zeker contacten kunnen zijn tussen de Angelen en Kreta. De Angelen komen immers voort uit de Inglo-Goten in Zuid Zweden. Angeln en Zweden liggen bovendien nagenoeg even ver van Kreta en zijn dus beide even makkelijk of moeilijk te bereiken. Daarnaast is Haithabu in Angeln sinds circa 650vC al een belangrijke havenstad met contacten in Zuid Europa. Het lijkt derhalve zeer wel mogelijk dat de Anglische god Balder is gemodelleerd naar alle genoemde goden: Hermes, Mercurius, Krishna, Adonis en Horus.
¶ De beweerde passiviteit van de Anglische god Balder strookt met de beweerde lšssigkeit van de Noord Duitsers en de variante vormen in NO Nederland. Men kan zich afvragen of de vereering van Balder door de Angelen te maken heeft met de genoemde lšssigkeit. Maw: heeft deze vereering een durend stempel gedrukt op de Angelen, of hebben de Angelen hun god Balder gekozen omdat ze zich in hem herkennen? > Lšssigkeit
¶ De eerder genoemde gelijkenissen tussen Balder, Mercurius, Hermes, Krishna en Adonis roept de vraag op in hoeverre Balder is gemodelleerd naar deze goden. I.b. wat betreft het feit dat Hermes en Krishna o.a. herders en goden van de herders zijn. Dat zou namelijk kunnen verklaren waarom de angol zo een typisch Anglisch instrument is: wapen, koningsstaf, herdersstaf, etc. De Angelen lijken namelijk oorspronkelijk inderdaad een herdersvolk te zijn geweest. (> Angol, Veehouderij) Daarmee lijkt de herdersstaf voor de Angelen de oerangol te zijn waarnaar ze zijn genoemd. Per saldo lijkt Balder daarmee de belangrijkste god van de Angelen te zijn geweest, hetgeen strookt met de vele locaties waar hij is vereerd en de angol als veel gebruikt attribuut van de Angelen. Temeer daar de Anglische koningen de angolstaf voerden. > Angolstaf, Angolstok
¶ Balder's naam leeft o.a. voort in de namen Boudewijn en Baldwin en in Balderhaar, een streek bij Kloosterhaar, gemeente Hardenberg. Deze streek ligt in een groot gebied tussen Oost Groningen en de Achterhoek, dat in het verre verleden Hardinga heet en waar Angelen wonen. Ook vinden we Balder terug in de naam Baltrum, een stadje op het eiland Borkum, waar rond 500vC Angelen zich hebben gesetteld. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Balder + ham (heem, oord). Dus: Balderham = het oord van Balder, ofwel het oord waar Balder wordt vereerd. Dat blijkt ook te gelden voor de Bolderberg in Holten in Twente.
¶ Opmerkelijk is dat de genoemde locaties waar Balder werd vereerd alle op een hoogte liggen, geheel in overeenstemming met Germaans gebruik. In het Anglisch wordt zo een hoogte een ael genoemd. > Ael
Vereering: 1 De Angelen houden offerfeesten bij offerstenen aan de voet van heilige eiken gewijd aan Donar. Deze offerstenen komen overal voor in NO Nederland (West Angle). (#HED/p8;KBG) Balder werd mogelijk ook vereerd bij eiken. Dat gebeurde vrij zeker o.a. in Baldock, een gehucht bij Letchworth ten noorden van Londen in Engeland. De naam lijkt namelijk afgeleid van Anglisch Baldr (Balder) + ock (eik). > Baldock, Eiken
Vereering: 2 Sommige bronnen zien gelijkenissen tussen Balder en Adonis, de Fenisische vegetatiegod van het Midden Oosten. Adonis was een zeer knappe jongeman die de ene helft van het jaar in de bovenwereld leefde en de andere helft in de onderwereld. Met het aanbreken van het voorjaar herrees hij in de bovenwereld en werd zijn herrijzenis gevierd met grote bakken vol bloemen en het planten van zaden in speciale perken. Mogelijk vereeren de Naturale Angelen hun god Balder op zulkgelijke wijze. I.e. in de lente met bloemen op de baldersteen. Op het eiland Bali in Indonesia vereeren de Hindu's hun goden anno 2013 nog steeds met bloemen. De wortels van het HinduÔsme liggen in het Aryanisme, waaruit ook de oude Anglische cultuur is voortgekomen. > Baldersteen
500vC++: De volgende locaties kunnen worden genoemd als plaatsen waar de Anglische god Balder werd vereerd:
- 500vC++ Baltrum/OstFriesland (ZA)
- 250vC++ Baalder/Hardenberg; krt HTN/37 (1783) Balder > Balderland
- 250vC++ Balderveen/Hardenberg krt HTN/37 (1783) > Balderland
- 250vC++ Balderhaar/Kloosterhaar (ZA)
- 250vC++ Balderhaar/Hardenberg (ZA)
- 250vC++ Aalhorst/Dalfsen > verderop
- 250vC++ Lenthe/Dafsen > verderop
- 250vC++ Herfte/Zwolle > verderop
- 225vC++ Beldershoek/Hengelo > Boeldershoek
- 225vC++ Boeldershoek/Enschede (ZA)
- 200vC++ Bolderberg/Holten > Bolderweg/Holten
- 200vC++ Belterweg/Harfsen > Harfsen
- 200vC++ Beltrum/Achterhoek (ZA)
- 200vC++ Bolderhorst/Delden/Achterhoek
- 100vC++ Bulderweg/Appel/NW.Veluwe > Appel
- 500nC++ Balderton/Newark/Lincolnshire/GB/NW > Baldersites
- 500nC++ Baldock/Letchworth/GB/Mid > Baldock
- 500nC++ Baldrine/IsleOfMan/GB/NW > Baldersites
- 500nC++ Baldwin/IsleOfMan/GB/NW > Baldersites
>> Uit deze lijst blijkt dat Balder zeker al rond 500vC bekend en lijkbaar zeer populair is onder de Angelen.
¶ Opmerkelijk is dat uit bovenstaand overzicht blijkt dat al deze Baldersites liggen in historisch Anglische gebieden. Op grond hiervan lijkt te kunnen worden geconcludeerd dat Balder zeker een typisch Anglische god is, die naar het lijkt in niet-Anglische regio's niet of nauwelijks werd vereerd.
¶ Genoemde Baldersites in NO Nederland blijken veelal te zijn hoog gelegen gronden in tamelijk grote en open veen- of heidegebieden. In deze context kan Balder derhalve van oorsprong een herderachtig typ zijn geweest. Dat zo zijnde zal hij natuurlijk ook een herdersstaf hebben. Gezien het Anglische karakter van Balder zal dat een zgn angolstaf kunnen zijn: een houten staf op borsthoogte en met een enigszins lange rechte greep. Dit type herderstaf wordt anno 2011 nog steeds gebruikt in de historisch Anglische gebieden in Engeland. (#BBCtv Countryfile nov 2011). Sinds enige tijd loopt in ZW Drente ook een vrouwelijke herder met een dergelijke angolse herdersstaf en haar kudde schapen. (#KROtv De Wandeling nov 2011).
450nC++: Balderton in Lincolnshire sterkt de these dat Balder wordt vereerd door de Angelen al ruim bevoor de massamigratie van Angelen uit Angelland in de periode 450-550nC. (> M35) Lincolnshire is namelijk voornamelijk bevolkt door Angelen uit NO Nederland, i.b. Twente, Achterhoek, Salland en Groningen. > Lincolnshire, TEHA
Lenthe en Herfte (1) zijn twee dorpen tussen Zwolle en Dalfsen in Overijssel. De naam Lenthe lijkt afgeleid van Anglisch Lencten = Lente, Vastentijd. De naam Herfte lijkt afgeleid van Anglisch Haerfta = oogst, Herfst. Aangezien in de herfst (oogsttijd) de Angelen rouwden om de dood van Balder, kan Lenthe wel een locatie zijn geweest waar de Angelen in de lente feest vierden wegens de wedergeboorte van Balder, synchroon met de wedergeboorte van de natuur. Lente en Herfst waren voor de Angelen dus eeuwig terugkerende tijden van geboorte, dood en wedergeboorte. Een aardse weerspiegeling van het eeuwige kosmische proces van geboorte, dood en wedergeboorte.
Lenthe en Herfte (2) Inspectie ter plekke 4.2.2012 leert dat Lenthe en Herfte beide op een natuurlijke hoogte liggen. Deze feiten sterken de these dat Lenthe en Herfte locaties waren waar Balder werd vereerd. De verering van Balder gebeurt in oude tijden inderdaad op een heuvel of hoogte in het landschap.
Lenthe en Herfte (3) Lenthe en Herfte liggen hemelsbreed maar 5 Km van elkaar. Op zich lijkt de vereering van Balder op deze twee zo close bij elkaar gelegen locaties nogal vreemd. Echter, volgens het Balderepos sterft Balder en herrijst hij later in een andere wereld. De Angelen uit de regio hebben dat mogelijk fysiek willen uitbeelden door Balder in Herfte te laten sterfen en verderop in Lenthe te laten herrijzen.
Herfte: Deze naam lijkt afgeleid van Anglisch Haerfta = oogst, Herfst. Mogelijk is Herfte in oude tijden een locatie geweest waar jaarlijks in de Herfst het sterven van de Anglische god Balder werd herdacht. Iedereen was in rouw en weende om de dood van de geliefde god. Zulks gebeurde altijd bij een steen of eik op een heuvel of hoogte in het landschap.
Harfsunne: Oud Anglisch herfstritueel dat mogelijk verwijst naar het lijden en sterfen van Balder. > Harfsunne
Lenthe: Mogelijk is Lenthe in oude tijden een locatie geweest waar jaarlijks in het begin van de Lente als de dooi is ingetreden de wedergeboorte van de geliefde god Balder uitbundig werd bejubeld en gevierd Zulks gebeurde namelijk altijd bij een eik op een heuvel of hoogte in het landschap. Na deze ceremonie begon dan de Lencten = een vastentijd van een maand.
Aalhorst: Niet ver van Lenthe en Herfte ligt Aalhorst welke naam lijkt afgeleid van Anglisch ael (offerplaats) + hyrst (horst, begroeide hoogte). (> Ael) In deze context lijkt het vrij zeker dat Aalhorst ook een Anglische regio was waar Balder werd vereerd.
¶ Men kan zich afvragen wat de intrinsieke betekenis is van de Balder mythologie van de Angelen. Balder is een knappe, rustige en tegelijk moedige jongeman. Zijn dood door toedoen van Loki wordt zwaar gewroken door de goden. Balder is een goedaardig en bemind persoon, die kort maar ethisch goed leeft. Loki is zijn tegenhanger. Hij is kwaadaardig en gehaat en moet daarom eeuwig en ellendig leven, gekweld door dagelijkse pijnigingen als straf voor zijn moord op de goedaardige en beminde held Balder. Zien de Angelen dit als kosmisch kenmerk van het leven? Het lijkt erop. Merkwaardig is dit wel. Het goede lijkt beloond met een kort leven en een snelle dood. Het kwaad wordt gestraft met een lang en ellendig leven. Kennelijk kennen de Angelen niet een weg voor een lang en goed leven. Voor hen dus geen lang en gelukkig leven zoals in vele sprookjes. Of komt dat omdat sprookjes alleen maar sprookjes zijn en dus geen werkelijkheid? Kennelijk zijn de mensen in vroegere tijden nogal pessimistisch gestemd. Mogelijk had dat te maken met hun dagelijkse werklijkheid, die nogal hard moet zijn geweest. Opmerkelijk is wel dat de kerstening geen beter vooruitzicht bood. Jezus wordt gekruisgid als hij 33 jaar is. Zijn verrader Judas krijgt zilverlingen. Hij pleegt echter zelfmoord. Geen van beide leeft lang en gelukkig. Jezus komt echter bij God zijn Vader. Balder komt bij Wodan, zijn hoogste god.
¶ De vraag rijst wat de waarde is van een pessimistische mythe. Gaf de pesimistische kijk op het leven de Angelen niet juist de kracht en mentaliteit om het leven juist goed aan te kunnen? Zo van: geen hoge verwachtingen stellen, dan komt alles wel goed? Gaf dat niet een opitmale mix van een beetje durf en gelatenheid? "God wot" (God weet) zeiden de Angelen. Opmerkelijk is wel de zgn lšssigkeit, die de Angelen zichzelf toeschrijven. Een soort gezonde gelatenheid en flegmatiek. > Lšssigkeit
Conclusie: Per saldo lijkt Balder de god van het goede en de goede weg in dit leven. Hij leeft en handelt naar de goede normen en waarden en ondergaat het onvermijdelijke lijden dat deze weg oplevert. Steeds weer echter herrijst hij uit alle ellende om dan later weer ten onder te gaan door toedoen van het kwaad in deze wereld. Deze weg lijkt echter beter dan de weg van Loki, de god van het kwade, die zijn hele leven alleen maar lijden ontmoet door zijn eigen wandaden.
Aalpol Holten: Locatie aan de Aalpolsweg in Holten leidend naar de Bolder, een hoogte waar de Anglische god Balder werd vereerd. > Bolderweg
Baldersteen: Offersteen gewijd aan Balder. > Baldersteen
Balderman: Bolderman is een familienaam uit Veenendaal. De naam lijkt afgeleid van Anglisch balderman = Anglische priester toegewijd aan de god Balder (Bolder). Taak: verzorgen van de ael (altaar, offerplaats) gewijd aan Balder en regelen van ceremoniŽn gewijd aan hem. O.a. bij Harfsunne, de jaarlijkse herdenking van de dood van Balder in de herfst. > Harfsunne
** Ael, Baldersites, Balderland, Bolder, Balderhaar, Baltrum, Bolderweg, Appel (Bulderweg), Hardinga, Yrvan, Loki, Harfsunne, Herrijzenis, Moraal, Angolstaf
# WP, WKP 17.11.09, FRI, KBG

Balderhaar: (BLH:)
Balderhaar is een enigszins hooggelegen streek bij Kloosterhaar, gemeente Hardenberg in NO Overijssel. Het ligt op de grens met Duitsland, waar ook aangrenzend het gehucht Baalderhaar ligt. Het hele gebied was in het verre verleden onderdeel van Hardinga, gelegen tussen Oost Groningen tot aan de Achterhoek. Daar wonen sinds circa 250vC voornamelijk Angelen uit Noord Duitsland. De regio Balderhaar is van oudsher een veengebied. Bij het gehucht Balderhaar in Duitsland ligt ook de Balderhaar Moor, een tamelijk groot drasgebied.
¶ Balderhaar = de haar (= zandhoogte) van Balder. Het gebied is kennelijk vernoemd naar de Anglische god Balder, hetgeen betekent dat Balderhaar een specifieke plek was waar Balder werd vereerd. De zandhoogte ligt op Nederlands gebied en wordt deels al vele jaren afgegraven voor zandwinning.
** Baldersteen, Balder, Engbert, Hardinga

Balderham: > Baltrum, Beltrum

Balderland:
Baalder is een wijk in Hardenberg in NO Salland (Vechtdal). De naam is afgeleid van de Germaanse god Balder. Op kaart HTN/37 (1783) aangegeven als Balder, evenals nabijgelegen Balderveld. Aan de grens met Duitsland ligt de buurt Balderhaar, vallend onder de regio Kloosterhaar, gelegen ZW van Hardenberg. Kennelijk is dit Balderland een belangrijke locatie geweest waar Balder werd vereerd door de Angelen in de regio. Zij hebben zich daar gesetteld rond 250vC vanuit ZO Drente.
¶ Opmerkelijk is dat genoemd Balderland in het centrum ligt van wat ooit Hardginga heette en waar in circa 450-150vC vele Angelen zijn gesetteld.
** Balder, Hardinga, Engbert, ASA

Balderman: > Balder

Baldersites:
Aalhorst/Dalfsen > Balder
Baalder/Hardenberg/NL/NO krt HTN/37 (1783) Balder > Balderland
Balderhaar/Kloosterhaar/NL/NO (ZA)
Balderhaar/Hardenberg/NL/NO (ZA)
Balderstone/Preston/Lancashire/GB/NW > Baldersteen
Balderton/Newark/Lincolnshire/GB/NW
Balderveld/Hardenberg/NL/NO krt HTN/37 (1783) > Balderland
Baldock/Letchworth/Londen/GB/Mid (ZA)
Baldrine/IsleOfMan/GB/NW
Baldwin/IsleOfMan/GB/NW
Baltrum/OstFriesland/DL/NW (ZA)
Beldershoek/Hengelo/NL/NO > Boeldershoek
Belterweg/Harfsen/NL/NO > Harfsen
Beltrum/Achterhoek/NL/NO (ZA)
Bilderberg/Oosterbeek/NL/NO > Oosterbeek
Boeldershoek/Enschede/NL/NO (ZA)
Bolderberg/Holten/NL/NO > Bolderweg/Holten
Bolderhorst/Delden/Achterhoek/NL/NO
Balderveen/Baalder/Hardenberg/NL/NO
Bulderweg/Appel/NW.Veluwe/NL/NO > Appel
Herfte/Zwolle > Balder
Lenthe/Dalfsen > Balder
¶ Uit bovenstaande lijst van Baldersites blijkt dat Balder vooral is vereerd in NO Nederland en op enige locaties in Engeland.
Engeland: Balderstone en Balderton in Engeland sterken de these dat Balder sterk wordt vereerd door de Angelen al ruim bevoor de massamigratie van Angelen uit Angelland in de periode 450-550nC. (> M35) Noord en Midden Engeland zijn namelijk bevolkt door Angelen uit NO Nederland. > Lincolnshire

Baldersteen: (BLS:)
Op Google Maps dd 27.8.2013 zijn drie grote keien te zien op een veld op Nederlands grondgebied aan de grens met Duitsland aan de Balderhaarweg van Hardenberg naar Balderhaar in Duitsland, gelegen tegen de Nederlandse grens. Vanaf de weg loopt een smal pad haaks naar de voorste steen, gelegen tegen twee daarachter gelegen grote stenen. De achterste stenen lijken circa 2 meter lang, 1.5 meter breed en 1 meter hoog. De voorste steen meet circa 1 meter lang, 70 cm breed en 50 cm hoog. De bovenkanten lijken tamelijk vlak. Langs de weg staan enige lage boompjes, mogelijk eiken. Achter de stenen staat op Duitse kant een driehoekig bosje met de punt naar het gehucht Balderhaar. Boompjes, bosje en pad zijn bij eerder bezoek waargenomen. Bij controle ter plekke daags later blijken de stenen helaas verdwenen. Ook de boompjes ter plekke langs de weg zijn verdwenen. Het pad naar de stenen is eveneens weg. Nader onderzoek naar de oorzaken leverde helaas niets op.
Gezien:
- de ligging van de stenen bij Balderhaar
- en de opstelling van de stenen
- en de vorm van de stenen (nogal lang, smal, vlak en laag)
- en de afwezigheid van andere grote stenen ter plekke
- en de vereering van Balder in NO Nederland in het verre verleden
>> lijken de stenen bij Balderhaar daar in het verleden doelbewust te zijn neergelegd als een soort offerplaats en met de bedoeling de god Balder aldaar te vereeren.
Reconstructie: De Baldersteen bij Balderhaar bestaat zoals gemeld uit drie grote stenen liggend tegen een bosje aan. Deze stenen kunnen oorspronkelijk 1-2 gestapeld zijn als een soort offertafel. I.e.: de twee grote stenen met de smalle kant tegen elkaar op de grond en daarboven de kleine derde steen. In de Anglische cultuur neemt de 1-2 plaatsing van symbolen namelijk een belangrijke plaats in. (> Trilogie, H12K) Achter de stenen kunnen oorspronkelijk eiken hebben gestaan. De Angelen beschouwen immers eiken als heilige bomen. (> Eiken) Het pad naar de stenen zal daar mogelijk al van meet af zijn geweest. Balder is namelijk zeer geliefd bij de Angelen. Ze zullen de plek daarom ook vaak hebben bezocht en hem daar hebben vereerd. > Offersteen
Vereering: Sommige bronnen zien gelijkenissen tussen Balder en Adonis, de Fenisische vegetatiegod van het Midden Oosten. Adonis was een zeer knappe jongeman die de ene helft van het jaar in de bovenwereld leefde en de andere helft in de onderwereld. Met het aanbreken van het voorjaar herrees hij in de bovenwereld en werd zijn herrijzenis gevierd met grote bakken vol bloemen en het planten van zaden in speciale perken. Mogelijk vereeren de Naturale Angelen hun god Balder op zulkgelijke wijze. I.e. in de lente met bloemen op de baldersteen.
Offerfeesten: De Angelen houden offerfeesten bij offerstenen aan de voet van heilige eiken gewijd aan Donar. Deze offerstenen komen overal voor in NO Nederland (West Angle). (#HED/p8;KBG) > Eiken
Eiken: De Anglische god Balder werd mogelijk ook vereerd bij eiken. Dat gebeurde vrij zeker o.a. in Baldock, een gehucht bij Letchworth ten noorden van Londen in Engeland. De naam lijkt namelijk afgeleid van Anglisch Baldr (Balder) + ock (eik). > Baldock, Eik, Baldersteen


          

 
Boven: Aquarel van een Baldersteen rond 400nC gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek van alle relevante feiten. (@ aquarel © BCK)
Balderstone bij Preston in Lancashire (NW Engeland) ligt in historisch Anglisch gebied. (> HAG) De regio zal rond 550nC zijn bevolkt door Angelen uit Yorkshire. De naam Balderstone lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Balder (de Anglische god van liefde) en ston (steen). Baldersteen dus. Deze naam bestaat ook als als familienaam Von Baldersteen in Duitsland. Het voovoegsel Von verwijst naar een locatie met de naam Baldersteen, die gezien de spelling mogelijk in Nederland ligt of lag.
¶ Uit het voorgaande mogen we veronderstellen dat de namen Baldersteen en Balderstone verwijzen naar een steen. Temeer daar steen verwijst naar een steen en niet naar een stein = landhuis van steen.
¶ De stenen van Baldersteen en Balderstone zullen duidelijk te maken hebben met Balder. Gezien het Anglisch gebruik van stenen ofwel grote keien als heiligdom of offersteen voor Anglische goden, lijken Baldersteen en Balderstone te verwijzen naar een offersteen gewijd aan de Anglische god Balder.
¶ De Naturale Angelen plegen offerstenen te gebruiken om er offerfeesten te houden. O.a. aan hun god Donar. Deze offerstenen komen overal voor in NO Nederland (West Angle). Vooral bij oude kerken. > Naturalisme, Offerstenen
¶ Balderstone in Lancashire ligt nabij Preston, een locatie die van oorsprong een soort klooster van Naturale Anglische priesters lijkt te zijn geweest. (> Priesters) Deze priesters kunnen derhalve Balderstone hebben gebruikt om er hun god Balder te vereeren.
Bloemen zijn het symbool van schoonheid, zuiverheid, liefde en verganklijkheid. Ze worden alom gebruikt op feesten, herdenkingen en begravenissen.
--- 3000vC++: Dagblad De Telegraaf 4.5.2012 schrijft over een tentoonstelling in het RMO te Leiden (mei-sep 2011): "Op vrijwel elk voorwerp uit het oude Egypte staan bloemen, planten of fruit afgebeeld. Op spiegels, zuilen, vaasjes, en zelfs op wapens als dolken en messen, maar vooral op offertafels, wanden van grafen en mummiekisten staan bloemenkransen en soms complete tuinen. ... Hoewel veel bloemen, zoals de favoriete lotusbloem, in het wild in moerassen werden geplukt, moet er ook sprake zijn geweest van kwekerijen.
--- 2013: Op het eiland Bali in Indonesia vereeren de Hindu's hun goden anno 2013 nog steeds met bloemen. De wortels van het HinduÔsme liggen in het Aryanisme, waaruit ook de oude Anglische cultuur is voortgekomen.
--- 2013: Aan de kust van Noord Griekenland wonen mensen die nog dagelijks omgaan met hun oude Griekse goden en wel op een leuke en relaxte manier. Bij de grot van Hades gooien ze vaak bloemen in de branding van de zee. Met andere goden communiceren ze op andere, normale menslijke manieren. De mensen voelen zich erg gelukkig en stralen dat ook uit. (# VRT1 17.3.2013: Joanna Lumley in Griekenland)
** Balder, Balderhaar, Aryanisme

Balderveen: > Baalder

Baldock:
Gehucht bij Letchworth, ten noorden van Londen in Engeland. Het ligt in de zuidpunt van Mercia, het belangrijkste Anglische Rijk van historisch Engeland. Baldock lijkt derhalve van oorsprong een Anglisch gebied. De naam kan dan zijn afgleid van Anglisch Baldr (Balder) + ock (eik). Aangezien de Angelen hun belangrijkste goden veelal vereeren op een hoogte en/of bij een eik, lijkt het derhalve zeer plausible dat het hier gaat om een historische plek waar de Anglische god Balder in vroege tijden is vereerd.
** Baldersteen, Balder, Eik

Baldologie:
()A bal (zn bal, bol), bald (=A buld), Balder (Balder, Belder, Bulder = Anglische god), balder (=A bulder), Baldr (=A Balder), Ballard (Bollert; # mansnaam), beal (buil, bult, hoogte), bealcge (balg, buik), bealcge (bult, heuvel, weide), beald (=A buld), bealder (=A bulder), bealluc (bal, testikel), bealt (belt, bult, heuvel), bealtar (belter = veld met veel belten), bold (=A buld), bold (bouwwerk, huis, woning), boldan (ww bouwen), bolder (=A bulder), boldr (held), bolla (nap, beker), bollard (stierenwei), bolle (stier; >A bule), bolt (zn bout), bul (=A bule), buld (bn moedig, dapper, sterk, flink), bulder (de moedige, dappere, sterke, flinke), buldarwaegn (bolderwagen, bolderkar = boerenkar zondere vering; oudste koeienkar), bule (bul, stier), bulgan (bulken), bulge (bult, blaas, blaar, gezwel), bullart (stierenwei = wei met jonge stieren), bultel (zeef), byl (buil, bult, hoogte), bylt (bult, belt, heuvel), byltar (bulter, belter = veld met veel bulten)
** Balder

Balken: > Hout

BalloŽr Kuil: (BLK:)
--900nC: Bron drouwerveen.com 15.11.09 schrijft:

Tot het eind van de 9e eeuw was de religie in Drenthe niet christelijk, maar Germaans [Anglisch]. Dit was een natuurgeloof, die later door de kerk als duivels werd beschouwd en op deze manier uit het dagelijks leven is geweerd. Het Germaanse geloof kende vele goden, zoals: Wodan, Donar, Frija en Ding (Tyrr) [Tiwaz]. Deze namen zijn nog terug te vinden in de namen van de dagen van de week. Vele tempels geweid aan deze goden in Drenthe zijn door zendelingen van de kerk vernield. Deze zendelingen werden gesteund door de legers van Karel de Grote. Vaak werd er op de plaats van een Germaanse [Anglische] tempel een kerk gebouwd. Een voorbeeld is de kerk van Roden. Veel herkenbare plaatsen van dit oude geloof zijn niet meer terug te vinden in het landschap. Een van de weinig overgebleven restanten is de BaloŽr Kuil. Hier kwamen vroeger de Germaanse [Anglische] priesters samen, werd recht gesproken en nieuwe wetten aangenomen.
 

Baltrum:
Stadje op het Ost Friese eiland Borkum. Het eiland wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Lunenburg. De naam Baltrum lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Balder (Anglische god) + ham (heem, oord). Dus: Balderham = het oord van Balder, ofwel het oord waar Balder vereerd wordt.
** Balder, Bolder, Beltrum, ASA

Bannerschulte: > Schulte

Barbiers:
()A barbur (barbier, chirurgijn, kapper), scearbaes (barbier)
** Haar, Geneeskunde

Barclaw:
Mogelijk de familienaam van de oudste bewoners van Huis Diepenheim in Twente. De naam is afgleid van Anglisch bar (beer) en clawu (klauw). Dus: bereklauw.
Wapen: Op goud drie blauwe bereklauwen 1-2 geplaatst. Het wapen is zeer oud. De herkomst is onbekend. De 1-2 plaatsing van de klauwen wijst vrij zeker op Anglische herkomst. (> H12E, H12S) Dit wapen wordt later gevoerd door de gemeente Diepenheim.
¶ Bron PAMA schrijft bij bereklauw:

Bereklauw, Poot van een beer. De bereklauw komt dikwijls voor in Engelse wapens als helmteken voor.
Gezien de associatie van de bereklauw met de Engelse heraldiek en de 1-2 plaatsing van de bereklauwen met de Anglische heraldiek, lijkt het goed mogelijk dat het wapen afkomstig is van een Anglisch adellijk geslacht dat vůůr 1188nC de heerlijkheid Diepenheim bezit.
Barclaw is ook de naam voor een soort gereedschap, uitziende als een soort angol ofwel een soort licht gekromde pikhaak waarmee o.a. planken en balken losgewrikt worden. Sommige uitvoeringen hebben aan de andere kant van de pik een soort hamer. > Angol

1105nC: In dit jaar is Diepenheim bezit van ene Xx van Barclaw (c 1080-1140). (> Barclaw) Hij is mogelijk de stichter van Huis Diepeheim te Diepenheim. Hij bezit daar veel land en heeft een kleindochter genaamd Regenwize. Diepenheim beschouwt daarmee het jaar 1105nC als officiele stichtingsjaar en neemt zijn wapen over als stadswapen. In 1980 herdenkt Diepenheim haar 875 jarige bestaan.
¶ Wapen: Op goud drie blauwe bereklauwen 1-2 geplaatst. Het wapen is zeer oud. De herkomst is onbekend. De 1-2 plaatsing van de klauwen wijst vrij zeker op Anglische herkomst. (> H12E, H12S) Ook de kleuren blauw op goud doen zulks. Dit wapen is het familiewapen van het geslacht Van Barclaw waaruit Xx van Diepenheim lijkt voortgekomen en dat afkomstig lijkt uit Bruggelen bij Apeldoorn, dat in 801nC Barclog wordt genoemd. > Bruggelen
 
Xx van Barclaw (c 1080-1140) is mogelijk de stichter van Huis Diepeheim te Diepenheim in Twente. Hij bezit daar veel land en heeft een kleindochter genaamd Regenwize. Zij huwt met Hendrik van Henegouwen rond 1188nC. Regenwize zal dan rond de 20 jaar zijn en dus geboren rond 1168nC.
Barclow is een familienaam in Engeland. In Greystoke in Cumbria (NO Engeland) staat een ruÔne van Barclow Hall. Cumbria lijkt in het verre verleden voor een groot deel te zijn bevolkt door mensen uit Nederland en Vlaanderen. (> Cumbria) Het is derhalve denkbaar dat de naam Barclow is afgeleid van de naam Barclaw of Barclog in Nederland.
Barclog is vrij zeker de oudste naam van Bruggelen, een regio tussen Beekbergen en Apeldoorn op de Veluwe. Rond 100vC settelen Angelen uit West Salland in de regio Apeldoorn. In 801nC wordt Barclog genoemd in een giftbrief, waarin Podolf, zoon van Wibald, zijn hof in Englandi, annex weiden en rechten, alsmede Barclog schenkt aan de Abdij van Werden bij Duisburg aan de Rhur.
¶ In 1151nC wordt Borculo in de Achterhoek afgescheiden van graafschap Lohn in Westfalen. In dat jaar wordt ridder Rotholf de Burclo genoemd.
¶ Jean Baptist baron van Hugenpoth tot den Beerenclauw (1816-1877) is geboren in Boxmeer. Jurist (Leiden), officier van Justitie (Eindhoven), raadsheer en auteur. Overlijdt in Den Bosch.
¶ De Berenklau is een adellijk huis in Groessen bij Zevenaar in de Liemers. De oudst vermelding is van 1391 in een acte van transactie. De plek lijkt al eerder bewoond. De naam zal dus zeker veel ouder zijn. In 1722 wordt Antonius van Hugenpoth tot Aerdt eigenaar. Hij is de stamvader van het geslacht Van Hugenpoth tot Beerenclauw.
¶ In 1898 is het kasteel een bouwval en wordt het daarom verbouwd tot een boerderij. De oude toren is gehandhaafd. Daarin staat de naam Beerenclaauw in duidelijk leesbare letters.
Bereklauw is een familienaam die anno 2007 nog voorkomt in Zuid Limburg.
¶ Barclog, Barclaw, Barclow, Burclo en Bereklauw zijn namen die lijken veel met elkaar gemeen te hebben. Mogelijk hebben ze iets met elkaar te maken. Maar hoe? Vooralsnog is dat niet duidelijk.
Reconstructie: In theorie is denkbaar dat er een geslacht Barclog heeft bestaan dat woonde in Barclog (Bruggelen) tussen Beekbergen en Apeldoorn op de Veluwe. Uit dit geslacht zijn respectievelijk voortgekomen de geslachten Barclaw, Barclow, Burclo en Bereklauw. Gaan we dat in een timetable plaatsen, dan kan dat er uitzien als volgt:
-300nC++: Barclog -- Bruggelen tussen Beekbergen en Apeldoorn
-500++--: Barclow -- Cumbria
-801++--: Barclog -- Bruggelen tussen Beekbergen en Apeldoorn
1105++--: Barclaw -- Diepenheim
1391++--: Berenklau -- Groesen/Zevenaar
1722++--: Beerenclaauw -- Groessen/Zevenaar
2007++--: Bereklauw -- Sittard
Veronderstellingen:
- Alle geslachten hebben hun roots in Braclog (Bruggelen) tussen Beekbergen en Apeldoorn.
- Het geslacht Barclaw in Diepenheim heeft de feitelijke naam Barclog verbasterd tot Barclaw, hetgeen past in de klankmutaties van hun wereld.
- Het geslacht Barclow in Cumbria is rond 500nC naar Brittannia gemigreerd tijdens de massamigraties vanuit Angelland ivm met de langdurige watersnood. (> M35) Zij hebben hun naam later verengelst tot Barclow, hetgeen past in de normale klankmutaties in hun wereld.
- Het geslacht Burclo in Borculo heeft de naam verbasterd tot Burclo volgens de historische klankmutaties in NO Nederland.
- Het geslacht Bereklauw in Zuid Limburg stamt mogelijk af van de Barclaws in Diepenheim. Hun naam is veranderd volgens de regels van de Nederlandse taal.
** Bruggelen, Diepenheim, M35

Bardowich:
Dorp bij Hamburg. Rond 575vC bevolkt door Angelen uit Sleswig. (> ASA) De naam Bardowich lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Bardo (mansnaam) + wic (wijk, buurt). Bardo lijkt in deze optiek een leider van de oorspronklijke nederzetting.

Barge:
Regio bij Emmen omvattend: Noordbarge, Zuidbarge, Noordbarger Bos, Barger Enscheiderveen, Barger Oosterveld en Barger Compascuum. Alle voor- en achtervoegsel Barge(r) van deze namen betekenen dat er ooit een gebied was met de naam Barge, dat alle genoemde deelgebieden omvatte. Analoog aan Dalen, Dalerveen en Dalerpeel, bij Coevorden, circa 14 KM zuidoost van Emmen.
Bargerweg: Deze weg loopt haaks richting kanaal. De naam betekent: de weg naar Barge. Ze bevestigt daarmee de these dat daaromtrent ooit een regio was met de naam Barge.
¶ Aangezien:
- Angelsloo bij Emmen mogelijk sinds 200nC is bewoond door Angelen
- en in het nabijgelegen Zweeloo vrij zeker rond die tijd ook Angelen wonen
- en in het zuidwest gelegen Engeland bij Hardenberg sinds circa 300nC vrij zeker ook Angelen wonen
- en in NW Angeln in Noord Duitsland een dorp met de naam Bargen ligt
- en bij migratie vaak locatienamen worden gegeven uit het herkomstgebied
>> is het mogelijk dat Barge bij Emmen eveneens een gebied is waar zich circa 200 nC Angelen hebben gesetteld, die afkomstig zijn uit Bargen in NW Angeln.
¶ Barge omvat dus een groot gebied. Als zodanig kan het zijn dat vanuit Barge andere gebieden daaromtrent zijn bevolkt door Angelen. O.a. Angelsloo/Emmen, Zweeloo/Coevorden, Engeland/Hardenberg, Angelbeck/OsnabrŁck, etc. Deze theorie is nog onbewezen, maar lijkt gezien de context toch niet onmogelijk. Verder onderzoek zal de validiteit ervan echter nog aannemelijk moeten maken.
** Migratiepatronen, Migratiestromen
# FRI, KBG

Barlo:
Voormalig gehucht in de Duurse Waarden aan de Yssel tussen Den Nul en Wijhe. De regio wordt rond 100vC bevolkt door Angelen uit Twente. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch bar (bever) + loha (laaggelegen land). Dus: laag gelegen land waar bevers leven.
¶ Bij de ingang van de Duurse Waarden bij het Laarzenpad staat een wegbord met de naam Barloseweg. De grond aldaar is laag gelegen en moerssig met enige grote kolken, die in open verbinding staan met de Yssel. Ideaal leefgebied voor bevers! Daaromtrent moet dus ooit Barlo hebben gelegen.
¶ Angelen zijn van oudsher notoire beverjagers. Het lijkt dus vrij zeker dat Barlo een oud Anglisch gehucht was waar beverjagers woonden.
Barle = Barlo, Barloo, Baarlo. Anglisch le (ley, loo, lo) = lij, laagland, veen, moeras, oeverwal. (> Brakel) Hoog Baarlo (bij Hoenderloo) heet op een kaart van 1629 Groot en Kleyn Barle. (#ALT/Apeldoorn/p205)
¶ De lage ligging van Barlo sterkt de these dat het achtervoegsel -lo (-loo; Anglisch loha inderdaad de betekenis heeft van laag gelegen land.
Elders: Barlo/Aalten, Barlo/Bredevoort, Barlo/Goor, Barlo/Zeldam, HoogBaarlo/Hoenderloo.
** ASA, Bevers, Beversites, Pg/Dixon/bar
# FRI (aug 2012), KBG

Barmentloo: familienaam > Kamp/Neede

Barmhartigheid: (BMH:)
()A baerman (medelijden hebben), baermheortig (barmhartig), baermheortignis (barmhartigheid), earbaerm (erbarmen, medelijden, mededogen), earbaerman (ww erbarmen over, ontfermen over), earbaermlic (erbarmelijk), earbaermlicnis (erbarmlijkheid), earbaermnis (erbarmen), milde (mild, barmhartig, genadig), mildheort (barmhartig), mildheortig (barmhartig), weldon (weldoen)
1000vC++: Het MazdeÔsme in PerziŽ predikt streven naar waarheid, rechtvaadigheid en barmhartigheid en goede zorg voor armen en vee. > PgMon/MazdeÔsme
¶ Het Anglisch kent genoemde woorden over barmhartigheid. De Angelen kennen dus barmhartigheid. Vooralsnog is echter niet duidelijk in hoeverre barmhartigheid betekenis heeft in de Anglische cultuur. Aangezien barmhartigheid bij vele oude volken een belangrijke rol speelt, mogen we vooralsnog aannemen dat barmhartigheid ook bij de Angelen betekenis heeft. Zonder barmhartigheid heerst er immers eindeloos vete, strijd en onrecht.
¶ Barmhartigheid alleen is niet voldoende. Ze moet in balans blijven met gerechtigheid en rechtvaardigheid.
** Deugden

Barneveld:
Stad op de Veluwe. Circa 100vC bevolkt door Angelen uit de regio Apeldoorn. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch baernfeld = brandveld = veld waar gebrand wordt of werd. Wat gebrand werd is vooralsnog niet bekend. Een brandveld kan o.a. zijn een veld waar doden werden gecremeerd.
1482: 16 juli Hoeken belegeren Toren van Barneveld. Jan van Schaffelaar (een Kabeljauw) springt van de Toren.
** Crematie, Engelse Stad (Angelstede), Hoeken

Barnsteen:
Anglisch: baernstin AVA baernan (branden) + stin (steen). Ook wel Anglisch genaamd aembre (amber) of aembrestin (ambersteen), afgeleid van Arabisch anbar. Bijgenaamd goud van de Oostzee vanwegen de grote vondsten daar in de kuststreken sinds oudsher.
¶ Barnsteen is van oorsprong een harsproduct van naaldbomen. Door langdurige geologische processen verhardt de hars en de chemische samenstelling ervan en krijgt barnsteen een geelbruine en heldere kleur. Barnsteen is daarom al ver in de oudheid en geliefd product voor sieraden. De oudste vondsten daarvan dateren van circa 3500vC en zijn afkomstig uit een koningsgraf te Ur in MesopotamiŽ.
De Barnsteenroute 2000vC++: Als handelswaar is barnsteen eeuwenlang een geliefd product. De handel voltrekt zich sinds circa 2000vC van ScandinaviŽ via de Dvina in Rusland naar de Zwarte Zee en verder naar Constanitnopel.
¶ Barnsteen wordt al in de oudheid gevonden langs de kusten van de Ooostzee in Noord Duitsland en tot aan de kust van Letland.
400nC++: Zweeloo is bekend om de Prinses van Zweeloo, een jonge vrouw van goede stand die leefde in circa 425-450nC. Haar graf is ontdekt in 1952 tijdens graafwerk. In haar graf zijn ook sieraden gevonden: bronzen spelden, een ketting met glazen kralen, een ketting met kralen van barnsteen, een zilveren ring, zilveren toilet, etc. > Prinses van Zweeloo
2011: Barnsteen wordt nog gewonnen en verkocht in plaatsen aan de kusten van de Oostzee in NW Polen. Daar verkopen kraampjes langs de weg stukken barnsteen aan passanten. Zeer geliefd zijn barnstenen met daarin resten van planten en/of insecten, zoals vliegen en spinnen. #NDRtv17.10.2011
2014: Op vele plekken in Duitsland en Polen langs de kust van de Oostzee liggen nog ruwe barnstenen vlak onder het zand van het strand. Mensen mogen die beperkt en onder controle her en der rapen. Ook worden er banrstenen en sieraden van barnsteen verkocht. Dat gebeurt o.a. in Danzig. #NDRtv11.5.2014
** LACA
# WP, DAB, KBG

Baron:
Een baron is oorspronkelijk een niet-souverein leenman (baro = dienstman) en valt onder de gewone (lagere) adel. In rangorde net boven de ridder, maar nog onder de burggraaf.

Bathmen:
In de volksmond Battum genoemd. Stad aan de A1 aan de noordkant van Deventer in Salland. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. De naam Battum lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Bat (mansnaam) + ham (heem, oord). Derhalve: de heem (huis) van Bat.
Bath: Stad in Somerset, nabij Bristol in ZW Engeland. De stad is gesticht door de Romeinen die er badhuizen bouwen. Ze noemen de stad Aquae Sulis = de badplaats van Sul, een regionale godin voor wie er een tempel was gebouwd. Sul is vergelijkbaar met de Romeinse Minerva. Engelse historici menen dat de naam Bath verwijst naar Engels bath = bad.
--- Volgens een oude kaart (c 1850) wordt de stad ook geschreven als Bathum. (BBC4tv Alfred of Wessex 21.1.2014) De regio aldaar wordt rond 550nC bevolkt door Angelen, mogelijk afkomstig uit de Cotswolds. De naam Bathum lijkt derhalve mogelijk afgeleid van Anglisch Bat (mansnaam) + hum (huis, heem, oord). Dus: het oord van Bat. Mogelijk was hij er een locale stamleider.
--- De oude Engelse naam Bathum lijkt identiek aan Battum voor Bathmen in Salland. Het is derhalve denkbaar dat Bath is gesticht door Angelen uit Bathmen. Mogelijk ergens in 450-550nC na de massamigratie van Angelen naar Engeland vanwege de langdurige natheid in Angelland.
--- De godin Sul lijkt een Anglische godin van de vruchtbaarheid. Mogelijk is zij meegnomen naar Bath door Angelen die al in 0-300nC zijn gemigreerd naar Brittannia. > Sul
** MCAB, Grote Natheid, TEHA

Batho van Minden: (c 730-790nC)
Anglisch stamhoofd wonend rond Minden, halfweg tussen Osnabruck en Hannover, in de regio genaamd Porto Westfalica. Deze regio wordt rond 250vC bevolkt door Angelen uit Lunenburg. Rond 770nC fungeert Porta Westfalica als centraal vergaderplek van Saxen, die zich daar rond die tijd hebben gevestigd vanuit hun woongebied in NO Duitsland en Polen.
¶ Tijdens een stamvergadering met de missiewerker Lebinus uit Deventer rond 765nC heeft Batho volgens de legende gezegd:

Noormannen, Slaven en Friezen hebben wij hier in vrede ontvangen en nadat zij hadden gesproken stuurden wij ze met giften naar huis. Maar deze man [Lebinus] brengt ons een blijde boodschap die ons allen zal redden.
** ASA, Saxen, Lebinus

 
Bealder: > Balder

Beaver:
COD:
- Amphibious broad-tailed soft-furred rodent [knaagdier], building huts and dams; its fur; hat of this. OE: beofor = LG bever; G: biber.
- Lower face-guard of helmet (ME)
EWB: bever: Oud Saxisch: bivar; Oud Hoogduits: bibar; Oud Engels: beofor. Indo-Germaans (Arisch): babhru = roodbruin; ook: ichneumon: een soort spoorzoeker (dier). De bever is dus genoemd naar zijn roodbruine kleur.
WP: ichneumons (Grieks: speurders): ook genaamd mangoesten, mongoes, mangas van mangus (India). Habitat: Spanje, Afrika, Iran, ArabiŽ, India, Zuid China en IndonesiŽ. Dik donkerbruin vacht, korte kop, kleine ronde oren, lange spitse snuit en dikke staart. Voornameijk dagdieren die leven in groepverband. Vele soorten jagen op slangen. Heilig dier bij de Egyptenaren.
¶ De namen beaver en beofor (OE) staan erg dicht bij het Nederlandse en het Nederduitse (Low German) woord bever. Opmerkelijk genoeg verwijst bron COD niet naar gelijkluidende woorden in andere talen, wat het normaliter altijd doet als die bestaan of bestonden. Daardoor moet het Engelse beaver (beofor) welhaast zeker afkomstig zijn uit de Lage Landen op het Continent. Dus van de gebieden waar Angelen en Saxen wonen. (> Maerland) Het kan dus nauwelijks anders dan dat de Angel-Saxen het woord uit hun continentale homelands hebben meegenomen. Aangezien beversites op het Continent en in Engeland voornamelijk voorkomen in Anglische gebieden, moet dit welhaast zeker betekenen dat het woord beofor een Anglisch woord is. Waar bevers zijn, daar zijn ook altijd beverjagers. Het is dus zeker aan te nemen dat onder de Angelen beverjagers zijn. Deze these wordt aanzienlijk versterkt door het feit dat locatienamen met Bever- veel voorkomen in Anglische gebieden. Naar het lijkt zelfs beduidend meer dan in gebieden van de Saxen of Juten. Bovendien is de beverjacht een zeer oude activiteit, die zeker al bestaat ver vůůr 400 vC, in de tijd dat de Angelen nog op het Continent wonen. Getuige bron EWB moeten de Angelen de bever zelfs al kennen van hun verre voorouders uit Arya in Centraal AziŽ.
** Regiokeuze, Groot Veenland, Beversites, Arya
# COD, KBG

Bebouwing: (BBW:)
Anno 2014 staan de hoeven en huizen in Giethmen bij Ommen veelal op redelijke zichtafstand van elkaar. (#FRIjul2014) Rond 400nC staan in Angelland de hoeven en huizen gemiddeld op circa 280 meter van elkaar af. (> Contacten) Giethmen lijkt dus op dat vlak een goed beeld te geven van de bebouwing in Angelland rond die tijd. Temeer daar een echte dorpskern lijkt te ontbreken. > Giethmen
** Nederzettingen

Beckum:
Dorp bij Hengelo in Twente. De naam is vrij zeker afgeleid van Anglisch beck (beek) + ham (heem, huis). Met de beek wordt bedoeld de Hagmeulenbeek waaraan Beckum ligt. De naam van deze beek heeft eveneens een Anglische herkomst. (> Hagmeulen) In de regio Beckum ligggen ook andere locaties die een Anglische herkomst verraden:
- de Beldershoek, welke naam is afgeleid van Anglisch Bolder (een godheid) + hoc (hoek). (> Bolder, Balder)
- Asbroek afgeleid van Anglisch aesc (es, ME ash) en broc (broek). > Asbroek
- de Derkingweg, afgeleid van de Anglische familienaam Derking. (> AFNA)
Gezien de aanwezigheid van Angelen in de nabijgelegen locaties Hagmeulen (Bentelo) en Pentrop (Hengelo), kan Beckum rond 225vC zijn bevolkt door Angelen.
¶ Stad in district Warendorf, Westfalen, met anno 2010 circa 70.000 inwoners. De stad ligt circa 30 Km ZO van Munster, aan de bron van rivier Angel. Gezien de historische migratiestromen kan de regio Beckum circa 200nC zijn bevolkt door Angelen vanuit het noorden.
¶ De naam Beckum komt ook voor als familienaam. O.a. in Nederland en Amerika. Drs Leonie van Beckum schreef het boekje "De Katholieke kerk in Leusden (ca. 1000-1980). In Engeland bestaat de naam Beckham met voetballer David Beckham als meest bekende persoon.
¶ Beckum komt al vroeg voor als familienaam Bechem (1394) en als Beckhem (1489). Op 24.6.1394 wordt Herman van Bechem (ghm Eisabeth Sticke) beleend met landgoed Kevelham te Goor. Op 22.3.1489 wordt Herman van Beckhem beleend met Kevelham, bij dode van zijn vader Johan van Beckhem.

¶ Het meest bekend is freule Maria van Beckum, Doopsgezinde martelares, 13.11.1544 ter dood gebracht op de brandstapel op het Galgenveld tegenover de Algemene Begraafplaats aan de Langestraat in Ambt-Delden langs de weg van Delden naar Goor, op last van regentes Maria van Hongarije en uitgevoerd door drost Goossen van Raesfelt, wonend op huis Twickel.
 
Maria was de dochter van Johan II van Beckum (gst 1526) en Johanna van Wrede (gst 1511), wonend op Kevelham te Goor. Ze was mogelijk een aanhangster van David Joris, sinds 1535 een leider van de Wededopers. Tegen twee Doperse broeders zou Maria hebben gezegd: De paal waaraan ik gebonden ben, zal later nog groenen ten bewijze dat ik om de waarheid lijd. De nalatenschap van Maria werd geconfisceerd door Karel V en in 1555 beleend aan drost Goossen van Raesfelt. Na de vuurdood van Maria van Beckum verschijnt het lied: Ein new lied van twei jongfrawen van adel te Delden, drey meil van Deventer, verbrand. Het lied verhaalt haar dood samen met Ursula van Werdum, haar schoonzuster. (> Werdum) Tot in de 19e eeuw planten de Doopsgezinden uit Hengelo jaarlijks op 13 november een groene tak op de plaats van de executie.
 

Beda: (672-735)
Alias Baeda, Bede. Bijgenaamd Venerabilis ofwel de Eerbiedwaardige. Geboren in Monkton. Overlijdt in Jarrow, Noord Engeland. Engelse monnik van de Benedictijnse Abdij in Jarrow. Theoloog, historicus, mathematicus en natuurwetenschapper. Beheerst het Latijn, Grieks en Hebreeuws. Schrijft meer dan 40 boeken. Is helder en zakelijk van stijl.
¶ Beda's beroemdste werk is Historia ecclestiasica gentis Anglorum, een geschiedenis van de Angel-Saxen, met de nadruk op hun bekering en kerkelijke organisatie tot 731. Hierin beschrijft hij o.a. het zendingswerk van de Angel-Saxen in de Lage Landen. Vrij zeker heeft Beda gebruik gemaakt van de werken van de historicus Gildas (gb 480). Delen van zijn werken zijn opgenomen in de Anglo-Saxon Chronicle.
700nC: Bron HGN schrijft tav de Anglo-Friese relaties het volgende in hoofdtuk VIII: Inleiding van Oudwestgermaans:

... Beda (8ste eeuw) noemt op het vasteland als verwanten van zijn volk [de Angelen] wel de Oud-Saksen, maar niet de Friezen.
¶ NB In Reiderland (NO Groningen) lag ooit een dorp met de naam Beda. Door langdurige stormen en overstromingen is Reiderland in 1277nC verdronken. Mogelijk zijn Beda's voorouders afkomstig uit Beda in Reiderland en zijn ze in de periode 450-550nC gemigreerd naar Brittannia.
¶ Angle is het homeland van de Angelen op het Continent. Het omvat het hele gebied tussen Denemarken, de Rijn, de Elbe, Bohemen en de Noordzee. (> Angle) Naar zeggen beweert Beda dat Angle geheel was verlaten door de Angelen na hun massamigratie in 450-550nC naar Brittannia. Deze bewering is volledig in strijd met talloze historische feiten. Mogelijk heeft zijn bewering te maken met Reiderland waar zijn voorouders mogelijk vandaan komen. Dit Reiderland lag in Oost Groningen. Het gebied wordt eeuwenlang geteisterd door grote overstromingen. Dat zal zeker ook zijn gebeurd in de periode 300-500nC, toen het waternivo van de Noordzee steeg en voor zware stormen en overstromingen zorgde. Uiteindelijk verdronk het hele gebied in 1277nC en ontstond de Dollard.
¶ In zijn boek De temporum ratione schrijft Beda in hoofdtuk 15 over de oude Anglische namen van de maanden van het jaar.
** ASC, Angle, Reiderland
# WP, DAB, KBG

Bedelen: > Armoede, Landlopers

Bedrijfstakken:
Een bedrijfstak ontstaat vaak door het bestaan van een andere bedrijfstak. Zo ontstond de blikfabriek Thomassen & Drijver door fabrieken die varkensvlees produceerden. Ingeblikt konden ze hun afzet en omzet sterk vergroten. #KUOZ/p33
** Aardewerk, Beverjacht, Bier, Bouwkunde, Ganzen, Handel, Geldstelsel, Horeca, Houtwerk, Jacht, Landbouw, Leerwerk, Linnen, Mijnbouw, Pluimvee, Schapen, Theater, Veehouderij, Vervoer, Visserij, Vlas, Vlees, Weefkunst, Wol, Zout

Bedrijven: > Bedrijven & Diensten

Bedrijven & Diensten: (BED:)
()A baecery (bakkerij), beocepery (bijenhouderij, imkerij), bleacery (blekerij, wasserij), bouery (boerderij), brandery (branderij), breowery (brouwerij), buntceapery (bonthandel, bontbedrijf), buntwercery (bontwerkerij), buscery (bussenmakerij), candelery (kaarsenmakerij), ceamery (stokerij), cesemakery (kaasmakerij), cetelery (ketelarij = ketelsmid), cetelmakery (ketelmakerij), cladhmakery (kleermakerij), cladhstoppery (kledingherstellerij), cloccmakery (klokkenmakerij), clumpmakery (klompenmakerij), colebraendery (kolenbranderij = bedrijf dat houtkool maakt), coperslegery (koperslagerij), coycery (kooikerij), crodnere (kruidenier, drogist), cupery (kuiperij, kuipemakerij), faettcopery (vetkoperij, vethandel), faettmakery (vetmakerij = bedrijf dat vet koopt, zuivert en verkoopt), fendery (veenderij), ferwery (ververij), fihbredary (veehouderij), fiscery (visserij), forge (werkplaats, smederij), fuccery (fokkerij), fugolery (vogelhandel), glaesblaesery (glasblazerij), glaesmakery (glasmakerij), gossery (ganzenhouderij, ganzenfarm), hodmakery (hoedenmakerij), holtbrecery (timmertoko, houtzaak), holtcopery (houthandel), hydecopery (huidenzaak), imbery (imkerij), linemakery (touwslagerij), loiery (looierij), mealtery (moutmakerij), midwifery (vroedhulp), mondmakery (mandenmakerij), moring (veenderij), muldery (maalderij), mustartmakery (mosterdmakery), myldery (maalderij), panhus (panhuis = brouwerij), pancoucery (pannekoekrestaurant), panofen (pannebakkerij = steenbakkerij die dakpannen maakt), peardcopery (paardekoperij, paardehandel), plohmakery (ploegenmakerij), potery (boomkwekerij), pottery (pottebakkerij), pottmakery (pottenmakerij), raedmakery (radmakerij; raed = rad, wiel), raemakery (ramakerij, mastenmakerij), reammakery (riemenmakerij), reatcopery (riethandel), reatthaecery (rietdekkerij), scipmakery (scheepmakerij), scomakery (schoenmakerij), scutemakery (schuitenmakerij), sealmakery (zeelmakerij, zijlmakerij), slegery (slagerij, slachterij), slotmakery (slotenmakerij), smidhery (smederij), smocery (smokerij van vis of vlees), snidhery (kleermakerij), spill (boerderij), spinnery (spinnerij), staefmakery (stafmakerij), stenbacery (steenbakkerij), stinofen (steenoven = steenbakkerij), stocery (stokerij, destilleerderij), stodery (stoeterij, paardefokkerij), tappery (tapperij = drankhandel), tentmakery (tentenmakerij), thundery (tuinderij, tuinbedrijf), tigelmakery (tegelmakerij), tinnslegery (blikslagerij), towery (leerlooierij, huidenbewerkerij), towslegery (touwslagerij), waepenmakery (wapenmakerij), waepensmidhery (wapensmederij), winninge (bedrijf)
** Ambachten & Beroepen, Bedrijvigheid, Economie

Bedrijvigheid:
Opvallend in de Anglische cultuur lijkt o.a. de bedrijvigheid. Haithabu, hoofdstad van Angeln, is in 500vC-1000nC het grote handelscentrum voor Noord Europa. Maar ook de beverjacht en visserij spelen een primaire rol in de Anglische economie. Het Anglische geldstelsel speelt eeuwenlang een centrale rol in de economie van NW Europa. Later neemt Engeland die rol over. En niet te vergeten de Anglische Maten & Gewichten, die in heel NW Europa gelden tot in de 15e eeuw zijn gebruikt.
¶ Brunswijk (Braunschweig) in NederSaxen is rond 200nC een grote Anglische nederzetting. Aldaar werd veel koper gevonden, waarvan terplekke brons werd gemaakt. (> Brunswijk)
¶ Rond 235nC woedt een hevige veldslag in Harzhorn bij Hannover tussen Angelen en Romeinen. Uit vondsten in 2009 blijkt dat de Angelen speren met speerpunten hadden, die ze vrij zeker zelf maakten. Deze speerpunten waren technisch van uitzonderlijk hoge kwaliteit en duidelijk superieur aan die van de Romeinen en Saxen. Dit doet vermoeden dat de Angelen al vroeg uitstekende wapenmakers zijn. (> Oldenrode)
¶ Sinds de winning van turf speelt NO Nederland een uiterst belangrijke rol. Hele gebieden worden drooggelegd, afgegraven en gecultiveerd voor agrarisch gebruik. Dit proces start in de 12e eeuw en gaat door tot halverwege de 20ste eeuw. Rond 1950 stopt de turfwinning.
¶ Als de turfwinning ten einde loopt, schakelt de economie in NO Nederland over op andere bedrijvigheid. Van belang worden de textiel- en metaalindustrie, scheepsbouw, agroproductie en tourisme. Lanbouw en veeteelt blijven echter nog sterk aanwezig. In de overgang van agrarische industrie naar andere vormen van bedrijvigheid hebben vele mensen nog een dubbele baan. Naast boer werken ze vaak ook in de industrie.
** Haithabu, Ambachten & Beroepen, Beverjacht, Visserij, Geldstelsel, Oldenrode, Brunswijk, Pint, Groot Veenland, Turfindustrie, Landbouw, Veehouderij

Bedum:
Streektaal: Beem. Stad in Noord Groningen. Rond 450vC bevolkt door Angelen uit NO Fivelingo. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Beth (mansnaam) + um (huis, heem, woonstee). Dus: de woonstee van Beth.
Walfrith van Bedum (865*-910nC) Landbouwer te Bedum in Groningen. Trekt dagelijks naar de Martinus Kerk te Groningen om zijn religieuse plichten te vervullen. In 910nC gaat hij met zijn zoon Radfrith op weg naar Groningen (stad). Onderweg worden zij aangevallen door Noormannen, die Groningen willen plunderen. Walfrith en Radfrith verdedigen zich heldhaftig. Ze zijn echter niet opgewassen tegen de overmacht van wilde Noormannen. Walfrith en Radfrith worden gruwelijk vermoord door de Noorse bende. Ze zijn begraven in Bedum. (#Quedam/p138, DAB)
Radfrith van Bedum (895*-910nC) > Walfrith van Bedum
c 990nC: Vermelding van Bedoruualda = wold (ontginning gebied) van Bedo. De inwoners worden genoemd Bederawaldmanna = de mannen van Bedum.
1214: Vermelding van Bedum in een oproep van Olivier van Keulen voor deelname aan een kruistocht.
Astarabederwalda (c 1475) = Oosterbedumerwold = dorp bij Bedum

Beekbergen: (BKB:)
Dorp ten zuiden van Apeldoorn. Anno 2010 circa 5000 inwoners. Rond 100vC bevolkt door Angelen uit West Salland. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch bece (beek) + beorg (berg, heuvel). Dus: de heuvels bij de beek.
Papenberg: De Papenberg in Beekbergen was een heilige plek van de naturale (prťchristelijke) Angelen. (#TSV/p161) De naam lijkt derhalve te verwijzen naar Anglisch paep, pape (priester) + beorg (berg). Dus: de berg van de priesters. Mogelijk woonden ze daar, i.c. hadden ze daar een klooster. Dit klooster kan dan zijn gebouwd halfweg de komst van de Angelen in Beekbergen (c 100vC) en de komst van het christendom (c 750nC). Dus ergens rond 325nC. (> Kloosters) Deze these wordt gesterkt door het feit dat de eerste christenen hun kerk meestal bouwen direct nabij een centrale plek van de naturale Angelen.
** Papen, Ael, Angalisme, Kerken, Engeland Beekbergen, Hof Englandi

Beetgum:
Dorp in Noord Friesland. De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Friesland-Oost. (> ASA) Rond 719nC settelen Friezen zich in de regio. > Friezen
Vondst: In Beetgum is gevonden een grote platte steen met inscriptie. > Hludana

Beginjaar:
Betreft jaar van ontstaan van het volk der Angelen.
¶ 665vC Ingwi settelt zich in Angeln. (> Ingwi)
Het jaartal 665vC is een schatting, gebaseerd op de legende dat hij een nazaat is van Odin, van wie in Midden Zweden een steen is gevonden uit circa 1500 vC. (> Odin) Uit de hierna volgende jaartallen blijkt dat deze schatting plausibel is, o.a. omdat de Angelen al vrij snel een groot volk worden, dat al vroeg bekend is. Zonder genoemde schatting is het niet te verklaren dat de Angelen al vroeg een koninkrijk zijn, dat machtig wordt genoemd en in staat is Brittannia en Thuringen massaal te bevolken. Zo massaal, dat ze al snel en langdurig een belangrijke macht vormen.
¶ 350vC Anglisko: Oud Teutoons (400-300vC) voor Engels. (COD) Maw: In die tijd bestaan er al zoveel Angelen dat hun naam wordt genoemd. (> Anglisko)
¶ 100nC Ptolemaeus schrijft dat de Angili (Angelen) wonen tot aan de Rijn.
¶ 300nC Angelen settelen in Thuringen.
¶ Laatste Anglische koningen:
260-320 Weothulgeot
290-250 Weaga
321-381 Wihtlaeg
356-416 Wermund
380-456 Offa
400-477 Angeltheow
420-489 Eomar
¶ 449 Bron ASC noemt de Angelen ťťn van de drie machtige Germaanse volken in NW Europa.
¶ 449 Vortigern vraagt militaire hulp Angeln.
¶ 450-550 Massamigratie Angelen naar Brittannia.
** Afstamming
 

Begraafplaatsen: > Thanatologie
Begraven: > Thanatologie

Beilen:
Stad in Drente. De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit de regio Assen.
450nC: In Beilen is een schat gevonden bestaande uit gouden munten en halsringen. Ze dateren uit 450nC.
** Archeologie, Bilas

Beken: > naam, Waterlopen
Bekervolk: > PgGenline

Belasting: (BEL:)
()A braentscattan (brandschatten = belasting opleggen onder dreiging met brandstichting), cyse (belasting), furpondan (verponden = belasten in ponden i.c. geld), furponding (verponding = grondbelasting in ponden), gabletoll (zoutbelasting), gafol (belasting), landcyse (grondbelasting), posta (belasting), scot (belasting), scultmate (maat om graanbelasting te meten), sloptende (luiktiende = tiende die in de herfst; werd betaald door 't slop op de deel), toll (tol, grensbelasting), tollbar (tolplichtig), tollbeam (tolboom, slagboom), tollbord (tolbord = bord bij tolboom met daarop de toltarieven), tollgield (tolgeld), tollhus (tolhuis, belastingkantoor), tollnere (tolheffer, belastinginner), tolltarif (toltarief), tollwaeg (tolweg), upsaete (belasting, pacht), waeterpenning (waterschapbelasting)
2000vC: Farao's in Egypte heffen belastingen. O.a. voor de financiering van paleizen, piramides, monumenten, kunstwerken en leger.
800nC++: Bron ZWH/p12 schrijft:

Een enkele keer kom je in documenten uit die tijd [800nC++] herinneringen aan Haarlo [bij Neede/Gld] tegen. Akten vertellen dat door Haarlo kerkelijk belasting werd betaald aan de pastoor en (of) de koster in Eibergen door Breer, Hondekolk, Pellen, Klein Hazebroek, Havickhorst en Blenken. Nu was er in deze agrarische maatschappij - anders dan in de steden zoals Zutphen en Deventer - weinig geld in omloop. Belasting werd in natura betaald. Lang nog lees je dan ook nog van 'mishoenders' op 11 november (St. Maarten) voor de pastoor en eieren voor de koster (die moet hij overigens wťl zelf komen halen). We vonden trouwens een klacht van de pastoor waaruit blijkt, dat de kwaliteit van de mishoenders nog wel eens te wensen overliet: die kippen moesten toch op z'n minst in staat zijn om op de rand van de mand te springen. Wat je ook vaak tegenkomt is 'jaarlijks een molder raapzaad (soms reuvezaad) voor het licht van de koorlampen en een pond was voor de kaarsen op het altaar'.
** Verponding, Heffingen, Geldzaken, Dertiende Penning

 
Bellegoor:
Grote hoeve in Beltrum/Groenlo gelegen op een grote bult (hoogte). Aldaar is ook de Bellegoorweg. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Zuid Twente. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch bell (belt, bult, heuvel) + gore (moeras). Dus: het moeras bij de bult. De omgeving van de belt aldaar is inderdaad merkbaar drooggelegd veengebied. Oud kaarten bevestigen dit.
# FRI, KBG, DAB

Beltrum:
Dorp in de Achterhoek, gelegen tussen Groenlo en Ruurlo. De regio wordt rond 200vC bebolkt door Angelen uit Eibergen. De naam Beltrum lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Balder, Bealder (Anglische god) + ham (heem, oord). Dus: Balderham = het oord van Balder, ofwel het oord waar Balder vereerd wordt.
Goormansslathweg: Deze weg loopt langs de huidige bedding van de Slinge in Beltrum. De naam is afgeleid van Anglisch gor (goor, drasland, modder) + man (man) + slath (sloot) + waeg (weg). Slinge is afgeleid van Anglisch slingan = slingeren. (> Slinge) De huidige loop in Beltrum lijkt in feite een oude rechte sloot met de naam Goormansslath. Deze sloot loopt parallel aan de weg van Groenlo naar Ruurlo. De oude loop van de Slinge meanderde met een grote boog daaromtrent.
Empenbulten: Een hoogte in de Beltrumse Es. Daarop staat anno 2011 een kerk. De naam De naam lijkt afgeleid van Anglisch Emp (mansnaam) + bylt (bult, hoogte).
Tamsbeek: Thans Kooigoot. Ontsprong in zgn stroe = een natte laagte. Deze stroe lag nabij de dorpskern van Beltrum. Ze werd op termijn gedempt met afval. Anno 2012 heet deze buurt De Stroet. De namen zijn afgeleid van Anglisch strou (stru) = Anglisch strout = drasland, moerassig gebied, natte laagte. De naam Tamsbeek is afgeleid van Anglisch Tam (mansnaam) + bece (beek). Dus: de beek van/bij Tam. De naam Tamsbeek prijkt anno 2012 nog op een hoeve aan de Peppelendijk in Beltrum.
** Baltrum, Bolder, Balder, ASA, Migratiestromen, Slath, Bekervolk
# FRI, Wandelpark de Stroet (Jan Kok "oet Beltrum"), DAB

Bennekom: > Ede

Bentelo:
Streektaal: Beantel. Dorp in Twente, gelegen tussen Delden en Hengevelde. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch bend (bocht) + lah (laagte). Dus: de laagte bij de bocht. Deze locatie zal oorspronkelijk hebben gelegen aan de Hagmolenbeek, die daar stroomt.
** ASA

Bentheim:
Alias Benethem, Benthem. (#Quedam/p93) Stad in Westfalen, circa 16 Km noordoost van Enschede. De regio wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Neder-Saxen. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch benet (bentgras, riet) + ham (hem, heem, oord). Dus: het oord bij het bentgras.
1116 Oudste vermelding van Bentheim door de Annalista Saxo, toen het werd ingenomen door Lothar van Supplinburg, hertog van Saxen. (#Quedam/p93)
1159 Bentheim wordt genoemd als Benthem door de paus in een brief aan de bisschop van Utrecht, die daarin het recht krijgt op castrum Benthem. (#Quedam/p93)
1227 Eylard van Benethem genoemd als dienstman van de graaf van Bentheim. (#Quedam/p93)
1737 Op kaart 36 van bron RZA (1737) staat Bentheim vermeld als Benthem.
¶ In Nederland komt de familienaam Van Benthem voor. De naam komt in 1947 toaal 791x voor met een piek van 382x in Overijssel. In 2007 komt de naam totaal 1475x voor met toppen in Steenwijkerwold (219x) en Oldenzaal (101x). Gezien deze context lijkt het zeer waarschijnlijk dat de naam afkomstig is van Bentheim in Westfalen.
¶ Naast Van Benthem komen voor de varianten:
- Benthem: 1947 totaal Nederland 243x
- Bentum: 1947 totaal Nederland 218x
¶ In Cumbria (NW Engeland) ligt de locatie Bentham. Cumbria is van oorsprong een Anglisch district horend tot het Anglische Rijk Northumbria. Mogelijk zijn de stichters van Bentham afkomstig uit Bentheim. Bij migratie wordt immers het nieuwe woongebied vaak vernoemd naar de plaats van herkomst.
** ASA, Migratiewaarden

Beowulf: (1080vC++)
De Engelse vlag bestaat uit een rood kruis op een wit veld. Het kruis is van St Joris (St George), afgebeeld als een ruiter te paard die met een lans een draak dood steekt. De draak geldt als een symbool van het kwaad. Naar zeggen heeft de symboliek van de vlag te maken met de saga Beowulf, waarin Beowulf van de Goten een draak doodt. Deze saga dateert van ver bevoor 800nC. Aangezien de Angelen voortkomen via de Inglo-Goten uit de West Goten lijkt de genoemde these zeker plausibel. De kleuren rood op wit lijken deze these te bevestigen. Ze lijken namelijk een pendant van de Deense vlag: op rood een kruis in wit.
¶ Rechts: Engelse vaandeldrager van The Red Regiment uit Engeland tijdens een re-enactment van de Slag om Grolle (Groenlo) in 1627. De Hollanders vechten in die jaren samen met geallieerden uit andere Europese landen tegen de Spanjaarden.
 
¶ Naar zeggen is Beowulf de personificaite van Hygelac, de koning van de Goten. Mogelijk betreft het de Inglings (1500-665vC), het Gotisch koningsgeslacht in ZW Zweden waaruit de Angelen zijn voortgekomen. Deze Hygelac kan dan ergens halfweg rond 1080vC geleefd kunnen hebben.
¶ Stamlijn Angelen:
- 5000-3000vC Germanen --- Arya-Khwarizm/CentraalAziŽ
- 3000-2500vC Goten --- Khwarizm-OekraÔne
- 2500vC++ Balten --- OekraÔne-Litouwen-Letland
- 2500-2000vC Litouwers --- OekraÔne-Litouwen
- 2000-1500vC WestGoten --- Litouwen-ZW.Zweden
- 1500-665vC Inglings --- ZW.Zweden
- 800-600vC Inglo-Goten --- ZW.Zweden
- 650vC++ Angelen --- ZW.Zweden-Angeln/NO.Duitsland
¶ Aangezien de Angelen voortkomen uit de West Goten (i.c. de Inglings) is het vrij zeker dat de Oer Angelen (650vC++) de saga van Beowulf kennen. Hun nazaten in Brittannia hebben de saga van Beowulf meegenomen van hun Continentale homelands. Ze lijkt zelfs te zijn uitgebeeld in de Engelse vlag: op wit een rood kruis. Dit kruis wordt geassocieerd met St Joris, die tegen een draak strijd en hem uiteindelijk doodt. St Joris heet feitelijk St Georgius. De legende van Georgius verhaalt dat hij tegen een draak vecht en rond 530nC is begraven te Lydda in Palestina. Die legende dateert derhalve van vele eeuwen later.
¶ Aangezien:
- de legende van Beowulf al ruim bevoor 800nC bestaat
- en Beowulf kennelijk hoort tot het volk der Goten
- en de Angelen rond 650vC voortkomen uit de West Goten
>> zal de legende van Beowulf al zijn gekend door de Angelen op het Continent bevoor de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 450-550nC
>> en zal de legende van Beowulf ook nog zijn gekend door de Angelen die na de massamigratie naar Brittannia op het Continent zijn achtergebleven.
** Wyrm, Draken, Joris, Joriskruis, Moraal, Inglings

Beren:
()A bare (beer; # wild dier), Bare (KVL/1557 Baer = Bahr in de Liemers), bera (=A bare)
1000* Drente nog woest en wild. Duitse keizer Otto III schenkt bischop Baldric het recht (met uitsluiting van anderen) in Drente te jagen op herten, beren, wilde geiten, wilde zwijnen en andere dieren. #DRG/p21
** Jacht, Bahr

Berflobeek: > Hengelo
Bergen:: > Heuvels
Berichten: > Telecom

Berken:
Anglisch beorc (berk). Berken zuigen veel water op uit de grond en worden daarom vaak geplant als natuurlijke brandwering. Ze remmen brand namelijk goed af.
¶ Vroeger werden berken ook vaak geplant langs wegen om koetsen in het donker te geleiden. De witte bast reflecteerd namelijk licht van de koetslampen.
** Elzen
# FRI

Berkum:
Anno 1233 Barkmen. (#CAV/p117) ON Berckmen. Gehucht bij Zwolle.

Bernicia: > PgBrit

Beroepen:
Germanen leven in het verre verleden vooral van landbouw en veeteelt. De Angelen zullen als Germaanse volkstam dat zeker ook doen. Daarnaast zullen ze zeker ook leven van de visvangst. De Oostzee en Noordzee bieden daartoe immers ruime mogelijkheden. (> Haithabu) Ook neemt de schapenteel een belangrijke plaats in. Zeker in de Anglische gebieden in Brittannia. Engeland is sinds de vroege eeuwen bekend om de schapenteelt, wolhandel en schapenvlees. In diverse bronnen worden ze echter ook genoemd als huurlingen (militairen) en kooplieden. Vrijwel zeker zullen ze ook beverjagers zijn. De beverpels is namelijk kostbare handelswaar. Kleding en schoeisel zijn immers vaak van beverbont gemaakt. Bovendien komen bevers in de Anglische gebieden veel voor. O.a. in Beveroe (Bevereiland) voor de kust van Angeln in Noord Duitsland. Maar ook in Beverey (Bevereiland) bij Worcester in Zuidwest Engeland en Beverley in Yorkshire. Beverjacht is tot in de 19e eeuw een zeer lucratieve bron van inkomsten. O.a. in Noord Amerika, waar veel pelsjagers leefden.
** AEB, Ambachten, Beverjacht, Beverjagers, Beaver, Angon, Visserij, Bedrijvigheid
# DVB, KBG

Bertold van Groninghe: (c 1196-1256)
Woont in Groningen. Ghm NN. Mogelijk is hij de vader van Egbert van Groninghe (gb 1231*), die in 1266 een huis koopt te Foxhol van de graaf van Bentheim.
¶ Bertold is gehuwd en heeft enge zoons. Ze worden in documenten genoemd als filii Bertoldi sculteti.
¶ Bertold is mogelijk de stamvader van de sculteti de Threnta ook wel genoemd sculteti de Elede, die circa 1200-1350 vaak worden genoemd in diverse oorkonden.
** Egbert van Groninghe
# Quedam/p106, KBG

Berum: > Bierum
Beschermgoden: > Hludana

Bestuur: (BST:)
()A aew (wet), anweald (bestuur, bestuurder), ath (eed), berec (bestuur), berecan (besturen), besprecan (bespreken), boda (bode), bodian (aankondigen, preken), borgmaester (burgemeester), bourraed (boerraad = bestuur van een boermark), bourredgar (=A bourrihter), bourrihter (boerrichter = bestuurder van een marke), coppel (reglement), coran (keuren, kiezen, besluiten), core (besluit, verordening), crone (kroon), cunnend (bekwaam, handig, slim), cwen (koningin), cwide (toespraak), cwidraeden (besluiten, overeenkomen), cydde (mededeling, bekendmaking), cyning (koning), cyran (ww keuren, kiezen, beschikken, beslissen), cyre (keur, keuze, besluit), deman (ww oordelen), ealdorman (hoofdeling, bestuurder, leider), foresceawian (voorzien, benoemen), gemot (vergadering), gemotan (vergaderen), gerefa (graaf, ordebewaker), grytman (grietman = bestuurder, burgemeester, rechter > Grietman), haveling (bestuurder), heafdman (hoofdman, leider, bestuurder), herscip (heerschap, landsheer, leenheer), kuning (koning), landdaeg (landdag = vergadering van afgevaardigden van een regio), lettere (letter, brief, oorkonde, acte), lettre (=A lettere), maelan (vergaderen), maellus (raad, bestuur), missive (bericht, brief), mough (macht, bevoegdheid), oew (wet), parlour (vergaderzaal, spreekkamer), raedbora (raadgever, adviseur), raedboran (adviseren), raedman (raadsman, adviseur, raadslid), reevan (reven, glad strijken, besturen, toezien), reeve (bestuurder, opzichter, toezichthouder), ricsodon (regeren), sceawian (=A scouwan), scepen (schepen = raadslid), sceperhus (schepershuis = huis van een schepen), scepper (schepper = bestuurder van een zijlvest), scire (schere, ambt, gebiedsdeel, graafschap), scolt (=A scowt), scoltdom (=A scowtdom), scoltin (=A scowtin), scowan (schouwen, beschouwen), scowt (schout, bestuurder, gerechtsdienaar), scowtdom (schoutambt), scowtin (vrouwelijke schout), scrivere (schrijver, notaris, notulist), seagal (zegel), seagalan (ww zegelen), specan (spreken), specere (spreker), sprecan (spreken), sprecere (spreker), styrian (sturen, besturen), swerian (zweren, eed afleggen), thragan (regeren), thrage (regering), trone (troon), waesscout (dijkgraaf), walda (heerser, regeerder, bestuurder), walda (ambtsgebied, bestuursregio), wealda (heerser, regeerder, bestuurder), wealda (ambtsgebied, bestuursregio), wealdan (regeren, heersen, besturen), weolda (=A wealda), weoldan (=A wealdan), willcore (willekeur, besluit), wita (weter, deskundige, wijze, adviseur), witan (raad van wita's), witu (wet)
¶ De Anglische koning heeft thegns (thains = leenmannen) en vertrouwelingen. Hij bestuurt het land met hulp van de Witan ook genaamd Witan Gemot, een raad van wijzen gekozen door hemzelf. Deze Witan adviseert de koning, maar kan hem ook dwingen, zoals soms gebeurt. Ook kan de Witan een nieuwe koning benoemen. #WAB/p178
¶ De samenstelling van de Witan is niet vast. Ze wordt ad hoc samengesteld op grond van de omstandigheden. I.e.: de problemen die besproken moeten worden, de aard van die problemen en de deskundige autoriteiten op dat gebied. Meestal gaat het om staatszaken, zoals landhervorming, belasting, zware criminaliteit, oorlog, vrede, koninklijke huwelijken, benoemingen voor belangrijke posten, etc. > Witan
1350++: Bron GTW (p14-16) schrijft:

Twee grote ontginningen op de Veluwe waren het Olde Broek en het Nije Broek. Graaf Reinold II pakte het voortvarend aan. Op 25 februari [1334*] kwam er een oorkonde waarbij het recht van ontginnen van het Nije Broek werd gegund aan Johanne Veerenbartenssoons en Maarten Willems: ...
...
Een van de punten uit de oorkonde was dat de bewoners van het Nijbroek vrije lieden zouden zijn, en geen andere overheid hoefden te erkennen dan de graaf (hertog) van Gelre. Als hoofd van het richterambt Nijbroek werd een richter (rechter) aangesteld. Deze werd bijgestaan door uit de bevolking gekozen schepenen (raadslieden).
** Keuren, Koninkrijk, Mallus, Witan, Wetten, Landinrichting, Landbestuur, Olderman, Redger, Politiek, Rechtspraak, Dingplaatsen, CABA, Ealdorman, Grollerholt, Acht, Hoofdschap

Bestuurscentra: (BSC:) > BalloŽr Kuil, Coevorden, Burchten, Dingplaatsen, Grollerholt, Haithabu, Hof Englandi, Landinrichting

Betalen: > Geldzaken

Betuwe:
400nC++: Na vertrek van de Romeinen uit de Nederlanden wordt de Betuwe bevolkt door Angelen uit de Veluwe. > ASA, Offa van Angeln (Campagne)

Beukinck:
Huys nabij Steenwijk. In 1456 genoemd als Hof Boedekinc. #Quedam/p94

Beuningen:
Dorp in Twente. Kaart RZA/1773 schrijft Boeningen en noemt aldaar Borg Boening nabij Huis Singraven. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. (> ASA) De naam Boen lijkt derhalve afgeleid van de Anglische mansnaam Bune (> Mansnamen). Boening lijkt derhalve Anglisch voor Bune (Boen) + ing (volk). Dus: het volk van Boen.

Bever: > Bevers, Beaver, Beverwen

Beverbeek:
AWA (1842): watertje in de Liemers, ontspringend bezuiden Bingerden en daarna richting westen en dan noordwesten loopt, dan langs het Bevermeer bij Angerlo, en dan in de Oude IJssel vloeit. Anno 2009 is deze waterloop niet terug te vinden op de kaarten. Wel de Angerlose en Didamse Wetering en de Wehlse Beek, die ieder enigermate de beschreven loop volgen, doch grotendeels niet. Mogelijk is de loop van de Beverweek na 1842 drastisch veranderd tbv de waterhuishouding aldaar.
** Bevermeer Angerlo
# AWA, DAB, KBG

Beverborg:
Gebied tussen de Beverborgweg en de Dinkel in DeLutte in Twente. Het gebied is genoemd naar de voormalige havezathe Beverborg, die is gesticht in de 13e eeuw door Xx De Bevere (Van Bever), afkomstig uit Dordrecht. Hij is een telg uit het geslacht Van Beverburch (De Bevere, Van Bever, Van Beveren) uit Dordrecht dat aldaar woonde op Huys Beverburch en afstamt van het adellijk geslacht Van Beveren uit Dixmuide in Vlaanderen, afkomstig van Manor Bevere in Bevere aan rivier de Severn circa 2.5 Km noord van Worcester in Engeland. Bevere en daaromtrent was ooit een site waar vele bevers leefden. In het begin van de 19e eeuw waren ze echter uitgestorven door de grootschalige jacht op deze pelsdieren.
¶ De naam Beverborg is afgeleid van Beverburch in Dordrecht. Beverburch is via Bevere in Engeland afgeleid van het Anglisch beofor (bever) + burg (burcht, borg).

¶ Aan de Wijnstraat 127 in Dordrecht staat een pand met een wapensteen in de gevel waarop een burcht met drie bevers zijn afgebeeld. Onder de wapensteen staat
DIT IS IN BEVERÊBVRCH. De kleuren blauw en geel zijn verder de typische oerkleuren van het geslacht Van Beveren. Samen met de kleur rood van de luiken bovenin de gevel vormen ze de kleuren van het oudste wapen van het geslacht Van Beveren: op een veld in blauw vier dwarsbalken in goud met over het geheel een Andrieskruis in rood.
Het pand is gebouwd in 1556 door een telg uit het geslacht Van Beveren in Dordrecht. Vrijwel zeker is dat Cornelis van Bevere (de Bevere). Geboren te Dordrecht in 1524, aldaar overleden in 1586. Hij is vele jaren burgemeester van Dordrecht. Daarnaast vervult hij nog vele belangrijke functies.
Opmerkelijk is de Engelse Tudor stijl van dit pand. Deze stijl dateert van de 15e-17e eeuw in Engeland, als het Huis Tudor aldaar regeert. In Nederland is deze stijl uniek. Er zijn hier uiterst weinig panden te vinden met deze architectuur. Een voorbeeld is kasteel Nijenrode in Breukelen.
De gevel is opgetrokken in witte steen. Voor die tijd biezonder in Dordrecht. Het huis krijgt daardoor de bijnaam De Witte.

 

Opvallend is verder dat er in de gevelsteen Bevereburch staat en niet Beverenburch, hetgeen meer te verwachten zou zijn. Ook al in het verre verleden. Het lijkt ook geen verschrijving. Er staat namelijk nadrukkelijk en dus opzettelijk een dakje boven de derde e. We mogen het dus niet uitspreken als Beverenburch, dus met een n. Kennelijk wordt bedoeld dat we te maken hebben met de Burcht van het geslacht Bevere. Ofwel de Bevere Burcht. Dit is opvallend analoog aan Bevere House van geslacht De Beverein Bevere (Worcestershire, UK).

 
¶ De havezathe Beverborg in De Lutte is reeds lang geleden in verval geraakt en daarna afgebroken. Er zijn vooralsnog bar weinig resten gevonden. Ook is er van de zathe vooralsnog geen afbeelding gevonden. Op foto rechts (1971) is de zgn moezenspieker van Lutke Beverborg te zien. Daarin werd graan opgeslagen. De spieker bestaat uit een zwart geteerd vakwerkskelet, opgevuld met bakstenen. Ze is gebouwd op sokkels (Bentheimer stenen) om muizen tegen te houden. Vandaar de naam moezenspieker.
De spieker dateert uit de 18e eeuw. Ze is dusdanig groot, dat geconcludeerd mag worden dat Lutke Beverborg in die tijd zeker veel land in bezit heeft.
@ foto moezenspieker Courtesy VDI
 
¶ Personen:
- Frederik de Bevere (1276-1336*) op Beverborg in De Lutte. Zoon van Xx de Bevere en NN van Reede, dochter van Frederik van Reede.
- Johan de Bevere (1310*-1360*) op Beverborg in De Lutte. Zoon van Frederik de Bevere en NN.
- Johannes van Bever (1462*-1522). Deken van Oldenzaal. Sterft 22.7.1522.
- Antonius van Bever (1590*-1650*). Vicaris van S. Lambertus. Juli 1626 ook semi-praebende.
- Gerhardus van Bever (1592*-1652*). In 1627 kanunnik te Oldenzaal.
- Frerick de Bever: bezit 1601 't Rockels Joan in De Lutte.
- Marie de Bever: bezit 1601 Winhoff (2 mud) in Ootmarsum.
- M.E. van Beveren, 1678 ghm Derk van Flodorp te Oldenzaal. Woont 1700 op Beverborg. Zij erft Beverborg van
- Johan van Beveren: ghm Geertruid van Bevervoorde. Udh: o.a. Frederik van Beveren.
- Berend de Bever: commandeur van Ootmarsum. Wordt in 1584 gevangen genomen door Staatse troepen. Hij moet 8.000 daalders betalen voor zijn vrijlating. Berend blijft de moederkerk trouw. Hij wordt daarom beschuldigd van heulen met de Spanjaarden. Zijn goederen worden verbeurd verklaard. Ridderschap en Steden van Overijssel willen in 1593 al zijn goederen en rechten schenken aan prins Maurits. De prins weigert, omdat hij arwaan koestert naar de ware bedoelingen van Ridderschap en Steden. (p 502)
- Geerlich de Bever: Genoemd in 1580 als riddermatiege in richterambt Enschede. Hij compareert regelmatig in 1569-1580 op de statenvergadering van Overijssel. Mogelijk doet hij dit omdat hij aanspraken kan maken op borg Boekelo in Enschede. Hij is namelijk gehuwd met Maria van Scheven, dochter van de vroegere bezitters van de borg. T.w.: Roelof van Scheven en Anna van Senden. (p 213)
- Frederik van Beveren: Hij is vader van Hadewich van Beveren. Wordt in 1478 als eerste commandeur van Ootmarsum door de landsheer als riddermatige op de landdag verschreven. Hij is een zoon van Johan van Beveren en Geertruid van Bevervoorde. Onder bewind van Frederik krijgt havezathe 't Huys te Ootmarsum een kapel. In 1480 wordt de eerste steen gelegd.
- Hadewich van Beveren: dochter van Frederik van Beveren. Ghm 1e Hendrik Schaep. Na diens dood ghm 2e Berend Berendsz van Bevervoorde. Hij is in 1489 kastelein van Blankenborg en ambtman van Haaksbergen. Udh o.a. Hendrikje van Bevervoorde.
- Geertrui (Olde Grote) Beverborg, geboren circa 1763 in De Lutte. Zij is mogelijk een dochter van Jan int Olde Beverborg.
- Joannes Beverborg en Gerrit Beverborg (gb 1757; zoon van Jan Beverborg) in Weerselo/Deurningen ivm doopplechtigheid in 1792. Gerrit en zijn nazaten heten sinds 1790* Oude Kamphuis. (ODB p 14)
- Lena Beverborg: 1.1.1811 getuige bij de doop van Joannes Henricus Elderink te Losser. (RK Doopboek Losser).
¶ Een tak Van Beverborg noemt zich sinds eind 18e eeuw Oude Kampuis.
** Beversites, Beverjacht, Oude Kamphuis, PgA-Z/Beverborg

 
Beverburne:
In 904 door bisschop Werefrith beleend met Beverburn, een gehucht aan rivier de Severn nabij Worcester. Bron BHO schrijft:

Land at BARBOURNE (Beferburna, x cent.; Beverburne, Berborne, xiv cent.) was granted by Werefrith, Bishop of Worcester, in 904 to Ethelred II ealdorman of Mercia and his wife Æthelflæd. (fn. 64)
De naam Beverburne is afgeleid van Anglisch bever, beofre (bever) + burna (stroom, beek)

 
Beverbroek:
Drasland aan de IJssel in Giesbeek Noord bij de Lathumse Sluis en Tutenburg, ten zuiden van kasteel Bingerden. De naam is afgeleid van Anglisch beofor (bever) + broc (broek, drasland). Gezien de locatienaam zullen er in het verre verleden veel bevers voorkomen en bijgevolg zal er ook beverjacht zijn geweest. Gezien de historische migratiestromen zal het gebied van Beverbroek circa 150vC zijn bevolkt door Angelen vanuit het noorden.
¶ De naam Beverbroek bestaat ook als familienaam. In Engeland als Beaverbrook. Bekend: Lord William Beaverbrook (1879-1964), Engels politicus en krantenmagnaat.
** Beversites, Beverjacht, ASA
# Kadastrale Kaart Angerlo 1868

Beverdam:
Locatie in Rectum bij Wierden in Twente, nabij het voormalig landgoed Hof te Bevervoorde. Een voorde = doorwaadbare plaats in een beek of rivier. De naam Beverdam is afgeleid van Anglisch beofor (bever) + dam (dam). De naam bevestigt de aanwezigheid van bevers aldaar en bijgevolg de locatie Bevervoorde. Bevervoorde betekent dus: de voorde waar bevers zijn. Daar was dus een beverdam: een dam gebouwd door bevers. Anno 2009 herinnert de Beverdamweg aldaar aan de voormalige beverdam, die in de loop der tijd is verdwenen.
** Bevervoorde, Bevers, Beverjacht
# FRI, KBG

Bevere:
Dorp aan rivier de Severn, noord van Worcester in Worcestershire, ZW Engeland. Gezien de naam van deze locatie mogen we aannemen dat daar in vroegere tijden veel bevers voorkomen. Ter hoogte van het dorp ligt in de Severn het eiland Beverey.
** PgBrit (Bevere), Bevers, Beverjacht, Hwicce

Beverey:
Eilandje in rivier de Severn, bij Bevere ten noorden van Worcester in Worcestershire, ZW Engeland. Beverey betekent bevereiland. Worcestershire is van oudsher een gebied waar zich voornamelijk Angelen hebben gevestigd. O.a. de Hwicce.
** PgBrit (Beverey), Beverjacht, Hwicce

Bevergeil:
Klierafscheiding van de bever. Werd vroeger gebruikt als medicijn tegen vele kwalen. Oude naam: beverscul.
** Beverjacht

Beveringe:
Erf bij Exloo in Drente. De naam is mogelijk afgeleid van Anglisch beofor (bever) + inga (volk). Dus: bevervolk (beverjagers). De Angelen zijn notoire beverjagers. Rond 300vC wordt Noord Drente bevolkt door Angelen uit Groningen. Beveringe kan in deze context van oorsprong een Angelische nederzetting van beverjagers zijn.
** Beverjacht, Beversites, ASA

Beverjacht:
Beverjacht is van oudsher tot in de 19e eeuw een uitermate lucratieve bezigheid. Bevervellen waren kostbaar en werden voornamelijk gebruikt voor kleding. Bevervlees was daarbij neveninkomst. In de 17e-20e eeuw zijn Noord Amerika en Canada de belangrijkste bevergebieden waar vele beverjagers opereren. De handel in bevervellen was toen een van de belangrijkste bronnen van inkomsten. De aanwezigheid van bevers was de belangrijkste reden voor Nederlanders om te migreren naar Nieuw Nederland in Amerika. Bevervellen zijn in de 17e eeuw goud waard. Voor de WIC (West Indische Compagnie) is de handel in beverhuiden de belangrijkste activiteit. De economie van Nieuw Nederland en Nieuw Amsterdam draait primair op beverhuiden. De economische betekenis van bevers is in die tijd zo groot dat later de staat New York de bever verklaart tot State Animal. Uit de Nederlandse tijd dateren nog Beverwijk en Beverstraat (Beaver Street) in New York.
¶ Het is zeer opvallend dat in Anglische gebieden veel locatienamen voorkomen die beginnen met Bever-. Naar het lijkt relatief meer nog dan elders. O.a.: Beveroe (Angeln), Beverley (Yorkshire), Beverey (Worcestershire) en Beverbeek en Bevermeer in Angerlo (Angelre!) bij Doesburg en Beverbroek ZW van Angerlo. Het heeft er daarom veel van weg dat beverjacht in het verleden een typisch Anglische bezigheid is. Temeer daar beverhuiden door de eeuwen heen zeer lucratieve handelswaar zijn.
¶ Bij opgravingen in Angeln is o.a. kleding gevonden, gemaakt van hoge kwaliteit leer. De kleding dateert van circa 400 nC. Per saldo mogen we derhalve het volgend concluderen:
Aangezien:
- in Anglische gebieden in vroege tijden vrij veel bevers voorkomen
- en bevervel van zeer goede kwaliteit is
- en bevervel vroeger veel werd gebruikt voor duurzame kleding
- en de gevonden leren kleding in Angeln dateert uit circa 400 nC en dus van zeer goede kwaliteit leer moet zijn
>> kan e.e.a. betekenen dat beverjacht een belangrijke bezigheid was bij de Angelen.

** Moerasvolk, Jacht, Beverjagers, Bevervel, Bevertanden, Beversites, Archeologie

 
Beverjagers:
Beverjagers zijn primair pelsjagers. Zij leven vaak solitair, of met enkele andere beverjagers, of met vrouw en kinderen, en trekken dan van bevergebied naar bevergebied om bevers te vangen. Het gaat hen voornamelijk om de beverhuiden, die goud waard zijn in het verleden. Maar ook het bevergeil is bruikbaar en werd geacht te dienen als medicijn tegen vele kwalen. Als de jager voldoende huiden heeft verzameld, dan trekt hij naar een stad waar hij ze kan verkopen. Normaliter zijn dat steden waar huiden en pelsen worden verhandeld. Soms zijn beverjagers ook gewone boeren, die in hun omgeving op bevers jagen. Dat is natuurlijk een aardige bijverdienste.
** Moerasvolk, Jacht, Beverjacht, Bevers, Bevervel, Beversites, Bevertanden

Beverley:
Stad in NO Yorkshire, circa 10 Km noord van Kingston Upon-Hull en gelegen aan rivier de Hull.
** PgBrit (Beverley)

Beverloo:
Stuk land langs de Schoonebeekdiep bij Weyerswold in Drente. De naam is afgeleid van Anglisch beofor (bever) + lo (laagland). Rond 300vC wordt Noord Drente bevolkt door Angelen. Beverjacht is een typisch Anglische activitiet. In deze context kan Beverloo van oorsprong een Anglische nederzetting zijn.
** Beverjacht, Beversites, ASA

Bevermeer:
Meer bij de Oude IJssel aan de Bevermeerseweg te Angerlo.
- Volgens bron AWA (1842) is Bevermeer een buurtschap, gelegen bij Angerlo, en heeft het 90 inwoners.
- Landgoed van circa 20 Ha bij Angerlo in de Liemers, Gelderland. Aldaar staat ook het Gemaal Bevermeer, dat water pompt uit de Didamse Wetering naar de IJssel.
- Gezien de naam zullen in de regio in het verleden kennelijk veel bevers leven. Gezien de nabijheid van Angerlo vrij zeker ook Angelen, voor wie in het verre verleden beverjacht een belangrijke bron van bestaan is.
** Beverbeek, Beverjacht, Angerlo
# AWA, FRI, DAB, KBG

Beveroe:
Gebied aan de Oostzeekust in Angeln. De naam betekent bevereiland. In vervlogen eeuwen wonen er voornamelijk enige vissers en veehouders. Anno 2006 omvat het een beschermd natuurgebied met de naam Birk.
Beveroe is in de 17e en 18e eeuw in bezit van het geslacht Von Gelting. Ene baron Von Gelting is in de 18e eeuw handelsman in Oost-IndiŽ en is daar zeer rijk aan geworden. Hij keert op latere leeftijd terug naar Nederland, waar hij zijn memoires schrijft.
Gelting is een dorp dat grenst aan Beveroe.
Bestuurlijk ressorteert Beveroe onder de gemeente Nieby.
** Beverjacht, Angeln

Bevers:
()A bar (bever), barnabu (beverborg, beverdam), barnaby (=A barnabu), barnadam (beverdam, beverborg), beofor (bever), ber (bever), bever (bever)
¶ Bevers zijn waterdieren die vooral voorkomen in waterrijke gebieden als traag stromende rivieren en beken en in meren en moerassen. In gebieden waar van oudsher Angelen wonen komen opmerkelijk veel locaties voor met Bever-. Zoals: Beveroe (Angeln), Beverley (Yorkshire), Beverey (Worcestershire) en Beverbeek en Bevermeer (Angerlo bij Doesburg). Deze locaties zullen dus in ruime mate zijn bewoond door bevers. In het gebied tussen de Eems en de Elbe in NW Duitsland leven rond 400nC zeker bevers, gezien een bevertand uit die tijd gevonden in Zweeloo (Drente) Door de beverjacht zijn de laatste bevers in Nederland uitgestorven. In 1825 wordt de laatste bever doodgeslagen met een roeispaan in Zalk bij Kampen. Een klein monument aan de Zalkerdijk/Kerkstraat herinnert daar nog aan. Bevers werden bejaagd om hun huiden en het zgn bevergeil, een substantie die heilzaam zou werken. Beverhuiden waren goud waard. In het verleden worden ze namelijk gebruikt als leer voor schoenen, kleding en gereedschap. Bevertanden worden tot in de 18e eeuw gebruikt als sierraad. Beverjacht is daarom sinds oude tijden een zeer lucratieve bron van inkomsten.
¶ Anno 2009 lijkt de bever terug in Nederland. In het moerasgebied rond Den Bosch is de bever onlangs weer gesignaleerd. Dat is mede te danken aan bioloog Rob de Vrind, die het oude cultuurlandschap aldaar stukje bij beetje restaureert. Hij streeft o.a. naar de terugkeer van de bever. De NCRV geeft daar uitgebreid aandacht aan in de slotproductie van de serie "Natuur in de stad" (17.12.09).
** Barlo, Groot Veenland, Angerlo, Beversites, Zweeloo, Beverjacht, Bevertanden
# DVB, FRI, De Telegraaf 17.12.09, KBG

Beverscul: > Bevergeil

Beversites:
Gebieden waar vele bevers leven. Veel van die gebieden krijgen een naam met Bever-. Historische beversites zijn o.a.:

Barlo aan de Yssel bij DenNul/Wijhe > Beverlo
Berflobeek in Hengelo (Twente) > Hengelo
Beverbeek in Angerlo (Liemers)
Beverbroek in Giesbeek (Liemers)
Beverdam bij Wierden in Twente
Bevere bij Worcester in Engeland
Beverey bij Worcester in Engeland
Beveringe bij Exloo (Drente)
Beverloo langs de Schoonebeekdiep bij Weyerswold (Drente) > Beverloo
Bevermeer in Angerlo (Liemers)
Beveroe in Angeln in Sleswig, Noord Duitsland
Bevertien bij Assen (Drente)
Bevervoorde bij Wierden in Twente
Beverwaard bij Rotterdam
Beverwieken bij Wapserveen in Drente
Beverwijk bij Haarlem (Noord Holland)
Beverwijk in de staat New York
Bruggelen/Apeldoorn (Braclog)
Coevorden in Drente
Valthermond in Drente
Zalk/Yssel in Salland

Bevergebieden zijn meestal nat en drassig, normaliter gelegen aan traag stromende rivieren of beken, bij meren en in moerassen. Aangezien Angelen veelal in de beverjacht zitten, zijn genoemde beversites vrij zeker historisch Anglische gebieden.
** Bever, Beverjacht, Regiokeuze

Beverstone:
Dorp bij Tetbury in Gloucestershire, ZW Engeland.
** PgBrit

 

Bevertanden:
Bevers hebben 20 tanden. Daarvan zijn alleen de 4 snijtanden te zien. Die zijn net beitels: hard, sterk en scherp. Daarmee bijten ze met gemak dikke takken en stammetje door, die ze daarna verslepen om er een beverdam mee te bouwen, te versterken of te repareren. De snijtanden van de bever zijn sinds heel oude tijden ook een sierraad. De prinses van Zweeloo (425-450) droeg een bevertand aan een leren koord om haar hals. (> Zweeloo) In Ypenburg (Zuid Holland) zijn resten gevonden van Neolitische bewoners (3800-3400 vC). O.a. bevertanden met gaten om ze aan een koord te hangen.
Links: de Anglische Prinses van Zweeloo naar een aquarel van Hester Jans-Molenberg (@ aquarel © BCK)
** Prinses van Zweeloo, Beverjacht, Bevermeer Angerlo
# FRI, denhaag.nl 7.9.09, DAB, KBG
 

Bevertien:
Stuk land in Deurze bij Assen, Drente. De naam is afgeleid van Anglische beofor (bever) + tien (tien). Tien is hier vrij zeker een landmaat. Rond 300vC wordt Noord Drente bevolkt door Angelen uit Groningen, die veelal actief zijn in de beverjacht. In deze context is Bevertien vrij zeker van oorsprong een Anglische nederzetting.
** Beverjacht, Beversites, ASA

 

Bevervel:
Kostbaar soort bont, afkomstig van bevers. O.a. gebruikt voor kleding, schoenen en vilt voor hoeden. De kleur varieert van kastanjebruin tot roodbruin en zwart. Soms ook wit. De onderpels varieert van blauwgrijd tot geelbruin en zilverwit. Losse haren worden gebruikt voor penselen. Door de grote kwaliteiten is bevervel goud waard tot in de 19e eeuw. Bij opgravingen in Angeln is o.a. kleding gevonden, gemaakt van hoge kwaliteit leer. De kleding dateert van circa 400 nC. Links: De Anglische koning Edwin van Northumbria (586*-633) met grima, helm, bevermantel, schild en speer.
** Beverjacht, Pelshandel
# FRI, WP, DAB, KBG
 

 
Bevervoorde:
Voormalige havezathe genaamd Hof te Bevervoorde bij Rectum, Wierden in Twente. De naam Bevervoorde is afgeleid van Anglisch: beofor (bever) + ford (voorde, doorwaadbare plek in beek of rivier). Wanneer het huis werd gebouwd, is vooralsnog niet bekend. In 1396 wordt de Hof te Bevervoorde door Johan van Bevervoorde verkocht aan Evert van Langen. Het huis zal dus dateren van ruim voor die tijd. Uit de naam Hof te Bevervoorde blijkt dat het huis is genoemd naar de locatie waar het ooit heeft gestaan. Anno 2009 herrinnert de Beverdamweg daar nog aan het voormalige landgoed. De naam Beverdam bevestigt de aanwezigheid van bevers aldaar en bijgevolg een locatie met de naam Bevervoorde. Een voorde = doorwaadbare plaats in een beek of rivier. Bevervoorde betekent dus: de voorde waar bevers zijn. Daar was dus een beverdam: een dam gebouwd door bevers.
¶ Voormalig adellijk huis te Gelselaar, gemeente Borculo. Dit huis werd gebouwd door een telg uit het geslacht Van Bevervoorde uit Rectum.
Geslacht Van Bevervoorde, afkomstig van Bevervoorde in Rectum bij Wierden.
¶ Personen:
- Geertruid van Bevervoorde ghm Johan van Beveren. Udh: Frederik van Beveren op havezathe 't Huys te Ootmarsum, in 1478 eerste Commandeur van Ootmarsum.
- Berend Berendsz van Bevervoorde. Ghm Hadewich van Beveren: dochter van Frederik van Beveren. Hij is in 1489 kastelein van Blankenborg en ambtman van Haaksbergen. Udh o.a. Hendrikje van Bevervoorde.
** Beverdam, Beverjacht, Ford, Beverborg
# FRI, AWA, WKP 7.9.09, DAB, KBG

Beverwaard:
Anno 2011 stadsdeel van Rotterdam, tussen Ysselmonde en de Nieuwe Maas. Oorspronkelijk een uiterwaarde waar veel bevers leefden.

Beverwen:
WMN: (rood) verven.
Het woord is kennelijk afgeleid van de bever, die vaak roodachtig is van kleur.
** Bevers

Beverwieken:
Stuk land tussen Wapserveen en Nyensleek in Drente. De naam is afgeleid van Anglisch beofor (bever) + wick, wic (wijk). Dus: Beverwijk. Rond 300vC wordt Noord Drente bevolkt door Angelen uit Groningen, die zich veel bezig hielden met beverjacht. In deze context is Beverwieken vrij zeker van oorsprong een Anglische nederzetting.
** Beverjacht, Beversites, ASA

Beverwijk:
De naam Beverwijk is afgeleid van Anglisch beofor (bever) + wic (wick, wijk).
- Stad in Noord Holland tussen IJmuiden en Heemskerk.
- Stad in de staat New York. Gesticht in de 17e eeuw door Nederlanders. Aldus genoemd wegens de vele bevers en beverjagers die er leven en wonen.
- Geslacht Van Beverwijk afkomstig van Beverwijk in Noord Holland.
** Bevers

Bevolking: (BVK:)
400nC Bevolkingsdichteid: Angelland is circa 60.143 Km2 groot (Nederland 1971 40.844 Km2) en telt dan circa 6.9 miljoen inwoners. (> Demografie) Gemiddeld wonen er dan circa 115 mensen per Km2. > Hundreds
** Demografie

Bewaking: > Veiligheid, Waakposten, Wachtposten, Wachttorens

Bewegen:
()A afeallan (afvallen, neervallen), atrendlian (rollen), climban (klimmen), climman (klimmen), dansan (dansen), drifan (drijven, rijden), faran (varen, reizen), feallan (vallen), feran (=A faran), ferian (=A faran), foran (=A faran), galparan (galopperen, hardlopen, draven), gastocc (wandelstok), hleapan (=A leapan), hoppian (hoppen, huppelen), hratian (vallen, wankelen, haasten), hreran (roeren), hurran (haasten), leapan (lopen), pouran (roeren, schenken), ranan (rennen, lopen, rijden), ridan (rijden, paard rijden), ruran (roeren), rydan (=A ridan), scridhan (schrijden), spreangan (springen), springan (springen), sprintan (sprinten, hard lopen), staepan (stappen, planten), steppan (=A staepan), streccan (strekken), swencean (zwenken), swifan (zweven, snel bewegen), swifte (snel), swimman (zwemmen), trendan (buigen, rollen), wandlan (wandelen)
** Lopen, Voortbewegen

Bewijzen Angelen in Angelland: (BWAA:) > FBAA

Bezigheden: (BEZ:)
()A bycgan (kopen), ceapan (=A ciepan), ciepan (handelen, kopen, verkopen), climban (klimmen), climman (klimmen), creopan (kruipen), drencan (drinken), drincan (drinken), dreatan (poepen), drytan (poepen), etan (eten), faran (varen, reizen), feran (=a faran), ferian (=A faran), fiscan (vissen), fiscian (vissen), frolican (vermaken, pret hebben), hleapan (=A leapan), huntan (jagen), huntian (jagen), leapan (lopen), lupan (=A leapan), meagan (pissen, plassen), migan (pissen, plassen), pissan (pissen, urineren), poupan (poepen), pouran (poeren, stropen), proyan (jagen), saefiscan (zeevissen), sican (zeiken, pissen), singan (zingen), sippan (sippen, zuinig drinken), sittan (zitten, liggen, wonen), skaetan (schaatsen), skytan (schijten, poepen), slapan (slapen), slincan (kruipen), smeaccan (smakken), snecan (kruipen, gluren), sperefiscan (speervissen = vissen met een speer), striepan (stropen, roven), strupan (stropen), strypan (=A striepan), swimman (zwemmen), wacan (waken), waeccan (waken), wandrian (reizen, trekken, zwerven), warcen (werken), weorcan (werken), wercan (werken)
** soort, Bewegen, Slapen, Werken, Communicatie, Reizen, Criminaliteit, Oorlog

Bezit:
()A aegan (eigen), aegan (bezitten), aeganan (eigenen, toe-eigenen, in bezit nemen), aeganearfet (eigenerfde), aegenere (eigenaar), aehan (bezitten, hebben), aeht (bezit, eigendom), aengeland (eigenaar van aangrenzend land, eigenaar van land grenzend aan weg, dijk, wetering, e.d.), aeganearfet (eigenerfde = bezitter van minimaal 15 Ha grond dat al minstens 3 generaties familiebezit is), agan (eigen), agan (bezitten), agen (eigen), agenere (eigenaar), agendom (eigendom), agiefan (afgeven, opgeven, overgdragen), agnian (bezitten, eigenen, toeŽigenen), ahtan (bezitten, echten), ahte (bezit), awan (bezitten), baela (bedelaar), baelan (bedelen), bedaelan (bedelen), caemere (kamer, huis, woning, hoeve), caemergudh (landgoed), ead (geluk, bezit, rijkdom), eadig (gelukkig, rijk, gezegend), eadnis (gelukkigheid, rijkdom), earf (erf, erfenis), earfan (erven), earfdael (erfdeel), earfgudh (erfgoed), earfnis (erfenis), feoh (vee, geld, bezit), fri gudh (eigen goed of bedrijf), gield (geld), graed (begeerte, hebzucht), graedig (gretig, begerig, hebzuchtig), grund (grond), gudh (goed, landgoed), healdan (=A holdan), healdere (=A holdere), heall (huis, landhuis, landgoed, paleis), holdan (bezitten), holdere (bezitter, eigenaar), hoose (huis), how (huis, oord), hus (huis), hushold (huishouding), husinge (huis + alles wat erbij hoort), huus (=A hoose), ierfan (ww erven, bezitten), ierfian (=A ierfan), laeth (landgoed), oth (erfgoed), othan (ww erven), othnis (erfenis), ridhergudh (riddergoed), rugg (bezit), saiseran (in beslag nemen), scat (schat, bezit), stencaemere (=A stenhus), stenhus (steenhuis, stenenhuis = versterkt huis), stig (stal, huis, pand, bouwsel, stek), stigweard (rentmeester, hofmeester), stins (steenhuis = stenen huis), tsyne ('t zijne = andermans bezit), tsyne nemnan (plunderen), upcepe (onderhoud), welta (weelde), were (bezit, goederen), wunnere (pachter, pachtboer)
** Geldzaken, Huizen, Erfrecht, Erfzaken, Vestingen

BHC: By hoc or crock
Oud Engels gezegde. Letterlijk: met hoek of kruk = om 't even hoe, op deze manier of die manier. Anglisch:
hoc = hoecce = hoek, haak
- De hoc is een stok met een rechte licht gebogen punthaak.
-- hoc = stok om koeien te drijven; tgv wandelstok
-- hoc = zeishaak om graan bijeen te houden en af te snijden; tgv wandelstok
-- bilhoc = bijlhaak > Angol, Angolstaf
-- picchoc =
--- pikhaak = scheepshaak = haak om te enteren, vracht slepen, etc; steel kort of lang
--- pikhaak = pikhouweel = haak om steen af te houwen; korte steel
--- pikhaak = pikhouweel gebruikt bij bergklimmen; korte steel
crocce = crucce = kruk, staf
- De crocce is een stok met een s-vormig gekrulde haak.
-- stok gebruikt door schaapherders om schapen te drijven; tgv wandelstok
-- staf van bisschoppen (zgn zieleherders); schouderhoogte
¶ Hoe en waarom deze uitdrukking is ontstaan en wat ze precies bedoeld is vooralsnog niet goed bekend. Mogelijk kan de hoc meer de harde manier beoogen en de crocce meer de zachte.
** Angol, Angolstaf, Hoeken, Winkelhaak, Gamma
# Country File (BBC Birmingham nachttv 6.10.2011), DAB, KBG

BIA: Bestuurlijke Infrastructuur Angelland
** LIN, Landbestuur, Landinrichting, Koning, Witan, Telecom, MIA

Bidden:
()A ben (gebed), biddan (bidden, verzoeken), gebed (gebed, verzoek), orison (gebed, bede)
¶ In het Angalisme (Anglisch Naturalisme) is bidden een soort communicatie met een god of meer goden. Een gebed omvat lofuitingen jegens de aangeroepen god of goden, gevolgd door een verzoek. Meestal gaat het om geluk en voorspoed in het algemeen. Soms om succes in een belangrijke zaak. Bijvoorbeeld om beterschap bij ziekte, vruchtbaarheid van land of vee, geluk in de liefde, succes in de handel of succes in een strijd.
Orison: Anglisch orison = gebed, bede. Mogelijk heeft dit woord te maken met de horizon en de oranje gloed van de opkomende zon. > Zonnecultus
** Angalisme

Bier:
()A alu (ale, eel = bier met weinig hop), ealu (eel, ale), beor (bier), beorcruce (bierkruik), beorhus (bierhuis), beorm (gist, bierdroesem), beors (bieren = mv bier), breowan (brouwen), breowere (brouwer), breowery (brouwerij), breowhus (brouwhuis, brouwerij), gaerst (gerst), gaerstwaet (gerstenat), gorst (gerst), grist (=A grytt), grytt (gruit = mout = mengsel van gagel, hars, salie, serpetien, rozemarijn en koriander; gebruikt voor maken van bier), hopp (hop; # gewas), mealt (mout; gemaakt uit gerst en gebruikt bij maken van bier), panhus (bierbrouwerij), pothus (bierhuis), stout (soort stevig bier), Wodenbeor (Wodanbier)
Bier is een alcohol- en koolzuurhoudende drank gemaakt door gisting uit mealt (mout), waeter (water) en gist, beorm (biergist).
4500vC++ Egypte brouwt bier. Teksten op piramide Cheops zeggen dat bouwwerkes piramide bier drinken. (# NatGeoTV okt 2011)
4000vC++ BabyloniŽ en Egypte brouwen bier. Voor dit bier zijn gerst en graan nodig.
2600VC++ Graanbouw in MesopotamiŽ.
650vC-1900nC: Tot in de 19e eeuw wordt in Europa bier vaak gedronken omdat gewoon water vuil en vies is. Dit bier heeft normaliter een laag alcoholpercentage.
650vC++: Angelen bedrijven o.a. landbouw. (> Landbouw) Op zgn raatakkers verbouwen ze o.a.: boekweit, koolzaad, gerst, bonen en gierst. Raatakkers komen sinds 800vC voor in Zweden, Denemarken, Polen, Baltische landen, Duitsland, Nederland en later ook in Brittannia. In Nederland voornamelijk op zandgronden in Drente, Salland, Twente en op de Veluwe Angelen zijn derhalve in staat hun eigen bier te brouwen.
650vC++: Angelen gebruiken oorspronkelijk ockbast (eikebast) in bier om bederf te voorkomen. > Eikebast
300vC++ Gruitenbier: Angelen brouwen zeker al sinds circa 300vC hun eigen bier met gruiten (mengsel van gagel, hars, salie, serpetien, rozemarijn en koriander). Dit bier heeft een laag alcoholgehalte.
98nC: Tacitus: Germanen [Angelen] drinken veel bier. Ze eten veel vruchten, wildbraad en karnemelk. De vruchten plukken ze in het wild. > Tacitus
1300++ Hopbier: Bier wordt gemaakt met hop. Het maakt bier beter houdbaar en geeft er een goede smaak aan.
1500++: Bron ZWH/p31 schrijft:

In ongeveer 1500 was het markstelsel voltooid. ... Vaak ontstond er dan de traditie van 'erf-markerichter'. Door hem werd de 'willekeur' uitgevaardigd: op eigen gezag stelde hij regels vast, bijvoorbeeld dat 1/3 deel van de opbrengst van de boetes voor hemzelf bestemd was. De boete bestond gewoonlijk uit geld en (of) bier dat op de zittingsdag van het markegericht werd gedronken. Wanneer uitgebroken vee op andermans land kwam en daar gevangen werd - 'schutten' heette dat - dan kon de eigenaar zijn beesten terugkrijgen als hij voor 'schuttebier' zorgde.
¶ In Nederland is bier vanouds een echte feestdrank. Maar ook een drank bij speciale gelegenheden. Zo kende men vroeger o.a.:
- boksebier: bij bruiloften (Twente en Achterhoek)
- borrebjeer: bij nieuwe buren (Terschelling)
- burenbier: bij nieuwe buren
- doodbier: bij begrafenissen
- huilbuur: bij echtscheiding
- jachtbier: tijdens de Wilde Jacht na het Joelfeest (> Wilde Jacht)
- loofbier: als iemand geloofd moest worden
- lijkbier: bij begrafenissen
- schootbier: bij afscheid van vrienden (Brabant)
- schuttebier (AS skutbier): bier betaald als boete > Marke
- troostbier: als iemand getroost moest worden
- Wodanbier: na de oogst van rogge (> Rogge)
** Wodanbier
# WP, DAB, KBG

Bierum:
Dorp in NO Groningen, gemeente Delfzijl. Rond 1250 Berum genaamd. De regio wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Oldambt. De naam Bierum lijkt derhalve afgeleid van Anglisch bere (gerst) + um (oord).
Van Bierum: Oud adellijk geslacht afkomstig uit Bierum. Bekend:
Harberth van Bierum (1100*-1150): in 1141 bisschop van Utrecht
Leffard van Bierum (c 1102-1162): broer van Harbertj; door Harberth benoemd tot prefect van Groningen; krijgt [1143] van Harberth in leen castrum Covordie et jurisdictionem Trente. (#Quedam/p98)
Ludolf van Bierum (c 1105-1165): broer van Harberth; door Harberth benoemd tot burggraaf van Coevorden (1141-43). Ghm Xx van Goer (gb 1110), zuster van Rudolf van Goer (gb 1107). (> Goer) Zoons:
- Rudolf I van Coevorden (c 1130-1190) > Coevorden
- Leffard van Bierum (c 1133-1176); vermeld 1169 + 1176; prefect van Groningen; ghm NN;
-- Udh: 1 dochter XX van Bierum (gb 1155*) > Sepperothe
- Lambert van Bierum (c 1135-1195); prefect Groningen; woont in Peize (Pedge); wordt ook gnoemd Lambert van Pedge > Pedge
- Volker van Coevorden (c 1135-1195) (ZA)
** Coevorden, Pedge, HAPA, HAVA

Bilas:
Anglische stam wonend in Bilsaete (N Mercia, GB). Mogelijk zijn ze afkomstig uit Beilen in Drente en zijn ze ergens in 450-550nC gemigreerd naar Brittannia vanwege de langdurige natheid op het Continent.
** Beilen, M35

Bilheem:
Buurt bij Doetinchem. De naam is afgeleid van Anglisch Bill (mansnaam) + ham (heem, huis, oord). Gezien de historische migratiestromen zal de regio circa 150vC zin bevolkt door Angelen uit Twente of daaromtrent.
¶ Bilheem wordt genoemd in het Verpondingsregister 1646-1650 in 't Rigterambt Zelhem (Bewerking Gerhardt Kreynck):
Aldenhaeve [hoeve te Zelhem], [eigendom klooster Bethlehem te] Bilheem :
Huys ende hof 2 sch boulant 10 mir 3e gerve
72-0-0 Pacht 48 dir soude na de tafel konnen doen 90-18-0
Holtgewas, 4 koeweydenas slecht lant 17 dir de beswaernis
18-0 afgetrocken blijft
¶ Op kaart 23 van bron RZA (1773) is de locatie Belham aangegeven aan de zuidzijde van de Oude IJssel, ter hoogte van Langerak aan de overkant van de rivier tussen Doetinchem en Doesburg. Dit zal wel genoemd Bilheem zijn. Anno 2010 ligt daar de locatie Heggenveld.
** Aldenhaeve, ASA, Mansnamen

Billing: > Billinge

Billinge:
Oude benaming voor Belling, een locatie tussen Bellingwolde, Nieuwe Schans (Langacker Schans) en Winschoten. Op een kaart van bron RZA (1773) heet de locatie Belling, aangegeven als een vesting annex garnizoen. Dit is wat later Oude Schans wordt genoemd. De naam Billinge is afgeleid van Anglisch Bill (mansnaam) + inga (volk van). Het oord dus waar het volk van Bill woont. Bill is of was dus kennelijk hun stamleider. Gezien de historische migratiestromen zal Billinge circa 500vC zijn bevolkt door Angelen uit de regio Emden in Eemsland. > ASA
¶ De naam Billinge vinden we terug als plaatsnaam in NW Yorkshire, circa 12 Km NO van Liverpool. In een gebied waar voornamlelijk Angelen zijn gaan settelen in 450-550nC. Verder zijn in Engeland nog de locaties Billingborough, Billingham, Billinghay, Billingshurst, Billingsley en Billington. Alle gelegen in historisch Anglische gebieden. > HAG

Billingeweer:
Gehucht tussen Winsum en Bedum in Groningen. Vermeldt op kaart 62 van bron RZA (1773). Anno 2010 is dit gehucht vooralsnog niet te vinden. Regio Winsum wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Oost Groningen. De naam Billingeweer kan derhalve zijn afgeleid van Anglisch Bill (mansnaam) + inga (volk) + wer (dam, hoogte). Dus: de dam waar het volk van Bill woont.
¶ Op een kaart van Groningen uit 1589 is Billingeweer aangegeven als Billingweer, pal zuid tussen Winsum en Sawert (Sauwerd).
¶ Kaart KTB (1781) vermeldt Bellingeweer op circa 1.5 Km ZO van Winsum, met aldaar een gelijknamige havezathe, gelegen naast de Bellingeweerder Maten.
¶ Bron NGE (1999) schrijft dat Bellingeweer:
- een wijk is van Winsum, gelegen aan de zuidkant
- in de 15e eeuw Beltkeweer genaamd
- in de 16e eeuw bezit is van het geslacht Bellinge, welke naam is afgeleid van Belle (mansnaam)
- Bellingeweer is gelegen op een wierde (terp)
- Huis Bellingeweer ook Borg Tamminga werd genoemd
- Huis Bellingeweer in 1820 is afgebroken
¶ Aangezien Bellingeweer volgens bron NGE in de 15e eeuw Beltkeweer wordt genoemd, en het geslacht Bellinge pas in de 16e eeuw deze regio bezit, lijkt het onjuist dat Bellingeweer is genoemd naar het geslacht Bellinge. Gezien de volgorde in tijd lijkt het omgekeerde eerder juist. Families noemen zich vrij vaak naar de locatie waar ze wonen.
¶ Aangezien -ke normaliter een verkleinwoord aangeeft, kan de naam Beltkeweer aangeven dat het Huis Bellingweer nogal klein was. De t in Beltke is mogelijk voor de klank ingevoerd. Belkeweer wordt dan Beltkeweer. Bel is dan mogelijk afgeleid van het veel oudere Bill, zijnde de oorspronkelijke mansnaam. In dit kader kan Beltkeweer ook een bijnaam zijn van Bellingeweer.
¶ Aangezien Billinge als locatienaam ook voorkomt in Engeland, in historisch Anglisch gebied (> Billinge)
- en de Angelen zich aldaar hebben gevestigd in de periode 450-550nC,
- en Groningen in die tijd nog voornamelijk is bevolkt door Angelen,
- en de Angelen in Engeland oorspronkelijk dezelfde taal zullen hebben gesproken als de Angelen in NO Nederland en NW Duitsland,
>> lijkt de naam Billinge ouder en authentieker dan Bellinge, dat van veel latere datum zal zijn. Derhalve zal Billingeweer vrij zeker van oudere datum zijn dan Bellingeweer.
** Billinge, Regionamen, ASA

Bingham:
Dorp op circa 6 Km oost van Nottingham, Engeland. De regio is oorspronkelijk Anglisch gebied. In Reiderland (Groningen) lag ooit een gehucht met de naam Bingum, afgeleid van Bingham. Door de watersnood van 1277 is heel Reiderland verdronken en daarna nooit meer droog gemaakt. Reiderland wordt al sinds circa 500vC bevolkt door Angelen. De Saxen settelen daar pas sinds circa 775nC. Gezien de context moeten beide Binghams derhalve gerekend worden tot van oorsprong Anglische nederzettingen.
¶ De naam Bingham is afgeleid van Anglisch Bing (mansnaam) + ham (huis, heem, oord).
¶ Bingham is tevens een familienaam vookomend in Nederland en Engeland.
** Reiderland

Bingum: > Bingham
Bisdom Utrecht: > Utrecht

Blanckvoort:
Oud adellijk geslacht in Overijssel. Mogelijk afkomstig uit Zwolle. In Collendoorn bij Hardenberg stond sinds de 15e eeuw Huis Blanckvoort. Het geslacht heeft vele bezittingen, o.a. in Heemse, Collendoorn, Rheeze en Ane. Bekend is:
Joanna Judith Blanckvoort (c 1500-1560), Vrouwe toe de Hofstede en Blankenhemert.
** AFNA/Blanckvoort

Blankeweer:
Veldnaam te Noordlaren in Groningen. De naam wordt o.a. genoemd in 1781 op een kaart van Theodorus Beckering, advocaat en cartograaft in Groningen. Op de kruising van de Hoge Hereweg en de Zuidlaarderweg bevindt zich daar in die tijd de sterkte Blankeweer. De sterkte bestond uit een blokhut met schans, bedoeld om de weg naar Coevorden te bewaken. De weg had strategische betekenis voor Groningen. > Coevorden
¶ Genoemde sterkte is gebouwd 1400 AD door Frederik van Blankenheim, de toenmalig bisschop van Utrecht. In de loop der jaren wordt de sterkte daarom Blankeweer genoemd. Weer = verdedigingswerk, afgeleid weren = verweren, afweren.
¶ Het gebied waar de sterkte Blankeweer stond, heet oorspronkelijk het Plaggenveld. Later krijgt het eveneens de naam Blankeweer.
¶ Meer oostwaarts van Blankeweer stond ooit een bolwerk met de naam Weerdenbras, 1303 AD gebouwd door Edsard, graaf van Ost Friesland. Het terrein rond dit bolwerk kreeg na 1900 eveneens de naam Blankeweer, aldus P. Baks te Groningen, die de veldnamen in Noordlaren heeft besturdeerd.
¶ In 1849 koopt Jhr Mr Oncko Quirijn van Swinderen het Plaggenveld op en in 1850 bouwt hij daar een villa in neoclassieke stijl. Deze villa krijgt later de naam Blankeweer. De villa is wit geschilderd en heeft een rieten dak, zoals nog is te zien op een foto uit 1889. Later krijgt de villa grijze dakpannen.
¶ In 1859-1910 woont op Blankeweer de familie Kranenburg. Daarna woont er de familie Mellema en na hen komen er andere families wonen. Sinds 1995 is het pand een restaurant onder de naam Blankehoeve. Deze naam moest worden gekozen omdat in de nabijheid al een horecapand stond met de naam Blankeweer. Anno 2011 bestaat dat laatste restaurant niet meer.
** Heerbanen, Offa van Angeln (Campagne)
# GKS, FRI

Blankvoort:
Oude voorde in de Nettelhorster Laak nabij de ruÔne van kasteel Nettelhorst in het buitengebied van Lochem. Gezien deze situering lijkt het oude kasteel Nettelhorst een burcht in de Anglische militaire infrastructuur. Deze burchten werden namelijk normaliter gebouwd bij een voorde (doorwaadbare plek in beek of rivier).
¶ De regio Lochem wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. De naam Blankvoort lijkt derhalve afgeleid van Anglisch blanc (blaenc, blenc = bn blank, bleek, helder, licht, wit, overstroomd door water; ON blanc) + ford (voorde = doorwaadbare plek in beek of rivier).
¶ NB Aan de Veenweg in Lochem staat huis Blenkvoort. Deze naam lijkt van Anglisch blenc = blank, wit, etc.
** Nettelhorst, Lochem, Voorden, MIA, Burchten

Bleckenpoel:
Familienaam in de Achterhoek, Gelderland. In de RK Doopboeken Hengelo-Zelhem 1724-1770 komen o.a. voor Catharina, Harmine en Trine Bleckenpoel. De naam is vrij zeker afkomstig van havezathe Bleckenpoel in Winterswijk, die in 1303 Pleckenpol wordt genoemd. (> Plekenpol)
¶ De regio Winterswijk wordt rond 150vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam Bleckenpoel is derhalve vrij zeker afgeleid van Anglisch blac (bleek) + pol (poel, rivier).
¶ Naar zeggen is de naam Plekenpol afgeleid van een bleekveld waar pas gewoven textiel werd gewassen en gebleekt. Pleken wordt dus gezien als verbastering van bleken. Aangezien bij dit bleekveld naar zeggen ook gewassen werd, zal daar dus ook een water zijn geweest. Dat kan een poel of rivier zijn, waarnaar Plekenpol lijkt te verwijzen. Pol komt alleen voor in het Anglisch en het Fries, niet in het Saxisch. Aangezien voor Friese aanwezigheid vooralsnog geen bewijzen zijn, maar wel voor Anglische, zal de naam Plekenpol ofwel Bleckenpoel derhalve vrij zeker van Anglische herkomst zijn. In dat geval is Bleckenpoel dan afgeleid van Anglisch blac (bleek) + pol (poel, rivier). Aangezien Plekenpol (Bleckenpoel) aan de Slinge ligt, zal pol hier dus de betekenis kunnen hebben van rivier. Bleckenpoel betekent dan kennelijk de rivier waar gebleekt wordt. Het kan ook zijn dat aldaar een poel lag, zoals zo vaak bij rivieren. O.a. langs de IJssel, waar ze meestal kolk worden genoemd. In dit bestek wordt aangenomen dat Plekenpol = Plekenpoel = Bleckenpoel = een poel waar pas gewoven textiel wordt gewassen en gebleekt.
Blackpool is een stad aan de westkust van Engeland, circa 45 Km NW van Manchester in Midden Engeland, genaamd Mercia, een historisch Anglisch gebied. (> Brittannia) De naam Blackpool lijkt afgeleid van Anglisch blac (bleek) + pol (poel). Pool is namelijk Modern Engels voor Oud Engels pol, zijnde een waterpoel. Het Oud Engels staat heel dicht bij het Anglisch. (> KTE) Blackpool betekent dus hetzelfde als Bleckenpoel.
¶ In de Middeleeuwen wordt Blackpool genoemd als Black Poole. De regio bestaat uit moerassen, die in de loop der eeuwen worden drooggelegd en afgegraven. Blackpool wordt genoemd in de Doomsday Book van 1067. (> Doomsday Book) De naam Blackpool zou zijn afgeleid van Le Pull, een rivier die het water van de Marton Mere en Marton Moss afvoerde. Aangezien Normandisch Frans in die tijd de hoftaal was, betekent Le Pull kennelijk The Pull. Gezien de naam Blackpool en haar Anglische herkomst zal pull wel identiek zijn als Anglisch pyll, pol.
¶ De regio Mercia in Brittannia is in 450-550nC bevolkt door Angelen, o.a. afkomstig uit de Achterhoek. Bekend zijn de Hwicce, een Anglische stam die mogelijk afkomstig is uit de plaats Wieken bij Gendringen in De Liemers. Zij settelden in de Cotswolds in centraal Engeland, niet ver van Blackpool. Het lijkt daarom mogelijk dat de Anglische oerbewoners van Blackpool afkomstig zijn van de regio Bleckenpol te Winterswijk.
¶ Gezien het voorgaande is de naam Plekenpol van de havezathe te Winterswijk in 450-550nC mogelijk al aanwezig, maar dan als Bleckenpol of misschien zelfs eerder in de Oer Anglische vorm Blacpol, wat maar een klein stapje is naar Blackpool.
¶ Gezien het voorgaande kan de naam van Plekenpol te Winterswijk zich als volgt hebben ontwikkeld: Blacpol (450nC) > Bleckenpol (1150nC) > Pleckenpol (1303nC) > Plekenpol (2010). Het geslacht Bleckenpoel lijkt derhalve al in de 12e eeuw te bestaan. Ook is er een variant Blekkenpoel.
** Plekenpol, ASA, PgBrit/Hwicce

Bleekwerk:
()A blac (effen, vlak), blac (bn bleek, schoon, effen), blacan (ww bleken, wassen, schonen, effenen), blace (zn bleek, bleekveld, droogveld, vlak veld), blacere (bleker, wasser), blacery (blekerij, wasserij), blacfeld (bleekveld = veld waar bleekgoed gebleekt en gedroogd wordt), blacgudh (bleekgoed = kleding e.d. dat gebleekt en gedroogd wordt), blacloc (=A blacpol), blacpol (waterpoel waar wasgoed wordt gebleekt en gedroogd), blacwerc (bleekwerk), bleac (=A blac), bleacan (=A blacan), bleace (=A blace), bleacere (=A blacere), bleacery (=A blacery), bleacfeld (=A blacfeld), bleacgudh (=A blacgudh), bleacloc (=A blacloc), bleacpol (=A blacloc), bleacwerc (=A blacwerc), blick (bleek, bleekveld)
** Plekenpol

Bleiswijk:
Stad aan de Rotte, circa 14 Km noord van Rotterdam. Oudst bekende spelling: Blesewic. De regio is circa 300nC bevolkt door Angelen uit de Veluwe, na het vertrek van de Romeinen. De naam Bleiswijk is mogelijk afgeleid van Anglisch blaese (harde windvlag) + wic (wijk). Dus: de wijk (buurt) waar het hard waait.
¶ Er bestaan ook de Nederlandse familienamen Van Bleyswyck en Van Bleiswijk. Bekend is Joost van Bleiswijk (gb 1976), moderne designer.
** Zuid Holland, ASA

Bleken: > Bleekwerk

Blessed:
()A bledsa (zegen; ON blesse; ME bless), blesseth (gezegend; ON geblessed; ME blessed), bledsian (zegenen; ON blessen; ME bless), bledsing (zegen), bleodsian (zegenen), bledsing (zegen), bletsian (zegenen), bledsing (zegen)
Londen: In de 17e woont in een arme buitenwijk van Londen een familie met de naam Blessed: vader, moeder en 12 kinderen. Het gaat hen vele jaren redelijk goed. Maar dan slaat het noodlot toe. Vader wordt werkloos en het gezin lijdt honger. Na enige tijd wordt de vader ziek en sterft. Enige tijd later sterft ook de moeder van honger en ziekte. De kinderen komen in een groot internaat van de kerk. Daar blijven ze enige dagen en worden dan doorgestuurd naar een groot internaat buiten Londen. Daar leven ze enige jaren in nogal erbarmlijke omstandigheden. Ze moeten zwaar werken voor de kost. De situatie is zo erg, dat het ene na het andere kind bezwijkt en sterft. Alleen ťťn zoon blijft leven. Hij werkt in een grote smederij. Daar ontmoet hij een andere jongen met wie hij goed overweg kan. Ze besluiten te vluchten en in hun levensonderhoud te voorzien met hap- en snapwerk. Na enige tijd besluit de jonge Blessed elders een bestaan op te bouwen. Hij vlucht naar een dorp in Zuid Yorkshire, waar hij trouwt en een winkel begint. Het gaat voorspoedig en het echtpaar krijgt 13 kinderen. Hun nazaten verhuizen later weer naar Londen, waar ze verder een goed bestaan weten op te bouwen. In 2014 maakt de BBC een prachtige documentaire van deze aangrijpende familiehistorie. Samen met een zeer flamboyante nazaat van de Blessed familie. Hij laat op indrukwekkende wijze zien wat hem deze familiehistorie allemaal aandoet. #BBCtv Family Tree 28.8.2014

Bloedwraak:
Anglisch blodwreke = bloedwraak
Bij moord of doodslag wordt de dode oorspronkelijk gewroken door diens maagschap; zgn bloedwraak. Als de verwanten van de dader de moord of doodslag niet gerechtvaardigd vinden, dan kunnen ze hem veeg stellen; i.e. uit hun midden stoten. Zijn ze wel eens met de dader, dan moeten ze hem steunen, maar de tegenpartij kan zich dan ook wreken op hen. Dit leidt dan vaak tot een vete, die alleen door een zoen kan worden gestopt. Een alternatief is zoengeld, als de nabestaanden van de dode dat tenminste accepteren. Later is deze eigenrichting gestopt door het opleggen van een fredus (geldboete) aan de fiscus en zoengeld aan de verwanten van het slachtoffer.
** Rechtspraak, Verzoening

Bloemen: (BLM:)
()A bleom (=A blom), bleoman (=A bloman), bleomere (=A blomere), bleom- (=A blom-), blom (bloem), bloman (bloeien), blomas (bloemen), blomere (bloemist), blomfeld (bloemenveld), blommaerct (bloemenmarkt), blompott (bloempot), blomthun (bloementuin), blomtune (bloementuin), blosma (bloesem), blostm (bloesem), budda (knop), col (=A colblom), colblom (kollebloem, klaproos), cornblom (korenbloem), cnapp (knop, bloemknop), daegeseage (madeliefje), dust (stuifmeel), fase (vaas, bloemenvaas), flearblom (vlierbloem = bloem van de vlierstruik; # kruid), goldblom (goudsbloem), golde (madeliefje), gyr (geur), gyran (geuren), horsblom (paardebloem), juffre (gele lisse; # veenplant), pansig (pensee; # viooltje, kruid), snawdreap (sneeuwklokje), treamsa (korenbloem), weape (wilde roos), wiligblom (wilgenbloem)
Bloemen zijn het symbool van schoonheid, zuiverheid, liefde en verganklijkheid. Ze worden alom gebruikt op feesten, herdenkingen en begravenissen.
--- 3000vC++ Egypte: Dagblad De Telegraaf 4.5.2012 schrijft over een tentoonstelling in het RMO te Leiden (mei-sep 2012): "Op vrijwel elk voorwerp uit het oude Egypte staan bloemen, planten of fruit afgebeeld. Op spiegels, zuilen, vaasjes, en zelfs op wapens als als dolken en messen, maar vooral op offertafels, wanden van grafen en mummiekisten staan bloemenkransen en soms complete tuinen. De natuur, die elke keer na een schijndood weer tot leven kwam, en de papyrus, waarvan de stengels een ongeremde levenskracht toonden, stonden symbool voor een leven na de dood. ... Hoewel veel bloemen, zoals de favoriete lotusbloem, in het wild in moerassen werden geplukt, moet er ook sprake zijn geweest van kwekerijen. Duizenden Egyptenaren moeten werkzaam zijn geweest in de bloemenindustrie. ... Maar het meest bijzondere zijn de bloemenkransen, waaruit veel van de kennis is gedestilleerd en die normaal nooit te zien zijn."
------ Anubis is de Egyptische god van de doden en begraafplaatsen. Van oorsprong is hij een jakhals die rondloopt op begraafplaatsen op zoek naar menslijke resten, die hij opeet. De mensen waren heel bang voor hem. Om hem te bezweren en gunstig te stemmen maken ze van hem een god die ze vereren door o.a. offers aan hem te brengen. O.a. bloemen. (AVROtv Kunstuur Mv Zilverberg 12.3.2014)
--- 2013 Bali: Op het eiland Bali in Indonesia vereeren de Hindu's hun goden anno 2013 nog steeds met bloemen. De wortels van het HinduÔsme liggen in het Aryanisme, waaruit ook de oude Anglische cultuur is voortgekomen.
--- 2013 Griekenland: Aan de kust van Noord Griekenland wonen mensen die nog dagelijks omgaan met hun oude Griekse goden en wel op een leuke en relaxte manier. Bij de grot van Hades gooien ze vaak bloemen in de branding van de zee. Met andere goden communiceren ze op andere, normale menslijke manieren. De mensen voelen zich erg gelukkig en stralen dat ook uit. (# VRT1 17.3.2013: Joanna Lumley in Griekenland)
--- 2014: Navajo Indianen in Amerika offeren elke morgen bij zonsopgang bloemen aan de goden voor een goede en gezegende dag. En als ze op reis gaan, laten ze een sjamaan voor hen offeren voor een goede afloop van de tocht. #MAXtvjul2014 (Erica Terpstra)
** Kruiden, Planten & Struiken, Bomen, Vegetatie

BNW: Belangrijkste Normen en Waarden
Wat beschouwen de Oude Angelen als hun belangrijkste normen en waarden?
** HKA (Historische Kernwaarden in Angelland), Eawa, Democratie, Free Institutions, Wijsheid, Deugden, Gemak, Gerechtigheid, Gezelligheid, Gezondheid, Hagalaz, Happiness, Liberalisme, Liefde & Verbondenheid, Moreel, Rechtvaardigheid, Solidariteit, Veilgheid, Vriendschap, Vrijheid, Innerlijk, GNW

Bodediensten: (BDD:)
()A aerende (gerucht, bericht, boodschap), aerendraca (boodschapper), bod (bericht), boda (bode), bot (mededeling, bevel), bourbreaf (boerbrief = brief van een boerraad aan de leden), boursal (boerstok), bourstocc (boerstok = stok met berichten in code, bezorgd door bode), breaf (brief), byde (bode, heraut), bydel (bode, pedel), cenman (bode, berichter), cenning (bericht), corour (koerier), forebod (voorbode), fotboda (voetbode: bezorgt berichten te voet), hurr (gerucht), lopere (bode), maere (mare, tijding, gerucht), mare (=A maere), misselgyr (boodschapper), missive (bericht, brief), ranan (rennen, rijden), ranboda (renbode, ijlbode), spel (bericht), tiding (tijding)
Voetboden: Zij brengen te voet berichten over.
Ylboden: Al sinds de verre oudheid bezorgen ze brieven, besluiten, verodeningen en andere berichten van bestuurders naar de gewesten en steden. Meestal te paard, maar soms ook te voet door speciale renners.
Kloosterboden: Zij onderhouden de band tussen ver verspreidde kloosters in stand. Ze bezorgen brieven en brengen nieuws uit andere delen van het land. Ze zijn bewapend met een spies, die ook wordt gebruikt bij het doorwaden van beken en rivieren om de post droog te houden. #CBP
100-550nC: > Telecom35
449nC: Bron ASC (Anglo-Saxon Chronicle 832-1154nC) schrijft voor het jaar 449nC:

449. Hier Martianus and Valentinus onfengon rice, and ricsodon seofon winter. And on hiera dagum Hengest and Horsa, fram Wyrtgeorne gelathode, Bretta kuninge, gesothon Bretene on thaem stede genemned Ypwinesfleot, aerest Brettum to fultume, ac hie est on hie [Pictas] fuhton.
Se kuning het hie feohtan ongean Peohtas; and hie swa duden, and sige haefdon swa hwaer swa hie comon. Hie [Vortigern] tha [Hengest en Horsa] sendon to Angle [Angelland], and heton him [Vortigern] sendan maram fultum; and heton him [Offa van Angeln] secgan Bretweala nahtnesse and thaes landes kuste.
Hie [Offa] tha sendon him [Vortigern] maran fultum. Tha comon the menn of thrim maegthum Germanie: of Eald-Seaxum, of Englum, of Iotum.

vertaald:
449. Hier ontvangen Martianus en Valentinus hun rijk en regeren zeven winters. En op deze dag Hengest en Horsa door Vortigern gelast, de Britse koning, gezeten Brit, op hun stede genaamd Ypwinsvliet, eerst Brittannia te helpen, en hij eist tegen hen [Picten] te vechten.
Deze koning heeft gevochten tegen Picten; en hij doodt ze, en zegeviert waar hij ook komt. Hij [Vortigern] zendt dan [Hengest en Horsa] naar Angle [Angelland], en laat hem [Vortigern] meer troepen zenden; en laat hem [Offa van Angeln] vertellen van de noodtoestand van Brittannia en haar landskusten.
Hij [Offa] zendt hem [Vortigern] dan meer troepen. Dan komen de mannen van drie Germaanse machten: van Oud Saxen, van Angelland, van Jutland.
Uit deze zinnen blijkt dat Vortigern vanuit Brittannia Hengest en Horsa naar koning Offa van Angeln stuurt om te vragen meer troepen te zenden. Hengest en Horsa worden dus gebruikt als koerier. Kennelijk is dat in die tijd al gebruikelijk in NW Europa. Hengest en Horsa zijn dus boodschappers tussen Vortigern en Angle (Angelland) ofwel de Anglische koning Offa (c 380-456). Hengest en Horsa worden derhalve zeker als zeer betrouwbaar beschouwd door Vortigern en Offa.
2011: Pradeep Hoogakker (33 jaar) rent in 53 dagen de 5000 Km van de 3100 Miles Race in Amerika, de zwaarste marathon ter wereld: 7 dagen per week, van 6 uur in de ochtend tot middernacht. Om de drie uur mag hij een kwartier rusten. Hij trotseert regen, hitte, blaren en allerlei andere pijnen. (#DeTelegraaf 6.8.2011) Per dag rent Pradeep dus gemiddeld 94 Km, ofwel 5.2 Km per uur.
** Telecom

Boelder: > Boeldershoek, Balder

Boeldershoek:
Gebied in NW Enschede en deels liggend in Hengelo-Zuid. De regio wordt rond 225vC bevolkt door Angelen uit de regio Hardenberg (Vechtdal). De naam lijkt derhalve genoemd naar de Anglische god Bolder + Anglisch hoc (hoek). Temeer daar naast de Boeldershoek in Hengelo het gebied Beldershoek ligt. Belder lijkt de oer Anglische vorm Baelder van Balder.
** Bolder, ASA

Boerderij: (BRD:)
()A acreland (akkerland), bachus (achterhuis = bijgebouw met stal), bachus (bakhuis, bakoven), beastan (beesten), bosig (koeienstal), bour (boer), bouery (boerderij), bourdery (boerderij), bourearf (boerenerf, boerderij), bourhave (boerenhof, boerderij), bowhus (boerderij), bowland (bouwland), buer (boer), bury (borg, boerderij), caefener (kavener, kavenier, kovenier = bewoner van een kate =A caete), caete (kate, kote, kleine hoeve), caeter (kater, koter, keuter, keuterboer, kleine boer), caeteri (koterie = kote + bijhorend land), cait (=A caete), caiter (=A caeter), cater (=A caeter), cathe (=A caete), cather (=A caeter), caeterstede (katerstede = woonstede van een kater, keuterboer), ceorl (boer), cniht (knecht), cot (kot = kleine hoeve, hut, schuur, stal), cote (kote, kleine hoeve), coter (koter; =A caeter), cott (=A cot), cotter (=A caeter), croft (kroft, kleine hoeve), croftere (bewoner van een kroft), earf (erf), feldman (boer), feoh (vee), fih (vee), fihu (vee), gat (geit), gatas (geiten), gospenning (loon van een boereknecht of- meid), graesland (grasland), ham (hoeve aan rand van water; i.c. rivier, beek, meer, zee), have (hoeve), heard (heerd = boerderij met rechten, i.b. olderman en redgerschap), horsan (paarden), hrossan (paarden), hutcom (hutkom = ondiepe kuil met dak voor ambachtelijk werk), lifdughet (lijftocht = woonstede bij boerenerf), maidan (meiden), mayere (meier, pachtboer), mosthun (moestuin), nendore (niendeur = achterdeur boerderij), pleatsce (kleine boerderdij), pleatse (boerderij, hofstede), ploh (ploeg), plohing (landbouwbedrijf), sceapan (schapen), scypen (koeiestal), spicar (spieker, silo), spill (boerderij), spillman (boer), steall (stal), steapal (deurpaal), steapaltacen (stiepelteken = teken op de middenpaal van stal- of schuurdeur), struntstede (mesthoop), tig (boerenerf), tih (=A tig), utlaeth (=A utlett), utlett (open schuur), waithan (weiden), waeterput (waterput), weama (weeme, wheme = huis + hof + 2 morgen land + boomgaard), weanere (bewoner van een kate), weara (land waarop een hoeve staat), wunnere (pachter, pachtboer), wymma (zolderstokken om worst en spek op te hangen)
500vC++: Los Hoes (ZA)
¶ Bron SDV/p281ev:
- 400vC++: Hoolingerveld: woningen verhuizen buiten akkercomplex + wallen blijven in gebruik als akker
- 400vC++: omvang boerderijen in NO Nederland neemt toe. I.b. de stallen. Oorzaak: grotere nadruk op bemesting van akkers. Langdurig en intensief gebruik van akkergrond is namelijk niet mogelijk zonder bemesting.
- tot 300vC: bootvormig huistype, afkomstig uit Midden Ndl (model Zelhem)
- 300vC-200nC: vele tweebreukige boerderijvormen in NO Ndl, wat verwijst naar contacten met Midden en Zuid Ndl
- 300vC-200nC: vele huisplattegronden in NO Nederland model Wijster/Drente
- tot 100nC: einzelhŲfe (solihoeve = eenzame en zwerfende hoeve) in meerderheid; daarna meer plaatsvast
400nC:
-- Angelland is circa 60.143 Km2 groot (Nederland 1971 40.844 Km2) en telt dan circa 6.9 miljoen inwoners. (> Demografie) Gemiddeld wonen er dan circa 115 mensen per Km2.
-- Een gezin telt circa 7 personen (vader, moeder en 5 kinderen)
-- Een huis (hoeve, boerderij) telt 1 gezin + circa 2 medewerkers
-- een erf telt dus totaal dus circa 9 personen
-- een erf is circa 1/115/9 Km2 = 1.000.000/12.8 M2 = 78.125 M2 = 280 x 280 M
¶ Tot circa 1900 AD woont rond 95% van de mensen in een boerderij op het land. De hoeven zijn meestal klein. Een gezin bestaat gemiddeld uit een echtpaar met 6 kinderen.
¶ Erven in Angelland bestaan tot dik in de 20e eeuw vooral uit akkerland, weiland en veengrond. Vandaar dat er voornamelijk gemengde bedrijven voorkomen. De bedrijfsdelen raken in de loop van tijd steeds meer geÔntegreerd. Akkerland krijgt mest uit de veestallen en het vee krijgt stro, knollen en plantresten van het akkerland. > Hiw, Hundreds, Wonen, Tuinen


          

 
¶ Een gewone boer heeft in die tijd circa 3 koeien, 4 varkens, 4 geiten, 1 bok, 12 kippen, 5 ganzen en een weide. Daarnaast bezit hij wat grond waarop hij groenten, rogge, haver, boekweit en spelt verbouwt. Net genoeg om het gezin te onderhouden. Soms heeft hij ook een stukje veengrond, waar hij wat turf kan steken voor eigen gebruik. In gunstige tijden heeft hij wat over, wat hij gebruikt om te verkopen. Met het geld kan hij dan huisraad en kleding kopen.
¶ Oorspronkelijk wonen mens en dier in dezelfde ruimte. De stal gescheiden door een houten wand. De warmte van de dieren houdt de hele hoeve warm. Zulke boerderijen worden een los hoes genoemd. Later bestaat een boerenerf vaak uit een grote boerderij met een stal, enige schuren en enkele hutkommen voor ambachtelijk werk. Een hutkom bestaat uit een ondiepe kuil met dak.
¶ Kenmerken boerderijen in het verre verleden:
- raamwerk van eikenhout
- muren van gevlochten wilgentenen opgevuld met watul, een mengsel van leem, turf, stro en mest, wat de muren okergeel kleurt
- daken gedekt met reot (riet)
- een open rookkanaal langs de nokbalk en met driehoekige openingen in aan de dakeinden, waardoor de rook naar buiten wordt gedreven
- voorgevel gericht op het zonnige zuid-oosten
- grotendeels zelfvoorzienend
- diverse spicars (spiekers, silo's) voor opslag van graan, stro, knollen, rapen en andere landbouwproducten; > Spieker
- rondom het erf en de tuinen is normaliter een dikke houtwal geplant met vooral doornstruiken tegen wild en kwaadwilligen; > Heggen
- houden van cuan, cows (koeien), sceapan (schapen), gatan (geiten), gosan (ganzen), cicens (kippen), etc; > Veehouderij
- gebouwd nabij water, i.b. een pol (poel) voor drink- en spoelwater
- gebouwd nabij busk (bos) voor brandhout
- gebouwd op heagde, bylt e.d. (hoogte, bult) tegen wateroverlast
- bezit van waeterput (waterput), i.b. wellput (welput) met wellpal (welpaal om opwellen van grondwater te bevorderen)
- diverse fyrpleatsan (vuurplaatsen) en racen (vuurkuilen) voor koken, bakken, smeden, etc
- oackan (eiken) voor timmerhout en religie (verering van goden, etc); > Eik
- sceaddan = schuren, open schuren of bijgebouwen voor opbergen van gereedschap, hout, stro, etc of als werkplek voor bakken, koken of smeden
- acres (akkers) voor verbouw van gewassen als graan, tarwe, spelt, gerst, erwten, linzen, bonen, vlas, etc; > Gewassen
- hutcoms = hutkommen; een hutkom = kuil met dak voor ambatelijk werk
- houden van een crutthun (kruidentuin), een mosthun (moestuin) en een blomthun (bloementuin)
- ofens (ovens) voor o.a. bacan (bakken) van bread (brood), reocan (roken) van flaesc (vlees) of fisc (vis), bakken van pottan (potten) en voor smidhwerc (smeedwerk)
Bouw: Vlijmen is een dorp in Brabant. Daar staat een monumentale boerderij met rieten wolfdak. In 2011 is ze uitgeroepen tot de mooiste hoeve van Brabant. ... De hoeve werd gebouwd met gebinten. Dat zijn grote geraamten van hout die in ene keer werden opgetrokken. Het hele dorp kwam daarbij helpen. > Keuterboeren

1150nC: Rond 1150 worden huizen en hoeven steeds vaker gebouwd van bakstenen. Dankzij de turfwinning kunnen kalkovens cement maken, wat de productie van bakstenen bevordert. Rechts een hoeve die qua bouwstijl hoort tot het type Hallehuis, dat eind 14e eeuw verschijnt en nog steeds redelijk veel voorkomt in Drente, Twente, de Achterhoek en de Veluwe. > Hallehuis
 

¶ Links: de schuur met stal van de hoeve. Wagens kunnen deels tot in de opening rijden waardoor het laden of lossen makkelijk is.
 
1300++: Bron ZWH/p71+72 schrijft: "Een grote hoeve was in vroeger tijden een wereld op zichzelf, waar grootouders, ouders en kinderen - soms zelfs een vierde geslacht - samenwoonden met het dienstvolk, terwijl dagloners, handwerkslui en overnachtende landzwervers er tijdelijk gasten en losse bewoners waren. Zo'n grote plaats werd meer als familiegoed dan als een individueel eigendom beschouwd en moest zoveel mogelijk een geheel blijven vormen. ... Na de 13e eeuw begon de deling van de grote plaatsen, met uitzondering van de leengoederen ... Bij de grote hoeve werd een nieuw huis gebouwd en de gronden werden gesplitst. Het versnipperd grondbezit gaf een schamel bestaan bij de extensieve cultuur: 'Vele broeders maken smalle goederen'. Het bedrijf was de enige inkomstenbron en bood slechts betrekkelijke financiŽle zekerheid. Men kende vroeger de AOW-uitkering nog niet en het was toen zaak dat de ouderen zo lang mogelijk de eigenaar van de boerderij bleven. Een zoon of dochter trouwde bij de oude mensen in en de jongehuwden brachten vader en moeder met zorg tot aan hun eind. Zo lang de broers en zusters ongehuwd waren, bleven ze thuis en werkten meer. Een dochter kon misschien boerin worden door in te trouwen op een grote hoeve, als ze tenminste een aardig duitje meebracht. De zoons hadden als alternatief om dagloner te worden dan wel een ambacht te leren. ... Grote boeren hadden vaste arbeders aan het werk die meestal op een plaatsje van de boer woonden of financieel van hem afhankelijk waren. Zij leefden in een verhouding van wedekerige hulp. De 'daghuurder' kwam dag aan dag op de boerderij werken. Hij hielp de stal uitmesten, mest laden, plaggen steken, gras of koren maaien, wieden, hout schillen, hooien, aardappels rooien, 'holten' (hout vellen en tot bossen maken) en dorsen. Het overige dienstvolk woonde bij de boer in. Hun kamertjes waren meestal kleine donkere hokjes of zoldertjes. Als er een nieuwe knecht of meid kwam, dan werd hij of zij door de boer met 'kist' of koffer op de 'kistenwagen' van het oude huis afgehaald. Het was van belang dat het bij de boer 'goed van eten en drinken' was. Hoofdvoedsel vormde het bruinzwarte roggebrood, waar men zware broden van bakte van wel 40 pond. Dan volgde de brei of pap, meest van boekweit, later ook wel van gruttemeel, in karnemelk gekookt. Men at er paardebonen in of een snee droog brood erbij. Soms kreeg men 'appelenpap' en appelpannekoek voorgeschoteld.
1750++: Bron ZWH/p72 schrijft: "Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw bestond de middagpot [bij de boer] uit aardappels, meestal met kool, bonen en wortels vermengd tot 'mank', of wel met saus van karnemelk en olie als 'blote eerpels' gegeten."

1850++: Rechts: oude Anglische hoeve met mesthoop achterin het erf. Aquarel van Hester Jans-Molenberg. (@ aquarel © BCK) Dit type boerderij komt veel voor in Noordoost Nederland sinds circa 1850. > Eursinge
 
Werkverdeling: Vroeg in de morgen roept de boer zijn werkers bijelkaar en verdeelt de dagtaken over hen.
** Wonen, Huizen & Hoeven, Landbouw, Veehouderij, Koeien, Paarden, Schapen, Varkens & Zwijnen, Hoenders, Pluimvee, Bruntingerhof, Borckerhof, Architectuur, Hijken, Dongen, Ezinge, Grondbezit

 
Boerderijen: > Boerderij
Boerderijnamen: > Huisnamen

Boeren:
Angelen zijn uitstekende boeren, die veel landwerk doen. Zij fokken dieren die in deze tijd nog veel te zien zijn. Bijen houden gebeurt op grote schaal. Ze zijn uitstekende jagers, die gek zijn op honden en paarden. Valkenjacht is een populaire sport. Soms moeten ze vechten voor hun landheer. Thuis voelen ze zich echter het meest gelukkig. #WAB/p171
 

1000nC++ Rechts: outfit van een jonge boer rond 1000nC: muts en lang smudhemedhe = smudhemd = gesmud hemd. Smudden = linnegoed enige tijd in smuddegat weken in eikewater om het een paars/bruine kleur te geven. Deze kleur voorkomt dat het linnen snel vuil uitziet. In de klompen is stro gestoken tegen het schuren en de kou. > Outfit
** Landbouw, Veehouderij, Boerderij, Keuterboeren, Buurtschap
 

Boggelaar:
Gebied in Warnsveld, gelegen tussen de Boggelaarweg en de Vordenseweg (N319). De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Berkelland. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch boggelere (veenwereker). Anglisch bogga = moeras, drasland, veenland.
¶ Inspectie ter plekke 1.5.2011 leert dat langs een vrij groot deel van de Boggelaarweg nog een duidelijk restant te zien is van een oud veengebied met vele sloten. Verder staan er twee oude boerderijen met wolfdaken. Mogelijk hebben daar ooit veenwerkers (boggelaars) gewoond.
** Warnsveld, Wolfdaken, Hoekendaal
# FRI

Bohemen:
Gebied in Noord Tjechia (voormalig Tjecho-Slowakije), grenzend aan Noordoost Beieren in Duitsland. Rond 100vC wonen daar de Boii, een Keltisch volk. Sindsdien settelen daar ook Marcomanen, een Germaans volk. (#WP) Rond 100vC vormen de Bohemen de zuidgrens van Angelland. > ASA
** Marcomanen

Bolder: alias Balder, Baelder, Belder, Boelder = Anglische god > Balder
Bolderberg: berg (heuvel) waar de Anglische gog Balder (Bolder) werd vereerd > Bolderweg
Bolderman: Anglische priester toegewijd aan Anglische god Balder > Balder

Bolderweg: (Holten)
Hoogelegen grond in Holten nabij de A1, waar aan de Markelose kant de pleisterplaats Bolder ligt. De Bolderweg in Holten herinnert aan de locatie Bolder. Mogelijk is Bolder een Anglische naam voor de Germaanse god Balder, afgeleid van Anglisch boldr = held. Het nabijgelegen Markelo is in 300vC-750nC namelijk overwegend bevolkt door Angelen. O.a. de Warfveendijk aldaar getuigt van de aanwezigheid van deze Angelen.
¶ Nabij de Bolderweg in Holten loopt de Aalpolsweg naar de top van de Bolderberg. Ael betekent in het Anglisch tempel. (> Ael) Het lijkt daarom waarschijnlijk dat op de Bolderberg ooit een tempel stond ter verering van Bolder. Heuveltoppen waren bij de Angelen en andere Germanen zeer geliefd voor het vereren van een god, stamvergaderingen en rechtszittingen.
¶ In Nederland komen de familienamen Aalpol (# Lochem) en Aalpoel (# Voorst) voor. Deze namen zijn beide afkomstig van hoeve Aelpol in Holten. De naam Aelpol is afgeleid van Anglisch ael (tempel, offerplaats) en pol (poel, plas). Volgens de Anglische naamregels betekent deze naam: de poel bij de tempel (offerplaats).
¶ Gezien het voorgaande lijkt de Bolderweg in Holten te zijn een weg naar een hoogte met de naam Bolder. Daar zal ook de ael (tempel) hebben gestaan waar Bolder door de Angelen is vereerd. Nabij de ael lag dus de pol (poel, plas). Daaromtrent staat kennelijk de hoeve Aelpol aan de Aalpolweg, die leidde naar de Aelpol, de poel bij de ael.
** Balderland, Warfveendijk, Balder, ASA, Bolding

Bolding:
Nederlandse familienaam. Komt vooral voor in NO Nederland. Mogelijk afkomstig uit Westerveld in Drente. De naam lijkt afgeleid van Anglisch Bold (mansnaam) + ing (volk van). Dus: volk van Bold. In Engeland komt de naam voor als Bolding en Boulding.
** Markelo

Bolk:
K&E: soort wijting of jonge kabeljauw. Anglisch: bolc.
¶ Bolk komt ook voor als familienaam. In 1947 totaal in Nederland 620x met pieken in Gelderland (154x) en Overijssel (137x). Als Bolck komt de naam anno 1947 in Nederland 90x voor met piek van 56x in Gelderland. Gezien deze context is de naam Bolk vrij zeker afkomstig uit de regio nabij de Bolksbeek in de Markelosebroek bij Markelo.
** Bolksbeek, Veendijken, Visserij
# K&E, Meertens Instituut 6.7.2010, KBG

Bolksbeek:
Beek in de Markelosebroek bij Markelo in Twente, op de grens met Lochem in Gelderland. K&E: bolk = soort wijting of jonge kabeljauw. De beek wordt gekruisd door de Visschersdijk. Kennelijk gaat het dus om een veendijk waar gevist werd op bolk.
¶ De regio Bolksbeek wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Hengevelde. De naam Bolksbeek is derhalve vrij zeker afgeleid van Anglisch bolc (soort wijting) + bece (beek). Dus: de beek waar gevist wordt/werd op bolk.
** Bolk, Maashees, Veendijken, Veendijken, ASA
# FRI, K&E, KBG

Bolwerken: > Vestingen

Bomen:
()A abele (abeel = zilverspar), ac (eik), aeccelbeam (eikelboom, eik), aek (eik), aelhorn (=A flear), aelm (=A elm), aeppeltere (appelboom), aesc (=A aess), aesp (esp), aess (es, esdoorn), aler (els; # berk), alor (=A aler), baest (bast), bast (bast), beam (boom), beamery (veld met bomen), beamgaerd (boomgaard), bece (beuk), beorc (berk), beuce (beuk), bierce (berk), blaed (blad), blosma (bloesem), blowan (bloeien), boc (beuk), boece (beuk), bongaerd (bongerd, boomgaard), bross (soort els), bucc (beuk), cag (boomstronk), castnut (kastanjeboom), cedre (ceder), cif (kief, den, denneboom), crabtreo (krabbeboom), crucabele (abeel gebruikt als grenspaal), crucbeam (kruisboom = boom waarbij een kruis staat), eap (iep), eappa (iep), ebba (ebbe), ebentreo (ebbenboom), ellaern (=A flear), elle (=A aler), elm (elm, olm; # iep), eoppa (iep), eow (=A iw), eowa (=A iw), ew (=A iw), flear (vlier), flearbeam (vlierboom), furh (den), geard (gaard, boomgaard), gipp (iep), gren (green = grove den), haesel (hazelaar), hassle (hazelaar), hlaf (loof, blad), hnoll (nol, kruin), hris (tak), iw (ijf, taxus), iwa (=A iw), knarre (knar = tronk, boomstronk), lael (buigzame twijg), laerys (larix),

          

boven: bomen in de herfst (J.J. Salberg)

leaf (loof, blad, gebladerte), lim (tak, twijg), lim (linde), limtreo (lindeboom), lind (linde), laerys (larix), mapel (esdoorn), mapeltreow (=A mapel), medlere (mispelboom), morbeam (moerbeiboom), nocer (=A nucer), nucer (noteboom, okkenoot), ock (eik), paep (=A peappel), peappel (peppel, populier), perbeam (pereboom), pertreo (pereboom), pidha (=A pithe), pithe (pit, merg van bomen), platane (plataan), poppe (populier), poppel (peppel, populier), pot (poot, jonge plant), potan (poten, planten), pote (poot = jonge aanplant van bomen), potere (boomkweker), potery (boomkwekerij), potgeard (pootgaarde = veld voor pootgoed), potgut (pootgoed; # planten), pothave (stuk land met jonge aanplant), potian (poten, plaatsen, leggen, zetten, stellen), rind (schors, schorsstrook), rodd (twijg), scell (bast), sealh (wilg), spaec (takje), spraec (takje), spranca (takje), sprota (spruit, tak), spruse (spar), stobba (stobbe = stam, boomstronk), streamp (stramp = boomstronk), strunc (stronk, boomstronk, stam, staak), stubb (stubbe = wortelstronk), stufaec (knoteik), stump (stomp, stronk, boomstronk), telga (telg, loot, jonge eik), -tere (-boom), thean (den, denneboom), treo (boom, hout), treow (=A treo), treow (bn trouw, eerlijk), trunc (tronk, boomstam), twig (twijg), waecel (wakel = jeneverbes), wele (wilg), welig (wilg), wey (wilg), wiccatreo (heksenboom = boom met veel kraaienesten), wigge (wilg), wilig (wilg), wit (berk), wollebeam (wolleboom = moerasboom; # els), wyrtal (wortel), wyrtalan (ww wortelen)
¶ Uit bovenstaande etymologie blijkt dat de Angelen in oude tijden trouw en waarheid in verband brengen met bomen. Kenlijk is voor hen de boom het symbool van trouw en waarheid. > Trouw
¶ NB 'De Olde Witte' is een berk op de Negenbergen (heidegebied) bij Zeyen in NW Drente.
** Berken, Eiken, Elzen, Iepen, Wilgen, Vegetatie, Planten & Struiken, Bosland, Tuinen

Boompjes:
NB wegnamen:
- Boompjes: Landhorst/NB, Oirsbeek/Geleen, Strijen/ZH
- Boompjeskade: Rotterdam
- Boompjeswal: Groenlo
- De Boompjes: Almelo (ZA), Rotterdam
- Onder de Boompjes: Harmelen
Deze locaties liggen veelal in de oudste regiodelen.

Bontwerk:
()A bunt (zn bont, vacht), buntceapa (bonthandel), buntceapere (bonthandelaar), buntceapery (bontbedrijf), buntwerc (bontwerk), buntwercere (bontwerker), buntwercery (bontwerkerij), paell (pelle = vacht, bont), wildwerc (bontwerk, pelswerk), wildwercere (bondwerker, pelswerker, bonthandelaar, pelshandelaar)
** Pelshandel, Bevervel, Leerwerk

Borckerhof:
Oude hoeve in museumdorp Orvelte in Drente. De regio aldaar wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Zuid Groningen. De naam Borckerhof lijkt derhalve afgeleid van Anglisch borc (borg) + have (hoeve).
¶ De Borckerhof staat in Orvelte aan de Flintenweg. Flint is exclusief Anglisch voor flint, vuursteen. Orvelte lijkt derhalve een oude Anglische nederzetting.
¶ Opmerkelijk is dat in de buitenmuren van Borckerhof op diverse plaatsen een muurteken is ingemetseld die lijkt op een A met daarin drie horizontale balken onder elkaar.

Deze muurtekens zijn identiek aan model H12E van heraldische wapens waarin drie wapenfiguren zgn 1-2 zijn geplaatst. O.a. bij Nicolaas ten Have (1604-1650), kaartmaker in Zwolle. H12E constructies lijken kenmerkend voor Angelische figuraties, i.c. de hoofdletter A van Anglisch. De muurtekens kunnen derhalve betekenen dat Borckerhof oorspronkelijk is gebouwd door een Anglische familie.
** Orvelte, ASA, H12E, Have
foto @ BCK
 

Borculo:
Alias Burclo, Berculo, Borcel, Borkelo. Stad aan rivier de Berkel in de Achterhoek. Oudste vermelding Burclo in 1151 AD. Oorspronkelijk een heerlijkheid van het graafschap Lohn in Westfalen.
200vC: De regio Borculo wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. (> ASA) De naam Burclo lijkt derhalve afgeleid van Anglisch burc (burcht) + loo (laagte). Dus: de burcht aan de laagte (bij de Berkel).
Wapen: op blauw in goud twee gekruiste scheepshaken (Angl: sciphocs) met daaronder drie ballen 2-1 geplaatst. Borculo ligt aan de Berkel. De scheepshaken duiden derhalve kennelijk op de belangrijke rol van de scheepvaart aldaar.
¶ Het geslacht Van Borculo komt voort uit het geslacht Van Coevorden, dat voortkomt uit het geslacht Van Bierum. Enige telgen uit het geslacht Van Coevorden zijn heer van Coevorden, welk ambt zij erven van het geslacht Van Bierum. Dit ambt blijft in handen van het geslacht Van Borculo tot 1402 via Reinoud I tm IV. > Coevorden
timetable:
1151nC: Borculo afgescheiden van graafschap Lohn.
1151: ridder Rotholfus de Burclo genoemd in 1151 AD.
1236: Hendrik van Borculo (c 1200-1240) ghm Eufemia, dochter van Rudolf II van Coevorden; jong gestorven; Eufemia hertrouwt Herman van Loon; uit eerste huwelijk: Hendrik (gb 1240), wonend in Borculo. (#Quedam/p96)
1275: Hendrik van Borculo (c 1240-1300); zoon van Hendrik van Borculo (gb 1200*); ghm Agnes Xx; 1275-1288 burggraaf van Coevorden. (Quedam/p96)
1348: Hendrik V van Borculo sterft kinderloos.
1348: Hendrik V wordt opgevolgd door zijn neef Reinald van Coevorden.
1349*: Reinald staat de heerlijkheid af aan zijn dochter.
1375*: Dochter van Reinald sterft. Erfgenaam is Gadert van Borculo van Dodinckweerde. Hij staat de heerlijkheid af aan Gijsbrecht van Bronckhorst, ghm Hendrika van Dodinckweerde.
1553: Joost graaf van Bronckhorst sterft. De heerlijkheid gaat naar de bisschop van Munster.
1554*: Georg graaf van Limburg-Stirum handhaaft de heerlijkheid. Hij is ghm een achternicht van graaf Joost.
1560*: Graaf Georg voert de Lutherse Kerk in.
 

          

                                      Engeland fan in Borculo 23.6.2012

** Coevorden, HAVA
# WP, DAB, KBG

 
Borgambt: (BOA:)
()A beorg (borg, burcht, bergplaats, schuiloord), borc (borg), borchit (borghit = versterkte boerderij), burg (burg, burcht = versterkte plaats, omwalde nederzetting), burggerefa (burggraaf, borgheer, kasteelheer), burough (borgambt; # canton), burggeat (kasteelpoort, stadspoort), burghus (borghuis, raadhuis), burgraed (borgraad = regulier overleg tussen borgheer en zijn adjudanten), burgstede (borgstede, burcht, stad), borgwaerd (burggraaf, borgheer), burgwarena (=A borgwaerd), burh (=A burg), bury (burcht, borg), casselry (kasselrij = borgambt; # canton), tace (taak), tace (=A tacefeld), tacefeld (taakgebied, bewakingszone, verdedigingszone, veiligheidszone), wacan (ww waken), wacefeld (bewakingsgebied, veiligheidszone), wacere (waker, bewaker, wacht), waeccan (waken, bewaken)
¶ Een borgambt (AN burough; ME burrow) is het domein van een borgheer (burggraaf; AN burggerefa). Zijn taak is primair militair. Hij moet zijn ambtgebied veilig houden. Zowel tegen aanvallen van buiten zijn gebied als tegen criminelen binnen zijn ambtsgebied. Hij heeft dus ook juridische macht. Dwz: hij spreekt ook recht in belangrijke juridische zaken.
¶ Gemiddeld is een borgambt circa 142 Km2 (12x12Km) groot. > Landinrichting
¶ Een borgambt is een belangrijk onderdeel van de bestuurlijke en militaire infrastructuur in Angelland. Gemiddeld is een borgambt circa 142 Km2 groot, ofwel circa 12x12 Km2 > Landirichting, BIA, MIA
Wakefield: Stad in West Yorkshire. De naam is afgeleid van Anglisch wacefeld = bewakingszone, veiligheidszone. Anglisch wacefeld is een synoniem voor Anglisch tacefeld = taakgebied, verdedigingszone, veiligheidszone, etc. Circa 9 Km van Wakefield ligt de stad Castleford, gelegen aan rivier de Aire. Aldaar is door de Romeinen een fort gebouwd om de doorgang naar het zuiden te bewaken. Rond 410nC verlaten de Romeinen Brittannia. Rond 450nC en mogelijk al eerder wordt Yorkshire bevolkt door Angelen van Continentaal NW Europa, vrij zeker voor een groot deel uit NO Nederland. (> Neven) Mogelijk hebben zij het fort (kasteel) toen in bezit genomen en het gebied staatkundig en militair ingericht naar Anglisch model op het continent. (> Landinrichting) De afstand tussen de centra van Wakefield en Castleford is namelijk circa 9 Km. Hiermee vallen Wakefield en Castleford het meest dicht binnen de grenzen van de gemiddelde omvang van een borgambt. Dit sterkt de these dat Wakefield een oude Anglische borgambt (burough) is.
** Burchten, Burggraaf

Borgen: > Burchten

Bork:
Familienaam. Komt in 1947 totaal 82x voor in Nederland met piek van 69x in Drente, voornamelijk in Hoogeveen. De naam lijkt afgeleid van Anglisch borc (borg).
Variant: Ter Bork.
** Borckerhof
# Meertens Instituut 28.7.2010, KBG

Borkelo: > Borculo

Borkum:
OstFries eiland in de Waddenzee voor de kust ven Eemsland. Het eiland wordt rond 500vC bevolkt door Angelen uit Lunenburg. De naam Borkum lijkt derhalve afgeleid van Anglisch borc (borg, burcht) + ham (heem, oord). Dus: het oord bij de borg (burcht).
** Westerbork, Maashees, ASA

Borne:
Stad bij Hengelo in Twente. Anno 2010 circa 20.000 inwoners. De naam Borne heet afgleid van de term borg, zijnde een versterkt huis met wal en gracht eromheen. De oudste vermeldingen spreken van Burgunde (1206), Borgende (1397), Boerne (1397) en Borgen (1497). Aangezien Burgunde de oudste naam is, kan men beter stellen dat de naam Borne is afgeleid van de term burg. Burg is een specifiek Anglische term, hetgeen doet vermoeden dat de regio van oorsprong Anglisch territorium is.
¶ Waarom Borne zou zijn afgeleid van de simpele term burg is niet duidelijk. De overgang zou zijn verlopen via Boerne. Dat verraadt Saxische invloed. Anglisch burg wordt in het Saxisch borg genoemd. Deze versaxing voltrekt zich in NO Nederland veelal na 1327 toen het autochtone Anglisch steeds verder was versaxt door de Saxen die sinds circa 775nC NO Nederland waren binnengedrongen. (> Versaxing)
¶ Anderen beweren dat Borne is afgeleid van de term borg, zijnde een hoogte c.q. borgplaats ofwel vluchtoord, een plaats waar mensen zich kunnen bergen tegen gevaren. Dit moet dan genoemde borg Burgunde zijn, die zoals gezegd inderdaad op een hoogte (horst) staat. Gezien de historische situatie lijkt deze these zeker plausibel. Burgunde was dan kennelijk een vluchtburcht, zoals elders ook waren, bedoeld om de nabij wonende bevolking schuilplaats te bieden.
¶ Historici menen dat de borg heeft gestaan op de Horst nabij de Enn(d)ekerdijk. Deze borg kreeg daarom de naam Borgende, zijnde de laatste borg in een reeks van acht borgen in Borne en omgeving. Zulks vinden we analoog terug in de naam Bergentheim, een regio bij Hardenberg. De naam is te analyseren in berg-ent(einde)-heim. Ofwel het oord aan het einde van een berg, zijnde een zandhoogte in veengebied.
¶ De regio Noord Twente wordt circa 225vC bevolkt door Angelen vanuit de regio Hardenberg. (> Angelstes) Ze settelen o.a. in Piksen (Hellendoorn), Beverdam (Almelo), Cottwick (Zeldam), Tusveld (Almelo), Asveld (Hengelo), Pentrop (Hengelo) en Beckum (Hengelo). Borne zal rond diezelfde tijd kunnen zijn bevolkt door de Angelen.
¶ Gaan we ervan uit dat Borne van oorsprong een Anglische naam is, dan kan Borgende (1262) zijn afgeleid van Anglisch beorg (berg) + ende (einde). De laatste borg staat dus op het einde van de berg, ofwel de Horst, zijnde hoog gelegen grond, in Anglisch hyrst genaamd. Zodoende krijgt de laatste borg, die is gelegen op de horst (berg), dan de naam Borgende, ofwel de borg op het einde van de berg (horst). Burgunde is dan in deze optiek een verkeerde schrijfwijze, zoals zo vaak voorkomt in oude documenten.
¶ De Meijershof aan het eind van de Ennekersdijk in Borne wordt gezien als de laatste van eerder genoemde acht borgen (hoven) in en rond Borne. Anno 2010 is ze nog steeds intact en daarmee is ze ook de enige overgebleven hof. Meijer = iemand die de goederen bebouwt en beheert van iemand ander, i.c. de werkelijke eigenaar, die meestal verweg woont. Sinds 1206 was dat de bisschop van Utrecht. Een meijer was ook verantwoordelijk voor de opstallen en het innen van schattingen (heffingen en belastingen).
 

¶ In de jaren 1990-95 is de Meijershof gerenoveerd. Het oude pand is afgebroken en het nieuwe pand is in oude stijl herbouwd. Deze stijl is zeker niet Saxisch te noemen en zal derhalve veeleer een voortzetting zijn van de historische Anglische architectuur, zoals elders in NO Nederland is te zien. Anno 2010 woont er de familie Pol. Deze naam is afgeleid van Anglisch pol, dat poel betekent. De naam Pol (Van der) komt voornamelijk voor in NO Nederland en is vrij zeker afgeleid van het Anglisch pol (poel). (> Pol)
 
¶ De Meijershof wordt beschouwd als historische grond. Hier is Borne ontstaan en uitgegroeid. De buurt waar de Meijershof staat, heet de Koppelsbrink. Hier staan diverse prachtige zeer oude panden. De locatie is daarom ook beschermd gebied.
 
De architectuur is er van zeer oude datum. De meest recente hebben een Saxische bouwstijl. De oudere zeker niet. Die hebben veelal wolfdaken en zijn dus eerder uitlopers van oude Anglische architectuur. (> Wolfdaken) De Angelen waren immers zeker al rond 225vC aanwezig in de regio, terwijl de Saxen pas rond 775nC geleidelijk en in betrekkelijk kleine aantallen NO Nederland binnendringen. Hun invloed op de cultuur wordt pas sinds circa 1327 geleidelijk aan merkbaar. In de architectuur gebeurt dat pas sinds de 18e eeuw.
 
Het huis op bovenstaande foto zal ergens rond 1250nC kunnen zijn gebouwd. Wolfdaken doen hun intrede rond 950nC. Steenbouw komt pas in de 13e eeuw op gang. Aangezien de Meijershof al in 1206 bestaat, kan de Koppelsbrink rond die tijd ook al bestaan. Het huis op de foto kan dus mogelijk een voorganger hebben, die al geruim vůůr 1206 is gebouwd.
¶ In de wijk Koppelsbrink loopt o.a. een straat genaamd De Aak. Gezien de Anglische context kan deze naam zijn afgeleid van Anglisch ac, aek (eik). De Aak is dan hetzelfde als De Eik. Mogelijk stond daar ooit een eik, de heilige boom van de Angelen. > Eik
¶ In de Koppelsbrink loopt ook een straat genaamd De Bleek. Gezien de Anglische context kan de naam zijn afgeleid van Anglisch blac (bleek).
¶ In de Bornse Maten aan de oostkant van Borne zijn in 2005 resten gevonden van boerderijen, daterend uit circa 400vC-0vC en gelegen aan de Bornse Beek. Eerder waren al resten gevonden van boerderijen op hoger gelegen delen nabij de Bornse Beek, i.e. op de Zuidesch grenzend aan de Horst. Deze boerderijen dateren uit circa 0-400nC, de periode dat er feitelijk hoofdzakelijk Angelen wonen in de regio.
@ foto's © BCK
** ASA, Wolfdaken, Versaxing, Architectuur, Lincolnshire/Bourne
# FRI, Historie van Borne (www Lions Club Borne, 30.5.2010), DAB, KBG

Borstels: > Borstels & Bezems

Borstels & Bezems:: (BBZ:)
()A ascfeager (asveger = borstel om as weg te vegen), byrst (borstel), byrstan (borstelen), fagan (vegen), feagan (vegen), feager (veger, borstel), feagere (veger, schoonmaker), scrubba (schrob, harde borstel), scrubban (ww schrobben)
¶ Borstels en bezems worden tot in de 20e eeuw veelal gemaakt van berketwijgen. Borstels vaak ook van stugge takjes van 2-3 maanden oude heideplanten, die in het najaar worden gemaaid. Een handvol van deze takjes wordt vastgebonden met een sterk touw. Met deze borstel worden melkbussen geschrobt, pannen en potten gewassen en koeien geborsteld. > Heideland
** HygiŽne

Bosland: (BSL:)
()A aecbus (eikenbos), aecholt (eikenbos), beastarbusk (ondoordringbaar, verwilderd bos), bos (bos, struikgewas), bossig (bossig, bosachtig, bebost), boys (bos), bus (bos), busfyr (bosbrand), busk (bosje, bos), buskase (bossage), bussaga (bossage), bussig (=A bossig), fearnholt (=A fearnwud), fearnwud (varenbos = bos waar veel varens groeien), fellan (vellen), flearbusk (vlierbos), foreste (bos, woud, jachtgebied, wildernis), forestere (boswachter, jachtopzichter), godwudu (heilig woud), gorel (moerasbos, veenbos), greand (griend = begroeide wateroever), greandbusk (griendbos), hac (clearing, uitgehakt gebied in bos), hacta (=A hac), haelwud (heilig woud), haesa (heze, hees = bos van bomen of struiken van ťťn soort), hamma (beboste hoogte in moeras), hlaera (laar = open plek in bos), hlaes (=A hlot), hlot (lot, bebost strook land), holt (hout, boom, groep bomen, bos, bosland), holtslaeg (nat laagland met bomen), kwasa (=A kwazing), kwasing (kwazing, rijshout, dun eiken hakhout of wilgenhout), laer (laar = open plek in bos, bosweide), las (=A hlot), lauha (bosje), lea (clearing, open stuk land in bos), ley (=A lea), lo (bos, groep bomen op zandgrond), lo (uitgedund bos, clearing, open plek in bos), loe (=A lo, loo), loha (hoog gelegen stuk bos), lom (bosrand), loo (=A loe), lum (bosrand), scaga (bosje, kreupelhout), scawa (=A scaga), slathland (slatland = strook bebost drasland), strunc (stronk, boomstronk, stam, staak), stubb (stubbe, stobbe = stronk, wortelstronk), stybb (=A stubb), swinwud (zwijnenwoud, -bos), thiccet (=A scaga), wald (woud, bos, landschap), weald (woud), wearbusk (wilgenbos), windbraec (=A kwazing), windfal (=A windbraec), wud (woud), wudhus (boshuis), wudland (bosland), wudu (wouden)
9nC Varusslag: Tacitus (# Annales 100nC) over de Varusslag 9nC waarbij de Romeinen zijn verslagen: Het eerste legerkamp van Varus verraadt door de grote omtrek en afmetingen van het hoofdkwartier het werk van drie legioenen. Verderop herkende men de halfverwoeste wal en de ondiepe gracht dat de restanten van het uiteengeslagen leger hier stelling hadden genomen. Midden op de vlakte lagen de gebleekte beenderen van mannen, op de plekken waarheen ze waren gevlucht of weerstand hadden geboden, los verspreid of in hopen. Dichtbij lagen kapotte wapens en kadavers van paarden en ook menselijke schedels die prominent aan boomstammen genageld waren. In de nabij gelegen heilige bossen stonden de altaren van de barbaren, waarop ze de tribunen en de hooggeplaatste centurio's hadden geslacht. #CAV/p86
98nC: Tacitus schrijft in 98vC: Germania biedt een grote afwisseling aan bossen en moerassen. #TAG/G5
Drie: Een infobord van Staatsbosbeheer meldt dat het bos bij het Solse Gat in Drie/Ermelo het oudste boombos van Nederland is. (#FRI mei 2012)
Rijnsaterwoude: Oude naam voor Rijnwoude in Zuid Holland. De naam verwijst kennelijk naar Saeterwoude, een woud waar Saeter werd vereerd. > Saeter
950nC++: Productie van houtskool mede oorzaak ontbossing van de Veluwe. Daardoor ontstaan stuifzanden. #ALT/Apeldoorn/p225
1250nC++: Bron ZWH/p30 schrijft:

Na circa 1250 veranderde er iets: er kwam meer geld in omloop, de pacht kon betaald worden en menige horige kocht zich nu vrij. Intussen nam de bevolking toe en de kleine boeren wilden ontginnen, waardoor woeste grond begeerlijk werd. Maar er was nog genoeg ruimte. Bos, moeras, veen - grote gebieden waarin iedereen (voorlopig) zijn gang kon gaan. De bossen leverden bouwmateriaal voor de huizen die toen nog van hout waren; bovendien werd er veel hout gestookt. Daarnaast waren ze het jachtterein voor de varkens die er eikels vonden.
1550++: Ontbossing in Engeland door schapenhouderij.
** Bomen, Hout, Wilgen

Bossen: > Bosland
Bossen & Wouden: (BEW:) > Bosland
Boten: > Schepen

Bouw::
()A araeran (oprichten, bouwen), bacstin (baksteen), beam (balk), beclamman (beklampen = muur met extra baksteenlaag bekleden), bhu (=A bu), bold (bouwwerk, huis, woning), boldan (bouwen), boo (=A bu), bow (bouw, gebouw), bowan (bouwen), bowand (bouwer, bewoner), bowcunst (bouwkunst, bouwkunde), bowhere (bouwheer = opdrachtgever voor de bouw van iets), bowmaester (bouwmeester, architect), bowweareld (bouwwereld), bowwarc (bouwwerk), brec (baksteen), briggbow (bruggenbouw), brigge (brug), bu (bouwsel, onderkomen, hut, burcht, borg), buend (=A bowand), buldan (bouwen), buldere (bouwer, bouwheer), bulding (gebouw, bouwwerk), by (=A bu), calside (kassei, kei, straatsteen, straat, verharde weg), calsidere (stratenmaker), cey (kei, steen), cealc (kalk, krijt), cealcan (kalken, met kalk besmeren, pleisteren), cealcere (witkalker, pleisteraar), cisil (kiezel), claeg (klei, leem), clinc (klink, klinker = harde steen, baksteen, straatsteen), clincar (=A clinc), crutwaegn (kruiwagen), dicbow (dijkenbouw), dowl (duvel = houten pen in balk), flint (flint, kei, vuursteen), grand (=A grant), grant (grind, kiezel, steengruis), grantstin (grindsteen = steen gemaakt van grind en leem, soort zandsteen; AS grandsteen), greafel (greffel), grese (gruis, kiezel, zand), grundwercere (grondwerker), holt (hout), holtbow (houtbouw), how (hoeve, huis), hreod (=A reet), hus (huis), husbow (huizenbouw), lam (leem), lamston (leemsteen = steen gemaakt van leem), leadder (ladder), lim (lijm, leem, kalk), limbloc (leemblok), lime (cementlaag, metselwerk), limery (lemerij = fabriek die leemblokken hakt uit leemgroeven en ze bewerkt of verwerkt voor de bouw van huizen, panden etc.), limston (=A lamston), maerle (=A margel), margel (mergel = mengsel van klei en aarde), marle (=A margel), mudston (mergelsteen; # beige bouwsteen), oferhauwlan (neerhalen, afbreken, demonteren, onderzoeken), panofen (panoven = steenbakkerij die dakpannen maakt), plaster (pleister = leemkalk), plasteran (pleisteren, stucaderen), plastere (stucadoor), plasterwerc (pleisterwerk, stucwerk), pleag (plag = afgestoken zode gras of heide), plafan (plaveien), read (=A red), red (rood zand), reat (riet), rudd (=A red), sand (zand), sandfurdere (zandvervoerder), sandston (zandsteen = steen gemaakt van zand), scealg (schalie, lei, leisteen), seant (sintel), sindel (sintel), sinder (sintel), sod (zode, plag), spald (spouw), spaldan (spouwen), speld (=A spald), stan (=A sten), sten (steen, natuursteen), stenbacere (steenbakker), stenbacery (bakkerij), stenbow (steenbouw), stig (bouwsel, stal, huis, pand, stek), stigan (stijgen, bouwen), stin (=A sten), stinofen (steenbakkerij), stocc (# baksteen), straet (straat = geplaveide weg), straetbow (stratenbouw), straetmakere (straatmaker), tigele (tegel), tigelmakere (tegelmaker), tigelmakery (tegelmakerij), tigelwerc (tegelwerk), timber (hout, bouwmateriaal), uptymearing (bouw), watul (watel), wit (wit zand)
1250nC++: Bron ZWH/p30 schrijft:

Na circa 1250 veranderde er iets: er kwam meer geld in omloop, de pacht kon betaald worden en menige horige kocht zich nu vrij. Intussen nam de bevolking toe en de kleine boeren wilden ontginnen, waardoor woeste grond begeerlijk werd. Maar er was nog genoeg ruimte. Bos, moeras, veen - grote gebieden waarin iedereen (voorlopig) zijn gang kon gaan. De bossen leverden bouwmateriaal voor de huizen die toen nog van hout waren: bovendien werd er veel hout gestookt. Daarnaast waren ze het jachtterein voor de varkens die er eikels vonden. De hei leverde plaggen, ook een bouwmateriaal, en voer voor de schapen.
** AAA, Bouwwerken, Houtwerk, Steenbouw

Bouwen: > Bouw
Bouwkunde: > Bouw
Bouwland: > Akkerland
Bouwmateriaal: (BWM:) > Bouw, Hout, Hazelaars, Wilgen, Leem, Steenbouw, Bakstenen
Bouwoffer: > Ezinge
Bouwsels: > Bouwwerken
Bouwwereld: > Bouw

Bouwwerken: (BWK:)
()A ael (tempel), all (gebouw), bachus (bakhuis, bakoven; staan op erf), bachus (achterhuis = bijgebouw met stal), bays (huis, hut, onderkomen), bathhus (badhuis), beara (bere, berging = huis, schuur), behausing (behuising), behusing (behuizing), bern (schuur), bhu (=A bu), blochus (fort, omwalde vesting), boghus (wc), bold (bouwwerk, huis, woning), boldan (bouwen), boo (=A bu), borc (borg), borchit (borghit = versterkte boerderij), borne (vluchtheuvel, burcht), bouery (boerderij), boulwarc (bolwerk), bourhave (boerenhof, boerderij), bourhus (boerenhuis, boerderij), bow (mv bows; herdershut), bowre (bouwsel, hut, huisje), bowwarc (bouwwerk), brigge (brug), bu (bouwsel, onderkomen, hut, burcht, borg), bur (vertrek, huis), burg (burg, burcht = versterkte plaats, omwalde nederzetting), burh (=A burg), bute (hut, schuurtje), by (=A bu), caemer (kamer), caete (kate, kleine hoeve), cait (kate, kleine hoeve), cate (kate; kote, kleine hoeve), cathe (kate, kleine hoeve), ceamme (hofstede, woning), cell (hut, huis, woning), cingel (singel = gracht, buitenmuur, ringmuur, wal), circe (kerk), cochus (kookhuis; staat op erf), comheod (komhut), cote (kote, kleine hoeve), cotshus (koetshuis), cott (kot, kleine woning), dichus (dijkhuis), dinghus (dinghuis, huis waar gedingd wordt, raadhuis, vergaderruimte), dollhus (gekkenhuis), drenchus (=A drinchus), drinchus (drankhuis, bar, cafee, taveerne), earding (huis, woning), eardingstow (schuilplaats), forewerc (voorwerk = extern gelegen vesting, pand, e.d.), flet (huis), garite (wachttoren, -huisje), geabel (gevel), hale (gebouw), hall (gebouw), ham (huis, woning), hamric (versterkt huis, borg, burgt), hamstede (heemstede = groot landhuis, omgracht en met singels), han (huis, tehuis), have (hoeve), havesatu (havezate, zate), heall (hal, zaal, huis, landhuis, landgoed, paleis), holstede (kleine woning), hoo (huis, oord), hoose (huis), how (huis, oord), hus (huis), huus (=A hoose), husinge (huis + alles wat erbij hoort), hut (hut, huisje, werkplaats), lett (onderkomen, huisje, keet), lime (cementlaag, metselwerk), mentel (mantel, omhulsel), motta (motte = omwald en omgracht huis), mylen (molen), nenhus (achterhuis = schuur met stal), paelas (paleis), palas (paleis), panhus (bierbrouwerij), peand (pand), peandan (beslag leggen op een pand), peanding (panding, beslaglegging op pand), peandscip (bepand, met pand belast), peandwering (pandwering = verzet tegen panding), pesthus (ziekenhuis voor pestlijders), pleayhus (pleithuis, huis waar gepleit en recht gesproken wordt), port (poort, deur), praethus (praathuis, cafť), raedhus (raadhuis, stadhuis), ridherhus (kasteel), rum (ruimte, kamer), sali (zeel, huis zonder kamers), satu (zate, havezate), scadd (=A sceadd), sceadd (schuur, open schuur, bijgebouw voor opbergen van gereedschap, stro, etc of als werkplek voor bakken of koken), scot (hok), scotport (valdeur), scure (schuur), sele (zaal), seli (zaal), seochus (ziekenhuis), solre (zolder), spill (boerderij), staete (state = adellijk huis), sten (huis, kasteel, gevangenis), stencaemere (=A stenhus), stenhus (steenhuis, stenenhuis = versterkt huis), stentor (stenen toren), stig (stek, stal, huis, pand), stins (steenhuis = stenen huis), stowe (schuilplaats, opvanghuis), sulre (zolder), sumorhus (zomerhuis, tuinhuis), syl (zuil), thaec (dak), tollhus (tolhuis, belastingkantoor), tor (=A toran), toran (toren), torra (=A toran), um (=A ham), uptymearing (bouw), utbold (uitbouw, bijgebouw), walla (=A weal), weal (wal, muur, schans), weama (weeme, wheme = huis + hof + 2 morgen land + boomgaard), wunung (woning)
** Komhutten, Molens, Vestingen, Bruggen, Waterwerken, Dijken, Huizen, Komhutten, Kerken, Bijgebouwen (> Huizen), Paleizen, Architectuur, AAA

Boxmeer:
Stad aan de Maas in Noord-Brabant.
** Oeffelt, Holthees, Maashees, Afferden/Maas

Brabant:
De hoge concentratie van de familienaam Hondman (= Hundman, Kapitein) in Bergen in Limburg, Gemert-Bakel, Oss en Breda sterkt verder de these dat na het vertrek van de Romeinen uit Nederland rond 400nC vele Angelen ui NO Nederland zijn gemigreerd naar Limburg en Brabant. Mogelijk gaat het hier om militairen die na de campagne van Offa van Angeln in de regio zijn blijven wonen. Hun manlijke nazaten zullen veelal in de regio zijn blijven wonen. E.e.a. wordt gesterkt door het feit dat mannen doorgaans blijven wonen in de regio waar ze zijn geboren. > Patrilocalisme
** Hundman, Offa van Angeln (Campagne), Hof Englandi, ASA, Limburg

Brakel:
- buurtschap in Boxmeer, genoemd in 1075 als Bracla in een document van de Abdij van Echternach. Naar zeggen betekent Bracla: gescheurd weiland. dit komt overeen met de naam Breukelen (ZA).
- dorp aan de Waal in de gemeente Zaltbommel, in 1228 genoemd als Bracle
- dorp bij Maurik, aangegeven op kaart 25 van bron RZA (1773)
- vrml buurt in Wageningen, genoemd als Bracola in 838nC in een oorkomde van graaf Rodgar van Gelre, die het gebied schenkt aan de St Maartenskerk in Utrecht
- stad circa 10 Km oost van Paderborn in Neder-Saxen
Al deze locaties liggen in Mega Angle, het Anglische Rijk in de periode 300vC-800nC.
¶ De naam Brakel is naar zeggen afgeleid van de Germaanse woorden braco = varen en le (lo) = loofbos op een oeverwal. Aangezien de genoemde locaties alle van zeer oude datum zijn en in die tijd in Anglische territorium liggen, mag men aannemen dat de genoemde Germaanse woorden tot de Anglische taal behoren. De genoemde betekenis van bracla (gescheurd weiland) lijkt derhalve meer waarchijnlijk.
** Angologie, Fordweg Neede (Brakelweg), Breukelen
# WKP 4.4.2010, KBG

Brand: > Vuur
Brandgraven: > Crematie
Brandheuvels: > Crematie

Brandrodes: (BRR:)
Anglisch: Brandreada. Oudste koesoort van Nederland. Kenmerken: prachtig donker roodbruin met witte bles tussen de hoorns en enkele witte plekken op het lijf. Ze zijn erg goedmoedig en sociaal en bewaken hun jongen erg goed. Zijn goed bestand tegen kou en staan winters buiten. Bij hevige kou of warmte staan ze het liefst in een bos. De kaas van Brandrodes smaakt heerlijk en pittig.
400vC++ Brandrodes komen oorsrponkelijk alleen voor in het Yssellandschap, waar rond 200vC Angelen settelen. Rechts: brandrodes bij een poel in een wei. (afb ©)
 
400vC++: Brandrodes lijken uiterlijk sterk op een egaal rood/bruine koesoort in GeorgiŽ en ArmeniŽ aan de Zwarte Zee. Mogelijk is deze koesoort door de Angelen uit die regio's geÔmporteerd en verder gefokt. Dat kan gebeurd zijn in de periode sinds 400vC, toen de Angelen al handel dreven met landen in Zuid Europa via de waterroute Haithabu-Dvina/W.Rusland-ZwarteZee-Kreta. > Barnsteen
400nC++: Angelland bestaat voor een zeer groot deel uit moerassen, veengebieden, plassen, meren, beken en rivieren. (> Landschap) Bij de oversteek van grote rivieren en meren gebruiken mensen vaak een veerboot.
               

Boven: Een Anglische veerboot met brandrodes rond 400nC. Het aquarel is gemaakt door Hester Jans-Molenberg na zorgvuldig historisch onderzoek. Het type veerboot heet een bok (Angl. bocc). Het is een platbodem, een soort praam die in NO Nederland veel werd gebruikt in veengebieden. O.a. als turfboot of veerboot. (@ aquarel © BCK)

Engeland:
--- 450nC++: De Brandrode lijkt door de Angelen meegenomen naar Engeland. Mogelijk al tijdens hun massamigratie naar Brittannia in de periode 450-550nC.
--- 600nC++: In Somerset (HAG, ZO Engeland) maken de eerste Anglische settlers rond 600nC al kaas voor de verkoop. (BBCtv 30.9.2010)
--- 650nC++: Wapen Oxford/GB: Op zilver (wit) een rode os boven vier blauwe golven. De golven symboliseren kenlijk de rivier Cherwell. De rode os zal ongetwijfeld een Brandrode zijn. Brandrodes zijn immers de oudste koesoort van de Angelen en komen in Nederland tegenwoordig nog steeds tamelijk veel voor. O.a. bij Oxe (gehucht bij Deventer) in een weide naast een brug over de Schipbeek, daar waar vroeger vrij zeker een ossevoorde lag. Verder in een weide in De Worp aan de Yssel aan de overkant van Deventer. Brandrodes zijn prachtig donker bruinrode koeien, zeer goedmoedig en onderling opmerkelijk sociaal. Deze koesoort is door de Angelen ergens rond 500vC geÔmporteerd uit de regio rond de Zwarte Zee en tijdens hun migraties naar elders steeds meegenomen. > PgBrit/Oxford
--- 1500: Tijdens de regering van de Engelse koning Hendrik VIII (1491-1547) blijken Brandrodes al in ruime mate voor te komen in Engeland. #TheTudors
--- 1900: Op vele Engelse fotokaarten van rond anno 1900 zijn de Brandrodes goed te zien.
2010++: Brandrodes komen in Nederland nog voor in enkele regio's. O.a. in Leusveld bij Hall (Eerbeek), in De Worp bij Deventer, in Haren/Brabant en op boerderij Angelhoven in Kernhem bij Ede. #FRI > Angelhoven
2014: In Nederland komen nog maar 1300 Brandrodes voor. Oorzaak: technische ontwikkelingen. #DeTelegraaf 3.5.2014
** Koeien

Brandstapel:
()A deaddom (doodstraf), dom (oordeel, straf), doman (oordelen, veroordelen, straffen), galga (galg), scafot (schavot), staca (brandstapel)
Ith Hils: Groot heuvelgebied tussen Hamelen en Einbeck, circa 40 Km ZW van Hannover, in Neder-Saxen. In de Hils ligt de Koppenberg waar een oude ding- en offerplaats ligt. Historici menen dat de locale bevolking daar zonneraden lieten branden tijdens rituelen. Enkele bewoners uit Koppenberg zouden daar ter dood veroordeeld zijn. Dat zou de oorsprong zijn van de overlevering van de Rattenvanger van Hamelen.
1400nC++ Inquisitie: Overal in Europa worden ketters vervolgd en gestraft.:
- 1431nC: Op 30 mei 1431 wordt te Rouaan in Noord Frankrijk Jeanne d'Arc op de brandstapel ter dood gebracht.
- 1522nC: In 1522 worden twee Augustijner monniken in Brussel levend verbrand.
- 1525nC: Op 25 september 1525 wordt Jan de Bakker, een priester uit Woubrugge (Zuid-Holland), voor het Prinsenhof te Delft op de brandstapel als eerste ketter uit de Noordelijke Nederlanden levend verbrand. Hij had o.a. twijfels over het Laatste Avondmaal en het celibaat. Onder de aanwezigen is landvoogdes Margaretha van Oostenrijk. In Woubrugge is bij de NH Kerk in het centrum een gedenksteen geplaatst ter nagedachtenis aan deze dorpspastoor, die de moed had zich kritisch te uiten over het Roomse geloof.

- 1544nC: Het meest bekend is freule Maria van Beckum, Doopsgezinde martelares, 13.11.1544 ter dood gebracht op de brandstapel op het Galgenveld tegenover de Algemene Begraafplaats aan de Langestraat in Ambt-Delden langs de weg van Delden naar Goor, op last van regentes Maria van Hongarije en uitgevoerd door drost Goossen van Raesfelt, wonend op huis Twickel.
> Beckum
 
- 1566++: Na de beeldenstorm in 1566 escaleren de vervolgingen en worden mensen op grote schaal vervolgd en gestraft. Alleen voor de regio Antwerpen, Brugge, Doornik, Duinkerken, Gent Hontschoote, Ieper, Kortrijk, Oudenaarde, Rijsel, Ronse, St Winoxbergen, Veurne en Wervik in Vlaanderen. Voor deze regio geeft blikopdewereld.nl 13.2.08 de volgende cijfers:

1559 (9), 1560 (30), 1561 (39), 1562 (58),
1563 (42), 1564 (15), 1565 (4), 1566 (7)
Per saldo worden in de 16e eeuw 2000 Nederlandse en Vlaamse Protestanten door de Inquisitie levend verbrand op de brandstapel. Van de 2000 slachtoffers van dit extreem wrede proces waren 1600 Doopsgezind. #DeTelegraaf 25.2.2011
- 1600 Rome: Op 17 februari wordt Giordano Bruno op het Campo dei Fiori in Rome levend verbrand. Hij was een Dominicaanse priester, wiskundige, sterrekundige en dichter. Net als Copernicus was hij van mening dat de aarde om de zon draait en niet andersom, dat sterren verre zonnen zijn waaromheen planeten draaien en dat het universum grenzeloos is. De Katholieke Kerk had andere meningen en veroordeelde Bruno tot de brandstapel. #DeTelegraaf 4.10.2014
- 1605 Azewijn: De Laak in Azweijn (Gld) is een plas in een diepe kuil in de dorpskern. Hier wordt Mechteld ten Ham in 1605 levend verbrand. Zij was de laatste vrouw in Nederland die tijdens de gruwelijke heksenvervolging in Europa op de brandstapel werd gezet.
** Straffen, Doodstraf, Inquisitie

Brandstapelheuvels:
Grafheuvels waar creamtie plaats vond en crematieresten resten liggen. > Crematie

Brandstoffen: (BRS:)
()A braend (brand, vlam), braend (brandstof), braend (veld waar brandstof wordt gehaald; i.c. turf)
timetable:
70mljVC++: hout voor kampvuur Bushmen > Hout
200000vC++: dierenvet brandstof voor olielampen > Dierenvet
1400vC++: plantenolie voor lampjes Egyptenaren > Olie
700vC++: houtskool om ijzer te smelten > Houtskool
336vC++: steenkool > Steenkool
146vC++: turf als brandstof in de Lage Landen > Turf
100nC++: plantenolie voor lampjes in Syria en Rome > Olie
850nC++: cokes > Cokes
1100++: Nederland start met turfwinning op grote schaal. Hierdoor komt veel goedkope brandstof beschikbaar. De baksteenmakers gebruiken sindsdien ovens waarin ze de bakstenen in snel tempo droog stoken.
1850++: moerasgas > Moerasgas
1900++: bruinkool
** Vuur

Breckinckwurth:
Oud leengoed in Groot Dochteren bij Lochem. Volgens acte in 1547 beleend: Haio Ripperda, leenheer van het goed Breckinckwoerth, beleent Joest Naegelt, als man en momber van juffer Anna van Keppel, dochter van zal. Johan van Keppel met het goed Breckinckwurth, gelegen in het ampt Lochem, buurtschap der grothen Sijth Duchteren; ten overstaan van Frederich van Keppell, heer toe Verwolde en Willem Veikens, leenmannen, 1547 augustus 23; Op sunt avont Bartolomeus ap. 1547. (# Gelders Archief nov 2013)
¶ De regio Dochteren wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Twente. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch brec (breuk, nieuw ontgonnen land) + ing (volk) + weorth (wierde, laag gelegen land). Dus: de wierde van het volk (familie) bij/van het nieuw ontgonnen land. De uitgang -inck is een versaxing van -ing die rond 1375 plaats vindt.
¶ Breckingwurth kan ook zijn afgeleid van Anglisch breccing = brekking = een soort varen. Breckingwurth betekent dan: de wierde waar veel brekking groeit.
** ASA, Versaxing

Bredeburg:
Nederlandse familienaam, mogelijk afkomstig van Huis Breedeborgh in De Breede, gelegen ZO van Warffum in Noord Groningen. De regio wordt al sinds circa 500vC bevolkt door Angelen uit Oost Groningen. De naam Bredeborgh kan derhalve zijn afgeleid van Anglisch brad (breed) + burg (burg, borg).
¶ Inspectie ter plekke toont dat Huis Breedeborgh een fraai pand is en dat het geheel feitelijk de status vertoont van een oude havezathe.
¶ In Cleveland (Yorkshire) ligt een gehucht met de naam Bradbury, circa 15 Km NO van Billingham bij Middlesborough. Bradbury betekent in Anglisch hetzelfde als Bredeburg in Groningen. De naam Billing komt bovendien relatief vaak voor in plaatsnamen in Groningen en in Noord Engeland. (> Billinge) Het lijkt er derhalve op dat Bradbury is gesticht door Angelen, afkomstig uit Bredeburg in Groningen. (> Regionamen) Burchten of borgen dateren al van circa 3000vC, eerst in SoemeriŽ en later steeds verder in noordelijke landen. (> Burchten)
¶ Bradbury in Cleveland schijnt oorspronkelijk een graafschap te zijn geweest. Mogelijk is of was er dan ook een Manor Bradbury. Vooralsnog is daarover niets bekend.
¶ In Engeland en andere Angel-Saxische landen komt de naam Bradbury ook voor als familienaam. In Nederland komt de familienaam Bredeburg o.a. voor als Bredenburg. Bekend is Johannes Bredenburg (1643-1691), een handelaar in wijnen en daarnaast wever. Hij schreef een kritisch werk over de filosofie van Spinoza.
# FRI, KTB (1778), Google Maps 17.6.2010, DAB, KBG

Bredevoort:
Stadje in de Achterhoek. Bekend als boekenstad, waar vele antiquairs gevestigd zijn. De naam Bredevoort is afgeleid van Anglisch brad (breed) en ford (voorde). De brede voorde dus. De regio is rond 150vC bevolkt door Angelen uit de regio Neede en Eibergen.
¶ De naam Bredevoort komt rond 1300 voor als Bredeford. Ook als familienaam. O.a. in Engeland. Later verschijnt de Nederlandse variant Breevoort.
¶ In Engeland vinden we de stad Bradford bij Leeds in Mercia (NO Engeland).

Breukelen:
Stad aan de Vecht in Utrecht. De regio wordt rond 100nC bevolkt door Angelen uit de Veluwe. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch bracla (gescheurd weiland).
¶ In Norfolk (East Anglia, GB) ligt de plaats Breckles. De regio is in 450-550nC bevolkt door Angelen van het Continent. In Breckles zijn artefacts gevonden van een Anglische nederzetting. O.a. een omgrachte hoeve. Breckles is naar zeggen afgeleid van brec (breuk) en laes (weiland). Gebroken weiland dus. Deze betekenis is dus identiek aan de betekenis van bracla.
** ASA

Brittannia: > PgBrit
Broches: > Kleding (Gallery), Archeologie

 

Broederschap: (BRS:)
()A blodbrothor (bloedbroeder, kameraad), brotherred (broederschap), brothor (broeder, broer), mayne (gemeente, broederschap, verbond), read (rood = kleur van bloed, liefde en verbondenheid), red (=A read), redmayne (rode bond, band), rudd (=A read), wit (wit, zuiver; kleur van zuiverheid)

 
¶ Rechtsboven: de redmayne: een witte vlag met rood X-kruis. Ze is het eeuwenoude symbool van eenheid in vrijheid.
¶ Het X-kruis ofwel schuinkruis komt voor in vele historische vlaggen. Zoals Mercia, Ierland en Schotland. De oude Angel-Saxen voeren het schuinkruis op hun munten en wapenschilden. De boroughs van de Thames nabij London Bridge in Londen hebben in de middeleeuwen boven de gates (poorten) een groot wapen met daarop een rood X-kruis op een wit rechthoekig veld. Deze boroughs zijn in 889nC gebouwd door Ethelred II van Mercia om de brug over de Thames te beschermen. Aan elke oever staat een borough. Mercia is circa 650-900nC het grootste en machtigste Anglische Rijk in Brittannia.
¶ Op de oudste munten van Engeland is een zgn X-kruis afgebeeld. Engelse ridders en krijgers voeren in die tijd schilden met een rood X-kruis, het symbool van de Gewisse (= bondgenoten). Dit X-kruis is gelijk aan de letter X (Geofu, Gyfu) in de Futhark, het oude Runen-alfabet. Dit teken staat voor de moderne letter G en wordt uitgesproken als de g-klank in Geoffrey.
¶ Volgens bron RGT staat het runenteken X voor Gebo dat geven betekent. De uitspraak is een harde G zoals in het Engelse woord 'gift'. (> Runentekens) Op pagina 55 schrijft bron RGT verder:
Het is ook het teken dat door bloedbroeders wordt gemaakt, als de ingesnede polsen worden gekruist in een rituele bloedruil. Daarom betekent Gebo ook mystiek verbond en rituele verbintenis. Op een meer wereldlijk niveau kan het duiden op het sluiten van elke belangrijke verbintenis.
¶ Een sterk bewijs voor de juistheid van deze stelling is te vinden in het X-teken dat in heden en verleden vaak is gebruikt als teken van verbintenis, o.a. bij een huwelijk. Een zgn alliantieteken dus. Bijvoorbeeld in genealogiŽn. Zo betekent Jan Valkenier x Miriam van Frieswijk dat Jan Valkenier is gehuwd met Miriam van Frieswijk. Verder wordt bloedcontact door velen nog steeds beschouwd als een symbool voor ultieme eenwording. Het X-kruis of Gebo heeft dus nog steeds een sterke mystieke betekenis. Opmerkelijk in dezen is dat bij bloedcontact en bij huwelijk ook nog steeds gesproken wordt over bloedbanden en bloedverwantschap.
** Asbool, ABA, Redmayne, Vriendschap, Liefde & Verbondenheid, Solidariteit, Hengest & Horsa

Broekland: > Veenland, Moerasland
Broekland: dorp in Salland > Hengevelde/Wijhe
Brokope: > Oldeberkoop

Bronc:
Het woord bronk komt o.a. voor in Bronkhorst en de Bronkweg in Drempt. Bronkorst ligt aan de IJssel tussen Zutphen en Doesburg. Drempt grenst in het zuiden aan Doesburg. De Bronkweg is een smalle landweg. Kennelijk gaat het hier om een locatie met de naam Bronk waarnaar Bronkhorst en de Bronkweg zijn genoemd. Dit Bronk moet liggen tussen Bronkhorst en Drempt. Vooralsnog is die locatie niet gevonden.
¶ In het Spaans is bronco = ruw, onbewerkt, wild (omgeving), nors, onvriendelijk, etc. Mogelijk hangt dit woord samen met de naam Bronneger, een gehucht bij Borger in Drente. Bronneger wordt in de streektaal Bronger genoemd.
¶ Bij Bronneger ligt het Bronnegerveen. Kennelijk gaat het hier om een voormalig woest gebied. De naam Bronger kan dan zijn afgeleid van bronk = wild, woest, wildernis, woestenij.
¶ De regio Bronneger (Bronger) wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Zuid Groningen. De naam Bronger lijkt derhalve afgeleid van het Anglische woord bronc = wildernis, woestenij.
# FRI, KBG

Bronckhorst:
Agglomeratie van steden en dorpen in ZO Gelderland ontstaan in 2000 door de gemeentelijke herindeling, omvattend: Bronkhorst, Keijenborg, Hengelo Gld, Vorden, Kranenburg Gld, Wijchmond, etc.
** Bronkhorst

Brongers:
Nederlandse familienaam. De naam komt in 1947 totaal 403x voor met piek van 79x in Drente. De hoogste frekwentie is in Veendam (2010 79x). Gezien deze context lijkt de naam afkomstig uit Bronneger, een gehucht in Borger (Drente). Bronneger heet in de regiotaal Bronger. Brongers is dus iemand uit Bronger, welke naam lijkt afgeleid van Anglisch bronc = wildernis, woestenij.
** Bronc
# Meertens Instituut 30.7.2010, KBG

Bronkhorst:
Stadje aan de IJssel in Gelderland, tussen Zutphen en Doesburg. Anno 2010 circa 300 inwoners. Rond 200vC wordt de regio tussen Zutphen en Doesburg bevolkt door Angelen, vrijwel zeker uit Berkelland. Gezien de context is Bronkhorst derhalve vrij zeker van oorsprong een Anglische nederzetting.
¶ Op kaart KGH (Hertogdom Gelre) van 1593 staat de naam geschreven als Brochorst. Deze naam lijkt afgeleid van Anglisch broc (broek, drasland) en hyrst (horst, zandhoogte).
¶ Op kaart RZA (1773) staat Bronkhorst geschreven als Bronkhorst. De naamsverandering dateert dus uit de periode 1594-1772. Mogelijk dus rond 1680.
¶ Gaan we uit van de gangbare opvatting dat Bronckhorst de oudste schrijfwijze is, dan zal de naam zijn afgeleid van Anglisch bronc, zijnde een wild of woest gebied ofwel wildernis of woestenij. Horst is dan afgeleid van Anglisch hyrst, zijnde een horst. Bronckhorst is dan volgens Anglische regionamen: de horst bij een woest gebied (weuste). De regio is inderdaad in vroegere tijden een groot drasland geweest met woeste begroeÔng.
¶ Bronkhorst heeft een heel oud centrum, dat dateert uit de 13e-14e eeuw. Zo staat er o.a. de oudste herberg van Nederland. Ooit stond er het kasteel van de Heren van Bronckhorst. Helaas is dat gesloopt in de 19e eeuw. Alleen het Slotkapel uit 1344 staat er nog.
¶ De panden in Bronkhorst zijn opgetrokken uit bakstenen en zijn dus gebouwd in de 13e eeuw of daarna. (> Steenbouw) De meeste hebben relatief lage muren en grote brede wolfdaken. Enkele hebben schilddaken. De lage muren en schilddaken duiden op zeer oude leeftijd. De wolfdaken zijn kenmerkend voor de Anglische architectuur sinds circa 950nC. Ze komen voornamelijk voor in NO Nederland, waar de Angelen zich hebben gesetteld vanuit het noorden sinds circa 500vC. (> Wolfdaken, ASA)
¶ Het adellijk geslacht Van Bronckhorst heeft door de eeuwen veel bezit in heel Noord Nederland. De oudst bekende telg is Adam van Bronckhorst, die wordt genoemd in 1127-1131.
** Broc, Bronckhorst, Borculo, HAVA
# FRI, WP, KGH (1593)

Bronnen: btr historische infobronnen mbt Angelland > HBA, HBAA, HKEA, Neven

Brons:
()A brun (bruin), bruns (zn brons; bn bronzen, bronskleurig = groenbruin)
¶ Brons is een legering gemaakt van 60% koper en andere metalen en stoffen, die het koper sterk, stabiel en duurzaam maken.
3000vC++: Egyptenaren bouwen paardewagens met twee wielen (6 spaken) + kar (voorkant gerond) + stang (met twee jukken) getrokken door twee paarden. Ook maken ze bits (van brons) en plastoilets voor hun paarden. #BBC4tv8.5.2014/Qantir
2000-800vC Bronstijd: Dit tijdperk duurt officieel van circa 2000-800vC. Daarna wordt brons vervangen door ijzer. Brons wordt dan steeds minder gebruikt. Hoofdzakelijk nog voor ornamenten, deurbeslag, siervoorwerpen, etc.
550nC++: Bron WAB/p84 schrijft:

Weland or Weyland, the blacksmith of the gods, still figures in English folklore; and close to the ancient Ridge Way along the Berkshire Downs ... there is a prehistoric tomb ... locally called Wayland Smith's Cave ... this group of stones originally formed the sepulchral chamber inside a burial mound ... and in Anglo-Saxon times ... may have been supposed to be Weland's forge owing to the finding there of bronze weapons ...
Berkshire is een historisch Anglisch gebied in centraal Engeland. Dit betekent dat de Angelen in Engeland rond 550nC nog wapens gebruiken gemaakt van brons.
** Bruns, Appel

Bronstijd: > Brons

Bronsvoord:
Alias Bronsvoort. Familienaam afkomstig uit de regio Bathmen. De naam lijkt afgeleid van een voorde in een beek met de naam Brons of Bruns. Analoog aan de naam Brunshorst in aangrenzend Markelo: de horst bij de Bruns.
Brunsvoort: Bosgebied links aan de weg van Bathmen naar Dorth. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Markelo. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch bruns (heideveld) + ford (voorde = doorwaadbare plek in beek of rivier). Dus: de voorde bij het heideveld.
¶ De Bronsvoorderdijk is een weg parallel aan de Schipbeek. Deze weg kruist nabij de Wippert de Voorstebeek komend van de Kooidijk. Op nummer 25 van de Bronsvoorderdijk staat boerderij Groot Bronsvoort. Deze bestaat al in de 17e eeuw, gezien de naam Bronsvoort van een familie die daar heeft gewoond.
¶ In Engeland komt de familienaam Brunsford voor. Een locatie Brunsford is daar vooralsnog niet gevonden. Mogelijk is de familie derhalve afkomstig uit Bronsvoord in Bathmen. Aangezien de familienaam Brunsford in Engeland nogal veel voorkomt, lijkt het dat deze familie zeer lang geleden is gemigreerd uit Bathmen. Ipso facto lijkt Brunsford de oudste naamvorm van Bronsvoord te zijn. Deze vorm staat ook dichter bij het Oud Anglisch, zoals hierboven vermeld. Bovendien strookt dat beter met de naam Brunshorst in aangrenzend Markelo.
** Hunnepe, Voorde

Brood:
()A bachus (bakhuis, bakoven; stond op erf), bacofen (bakoven), bacspicer (bakoven), blom (bloem = meel), bread (brood), breadofen (broodoven = oven voor bakken van brood), brunbread (bruinbrood), caeg (puntbrood), cruma (kruim, kruimel, binnenste van brood), dag (deeg), gist (gist), hlaf (stuk brood), melo (meel), meolo (meel), rygebread (roggebrood), smeorre (varkensvet met gebakken uitjes; # broodbeleg), soppe (soep, geweekt brood), speltbread (speltbrood), stot (wit brood), sucerbread (suikerbrood), surdag (zuurdeeg, zuurdesem), wealcan (kneden, drukken, persen), wegga (tarwebrood, witbrood)
2013 Macedonia: Vele mensen op het land hebben daar een stenen bakoven in de tuin waarin brood wordt gebakken. (> Macedonia) In Twente hebben vele oude huizen op het land nog een oude bakspieker (bakoven) in de tuin. Ze worden alleen niet meer gebruikt.
** Voedsel, Rogge, KBB (Koken, Bakken & Braden)

Brucht:
Gehucht bij Heemse/Hardenberg.
100vC: Bructeri komen met ossewagens en settelen in de regio Brucht. (#HED/p7) Ze zijn een onderstam van de Angelen.
** Hardenberg, Bructen

Bructen: Anglisch onderstam. Latijn: Bructeri. > Brucht
Bructeri: > Bructen

Bruggelen:
Regio tussen Beekbergen en Apeldoorn op de Veluwe. Rond 100vC settelen Angelen uit West Salland in de regio Apeldoorn.
¶ Oudste vermelding van Bruggelen is in 801nC in een giftbrief, waarin Podolf, zoon van Wibald, zijn hof in Englandi, annex weiden en rechten, alsmede het woud Braclog (Bruggelen) schenkt aan de Abdij van Werden bij Duisburg aan de Rhur.
¶ De naam Braclog is volgens sommigen afgeleid van braclog = braakliggend gat. Deze term lijkt echter geen enkle betekenis te hebben. Braakliggend heeft betrekking op een stuk land. Niet op een gat. Bovendien gaat het om een woud.
¶ Genoemd woord woud is mogelijk een vertaling van het toenmalig gangbare woord wold, Anglisch wud, wudu; later: wald = open landstreek, weide, struikgewas. Het landschap in Noord Europa bestaat in die tijd voornamelijk uit grote open vlakten begroeid met gras en weinig bomen. In moerassen groeien daarentegen vealal struiken en lage bomen.
¶ Aan de Arnhemseweg richting Beekbergen ligt vlak na de Vale Ouwe rechts een erf met de naam Het Struweel (Angl: Struwell). Struweel betekent struikgewas. Het erf ligt aan de rand van Bruggelen. Aangezien erfnamen vaak oude veldnamen zijn, kan de naam Het Struweel betekenen dat de regio nogal moerassig was.
¶ Kaart RZA/33 (1773) vermeldt het Els Bosch tussen de Nagelpoel (Bruggelen) en Beekbergen. Els Bosch betekent Elzenbos = een bos waar elzen groeien. Elzen groeien voornamelijk in drasland. (> Els) Dat bevestigt dat de regio inderdaad drassig en moerassig is.
¶ Per saldo lijkt Braclog een verschrijving van Barclog. Die naam lijkt afgeleid van Anglisch bar (bever) + clog (ravijn met sterk stromende rivier of beek). Mogelijk was daar sprake van beverjacht. De Angelen zijn namelijk vele eeuwen lang notoire beverjagers.
¶ Stichting Natuurwaarden Enken Beekbergen schrijft bij De buurtschap Engeland dat Podolfus, zoon van Wibald, zijn hof in Englandi met daarbij behorende weiden en rechten, alsmede een aandeel in het woud Barclog schenkt aan de abdij van Werden bij Duisburg aan de RŁhr. (sbne-beekbergen.nl 23.5.2011) Maw: zij noemen niet Braclog maar Barclog.
¶ Voorgaande optie lijkt sterk te worden bevestigd door de waterval bij de Windemolens in Ugchelen aan de G.P. Duuringlaan. De waterval is ruim drie meter hoog. De Ugchelse Beek klettert daar naar beneden en drijft er de watermolens aan van De Windemolens, gebouwd in 1641 en 1740. Deze Windemolens branden af in 1896. Daarna worden ze herbouwd als wasserij.
De plek van de Windemolens grenst aan de regio's Engeland en Engelander Holt in Beekbergen. Nabij die plek lag ook een meertje. Mogelijk lag dit meertje halverwege de huidige Ugchelsegrensweg. In de verderop liggende buurt de Bouwhof ligt een grote plas, dat waarschijnlijk het vroegere Nagelpoel was, zoals aangegeven op kaart RZA/33 (1773).
¶ In en nabij Ugchelen liggen tot in de 18e eeuw enige moerassen. O.a. Reytbroek en mogelijk ook Snakenbroek. (> Snakenbroek) Ook elders liggen daaromtrent in die tijd broeklanden. O.a. langs rivier de Grift met haar vele zijtakken. Op kaart RZA/33 (1773) staan zeven watermolens getekend bij de Grift. O.a. de Hamermolen aan de Hoenderloseweg in Ugchelen, die anno 2011 nog steeds bestaat.
¶ De aanwezigheid van stromend water, plassen en moerassen in Bruggelen en het latere Ugchelen maakt de regio uitstekend geschikt voor bevers, die tot in de 19e eeuw nog veel voorkomen in Nederland. (> Bevers) Anglische beverjagers zullen daar dus zeker een goed bestaan hebben gevonden.
¶ De naam Barclog lijkt verwant aan de naam Barclow die in Engeland voorkomt als familienaam. Ook bestaat de ruÔne Barclow Hall in Cumbria, dat o.a. gezien de toponimie lijkt bevolkt door Angelen uit Nederland. (> Diepenheim, Cumbria) Rond 450-550nC zijn vele Angelen vanuit Angelland gemigreerd naar Brittannia. De reden was voornamelijk de langdurige watersnood, die al rond 300nC begint. Uit de regio Olst, Wijhe, Broekland en Apeldoorn migreren er ook velen. > M35
** Engeland Beekbergen, Ugchelen, Beverjacht, Beversites, Barclaw

Bruggen:
()A arce (boog, brug), badd (plankbrug zonder leuning), balcbrigge (balkbrug = brug van balken), bart (houten brugdek), briggbow (bruggenbouw), brigge (brug), brycg (=A brigge), bryeg (=A brigge), cambrycg (kambrug = brug met pijlers), cembrycg (kembrug = kambrug), clappe (klapbrug), cnuppelpaedh (knuppelpad = pad van boomstammetjes in drassig gebied), cnuppelwaeg (knuppelweg, veenbrug), crumbrycge (boogbrug), earc (=A arce), falbrycge (valbrug, ophaalbrug), fenbrigge (veenbrug), flonder (=A fonder), fonder (vonder = losse brug over sloot), fundel (vondel = loopplank, brugje), gewat (brug, etc), houlbrygge (hoelbrug = hoge stenen brug over water), houle (=A houlbrygge), holbrigge (boogbrug; =A houlbrygge), pleancbrigge (plankenbrug = veenbrug gemaakt van ruwe planken), scipbrigge (schipbrug, pontonbrug), spic (brug), spicca (brug van planken bedekt met takkebossen en plaggen), steg (loopplank, brugje), stenbrigge (steenbrug, stenen brug), thimebrycge (thiemsbrug = brug over traag stromend water), tilla (brug), truncbrigge (tronkbrug = brug van tronken/boomstammen), wincbrigge (lierbrug = veerboot getrokken door een lier), wippe (klapbrug)
Voorden: Bij de aanleg van een brug zal men zo veel mogelijk rekening houden met het bestaande wegennet. In het verleden goldt dat zeker in nog sterkere mate dan anno 2010. Vroeger was het bouwen van een brug en de aanleg van aansluitende wegen immers veel zwaarder dan anno 2010. Zo ligt de oude voorde bij Hackfort Ao 2011 onder de brug van de Baakseweg vlakbij de ingang van kasteel Hackfort. Ook bij Oxe bij Colmschate is zulks het geval. > Hackfort, Oxevoorde, Voorden
Veerponten: Veerrechten zijn lange tijd in handen van een leenheer en later van de steden. Ze brengen veel geld op en hinderen de scheepvaart nauwelijks. De bouw van bruggen is daarom lange tijd tegen gehouden. #MGH > Veerdiensten
2100vC: Veenbruggen worden al gebouwd sinds circa 2100vC. Ze werden gebruikt in drasland en gemaakt van stammen en planken. > Veenbruggen, Kyllot
2100vC: Balkbruggen zijn gemaakt van boomstammen, die gelegd worden over een sloot, beek of rivier. Ze lijken erg op veenbruggen en kunnen vrij zeker al rond die tijd in gebruik zijn. In IndonesiŽ worden ze bevoor 1950 al op ruime schaal gebuikt in afgelegen gebieden. (#FRI) Anno 2013 worden ze ook nog gebruikt in afgelegen gebieden van Cambodja en Laos. (# doc TV9 3.3.2013) Vrijwel zeker worden ze elders ook nog veel gebruikt.
1000vC: Houten bruggen over de Thames bij Londen. #BBCtv/SimonReeve/dec2013
350vC: De oudste veenbrug in Nederland is de Valtherbrug bij Valthe in Drente. Ze dateert van circa 350vC. Deze brug was gemaakt van boomstammen en planken en liep over 12 Km van Valthe naar Ter Apel.

250vC: Foto rechts: de veenbrug in 't Kyllot bij Smilde in Drent. Ze dateert van circa 250vC. (©)
> Veenbruggen, Kyllot
 

100nC: Een motte is het prototype van de latere kastelen. Ze dateren uit al uit 100nC en komen in heel NW Europa voor. Ze werden gebouwd op een heuvel, omringd door een veld, een wal, een ringgracht met een ophaalbrug. Maw: bruggen bestaan al rond 100nC. Foto rechts: replica van de historische brug (links) bij de motte in Kuinre.
> Motte, Kuinre
 
 

250nC: Romeinen bouwen stenen kambrug over de Maas bij Maastricht (Reno Trajectina). Later heet ze de St Servaasbrug. Anno 1275 bezwijkt de brug tijdens een processie. In 1298 wordt de brug herbouwd in de oude Romeinse stijl. Anno 2012 bestaat deze brug nog steeds. Ze is de oudste stenen brug van Nederland.
rechts: zwart-wit uitsnede schilderij St Servaasbrug (onbekende meester)
 

300nC++: Romeinen bouwen schipbruggen: kleine boten onderling verbonden met drie vastgebonden sterke balken en daarop loopplanken. (# De Re Militari Lib. XI; c 1550)
400nC: Spijk aan de Rijn heet rond 400nC Herispich AVA heri (leger) + spic (brug). Er ligt daar dus een legerbrug die beide oefers met elkaar verbindt. Geonamen hebben tijd nodig om bekend te worden. De brug kan dus mogelijk van oudere datum zijn. > Spijk/Rijn
400nC++: Knuppelbrug in Fortmond/Yssel > Fortmond
400nC++*: Kembrug in Slagharen > Kembrug
900nC++*: Schipbrug Deventer-DeWorp met klapbrug in midden? (#tekening)
900nC++*: Schipbrug Zutphen-DeHoven? (#FRI)
1300++: Bij hoog water zijn vele voorden onbetrouwbaar. Daarom worden belangrijke voorden sinds circa 1300nC vervangen door bruggen. > Voorden
1445: Ysselbrug Kampen (houten paalbrug)
1482: Ysselbrug Deventer Houten paalbrug tussen Deventer en DeWorp.
1485: Ysselbrug Zutphen Houten paalbrug tussen Zutphen en DeHoven. Resten gevonden in 2012.
1579: Twee schipbruggen over de Maas bij Maastricht tijdens Spaans beleg. (# grafure in Duitse krant uit die tijd)
1779: De eerste brug van gietijzer is de Iron Bridge in Groot Brittannia.
1813: schipbrug Veessen/Yssel Later afgebroken.
2013: In afgelegen gebieden van Laos worden nog trunkbruggen gebruikt, gemaakt van boomstammen. (# doc TV9 3.3.2013)
** Steenbouw

Bruns:
Anglisch bruns =
- brons (legering van koper) > Brons
- bronskleurig
- heide of heideveld omdat heide in winter en voorjaar nogal bruin kleurt
¶ De term bruns of variaties daarvan komen voor in de volgende namen:
- Bronsbergen: gebied NW van Wichmond (kaart 73 bron HTN/1783). De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Berkelland.
- Brunsveld: Natuurgebied tussen Zelhem en Yzevoorde/Doetinchem.
- Brunsveld: Landgoed. Genoemd in oorkonde 1244 als bezit van abdij van Elten.
- Brunsveld: Familienaam die voornamelijk voorkomt in Gelderland en Overijssel. Herkomstgebied lijkt Lochem, waar de hoogste frekwentie is. Rond 200vC settelen Angelen in Lochem en directe omgeving.
- Brunsvoort: Bosgebied links aan de weg van Bathmen naar Dorth. De regio wordt rond 200vC bevolkt door Angelen uit Markelo. > Bronsvoord

Brunsvoord: > Bronsvoord

Brunswijk:
Duits: Braunschweig. Stad in NederSaxen, circa 40 Km zuidoost van Hannover. Naar zeggen bevindt zich daar rond 200nC een grote Anglische nederzetting. Gezien de historische migratiestromen kunnen deze Angelen zich daar gevestigd hebben rond 250vC. De naam Brunswijk lijkt derhalve afgeleid van Anglisch bruns (heideveld) + wic (wijk, buurt).
** Bruns, ASA

Brunt:
Anglische mansnaam. Betekenis: strijdkern, brandpunt, brandhaard, kernmacht van een aanval, centrale kracht in een veldslag, hevigste furie in een strijd. De naam Brunt komt in Engeland voor als Brund. O.a. in:
- Brund Fell (Bruntvel = Bruntveld) bij Keswick in het Lake District (Cumbria)
- Brund Low (Bruntloo), een ronde barrow (burcht) in Staffordshire.
Beide locaties liggen in Mercia, een oorspronkelijk Anglisch gebied in Midden Engeland. (> PgBrit/Brittannia)
¶ De naam Brunt komt in Nederland ook voor als familienaam. Verspreiding: 1947 totaal 234x met piek van 115x in ZuidHolland. Verder in de regio Bruntinge in Midden Drente en hoge frekwenties in Coevorden en Tynaarlo (Groningen).
** Bruntinge
# J.T. Weggemans 26.7.2010, lexic.us 26.7.2010, Meertens Instituut 28.7.2010, DAB, KBG

Bruntinge:
Esdorp bij Orvelte in Midden Drente. De regio wordt circa 300vC bevolkt door Angelen uit Zuid Groningen. De naam Bruntinge is derhalve afgeleid van Anglisch Brunt (mansnaam) + ing (volk). Dus: volk van Brunt.
¶ In documenten van 1516 komt Bruntinge voor als Bruntinghe.
¶ Bruntinge komt in Nederland voor als:
- Brunting: 1947 8x. Hoogste frekwentie 5x in ZuidHolland.
- Bruntink: 1947 192x. Hoogste frekwentie 146x in Gelderland.
Gezien de Anglische herkomst is Brunting kennelijk de oudste vorm. Door de versaxing in de grensgebieden met Duitsland sinds circa 800nC is de vorm Bruntink ontstaan.
** Brunt, -ing, Versaxing, Esgrond
# FRI, J.T. Weggemans 26.7.2010, Meertens Instituut 26.7.2010, KBG

Bruntingerhof:
Oude boerderij van het type Los Hoes in museumdorp Orvelte, Drente. De hoeve dateert van circa 1560 en stond eerst in Bruntinge, circa 8 Km zuid van Orvelte. Voordien stond aldaar een oudere hoeve, die (deels) werd afgebroken om er de nieuwe hoeve te bouwen. De oudere hoeve dateerde mogelijk uit de 15e eeuw. De verbindingen zijn van het type pen-in-gat, wat bij bouw en demontage zeer makkelijk werkt. De huidige hoeve werd in 1968 steen voor steen en bint voor bint afgebroken en daarna in Orvelte weer helemaal opgebouwd. De naam Bruntingerhof is ontleend aan Bruntinge waar de hoeve eerder stond.

¶ Bruntingerhof was oorspronkelijk gebouwd in 6 vakken voor de stal en 2 vakken voor het woondeel. Een vak = het deel van de muur tussen twee gebinten. De muren waren opgetrokken uit een raamwerk van rechte eiken balken met daartussen een vlechtwerk van eiken staken en matten van roggestroo. Het stroo werd met wilgentenen op latten gebonden in ruitvormige vakken. De tussenruimtes werden opgevuld met een mengsel van leem vermengd met koemest en ossenbloed. (> Watul) Hierdoor kregen de muren de typische bruingele kleur, die zo
 
kenmerkend is voor huizen en hoeven in het verre verleden. (> Huizen) De vloeren en het houtwerk werden tot slot geverfd met vele liters ossenbloed om de houdbaarheid te vergroten. Als dakbedekking gebruikte men roggestroo, dat 10 tot 12 jaar meeging.
Foto rechtsboven: Bruntingerhof zomer 2010. Vele vakken zijn slordig wit gekalkt. De andere hebben nog de authentieke geelbruine kleur. (© BCK)
¶ De leefruimte van Bruntingerhof bestaat oorspronkelijk uit een ruim woonvertrek met bedstee en een kamer voor de knecht. In 1728 wordt de woonruimte met 2 vakken verlengd om meer bergruimte (tasruimte) te krijgen voor graan en rogge. De uitbreiding is in typisch Saxische stijl gebouwd met rode baksteen. Ook hier is de versaxing dus merkbaar.
¶ Gezien de bouwstijl en de hele tijd-ruimte context kan men Bruntingerhof zeker rekenen tot de Anglische architectuur. (> Architectuur) De uitbouw van 1728 in Saxische stijl maakt er per saldo een waar Saxo-Anglisch geheel van.
** Los Hoes, Bruntinge, Watul, Huizen, Architectuur, Rogge, Versaxing
# FRI, J.T. Weggemans 26.7.2010, J. Smid (historicus, Orvelte mei 1999), KBG

BSF: Beieren, Saxen & Franken > ACO

Buckhorst:
Voormalig kasteel in Zalk, een dorp onder Kampen in Salland. Buckhorst wordt in 1224 voor het eerst genoemd ivm een conflict tussen dienstmannen uit de Vechtstreek en de bisschop van Utrecht. Het kasteel is tot 1612 in bezit van het geslacht Van Buckhorst.
¶ De regio Zalk wordt rond 50vC bevolkt door Angelen uit het Vechtdal. De naam Buckhorst lijkt derhalve afgeleid van Anglisch bucc (beuk) en hyrst (horst). Dus: de horst bij de beuk.
Theodor van Buckhorst (gb 1172*) komt in diverse oorkonden voor, o.a. bij Sloet. Hij en z'n zoon komen om in 1227 tijdens de Slag bij Ane. (#Quedam/p95) > Slag bij Ane
¶ Buckhorst komt verder voor als familienaam:
- Beukenhorst: 1947 13x met piek van 4x in Gelderland en 4x in Noord Holland.
- Boekhorst: 1947 totaal 458x met piek van 283 in Gelderland en hoogste frekwenties in Arnhem (73x) en Montferland (43x).
- Te Boekhorst: 1947 totaal 414x met piek van 225x in Gelderland en hoogste frekwenties in De Liemers, i.b. Oude IJsselstreek 56x.
¶ De naam Bockhurst vinden we terug in Engeland als:
- Buckhurst Garden in Kent met een prachtig oude Anglisch hoeve
- Buckhurst Hill in Epping Forest (Essex), een stad met Ao 2010 10.800 inwoners
** ASA, Maashees
# kasteleninnederland.nl 31.7.2010, Meertens Instituut 31.7.2010, DAB, KBG
++ Old Buckhurst Garden

Buitenhuizen: > Buitenplaatsen

Buitenplaatsen: (BPL:)
()A beorg (burg, borg, burcht), burggerefa (burggraaf, burchtgraaf, kasteelheer), burgstede (borg, stad), caemergudh (landgoed), cingel (singel = gracht + buitenmuur, ringmuur), grange (klein landgoed), gudh (goed, landgoed), gudhus (havezathe), hamstede (heemstede = groot landhuis, omgracht en met singels), have (have, hoeve), haveland (land van de have), haveling (bestuurder), havesatu (havezate, zate), haw (omheind of ommuurd huis), heall (landhuis, landgoed, paleis), heard (heerd = boerderij met rechten, i.b. olderman en redgerschap), heddegudh (heidegoed = landgoed op de heide), hof (=A have), hofe (=A have), laer (lustoord), laeth (landgoed, leengoed), landgudh (landgoed), laru (=A laer), manhus (landhuis, landgoed), paesgudh (heidegoed = landgoed op de heide), peasgudh (=A paesgudh), ridherhus (kasteel), rocc (toren, kasteel),  

600nC++: Rechts: Anglisch huis op de heide en met taxusboompjes. Taxushout is sterk, taai en duurzaam. De Angelen gebruiken het voor wapens, kommen, kammen, etc. foto © TiedLight
 
saet (=A sahta), sahta (zate, havezate), sal (adellijk huis), sale (=A sal), sandgudh (zandgoed = landgoed op zandgrond), satu (zate, havezate), sten (=A stenhus), stencaemere (=A stenhus), stenhus (steenhuis = versterkt huis, kasteel), stins (steenhuis = stenen huis), thorp (landgoed, dorp), throp (=A thorp), weara (landgoed), wearand (warande = lusthof), weorthig (landgoed)
** Huizen, Have

Bulder: > Balder

Bunder:
Landmaat. 1 bunder = 1 Ha (officieel sinds 1820)
Breda: 1,29 Ha. Gelderland: 0,87 Ha.
Sinds de Ykwet van 1937 is de bunder als landmaat niet meer toegestaan.
# WP

Bunting:
Locatie in Noord Drente. Rond 300vC wordt de regio bevolkt door Angelen uit Zuid Groningen. De naam lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Bunt (mansnaam) + ing (volk). De naam komt ook voor als familienaam, zowel in Nederland als in Engeland. Ook is er een vogel met de naam bunting.
¶ Ten noorden van Londen in Engeland ligt NO van Stevenage een gehucht met de naam Buntingford. De regio ligt in de zuidpunt van Mercia, vroormalig het grootste Anglische Rijk in Brittannia. De naam Buntingford lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Bunting (volk van Bunt) + ford (voorde = doorwaadbare plek in rivier of beek). Aldaar stroomt anno 2011 inderdaad nog een rivier.
Suffolk: Bizondere relaties van Drente met East Anglia zijn o.a. de Buntings en de Wiffings. Mogelijk hebben zij het Suffolk paard meegenomen naar Engeland. > Paarden/Suffolk

Burcht van Leiden: > Leiden

Burchten: (BRT:)
()A beorg (borg, burcht, bergplaats, schuiloord), beorgan (ww bergen), beorghere (borgheer, burggraaf, kastelein), beorgman (=A burggerefa), bodda (=A borne), borc (borg), borchit (borghit = versterkte boerderij), borgwaerd (burggraaf, borgheer), borne (vluchtheuvel, burcht), brecan (breken, bestormen, innemen), brigge (brug), bu (=A by), burc (=A burg), burg (burg, burcht = versterkte plaats, omwalde nederzetting), burggeat (kasteelpoort, stadspoort), burggerefa (burggraaf, borgheer, kasteelheer), burghus (borghuis, raadhuis), burgman (=A burggerefa), burgraed (borgraad = regulier overleg tussen borgheer en zijn adjudanten), burgstede (borgstede, burcht, borg, stad), burgwaeg (borgweg, oprijlaan naar de borg/burcht), burh (=A burg), burig (=A bury), burgman (=A burggerefa), burough (borgambt), burgraed (borgraad = regulier overleg tussen borgheer en zijn adjudanten), burgstede (borgstede, stad), burgwaeg (borgweg, oprijlaan van de burcht), burgwarena (=A borgwaerd), burh (=A burg), bury (burcht, borg), by (burg, burcht, borg), caemere (borg, burgt, versterkt huis, hoeve of landhuis), caemeric (=A caemere), caister (=A caster), caster (ommuurde stad, fort), cester (=A caster), cingel (singel = gracht, buitenmuur, ringmuur, wal), faest (betrouwbaarheid, zekerheid), faest (vesting, bolwerk, burcht), faestan (versterken), foreburg (voorburg = kleine burcht bij een burcht), garite (wachttoren, -huisje), hrungeat (gesloten, afgesloten), mote (gracht, dijk, heuvel, hoogte), port (poort, deur), rocc (toren, kasteel), scotport (valdeur), scurbeorg (vluchtheuvel, vestingwerk), sten (=A stenhus), stencaemere (=A stenhus), stenhus (steenhuis = versterkt huis, kasteel), walla (=A weal), weal (wal, muur, schans, vestingmuur), wealburg (walburg = burcht met vestingmuur)
¶ Burchten of borgen zijn in wezen oeroude bouwwerken, bedoeld als veilige locatie tegenover criminelen en vijanden. Ze worden al gebouwd in SoemeriŽ (4000-500vC). Oorspronkelijk zijn het alleen aarden wallen rond een stuk grond, waar wordt gewoond en gewerkt, de zgn bailey. Later worden de wallen gebouwd met stenen en wordt een gracht omheen gegraven. Uit de oorspronkelijke burcht ontwikkelen zich in de loop der eeuwen de zaaltorens, de havezates en de kastelen. In de 17e en 18e eeuw verliest de burcht zijn oorspronkelijke functie als safe haven en worden ze uitgebreid en verfraaid.
100nC: Burcht van Thorsberg > Thorsberg
200nC: Blankvoort: Oude voorde in de Nettelhorster Laak nabij de ruÔne van kasteel Nettelhorst in het buitengebied van Lochem waar rond 200nC Angelen settelen. Gezien deze situering lijkt het oude kasteel Nettelhorst een burcht in de Anglische militaire infrastructuur. Deze burchten werden namelijk normaliter gebouwd bij een voorde (doorwaadbare plek in beek of rivier). > Blankvoort, Lochem
449nC:

 

    hierboven: de Burcht van Leiden. (foto ©)

Volgens bron ATB/1649 is de burcht gebouwd rond 449nC door Engist (van Angeln), een Anglisch legerleider. > Leiden
500nC: In Norfolk (East Anglia, GB) ligt de plaats Breckles. De regio is in 450-550nC bevolkt door Angelen van het Continent. In Breckles zijn artefacts gevonden van een Anglische nederzetting. O.a. een omgrachte hoeve.
525nC++ Appelburg: burcht in Appel te Nijkerk > Appel
650nC++ Heimenberg: fort op de Grebbeberg > Grebbeberg
700-1000nC: Burchten zijn tot ver in de Middeleeuwen een bestuurslaag tussen een hundred en een wic. De hundreds verdwijnen als bestuurslaag in de periode 700-1000nC, vanwege de steeds wisselende aantallen inwoners en grenzen. Ze krijgen daardoor geleidelijk de status van gewest, Anglisch wist, gewist, burough. Burchten worden ondertussen steeds meer militair en economisch belangrijk en krijgen dan geleidelijk meer de status van burgstede (stad). > Landinrichting
1150: Houten burcht van Leiden afgebroken en herbouwd in natuursteen. > Leiden
1350++: Borg Kranenburg aan de Kranenburgwade in Utrecht. De Kranenburgwade (alias Kranenburgerwed) wordt in 1419 genoemd als drinkplaats voor vee. De wade (voorde) ligt in een zijtak van de Kromme Rijn.


 

Boven: borg Kranenburg naar een impressie van Chris Veldhof. (© BCK) De borg is gebouwd rond 1350 en bewoond door ridder Everard van Cranenburgh (1285-1359) uit Bleiswijk en later door zijn zoon Wouter en kleinzoon Dirc Woutersz van Cranenburgh. Dirc wordt in 1406 genoemd als hoofdman (legerleider). Dit is uitermate interessant, omdat Engelse bronnen beweren dat borgen (boroughs) werden gebouwd bij een voorde. Ook de Romeinen deden dat. > Wakefield, Voorden
** MIA, NOVL, Zaaltorens, Breukelen, Hunenborg Volthe, Hunnenschans Uddelermeer, Thorsberg, Leiden, Motte, Vestingen, Landinrichting, Klinkenberg, Coevorden, Vestingwerken, Vestingsteden, Nettelhorst, Borgambt, Deurningen, Roderwolde (Waalborg), Voorburg, Kamp/Neede, Burggraaf

Buren: > Buurtschap

Burggraaf:
()A beorgman (borgman = burggraaf), borc (=A burg), burg (burg, burcht = versterkte plaats, omwalde nederzetting; later stad; KA burg), burggerefa (burggraaf, burchtgraaf, borgheer, kasteelheer = graaf belast met miltair commando over een burcht), burgman (borchtman = burggraaf), burgraed (borgraad), burgwarena (=A burggerefa), burh (=A burg), buri (=A burig), burig (borgambt = ambtgebied burggraaf; # canton), casselry (kasselrij =A burig), gawgerefa (gouwgraaf = bestuurder van een gouw), gerefa (graaf, ordebewaker), gow (graafschap), reevan (effenen, glad strijken, besturen, etc), reeve (=A gerefa), refa (=A gerefa), refan (=A reevan), scaere (=A scire), scir (=A scire), scire (scheur, gewest, graafschap, gouw), scirgerefa (scirgraaf, gawgerefa = ordebewkaker in een scire), scirreeve (scirgraaf), scyre (=A scire), warena (graaf)
Graaf: (gouwgraaf, markgraaf) = een ambtenaar van de koning. Binnen zijn gebied (gouw, burcht) oefent hij militaire, bestuurlijke en juridische macht uit in naam van de koning. Een graaf is normaliter lid van de regionale elite, of zelfs familie van de koning.
Burggraaf: Adellijke titel in rangorde tussen graaf en baron. Ontleend aan een hoge militaire titel in de Middeleeuwen. In Latijn: castellanus. Soort garnizoencommandant van hoge rang, zetelend in een burcht of vesting. Hij opereert namens een leenheer en regelt de administratie in diens domein. Op den duur wordt de titel erfelijk. De concrete functie verdwijnt uiteindelijk, zodat er dus alleen nog sprake is van een zgn blote titel. Uiteindellijk zijn burggraven feodale heren met grafelijke burchten.

1050nC: Rechts: prent van Halewijn I in harnas en met hellebaard, daterend uit de 15e of 16e eeuw. Halewijn I is een nazaat in mannelijke lijn van Arnulf de Bevere (gb 904), afkomstig van Manor Bevere in Bevere bij Worcester, Engeland. Rond 1080 migreert Halewijn naar Leiden waar hij in dienst treedt van de graaf van Holland als burggraaf van Leiden. Daar bouwt hij eerst Huys Cranenburch en later de Burcht van Leiden.
 
Kroon: Naar zeggen hoort een kroon met drie punten toe aan een burggraaf. In de Oude Mattheus Kerk te Eibergen is te zien een muurschildering van een borg, een vrouw en twee mannen in een heuvelig gebied. De vrouw draagt een kroon met drie punten, zijnde een kroon van een burggraaf. > Kamp/Neede
Borgraad: Regulier overleg tussen burggraaf en zijn hundmans (kapiteins). > LIN, Hundman
Vlaanderen: In Vlaanderen staat in de Middeleeuwen een burggraaf (castellanus) aan het hoofd van een 'kasselrij', een soort canton. De burggraaf wordt normaliter gekozen uit de locale adel. Hij fungeert als plaatsvervanger van de graaf, met als taken: de verdediging van de grafelijke burcht en het bestuur, de rechtspraak en de administratie van zijn bestuursgebied.
** Borgambt, Burchten, Graaf, BIA, Landinrichting, Landbestuur, Grietman
# WP, WKP, DAB

Busschieter:
Anglisch: buscsceotar. Met bus of donderbus wordt een geweer of kanon bedoeld. Aan boord van VOC-schepen zijn busschieters matrozen die het schip moeten verdedigen met 'bussen' (Angl: buscas), ofwel geweren en kanonnen.
** Wapens

Buurschap: > Buurtschap
Buurten: > Buurtschap

Buurtschap: (BUR:)
()A berewic (gehucht, buurt, buurtschap), berth (buurt), bour (boer, buur, buurt), bourhorn (oproepen van boeren van een buurschap met een hoorn), bourscip (buurschap, buurtschap), bourweard (buurtwacht), bur (buur, buurman), bura (buurt, streek), burbreaf (buurbrief = brief van een buurtraad aan de leden), burbrink (boerbrink = vergaderplek, buurtgerecht), burgeriht (buurgericht = rechtbank van buren, buurtbewoners), burheafd (buurthoofd), burhorn (=A bourhorn), burhus (buurthuis), burman (buurman), burraed (buurtraad), burscip (villa, buurschap), burscip (buurschap, buurtschap), byrtscip (buurtschap), gebur (buurtbewoner, bewoner, inwoner, landman), hoc (stuk land, buurt, streek, oord), hoecce (=A hoc), inga (volk, regio, streek, gehucht, buurt), marwic (wijk of buurt gelegen aan een meer), neahgebur (buurman, buur), neawist (buurtschap), neigh (nabij, nabijheid), neighbour (buurman), neighbourscip (nabuurschap), rad (weg, straat, buurt), rodda (=A rad), rodheafd (buurthoofd), rot (=A rad), rotta (=A rad), swettnot (buurman), swittnot (buurman), umtreac (omtrek, buurt), wic (wijk, buurt)
¶ Locaties met -buren = buurt, buurtschap: o.a. Buren/Gld, Pieterburen/Gro, Kloosterburen/Leens/Gro, Kloosterburen/Drachten, Siddeburen/Gro.
¶ De buurtschap is van oorsprong een gemeenschap van boeren die samen allerlei belangrijke zaken binnen het eigen territorium (de buurt) in onderling overleg regelen, zoals goede buren betaamt. O.a. de aanleg en onderhoud van wegen, kaden, waterlopen en de gemeenschappelijke gronden en voorzieningen.
¶ De vergadering van de gerechtigden (erfgenamen, eigenerfden) heet een buurspraak. De gerechtigden zijn eigenaren of meiers van volle (volwaardige) hoeven of erven (boerderijen), waaraan buurrecht is verbonden. Buurrecht is het recht van buren in een buur(t)schap om deel te nemen aan de locale rechtspraak. Zoals de oordeelvinding en het wijzen van vonnissen.
1751: Bron ZWH/p33-34 schrijft: "Naast de markegenootschappen, de vernigingen van grondbezitters dus, was er ook de buurscap of buurtschap waar iedereen bij hoorde: de naobers. Grondslag van de buurtschap was het gevoel van familieverwantschap tot in verre graad. Plichten en rechten van de naobers berusten op oud gewoonterecht en mondelinge overleering, schriftelijk niet vastgelegd en dus in de oude stukken niet vermeld. Wel troffen we een mooi voorbeeld aan van naoberschap in 1751, toen er in Haarlo en Borculo een besmettelijke ziekte heerste onder koeien. 'Dewijl de sterfte onder het Rundvee sig sterk in onze Heerlijkheid heeft geopenbaard en daardoor seer vele van die soo nuttige en voor de menschen noodsakelijken Creaturen zijn gestorven ...' werd de dominee verzocht van de kansel af die boeren, die al hun vee nog hadden, op te roepen een collecte te houden voor hun gedupeerde collega's. Met royale hand werd er gegeven, en wel 15 guldens en 15 stuivers voor iedere dode koe."
¶ De boerhoorn is een koehoorn die werd gebruikt in Drente om buurtbewoners op te roepen tot het verrichten van buurtdiensten.
¶ Bron ZWH/p74-75 schrijft: "De 'naobers' speelden in vroeger tijden een heel belangrijke rol in de samenleving, aanzienlijk belangrijker dan nu het geval is. Ieder huis had zijn 'naobers' en was onderdeel van een 'naoberkring' waarvan de grenzen sedert eeuwen waren vastgesteld. De buren hadden een vaste volgorde; de eerste buur was bij alle werkzaamheden de dirigent en de tweede stond hem terzijde. De vier naaste buren waren de 'noodnaobers', tot wie men zich in alle nood het eerst wendde. De eerste buur woonde niet noodzakelijkerwijs het dichtste bij; zijn huis kon eeuwen geleden het meest naaste zijn geweest. Een weg of een pad vormde vaak de grens van het gebied. Vestigde iemand zich ergens, dan kwam hij eerst om 'naobers' te maken, dus vragen of men genegen was buur van hem te worden. Traditioneel wendde hij zich tot de buren die de vorige bewoner ook had. Bij de verhuizing hielpen alle buren met rijden en de vrouwen en de meisjes zorgden voor het schoonmaken van de woning. Ook de familie hielp dikwijls, maar omdat ze meestal verder af woonde was ze niet voor de verplichte diensten aangewezen; ook al woonden bloedverwanten trouwens in de buurt, dan nog waren zij van 'naoberplichten' vrijgesteld."
** Nederzettingen, Gehuchten, Eigenerfd, Nabuurschap, Platteland, Engelse Brink
# WP, DAB

Buurtschappen: > Buurtschap
Bijen: > Imkerij
Bijgebouwen: > Huizen
Bijgeloof: > Volksgeloof

Bijlen: gereedschap, wapen
3000vC: November 2011 is een zgn vlakbijl gevonden in DeRips bij Eindhoven door Bernard Ploegmakers in een aardappelveld. Mogelijk is de bijl afkomstig van het zgn Trechterbekervolk (> Bekervolk). Een vlakbijl = rechthoekige trpeziumvormige vlakbijl gemaakt van bryozoŽn vuursteen. Dergelijke bijlen zijn kenmerkend voor de Trechterbekercultuur.
# De Telegraaf 16.11.2011
1348vC: Egyptiche steenhouwers gebruiken bijlen, beitels en olielampjes bij de bouw van een piramide voor Horemheb, een Egyptische veldheer. De bijlen zijn trapeziumvormig.
# NatGeoTV 16.11.11
** Strijdbijl

 

===