Kranenburgia

English

home - lexicon - links - forum - nieuwsbrief - contact

Linguana  
 

Linguana

Alles over de Anglische taal
Everything about the Anglish language



Anglisch is de hoofdtaal in de periode 150vC-1200nC in Angelland, het gebied in NO Nederland en NW Duitsland tussen Denemarken en de Rijn, waar sinds 150vC voornamelijk Angelen wonen. De Anglo-Saxon Chronicles noemen dit gebied rond 835nC Angle. Sinds 750nC arriveren ook Saxen in dit gebied. Zij komen uit Noord Polen en Pommeren in NO Duitsland en settelen voornamelijk in NW Duitsland, later genaamd Neder Saxen en Westfalen. Vandaar migreerden rond 800nC enige kleine groepen Saxen naar enige kleine grensstreken van NO Nederland. I.e.: enige oostelijke grensstreken van de provincies Groningen, Drente, Overijssel en Gelderland. Sinds 800nC wordt het oorspronkelijk Anglisch daardoor geleidelijk een mix van Anglisch en Saxisch. Dit Angel-Saxisch, of beter Saxo-Anglisch, bestaat uiteindelijk voor circa 70% uit Anglische en 30% Saxische componenten. Onderstaande woordenlijst is tijdloos, dwz ze bevat woorden uit alle tijden, inclusief Klassiek Anglisch (> PgAng). Ze is gebaseerd op alle beschikbare bronnen, van runestenen uit circa 100nC tot de Anglo-Saxon Chronicle (832-1154nC) en latere bronnen. Door de grote similariteit tussen Continentaal Anglisch en Oud Engels kan een groot deel van de Anglische woordenlijst gedateerde worden op de tijd vóór 450nC, toen circa de helft van de Coninentale Angelen migreerde naar Brittannia. Anglisch is een West Germaanse taal en als zodanig nauw verwant aan andere West Germaanse talen als Fries, Saxisch, Scandinavisch en Frankisch. Anglisch, Saxisch en Normandisch vormen samen de basistalen van het Engels. Anglisch, Saxisch, Frankisch en Fries vormen samen de basistalen van de Nederlandse taal.

Anglish is the main language in the period 150BC-1200AD in Angelland, the area in NE Netherlands and NW Germany between Denmark and the river Rhine, where since 150BC mainly Anglish people dwell. The Anglo-Saxon Chronicles call this area around 835AD Angle. Since 750AD Saxons arrive in this area as well. They come from North Poland and Pommern in NE Germany and settle mainly in NW Germany, later called Lower Saxony and Westfalia. From there around 800AD some small groups of Saxons migrated to some small border regions of NE Netherlands. I.e.: some eastern border areas of the provinces of Groningen, Drente, Overijssel and Gelderland. Since 800AD original Anglish therefore becomes gradually a mix of Anglish and Saxon. This Anglo-Saxon, or rather Saxo-Anglish, consists finally for around 70% of Anglish and 30% of Saxon components. The vocabulary below is timeless, i.e. she contains words from all times, including Classic Anglish (> PgAng). She is based on all available sources, from runestones of about 100AD to the Anglo-Saxon Chronicle (832-1154AD) and later sources. Because of the great similarity between Continental Anglish and Old English a great part of the Anglish vocabulary can be dated back to the time before 450AD, when about half of the Continental Anglish migrated to Brittannia. Anglish is a West Germanic language and as such closely related to other West Germanic languages as Frisian, Saxon, Scandinavian and Frankish. Anglish, Saxon and Normandish together form the basic languages of English. Anglish, Saxon, Frankish and Frisian together form the basic languages of the Dutch language.




Historisch Anglisch:

ai-klank:
Komt veel voor in het Engels, Geordies, English Slang en Gronings. Mogelijk duidt dit op een relatie. De sleutel ligt dan in het Anglisch, die deze klank ook kent.

-bury:
Oud Anglisch: burg (burh) = burg, burcht = omwalde nederzetting
Later: burig = burg
Nog later: buri = burg; ME bury, burg; Elzas: buri
OE Lundenburi = ME Londen
¶ Elzas/2010: buri = burg
> Strosburi = NL Straatsburg
> Luxeburi = NL Luxenburg
¶ Elzas is de streektaal van de Elzas, die veel kenmerken lijkt te hebben van het Anglisch. De overgang in het Engels: burg > burig > buri > bury lijkt dus een verschijnsel dat zich in meer Anglische talen voordoet.

Codes:
AS=Angel-Saxisch EZ=Elzas ME=ModernEngels NL=Nederlands OE=OudEngels ST=streektaal.

Daar:
Anglisch: The thaere earme stackar is min sun. = Die arme stakker daar is mijn zoon.

E-gebruik:
Het Saxisch heeft de gewoonte tussen-e's te plaatsen in woorden en namen. Het Anglisch heeft dat niet. De locatie Langeveen in Twente wordt door vele inwoners aldaar vaak uitgesproken als Langveen. Dus zonder tussen-e. Dit stemt overeen met het feit dat Langeveen oorspronkelijk een Anglische nederzetting is. Pas in de 9e eeuw nC vestigen zich daar ook Saxen. Ook bij familienamen komt dit verschijnsel voor. Postema is Saxisch. Postma Fries, een taal die verwant is aan het Anglisch.
¶ Oshaar en Katshaar zijn veldnamen in het buitengebied van Coevorden. De regio wordt rond 300vC bevolkt door Angelen uit Noord Drente. Zowel Oshaar als Katshaar vertonen duidelijke kenmerken van Anglische geonamen: enkelvoud + enkelvoud. Saxisch en Modern Nederlands zouden daarvan maken: Ossenhaar en Katenhaar. > PgLing/E-gebruik
** PgAng/Offehaar
# FRI

E-klank:
Bron HGN schrijft tav de Anglo-Friese relaties het volgende in hoofdtuk VIII: Inleiding van Oudwestgermaans:

Natuurlijk, er is veel overeenkomst [tussen Engels en Fries], vooral in klankstelsel, b.v. de palatalisatie van k en g, de breking, de voorliefde voor e-klanken in plaats van a, maar dit geeft alleen recht om van 'loose unity', niet van een vroegere 'close knit unity' te spreken. Wel kan men zeggen, dat het Oudfries het dischtst staat bij het Oud-Kents, b.v. in de ontwikkeling van e uit u en van de ê = ndl. â.
De eenheid tussen Oud Fries en Oud Kents kan betekenen dat er een verwantschap bestaat tussen Friezen en Juten. Kent is namelijk in 500-550nC bevolkt door Juten uit Jutland in het huidige Denemarken.

eu/ao-klanken
In het algemeen kan men stellen dat in het Aslands de eu-klanken afkomstig zijn uit het Anglisch en de ao-klanken uit het Saxisch. Door de versaxing wordt dat hier en daar heel duidelijk. In Harreveld bij Neede zijn de meeste veldnamen te herleiden tot Anglische wortels. Toch lijken enkele veldnamen Saxisch van oorsprong. In een enkel geval wordt de versaxing heel merkbaar. De veldnaam Pasmäöken wordt in het Saxisch geschreven. De ao-klank komt namelijk in het Neder-Saxisch zeer veel voor. Met de trema's is kennelijk getracht de werkelijke locale uitspraak weer te geven. Als we die weergeven dan krijgen we Pasmeuken. De eu-klank vinden we in zeer ruime mate terug in het Anglisch. Meuke betekent in die taal kleine wei.

Fonologie:
Hoe het Oud Anglisch ooit klonk, is vooralsnog niet echt zeker. Gaan we uit van:
- de moderne Engelse streektalen
- en de vocabulaire van het oudst bekende Engels
- en de streektalen van oude Anglische regio's in Angelland
dan kunnen we misschien de oerklanken van het Oud Anglisch achterhalen. Wat dan direct opvalt, zijn de volgende klanken, die nogal overvloedig voorkomen:

- de klanken ai, ao, ae: deze klanken vinden we anno 2009 nog sterk terug in de gewone Groningse volkstaal.
- de ea-klank: anno 2009 nog sterk merkbaar in NO Groningen en in het Fries.
- de oa-klank: anno 2009 nog sterk merkbaar in Oost Groningen, Drente en Twente. Mogelijk is dit een Saxische klank.
- de ly-klank: deze klank valt ook erg op in het Angeln van afgelopen decennia, maar ook in de Elzasse volkstaal. (> PgDix/-ly)

2012: Volgens taalkundigen van de Rijksuniversiteit Utrecht (RU) staat het dialect van stad Utrecht fonologisch erg dicht bij het Engels. (# radio mei 2012) Dit lijkt te bevestigen dat stad Utrecht rond 150vC is bevolkt door Angelen uit de West Veluwe.

Aangezien Angelland het historische continentale homeland is van de Angelen in Engeland,
- en aangezien deze klanken kennenlijk circa 1550 jaar na de overtocht naar Engeland zowel in Angelland als in Engeland terug te vinden zijn,
- en aangezien genoemd Angelland ten tijde van de massamigratie naar Engeland overwegend worden bevolkt door Angelen,
>> lijkt het niet onwaarschijnlijk dat de Angelen in Engeland deze basisklanken hebben meegenomen van Angelland naar Engeland,
- en kan men welhaast zeker veronderstellen dat de genoemde basisklanken kenmerkend moeten zijn voor het Oud Anglisch.

a [a]; VB cardinal
a [ô]; VB ald [old] = oud
ae [aa]; VB thaer [thaar] = daar; > NB2
ae [è]: als in militair > PgAng/Stellingwarfs
ai [è]; VB Fairclough [fè:rklo:f]
c [k]; VB cind [kind] = kind
c [tj]; VB cese [tjese] = kaas; cicen [tjiken] = kip; circe [tjirke} = kerk
c [s]; VB Ance [Ansen] > PgAng/Rodolf Van Ance
cc [k]; VB breccan = breken; AS brekken
cg [tjg, dzj]; vb slecg [sledzj], brycg [bridzj] = brug, hecgehog [hedghog] = egel; > NB3
ch [g]; VB Beuceleuch = Buckley [buklie] = laagte bij de beuken; Anglisch leuch = AS leug = leeg, laag, laagte
e [é]; VB bedu [bédoe] = bede
e [ie]; VB he [hie] = hij > NB2
ea [ee]; VB break = onderbreking; famnaam Greave [Greef]; > NB2
ea [è]; VB leag [lè:g] = geneesheer, sjamaan > NB1
ea [eu]; VB learn = leren
ea [ie]; VB mean [mie:n] = menen, bedoelen
ee [ie]; VB beer [bie:r] = bier
eo [û]; VB beorg [burg] = burg, burgt, borg
eo [eu]; VB neodig [neudig] = nodig
eo [au]; VB feower [fauwer] = vier; ME four
euch [eug]; VB Beuceleuch = Buckley = laagte bij de beuken; Anglisch leuch = AS leug = leeg, laag, laagte
g [ge] = harde g als in Engels 'good'; VB galga [galga] = galg
g [dzj]; VB geong [dzjong] = jong; gear [dzjear] = jaar; Germanie [dzjermanie]
h [h]; VB heap = hoop, stapel
h [g]; VB cohhetan = ww kuggen; ON cuchen; wahtan = ww wachten
ig [ig, ieg, ie]; vb burig = burg, burcht > bury
ih [ai]; VB cniht [knait] = knecht, jongen, jongeman; ME knight
o [ô, oe]; VB blod [blod, bloed] = bloed; loran [loeran] = loeren; > NB2
ou [oe]; VB bour [boer] = boer
ough [ôf]; VB Fairclough
u [oe] als in Nederlands 'goed'; VB guma [goema] = man; NB ME bridegroom
NB ES/NO.Engeland: u [] = o. VB but [bot], sun [son], hus [hos]. (# D&P)
ue [uu]; VB cluen [kluun] = kleun, stuk turf
y [ai]; VB byht [bait] = bocht = ME bight; Drysdale [draisdeel]
y [eu]; VB clyg [cleug] = steile ravijn met snel stromend water
y [i]; VB Sydd [sid] (mansnaam); brycg [bridzj] = brug; ME bridge
y [ie]; VB bury [burie] = burg, burcht; Fynn [Fien] = Deens eiland waar Angelen woonden. Azewijn [AS Asewien] = dorp in de Achterhoek.
y [û]; VB hyrst [hurst] = ME hurst = NL horst, zandhoogte
 
NB1 In de Groningse streektaal valt vaak de klank èè te horen, waar in Modern Nederlands aa wordt gezegd en in Oud Nederlands ae staat. Aangezien het gebied tot circa 750nC Anglisch is, kan dit een restant zijn van het Anglisch dat daar toen werd gesproken.
NB2 In de film Shroud (GB; KRO 6.3.10). Het verhaal speelt voornamelijk in Lancashire, NO Engeland. Politieman Danziel spreekt in de hele film een mix van overwegend normaal modern Engels, maar vaak ook duidelijk hoorbaar in de streektaal van NO Engeland. Zo spreekt hij de familienaam Greave enige malen duidelijk hoorbaar normaal Engels uit als Grief, maar ook enige malen duidelijk hoorbaar in dialect als Greef. Verder zegt hij éénmaal duidelijk in dialect Sa, terwijl hij Modern Engels So (Zo) bedoeld. Ook wordt blood 1x duidelijk hoorbaar uitgesproken als bloed. In een andere productie zegt politieman Danziel duidelijk hoorbaar thaar waar hij Modern Engels there bedoeld. Sa is Anglisch voor Zo. Thaer [thaar] is Anglisch voor daar. Kennelijk staat de streektaal in NO Engeland nog dicht bij het Oud Engels, ofwel Anglisch. De uitspraak van Anglisch blot = Nederlands voor bloed zal dus navenant [bloed] zijn. Ook wordt in de film vaak bouze gezegd voor zuipen en dronken. Dit is typisch dialect van NO Engeland en is herleidbaar tot Oud Nederlands boezen = zuipen. (> PgAnglicana/Geordie) Opmerkelijk is verder dat in Oost Nederland de naam Greave als Greve voorkomt, corresponderend dus met de genoemde Engelse uitspraak Greef. Mogelijk is de naam afkomstig van de stad Greven, circa 5 Km pal noord van Munster in Westfalen, een gebied dat tot circa 700nC Anglisch is. In een productie van 20.3.10 zegt Danziel duidelijk hoorbaar hee waar hij he (hij) bedoeld.
NB3 NL giek = ME gig
** PgAng (Angelland, Angelnees)

g/j-klanken:
In de woorden gear (jaar; MA year), geon (ginds, ginder; ME yonder), geong (jong; ME yong), gist (gist; ME yeat) etc, is te zien de overgang van Anglisch g naar Nederlands j en Engels y. Deze mutatie van de g- naar de j-klank is anno 2010 nog te horen in de streektaal van NW Duitsland. I.b. in Duits gut (goed) in [] gjoet en joet. Maar ook in seyen (AS/Bremen) AVA secgan (zeggen), Engels say.
# FRI, NDRFernsehen (Ina Müler jan 2011), DAB

ge-gebruik
Oud Anglisch kenmerkt zich door overvloedig gebruik van de voorvoeging van ge- in woorden. Bijvoorbeeld geworden, geogoth (jeugd), gearu (gereed), geond (doorgaans), etc. Het latere Engels laat dit gebruik rond 1000nC helemaal los. Het Nederlands doet dat minder.
¶ Vele Anglische zelfstandige naamwoorden zijn afgeleid van werkwoorden:
cwidraeden = besluiten, overeenkomen
gecwidraeden = het overeengekomene = de overeenkomst
¶ De streektalen in NO Nederland laten de ge vaak weg. Zoals ook het Engels dat heeft gedaan. Bv:
- he hev had = hij heeft gehad
- he hev doan = hij heeft gedaan
Echter, soms gebruiken ze ge waar andere delen van het land dat juist weglaten. Zo hangen winkels en andere bedrijven in NO Nederland vaak nog een bord geopend als ze open zijn, waar elders in het land gewoon open staat.

ge->e-:
Oude woorden met ge- veranderen in het Anglisch soms naar e-woorden. Ook in het Twents en Achterhoeks is dat te zien.
genoeg > enoeg (Neede)
gehaard (gehard) > ehaard
gehaolen (gehouden) > ehaolen
geheurd (gehoord) > eheurd
etc

Grammatica:
¶ lidwoord:
- bepaald = the (de) of hit (het); hit wordt in de loop der eeuwen vervangen door the. > NB1
- onbepaald = o, ane = een
- lidwoord wordt meestal weggelaten in oude teksten
¶ bezittelijk voornaamwoord: yor (jouw, jullie), his (zijn)
NB: Megin Hardes = van Megin Harde (mansnaam); > PgAng (Meginhardeswich)
¶ bijvoeglijk naamwoord:
- soms: stam + e of m
- achter het zelfstandig naamwoord:
-- vb: menn of thrim maegthum Germanie = mannen van drie Germaanse machten
¶ meervoud = enkelvoud + a, i, n, s, u, um of niets. > NB2
¶ persoonlijk voornaamwoord:
Ick (ik), ye (je), se (hij, zij), he (hij), we (we, wij), ye (u, jullie), se (zij) > NB3
¶ trappen van vergelijking:
- maram/n = meer (na het bijv. naamwoord)
-- vb: eorlscipe maran = meer leiderschap
- maest = meest (na het bijv. naamwoord)
-- vb: cynerica maest = meeste van het koninkrijk
¶ werkwoord = stam + an, en, of u

NB1 Het gebruik van het lidwoord the (de) en niet van het is kenmerkend voor Groningen en i.b. de Groninger Ommelanden. Ook in de Anglische tekst "De verloren zoon", vastgelegd in 1870 door Prof. Dr N.M. Petersen in Dresden, wordt alleen de gebruikt en nergens 'het'. (> PgAnglicana/Groningen/Ommelanden)
NB2 Ook het uitsluitend gebruik van de meervoudsvorm s lijkt typisch voor de Groningse streektaal. (> PgAnglicana/Groningen/Ommelanden) Dit komt o.a. tot uiting in de naam Coesfeld, een stad in Westfalen. De naam is afgeleid van Anglisch cu (= koe) + s + feld = koeienveld. De s staat kennelijk voor meervoud.
NB3 > PgBrit/Geordie
 

H-gebruik:
Vele Germaanse woorden begonnen in oude tijden met een h. Ook Anglische woorden. Zoals hladan (laden), hlaedder (ladder), hlaefdige (jongedame; ME lady), hlaest (last), hlaf (loof; ME leaf), hleapan (lopen), hleo (loo, lij), hliodh (lied), hlot (lot), etc. Deze zgn aangeblazen h verdwijnt in de loop der eeuwen bij vele woorden. In het Anglisch, Engels en Nederlands gebeurt dit vrij snel. In andere Germaanse talen traag of nauwelijks.
¶ Oude Saxische streektalen hebben vaak nog de neiging om een H te plaatsen voor een woord, of juist weg te laten waar die wel hoort. Zulks komt o.a. voor in de streetalen van Drente en in het Cockney, de volkstaal van Londen. Zo spreekt men in ZW Drente tot in NW Overijssel van uus ipv huus (huis). O.a. in 't Olde Maat Uus Museum te Giethoorn. Het werkwoord hengelen is afgeleid van het oud Germaanse woord angul (Engels: angle; Oud Engels: angul; Duits: angeln). Ook hier is dus een H toegevoegd.
¶ Sommige Engelstaligen van het oude stempel hebben anno 2010 nog steeds de neiging tot het oude H-gebruik. Zij spreken bijvoorbeeld nog vaak duidelijk hoorbaar over hwat en hwere in plaats van what en where. O.a. is dit bekend van Winston Churchill, de grote Engelse oorlogsleider uit de Tweede Wereldoorlog.
** PgAng/Heng-
# COD, DAB, FRI

Heten:
Anglisch heton = heten, verzoeken; ON hieten > PgDix/haett
835nC/ASC:
heton him secgan = laat hem zeggen
heton him secgan Bretweala nahtnesse = vertelt hem over de rampspoed in Brittannia
heton him sendan maram fultum = vraagt hem meer troepen te zenden
1591/Journael Anthonis Duyck:
Joncheer Johan van Steenwijk hadde Verdougo hieten doen ... had hem laten weten
 

Hier:
Opmerkelijk in het ZuidAfrikaans is de constructie hierdie (= die hier = die, deze), die ook in het Anglisch voorkomt. ZuidAfrikaans 2011 hierdie dag = Anglisch 835nC hier die dagum = deze dag, vandaag. Rond 300nC settelen Angelen zich in ZuidHolland. Het lijkt dus aannemelijk dat de term 'hierdie' afkomstig is uit het Anglisch.
** PgAng/ASC, ZuidAfrikaans

Lidwoord:
Stad & Lande van jaargang 10 schrijft:

Tot de 15e eeuw werd in de Groninger Ommelanden Fries gesproken. De oudste bronnen zijn dan ook in het Oudfries opgesteld, ...
In latere eeuwen rukt het Neder-Saxisch op vanuit het Oldambt. Hierdoor en door sterke immigratie krijgt het Scharmers een ietwat pluriform karakter. Opvallend is echter dat Scharmer en omgeving een taalkundige enclave vormen met o.a. een sterke voorkeur voor de meervoudsvorm s, het lidwoord de en de klemtoon op de laatste lettergreep. Aldus bleek uit een fonologisch onderzoek ergens in de jaren 1980. Andere bronnen beweren dat deze eigenaardigheden op grotere schaal voorkomen in de hele provincie Groningen. De voorkeur voor het lidwoord de, als feitelijk het gangbaar is, staat in schril contrast met het lidewoord het in het Fries en Saxisch. Het verschijnsel deed zich ook voor in het Engels. Het Oud Engels kent the/thý (de, die) en hit (het), maar dropt in de loop der tijd lidwoord hit. Mogelijk deed zich dat in Scharmer ook voor, alleen minder sterk. Per saldo lijkt het dus dat het Anglisch de oorspronkelijke taal is van Groningen. Door latere immigratie van Friezen krijgt de regiotaal een meer Fries karakter.

-ly:
= -lijk; AS -liek, -ly (Angeln/1971); EZ -li (VB ziemli = tamelijk; 2010)
Oorspronkelijk kent het Anglische de uitgang -lic(e) voor Nederlands -lijk. Ook in Angeln komt de -ly-klank voor. (FRI 1971) Het Elzas kent de uitgang -li. (2010) Later verandert Engels -lic in -ly. Angezien het Elzas een Anglische strektaal lijkt te zijn, is de overgang van Anglisch -lic naar -ly kennelijk algemeen in Anglische streektalen.

Meervoud:
meervoud = enkelvoud + an, as, i, s, us
till = brug > tillas = bruggen
sleng = geul, etc > slengi = slenken
NB prestere = priester; mv = presteran > PgAng/T1385

N-gebruik:
Betreft n-woorden. Anglisch:
- naca =A ne aca = een aak (# boot)
- naenig =A ne aenig = niet enig = niemand
- naep =A ne raep = een raap (# koolraap)
- naes =A ne waes = was niet
- nan =A ne ane = niet een = geen
- neather =A ne eather = niet ieder = niemand
etc. Dit oud taalgebruik doet zich in het Anglisch meer voor. Opmerkelijk genoeg tot in de 20e eeuw ook in NO Nederland, i.b. Drente en Twente. O.a. nei = een ei.
# FRI, DAB, KBG

Ne:
ne, ni, nit = niet; AS nit, nich
VB:
Ick ne wiste = ik wist niet
ne waes = naes = was niet

OND:
Het Twents kenmerkt zich o.a. door veelvuldig gebruik van de vraag "Of niet dan" achter opmerkingen. Het zelfde verschijnsel doet zich voor in het het Engels met "Doesn't it?". Dit taalverschijnsel kan zijn meegenomen door Angelen uit Twente naar Brittannia tijdens de massamigratie in 450-550nC van Angelen naar Brittannia. Het betekent dan dat dit verschijnsel zich al voordoet in het oudste Anglisch op het Continent.

Plaatsnamen:
Maashees is een dorp bij Boxmeer in Noord Brabant. Het dorp bestaat al in de Romeinse Tijd (12vC-400nC). Aldaar zijn Romeinse munten en andere voorwerpen gevonden. Ook zijn er urnen gevonden die afkomstig zijn van een Germaans volk. Gezien de historische migratiestromen lijken dit vrij zeker Angelen uit De Liemers in ZO Gelderland, die zich daar rond 100nC kunnen hebben gevestigd. De naam Maashees lijkt derhalve afgeleid van Anglisch Mysse (Maas; streektaal Musze) + haesa (heze, bos). Dus: de heze bij de Maas.
¶ De vertaling van Maashees met Maasbos = Maas(1)bos(2) = bos bij de Maas, geeft aan dat in Anglische plaatsnamen eerst de locatie (Maas = 1) komt en dan de specificatie (bos = 2) komt. De typonomische omschrijving is echter omgekeerd. Namelijk: eerst de specificatie (2) en dan de locatie (1). Ofwel: het bos (2) bij de Maas (1).
# FRI, WKP 2.7.2010, DAB, KBG

Samenstellingen:
NB Anglisch beorchaga = berkenhaag; AS/LM/Aerdt Berkhaag (straatnaam)
De regio wordt circa 250vC bevolkt door Angelen uit de Achterhoek. De Berkhaag in Aerdt (nabij Zevenaar) is een mooi voorbeeld van samengestelde woorden in het Anglisch. Saxisch en Nederlands rekken woorden door veel toevoeging van e en en. Hierdoor worden woorden langer omwille van een vermeende welluidendheid. Het Anglisch is echter kort en direct aangelegd, waardoor woorden meer dynamiek krijgen. #FRI

s-genitief:
Oud Anglisch kent geen genitief s. Later sluipt het sporadisch in onder invloed van het Nederlands. Zo blijk de naam Polsbroek afgeleid van Polbroek, AVA pol (poel) + broc (broek, veenland, drasland) = het veen bij de poel.

-ty:
Anglisch: -tig > Engels: -ty. Vb: twentig > twenty = NL twintig.

Vergrotende trap:
eald (ald, old, auld, ould) = bn oud; AS old; SW oold
eald, ieldra, ieldast = oud, ouder, oudste

Zinsbouw:
OW=Onderwerp WW=Werkwoord LV=LijdendVoorwerp BP=Bijv.bepaling
¶ Voorbeelden:
- Ing waes aerest mid Eastdenum (OW-WW-BP) = Ing was eerste onder de Oost-Denen
- He siddan east (OW-WW-BP) = Hij ging naar het oosten
- Waen aefter ran (OW-BP-WW) = De wagen reed achter
- Thus Heardingas thone haele nemdon (OW-LV-WW) = Zo noemden Heardinga's hun held
- He aerest scop (OW-BP-WW) = Hij schiep eerst.
¶ Uit deze voorbeelden blijken de volgende varianten:
1. OW-WW-BP
2. OW-BP-WW
3. OW-LV-WW
 
ZuidAfrikaans:
Het ZuidAfrikaans is van oorsprong een streektaal uit Zuid Holland. Nederlanders uit die regio zijn begin 17e eeuw naar ZuidAfrika gemigreerd en hebben zich daar voornamelijk gesetteld op het land als boer. Hun taal is sindsdien nauwelijks beïnvloed door andere talen. Het ZuidAfrikaans anno 2010 lijkt dus zeer sterk op het ZuidHollands in de 17e eeuw.
¶ Opmerkelijk in het ZuidAfrikaans is de constructie hierdie (= die hier), die ook in het Anglisch voorkomt. Rond 300nC settelen Angelen zich in ZuidHolland. Het lijkt dus aannemelijk dat de term 'hierdie' afkomstig is uit uit het Anglisch. (> ASC)
¶ Qua spelling doet het ZuidAfrikaans enigermate ook denken aan het Anglisch. Nederlands -lijk = ZuidAfrikaans -lik = Anglisch -lic. ZuidAfrikaanse ei-klank wordt geschreven met een y: Nederlands tijd = ZuidAfrikaans tyd. Ook het Anglisch kent de ei niet maar wel de y. Verder gebruikt het ZuidAfrikaans de z niet, maar daarvoor de s. Nederlands gezin = ZuidAfrikaans gesin. Ook het Anglisch gebruikt de z niet, maar daarvoor steeds de s.
¶ Wat ook opvalt is het beknopte taalgebruik van het ZuidAfrikaans. Ook het Anglisch kenmerkt zich zodanig. Vooralsnog is echter helaas weinig meer bekend over overeenkomsten tussen het ZuidAfrikaans en het Anglisch.
# FRI, zuidafrikaansetaal.nl 22.11.10, DAB, KBG




Historische teksten:


Onderstaande originele Anglische tekesten worden vertaald in een Nederlands dat zo dicht mogelijk bij de Anglische tekst probeert te staan. De lezer kan dan voor zichzelf met eigen fantasie een vertaling maken dat meer beantwoordt aan de eigen normen.

225nC Op een runensteen van circa 225nC in Thorsberg (Angeln) staat geschreven in Oud Anglisch:

owlthuthewaR / ni waje mariR

= owulthuthewaz, ni waje mariz
= o+wulthu+thewaz, ni waje mariz

o = een
wulthu = weldoen
thewaz = Tiwaz = god van de Gerechtigheid > PgAng (Tiwaz)
ni = niet (ONL nie)
waje = weinig
mariz = vermaard
vertaling:
= een+weldoen+tiwaz, niet weinig vermaard
= een weldoende Tiwaz, niet weinig vermaard

 
300nC Een Oud Anglisch runengedicht vertelt circa 300nC over Ing:

Ing waes aerest mid Eastdenum
gesewen secgum, od he siddan east
ofer waeg gewat. Waen aefter ran.
Thus Heardingas thone haele nemdon.   

Ing was eerste onder de Oost-Denen
gezien en gezegd, tot hij oostwaarts ging
over weg en water. Wagen reed achter.
Aldus noemden Hardinga's hun held.
 

450-550nC Bron FBZ/p24 schrijft dat in 1918 een zgn weefkam is gevonden in een wierde bij Westeremden (N. Groningen). De kam is van taxushout en dateert uit de periode 450-550nC. Op de kam staat in runen de volgende tekst:

op haemu jibada aemlup -- iwi ok up duna le wimoed aeh thusa
letterlijk vertaald (KBG):
op heem geboden voorspoed -- ieven ook op duin lij weemoed bezit deze
vrij vertaald (KBG):
op de heem is voorspoed nodig -- ook de ieven op de duinlij hebben weemoed
- jibada = gibada = geboden, nodig
- iwi = ieven = taxusbomen
- le (ley, lo) = lij, laagland, loofbos op oeverwal
** PgAng/Weven

 
615nC Widsith:
Oud Engels dichtwerk, mogelijk uit de 7e eeuw nC. Widsith is een geïdealiseerd zelfportret van een troubadour uit de Germaanse tijd. Hij zwerft over grote afstanden en is een graag geziene gast in drankhallen, waar hij vele groten der aarde vermaakt. In het dichtwerk komen vele helden voor uit de 4e-6e eeuw. Het is daarom ook een belangrijke historische bron. Tevens toont het werk de belangrijke rol van een troubadour in de Germaanse tijd. Hieronder een selectie uit het werk.

Offa weold Ongle,
Alewih Denum:
se waes thara manna
modgast ealra,
no hwaethre he ofer Offan   
eorlscype fremede,
ac Offa geslog
aerest monna,
cnithwesende,
cynerica maest.

Naenig efeneald him
eorlscipe maran
on orette.
Ane sweorde
merce gemaerce
with Myrgingum
bi Fifeldore;
heoldan forth sittan
Engle ond Swaefe,
swa hit Offa geslog.
...
Oswine weold Eowum   
ond Ytum Gefwulf,
Fin Folcwalding
Fresna cynne.

Offa regeerde Angeln,
Alewih de Denen;
hij was daar onder mannen
de allermoedigste,
niet echter overtrof hij Offa's
vermetel leiderschap,
en Offa veroverde
eerste maanden,
knecht (ruiter) wezende,
meeste van het koninkrijk.

Niemand evenaarde hem
meer leiderschap
op aarde.
Ene zwaard
merkte de marke (grens)
met Myrgingum
bij Fiveldor;
hielden voorts gescheiden
Angeln en Swaefe
zo had Offa geslagen.
...
Oswin regeerde de Aviones
en Gefwulf de Juten,
Fin Folcwalding
de Friese clan.

 

650nC Caedmon:
Caedmon is de oudste Engelse dichter in Brittannia. Onderstaande hymne is door hem geschreven rond 650nC in het Engelse dialect van Northumbria.

nu scylun hergan
heafanricaes ward
metudaes maecti
end his modgidanc
werc wuldurfadur
swe he wundra gihwaes   
eci dryctin
or astelidae
he aerest scop
aelda barnum
heben til hrofe
haleg scepen
tha middungaerd
moncynnaes ward
eci dryctin
aefter tiadae
firum foldu
frae allmectig

nu zullen we eren
hemelrijk's waarder
maker's machten
en zijn moedgedank
werk van weldoeër vader
laat hij wondere gewassen
eeuwig drachten
of verbranden
hij schiep eerst
al de gebaarden
hemel tot dak
heilige schepper
uw middengaard
mokkenaars waarder
eeuwen drachten
na tijden
fiere velden
fraai almachtig
 

795nC++: Credo Anglorum
In de Vaticaanse Codex pal. 577 staat Het Saxische Credo, gedateerd op ergens rond het jaar 800nC. Dit Credo is geschreven in het Latijn en kort daarna vertaald in het Saxisch. Hieronder de Anglische versie:

Fursaeg yu deofol?
Ick fursaeg deofol!
And allu deofolgield?
And ick fursaeg allu deofolgield!
And allu deofol werces?
And ick fursaeg allu deofol werces!
And wordes Thunaer and Woden?
And allu weohs the thaem genotas sint?  
Gelief yu in God almehthigan Faeder?
Ick gelief in God almehtigan Faeder!
Gelief yu in Christ, Godes suno?
Ick gelief in Christ, Godes suno!
Gelief yu in Halogan Gast?
Ick gelief in Halogan Gast!
Verzaak je de duivel?
Ik verzaak de duivel!
En alle duivelsoffers?
En ik verzaak alle duivelsoffers!
En alle werken van de duivel?
En ik verzaak alle werken van de duivel!
En woorden van Donar en Wodan?
En alle afgoden die hun gezellen zijn?
Geloof je in God, de almachtige Vader?
Ik geloof in God, de almachtige Vader!
Geloof je in Christus, Gods zoon?
Ik geloof in Christus, Gods zoon!
Geloof je in de Heilige Geest?
Ik geloof in de Heilige Geest!
 
Oorspronkelijke tekst afkomstig uit de Historische Schets I van de PKN Gemeente te Zelhem. > PgAng/HSZ

900nC Bron ASC:
Anglo-Saxon Chronicles. Serie kronieken in Engeland bijgehouden in 832-1154, geschreven in de oorspronkelijke Angel-Saxische taal c.q. het Oud Engels. De kronieken beschrijven de belangrijke historische gebeurtenissen in Engeland in de Vroege Middeleeuwen. I.b. de invasie van Angelen, Saxen en Juten, de raids van Noormannen, Vikings en Denen, en de invasie van de Normandiërs in 1066 onder Willem de Veroveraar. De oudste delen beginnen rond de jaartelling en bevatten compilaties uit Gildas, Hieronymus, Beda en andere werken. Hieronder een transcriptie van de orginele tekst van de eerste jaren sinds 449nC:

449. Hier Martianus and Valentinus onfengon rice [krijgen macht],
and ricsodon [regeren] seofon [zeven] winter. And on hiera dagum [deze dag] Hengest and Horsa, fram Wyrtgeorne [Vortigern] gelathode [uitgenodigd], Bretta kuninge [koning], gesothon [getrouwe] Bretene on thaem [hun] stede genemned [genaamd] Ypwinesfleot [Ebbsfleet in Thanet?], aerest [eerste] Brettum to fultume [helpen], ac hie [hij] est on hie fuhton.
Se [deze] kuning het hie feohtan ongean Peohtas [gevochten tegen
de Picten]; and hie swa duden, and sige haefdon [zegeviert] swa hwaer swa hie comon [waar hij ook komt]. Hie tha sendon to Angle [Angeln], and hetan him sendan maram fultum [vraagt hem meer troepen te zenden]; and hetan him secgan Bretweala nahtnesse [en vertelt hem over de rampspoed in Brittannia] and thaes landes kuste. Hie tha sendon him maran fultum. Tha comon [komen] the menn of thrim maegthum Germanie [drie Germaanse machten]: of Eald-Seaxum [Oud Saxen], of Englum [Angeln], of Iotum [Jutland].
Of Iotum comon Kantware [bewoners van Kent] and Whitware --
thaet is eo maegth the nu eardath [woont] on Wiht -- and thaet kunn [volk] on West-Seaxum the man nu giet [nog steeds] haett 'Iotena kunn'. Of Eald-Saexum comon East-Seaxe and Suth-Saexe and West-Saexe. Of Angle comon -- se a sittan stod weste betwix Iotum and Seaxum [westelijk gelegen tussen Jutland en Saxenland] -- East-Engel, Middel-Engel, Mierce [Mercia], and ealle [heel] North-Humbre.
455. Hier Hengest and Horsa fuhton [vechten] with Wyrtgeorne
thaem kuninge in thaere stowe [schuilplaats] the is gekweden [genaamd] Aeglesthrep [Arendsterp; Aylesford in Kent?]; and his brothor Horsan man afslog [afslachtte]. And aefter thaem Hengest feng to rike [kwam aan de macht], and Aesc his sunu [zoon].
457. Hier Hengest and Aesc fuhton [vechten] with Brettas [Britten]
in thaere stowe the is gekweden Crecganford [Crayford], and thaer ofslogon [afslachten] feower [enige] thusend wera [soldaten]. And tha Brettas tha forleton [verlieten] Kentland, and mid micla ege [grote vrees] flugon to Lundenburig.
473. Hier Hengest and Aesc gefuhton with Wealas, and genamon
unarimedlicu here-reaf [namen gevangen talloze legerofficieren], and thä Wealas flugon thä Engle swa swa fur [als voor vuur].
495. Hier comon twegen ealdormenn [twee oldermannen, leiders] on
Bretenne: Cerdic and Cynric his sunu, mid fif scipum [vijf schepen], in thone stede the is gecweden Cerdicesora [Cerdicsford]. And ilcan daege [elke dag] gefuhton [gevochten] with Wealum [Wales].

 
950nC Op een steen uit circa 950nC in Wedelspang bij Selk in Anglen staat in runentekens de volgende tekst (transcriptie):

thurlf risthi stin thensi
himthigi svins eftir erik filaga
sin las warth
tauthr the trekiar satu um
haithabu ian han
was sturi matr tregr hartha
kuthr

=

Thorulf riste deze steen
ter ere Sven's nadat Erik filage
zijn lot werd
gedenk de strijders zaten om
Haithabu en hij
was stuurman harde strijder
kundig

ofwel

Thorulf kerfde deze steen
ter ere van Sven toen Erik's steken
zijn lot werd.
Gedenk de strijders die zaten om
Haithabu en hij
stuurman was, de geharde
en kundige strijder.

 

1327nC De Codex Fivelingo en Oldambt van Ao 1327 bevat o.a. de volgende teksten, die gerekend moeten worden tot de Anglische taal (> PgAng: CFO, Anglische Mark):

Thit sent tha keran and tha doman wisera liuda Fyvelghelondis ende Aldeomptis ief Mentrawaldmonnas; thisse in to nimane and ut to rekane.
ofwel:
Dit zijn de keuren en oordelen van de wijze lieden van Fivelingo en Oldambt ofwel Menterwald; deze zijn te nemen en te rekenen.

Jnt erst: Werther en mon fallit ofta othera lond inna thet other, sa scel ma hine ielda mith xvi mercum anglischis and ene haudlesene tha riuchtrum, ther to tha riuchte sweren hebbat, to brecma and thio haudlesene bi xxxvj schillingum.
ofwel:
Eerstens: Wordt een man uit het ene land in het andere gedood, zo zal men hem beboeten met 16 Anglische marken en een halslosgeld aan de rechters, die voor het rechterambt hebben gezworen, te borgen en het halslosgeld zij 36 schillings.
...
Art. 9: Hebbet ther hvesen thrya brotheren, and een ther fan lywath, and tha thwa hebbeth bern theen, tha ene een beern, tha other fyuwer beern, sa ne aecht thy maerre theam nowt mar fon tha lauwa, sae thy mynre thaem.
Ofwel (vrij vertaald):
Als er waren drie broers, en een daarvan leeft, en de twee (anderen) hebben kinderen achtergelaten, de ene één kind, de ander vier kinderen, dan erft elke tak evenveel.

1364 De Stader Coplar bericht over een kapel in Cranenburg bij Bremen in Neder-Saxen. De kapel staat naast de veenborg Cranenburg. Segebaldo Marschalck van de Cranenburg schenkt in 1461 de kapel een klok met de inscriptie
Anna bin ick geheten, Segebalde leth mi gethen.
ofwel:
Anna ben ik geheten, Segebalde liet me gieten.

Aldus het Lagerbuch der Kapelle Cranenburg. (> Lx: Kranenburg Stade)

1870 De verloren zoon. Vastgelegd in 1870 door Prof. Dr N.M. Petersen in Dresden:

En mann har [had] twee sähns [zoons]. Un de jüngste davon sär [zei] to de vatter: Vatter giv' mi de dehl von din göder vorut, de mi tohört as min arv'. Un so dehler [verdeelde] de ohle [oude] sin god [goed]. Nich lang darop sammler de jüngste sähn sin ganse kram tohop, trock in de fremde, un fung da an sin god to verprassen [verbrassen]. As he all dat sinige dörbröcht har, keem [kwam] düre tid äber [over] dat ganse land un he fung an hunger to liden. Da gung he to en bur [boer] in dat sölbige [drassige?] land un leet nich af [na] em sin noth to klagen, bet [tot] de bur em annehm as swindriver. Da em aber nüms [nooit] wat to eten gev' so mosst he sin buk füllen mit drank ut de swinträg. Un so ging he in sick [zich] un sär: Wa väl daglöhner hett min vatter de brot voll op hem, un ik mot ömkamen vör hunger. Ick will mi op de weg maken to min vatter un will em seggen: Vatter ik hev grote sünn [zonde] begahn in 'e himmel un vör di. Ick bün nich mehr wert din sähn to heten. Lat mi daglöhner bi di sin. Un so maker [maakte] he sick denn op de weg to sin vatter. As sin vatter em von feern kamen seeg, ween he vör jammer, leep em in de möt [liep hem tegemoet], foll em öm de hals un küsser em. De sähn aber foll vör em op de knee un sär: Ach Gott! Vatter, ick hev grote sünn begahn in 'e himmel un vör di. Ick bün nich mehr werth din sähn to heten. Aber de vatter befohl sin knecht: Haal dat beste von min kleder för sin arme liv', goll'ne fingerringe för sin hänn [handen] un nie schoh [nieuwe schoenen] för sin fot [voeten]. Slach ok en fette kalv. Lat uns eten un fröhlich sin. Denn de dare stackel [arme stakker] is ja min sähn. He wer dod un is werder lebendig worn. He wer verlorn un is werder funnen. Un so fungen se an fröhlich to sin. Aber die öllste sähn wer op dat feld. Un as he nu op de weg' na hus in de neeg [nabijheid] dat singen un dansen to hören kreeg, reèp he een von de knecht' ut 't hus un frog em: Wat hett dat to bedüden? Din bröder is torüg kamen, sär he, un din vatter hett för freu [vreugde] dar äber, dat he em werder [weer] heel un gesund bi sick hett, en fette kalv' slachten laten. Da wor he bös un woll nich ingahn. Da keem sin vatter herut un beer [bad, smeekte] em. He aber antworter un sär: Siehst du vatter! So väl jahr hev' ick di deent, un di nümmer [nimmer] wat to werdern [tegen je] dahn. Un du hest mi nie en bock geben, um mi mit min frünn [vrienden] fröhlich sin to laten. Nu aber de dare din sähn [je zoon daar] kamen is, de sin god mit horen [hoeren] verprässt hett, da hest du en fette kalv' slachten laten. Min sähn! sär de vatter: Du bist ja alltid bi mi un all dat minige hört di to. Du schost [zou] dach [vandaag] fröhlich un gut to moor [moede] sin, denn de dare din broder wer dod un is werder lebendig worn: He wer verlorn un is werder funnen.

Opmerkingen:
- lidwoord = de
- meervoud = enkelvoud+er; vb: god - göder (goederen); dit is ook zo in het Oud Anglisch
- verleden tijd van een werkwoord = werkwoord+er; he maker = hij maakte; he kusser = hij kuste
- de hiere mann = de man hier, deze man; de dare fru = de vrouw daar, die vrouw, gindse vrouw; hier en daar worden dus gehanteerd als bijvoeglijke naamwoorden
- oud = old, ohl
- vader = vatter, vadder, vader, voader
Lit.: Prof. Dr N.M. Petersen: Plattdeutsche Fabeln, Vertellungen un Märken in Angelner Mundart. (Dresden 1870; met Woordenlijst).
 

1971 Op vele oude vakwerkhuizen in Kappeln (Angeln) staan spreuken die doen denken aan Oud Nederlands met een vleugje Duits (Saxisch) en Fries. Zoals bijvoorbeeld:

Wer will buen an de Straten, mot de Minschen reden laten.
ofwel:
Wie wil bouwen aan de straten, moet de mensen kletsen laten.

Het staat Ao 1971 op een balk van een prachtig oud vakwerkhuis met zwarte balken en witte muren in Kappeln. (> Angeln) In meer huizen in Kappeln zijn dergelijke balken geplaatst met spreuken in dezelfde taal. Deze taal moet daar dus reeds lange tijd de volkstaal zijn.
** VTO, VWL




Klassiek Anglisch:


Klassiek Anglisch is een reconstructie taal, gebaseerd op historisch Anglisch en minimaal gecorrigeerd, gestandaardiseerd en aangevuld voor hedendaags gebruik. Alle aanpassingen worden afgestemd op het karakter van historisch Anglisch en daarnaast op elementen van de meest verwante talen als Oud Engels, Oud Nederlands, Oud Fries en de regiotalen van de oude Anglische gebieden in Nederland, Duitsland en Engeland.

Regels:
¶ aanwijzend:
- that = dat
- thone = die daar, ginds
- hiere = deze hier; hiera daeg = deze dag
- thaere = die daar
¶ bezittelijk voornaamwoord: yor (jouw, jullie), his (zijn)
¶ bijvoeglijk naamwoord = stam + a of e
¶ lidwoord:
- bepaald:
-- the + zn nw = de, die
- onbepaald:
-- hit = het (algemeen, zonder zn nw)
-- an = een
-- ane = ene, één
-- lidwoord wordt soms weggelaten
¶ meervoud = enkelvoud + s
¶ persoonlijk voornaamwoord:
Ick (ik), ye (je), he (hij), se (zij), we (we, wij), ye (u, jullie), se (zij)
¶ trappen van vergelijking:
Algemeen: groot, groter, grootste = great, greatar, greatast
- mare = meer (na het bijv. naamwoord)
- maest = meest vóór bijv.nw of zst.naamwoord
-- vb: maest aef cynerica = meeste van het koninkrijk
¶ werkwoord = stam + en
vervoegingen:
- twt: stam + t
- vlt: werkwoord - n + d
- vt(t/v): hebben/sin + volt.deelw
 

Zinsbouw:
Onderwerp + Werkwoord + LijdendVoorwerp + Bijv.bepalingen

Teksten:

2010: De verloren zoon. Vastgelegd in 1870 door Prof. Dr N.M. Petersen in Dresden. Hieronder vertaald in Klassiek Anglisch.

An man had twa suns. And the yongast af thaem secget to the faeder: Faeder giv mi the deal af yor goods foarut, that mi tohoaret as min earf. And so dealet the ealde sin goods. Nat lang thaerup gaeret the yongast sun sin haele craem tohop, trock in the fremde, and fung thaer an sin good to furbrassan. As he al that sinige thurbraged had, ceem deare tid ofer that haele land and he fung an hungor to lidan. Thaer gung he to an bour in that solbige land and leat nat af him sin nied to claegan, til the bour him annimet as swindrifere. Mer thaer he him naefre what to etan gaef so most he sin buc fyllan mid drinc ut the swintrog. And so ging he in sic and secget: What fele daegleaneres had min faeder the bread full up him, and Ick most umcoman foar hungor. Ick will mi up the waeg makan to min faeder and will him secgan: Faeder Ick hev greate synn don in heafen and foar ye. Ick bun nat mare worth yor sun to hetan. Laet mi daegleanere bi ye sin. And so maket he sic then up the waeg to sin faeder. As sin faeder him af feorn coman seet, weanet he foar furdread, leapet him tomod, fealet him um the hals and cysset him. Bot the sun fealet foar him up the knee and secget: Ah God! Faeder, Ick hev greate synn began in heafen and foar ye. Ick bun nat mare worth yor sun to hetan. Bot the faeder befealet sin cnight: Haelet that beste af min cladh foar sin earme lif, golde fingerring foar sin hand and niwe scoes foar sin foats. Sleget auck an faette cealf. Laet us etan and frolic wesan. Then the thaere earme stackar is yea min sun. He waes dead and is weadar leofond wordan. He waes furlorn and is weadar fondan. And so fungan se an frolic to sin. Bot that ealdast sun waes up that feld. And as he nu up the waeg to hus in the neigh that singan and dansan to hieran giet, ropet he ane af the cnights ut the hus and fraeget him: What hev that to bedudan? Yor brothor is toruck coman, secget he, and yor faeder had foar freagd thaerofer, that he him weadar heal and gesund bi sic had, an faette cealf slegan laetan. Thaer werded he hellig and woll nat ingan. Sin faeder ceemed thaerut and biddet him. Bot he andwordet and secget: See ye faeder! So fele years hev Ick ye deaned, and naefre what teng ye don. And ye hev mi naefre an bock giffan, um mi mid min freonds frolic sin to laetan. Bot nu the thaer yor sun coman is, that sin good mid hurs had furbrassed, thaer hev ye an featte cealf slegan laetan. Min sun! secget the faeder: Ye bin aefre bi mi and al that minige hoaret ye to. Ye scold todaeg frolic and good to mod sin, then the thaer yor brothor waes dead and is weadar leofond wordan: He waes furlorn and is weadar fondan.
 

===