Kranenburgia

English

home - lexicon - links - forum - nieuwsbrief - contact

A-B pagina, Kranenburgia, Kranenburg, Cranenburgh, Kranenborg, Kranenberg  
 

Brittannia

Historische topics over Brittannia in 450-950nC. Bevolking, taal, cultuur, roots, etc.
Historical topics about Brittannia in 450-950 AD. People, language, culture, roots, etc.

In die tijd wonen de verre voorouders van de Kranenburgs~ uit Bleiswijk in Holland in die regio van Noord-West Europa. Zij komen van daar via Vlaanderen.
In that time the faraway ancestors of the Kranenburgs~ from Bleiswijk in Holland live in that region of North Western Europe. They came from there via Flanders.



A::

Aeglesthrep:
Het Oud Anglische woord threp betekent mogelijk hetzelfde als terp. De verwisselde positie van de r lijkt analoog aan de verwisseling bij thorp en throp in het Anglisch. Zoals o.a. in de namen Freethorpe (Anglia), Mablethorpe (Lincolnshire), Hogsthorpe (Lincolnshire), Adorp (Almelo), Losdorp (Gro), Holthrop (UK), Northrop (UK), Pentrop (Hengelo/Ov), Satrup (Angeln), Löstrup (Angeln), etc. Trup = throp = thorpe = dorp.
¶ Het woord terp is volgens bron WP een Fries woord. In Noord-Holland spreekt men van een werf. In Groningen van een wierde. Terpen komen al voor in de 6e eeuw vC. O.a. op de Noord-Friese eilandengroep Halligen voor de westkust van Sleswig-Holstein. Aangezien Oud Fries en Oud Anglisch verwante talen zijn, zal het Oud Anglisch hoogst waarschijnlijk ook een woord hebben voor terp. Temeer daar de Halligen nabij Angeln liggen. Aangezien in het Oud Anglisch de r-wisseling voorkomt, kan het Oud Anglische woord voor terp mogelijk threp zijn. Zoals thorp voorkomt als throp of trup.
¶ Het woord threp komt voor in het IJslands en betekent daar o.a. trap. Volgens bron Zoëga 'A Concise Dictionary of Old Icelandic' (northvegr.org 28.12.07) betekent threp ook ledge. Volgens bron COD betekent ledge: Narrow horizontal surface projecting from wall etc.; shelf-like projection on side of rock or mountain; ridge of rocks, esp. below water; etc. In Nederlands dus: een plateau op of aan een rots in een bergrug. Mogelijk nabij water.
¶ Aangezien Adelaarstrap geen zinnige plaatsnaam lijkt, is het eerder mogelijk dat Aeglesthrep gewoon Adelaarsterp of Arendsterp betekent. Identiek aan Adelaarsnest of Arendsrots. Deze optie heeft in iedere geval een zinnige betekenis in de volgende tekst in bron ASC bij het jaar 455nC:

455. Hier Hengest and Horsa fuhton [vechten] with Wyrtgeorne [Vortigern] thaem kuninge [hun koning] in thaere stowe [schuilplaats daar] the is gekweden [genaamd] Aeglesthrep; and his brothor Horsan man afslog [afslachtte]. And aefter thaem Hengest feng to rike [kwam aan de macht], and Aesc his sunu [zoon].
Volgens bon ASP is Aeglesthrep mogelijk Aylesford in Kent. Aangezien het gaat om een schuilplaats of borg (burcht) van de koning, kan het gaan om een fort op een heuvel. De term Aegles kan erop wijzen dat het fort behoorlijk hoog ligt, zodat vandaaruit de omgeving goed gecontroleerd kan worden. Aangezien koning Vortigern wordt aangevallen door de Picten, lijkt het eerder mogelijk dat het gaat om de huidige (anno 2007) locatie Eaglescliffe nabij Ingleby (Ingelsby) en Middelsbrough in Noord Yorkshire. De Picten wonen namelijk in Schotland, grenzend aan Yorkshire, terwijl Kent op grote afstand ligt in Zuid Engeland. In die tijd wonen er al circa 1 miljoen Angelen, voornamelijk in Noord Engeland. (> Ax: Demografie) Dat kan tevens betekenen dat Vortigern een koning is in een Anglische regio, die later East Mercia heet. En dat kan weer verklaren waarom Vortigern hulp zoekt bij de koning van Angeln in zijn strijd tegen de Picten en dat hij die hulp ook daadwerkelijk krijgt. Hengist en Horsan komen namelijk kort daarna met een leger van Angelen, Saxen en Juten om Vortigern te helpen.
¶ Bron ASC schrijft bij 449nC:
Hie [Vortigern] tha [Hengest en Horsa] sendon to Angle [Angelland], and heton him [Vortigern] sendan maram fultum; and heton him [Offa] secgan Bretweala nahtnesse and thaes landes kuste.
vertaald:
Hij [Vortigern] zendt hen [Hengest en Horsa] naar Angle [Angelland], en laat zeggen hem [Vortigern] meer troepen te zenden; en laat hem [Offa] zeggen dat Brittannia en haar kust in nood zit.
Aylsford ligt 27 Km van de Noordzeekust. Eaglescliffe 12 Km. Voor die tijd een aardig verschil. Vortigern zal dus goed weten wat daar aan de kust gebeurd. Een belangrijk pleidooi voor Eaglescliffe is verder het feit dat aan de overkant van rivier de Tees bij Eaglescliffe het gebied Ingleby heet. Een groot gebied dat zich uitstrekt tot aan de North Yorkshire Moor en de Noordzee. Ingleby betekent letterlijk de borg van de Angelen. Deze oeroude naam geeft dus aan dat hier van oudsher Angelen wonen. Dat strookt met het feit dat Vortigern primair hulp inroept van de koning van Angeln in zijn strijd tegen de Picten uit Schotland. Aangezien het gebied voornamelijk is bevolkt door Angelen uit Angeln in NO Duitsland, kan dit gebied gezien worden als een Anglische nederzetting. Het is dan logisch dat Vortigern hulp primair zoekt bij Angeln.
¶ Een andere belangrijke reden om aan te nemen dat Aeglesthrep bij Middlesbrough in Noord Yorkshire ligt, is het feit dat de Anglische monnik en historicus Beda (672-735) langdurig verblijft in Jarrow, grenzend aan Newcastle in Noord-Oost Yorkshire. Jarrow ligt 51 Km Noord van Eaglescliffe. Beda zal de oudste geschiedenis van de Angelen in Engeland als historicus zeker goed kennen. Yorkshire ligt immers in East Mercia, het grootste en belangrijkste Anglische rijk in Engeland van die tijd. Deze Beda is naast Gildas de oudste en belangrijkste historische bron van de Anglo-Saxon Chronicle (bron ASC waaruit de citaat hierboven afkomstig is). Beda zal zeker over goede contacten beschikken onder de overwegend Anglische bevolking aldaar, die zich er in de afgelopen drie eeuwen heeft gesetteld vanuit Angeln. Dankzij die contacten zal hij veel teweten zijn gekomen over de oudste geschiedenis van de Angelen in Engeland. En in biezonder van de Angelen in zijn directe omgeving. Dat is dan vrij zeker de reden dat hij precies kan weten dat Aeglesthrep (alias Eaglescliffe) een schuilplaats was voor Vortigern, Hengist en Horsa.
¶ Wat de kans aanzienlijk versterkt dat Aeglesthrep het huidige Eaglescliffe bij Ingleby moet zijn, is de eerder vermelde definitie van het woord threp als een rotsplateau nabij water. Eaglescliffe ligt inderdaad aan water en wel de rivier Tees. Iets noordelijk daarvan ligt o.a. Stockton-on-Tees. Het kan haast niet mooier. Een rots aan het water heet immers vaak een cliff. Zoals de White Cliffs of Dover. Echter, Eaglescliffe lijkt niet echt een rots, maar eerder een aarden wal. Als klif lijkt Eaglescliffe hier eerder op het begrip klif in Friesland. Namelijk de Rode Klif bij Stavoren, de Mirnser Klif bij Mirns en de Oudemirdumer Klif (6 M hoog) bij Oudemirdum. Hier is sprake van stijle aarden wallen langs de Ysselmeerkust. Het Friese begrip 'klif' en het begrip 'cliffe' bij Ingleby lijken hier identiek. Mogelijk is het Anglisch hier de verbindende schakel. Ingleby is namelijk een gebied dat oorspronkelijk is bevolkt door Angelen. Hun taal is het Anglisch. De Friese taal is daaraan verwant. Het Nederlandse begrip 'klif' komt daar helemaal mee overeen. Bron WKE definieert klif aardrijkskundig als: steil oprijzende, afgebrokkelde kust. Zoiets hoeft niet persé aan een zeekust te liggen. Dat kan natuurlijk ook aan een rivier. In het Engels kan dat zeker, gezien eerder geciteerde definitie van ledge door bron COD. Maar ook voor cliff: steep rock-face, usually overhanging sea. Dus een rots die gewoonlijk (dus niet altijd) over zee hangt. Bron WKP (27.12.07) is explicieter: "In geography and geology, a cliff or bluff is a significant vertical, or near vertical, rock exposure. ... Cliffs are common on coasts, in mountainous areas, escarpments and along rivers". Eaglescliffe beantwoord uitstekend aan alle definities. Anno 2007 ligt daar het dorp Eaglescliffe Village. Deze naamgeving duidt er op dat er een Eaglescliffe is en een daarnaast gelegen dorp met de naam Eaglescliffe Village. In de tijd van Vortigern zal dat wel een locatie zijn met enige huizen, nabij zijn burcht Aeglestrhep, gelegen op de steile helling aan de Tees. Waarschijnlijk tussen Sunningdale en Preston Park, dat anno 2007 populair is bij sledgers (sleerijders) wegens de steile hellingen aan de rivier. Een hooggelegen plek, ideaal voor een veilige burcht. Vooral in moeilijke tijden, om aanvallen van vijanden snel te signaleren en af te slaan. Daarnaast een goede locatie om de scheepvaart op de Tees te controleren. Mogelijk ook om tol te heffen en daarmee een goede bron van inkomsten te genereren.
¶ Aannemende dat Aeglesthrep inderdaad het huidige Eaglescliffe is, kan dat verklaren waarom de adelaar als heraldisch symbool in Engeland feitelijk alleen voorkomt ivm Mercia. En heel in biezonder bij leden en nazaten van het koningshuis van Mercia. (> Adelaar, Arnulf de Bevere) Mogelijk is Aeglesthrep de oorspronkelijk zetel van de Anglische koningen van Mercia. Later wordt dat Stone en sinds circa 916 nC Tamworth. Beide laatste plaatsen liggen nabij Stafford in Staffordshire.
¶ De kans dat Eaglescliffe inderdaad het door bron ASC genoemde Aeglethrep is, wordt zeer aannemelijk door de aanwezigheid van de locatie Kingsmead. Deze locatie ligt aan de weg van Eaglescliffe naar Preston, tegenover de vermoedelijke locatie van de burcht Aeglesthrep. Kingsmead betekent in hedendaags Engels Kings Meadow. Maed is namelijk Oud Engels voor meadow, ofwel weide. (COD) In Oost Nederland bestaat het woord mede, dat Oud Saxisch is voor weide. Kingsmead betekent dus Koningsweide, ofwel de weide van de koning. Die zal daar dan zeer waarschijnlijk vlakbij hebben gewoond. Dat kan dan haast niet anders zijn dan de burcht Aeglesthrep. Een aardige bevestiging van de gemaakte veronderstellingen. Temeer daar van Eaglescliffe en omgeving niet bekend is dat daar in latere eeuwen koningen wonen of landgoederen bezitten.
** ASC, Vortigern, Engist van Angeln, Adelaar, Beda, Ingleby
# WP, ASP, WKE, KBG

Alfred de Grote van Wessex (848-901) (ADG:)
Koning van Wessex sinds 871, na de dood van zijn oudere broer Aethelred. Geboren in Wantage, Berkshire (UK). Zoon van koning Aethelwulf van Wessex en koningin Osburh. Ghm Ealhswith, geboren in 852* in Mercia, dochter van Eald (Earl) Ethelred Mueil of the Gainai (Gainsborough) en Eadburn Fadburn. Ealhswith ovrlijdt 5.12.905.
Verovert Mercia, de Thames Valley en Londen.
Uitgeroepen tot Bretwalda, heerser van Groot-Brittannië.
Bouwt een serie forten en burchten (burhs, burghs) rond zijn konikrijk om zijn rijk te beschermen tegen vijandelijk aanvallen. I.b. van Noormannen, Denen en Vikings.
Bekend om zijn langdurige, maar succesvolle strijd tegen de Denen, die hij in Eddington (Wiltshire) verslaat en tot vrede dwingt (Wedmore, 878). Mede dankzij een strategische hervorming van zijn leger.
Bevordert op grote schaal de ontwikkeling en het welzijn van het volk en de cultuur in zijn koninkrijk. Wordt daarom ook 'de Grote' genoemd.
Schrijft en vertaalt Latijnse werken in het Oud Engels. Zo vertaalt hij o.a. "De Cura Pastoralis" (Over de Zielszorg) van Gregorius de Grote, "De geschiedenis van Orosius" (met eigen aanvullingen over Scandinavië en Noord Duitsland uit zijn tijd), "De consulatione philosophique" van Boethius en een bloemlezing uit de "Soliloquia" van Augustinus. Verder stimuleert hij een verkorte vertaling van Beda's Anglo-Saxon Chronicle. (> KTE)
Zijn krijgers voeren een rood Andrieskruis op hun schilden.
Op munten van hem zijn een Andrieskruis (saltieres) afgebeeld.
Alfred overlijdt 26.10.901 in Winchester.
Udh: Edward the Elder (gb 871*) en dochters Ethelflaed en Aelfthryth.

- Stamreeks van Alfred
299-359 Frithogar ok// Waernas/Öland*
320-360 Freawin ok// Sleswig/Angeln
345-405 Wig ok// Sleswig-Cotswolds
380-440 Gewis +// Cotswolds*
404-464 Esla +// Cotswolds*
439-499 Elesa +// Cotswolds*-Wessex*
474-542 Cerdic van Wessex k// Wessex
507-577 Cynric van Wessex k// Wessex
533-593 Ceawlin van Wessex k// Wessex
560-620 Cuthwine van Wessex // Wessex
592-652 Cutha van Wessex // Wessex
616-676 Ceolwald van Wessex // Wessex
640-700 Cenred van Wessex // Wessex
672-718 Ingild van Wessex // Wessex
700-760 Eoppa van Wessex // Wessex
720-780 Eaffa van Wessex // Wessex
745-827 Ealhmund van Kent // Kent
770-839 Egbert van Wessex // Wessex
800-858 Ethelwulf van Wessex // Wessex
848-901 Alfred de Grote van Wessex k// Wessex

** Gewisse, Boudewijn II van Vlaanderen, Ethelflaed van Wessex, Andrieskruis
# WP, DAB

Andrieskruis:
Ook Andreaskruis. Genoemd naar Sint Andreas, discipel van Jezus. Later apostel in Oost Europa. (> Andreas)
¶ Het andrieskruis is een zgn schuinkruis of X-kruis. Het symboliseert de hoogste rechtsmacht in strafzaken. In biezonder de zgn halszaken. Dwz: strafzaken waarbij de doodstraf kan worden uitgesproken. Deze rechtsmacht ligt van oudsher bij de hoogste wereldlijke macht: de landsheer of zijn vertegenwoordigers zoals de graven, burggraven en baljuws. Het andrieskruis is daarom tevens een symbool van de hoogste adel.

¶ Het schuinkruis komt voor in vele historische vlaggen. Zoals Mercia, Ierland en Schotland. De oude Angel-Saxen voeren het schuinkruis op hun munten en wapenschilden. Dit kruis wordt al sinds circa 200vC gevoerd door de Angelen op het Continent. > PgAng/Redmayne
 
¶ Op munten van de eerste West-Saxische koningen Egbert (827-839), Alfred the Great (848-899), Edward the Elder (899-924) en Aethelstan (924-939) zijn saltieren (Andrieskruisen) afgebeeld. West-Saxische ridders en krijgers dragen in die tijd helmen met de kleuren blauw en geel en voeren schilden met een rood Andrieskruis. Men mag daarom aannemen dat dit Andrieskruis het symbool is van de Gewisse c.q. van Wessex. Dit is des te aannemelijker omdat het Andrieskruis of de saltiere gelijk is aan de letter X (Geofu, Gyfu) in het Runen alfabet. Dit teken staat voor de moderne letter G en wordt uitgesproken als de g-klank in Geoffrey. Dus voor de G in Gewisse. Een simpele manier om de eigen identiteit aan te geven, zoals dat hedentendage nog steeds gebeurt.
¶ Volgens bron RGT staat het runenteken X voor Gebo dat geven betekent. De uitspraak is een harde G zoals in het Engelse woord 'gift'. (> Runentekens) Op pagina 55 schrijft bron RGT verder:
Het is ook het teken dat door bloedbroeders wordt gemaakt, als de ingesnede polsen worden gekruist in een rituele bloedruil. Daarom betekent Gebo ook mystiek verbond en rituele verbintenis. Op een meer wereldlijk niveau kan het duiden op het sluiten van elke belangrijke verbintenis.
¶ Een sterk bewijs voor de juistheid van deze stelling is anno 2007 nog steeds te vinden. Het X-teken wordt immers in heden en verleden vaak gebruikt als teken van verbintenis bij een huwelijk. Een zgn alliantieteken dus. Bijvoorbeeld in genealogiën. Zo betekent Jan Valkenier x Miriam van Frieswijk dat Jan Valkenier is gehuwd met Miriam van Frieswijk. Een mooier demonstratie van de juistheid van de stelling van bron RGT is nauwelijks te vinden. Verder wordt anno 2008 bloedcontact door velen nog steeds beschouwd als een symbool voor ultieme eenwording. Het schuinkruis of Gebo heeft dus nog steeds een sterke mystieke betekenis. Opmerkelijk is dat bij bloedcontact en bij huwelijk ook nog steeds gesproken wordt over bloedbanden en bloedverwantschap.
¶ Zoals eerder vermeld, voeren West-Saxische ridders in de 9e-11e eeuw schilden met het Andrieskruis. De geciteerde tekst van bron RGT sluit goed aan bij de historische achtergronden. In die tijd fuseren namelijk het Anglische Rijk en het Saxische Rijk in Groot-Brittannië en vormen ze samen Engeland. Het Andrieskruis is hiervan vrij zeker het symbool. Het blijkt namelijk dat ook in Anglische kringen het Andrieskruis wordt gebruikt. Zo voert the Royal Anglian Regiment (American Contingent) het Andrieskruis als embleem. Kennelijk is het Andrieskruis daarom het symbool voor het verbond van de Angelen en de Saxen in Engeland. Ook hier een alliantiekteken dus.
¶ Wanneer het Andrieskruis voor 't eerst wordt gebruikt als alliantieken voor de Angelen en de Saxen in Engeland, is vooralsnog niet bekend. Ten tijde van de alliantievorming (850-950 nC) is het Christendom al gevestigd in Engeland. De grote promotors van de alliantie zijn koning Alfred de Grote van Wessex, zijn dochter Ethelflaed van Wessex en haar man Ethelred II van Mercia. Deze belangrijke leiders zijn devote Christenen. In hun tijd zal het alliantieteken dus gezien worden als een echt Andrieskruis, afkomstig van de apostel Andreas. Het fusiestreven van Alfred, Ethelflaed en Ethelred II is echter al aanwezig bij de Gewisse, hun voorgangers. Deze Gewisse zijn volgens overlevering nazaten van Gewis (ca. 380-440), een zoon van koning Wig van Sleswig. Gewis vlucht circa 400 naar Engeland, omdat hij zich niet meer veilig voelt in Sleswig. De koningen van Wessex zouden nazaten zijn van Gewis. Deze Gewis leeft zowel in Sleswig als in Engeland duidelijk in een nog niet gekerstende wereld. Het oorspronkelijke schuinkruis als alliantieteken van de Angelen en Saxen in Engeland, moet dus wel uit de pré-christelijke tijd stammen. In die zin heeft het heidense schuinkruis oorspronkelijk de betekenis van de letter G in de futhark. (> Pg Anglicana) Deze letter kan dus inderdaad staan voor Gewis, zowel als later de Gewisse, de nazaten en volgelingen van Gewis. Later zal het dan door de Christenen in Engeland omgedoopt zijn tot het zgn Andrieskruis. Symbolisch vertaald is het schuinkruis dus in feite een teken voor een verbond, waaraan zelfs een marteldood (zoals bij apostel Andreas) geen eind aan kan maken. Een symbool dus voor een eeuwig durend verbond.
¶ Opmerkelijk is dat de bisschoppen van Londen ook het Andrieskruis voeren in hun wapen. Bron civicheraldry.co.uk (9.10.07) schrijft hierover ivm het wapen van Fulham Metropolitan Borough Concil:
Barry wavy on ten Argent and Azure on a Saltire Gules two Swords in saltire points upwards of the first enfiled by an Mitre Or.
...
The wavy blue lines on white ground of the shield are emblematical of the River Thames, which forms the most important geographical feature of the district, and bounds the borough for a little more than half its area. The crossed swords through a golden mitre on a red saltire are taken from the See of London, whose Bishops represented by the mitre have held the Manor of Fulham since the end of the seventh century.
¶ Enge interpretatie van deel 2 van de citaat kan suggereren dat alleen de crossed swords zijn overgenomen. Gezien de overige bijgaande tekst van de wapenbeschrijving is dat echter onjuist. Daarin staan alleen de overige wapenelementen beschreven. Namelijk de tien blauwe en witte golven, die de rivier Thames symboliseren.
¶ Sinds wanneer de Londense bisschoppen het Andrieskruis voeren, is vooralsnog niet bekend. Het waarom is in dit bestek echter meer interessant. Gezien de historische achtergronden moet dat wel te maken hebben met het alliantieteken van de Angel-Saxen. Londen is voor hen al sinds de 10e eeuw het centrum van hun rijk, dankzij de inspanningen van de Gewisse, koning Alfred de Grote van Wessex, zijn dochter Ethelflaed van Wessex en haar man Ethelred II van Mercia. De goede realties van hen met bisschop Dunstan cq de Kerk van Engeland zullen daarom zeker een rol hebben gespeeld bij de keuze voor het Andrieskruis. De Kerk wordt immers geacht een goede herder te zijn voor de kudde. En wat kan dan mooier zijn en meer vertrouwen geven dan het symbool van de kudde over te nemen. Nog afgezien van het feit dat de kerkprelaten zelf uit die kudde voortkomen. Het Andrieskruis is dus ook voor hen een heilig alliantieteken. Gezien de citaat en de oudere wortels van het alliantieteken kan het Andrieskruis dus mogelijk al in de 7e eeuw door de Londense bisschoppen in gebruik zijn als wapensymbool.
** Alfred de Grote, Gewisse, Armada, PgAng/X-Kruis
# WP, DAB

 

Angel-Saxen: (ASX:)
De term Angel-Saxen is zeer oud. Ze is bedacht op het Continent voor de gezamenlijke Angelen en Saxen en wijst op een verbond tussen hen. Sommige bronnen beweren dat dit verbond is gesloten rond 150 nC in het gebied Lunenburg tussen de Weser en Elbe in NW Dutisland, de overlap van de toenmalige woongebieden van beide volken. Dit verbond is nodig om samen sterk te staan tegenover andere volken en de onderlinge vrede te bewaren.

 
Asbool: Als teken van hun verbond voeren de Angelen en Saxen de Asbool: op goud een x-kruis in rood, in een blauwe ring. Het x-kruis is een oeroud teken van verbond, broederschap en eenheid, gericht tegen het kwaad. Het rode x-kruis is het symbool van bloedbroederschap, verkregen door twee lichte snijdingen met een dolk boven de pols in de rechter onderarm, waarna deze insnijdingen tegen elkaar worden gedrukt en de broeders ieder een door bloed rood gekleurd x-kruis hebben op hun onderarm. Het x-kruis vinden we als symbool nog terug op de nokrand en balken van oude huizen, schuren en stallen, zowel in Twente en Drente als in landen op de Balkan en in de Himalaya. Mogelijk is het een oeroud Arisch symbool, meegenomen door de Germanen. (> Nokkruis) De ring rond het x-kruis is het teken voor eenheid. De kleur blauw staat voor zuiverheid.
Engeland: Bron ASW (p 31) schrijft:

The Anglo-Saxon peoples, then [5e-6e eeuw nC], were probably of mixed stock, with a number of common characteristics, before they arrived in England.
¶ Rond 650nC lijkt het verbond tussen de Angelen en Saxen opnieuw te zijn bevestigd in de Cotswolds in centraal Engeland, door de aldaar wonende Angelen en Saxen. Sindsdien worden de bewoners van Engeland vaak Angel-Saxen genoemd. In 889nC komt feitelijk het 3e verbond tussen de Angelen en Saxen. In dat jaar huwt koning Ethelred II van Mercia met Ethelflaed van Wessex, dochter van koning Alfred de Grote van Wessex. Met dat feit is de basis gelegd voor de verdere unificatie van Engeland. Mercia omvat het Anglische Rijk in Midden en Noord Engeland, en Wessex omvat het Saxische Rijk in Zuid en Oost Engeland.
¶ Het x-kruis is in de Anglische futhark identiek aan de Latijnse letter G. Als zodanig kan het staan voor Gewisse, zoals de Angel-Saxen in Engeland zich noemen. Gewisse betekent in Oud Angel-Saxisch Bondgenoten, afgeleid van wis = bundel. Aangezien het x-kruis in rood wordt uitgebeeld, zal het echter ook Bloedbroeders betekenen. Dwz: mensen die ritueel met elkaar zijn verbonden. (> Gewisse)
¶ Angel-Saxen in de eerste eeuwen in Engeland: >> Regia Anglorum
Continent: Het Anglische Rijk op het Continent strekt zich circa 300vC-600nC uit tot aan de Rijn. (> Angologie) Na de massamigratie van Angelen naar Brittannia in 450-500nC verzwakt dit Mega Angeln en wordt daarna steeds meer onderworpen door Denen en Saxen. Van 500-700nC wordt Angeln steeds verder veroverd door de Denen. Van 600-775nC settelen zich steeds meer Saxen in NW Duitsland en NO Nederland. (> Saxen) Uiteindelijk groeit zodoende sinds circa 775nC in beide laatste gebieden steeds meer een gemengde bevolking van Saxen en niet gemigreerde Angelen. In de loop van de daarop volgende eeuwen integreren beide culturen en groeit hieruit een Angel-Saxische mengcultuur. Aangezien Angelen en Saxen beide voortkomen uit de Germaanse stam der Goten, waren hun culturen al nauw verwant en is de integratie vrij makkelijk verlopen. De eigen identiteiten zijn hoofdzakelijk nog terug te vinden in locatienamen zoals Englum (Groningen), Angelsloo (Emmen), Angelburg (Osnabrück), Saaksum (Saxum; Groningen), Saaksumhuizen (Saxenhuizen; Groningen), Saasveld (Saxenveld; Twente), Sachsenhausen en Nieder-Sachsen (Duitsland), etc.
** PgAng/Hengest & Horsa, Angelland

Anglesey:
Eiland NW voor de kust van Wales. De naam is afgeleid van Ongull's Ey. Ongull is een variant van de naam Ongel, Angel, Engel en Ingle. Anglesey betekent dus letterlijk: het eiland (ey) van de Angelen. De Angelen hebben zich daar mogelijk circa 600nC hebben gevestigd vanuit Lancashire en Cheshire.
¶ Op Anglesey komen diverse locaties voor die een Anglische oorsprong aangeven. I.e.:
Aberfraw: AVA Abb (mansnaam) + er (van) + fraw (vrouw) > vrouw van Abb
Brantflow: AVA Brant (mansnaam) + floh, flow (stroom, rivier) > rivier van Brant
Brodorok: AVA Brodo (mansnaam) + roc (rots) > rots van Brodo
Cap Ythog: AVA cape (kaap, landtong) + yt (het) + hog (hoogte) > Kaap 't Hoogte
Harrode: AVA har (haar, zandhoogte) + rode (rode, ontginning) > rode bij de haar
Kirckhiog: AVA circ (kerk) + hiog, hog (hoogte) > hoogte waarop de kerk staat
Llenygrade: AVA leanig (in leen) + rade (rade = ontgonnen land) > rade in leen
Peunton: AVA Peun (mansnaam) + tone (tuin, erf, oord) > oord van Peun
Redwarth: AVA red (rood) + weard (waard, uiterwaard) > Rodewaard
Rodedyru: AVA rode (rode = ontgonnen land) + dyru (deur, poort) > poort naar de rode
Rodigidic: AVA Rodig (mansnaam) + dic (dijk) > de dijk van Rodig (Rudy)
** PgAng/Ongel

Anglische adel:
De Anglische koningen en adel in Engeland hebben hun roots in Mega Angeln op het Continent. Met hun migratie naar Brittannia nemen ze hun Continentale normen en waarden mee naar hun nieuwe homeland en geven daar nieuwe vormen aan. Ivan en Raymond Mitford-Barberton schrijven daarover in hun boek 'The Bowkers of Tharfield':

The Mitfords of Mitford trace their ancestry back to those remote times when the Anglian kingdom of Northumbria was a power in the land; when Oswald, Edwin and Cuthbert were not merely names, but living personages, asserting their power and influence in Church and State and social life. Northumberland is still favoured with not a few families which, like the Mitfords, lay claim to this honourable distinction. The Ridleys, formerly of Willimoteswick, now of Blagdon, the Middletons of Belsay, the Swinburnes of Capheaton, the Crasters of Craster, and probably a few others still represented in the country, though not directly connected withe their ancestral properties, are distinguished for their descent from the old Anglian Nobility, who, having "come in" hundreds of years before "the Normans", brought with them, fostered and developed, the fundamental principles of those free institutions which made and have maintained England's greatness.
Het is natuurlijk niet beperkt tot de free institutions. Ook andere culturele waarden zijn meegenomen en in hun nieuwe wereld verder gekoesterd en tot ontwikkelling gebracht. Te denken valt aan taal, rechtspraak, architectuur, kunst, literatuur, mythologie, techniek, etc. De free institutions zijn echter de kernwaarden die in de hele Angel-Saxische wereld heden nog steeds worden gekoesterd en de fundamenten van de Angel-Saxische samenlevingen vormen.
Winston Churchill (1874-1965) Sir Winston Leonard Spencer Churchill is geboren op Blenheim Palace in Oxfordshire, Engeland, als zoon van Lord Randolph Churchill en Jennie Jerome, Amerikaanse van geboorte. Winston Chruchill wordt gerekend tot de grootste staatslieden die de wereld heeft voortgebracht. Zijn carriere culmineert in de Tweede Wereldoorlog, waarin hij zich ontplooit als de grote leider van het Vrije Westen tegen de terreur van Nazi Duitsland. Als geen ander motiveert Churchill het Britse volk en de Geallieerden tot de strijd
 
tegen Duitsland, dat onder leiding van Hitler het Vrije Westen onder zijn dictatoriale macht wil brengen. Na vijf vreselijke jaren van zware strijd volgt de Victory on all fronts. Op 8 mei 1945 capituleert Duitsland onvoorwaardelijk.

 
Archaïsme:
Uit het Doomsday Book blijkt o.a. dat in 1066 Engeland een archaïsch land is. Ruim 95% van de bevolking leeft en werkt op het platteland en slechts 5% in de steden. Waarschijnlijk verschilt Engeland daarin niet veel van andere landen in Europa.
** Doomsday Book

Archeologie: > Staffordshire, Sutton Hoo

ASC: Anglo-Saxon Chronicles
Serie kronieken in Engeland bijgehouden in 832-1154, geschreven in de oorspronkelijke Angel-Saxische taal c.q. het Oud Engels, i.c. Oud Anglisch. De kronieken beschrijven de belangrijke historische gebeurtenissen in Engeland in de Vroege Middeleeuwen. I.b. de invasie van Angelen, Saxen en Juten, de raids van Noormannen, Vikings en Denen, en de invasie van de Normandiërs in 1066 onder Willem de Veroveraar. De oudste delen beginnen rond de jaartelling en bevatten compilaties uit Gildas, Hieronymus, Beda en andere werken. Hieronder een transcriptie van de orginele tekst van de eerste jaren sinds 449nC:

449. Hier Martianus and Valentinus onfengon rice [krijgen macht],
and ricsodon [regeren] seofon [zeven] winter. And on hiera dagum [deze dag] Hengest and Horsa, fram Wyrtgeorne [Vortigern] gelathode [uitgenodigd], Bretta kuninge [koning], gesothon [getrouwe] Bretene on thaem [hun] stede genemned [genaamd] Ypwinesfleot [Ebbsfleet in Thanet?], aerest [eerste] Brettum to fultume [helpen], ac hie [hij] est on hie fuhton.
Se [deze] kuning het hie feohtan ongean Peohtas [gevochten tegen
de Picten]; and hie swa duden, and sige haefdon [zegeviert] swa hwaer swa hie comon [waar hij ook komt]. Hie tha sendon to Angle [Angelland], and heton him sendan maram fultum [vraagt hem meer troepen te zenden]; and heton him secgan Bretweala nahtnesse [en vertelt hem over de rampspoed in Brittannia] and thaes landes kuste. Hie tha sendon him maran fultum. Tha comon [komen] the menn of thrim maegthum Germanie [drie Germaanse machten]: of Eald-Seaxum [Oud Saxen], of Englum [Angelland], of Iotum [Jutland].
Of Iotum comon Kantware [bewoners van Kent] and Whitware --
thaet is eo maegth the nu eardath [woont] on Wiht -- and thaet kunn [volk] on West-Seaxum the man nu giet [nog steeds] haett 'Iotena kunn'. Of Eald-Saexum comon East-Seaxe and Suth-Saexe and West-Saexe. Of Angle comon -- se a sittan stod weste betwix Iotum and Seaxum [westelijk gelegen tussen Jutland en Saxenland] -- East-Engel, Middel-Engel, Mierce [Mercia], and ealle [heel] North-Humbre.
455. Hier Hengest and Horsa fuhton [vechten] with Wyrtgeorne
thaem kuninge in thaere stowe [schuilplaats] the is gekweden [genaamd] Aeglesthrep [Arendsterp; Aylesford in Kent?]; and his brothor Horsan man afslog [afslachtte]. And aefter thaem Hengest feng to rike [kwam aan de macht], and Aesc his sunu [zoon].
457. Hier Hengest and Aesc fuhton [vechten] with Brettas [Britten]
in thaere stowe the is gekweden Crecganford [Crayford], and thaer ofslogon [afslachten] feower [enige] thusend wera [soldaten]. And tha Brettas tha forleton [verlieten] Kentland, and mid micla ege [grote vrees] flugon to Lundenburig.
473. Hier Hengest and Aesc gefuhton with Wealas, and genamon
unarimedlicu here-reaf [namen gevangen talloze legerofficieren], and thä Wealas flugon thä Engle swa swa fur [als voor vuur].
495. Hier comon twegen ealdormenn [twee oldermannen, leiders] on
Bretenne: Cerdic and Cynric his sunu, mid fif scipum [vijf schepen], in thone stede the is gecweden Cerdicesora [Cerdicsford]. And ilcan daege [elke dag] gefuhton [gevochten] with Wealum [Wales].

** Gildas, Beda, Vortigern, Engist van Angeln, Oud Anglisch
# WP, ASP, DAB

ASCU:
Bron ASC uitgebreid. I.c.:
The Anglo-Saxon Chronicles
The authentic voices of England, from the time of Julius Caesar to the coronation of Henry II
Translated and collated by Anne Savage
Book Club Associates
Great Britain 1982

Asland: > PgAng

B::

Beda: (672-735)
Alias Baeda, Bede. Bijgenaamd Venerabilis ofwel de Eerbiedwaardige. Geboren in Monkton. Overlijdt in Jarrow, Noord Engeland. Engelse monnik van de Benedictijnse Abdij in Jarrow. Theoloog, historicus, mathematicus en natuurwetenschapper. Beheerst het Latijn, Grieks en Hebreeuws. Schrijft meer dan 40 boeken. Is helder en zakelijk van stijl.
¶ Beda's beroemdste werk is Historia ecclestiasica gentis Anglorum, een geschiedenis van de Angel-Saxen, met de nadruk op hun bekering en kerkelijke organisatie tot 731. Hierin beschrijft hij o.a. het zendingswerk van de Angel-Saxen in de Lage Landen. Vrij zeker heeft Beda gebruik gemaakt van de werken van de historicus Gildas (gb 480). Delen van zijn werken zijn opgenomen in de Anglo-Saxon Chronicles.
¶ NB In Reiderland (NO Groningen) lag ooit een dorp met de naam Beda. Door langdurige stormen en overstromingen is Reiderland in 1277nC verdronken. Mogelijk zijn Beda's voorouders afkomstig uit Beda in Reiderland en zijn ze in de periode 450-550nC gemigreerd naar Brittannia.
** ASC, Gildas, PgAng/Reiderland
# WP, DAB, KBG

Beornraed van Mercia (735*-757)
Mogelijk een zoon van Ethelbald van Mercia en NN.
Wordt na de dood van Ethelbald in 757 korte tijd koning van Mercia.
Bron ASCU schrijft:

757 ... The same year as Cynewulf's accession, Aethelbald, king of Mercia, was killed at Seckington; his body lies at Repton. Beornraed received that kingdom, and held it miserably for a short time. The same year, Offa seized his kingdom and held it for thirty-nine years. His son Ecgfrith held it for one hundred and fourty-one days.
** Mercia

Berkeley:
Geslacht in Engeland, afkomstig van Berkeley Castle in Gloucestershire.
Het geslacht begint bij Robert FitzHarding, een gunsteling van koning Henry II. Robert krijgt in 1153 Berkeley Castle van Henry en is sindsdien Lord Berkeley.
Wapen: op een veld in rood een chevron in hermelijn tussen tien Saxische kruizen in zilver, 3-3-4 geplaatst. De Saxische kruizen verwijzen naar hun Saxische herkomst.
** Beverstone (kasteel)
# TTB, DAB

Bernicia:
Oorspronkelijk een Anglish koninkrijk dat onstaat aan het eind van de 6e eeuw, na de onderwerping van de Voltadini aldaar door Anglishe settlers sinds circa 450 nC. Het koninkrijk Bernicia wordt gesticht in 500 nC door koning Esa. Bernicia strekt zich uit van rivier de Tyne tot de Firth of Forth, aan de Noordzeekust tussen Engeland en Schotland. Dit is het oudste gebied dat door Angelen uit Angeln is gekoloniseerd. De zetel van de Anglische koningen wordt Bamborough Castle, bij Bamburgh nabij Lindisfarne, aan de kust van de Noordzee. Later wordt Edinburgh de hoofdstad. De Anglische koningen van Bernicia zijn sinds 634 heer en meester in Northumbria, dat ontstaat door unificatie van Bernicia en Deira. In dit gebied wordt van oudsher Geordie gesproken, een Oer Engels dialect, dat heel dicht bij het Oer Anglisch ligt. De roots van Geordie lijken te liggen in Noord Groningen. (> Geordie). Dat zo zijnde liggen de Anglische roots van Bernicia eveneens aldaar.
** Angeln (Vortigern), Oer Engels, Geordie, Edwin van Northumbria
# WP, DAB

Bevere:
- Dorp in North Claines, 3.5 Km NW van Worcester (MW Engeland).
Hier zijn bronzen bijlen gevonden uit 600-90 vC. Het gebied is dus toen al bewoond.
- Bevere Green: een markegrond in Bevere.
- Bevere Island (Beverey) in de rivier de Severn bij Bevere. Wordt genoemd in 1041 ivm wraakactie van koning Harthacanute tegen Worcester (ZA).
Bereikbaar via Bevere Bridge of met de ferry vanaf Camp House.
- Bevere House op Bevere Green. Zeer grote mansion met kelders uit de Middeleeuwen. Anno 2006 bestaande uit een groot aantal appartementen.
- Bevere Manor op Bevere Green. Een groot manor house. Anno 2006 bestaande uit drie residenties. Bevere Manor staat vlakbij Bevere House. Tussen beide huizen loopt een laan. Bevere Manor is kleiner en van later datum dan Bevere House.
- Bevere Manor, ofwel de Heerlijkheid Bevere. Wordt in de 11e eeuw genoemd als leengoed van het Convent van Worcester. Anno 2006 een groot landgoed in Bevere.
- Bevere Gardens op Bevere Manor. Groot en mooi tuincomplex met vele soorten planten.
- Bevere Cottage nabij Worcester.
- Bevere Bridge. Brug tussen Bevere en Bevere Island.
- Bevere Lock (sluis) bij Bevere Bridge.
- Bevere Lane van Bevere naar Worcester.

De naam Bevere hoort tot het Anglisch taalgebied. De regio Worcester waarbinnen Bevere ressorteert, wordt rond 650 nC veroverd door de Hwicce, een stam der Angelen uit East Anglia. Aangezien het gebied van Bevere al ver vóór dat jaar wordt bewoond, zal Bevere sinds die tijd ook door deze Angelen zijn bewoond. En daar de Angelen al direct de overmacht hebben, zal het gebied ook vrij snel een Anglische naam hebben gekregen. We mogen derhalve aannemen dat de naam Bevere (Bevre, Bevrey of dergelijk) voor dit gebied al sinds circa 650 bestaat.
** Bevere House, Bevere Manor, Hwicce, Worcester, Worcestershire, Mercia, De Bevere, Van Beveren (Herkomst), Beverey
# TGE, BHO, Harry Frost (Bevere House, Bevere, Worc., UK), DAB

 

Bevere House:
Zeer grote manorhouse op Bevere Green in Bevere (North Claines, Worcestershire). Het huidige gebouw dateert uit de 18e eeuw. Het heeft echter kelders uit de Middeleeuwen, zodat we mogen aannemen dat Bevere House zeker al in die tijd heeft bestaan.
Mogelijk stamhuis van het geslacht De Bevere in Engeland, waaruit het geslacht Van Beveren in Vlaanderen en Nederland is voortgekomen.
De gravure rechts laat Bevere House zien rond 1780.

 

Bevere House is vrij zeker oorspronkelijk gebouwd in 904 door Ethelred II van Mercia en zijn vrouw Ethelfaed van Wessex. Zij krijgen in dat jaar land in Bevere van bisschop Werefrith van Worcester, wegens hun grote verdiensten bij de bouw van de burcht van het nabijgelegen Worcester. Hoe lang zij en hun nazaten daar wonen is vooralsnog niet bekend. Ethelred II sterft in 911. Ethelflaed regeert nadien alleen over Mercia vanuit Stafford. In 913 versterkt ze Tamworth. Daar overlijdt ze in 918. Waar de kinderen verblijven in die jaren, is vooralsnog niet bekend. Mogelijk heeft de familie Bevere House in bezit gehouden als buitenverblijf en zijn één of meer kinderen en hun nazaten daar nog vele jaren blijven wonen.
¶ In 1542 gaat de leen van Bevere Manor over naar de dean en chapter van Worcester. Mogelijk dat in dat jaar de laatste bewoners van het geslacht De Bevere uit Bevere House vertrekken.

In de 16e eeuw is Bevere House eigendom van de familie Jackson. In de 18e eeuw koopt Dr T.R. Nash het landgoed. Hij laat Bevere House vergroten door Anthony Keck in 1770. Na de dood van Nash woont de familie Carey hier begin 19e eeuw. In 1840 gekocht door de familie Curtler. Het laatste lid van deze familie vertrekt hier in de 1940s.
Anno 2006 bestaat Bevere House (foto links) uit een groot aantal appartementen.

 
** Bevere Manor, De Bevere, Van Beveren (Herkomst), Van Beveren Dordrecht, Bevereburch Dordrecht, Beverborg (Twente)
@ tekening en foto Courtesy Harry Frost
# Harry Frost (Bevere House, Bevere, Worc.), BHO, DAB

Bevere Manor:
Manor in Bevere, North Claines (Worcestershire, district Wychavon).
Claines ligt circa 3 Km ten noorden van Worcester.
¶ Bevere Manor bestaat nagenoeg zeker al begin 10e eeuw. Mogelijk is het gesticht rond 904 door Ethelred II van Mercia en zijn vrouw Ethelflaed van Wessex. De volgende feiten ondersteunen deze veronderstelling.

- A. Bron BHO schrijft bij de manors van Claines:

Land at BARBOURNE (Beferburna, x cent.; Beverburne, Berborne, xiv cent.) was granted by Werefrith, Bishop of Worcester, in 904 to Ethelred II ealdorman of Mercia and his wife Æthelflæd. (fn. 64)

Volgens bron BHO krijgen in 904 Ethelred II en Ethelflaed dus van bisschop Werefrith van Worcester land at Barbourne. Niet in zoals in andere gevallen is geschreven door bron BHO. Dit lijkt duidelijk met opzet. Maw: het verkregen land ligt bij en niet in Barbourne (Beverburn). Het grenst er dus aan!

- B. Bron BHO schrijft verder:

The manor of BEVERE (Beverege, xi cent) probably originated in gifts made to the Prior and convent of Worcester in the 11th and 12th centuries.

Met probably geeft bron BHO aan dat ze niet zeker zijn of Bevere Manor toen is ontstaan. De bron lijkt te bedoelen dat het ook mogelijk is dat de Manor al eerder is gesticht. Gezien de schenkingen uit de 11e en 12e eeuw, is het dus kennelijk mogelijk dat Bevere Manor al vóór de 11e eeuw bestaat.

- C. Bron BHO gaat verder met:

One was made by Bishop Wulfstan [1003-1006], who gave the monks the fishery of Beverburn with 12 acres of land belonging to it, ...

Bevere Manor moet dus zeker al rond 1005 bestaan en is dan in Beverburn gelegen. In die tijd wonen er kennelijk monniken.

- D. Bron BHO vervolgt met:

... the other in 1117 by Bishop Theulf [of Worcester], who gave a fishery in the Severn with the weir of Beverburn, and the island (fn. 89) (evidently Bevere Island).

De weir (dam) ligt in feite in het huidige Bevere. Ze verbindt Bevere met Bevere Island. Beverburn (Barbourne) strekt zich dus in die tijd uit vanaf centrum Worcester, langs de oostkant van de Severn, langs Northwick, totenmet de dam. Zie nevenstaande kaart.

 

- E. In 1542 worden de andere landgoederen van het Convent toegevoegd en komt de Manor of Bevere in leen bij de dean en chapter van Worcester. Bron BHO schrijft:

At the Dissolution this manor was valued with Lippard as 'Bevrey cum Barborn' at £10 14s. (fn. 90) With the rest of the estates of the priory it was granted as the manor of Bevere in 1542 to the Dean and Chapter of Worcester.

Met de dissoluition wordt bedoeld dat het Benedictijnse Klooster van Worcester op 16.1.1540 wordt opgeheven. Daartoe behoren o.a. genoemde Prior en Convent van Worcester. Pior Holbeche en zijn 33 monniken worden officieel ontslagen en het klooster gesloten.
¶ Uit de punten A tm E kan men concluderen dat het land dat Ethelred II en Ethelflaed in 904 krijgen in feite Bevere is.
- Buiten Northwick en Worcester grenst Beverburne alleen nog aan Bevere. Bron BHO meldt nergens dat Bevere tot een van deze gebieden hoort of ooit heeft gehoord. Zo dat wel het geval was, dan zou bron BHO dat voor de duidelijkheid zeker moeten vermeld hebben of gemeld hebben. Aangezien Worcester in die tijd reeds ommuurd en bebouwd is, zal daar zeker geen vrij en onbebouwd land zijn geweest, dat door bisschop Wulfstan weggeschonken kan worden. Bovendien genieten Ethelred II en Ethelflaed daar al vele rechten en privileges.
- Northwick is de centrale manor van de bisschoppen van Worcester. Het is kennelijk zo belangrijk voor hen is, dat ze daar zeker geen land zullen wegschenken. Bovendien is niet bekend of de bisschoppen dit gebied in 904 al in bezit hebben. Bron BHO schrijft:

It is not known when the church of Worcester acquired the great manor of NORTHWICK, which seems in early times to have included the present manor of WHISTONES (Wistan, Whytston, xiii cent.; Wyston, xiv cent.), the principal manor of Claines.
In 1086 is dat anders. Volgens het Domesday Book (1086) is Northwick dan bezit van de Church van Worcester. Dus van de bisschoppen aldaar. Het is dus goed mogelijk dat Northwick pas na 904 in bezit komt van de Kerk van Worcester. En dat het land dat Werefrith aan Ethelred II en Ethelflaed schenkt, derhalve zeker niet in Northwick lag. Deze optie wordt gesterkt door de volgende tekst in bron BHO:
From early times land at Barbourne was included in the manor of White Ladies Aston, the two manors being held for the service of a knight's fee.
Het is dus mogelijk dat Ethelred II en Eathelflaed hun land uiteindelijk hebben gekregen van White Ladies Aston via bisschop Werefrith. Het geschonken land heeft in deze optiek dan zeker niet in Northwick gelegen.
Op grond van bovengenoemde feiten moet het land dat Ethelred II van Mercia en zijn vrouw Ethelflaed van Wessex in 904 krijgen van bisschop Werefrith van Worcester, gelegen zijn in het gebied Bevere bij Worcester. Aangezien Ethelred II en Ethelflaed de feitelijke heersers zijn van Mercia, kan het niet anders dan dat het gebied dat ze krijgen een behoorlijke omvang moet hebben. Geheel passend bij de status van de Earl en de Lady van Mercia. Het zal dan toch zeker de omvang en de status van een heerlijkheid bezitten. Op grond hiervan mogen we stellen dat Bevere Manor zeker al in het jaar 904 moet bestaan.
Verder kan men uit A tm E concluderen dat:
- er in Bevere in 1005* monniken wonen
- de erfgenamen/kinderen van Ethelred II en Ethelflaed in 1005* waarschijnlijk dus niet meer in Bevere wonen
- door latere schenkingen en aankopen Bevere Manor steeds groter is geworden
¶ Anno 2006 is Bevere matig bebouwd. Door het feit dat het in de 10e eeuw nauwelijks vermeld wordt, ziet het er meer naar uit dat Bevere in die tijd nog een wasteland is, vrij en onbebouwd, dat makkelijk weggegeven kan worden. Voor Ethelred II en Ethelflaed een ideaal gebied om er een manorhouse te bouwen en een eigen family life te leven.
¶ Bevere Manor is genoemd naar het gehucht Bevere, dat al sinds 650 nC onder die naam bestaat. De manor is het stamoord van het geslacht De Bevere in Engeland. Dit geslacht woont er vrij zeker al sinds het jaar 904. Gezien bovengenoemde feiten mogen we aannemen dat Bevere Manor oorspronkelijk allodiaal bezit is van dit geslacht dankzij de schenking in 904 van bisschop Werefrith aan Ethelred II van Mercia en zijn vrouw Ethelflaed van Wessex.
** Bevere, Bevere House, Manor, De Bevere, Leenstelsel, Oswaldlawe, Ethelred II van Mercia, Ethelflaed van Wessex
# BHO 9.6.2006, DDB, DAB

Beverey:
Eiland in de rivier de Severn bij Bevere (Claines, Worcestershire, UK).
De naam betekent bevereiland.
Genoemd in 1041 in bron FOW ivm wraakactie van koning Harthacanute tegen Worcester. De bewoners vluchten naar Beverey. Ze versterken het eiland en verdedigen zich zo goed, dat ze overleven en kunnen terugkeren naar Worcester.
Vermeld:
Adam de Bevereye (c 1245-1313), shopkeeper in Worcester rond 1280; begraven 1313*.
Het bekende geslacht Beveridge schijnt afkomstig te zijn van Beverey.
** Bevere (Engeland), Worcester
# David Morrison (Worcester Cathedral), Worcestershire Inquisitiones Post Mortem, FOW

Beverley:
Stad in Humberside (NW Engeland), onder Yorkshire. Naam bestaat al in 705nC. Afgeleid van Beaver en Lea (= open stuk in een bos; clearing).
- St John of Beverley Geboren in Harpham bij Driffield (Gloucestershire). Opgeleid onder St Hilda. Geeft ondrricht en wijdt de Venerable Bede in. Is 1e bisschop van Hexham. In 705 aartsbisschop van York. Na zijn aftreden bouwt hij een cel in Beverley als retraite.

Beverstone:
Gehucht in ZW Gloucestershire (MW Engeland). Aan de A46 nabij Tetbury. Waarschijnlijk genoemd naar het gelijknamig kasteel aldaar.
Kasteel gelegen in Beverstone, Gloucestershire. Oorspronklijk aarden fort met brede gracht. Gebouwd door Noormannen (Vikingen) rond 900 nC. Sinds de 11e eeuw waarschijnlijk bezit van het geslacht De Bevere en door hen verbouwd tot kasteel. In 1225-29 verbouwd door Maurice de Gaunt (van Gent) tot een sterk bemuurd kasteel met imposante poort. In de 14e eeuw bezit van het geslacht Berkeley.
¶ Beverstone is identiek aan Beverstein, wat zoveel betekent als de woonstee van de familie (Van) Beveren. In Engeland woont in die tijd een geslacht De Bevere, dat verwant is aan het geslacht Van Beveren in Vlaanderen. Diederik III van Beveren (gb 1005) is gehuwd met Beatrix van Gent. Mogelijk heeft Maurice van Gent kasteel Beverstone langs deze lijn verkregen. Dit betekent dat Beverstone voor die tijd bezit is van het geslacht De Bevere in Engeland. De Vikingen raiden Engeland sinds 793. In 1066 worden ze definitief verslagen door Willem de Veroveraar. E.e.a. betekent dat Beverstone ergens tussen 1066 en 1225 bezit van het geslacht De Bevere moet zijn geweest. Dit geslacht woont sinds de 10e eeuw op Bevere Manor in Bevere, Worcestershire. Zij zullen de oorspronkelijk aarden fort ongetwijfeld hebben verbouwd tot een meer confortabel eigentijds kasteel.
¶ In 1350 is Beverstone bezit van Thomas, Lord Berkeley. Hij verbouwd het kasteel en voegt er een poort toe met twee torens.
Het huidige geslacht Berkeley voert de naam sinds 1153.
Wapen: op een veld in rood een chevron in hermelijn tussen tien Saxische kruizen in zilver, 3-3-4 geplaatst. De Saxische kruizen verwijzen naar hun Saxische herkomst.
¶ Het wapen van Berkeley lijkt verrassend veel op het wapen van genoemd geslacht De Bevere: op een veld in rood een zilveren chevron. Dit kan wijzen op verwantschap tussen beide geslachten. Binnen de gegeven optiek kan het geslacht Berkeley daarom heraldisch gezien afstammen van het geslacht De Bevere. De grondslag van het wapen van Berkeley vormt dan het wapen van De Bevere, waaraan de hermelijn en de tien Saxische kruizen zijn toegevoegd. Deze veronderstelling wordt gesterkt door het feit dat het huidige geslacht Berkeley pas sinds 1153 bestaat. Daarentegen bestaat het geslacht De Bevere al zeker sinds 964 en mogelijk al sinds het jaar 870.
¶ De mogelijke relatie tussen de geslachten De Bevere en Berkeley sterkt het vermoeden dat Beverstone inderdaad gebouwd is door een De Bevere vóór Maurice de Gaunt het kasteel koopt in 1225*. Het kasteel is in deze optiek bezit gebleven binnen de familiaire kring. Mogelijk langs erfrechtelijke lijnen, hetgeen zeker niet ongebruikelijk is. Temeer nog daar vooralsnog nergens is vermeld dat Beverstone in bezit is gekomen door koop.
** PgLex (Diederik III van Beveren, Van Beveren, De Bevere), Bevere Manor, Berkeley
# TGE, DAB

BHO:
British History Online (british-history.ac.uk)

 

Brittannia:
Omvat Engeland, Wales en Schotland. Inwoners:
sinds:
1000vC Kelten in heel Brittannia
----vC Picten en Scoten in Schotland
--55vC Romeinen in Engeland (-410nC)
-100nC Tubanten uit Twente in Yorkshire
-100nC Nederlanders en Belgen in Winchester
-400nC Angelen, Saxen en Juten in Engeland
-800nC Denen en Vikings in NO Engeland
1066nC Normandiërs in Zuid Engeland

Ondanks de latere immigratie van Denen, Vikings en Normandiërs is de betekenis van de Angel-Saxen door de eeuwen dominant. Dat heeft o.a. te maken met hun nummerieke meederheid.
Links: Brittannia in 500-1000nC
@ kaart © B.C. Kranenburg
** Kelten, Tubanten, Winchester, Angel-Saxen

 

 
Burhed van Mercia (830*-874): Zoon van koning Burwulf van Mercia en Saethryth. Koning van Mercia 851-874. Verovert in 851* Ergyng, ten zuiden van Hereford, in een gezamenlijke campagne met koning Ethelwulf van Wessex. Dit is het begin van de duurzame alliantie tussen Mercia en Wessex, waaruit later het koninkrijk Engeland wordt geboren. Schenkt in 851* Manor Hartlebury in Worcestershire aan de bisschop van Worcester.
Bron BHO schrijft:

HARTLEBURY is said to have been given to the Bishop of Worcester by Burhed, King of Mercia (c. 850). (fn 40) It certainly belonged to the bishopric in 985 ...

Huwt Pasen 855* Lady Ethelswitha, dochter van koning Ethelwulf van Wessex.
Erft Noord Wales van zijn voorganger koning Bertulf van Mercia.
Dwingt dit gebied tot gehoorzaamheid, nadat het in opstand komt.
Verdrijft in 868 de Denen uit Nottingham met hulp van Ethelred II en Alfred de Grote van Wessex.
De Denen heroveren Nottingham en andere delen van Mercia.
In 874 bezitten de Denen het grootste deel van Mercia.
Burhed moet vluchten naar veilige gebieden, die zijn overgebleven van Mercia. Naar zeggen vertrekt hij uiteindelijk naar Rome, waar hij tot zij dood verblijft. Volgens bron ASC is Burhed begraven in de Maria Kerk in de School van de Engelse Natie in Rome.
In 874 opgevolgd door Ceolwulf II als koning van Mercia.
Koning Alfred van Wessex is ontevreden over Ceowulf en besluit in 879 hem te vervangen door Ethelred II, een zoon van Burhed. Wessex heeft immers inmiddels de facto de macht over Mercia verworven.
Vermeld in de Anglo-Saxon Chronicle in 852, 853, 868 en 874.
Alias: Burgred, Burgreda.
Er zijn munten gevonden op diverse locaties in Engeland met de beeltenis van Burhed tijdens zijn regering. O.a. in Seven Stoke in Yorkshire.
Udh: o.a. Ethlered van Mercia.
** Mercia, Ethelred II van Mercia, Alfred de Grote
# WKP, KQB(), BHO 9.10.2006, DAB

Burwulf van Mercia (800*-851): Zoon van koning Wiglaf van Mercia en Cynethryth. Koning van Mercia 840-851. Nazaat van Beornwulf. Gehuwd met Saethryth.
Alias: Beorhtwulf, Brihtwulf, Burhulf
Zoon: Burhed van Mercia (gb 830).

C::

Caedmon: (c 615-675nC)
Monnik en oudste Engelse schrijver/dichter in Northumbria, Engeland.
¶ De naam Caedmon lijkt afgeleid van Anglisch caedman = kademan, kadewerker = lader en losser van schepen. Een beroepsnaam dus.

** PgLing

Chauken: > PgAng

Cnebba van Mercia (c 485-545)
Zoon van Icel van Angeln. Geboren in de Cotswolds*.
Koning van Mercia. Woont in Stone, Staffordshire.
Mogelijk is hij de stichter van de Gewisse.
Zoon: Cynewald van Mercia (gb 510).
** Gewisse
# WKP, KBG

Conwulf van Mercia (758*-821)
Zoon van koning Offa van Mercia.
Mogelijk geboren in Tamworth, Staffordshire.
Koning van Mercia 796-821.
Gehuwd met Aelfthryth.
Bron BHO schrijft:

The monastery of Bredon continued under an abbot of its own for some time, (fn 19) but before 844 it seems to have become in some way subject to the see of Worcester, for Heming gives a charter of that year by which Aelhun Bishop of Worcester gave to the monks of Worcester 12 cassata of land in Bredon, or rather confirmed it, for it appears that the gift was made by Coenwulf, King of Mercia.
Bredon ligt 18 Km ZO van Worcester. Conwulfs voorouders hebben daar gewoond.
Alias: Coenwulf, Cenwulf
Zoon: Wiglaf van Mercia.
# BHO 9.10.2006, DAB

Cotswolds:
Heuvelgebied in Gloucestershire (Engeland), tussen Stratford-upon-Avon (Warwickshire) in het noorden, Bath (Somerset) in het zuiden, Oxford in het oosten en Gloucester in het westen. Meest karakteristiek deel van Engeland. Ook wel Heart of England genoemd. Oppervlakte circa 40Kmx145Km. Voornamelijk platteland dat sinds de 16e eeuw nauwelijks is veranderd. De Cotswolds Hills zijn de waterscheiding tussen de Thames en de Severn. De heuvels zijn ruim 300 Meter hoog. Hoogste punt is Cleeve Hill, 330 M hoog. De Cotswolds heeft de status van Area of Outstanding Natural Beauty. Cirencester is de grootste stad, waar ook het bestuurcentrum zetelt. Bij het dorp Kemble nabij Cirencester ontspringt de Thames. Economie: sinds de 15 eeuw schapenteelt en wolindustrie. Daarnaast steengroeven waar gele leisteen wordt gewonnen. Deze leisteen wordt er veel gebruikt voor muren en daken, wat de architectuur een typisch karakter en okergele kleur geeft.

                

In Oud Saxisch betekent wold niet woud, maar landschap. In Oud Fries is dat woud, wolt. Oud Engels wudu. Bron Vrouger (nov 2007 p 41) schrijft hierover: Wold is geen bos (woud letterlijk), maar een gebied met landerijen (open plekken, grasland of bouwland) tussen bossen en bossingels in gelegen. Deze definitie lijkt zeker van toepassing op de Cotswolds.
¶ De Cotswolds liggen precies tussen de Anglische gebieden in Noord Engeland en de meer Saxische gebieden in Zuid Engeland. Rond 370 nC vestigen zich er de eerste Angelen uit NW Europa onder aanvoering van Wig. Later volgen meer Angelen uit dat gebied. Rond het jaar 550 komen er ook Saxen van het Continent wonen. Uiteindelijk zijn de Cotswolders een mix van Angelen, Saxen en autochtone Britten. Anno 2010 wonen er circa 85.000 mensen, inclusief de mensen die daar alleen een vacantiehuis bezitten.
** Angelen, Wig, Gewisse, UTR/UK, Wychwood, Wold
# WP, WKP 30.11.07, Vrouger, BBCTV 5.2.2010, DAB

Cranbury Commons Hursley, Hampshire/England:
Markegronden in Cranbury in Hursley (Hampshire, Engalnd). Bron fieldclub.hants.org.uk 6.3.08 schrijft:

At the time of the 1588 [Hursley] map, much of Chandler's Ford was covered by Hiltingbury and Cranbury Commons, part of the wide expanse of common land that made up the southern part of the Hursley parish (in those days it incorporated the later parish of Ampfield as well as much of modern Chandlers Ford).
** Cranbury Hursley/Hampshire, Hursley Hampshire/England, Hursley Map 1588, Markegronden
# HFA (Newsletter 43, Spring 2005)

Cranbury Family Hursley:
Geslacht afkomstig van Cranbury Manor in Hursley (Hampshire, Engeland) en afstammend van Hugh Craan en Isabel Colshill. Bekend en verondersteld zijn momenteel:

1330-1405 Hugh Craan (Crane) // Winchester-Otterbourne -- "1377-78-86
1352-1412 John Craan (zv Hugh) // Winchester-Cranbury*
1381-1441 Xx Craan/Cranbury (zv John; vv Xx 1410) // Otterbourne-Hursley
1410-1470 Xx Cranbury (vv Xx 1440 en Xx 1450) // Hursley-Devon (=Devonshire)
1440-1500 Xx Cranbury (vv John) // Devon
1450-1510 Xx Cranbury (vv Thomas, William, Richard) // Devon
1475-1535 John (alias Jule) Cranbury // Devon -- "1535-36
1483-1443 Thomas Cranbury // Devon -- "1543-44
1485-1545 William Cranbury // Devon -- "1545-46
1486-1546 Richard Cranbury // Woolfardishworthy/Devon -- "1538-44
1616-1676 William Cranbury // Coldridge/Devon -- "1651-52
1626-1686 Xx Cranbury // Whittington/Glos. -- "1661
1660-1720 Xx Cranbury // Westbrooke/xx -- "1695

Vijf van deze personen wonen in Devon (= Devonshire), op circa 35 Km afstand van Hursley in Hampshire. Whittington in Gloucestershire ligt circa 20 Km van Hursley. Aangezien deze afstanden relatief kort zijn, kunnen deze Cranbury's zeker afkomstig zijn van Cranbury Manor in Hursley (Hampshire). Temeer daar de naam Richard mogelijk te maken heeft met Richard de Winton, van wie Hugh Craan de grond van Cranbury Manor in 1378 kocht. De naam Richard komt bij de De Wintons veel voor. (> Otterbourne Manor) Mogelijk dat Isabel (de vrouw van Hugh Craan) een De Winton is en zo de naam Richard in de familie Cranbury bracht. Ook de transactie van (Little) Otterbourne Manor en haar widow (weduwgoed) kan dankzij haar zijn verkregen van Richard de Winton. Haar weduwgoed lijkt namelijk de basis te vormen van Cranbury Manor. E.e.a. betekent dan dat de naam Cranbury voor Cranbury Manor in Hursley al vroeg in gebruik is.
Wapen: op rood drie kraanvogels in zilver, 2-1 geplaatst, links gekeerd, houdend een steen in de rechter opgheven poot. (> FW Van Cranenburg Duinen)
** Cranbury Hampshire, Cranbury Manor Hursley, Otterbourne Manor Hampshire

Cranbury Hampshire, England:
De naam Cranbury in Hampshire verschijnt in diverse relaties:
- het gehucht Cranbury in Hursley (xxxx-1588?-xxxx)
- Cranbury Manor in Hursley (xxxx-1580-xxxx)
- Cranbury Commons in Hursley (xxxx-1588-xxxx)
- Cranbury Park in Otterbourne (xxxx-1588-heden)
- Cranbury House in Cranbury Park in Otterbourne (xxxx-1588?-heden)

A. De relaties tussen deze aspecten zijn vooralsnog onduidelijk en complex. Opmerkelijk is dat de beschikbare bronnen de diverse aspecten door elkaar lijken te halen. Zo begint de beschrijving van het gehucht Cranbury gaat dan haast onmerkbaar over op iets wat eerder een Cranbury Manor moet zijn.
B. De Eigenaars/Bewoners-lijst van Cranbury Manor gaat uiteindelijk over op de idem-lijst van wat bekend is van Cranbury House & Park in Otterbourne. Dit betekent dan dat Cranbury House & Park onderdelen moeten zijn van Cranbury Manor.
C. De vraag die nu rijst is waar de naam Cranbury Manor vandaan komt. Is deze manor genoemd naar een reeds bestaand gehucht Cranbury aldaar of is dit gehucht genoemd naar de manor? (> LNK) Als het gehucht is genoemd naar de manor, is de manor dan genoemd naar de stichter van de manor of naar een loactie aldaar met die naam? Een zgn kranenberg dus, zoals elders ook is gebeurd. Ofwel een zandplaat in een moerassig gebied, waar kraanvogels bivakkeren. (> Kranenberg)
D. Cranbury Commons in Hursley is een groot gebied dat op de Hursley kaart van 1588 centraal ligt nabij Cranbury Park. Aangezien Cranbury Commons hoort bij het gehucht Cranbury in Hursley, zal het gehucht Cranbury liggen nabij Cranbury House & Park in Otterbourne. Temeer daar Otterbourne oorspronkelijk hoort tot Hursley Parish.
E. Cranbury Manor zal dus deels liggen in Hursley en deels in aangrenzend Otterbourne, waar Cranbury House & Park liggen. Dat gebied is turfig en moerassig schrijft Charlotte Mary Yonge (1823-1901) in bron JKP:

The soil in the parish of Hursley, ..., is of several different sorts; in some parts it is light and shallow, and of chalky nature; ... Towards the west, it is entirely covered with wood, not in general bearing trees of large size, but some beautiful beech-trees; and breaking into peaty, boggy ground on the southern side [of Hursley].

F. De ingredienten zijn dus aanwezig voor een kranenberg. Echter, de ingredienten lijken ook aanwezig voor een andere optie. Het naburige (Little) Otterbourne Manor komt in 1378 in handen van ene Hugh Craan (Craan; gb 1320) In 1386 verkoopt Hurgh Crane de manor aan William van Wykeham. Het gezin Crane blijft daar echter wonen tot zeker 1405. Hugh is inmiddels tussen 1386 en 1404 gestorven. (> Otterbourne Manor) Hugh Craan lijkt vrij zeker afkomstig uit Eikenduinen en een zoon van Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg (gb 1288) aldaar. Feitelijk heet hij dus Hugh Hughesz van Cranenburg. (> Hugh Craan; gb 1330)
G. In 1580 verschijnt de naam Cranbury Manor voor het eerst. De manor is dan in bezit van ene Shoveller. (> Cranbury Manor Hursley) Hij kan de manor rond 1550 hebben verkregen. Deze manor zal dan zeker al de naam Cranbury hebben. Het lijkt in deze optiek goed mogelijk dat een zoon van Hugh Craan de manor in Hursley heeft gesticht rond 1400 en de naam Cranbury heeft gegeven aan de manor. Deze Xx Crane (alias Cranenburg/Cranbury) zal ergens rond 1355 zijn geboren in Winchester en sinds 1378 wonen op Little Otterbourne Manor van zijn vader. Zijn nazaten hebben Cranbury Manor dan tot circa 1550 in bezit kunnen hebben gehad. Daarna gaat de manor over op ene Shoveller. (> Cranbury Manor Hampshire)
H. Een mogelijke bevestiging van punt F is het feit dat Hugh Craan's vader en familie in Eikenduinen in een gelijksoortig moerassig gebied wonen (ib Segbroek) en mogelijk inkomsten verwierven met turfwinning. Hugh Craan en zijn zoon Xx Crane hebben mogelijk op gelijke wijze inkomsten verworven.
I. De vraag rijst nu hoe, waar en wanneer Cranbury Manor is ontstaan. Een reëele optie is het weduwgoed van Isabel. Na de dood van Hugh Craan circa 1404 behoudt zijn vrouw Isabel 1/3 deel van (Little) Otterbourne Manor. (> Otterbourne Manor) Vrij zeker blijft ze daar nog enige jaren wonen met één of meer kinderen. Dit weduwgoed is onderdeel van (Little) Otterbourne Manor, dat o.a. Cranbury Park omvat, waar Cranbury House staat. Gezien de naam Cranbury Park en de omvang van dit gebied, kan dat heel wel het weduwgoed zijn van Isabel (1/3 van Otterbourne Manor). Dat lijkt dus de oorspronkelijke kern van Cranbury Manor te zijn, waar later ander bezit aan toegevoegd is. Park en Manor hebben dan vrij zeker hun naam te danken aan Hugh Craan (Crane), die vrij zeker een zoon is van Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg te Eikenduinen bij Den Haag. (> Hugh Craan; gb 1330)
J. Bij item Cranenbury Family zijn personen vermeld die de familienaam Cranbury voeren. Vooralsnog is Richard Cranbury de oudst bekende. Hij is geboren rond 1486, woont in Woolfardishworthy (Devonshire) en is vermeld in 1538-44. Mogelijk is hij afkomstig van Cranbury Manor in Hursley en is hij een nazaat van Hugh Craan (alias Craan, Van Cranenburg'). Dat zou betekenen dat de naam Cranbury voor de Manor al in de 15e eeuw wordt gebruikt. Dus niet zo lang na de stichting van de manor.
K. Er bestaat een familiewapen van een oud Engels geslacht Crane. Het wapen lijkt qua compositie te verwijzen naar roots in Eikenduinen. (> Crane) Dit geslacht Crane lijkt daarom af te stammen van Hugh Craan. Van de Cranbury Family in Engeland is het wapen nog niet gevonden. Het zal echter vrij zeker identiek zijn aan dat van het geslacht Crane. Sterker nog: het wapen van het geslacht Crane lijkt eerder afkomstig van het geslacht Cranbury. Het wapen van Crane heeft namelijk drie kraanvogels, terwijl de naam Crane synoniem is voor slechts één kraanvogel. De naam Cranbury is echter identiek aan Cranenburg, wat op meer kraanvogels duidt. Het wapen Crane zal dus zeker van oorsprong het wapen Cranbury zijn.
** Cranbury Manor Hursley, Otterbourne Manor, Cranbury Hursley, Hugh Craan (gb 1330)

Cranbury House Otterbourne, Hampshire/England:
Cranbury House is een adellijk huis in Cranbury Park in Otterbourne (Hampshire, Engeland), circa 7 Km ZW van Winchester, halverwege de weg naar Southampton.

          

Cranbury House in Otterbourne (foto Courtesy Geograph.org.uk/reuse)

Bron BHO 5.3.08 schrijft over dit huis:

Cranbury House is a large eighteenth-century red-brick building, with a projecting entrance porch on the south front, the main rooms being arranged round a central hall and staircase. There is a good deal of fine plaster decoration in the Adam style, especially in the saloon on the south front, which has a circular domed ceiling. The house contains a good number of valuable paintings, there being one very fine Romney, of Lady Hamilton as a maenad, and several of less merit. In the rooms of the east front are a number of pictures by Richter and Westall, and a curious unfinished subject painting, said to be by Romney.
Het huidige huis is gebouwd in 1780. Voordien stond er de woonstede van Isaac Newton (1643-1727). Bron cprehampshire.org.uk 12.6.08 schrijft daarover:
Sir Isaac Newton formerly owned Cranbury park until his death in 1727. The house as seen today was rebuilt in 1780 and the Chamberlaynes came to live at Cranbury Park around 1800.
 
- Anno 1588
Op de Hursley Map van 1588 is op de locatie van het huidige Cranbury House een kasteel afgebeeld. (> Hursley Map 1588) Daaronder is geschreven 'Place'. Misschien als afkorting voor Cranbury Place. Deze naam is terug te vinden in Southampton. Het afgebeelde kasteel op de Hursley Map ziet er zodanig uit dat ze daar zeker al ruime tijd moet staan. De stijl lijkt zeker 14e eeuws.
@ Image Courtesy of Hampshire Record Office in Winchester, England
 

- Anno 1386:
In 1386 verkoopt Hugh Craan (Little) Otterbourne Manor aan William Wykeham, bischop van Winchester. Echter, 1/3 van de manor blijft buiten de transactie. Dit deel bestemt Hugh als dower (weduwgoed) voor zijn vrouw Isabel Colshill. Dat zo doende, betekent dat er in het weduwgoed een huis moet staan waar Isabel kan wonen na de dood van Hugh. Uit nadere analyse van de feiten blijkt dat dit weduwgoed van Isabel vrij zeker Cranbury Manor omvat, alwaar haar toekomstig huis moet staan. (> Otterbourne Manor Hampshire) Gezien de voorgaande tekst onder 'Anno 1588' lijkt het redelijk om te veronderstellen dat het huis van Isabel de voorloper is van het latere Cranbury House in Cranbury Park.

- Anno 1380:
In 1386 krijgt Isabel Colshill zoals gezegd een weduwgoed van haar man Hugh Craan. Zij zal daar gaan wonen als Hugh komt te overlijden. Als Hugh deze clausule opneemt bij de verkoop van Little Otterbourne Manor aan William of Wykeham, zal er waarschijnlijk al een huis staan in het weduwgoed van Isabel. Hugh kan immers geen onnodige risoco's nemen, noch zal Isabel genoegen nemen met onzekerheid omtrent een toekomstige woning. De vraag rijst dan wanneer en door wie het huis van Isabel is gebouwd. Onder Anno 1588 is al gesteld dat het afgebeelde pand qua stijl uit de 14e eeuw lijkt te stammen. Als Hugh Craan het kasteel heeft gebouwd, dan zal dat zijn nadat hij in 1377 Little Otterbourne Manor heeft gekocht en ruim vóór 1386, als hij het weduwgoed voor Isabel claimt. Dus ergens rond 1380. Het is overigens opmerkelijk dat het pand op de Hursley Map van 1588 qua stijl nogal doet denken aan Huys Cranenburch in Den Haag. (> Cranenburch Den Haag) Dat huis is gebouwd rond 1370 door Eggebrecht Jansz van Cranenburch (gb 1341), een zoon van Jan Enghebrechtsz van Cranenburg, die een broer is van Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg, de mogelijke vader van Hugh Craan.

- John Craan (gb 1352):
Zoon van Hugh Craan en Joan van Winchester. Woont in Winchester. Ghm Eleanor Xx. Bron SMW vermeldt hem in 1390, 1391 en 1400 (ivm granting property aan ene Frank en diens vrouw Juliana in Winchester; aldus bron SMW p 468) Het is opmerkelijk dat John na 1400 niet meer wordt genoemd door bron SMW. Hij heeft immers normaal gesproken nog een ruim aantal jaren te leven. Dit kan erop wijzen dat John en Eleanor met hun kinderen na de dood van vader Hugh Craan in 1404 zijn ingetrokken bij stiefmoeder Isabel Colshill op Cranbury House, gelegen in het weduwgoed van Isabel. Voor Isabel is dat natuurlijk zeer prettig. Zij is behoorlijk op leeftijd en kan de aanwezigheid van John en diens gezin dus goed gebruiken daar in de verlatenheid van haar weduwgoed. John kan in deze optiek na Isabel's dood in 1409 het weduwgoed in leen hebben gekregen van Merdon Manor van de bisschoppen van Winchester na overdracht door Isabel Colshill.

- De naam:
Gezien de feiten zal het huis van Isabel in het weduwgoed vrij zeker de naam hebben gekregen van Hugh Craan. Immers, de regio heet in de 14e eeuw nagenoeg zeker nog niet Cranbury. (> Cranbury Hursley) Deze naam zal dus afkomstig moeten zijn van de eigenaar/bouwer van het huis, hetgeen gebruikelijk is. (> LNK) I.c. Hugh Craan. Op grond van diverse gegevens lijkt hij een zoon te zijn van Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg (gb 1288) te Eikenduinen. (> Hugh Craan; gb 1330; Winchester) De naam Cranbury is dan een verengelsing van de naam Cranenburg.

- William Cranby (gb 1434):
In bron SMW ('Survey of Medieval Winchester' van Derek Keene en Alexander Rumble, Oxford University Press, 1985) komen o.a. voor Cranes~ wonend in Winchester:
1330-1404 Hugh Craan/Crane (div pg); ghm Joaan Xx (1350-73); Isabel Colshill (1375+)
1352-1412 John Craan/Crane, zv Hugh (p 468, 489, 904, 1453); ghm Eleanor Xx
1363-1423 Robert Cranebourne/Cranbourne "1398, 1404, 1417 (p 706, 794, 891, 1207)
1430-1490 William Cranby "1462-3, 1467-8 (p 800, 1207)
1436-1496 Richard Craan "1471-2 (p 800, 980)
1437-1497 Joan Crane, mgl zuster v Rchard "1471-2 (p 980, 1207)
1438-1498 William Crane "1473-4 (p 651, 1207) =* William Cranby

William Cranby "1462-3 en 1467-8 en William Crane "1473-4 zijn vrij zeker dezelfde persoon. Deze William Cranby/Crane zal dan rond 1434 geboren kunnen zijn en derhalve een broer van Richard Craan en Joan Craan. Hun vader is dan ene Xx Craan/Crane die ergens rond 1400 geboren moet zijn en derhalve heel goed een zoon kan zijn van John Craan/Crane en diens vrouw Eleanor Xx. John Craan is volgens bron SMW een zoon van Hugh Craan/Crane. Hij is geboren rond 1352. Zijn moeder is dan Joan van Winchester*, de eerste vrouw van Hugh. De naam Joan Crane betekent in deze optiek dat zij nagenoeg zeker een nazaat is van Hugh Craan en Joan van Winchester. Robert Cranebourne/Cranbourne kan in deze regio/tijd-optiek een zoon zijn van Hugh Craan en diens vrouw Joan. De naam Cranby lijkt een sterke verwijzing naar de herkomst van Hugh Craan, die waarschijnlijk een zoon is van Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg (gb 1288) in Eikenduinen bij Den Haag. (> Hugh Craan gb 1330) Bovendien lijkt daarmee de naam Cranby rond 1462+ (nog) in zwang te zijn. Dat lijkt te bevestigen dat Cranbury House in Otterbourne inderdaad is genoemd naar Hugh Craan of een nazaat van hem, zoals op andere gronden reeds is verondersteld. De namen Cranby en Cranbury zijn namelijk identieke varianten van de Engelse vorm van de naam Cranenburg.

Per saldo mogen we op grond van alle relevante gegevens concluderen dat Cranbury House te Otterbourne in Hampshire vrijwel zeker rond 1380 is gebouwd door en genoemd naar Hugh Craan (gb 1330), zoon van Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg in Eikenduinen bij Den Haag.


- Bewoners/eigenaars:
1380-1386 Hugh Craan + Isabel Colshill
1386-1404 idem
1404-1409 Isabel Colshill + John Craan, Eleanor Xx en gezin
1409-1412 John Craan, Eleanor Xx en gezin
1412-1447 Xx Craan/Cranby/Cranbury (gb 1377), zv John en Eleanor Xx
1447-1550 Nazaten Xx Craan/Cranby/Cranbury
1550-1580 Xx Shoveler
etc > Cranbury Manor Hursley
** Cranbury Hampshire, Cranbury Manor Hampshire, Hugh Craan (gb 1320), Hursley Map 1588, John Craan (gb 1352)
# BHO 5.3.08, RHH, SMW, DAB

 
Cranbury Hursley, Hampshire/England:
Een gehucht in Hursley dat ooit schijn te hebben bestaan. Bron JKP (p 21) schrijft circa 1880:

Cranbury is a low wooded hill, then part of the manor of Merdon, nearly two miles to the south-east of Hursley, and in that parish, though nearer to Otterbourne. Some tenements seem to have been there, those in the valley being called Long Moor and Pot Kiln. Shoveller is the first name connected with Cranbury, but Mr. Roger Coram, the champion of the haymakers, held it till his death, when it passed to Sir Edward Richards.
Cranburry is dus een lage, beboste heuvel. Gecombineerd met de locatienaam, lijkt het dus in eerste instantie dat er sprake is van een zgn kranenberg: een zandheuvel in een moerassig gebied waar kraanvogels plegen te bivakkeren. (> Kranenberg) Echter, nergens in de tekst of andere relevante teksten wordt melding gemaakt van kraanvogels in dat gebied. Bron JKP dateert van circa 1880. In die tijd komen kraanvogels nog vrijwel overal voor in moerasgebieden van NW Europa. De citaat noemt de heuvel trouwens bebost. Dat is normaliter niet de ideale pleisterplaats voor kraanvogels. Die zoeken meer open terrein, waar ze makkelijk kunnen neerstrijken en opvliegen. (> Kraanvogels) De naam Cranbury lijkt dus niet afkomstig van een typische kranenberg.
¶ Bron BHO 5.3.08 schrijft:
CRANBURY seems originally to have been an important hamlet of Hursley and to have consisted of many distinct tenements or copyholds, but now the name belongs only to Cranbury House and Park [in adjacent Otterbourne].
Deze tekst suggereert dat het gehucht Cranbury Hursley = Cranbury Manor. Het kan natuurlijk zijn dat het gehucht is ontstaan na de stichting van Cranbury Manor. Zulks is niet ongewoon. Het lijkt zelfs vrij waarschijnlijk. Deze manor zal zijn genoemd naar Cranbury House, dat daar reeds rond 1380 staat. (> Cranbury House) Dit manorhouse lijkt op grond van diverse feiten vrij zeker te zijn genoemd naar de oorspronkelijke bouwer/eigenaar Hugh Craan. Hij is rond 1330 geboren en is waarschijnlijk een zoon van Dirck Cranenburg in Eikenduinen bij Den Haag. (> Hugh Craan)
¶ Cranbury omvat o.a. Cranbury Commons. Dit zijn markegronden, hetgeen aangeeft dat er inderdaad een dorp of gehucht Cranbury moet zijn waar deze gronden bij horen.
** Cranbury Manor Hursley, Cranbury Commons Hursley, Hugh Craan (gb 1330)
# HFA (Newsletter 43, Spring 2005), DAB

Cranbury Manor Hursley, Hampshire/England:
Een manor in Hursley (Hampshire, Engeland). Mogelijk gesticht rond 1405 door Xx Craan/Crane/Cranbury (gb 1355; Otterbourne), zoon van Hugh Craan (Craan, Van Cranenburg'; gb 1320) en Joan Xx (gb 1335). De manor omvat o.a. Cranbury Park, Cranbury House en Cranbury Commons. (> Cranbury Hampshire) Bron BHO 5.3.08 schrijft:

CRANBURY seems originally to have been an important hamlet of Hursley and to have consisted of many distinct tenements or copyholds, but now the name belongs only to Cranbury House and Park. Of the proprietors of Cranbury, who held of course of the bishop as of his manor of Merdon, the first mentioned seems to be a certain Schoveller, who surrendered to a Roger Coram before 1580. The latter according to Marsh, seems to have been 'a zealous assertor of the tenants' rights against the lords of the manor.' (fn 49) On the death of this Roger Coram Sir Edward Richards seems to have held the property until 1640-3, (fn 50) when he let it, with the lord's consent, to Dr. John Young, dean of Winchester, who lived in quiet retirement at Cranbury during the Commonwealth. His widow, Mrs. Young, was holding in 1650, and probably resigned the house to Sir Charles Wyndham, who married the doughter in 1665. Sir Charles, who seems to also to have been 'a zealous assertor of the tennans' rights,' and 'of a most respectable family,' died in 1706, before his wife, who survived him until 1720. (fn 51) On her death the house and estate were sold to Jonathan Conduit [alias Cranbury], who sold the whole in 1737 or 1738 to Thomas Lee Dummer. The latter died in 1765, leaving a son and heir Thomas, from whom the estate devolved to Sir Nathaniel Holland. (fn 52) On the death of Lady Holland, widow of Sir Nathaniel, the estate passed into the Chamberlayne family, and is held at the present day by Mr. Tankerville Chamberlayne.
De tekst begint met de hamlet Cranbury en gaat dan snel over op een bescrhijving die te maken heeft met Cranbury Manor. Daarna gaat de tekst over op een bescrhijving van de eigenaars/bewoners van Cranbury House. Hiermee wordt feitelijk aangegeven dat Cranbury House & Park onderdelen zijn van Cranbury Manor.

- Eigenaars/Bewoners:
1405-1550 Geslacht Cranbury, nazaten van Hugh Craan en Joan Xx (H)
1550-1580 Xx Shoveller
1580-1612 Roger Coram
1612-1643 Sir Edward Richards
1643-1650 Dr John Young, dean of Winchester
1650-1665 Mrs Young
1665-1706 Sir Charles Wyndham
1706-1720 Mrs Wyndham
1720-1737 Jonathan Conduit (alias Cranbury)
1737-1765 Thomas Lee Dummer
1765-1781 Thomas Dummer
1781-1790 Sir Nathaniel Holland
1790-1811 Lady Holland
1811-hedn Chamberlayne family

** Cranbury Hampshire, Cranbury Hursley, Cranbury House Otterbourne, Cranbury Park Otterbourne, Cranbury Commons Hursley, Hugh Craan (gb 1330), Xx Crane (gb 1355), Cranbury Family Hursley

Cranbury New Jersey USA:
Township in Middlesex County, New Jersey, USA. Sinds 7.3.1872 zelfstandig. Op 9.8.1979 vermeld op de New Jersey Register of Historic Places en op 18.9.1980 op de National Register of Historic Places.
Cranbury ligt in een moerassig gebied en verschijnt in de 18e eeuw voor het eerst op kaarten als Cranberry en Cranberry Town. In 1857 toont Rev. Joseph G. Symmes aan dat de naam incorrect is geschreven en dat het in feite Cranbury moet zijn. In 1869 wordt de township derhalve officieel Cranbury genoemd.
++ Cranbury New Jersey

Cranbury Park Otterbourne, Hampshire/England:
Groot park in Otterbourne waar Cranbury House staat. Het park bestaat mogelijk pas na 1588. (> Hursley Map 1588)
** Cranbury House Otterbourne, Hursley Map 1588, Otterbourne Hampshire/England

Cranbury Place Southampton, Hampshire/England:
Plein in centrum van Southampton. Op Nr 1 is geboren John Jellicoe (1859-1935), 1st Earl Jellicoe, Admiral of the Fleet. Cranbury Place gaat over in Cranbury Ave.

Creoda van Mercia (c 533-593):
Zoon van koning Cynewald van Mercia.
Geboren in Stone*, Staffordshire.
Woont later in Tamworth, de nieuwe zetel van het koningshuis.
Koning van Mercia.
Zoon: Pybba (gb 564).
** Mercia
# WKP, KBG

Crumbledook: > Grumbledook

Cynewald van Mercia (c 510-570)
Zoon van koning Cnebba van Mercia.
Geboren en wonend in Stone*, Staffordshire.
Koning van Mercia.
Zoon: Creoda (gb 533).
** Mercia
# WKP, KBG

D::

De Bevere:
Adellijk geslacht in Engeland. Vrij zeker afkomstig van Bevere Manor in Bevere (Claines, Worcestershire).
Bekend zijn:
- Arnulf de Bevere (c 905-965)
In 964 burggraaf van Diksmuide, Vlaanderen.
- Alfred de Bevere (c 907-967)H
Broer van Arnulf. Woont in Bevere bij Worcester. Stamvader van het geslacht De Bevere in Engeland.
- Drogo Beuvriere (Bevere) (c 1040-1100)
Geboren in Vlaanderen. Achterkleinzoon van Arnulf. Vertrekt als commandant in 1066 naar Engeland met het leger van Willem de Veroveraar. Heeft mogelijk geen nazaten.
- Everard de Bevere (c 1150-1220)
Mogelijk geboren op Bevere Manor.
Krijgt in 1203 een manor in Bromsgrove, Worcestershire.
- Absalon de Bevere (c 1220-1280)
Volgens een charter uit de 13e eeuw schenkt hij zijn dochter Marjory deel van een weir (dam) te Ombersley, Worcestershire.
- Adam de Bevereye (c 1245-1313)
Vermeld als shopkeeper in Worcester rond 1280. Aldaar begraven in 1313*.
- J. le Bevere (c 1257-1317)
Vermeld 1292 op een Subsidy Roll in Londen als ADC (aide-de-camp; officier v.d. generale staf).
- Arnald de Bevere (c 1292-1352)
Is merchant voor de Hanse. Genoemd in de Inspeximus Charter dd 14.3.1326 opgemaakt te Westminster door koning Edward III ivm de vertaling van St Thomas de Martelaar.
- John Bevere (c 1394-1454)
Wordt in 1429 benoemd tot prior van Gloucester College in Oxford.
Gloucester College werd ook Worcester College genoemd. De College is bedoeld voor Benedictijnse monniken. De Priory te Worcester is een Benedictijns klooster, met het recht om jaarlijks drie monniken te sturen naar Gloucester College. Het is derhalve goed mogelijk dat John een monnik uit deze Priory is en afkomstig van Manor Bevere in Bevere, gelegen op 3.5 Km van Worcester.
¶ Ombersley ligt 4 Km N van Bevere. Bromsgrove ligt 16 Km NO van Bevere. Het lijkt daarom zo goed als evident dat het geslacht De Bevere z'n roots in Manor Bevere heeft. Absalon De Bevere kan in deze optiek geboren zijn op Manor Bevere. En Everard kan een oom zijn van hem, die daar ook geboren is. Mogelijk is ook Arnulf de Bevere (De Bevere) er rond 905 geboren. In ieder geval lijkt alles erop te wijzen dat hij zijn roots heeft in Manor Bevere. Dit betekent dat het geslacht De Bevere al zeker sinds circa 870 op Manor Bevere woont. Aangezien de regio Bevere al sinds circa 650 nC onder deze naam bestaat, moet Manor Bevere naar de regio Bevere zijn genoemd. Bijgevolg moet het geslacht De Bevere zich naar Manor Bevere hebben genoemd.

Wapen: op een veld in rood een zilveren chevron (keper).
De chevron werd toegekend aan hen die hebben deelgenomen aan belangrijke ondernemingen, kerken of forten hebben gebouwd, of trouwe diensten hebben verleend.
** Bevere Manor, Bevere House, Beverstone, Bevere (Engeland), Beverey, Van Beveren (Herkomst), Beverborg (Twente), Chevron, Everard van Beveren, DGF, Ethelred II van Mercia, Van Bevere, Van Beverens 1200
# BHO 9.6.2006, DAB

Democratie:
De term democratie komt uit het Grieks en betekent dat het volk (demos) regeert (krateoo). Totalitairisme is bij de Grieken en Hindu's feitelijk beperkt tot een zekere macht van de koning. Hellenisme en Hinduïsme zijn qua aard uiterst pluriform wat zich o.a. weerspiegelt in hun polytheïsme. Democratie is dus feitelijk daarin al ruim aanwezig. In Griekenland leidt dat in een vroeg stadium tot het ontstaan van de boerenrepublieken, waarin het hele volk meeregeert. India is al geruime tijd de grootste en meest stabiele democratie ter wereld. Daar is circa 87% van de bevolking Hindu. Vrijheid en democratie is diep verankerd in hun geloof. Gezien de verwantschap tussen Hinduïsme, Hellenisme en Germanisme, zijn de Germanen mogelijk ook al zeer vroeg in wezen democratisch van aard. Het polytheïsme van de Germanen verraadt in ieder geval een wezenlijk pluralistische instelling, met veel ruimte voor verschillen. Verder zijn koningen bij hen vaak niet meer dan tijdelijke legeraanvoerders of stamleiders, wier titels zeker niet erfelijk zijn. De Anglische koningen kennen ook de Witan, een adhoc verzamelde groep mannen die mbt tot een bepaald probleem deskundig worden geacht. (> Witan) Door de kerstening van Europa sinds de 4e eeuw nC treedt echter een zeker totalitairisme in bij de Germaanse culturen, naar voorbeeld van Rome en het Vaticaan. Pas in 1215nC wordt dit proces in Engeland gekeerd door de Magna Charta, door de Engelse baronnen en het volk afgedwongen van de Katholieke koning Jan Zonder Land. In de Magna Charta worden de oude rechten van het volk vastgelegd, wordt de macht van de koning beperkt en krijgt het volk meer inspraak in het bestuur van het land. De strijd tussen democratie en dictatuur in Engeland duurt echter nog tot 1688, als de Protestante stadhouder en koning Willem III van Oranje de Engelse troon bestijgt, nadat hij de dictatoriale Katholieke koning Karel II heeft verjaagd. Sindsdien ontwikkelt zich de democratie in Engeland en elders in NW Europa steeds verder. Een uiterst positief teken. Uit onderzoek op wereldschaal is namelijk gebleken dat mensen in een democratie gelukkiger zijn en een betere gezondheid hebben dan in totalitaire regimes.
** Stamvrede, Free Institutions

Demografie: > PgAng

Doomsday Book: (DDB:):
In 1068 laat Willem de Veroveraar van Engeland al het landbezit in zijn koninkrijk registreren. Met naam van de bezitter en diens bezit. Willem wil namelijk precies weten wat zijn koninkrijk allemaal omvat. Deze registratie is in 1086 gereed. Het krijgt de naam Doomsday (Domesday) Book, omdat nagenoeg alle oorspronkelijke Angel-Saxische landbezitters hun bezit kwijtraken aan de nieuwe Normandische heersers. I.c. de handlangers en vazallen van Willem de Veroveraar. Voor de oorspronkelijke bezitters is de verschijning van het boek een ware doomsday. Zij zijn ineens al hun bezit kwijt en geen baas meer in eigen huis. Niet voor niets krijgt Willem daardoor de bijnaam van Bastard King.
¶ Het Doomsday Book is door de limitatieve opsomming van allerlei gegevens een uiterst belangrijke bron van informatie over het Engeland van de 11e eeuw. In dit boek wordt een oude landmaat gebruikt: de hide. Een hide is een dunne reep van een koeienhuid, gemaakt door de huid vanaf de rand smal af te snijden naar het middenpunt van die huid.
Een hide = 120 acres = 120x0.42 Ha = 50.4 Ha.
¶ Uit het Doomsday Book blijkt o.a. dat in 1066 Engeland een archaïsch land is. Ruim 95% van de bevolking leeft en werkt op het platteland en slechts 5% in de steden. Waarschijnlijk verschilt Engeland daarin niet veel van andere landen in Europa.
¶ Bij de telling van 1068 blijkt ook dat in dat jaar in heel Engeland 6000 mills staan. Niet duidelijk is of het gaat om water- of windmolens. Watermolens bestaan in Nederland zo ver bekend al in de 12e eeuw. De eerste windmolens in Nederland dateren uit de 13e eeuw. O.a. in Plekenpol bij Winterswijk. Op molengebied zullen de ontwikkelingen in Engeland en Nederland gelijke tred hebben gehad. Mogelijk bedoelt Doomsday Book daarom watermolens.
** Willem de Veroveraar, Drogo Beuviere, PgAng (Plekenpol)
# WKP, The Normans (Robert Bartlett, BBCTV 10-11.8.2010), DAB, KBG

Dover:
Stad in ZO Engeland. Dover is een term die verder voorkomt in Andover in Zuid Engeland en Hakendover in Vlaams Brabant. Mogelijk is de term 'dover' een equivalent voor stad. Al vóór het jaar 500nC settelen in Zuid Engeland vele migranten uit de Zuidelijke Nederlanden. De locatieterm dover lijkt dus welhaast zeker door hen meegenomen.

Drogo Beuvriere (c 1040-1100) (DBV:)
Alias: Drogo/Drew/Dreu/Dru de La Beuvriere (Bevere).
Drew kan staan voor Andrew of Andreas.
Vrijwel zeker een zoon van Diederik III van Beveren (gb 1010).
Afkomstig uit Vlaanderen. Hij gaat in 1066 met Willem de Veroveraar mee naar Engeland. Drogo is een van de 375 commandanten van een leger van 5000 man. Al deze commandanten krijgen als beloning voor hun deelname en inbreng veel land toegewezen in Engeland. Bovendien krijgen ze de titel van Lordship. De namen van deze commandanten komen voor op de Battle Abbey Rolls in Hastings (Engeland) en op de Rol van Falaise in het stadhuis van Falaise in Normandie, nabij het kasteel waar Willem de Veroveraar is geboren.
¶ Volgens het Domesday Book bezit Drogo in 1086 zes counties in East Anglia, de Midlands en Noord-Engeland. Andere bronnen noemen verder land in Norfolk en Suffolk. In Yorkshire krijgt hij verder Barrow on Humber, Skipsea, Burton Agnes, Burton Constable, een kasteel of manor in Burton Pidsea benevens de titels van Lord of Holderness en van Great Hatfield en Graaf van Aumale. In totaal krijgt Drogo 87 manors (heerlijkheden) in Yorkshire en nog eens 27 andere in Lincolnshire. In Skipsea bouwt hij in 1071-1086 Skisea Castle en later Barrow Castle in Barrow on Humber, een aarden motte van ruim 15 meter hoog. Van beide kastelen zijn anno 2006 nog restanten te zien. Barrow Castle verkeert zelfs nog in relatief goede staat.
¶ Drogo wordt gezien als een gunsteling van Willem de Veroveraar. Hij is duidelijk een militair van formaat. Hij wordt genoemd miles probus et in armis probatus. Bovendien is hij gehuwd met een nicht van Willem. Ze wonen op Skipsea Castle. Naar zeggen behandelt hij zijn vrouw echter slecht. Als zij sterft, vreest Drogo de reactie van Willem en verbergt haar dood voor hem. Hij vraagt geld om met haar terug te keren naar Vlaanderen. Hij krijgt het geld en vlucht. Plotseling gelast Willem de arrestatie van Drogo. Maar Drogo is nooit gevonden. Mogelijk speelt kwade opzet van Willem een rol. Drogo doet het goed in Noord Engeland, waar ook zijn voorouders woonden. De groeiende macht van Drogo kan Willem gezien hebben als een bedreiging voor zijn koningschap. Willem heeft al vaker vuil spel gespeeld. O.a. door beweerde beloften t.a.v. zijn rechten op de troon van Engeland. Deze beweringen kunnen een vals voorwendsel zijn geweest om in 1066 Engeland binnen te vallen en te onderwerpen. Daarna confisceert Willem alle heerlijke rechten en goederen in Engeland. Tot grote woede van de Angel-Saxische bevolking. Die is al zijn bezittingen en rechten kwijt en raakt daardoor in grote armoede. Vandaar de naam Doomsday Book. Vandaar ook Willems bijnaam The Bastard King. Willem blijkt uiteindelijk 1/5 van de Engelse bodem te bezitten. Hij sterft 9 september 1087 in Rouen en is begraven in de Sint Stefanus Abdij te Caen in Normandië. Kennelijk vreesde hij de haat van de Engelsen en is hij vlak voor zijn sterven teruggekeerd naar Frankrijk.
¶ Gezien zijn naam en zijn activiteiten als militair en burchtenbouwer moet Drogo haast wel een telg zijn uit het geslacht Van Beveren in Vlaanderen. Mogelijk zijn ze afkomstig uit Wessex en is een tak rond 950 naar Vlaanderen gemigreerd. Beuvriere lijkt afgeleid van Bevre of Bevere, oude spellingsvormen van de naam Beveren. De Franse vorm kan te maken hebben met het Frans van de Normandiers, die zich met Willem de Veroveraar in 1066 in Engeland vestigen. Het Normandische Frans is in die tijd de voertaal in Engeland. Drogo heeft daarom zijn familinaam kennelijk verfranst. Een bever heet namelijk in het Frans castor of biévre. In Normandisch Frans van die tijd kan dat heel goed beuvre zijn, vooral ook gezien de nabijheid van het Vlaamse taalgebied. Bievriere of Beuvriere betekent dan zoveel als Beveroord ofwel Beveren. Deskundige Engelse bronnen noemen Drogo inderdaad regelmatig met de naam Bevere. In die tijd en de eeuwen daarna is verfransing van familienamen goed gebruik bij aanzienlijke lieden uit een ander taalgebied. Ook in andere landen van West Europa. Frans is immers eeuwen lang hoftaal en een taal van aanzienlijken geweest.
¶ Wapen: op een veld van azur (blauw) een gouden dwarsbalk.
Dit wapen is gelijk aan het wapen van Halewijn I van Leiden (gb 1050), burggraaf van Leiden. Vrijwel zeker is ook Halewijn een zoon van Diederik III van Beveren, burggraaf van Diksmuide in Vlaanderen. Halewijn heeft mogelijk enige jaren gewoond in Englefield in Berkshire. The Doomsday Survey van 1075 noemt namelijk ene Alwin, die 10 hides betaald voor 60 acres weiland en een molen in Englefield. Na de onderduiking van broer Drogo zal Halewijn gevlucht zijn naar Leiden. Hij wordt daar voor het eerst genoemd in 1083 als 'Adaluuin castelanus' in het falsum van graaf Dirk V. Halewijn is dus in 1083 (reeds) burggraaf van Leiden.
¶ Over nazaten van Drogo is vooralsnog niets met zekerheid bekend. De volgende geslachten beweren echter nazaten van Drogo te zijn, zonder dat daar een duidelijk bewijs voor is:

- Burton De Burtons (Birton, Byrton, Burtone, etc) wonen in Yorkshire, waar ze land bezitten in Burton Agnes, Burton Constable en Burton Pidsea. Deze locaties waren in bezit van Drogo.
Anno 2006 bestaan twee kastelen van de Burtons:
- Burton Constable in Humberside, 2.4 Km N van Sproatley.
- Constable Burton in North Yorkshire, tussen Leyburn en Bedale.
Er is ook Burton Court ongeveer 16 Km NW van Bevere in Worcestershire.
Wapen: op een veld van azur (blauw) een dwarsbalk en drie hondekoppen (2-1) van goud.
Dit wapen minus de hondekoppen is gelijk aan het wapen van Drogo.
- Brewer De Brewers (Brieweres) schijnen af te stammen van Drogo. In de 13e eeuw is dit een machtig geslacht in Engeland.
- Drewe Een geslacht uit Drewsteignton in Devon. Julius Drewe (gb 1856) is volgens Engelse genealogen een nazaat van Drogo. Julius is de bouwheer van Castle Drogo in Devon. Het laatste kasteel dat in Engeland is gebouwd. Boven de poort is een grote leeuw afgebeeld en daaronder staat de tekst: Drogo Nomen Et Virtus Arma Dedit. Ofwel:

Drogo is de naam en dapperheid gaf hem wapens

** Van Beveren (Herkomst), Halewijn I van Leiden, Willem de Veroveraar, Cranborne Manor Dorset, Pg Summaries (Drogo Beuvriere)
# DDB, CDF, GEH, KBG

E::

Eanulf van Mercia (c 676-736)
Zoon van koning Ethelred I van Mercia.
Mogelijk geboren in Tamworth in Staffordshire, nabij van Stafford.
Is verwant aan het koningshuis van Mercia.
Krijgt land in Bredon (18 Km ZO van Worcester) van zijn oom Ethelbald, koning van Mercia, om er een klooster te bouwen. Bron BHO schrijft:

According to Worcester tradition, between 715 and 717, (fn 13) Ethelbald, King of Mercia, gave land at BREDON to his kinsman Eanulf to found a monastry there. (fn 14) Offa grandson of Eanulf endowed the monastery with lands in Worcestershire in 780.
Zoon: Thingfrith.
# BHO 9.10.2006, DAB

East Anglia:
Graafschap in MO Engeland, NO van Londen. Omvat Norfolk (North Folc) en Suffolk (Suth Folc). In 475-495 nC arriveren daar Angelen vanuit het Continent, mogelijk uit ZW Groningen of daaromtrent. (> Redwald) Met hun kielboten varen ze over de rivieren Nene, Ouse en Cam en vestigen zich daaromtrent. Ze stichten de locaties Linton, Haslingfield, Newmarket en Balsham. Verder bezetten ze reeds bestaande locaties van de autochtone Kelten en geven die Engelse namen. Alleen Girton, Comberton en Chatteris behouden aangepaste Keltische namen. Vóór de aankomst van de Angelen blijken er al vele Saxen te wonen uit de Romeinse tijd. Op den duur raken de Angelen, Saxen en Kelten onderling vermengd. In de eerste decennia weten de Angelen echter de macht te krijgen en de dominante groep te worden in de regio. Ze hebben zich voornamelijk gesetteld in het noorden. Later verspreiden ze zich naar het zuiden. Rendlesham nabij de rivier Ufford in Suffolk wordt de zetel van de Anglische koningen van het Huis der Wuffinga's c.q. bestuurcentrum van East Anglia.
** Redwald van East Anglia, PgAng (Moerasvolk, Engelandvaarders)
# historyfiles.co.uk 15.10.09
++ East Anglia - historie

 

Edwin van Northumbria (586*-633) (EVN:): Zoon van koning Aelle van Deira. Vertoeft enige tijd bij koning Redwald in East Anglia. Wordt in 616 koning van Deira en Bernicia. Bekeert zich in 601 (627?) tot het Christendom. Ghm NN. Sneuvelt in 633 in de Slag bij Hatfield Chase in Northumbria. Wordt na zijn dood heilig verklaard wegens zijn inzet voor bekeerlingen, thuislozen en ouders met grote gezinnen.
De Anglo-Saxon Chronicles (#ASCU/p37) schrijven:
AD 601. Pope Gregory sent to archbishop Augustinus the pallium in Britain, and very many godly teachers to help him. Bishop Paulinus converted Edwin, king of Northumbria, to baptims.
 
Kinderen: Xx en Hereric.
Op de foto boven is te zien dat Edwin een mantel van bevervel draagt. Beverjacht is van oudsher een belangrijke activiteit van de Angelen. De bruinrode vacht is goud waard. Bovendien draagt hij een grima: een helm met masker.
** Suffolk, Kerstening, Grima, PgAng (Bevervel, Beverjacht, Kerstening)
# FRI, WKP 13.10.09, KBG  

 
Engeland:
Grootste deelstaat van Groot Brittannië. In 450-550nC bevolkt door Angelen en Saxen vanuit het gebied tussen Denemarken en de Rijn op het Continent. De naam is te danken aan de Angelen, die circa 65% van het grondgebied bezitten en tot de 11e eeuw de belangrijkste macht vormen in Brittannia.

Vlag: op wit een kruis in rood. Het kruis is van St Joris (St George), afgebeeld als een ruiter te paard die met een lans een draak dood steekt. De draak geldt als een symbool van het kwaad. Mogelijk heeft de symboliek van de vlag te maken met de saga Beowulf, waarin Beowulf van de Goten een draak doodt. Deze saga dateert van ver voor de 800nC. Aangezien de Angelen voortkomen via de Denen uit de West Goten lijkt de genoemde these zeker plausibel. De kleuren rood op wit lijken deze these te bevestigen. Ze lijken namelijk een pendant van de Deense vlag: op rood een kruis in wit. Hier lijkt dus bevestigd dat de Angelen voortkomen uit de Denen, hetgeen de saga van Ingwi beweert. De Angelen hebben e.e.a. in ieder geval via overlevering zo gezien. Rechts: Engelse vaandeldrager van The Red Regiment uit Engeland tijdens een re-enactment van de Slag om Grolle (Groenlo) in 1627. De Hollanders vechten in die jaren samen met geallieerden uit andere Europese landen tegen de Spanjaarden.
¶ Naar zeggen zou Engeland oorspronkelijk een vlag hebben, die identiek was aan de Deense vlag: op rood een kruis in wit. Bij de Deense vlag staat het kruis echter excentrisch, terwijl bij de Engelse vlag het kruis centrisch is. De Deense vlag wordt al genoemd in de 14e eeuw. Dat betekent echter niet persé dat die vlag dan voor het eerst bestaat. Ze kan al veel ouder zijn, voordat ze wordt genoemd.
¶ Volgens een ander verhaal bestaat de Engelse vlag al vóór de kruistochten (1096-1270). De paus wil de paus dat de Engelsen een wit kruis op een rood veld voert en de Fransen een rood kruis op wit. De Engelsen protesteren en claimen dat hun vlag altijd al bestond uit een rood kruis op een wit veld. In 1188 komen Henry II van Engeland en Philipe II van Frankrijk overeen de hun toegewezen kleuren wisselen. Engeland heeft dus in 1188 z'n oude vlag weer terug: een rood kruis op een wit veld. M.a.w.: de Engelse vlag moet dus al ruim vóór 1188 als zodanig bestaan.
¶ Volgens een ander oud verhaal introduceren Engeland en Londen de vlag van St George in 1190 ten behoeve van de Engelse schepen in de Middelandsezee om te profiteren van de bescherming door de vloot van Genua. Deze these is echter erg in strijd met de eerder genoemde feiten uit 1188.
¶ De Engelse vlag wordt in de Middeleeuwen beschouwt als de vlag van St George (St Joris, Gregorius), de beschermheilige van Engeland. De vlag dateert naar zeggen uit de 12e eeuw, toen St George de beschermheilige van Engeland werd. Dat ligt voor de hand. Het is namelijk paus Gregorius die rond AD 600 Angelen ontdekt op de slavenmarkt van Rome en daarna opdracht geeft missionarissen te sturen naar Engeland en dat land te bekeren tot het Christendom. > Kerstening
¶ De St George Cross wordt voor het eerst genoemd als een embleem van Engeland bij de Welsh War van 1275. Tijdens de Slag van Evesham in 1265 dragen de Engelse Royalisten echter al een rood kruis ter onderscheiding van de rebellerende baronnen, die een wit kruis dragen in de Slag van Lewes (Sussex) een jaar eerder. Mogelijk dragen de baronnen de Deense kleuren door een tegenstelling in de Engelse adel. De Royalisten horen voornamelijk tot de hoge adel, van oudsher overwegend Angel-Saxisch en Normandisch van afkomst, terwijl de adel van Deense origine meer tot de lagere adel behoort. De baronnen associeren zich kennelijk meer met hen en voeren dus ipso facto de oude Deense kleuren. Een baron is immers oorspronkelijk een niet-souverein leenman (baro = dienstman) en valt onder de gewone (lagere) adel. In rangorde net boven de ridder, maar nog onder de burggraaf.
¶ Dat de Deense invloed een grote rol lijkt te spelen in de strijd tegen de Royalisten is verder niet zo vreemd. De Denen hebben zich in de 10e eeuw grootschalig gevestigd in Oost Engeland (Danelaw) en delen in Midden Engeland. De lagere adel in Engeland zal dus voor een groot deel Deense roots hebben. De adel afkomstig van de Vikings zal zich bij de Deense groep goed thuis voelen. Ook zij hebben Engeland zwaar geterroriseerd met hun gruwelijke raids en ook zij zijn uiteindelijk verslagen door de Angel-Saxen.
¶ Per saldo lijkt het verhaal eenvoudiger. Engeland ontstaat in 889 door het huwelijk van Ethelflaed van Wessex met Ethelred II, eerst Koning later Earl van Mercia. Als Ethelflaed naar Mercia reist om te trouwen, wordt ze aangevallen door Denen, die een alliantie tussen Mercia en Wessex willen voorkomen. De helft van het gezelschap wordt vermoord. Aethelflaed vlucht in een oude loopgraaf en gebruikt die als een fort. Hierdoor weet ze de Denen te verslaan. Oorspronkelijk zal de Engelse vlag inderdaad kunnen zijn: op rood een kruis in wit, centrisch geplaatst. Daarmee de relatie met de Denen aangevend. E.e.a. kan echter zijn veranderd rond het jaar 917 nC. In dat jaar onderwerpen Lady Ethelflaed en haar broer koning Edward van Wessex de Denen in Engeland aan hun gezag. Na alle terreur van de agressieve Denen kan het jonge Engeland het besluit hebben genomen de kleuren van hun emlbeem en vlag om te keren om zich daarmee symbolisch te distantieren van de Denen en hun zelfstandigheid tegenover hen te demonstreren. Temeer daar St Joris meer past bij de enorme strijdbaarheid van Lady Ethelflaed en haar broer Edward. De verandering van de Amerikaanse vlag bij de onafhankelijkheid in 1776 verloopt analoog. Oorspronkelijk waait er de Britse kolonievlag: rood met de Britse vlag in de linker bovenhoek. Al snel maken de onafhankelijke Amerikanen een eigen vlag: de Stars Spangled Banner. Alleen de kleuren rood, wit en blauw zijn dan nog terug te vinden in de Amerikaanse vlag. ** Vlaggen
Embleem: Op rood drie kruipende leeuwen in goud, aankijkend, links gekeerd, 1-1-1 geplaatst. De oudste associatie is met koning Richard I Leeuwenhart van Engeland (1139*-1199), derde zoon van koning Henry II van Engeland. Het kan daarom zijn dat het wapen is gecreëerd in 1157, als Richard I koning van Engeland wordt. Henry II voert namelijk als wapen: op rood een staande leeuw in goud, links gekeerd. Het wapen van Richard I lijkt sterk op het wapen van Denemarken. De oudst bekende afbeelding van het Deense wapen dateert van 1190 op een zegel van koning Knut. Mogelijk is dat wapen echter al in gebruik bij diens vader koning Waldemar de Grote (1122*-1182). Knut's broer Waldemar II van Denemarken voert dit wapen naamelijk ook. Het Deense wapen dateert dan zeker al van circa 1150 nC. Per saldo lijkt het dan dat het wapen van Richard I is afgeleid van het wapen van zijn vader (gouden leeuw op rood) en het Deense wapen (drie kruipende leeuwen, 1-1-1, links gekeerd). Daarmee wil het wapen van Richard I kennelijk aangeven de historische verwantschap tussen de Engelsen (Angelen) en de Denen.
Herkomst: Zowel de Engelse vlag als het embleem van Engeland demonstreren zoals gezegd een sterke verwantschap met de Denen. De symbolen zijn nagenoeg gelijk, alleen de kleuren verschillen. De Engelsen willen daarmee dus duidelijk aangeven dat ze zich verwant voelen met de Denen, maar geven via hun kleuren hun eigenheid aan. Deze symbolen dateren uit de periode 919-1157. M.a.w.: de Oer Engelsen beschouwen zich door overlevering en mogelijk andere feiten kennelijk als voortgekomen uit de Denen. Deze overtuiging is toch enigzins opmerkelijk. Engeland is zeker vernoemd naar de Angelen, die sinds circa 400 nC Brittannia bevolken. Maar ze zijn niet de enigen. Het zuiden en zuidoosten van Engeland wordt rond diezelfde tijd bevolkt door Saxen uit NW Duitsland. Hun macht neemt geleidelijk toe. In de 10e eeuw is Wessex zelfs het machtigste koninkrijk in Engeland. Het symbool van die macht is Alfred de Grote van Wessex (848-901), die sinds 871 koning van Wessex is. Hij verovert Mercia, de Thames Valley en Londen, van oudsher Anglische gebieden. Zijn macht is daardoor zo groot geworden dat hij wordt uitgeroepen tot Bretwalda: heerser van heel Brittannia. Alfred is gehuwd met Ealhswith, geboren in 852* in Mercia, dochter van Earl Ethelred Mueil of the Gainai (Gainsborough) en Eadburn Fadburn. Mercia is een Anglisch gebied dat tot die tijd het machtigste koninkrijk van Brittannia is. De macht is met Alfred de Grote overgegaan van de Angelen naar de Saxen. Het is dus in zekere zin vreemd dat sinds Alfred de Grote de verwantschap van de Engelsen met de Denen nog steeds zo sterk wordt benadrukt. Verklaringen hiervoor kunnen zijn de historiciteit van de toenmalige opvattingen, een numerieke meerderheid van de Angelen en de relatieve macht die de Angelen in Engeland sinds de 10e eeuw nog steeds hebben. Het kan zijn dat de Saxische koningen omwille van de vrede in het land de enigszins onjuiste opvattingen niet expliciet bestrijden. Daar komt bij dat de West Saxische koningen zichzelf zien als nazaten van koning Wig van Sleswig c.q. als vorsten van Anglische afkomst.
** Angel-Saxen, Brittannia, Politiek, Ethelflaed van Wessex, Alfred de Grote van Wessex
# WKP 5.10.09, DAB, KBG

Englefield:
Dorp in Berkshire (Engeland), gelegen op enige kilometers van Reading. Aldaar bekend zijn Englefield House en Enlgefield Church. De naam Englefield is vrij zeker afgeleid van de Angelen, die zich daar hebben gevestigd. Een vooralsnog onbekende Engelse bron in bezit van Reading Borough Council schrijft hierover (p 3):

The first mention of Englefield in History is that Ethelred of Wessex defeated the Danes in a skirmish at Englefield in 870. His troops were mostly Angles and it was the first defeat the Danes had sustained -- hence the name Anglefield. At that time tradition tells us that the family later called Englefield were already established in the district as small land owners.
Volgens een andere Engelse bron voeren in 870 nC Denen uit Reading raids uit in Englefield. Aethelwulf, Ealdorman van Berkshire, bindt de strijd aan tegen deze Denen en verslaat hen vernietigend.
¶ Roger Higham schrijft in zijn werk "Berkshire, and the Vale of White Horse" (B.T. Batsford Ltd, London 1977):
Englefield is derived from 'Engla feld', as recorded in 871, when the Anglo-Saxon Chronicle tells of ealdorman Aethelwulf's victory there against a body of Danes, and means 'field of the Angles': there is another Englefield on the borders of Surrey, south of Old Windsor, and if Dugdale is right Hungerford's old name may have the same meaning.
"The Anglo-Saxon Chronicles, Translated by Anne Savage" (Book Club Associates, London 1982) schrijft over het jaar 871:
The force rode to Reading in Wessex, and the third day, the two Danish eorls rode up-country. Ealdorman Aethelwulf met them at Englefield; he fought with them and took the victory. ... Four days later, king Aethelred and his brother Alfred led a great troop to Reading and fought the force [Danes], there was much slaughter on both sides. Ealdorman Aethelwulf was killed, and the Danes had the power of the battlefield. Four days later, king Aethelred and his brother Alfred fought the whole force at Ashdown. ... After Easter, king Aethelred died; he reigned for five years, and his body lies at Wimbourne monastry. Then Alfred, son of Aethelwulf, his brother, received the kingdom of Wessex.
Uit deze tekst blijkt dat Ealdorman Aethelwulf twee zoons heeft: Aethelred en Alfred. Aethelred is koning van Wessex sinds 866. Hij sterft in 871. Zijn broer Alfred wordt dan koning van Wessex.
¶ Per saldo zijn er dus drie Englefields in Engeland:
- Englefield bij Reading in Berkshire
- Englefield in Surrey/GreaterLondon
- Englefield alias Hungerford in Berkshire
Deze townlets liggen alle in gebieden, waar sinds 450 nC zich voornamelijk Saxen hebben gesetteld. Deze Englefields lijken daarom feitelijk Anglische enclaves in overwegend Saxisch gebied. Zulks zien we ook bij Hengevelde (Angelveld) in Twente. (> Hengevelde) Het is daarom denkbaar dat de Angelen in de Englefields afkomstig zijn uit Hengevelde. Temeer daar de migratiestroom vanuit Twente en de Achterhoek voornamelijk gericht zijn geweest op Zuid Engeland. (> Migratiestromen: Holten, Eesterweerd) Het is ook logisch dat mensen die zich settelen in een vreemd gebied geneigd zijn hun herkomst te doen blijken in de naam van hun nieuw woongebied. Zulks vinden we o.a. terug in Saxby in Lincolnshire, dat overwegend een Anglisch settlegebied was. Maar ook in latere tijden, getuige namen als Nieuw Amsterdam, New York, New Brunswick, New England, New Jersey, etc.
¶ Er is een bekend geslacht Englefield, dat afkomstig is uit dit gebied. Zij krijgen manor Englefield in bezit van koning Edgar the Peacemaker. Van dit geslacht zijn vooral bekend Sir Roger Englefield (gst 1340), Sir Thomas Englefield (gst 1514; Speaker of the House of Commons), diens zoon Sir Thomas Englefield (Justice of the Common Pleas) en diens zoon Sir Francis Englefield (Master of the Court of Wards and Liveries under Queen Mary).
** Cranbury Manor, PgAng (Hengevelde)
# berkshirehistory.com 6.7.09, DAB, KBG

 
Ethelbald: van Mercia (c 690-757)
Mogelijk een zoon van koning Ethelred I van Mercia.
Geboren en wonend in Stone*. Ghm NN.
Is rond 714nC koning van Mercia.
Schenkt land in Bredon (18 Km ZO van Worcester) aan zijn neef Eanulf om er een klooster te bouwen. Bron BHO schrijft:

According to Worcester tradition, between 715 and 717, (fn 13) Ethelbald, King of Mercia, gave land at BREDON to his kinsman Eanulf to found a monastry there. (fn 14) Offa grandson of Eanulf endowed the monastery with lands in Worcestershire in 780.
Bron ASCU schrijft:
757 ... The same year as Cynewulf's accession, Aethelbald, king of Mercia, was killed at Seckington; his body lies at Repton.
** Mercia

 
Ethelflaed van Wessex (869*-918) (EVW:)

Ook: Aethelflaed, Ethelfleda. Prinses van Engeland. Sinds 911 Lady van Mercia.
Dochter van koning Alfred de Grote van Wessex en koniging Ealswith Osburgh van Engeland.
Huwt in 889 met Ethelred II, eerst Koning later Earl van Mercia.
Als ze naar Mercia reist om te trouwen, wordt ze aangevallen door Denen, die een alliantie tussen Mercia en Wessex willen voorkomen. De helft van het gezelschap wordt vermoord. Aethelflaed vlucht in een oude loopgraaf en gebruikt die als een fort. Hierdoor weet ze de Denen te verslaan.
Ethelflaed is een strijdbare vrouw. Een tacticus en militair leider van formaat.
Zij leidt persoonlijk troepen tegen de Vikingen en bouwt vele forten en versterkingen en is een belangrijke steun voor haar broer Edward the Elder tijdens diens koningschap.
 
Hierboven: aquarel van Ethelflaed gemaakt door Hester Jans-Molenberg, na zorgvuldige analyse van Ethelflaed's achtergronden en de mode uit haar tijd. Deskundigen denken dat Ethelflaed linkshandig was, vanwege haar strijdvaardigheid, hetgeen nogal kenmerkend wordt geacht voor vrouwen met leiderscapaciteiten. Tevens verklaart dat haar successen in gevechten met het zwaard. Rechtshandigen zijn getraind op tegenstanders die ook rechtshandig zijn. Linkshandige tegenstanders zijn dat ook, maar zorgen door hun linskhandigheid voor acties, die voor hun rechtshandige tegenstanders vaak onverwacht zijn door hun eigen rechtshandige gerichtheid.
¶ Ethelflaed voert langdurig strijd tegen de Denen, die haar rijk binnenvallen in het noorden, langs de Humber en de Trent.
Helpt haar vader koning Alfred bij de bouw van forten bij Stafford en Lichfield.
Helpt in 890 haar man Ethelred II van Mercia bij de bouw van de burcht van Worcester.
Steunt haar broer koning Edward, opvolger van koning Alfred (gst 899), o.a. in de strijd tegen de Denen en Vikings.
Versterkt de grenzen van Mercia met in totaal 11 forten en burchten.
Bouwt burchten bij Sceargeat en Bridgenorth aan de Severn, een favoriete route van Deense bendes. Ligging Sceargeat vooralsnog onbekend.
Staat in 902 een groep Noormannen onder Ingimund toe zich in Wirral te settelen.
Verwerft in 904 samen met haar man Ethelred II het gebied Bevere bij Worcester.
Ingimund en zijn Noorse gang veroveren in 905 Chester, maar worden weer verjaagd.
Opmerkelijk is dat Ethelflaed hier niet genoemd wordt, zoals op andere plaatsen waar ze betrokken is. Het kan betekenen dat ze niet lijfelijk bij de campagne aanwezig is. Mogelijk is zij in dat jaar in Bevere ivm de geboorte van Arnulf de Bevere, een vermeende zoon van Ethelflaed en Ethelred II.
Sinds 907* neemt ze steeds meer taken over van haar man Ethelred II. Hij wordt namelijk geteisterd door een slopende ziekte.
Versterkt in 907 Chester tegen aanvallen van Vikings.
In 909 raid ze samen met haar broer koning Edward van Wessex tegen de Denen in East Anglia. Ze brengen het lichaam van St Oswald in triomf terug. Ethelflaed schenkt het aan de St Oswald Priory in Gloucester, dat door haar en Ethelred II is gesticht.
In 910-916 bouwt Ethelflaed vele burchten (burghs) in Mercia om het rijk te beschermen tegen raids van Vikings, Denen en Noren.
In 911 sterft haar man Ethelred II na de slag bij Tettenhall. Ethelflaed krijgt daardoor de status van Lady of Mercia. Vanaf dan regeert ze alleen over Mercia.
In 913-918 regeert ze vanuit Stafford, dat ze geheel heeft versterkt.
Versterk in 913 Tamworth (Staffordshire) NW van Birmingham, waar haar vader een hof had gevestigd.
In 914 bouwt ze een burcht in Eddisbury (Cheshire) en bij Warwick.
In 915 stelt ze de grens met Wales veilig middels een fort bij Chirbury.
In 917 sluit ze een alliantie met de koningen Constantine II van Alba en Constantine Mac Aed van Strathclyde tegen het Noorse York.
Onderwerpt Wales. Verwoest Brycheiniog (Wales) uit wraak voor de moord op ene Abt Ecgberht. Neemt de koningin mee en zet haar gevangen in Llangorse.
In 917 zijn Ethelflaed en haar broer koning Edward van Wessex klaar om een massale aanval te lanceren op de Denen. In die strijd herovert ze Derby (917), Leicester (918), Nottingham, Lincoln en Stamford op de Denen. Ethelflaed en Edward onderwerpen daarmee de Denen in Engeland aan hun gezag. Ethelflaed sterft echter voordat de campagne tot een succesvol einde is gebracht. Ze overlijdt op 12.6.918 in Tamworth. Ze is begraven in St Oswald Priory in Gloucester, waar ook het graf van Ethelred II is.
Ethelflaed wordt opgevolgd door de dan 20-jarige dochter Elfwyn.

- Hofhouding
890-903 Volgens diverse bronnen is koning Athelstan van Wessex (895-939) opgegroeid aan het hof van Ethelred II van Mercia en Ethelflaed van Wessex, een zuster van zijn vader. Het hof bevindt zich in die tijd in of nabij Worcester. Aldus de kaart England during the reign of King Æthelstan. Rechts detail Worcester.
Ethelred II en Ethelflaed wonen sinds 890* inderdaad op de burcht van Worcester, die zij hebben gebouwd in opdracht van bisschop Werefrith van Worcester.
904-912 Waarschijnlijk is het hof in deze periode gevestigd in Bevere bij Worcester. Ethelred II en Ethelflaed hebben in ieder geval in 904 aldaar grond verkregen van bisschop Werefrith van Worcester. Vrij zeker zijn daar twee kinderen van hen geboren: Arnulf en Alfred de Bevere.
913-918 Sinds 913, na de dood van Ethelred II, regeert Ethelflaed vanuit Stafford. Aangenomen mag worden dat zij in die tijd daar ook haar hofhouding heeft.
** Alfred de Grote van Wessex, Ethelred II van Mercia, Beverburn, Arnulf de Bevere, De Bevere, Bevere Manor, Bevere House, Athelstan van Wessex, Dunstan, Vikings
@ Courtesy Prof. S.D. Keynes, Trinity College Cambridge CB2 1TQ.
# WKP, ASC(), TAS 27.8.2006, EBT,DAB

Ethelred I van Mercia (641*-704)
Zoon van koning Penda van Mercia.
Geboren en wonend in Tamworth, Staffordshire.
Woont later in Bardney en Bredon, zuidelijk van Worcester.
Koning van Mercia. Zoon Ethelbald volgt hem op.
Zoons: Ethelbald (gb 670) en Eanulf (gb 676) van Mercia.
** Mercia
# WKP, KBG

Ethelred II van Mercia (850*-911):
Zoon van koning Burhed van Mercia en Lady Ethelswitha, dochter van koning Ethelwulf van Wessex. Mogelijk geboren in Gainsborough (Lincolnshire, UK).
In 870 worden raidende Denen uit Reading verslagen bij Englefield in Barkshire door een Anglisch leger onder bevel van ene Ethelred. Het is de eerste grote nederlaag van de Denen in Engeland. Hoogst waarschijnlijk gaat het hier om Ethelred II van Mercia. (Ax > Englefield) Dat zo zijnde, moet Ethelred II vrij zeker zijn geboren rond het jaar 850.
In 879 benoemd tot koning van Mercia door de Witan, de raad van magistraten van Mercia.
In 879-886 als Ethelred II koning van Mercia.
Als koning is hij echter onderworpen aan het gezag van koning Alfred van Wessex.
Ethelred II schijnt tevreden met zijn rol als Viceroy (onderkoning). Hij heeft nimmer zijn titel van koning geclaimd.
In 886 wordt Alfred de Grote van Wessex officieel koning van het verenigde Wessex en Mercia. Hieruit ontstaat het koninkrijk Engeland.
Sinds 886 wordt Ethelred II daarom Earl (Ealdorman) van Mercia genoemd. Later: Lord of the Mercians.
In 886 benoemt koning Alfred hem tot gouverneur van Londen, een gebied dat voordien onder Mercia valt. Hij versterkt daar twee burchten (boroughs), die de brug over de Thames moeten beschermen. Op de zuidkant is dat Borough of Southwark.
Huwt in 889 met Ethelflaed van Wessex (gb 871), dochter van koning Alfred de Grote van Wessex.
Het huwelijk is gepromoot door koning Alfred van Wessex. Hij wil met dit huwelijk duidelijk maken dat Mercia en Wessex langs natuurlijke weg zijn verenigd, en niet onder dwang. Bij die gelegenheid geeft hij Ethelred II de titel van Earl van Mercia.
Sticht in 890* de Priory of St Oswald in Gloucester, samen met zijn vrouw Ethelflaed.
Krijgt rond 890 opdracht van bisschop Werefrith van Worcester om een burcht (burgh) te bouwen in Worcester. De bisschop beleend Ethelred II daarbij met de helft van zijn rechten en privileges aldaar. Bron E11 schrijft:

In the reign of King Alfred, Ethelred II and Ethelflaed, ealdorman and lady of the Mercians, at the request of the bishop, "built a burgh at Worcester" and granted to him half of their rights and privileges there "both in market and street within the borough and without."
In 893 verzamelt Ethelred II zijn thegns (leenmannen) van burchten. Samen met Welshe bondgenoten rukken ze op tegen de Denen, die worden verslagen bij Buttington (Montgomeryshire). De Denen reageren met raids in Wales in 894 en 895.

In 904 door bisschop Werefrith beleend met Beverburn, een gehucht aan rivier de Severn nabij Worcester. Bron BHO schrijft:

Land at BARBOURNE (Beferburna, x cent.; Beverburne, Berborne, xiv cent.) was granted by Werefrith, Bishop of Worcester, in 904 to Ethelred II ealdorman of Mercia and his wife Æthelflæd. (fn. 64)
Ethelred II voert vele oorlogen tegen Wales.
Sinds 907* lijdt Ethelred II aan een slopende ziekte. Hij geeft Ethelflead daarom steeds meer bevoegdheden. Zo tekent zij steeds meer verdragen en oorkonden.
In 911 leidt Ethelred II een gecombineerd leger van Mercia en Wessex tegen de Vikings, die weer vreselijk aan het raiden, moorden en plunderen zijn in zuidwest Engeland. Het komt tot een slag bij Tettenhall (bij Wolverhampton). Daar worden de Vikings definitief verslagen. Enige tijd later sterft Ethelred II. Mogelijk aan verwondingen. Hij is begraven in de St Oswald's Priory in Gloucester.
Udh: o.a. Elfwyn (Aelfwynn) van Mercia (geboren in 898 te Worcester*).
Vrij zeker ook:
- Alfere (Aelfhere), Earl van Mercia. *Geboren in 900 te Worcester. Vader van Leofric II, Earl van Mercia. Deze Leofric voert een adelaar in zijn wapen.
- Aelfheah, Earl van Hampshire in 959-971. *Geboren in 903 te Worcester.
- Arnulf de Bevere, burggraaf van Diksmuide, stamvader van het geslacht Van Beveren in Vlaanderen en Nederland. *Geboren in 905 te Bevere bij Worcester.
- Xx de Bevere, stamvader van het geslacht De Bevere in Engeland. *Geboren in 907 te Bevere bij Worcester. Mogelijk begint zijn naam met A (Ae, E), evenals bij zijn zuster en broers. (> Alfred de Bevere)
NB De herhaling van de eerste lettergreep in de namen van gezinsleden is in die tijd een typisch Angel-Saxische gewoonte. In dit geval dus Aelf-, Alf- of Elf-. (Edward Rutherford: 'Sarum' p 334; 1987)
** Ealdorman, Mercia, Beverburn, Bevere Manor, Worcester, Mercia, Alfred de Grote, De Bevere, Elfwyn van Mercia, Arnulf de Bevere, Dunstan, Andrieskruis
# E11 17.8.2006, BHO, WKP, TAS 27.8.2006, DAB

Expansie:
De geschiedenis van de Angelen kenmerkt zich door een voortdurende expansie en wegtrekken naar andere gebieden.
¶ Hieronder de highlights van de geschiedenis van de Angelen op het Continent:
665vC------- Ingwi vestigt zich in Angeln, mogelijk bij Haithabu
665vC-489nC Koninkrijk Angeln (> Angeln)
500vC------- Angeln groeit zuidwaarts langs de Noordzee tot de Rijn
500vC-300vC Groot Angeln 1: Angeln strekt zich uit tot in Noord Groningen
300vC-600nC Mega Angeln: Angeln strekt zich uit tot aan de Rijn
100vC------- Friezen scheiden zich af van de Angelen
100nC------- Saxen vestigen zich in NO Duitsland vanuit Noord Polen
200nC------- Angelen migreren naar Zuid Duitsland, o.a. Thuringen
405nC-600nC Offaland: Offa breidt Mega Angeln uit tot aan de Maas.
449nC------- Vortigern vraagt militaire hulp van Angelen en Sexen op Continent.
450nC-600nC Angelen en Saxen migreren massaal naar Brittannia
600nc------- Groot Angeln 2: Angeln strekt zich uit tot de Elbe
600nC-775nC Saxen settelen in NW Duitsland en NO Nederland
700nC-heden (Klein) Angeln: Angeln strekt zich uit tot de Eider
700nC-heden Diverse Anglische enclaves in NO Nederland en NW Duitsland
¶ Rond 405nC voert Offa van Angeln (gb 385nC) strijd tegen de Saxen, Myrgings en Swaefen, die het Anglische Rijk zijn geïnfiltreerd en delen daarvan hebben bezet. De jonge Offa blijkt een legerleider van formaat en weet alle vijanden binnen enkele maanden te verdijven en het Anglische Rijk verder uit te breiden naar het zuiden tot aan de Maas en mogelijk zelfs verder. (> Offaland)
¶ In 449nC vraagt de warlord Vortigern hulp van Angeln en Eald Saexum op het Continent in zijn strijd tegen de Picten en Scoten in Brittannia. Kennelijk hebben beide continentale landen voldoende militaire macht om dergelijke hulp te vragen. De koningen van Angeln en Eald Saexum stemmen kennelijk toe, want een jaar later vechten Angelen en Saxen al in Brittannia voor de zaak van Vortigern. Het bevalt hen echter goed daar en beide Germaanse stammen besluiten in Brittania te blijven. Sommige bronnen beweren dat er vóór 450nC al Angelen en Saxen aanwezig zijn in Brittannia en dat de zgn vraag om hulp van Vortigern fake is, bedoeld als smoes om Brittannia binnen te vallen. Vooralsnog is niet zeker of deze beweringen juist zijn. Wel is opmerkelijk dat Britten en Amerikanen zulks gelijks wel doen rond 1950 om de Shah van Perzië in het zadel te helpen en houden, alleen met het oogmerk om de oliebronnen in Perzië veilig te stellen. Ook de Russen doen zulks in hun expansie. O.a. in 1957 in Hongarije en in 2009 in Georgië. Kennelijk is het een oude truc om quasi legitiem een land binnen te vallen en te bezetten.
¶ In Brittannia veroveren de Angelen vrij snel grote delen van het land, tot aan het zuidoosten waar Saxen zich hebben gesetteld. De kern van de Anglische expansiepolitiek wordt verwoord in bron WMA (p 61) door historica Barbara Yorke:

The patronage of religious houses in areas which they hoped to take over was a Mercian policy which can be paralleled elsewhere.

Mercia is een Anglisch Koninkrijk in NW Engeland, dat in de 7e eeuw nC ontstaat en tot de 10e eeuw de belangrijkste macht is in Brittannia. Daarna speelt 't nog vele eeuwen een machtige rol in Brittannia. De citaat maakt duidelijk dat de Angelen in Mercia al zinnen op expansie. In hun expansie komen ze echter de Saxen tegen in Zuid Engeland. Rond 650 sluiten ze een verbond met hen om gezamelijk te kunnen overleven in Brittannia. In 889 huwt koning Ethelred II van Mercia met Ethelflaed van Wessex (gb 871), dochter van koning Alfred de Grote van Wessex. Daarmee begint de unificatie van Engeland. Het huwelijk is op politieke gronden gesloten. Wessex heeft namelijk Mercia voorbij gestreeft en is inmiddels uitgegroeid tot het machtigste koninkrijk van Brittannia. Het opmerkelijke van heel het gebeuren is, dat Wessex een Saxisch koninkrijk is, maar dat hun koningen van Anglische herkomst zijn. Het lijkt er dus op dat hier uiteindelijk de Anglische machtspolitiek van Mercia heeft gezegevierd. Via Wessex is de Anglische zaak dus veilig gesteld.
¶ Sinds de 16e eeuw bouwt Brittannia gestaag een wereldrijk op dat z'n weerga amper kent. In de British Empire the sun never sets. Achtereenvolgens worden de volgense gebieden veroverd:

Verenigde Staten -- 1783
Canada
India -- 1947
Malakka
Noord Borneo
Australië
Zuid Afrika
New Zealand

De Verenigde Staten maken zich in 1783 onafhankelijk. Pas na de Wereldoorlog II volgen de andere kolonies.
¶ Anno 2010 maakt de BBC nog steeds reclame voor migratie naar Australië. De USA denkt al over kolonisatie van andere planeten in de ruimte.
¶ Kenmerkend voor de expansie lijkt een zekere ladangpolitiek. Ladangs zijn gronden in Indonesië die zijn ontgonnen door afbranden van bos en veld, waarna het gewonnen land wordt bebouwd. Als de ladang onvruchtbaar wordt, verlaat men deze en legt men elders een nieuwe ladang aan. In de koloniale tijd zei men op Sumatra dat Engelse agrobedrijven en planters hetzelfde doen. Er wordt weinig of nauwelijks geïnvesteerd in onderhoud en verbetering van de gronden. Er is kennelijk geen binding met de grond. Is de grond uitgeput of zijn de kansen voor easy life slechter, dan trekt men gewoon verder.
Genoemde ladangpolitiek heerst anno 2010 op grote schaal in Brittannia. De Telegraaf van 11.2.2010 schrijft dat 64% van de Britten ontevreden is met de situatie in het land en dat 42% daarom wil emigreren. Brittannia is zelfs al zover afgegleden dat het Dover wil verkopen aan de Fransen, ofwel de Frogs. De situatie heeft kennelijk te maken met een slecht werkende democratie, die de heersende maatschappelijke onvrede niet tijdig signaleert en adekwaat reageert.
¶ Het is vooralsnog niet zeker of de Angelen op het Continent en later in Brittannia bewust streven naar expansie, i.c. uitbreiding van hun territoria. Er lijkt zeker geen sprake van een vooropgesteld doel. De expansie van het Anglische Rijk en later het Britse Rijk in de periode 500vC-1915nC lijkt een natuurlijk verloop te hebben. Expansie lijkt daarbij steeds een gecombineerd proces van natuurlijke migratie en economische vestiging, later aangevuld met overheidsbeleid.
¶ De motieven van migranten variëren sterk van landhonger, betere levenskansen en vluchten tot avonturisme. (> Migratiegroepen) De motieven van de Anglische overheid (koningen) zijn vooralsnog niet bekend. Gaat het om ordinaire landhonger of spelen ook andere factors een rol. Het oude Angeln wordt continu geteisterd door Denen en later door Saxen, vluchtend voor de Hunen in Oost Europa. (> Angeln) Het lijkt er daarom meer op dat de kansen in Brittannia na het vertrek van de Romeinen in 275-450nC zo aanlokkelijk zijn, dat de Angelen op grote schaal besluiten vooral de Denen te ontvluchten en hun heil te zoeken in Brittannia. Daar lijken ze voldoende opgewassen tegen de aanwezige Kelten, Picten en Scoten. De migratie verloopt zo succesvol dat de Angelen de smaak van migratie en expansie te pakken krijgen en steeds meer gebied veroveren in Brittannia. Totdat ze in de 7e eeuw in het zuiden van Brittannia de Saxen tegen komen. Om zelfvernietiging door oorlog te voorkomen, besluiten Angelen en Saxen rond 650nC in de Cotswolds hun tweede verbond te sluiten en daarmee samen sterker te staan tegenover andere machten.
** Angologie, Politiek, Migratiegronden, Kolonisatie, Angel-Saxen, Angelsites (Expansie)
 

F::

Fitz: Normandisch: zoon van. FitzGerald = zoon van Gerald.

Free Institutions:
De Anglische adel is van oudsher beschermer, cultivator en promotor geweest van de zgn Free Institutions. Daaronder worden verstaan alle democratische rechten en vrijheden van alle mensen in de maatschappij. Winston Churchill zei ooit: Democracy is something horrible. But we have nothing better. Democratie garandeert de grondrechten en vrijheden van alle mensen. De persoonlijke vrijheid neemt daarin een primaire plaats in. De mens is vrij geboren en heeft het volste recht in vrijheid de eigen weg te volgen. De enige beperkingen zijn de grondrechten en vrijheden van alle andere mensen in de samenleving. Het zijn de Grieken die als eerste volk democratie hebben in hun stad- en gewestbestuur. De volgende grote stap is gezet in 1215nC met de opstelling van de Magna Charta, waarin de rechten en vrijheden van de Britse landadel worden vastgelegd. De Franse Revolutie eind 18e eeuw brengt de vrijheid en democratie voor alle mensen, nadat de Franse adel eeuwenlang het volk had geknecht en uitgebuit. Met de Franse Revolutie komen Liberalisme en Democratie in heel West Europa. De bestuurorganen worden gedemocratiseerd en de rechten van de mensen vastgelegd. Daarmee is de basis gelegd voor de rechten en vrijheden van het huidige West Europa. Deze liberalisering en democratisering hebben ervoor gezorgd dat er duurzaam welzijn, welvaart en vooruitgang is gekomen voor mens en maatschappij.
** Democratie

G::

Geldstelsel:
De oudste munt in Germaans Europa is waarschijnlijk de shilling, afgeleid van het Germaans skildulingaz = schildachtig ding. Later wordt de munt schilling, schelling genoemd in de Lage Landen. Ze heeft de waarde van 6 stuivers. Anno 2009 is de shilling nog steeds een onderdeel van het Britse en Oostenrijkse geldstelsel.
¶ In de Romeinse Tijd (12vC-450nC) komt de dinarius (denarie) in gebruik in Vrij Germania, die rond 211vC is geïntroduceerd in het Romeinse Rijk.
¶ September 2009 vindt de Britse amateur Terry Herbert een grote schat in Staffordshire, bevattend 1500 prachtige gouden en zilveren voorwerpen: munten, sieraden, ornamenten en wapens gedecoreerd met o.a. runetekens en van Angel-Saxische herkomst. In totaal 5 kilo goud en 2.5 kilo zilver. Archeologen dateren de schat uit de 7e eeuw nC en taxeren de waarde op zeker meer dan 1 miljoen euro. Staffordshire is een graafschap in MW Engeland, van oorsprong onderdeel van Mercia, het grootste en machtigste Anglische rijk van Brittannia. Rond 490nC bevolkt door Angelen van het Continent. De vondst betekent dat er al vóór circa 650nC muntgeld bestaat in Brittannia. (> Staffordshire)
¶ De penning wordt ingevoerd in de 8e eeuw door de Frankische koning Pepijn de Korte. In Engeland wordt in die tijd de penny ingevoerd. (> Penny)
¶ De pond (£) komt in de 12e eeuw in gebruik.

Genologie:
Uit recent DNA-onderzoek in Engeland en de USA is gebleken dat het DNA van de bevolking in het overwegend Saxische Zuid Engeland overeenstemd met het DNA van de Saxische gebieden op het Continent (Noord Duitsland). Het DNA van het meer Anglische Noorden van Engeland komt daarentegen overeen met het DNA van de meer Friese gebieden op het Continent (Nederland en Duitsland). O.a. is hun Y-chromosoom gelijk.
** PgAng/Friezen, Verfriezing
# GGB, FFS, TOX, KBG

Geordie: (500vC-heden)
Oer Engels ofwel Oer Anglisch dialect in Bernicia, een gebied in NO Northumbria (NO Engeland), gelegen langs de Noordzeekust tussen Engeland en Schotland. Geordie staat heel dicht bij het Oer Anglisch. De naam Geordie kan zijn afgeleid van ge-ordinu, wat in Oud Nederlands betekent gewoon. Dwz: de gewone taal. Dus zonder opsmuk met vreemde en dure woorden of taalkundige constructies. Passend in de Nederlandse cultuur van: Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Het Geordie ontstaat circa 450 nC als de eerste Angelen vanuit het Continent zich vestigen in dit gebied. Mogelijk zijn ze oorspronkelijk door de Keltische koning aldaar te hulp geroepen in de strijd tegen de oprukkende Picten en Schotten vanuit het Noorden.
¶ Op een lijst van bron WKP 13.5.09 staan 73 Geordie-woorden. Van 10 woorden lijkt de herkomst niet van het Oer Anglisch. Van 39 woorden is goed tot vrij goed direct of indirect te veronderstellen dat ze tot het Oer Anglische horen. Waar nodig worden de Engelse of Oud Nederlandse equivalenten bijgeschreven en/of equivalenten uit Nederlandse streektalen. UG = uitspraak Geordie. UN = uitspraak Nederlands. ONL: Oud Nederlands.
¶ A/Ah=I (aik, ik), bairn (kind), boozy (dronken; ONL bousig; bouse/buise=glaasje), buk (boek), cannit (kan niet), canny (kenne, verstandig), craic (kraak), diffy=stupy (duf), dog (dog), dolling (dollen), gaan/gan (gaan), hev (hev, hebben), heym (heim), hinny (honech, honing), hoose (hus, huus, huis), knaa (cnawan, knap, weten), lend (lenen), like (like; -lijk), mam (mam), man (man), me (me, mij), mean (menen), met (mate, maat), mutha (moeder), naa/noa (nee), naw (nou), pet (pet), pipe (pipe, pijp), summat=sometwhat (iets), summick (sommig), te (te), the (de), toby=stroll (tobben), toon (tune, tuun, tuin), Us=I=me (us), we (UG:wuh; we:UN:we,wu), what (wat), whee (wie; ONL: we), wuh=us (us, we, ons), ya (je, jou), ye (je), yor (jouw).
Het woord "man" wordt gebruikt zoals in gewoon Nederlands. Dwz: niet sexgebonden, maar mbt zowel man, vrouw, jongen of meisje.
¶ Per saldo tellen dus 74-10=64 Geordie woorden mee. Daarvan zijn 42 te herkennen als oud Anglische woorden. In totaal is dus van 42/64=68% van de vocabulaire voorstelbaar dat ze afkomstig moet zijn van het Oer Anglisch. De overige 32% kan in de loop der eeuwen zelf zijn gecreëerd uit de eigen Anglische vocabulaire of uit de taal van andere volken. Bijvoorbeeld de oorspronkelijke Brittons of de later invallende Vikings en Denen. Bron bl.uk 13.5.09 stelt echter:

Subsequent invasions left the North East increasingly linguistically isolated from developments elsewhere in Northumbria. The Vikings, for instance, settled mainly south of the River Tees and therefore had a lasting impact on the development of dialects in Yorkshire, but not further north. ... Meanwhile the border skirmishes that broke out sporadically during the Middle Ages meant the River Tweed established itself as a significant northern barrier against Scottish influence. As a result, the North East has always maintained a strong sense of cultural identity and resisted the centralising tendencies of both Edinburgh and London. Many contemporary Geordie dialect words such as "gan" ... and "bairn" ... can still trace their roots right back to the Angles.
Het percentage van 65.1% Oer Anglische authenticiteit van de vocabulaire mag na 1550 jaar behoorlijk hoog worden genoemd. De genoemde woorden op de lijst zijn echter een uiterst beperkte verzameling van de totale vocabulaire van Geordie anno 2009. Als streektaal zal Geordie vrij conservatief zijn en dus grote gelijkenis kunnen hebben met het Oer Anglisch van de streek. Het Anglisch dus van circa 1550 jaar geleden. Sindsdien zal het Geordie zeker toch enige vreemde woorden hebben opgenomen en waarschijnlijk ook oude hebben losgelaten of veranderd. Een deel van de veranderingen bestaat moglijk uit slecht taalgebruik, dat een eign leven gaat leiden. Deze vocabulaire zal dan moeilijk te herkennen zijn als Oer Anglisch. Theoretisch kunnen alle veranderingen deels tegen elkaar wegvallen. De preciese veranderingen zijn echter vooralsnog niet bekend. Wel kan worden geconstateerd dat na 1550 jaar mogelijk 64.5% van de woorden uit een willekeurige verzameling authentiek Oer Anglische woorden lijken. Althans herkenbaar ivm de verwante oertalen op het Continent. Vele woorden lijken authentiek omdat ze in vrij sterke mate lijken op woorden uit o.a. het Nederlandse taalgebied. Het gebrek aan kennis van het Oer Anglisch betekent echter dat het percentage van 64.5% authenticiteit feitelijk veel hogere kan liggen. Temeer daar het Geordie volgens de citaat van bron bl.uk door de eeuwen heen toch in een sterk geïsoleerde c.q. beschermde omgeving verkeerde, hetgeen deze taal in sterke mate geconserveerd zal hebben. Er waren immers geen impulsen van butienaf, die tot veranderingen konden leiden.
¶ Een ander opmerkelijk feit is de tekst in de dwarsbalk van het huis op de foto (Ao 1971 Kappeln) bij item "Angelen":
Wer will buen an de Straten, mot de Minschen reden laten.
Analyse van de herkomst van deze woorden levert de volgende statistiek op: Wer (D) will (D,N) buen (D,N) an (D,N) de (N) Straten (N), mot (N) de (N) Minschen (N) reden (D) laten (N). Ofwel: Oud Nederlands 9 (64.3%) en Duits 5 (35.7%). Te bedenken valt dat het Duits pas na 1500 via het Saxisch invloed krijgt op het Anglisch in Angeln. De Nederlandse herkomst is dus biezonder groot en nogal verbazend, aangezien tot heden niet bekend is op welke manier het Nederlands daar terecht is gekomen. Verder is opmerkelijk dat het percentage van 64.3 nagenoeg gelijk is aan het berkende percentage van het Oer Nederlands in het Geordie. Dat is namelijk 65.1%.
E.e.a. betekent dat Geordie, Oer Anglisch en Oer Nederlands nauw verwante talen zijn. Gezien de geografische nabijheid van deze gebieden en de historische achtergronden lijkt deze these zeer realistisch.
- herkomst:
De typische ai-klanken van Geordie doen sterk denken aan de taal in Noord Groningen. Die taal is naar zeggen eerst Fries maar wordt later sterk gemoduleerd naar het Neder Saxisch. Het lijkt daarom reëel om te veronderstellen dat de roots van Geordie in die contreien liggen. Maw: de Geordies zijn afkomstig uit Noord Groningen. Aangezien Noord Groningen en i.b. Humsterland in NW Groningen al circa 300 vC wordt bewoond door Angelen, lijkt deze optie dus zeker reëel. Geordie is dus feitelijk een Oud Anglische taal afkomstig uit Noord Groningen. Mogelijk hebben de Chauken aldaar hun bijdrage geleverd aan de vorming van Geordie.
** Oer Engels, Bernicia, Yeavering, Oer Geordie, Oer Geordies, PgAng/TEHA
# Google 13.5.09 (DVB), WMN, KBG

 
Geordieland:
Het kerngebied waar Geordie wordt gesproken, omvat de regio North Tyneside, Newcastle, South Tyneside en Gateshead in NO Engeland. Binnen een ruime straal rond het kerngebied wordt Geordie echter ook verstaan en gesproken, zij het in mindere mate.
# Google 13.5.09 (DVB)

 

Gewisse:
Naam voor de oorspronkelijke groep Angel-Saxen van Wessex in Engeland. Later ook de naam voor Wessex zelf.
Volgens overlevering zijn de Gewisse nazaten van Gewis, een legendarische figuur uit de geschiedenis van de Angel-Saxen.
Volgens de Anglo-Saxon Chronicle is Wessex gesticht door Cerdic en Cynric, hoofdmannen van een clan met de naam Gewisse. Volgens overlevering zijn ze in Southampton Water geland vanuit NW Duitsland en Denemarken. Archeologische vondsten suggereren echter
een herkomst uit de regio Upper Thames (o.a. Oxfordshire) en de Cotswolds. Anno 2006 omvat Wessex de counties Berkshire, Hampshire, Wiltshire, Dorset en Sommerset. Hoofdstad is Winchester. Volgens taalkundigen betekent Gewisse: district West-Saxon. Ge- is namelijk een oude Angel-Saxische prefix met de betekenis van district, vergelijkbaar met het Nederlandse gau. Deze opvatting strijdt niet met het voorgaande, zodat we inderdaad mogen aannemen dat met de Gewisse hier de West-Saxen c.q. Wessex wordt bedoeld. Het laat verder open waar de Gewisse precies vandaan komen. De instroom van deze Gewisse zal wel niet ineens massaal zijn gebeurd. Veeleer zal zal dat zijn gegaan in verschillende waves in de 6e-7e eeuw vanuit diverse oorden op het vasteland van NW Europa. Zowel via Southhampton als vanuit de Upper Thames regio en de Cotswolds, welke laatste regio's al eerder door de Angel-Saxen zijn gekoloniseerd. Uiteindelijk is Wessex van oorsprong af geen homogeen Saxisch gebied, maar een mix van Angelen, Saxen en de oorspronkelijke Britten: Welshmen, Belgae en een restant Romeinen. In deze mix nemen de Saxen kennelijk numeriek en maatschappelijk een dominante positie in. De Belgae zijn afkomstig uit de Nederlanden, i.b. het Rijngebied. Ze zijn in de 2e eeuw nC geïmmigreerd, o.a. als soldaten van de Romeinen.

- X-kruis:
Op munten van de eerste West-Saxische koningen Egbert (827-839), Alfred the Great (848-899), Edward the Elder (899-924) en Aethelstan (924-939) zijn saltieren (X-kruisen) afgebeeld. West-Saxische ridders en krijgers dragen in die tijd helmen met de kleuren blauw en geel en voeren schilden met een rood Andrieskruis. Men mag daarom aannemen dat dit Andrieskruis het symbool is van de Gewisse c.q. van Wessex. Dit is des te aannemelijker omdat het Andrieskruis of de saltiere gelijk is aan de letter X (Geofu, Gyfu) in het Runen alfabet. Dit teken staat voor de moderne letter G en wordt uitgesproken als de g-klank in Geoffrey. Dus voor de G in Gewisse. Een simpele manier om de eigen identiteit aan te geven, zoals dat hedentendage nog steeds gebeurt.
Volgens bron RGT staat het runenteken X voor Gebo dat geven betekent. De uitspraak is een harde G zoals in het Engelse woord 'gift'. (> Runentekens) Op pagina 55 schrijft bron RGT verder:

Het is ook het teken dat door bloedbroeders wordt gemaakt, als de ingesnede polsen worden gekruist in een rituele bloedruil. Daarom betekent Gebo ook mystiek verbond en rituele verbintenis. Op een meer wereldlijk niveau kan het duiden op het sluiten van elke belangrijke verbintenis.
¶ Zoals eerder vermeld, voeren West-Saxische ridders in de 9e-11e eeuw schilden met het x-kruis. De geciteerde tekst van bron RGT sluit goed aan bij de historische achtergronden. In die tijd fuseren namelijk het Anglische Rijk en het Saxische Rijk in Groot-Brittannië en vormen ze samen Engeland.

- Bondgenoten:
In Middel-Nederlands bestaat het woord wisch, dat betekent: 1. strobos; 2. bundel, krans. (WMN) Daar het Middel-Nederlands via het Oud Neder-Saxisch verwant is aan het Oud Engels, kan wisch in het Oud Engels mogelijk een equivalente betekenis hebben. Daarvan uitgaande kan Gewisse mogelijk ook de Gebundelden of Verbondenen ofwel Bondgenoten betekenen, wat de Angelen en Saxen in feite ook zijn. Dat past dan heel goed bij de saltire, die zij voeren als teken van hun verbond.

- Ontstaan:
Wanneer de Gewisse ontstaan is feitelijk niet exact aan te geven. Aan hun formele ontstaan kan wel een lange voorgeschiedenis zijn voorafgegaan. In feite gaat het om de ontstaansgeschiedenis van het verbond tussen de Angelen en de Saxen in Engeland, waarvan de Gewisse kennelijk de voorlopers zijn. Feitelijk ontstaat dat verbond door het huwelijk van Ethelred II van Mercia met Ethelflead van Wessex in 889. Dit huwelijk komt tot stand door toedoen van koning Alfred de Grote van Wessex, de vader van Ethelflead. Hij noemt zich zelf als eerste Rex Alglorum Saxonum, koning van de Agelen en Saxen. Ook noemt hij zich Rex Angul-Saxonum, koning van de Angel-Saxen. Pas daarna komt die aanduiding in zwang. In deze optiek is dus het huwelijk tussen Ethelred en Ethelflead een formele bezegeling van het samengaan van het Anglische Mercia en het Saxische Wessex. De Gewisse lijken derhalve een verbond van individuele Angelen en Saxen die een grootschalig staatkundig samengaan van beide volkstammen tot doel hebben gesteld. Deze lieden moeten dan toch zeker van goede huize zijn om te beseffen dat zulks van beider belang is om tussen alle andere stammen in Brittannia te kunnen overleven. Het lijkt daarom zeer reëel dat de legendarische figuur Gewis hun bron van inspiratie is. Deze Gewis heeft zijn naam echter van zijn vader Wig meegekregen. Met die naam kan Wig bedoeld hebben dat zijn zoon Gewis het product is van een verbintenis van hem en een Saxische vrouw. Gewis is als het ware het vleesgeworden symbool van de verbintenis tussen Angelen en Saxen. Daarmee kan Gewis het voorbeeld zijn van een verder samengaan van de Angelen en Saxen in Engeland. De formele grondlegger van de Gewisse kan dus zijn Wig, een Angel uit Sleswig die zich in de Cotswolds heeft gevesitgd. Aangezien er in die tijd echter weinig of geen Saxen wonen in die regio, lijkt het er dus inderdaad op dat Gewis slechts een mythologisch figuur is, dienend als voorbeeld voor de Gewisse, de verbonden Angelen en Saxen. Dit verbond zal daarom pas zijn ontstaan in de tijd dat de Saxen in de Cotswolds sterker zijn vertegenwoordigd. Dus ergens rond het jaar 500. De Cotswolds liggen precies tussen het Anglische Noorden van Engeland en het meer Saxische Zuiden van Engeland. Een grensgebied waar dus zowel Angelen als Saxen wonen. Wig zal dus begrepen hebben dat het voor beide volkstammen uit NW Europa van levensbelang is om in eenheid en vrede samen te gaan. Temeer daar hun culturen nauw verwant zijn. Eendracht maakt macht. En macht betekent veiligheid en overlevingskans.

- De stichter:
Zoals gezegd is Alfred de Grote van Wessex (848-901) de eerste koning die zich Rex Anglorum Saxonum noemt en dat pas kort nadien de naam Angel-Saxen verschijnt. De Gewisse verschijnen echter al rond het jaar 500, en wel in de Cotswolds en meer specifiek in de Upper Thames regio. De stichter van de Gewisse moet dus rond het jaar 500 in of nabij de Upper Thames regio wonen. Dat kan Cerdic van Wessex zijn, die volgens overlevering rond 505 met een grote groep Saxen vanuit NW Europa naar Brittannia migreert. Volgens de Britse schrijver Gildas (480-640) zijn er echter al veel eerder Saxen op grote schaal naar Zuidwest Brittannia gemigreert. Maar de Gewisse ontstaan in een regio die rond 500 toch overwegend Anglisch is, gezien de archeologische vondsten. De stichter zal dus eerder een Angel kunnen zijn, die kennelijk begrijpt dat het voor de overleving van de Germaanse stammen in Brittannia goed is om samen te werken en dus een duurzaam verbond te sluiten. De Saxen zijn rond 500 al in zulke grote getalen aanwezig in ZW Engeland, dat het voor de hand ligt om met hen een verbond te sluiten. Temeer daar de Saxen een verwante cultuur van het continentale homeland zijn en omdat ze goede vechters zijn. Het lijkt daarom meer voor de hand te liggen dat de Anglische koning Cnebba van Mercia (485-545) de grondlegger is van de Gewisse. Als koning zal hij over voldoende visie beschikken om de noodzaak van het verbond met de Saxen te zien. Daarnaast zal hij ook de capaciteiten en mogelijkheden bezitten om het verbond met de Saxen te realiseren. De Gewisse lijken daarom te zijn ontstaan rond het jaar 525.

- Mersex:
De vraag die nu overblijft is, waarom het nog ruim 364 jaar duurt voordat de Angelen en Saxen daadwerkelijk staatkundig zijn verenigd. Rond 525 ontstaan de Gewisse en in 889 worden het Anglische Mercia en het Saxische Wessex staatkundig verenigd door het huwelijk van koning Ethelred II van Mercia en prinses Ethelflaed van Wessex, dochter van koning Alfred de Grote van Wessex. Het antwoord op de vraag lijkt simpel: de Gewisse zijn een groep machtige idealisten, maar de candidaten zijn nog niet huwelijksrijp. Wessex heeft nog sterke expansiedrift en Mercia is nog te machtig en zelfgenoegzaam. Als koning Offa van Mercia in 796 sterft, verzwakt het land echter door de voortdurende aanvallen van de Vikings en Denen. Oost Mercia wordt geheel door hen in bezit genomen. Het overgebleven West Mercia kan daarom heel goed hulp gebruiken. Wessex komt daarom in beeld. Mercia erkent koning Egbert van Wessex (802-839) als Bretwalda (heerser van heel Engeland) en later diens zoon Ethelbald (839-859). In 868 sluit koning Alfred de Grote van Wessex een verdrag met koning Guthrum van Denemarken, waarbij hij zijn deel van Engeland in de Danelaw afstaat. Uiteraard met knarsende tanden. Ook Wessex is nu rijp voor een huwelijk. In 889 trouwen koning Ethelred II van Mercia en prinses Ethelflaed van Wessex. Mersex is geboren. Het is een levenskrachtig kind. De Vikings en Denen worden binnen 30 jaar verjaagd uit heel Engeland. Mersex is nu de grootse macht in Brittannia en de backbone van de verdere unificatie van Engeland.
** Wessex, Cotswolds, Salisbury, Old Sarum, Alfred de Grote van Wessex, ASC, UTR/UK, Ethelred II van Mercia, Ethelflaed van Wessex, Hwicce, Ax (Angel-Saxen)
# RGT, WMN, WKP, DAB

Gildas: (c 480-540)
Brits historicus. Schrijver van De Excidio et Conquestu Britanniae ofwel Op de vernietiging en verovering van Brittannië. Hij schrijft daarin over de invasie van de Angel-Saxen in Brittannië en de gevolgen die dat heeft voor dat land. Deze invasie vindt plaats in 450-460. Gildas is dus een ooggetuige.
** Beda

Grima:
Oud Engels (Anglisch): masker met helm, gedragen door Anglische krijgers, o.a. bij de verovering van Brittannia. Ook bijnaam van Wodan, die altijd vermomd is en een grima draagt. O.a. koning Edwin van Northumbria (586-633) draagt een grima. In het graf van koning Redwald van East Anglia (565-625) in Sutton Hoo is ook een prachtige grima gevonden, die door hem gedragen moet zijn.
** Edwin van Northumbria, Sutton Hoo, PgAng (Grima, Maskerade, Wodan)
# RRA, KBG

Grumbledook:
Magiër uit de Angel-Saxische cultuur. In de beroemde BBC tv-serie Black Adder worden de Engelse koningszoon Edmond en zijn maten Percey en Balderick eind 15e eeuw verdacht de heersende pest te hebben veroorzaakt door duivelse magie. Ze worden voor het gerecht gedaagd en de magiër Grumbledook moet hun schuld bewijzen. Hij doet dat volmaakt teleologisch. Elk feit dat zich voordoet wordt uitgelegd als bewijs voor de schuld van het drietal. Elke valse truc wordt bedacht om hun schuld verder te bevestigen. Uiteindelijk wordt het drietal veroordeeld tot de brandstapel. Het bewerkte en bevooroordeelde publiek juicht. De duivelse Grumbledook zegeviert. Het drietal wordt op de brandstapel gezet en het vuur wordt aangestoken. Door een wonder dooft het vuur en raakt Grumbledook zelf in brand en komt gruwelijk om het leven. De productie wil kennelijk aantonen hoe slecht magiërs zijn. De schuld ligt natuurlijk bij de rechter en het rechtsysteem. Die maken zulke vreselijke processen mogelijk. Maar zelfs in latere rechtszaken blijken zulke monsterlijke processen mogelijk.
** Rechtspraak
# BBC, FRI, KBG

H::

Herkomstgebieden:
Het is een interessante vraag uit welke continentale gebieden de Angelen in Brittania afkomstig zijn. Vele bronnen geven in groffe trekken aan: Angeln in noord en noordwest Duitsland. Op zich lijkt dit juist, maar voor meer inzicht is nadere preciesering zeer gewenst. Bron ASW (p 31) schrijft daarover:

The Saxons came from North Germany and Holland, from the area which was known in his [Beda] day as Old Saxony [Eald-Saexum], the Angles from the south of the Danish peninsula, from the area which is still called Angeln [North Germany], and the Jutes from Jutland. In other words, the Anglo-Saxons came from the western coastlands of Europe, from the area between the mouth of the Rhine and central Jutland.
Aangezien de Saxen ten tijde van de massamigratie naar Brittannia circa 400-500 nC vrijwel zeker voornamelijk wonen in noordoost Nederland en noordwest Duitsland, wonen in die tijd in het kustgebied tussen de Rijn en de Elbe ipso facto voornamelijk Angelen. Dit wordt o.a. bevestigd door locaties als Angerlo (= Angelrode) bij Doesburg in de Achterhoek en Engeland bij Beekbergen op de Veluwe. Maar de Angelen wonen in die tijd ook in noord Groningen en noordwest Duitsland, zoals uit diverse gegevens blijkt. (> Olfrisia, Mega Angeln) Denkbaar is verder dat er ook Angelen vanuit de regio Haaglanden naar Brittannia zijn gemigreerd. Immers, de klassieke chique Haagse ae-klanken doen sterk denken aan de Engelse ae-klanken. O.a. bij waar (where). Het is echter ook mogelijk dat die Haagse ae-klanken zijn overgenomen van Engelsen, die zich naar zeggen rond de 11e eeuw hebben gestteld in Scheveningen. Echter, in oude oorkonden staan ook veel woorden die nagenoeg ook Engels (Anglisch) zijn. Bijvoorbeeld after (achter), hold (houden), kay (kade), straet (straat), ende (en), up (op), old (oud), olderman (bestuurder), gebur (gebuir, buur), etc. Deze geschreven woorden doen vermoeden dat de overeenkomst toch verder teruggaat dan de 11e eeuw. Temeer daar ze ook elders voorkomen. O.a. in oude Groningse bronnen.
¶ Een ander opmerkelijk feit is dat mensen uit Lincolnshire vaak worden aangezien voor Nederlanders. O.a. vanwege een wat harde en zakelijke geaardheid en navenante uitspraak van het Engels. Een deel van Lincolnshire heet ook Parts of Holland. (> Lincolnshire) Een verklaring voor e.e.a. kan zijn dat Oer Nederlanders uit het toenmalige gebied Mega Angeln rond 400 nC zijn gemigreerd naar Lincolnshire. De oorspronkelijke Germaanse bewoners van Lincolnshire zijn inderdaad ook Angelen, hetgeen een bevestiging kan zijn van het Nederlandse karakter van de bevolking van Lincolnshire. Immers, bron OCD maakt in haar etymologie bij de basic vocabulaire veelal primair een vergelijking met Nederlandse woorden. Dat lijkt dus te bevestigen dat het Oer Nederlands opmerkelijk dicht bij het Oer Engels moet staan c.q. dat een belangrijk deel van de massamigratie van het Continent naar Brittannia vanuit de Nederlanden is geschiedt. Aangezien noord Nederland vrij zeker in die tijd voornamelijk Anglisch gebied moet zijn geweest, lijken vele Oer Angelen in Engeland derhalve hun roots in de noordelijke Nederlanden te hebben. (> Mega Angeln)
¶ Een ander belangrijk feit lijkt, dat de oudste gemeenschappelijke taal van de Angel-Saxen in Brittannia English wordt genoemd. Deze benaming blijkt aan te geven dat de Angelen met hun cultuur en taal in Brittannia in die tijd een dominante positie innemen. (> Lx: KTE) Het Oudste Engels moet dus een taal zijn, die overwegend Anglische woorden en gramatica moet hebben.
Aangezien het Anglisch kennelijk de basistaal is van het Oudste Engels
- en aangezien het Oudste Engels nauw verwant lijkt aan het (Oer) Nederlands
(> Oer Nederlands)
- en de Angel-Saxen afkomstig zijn uit het gebied tussen de Rijn en Denemarken
>> lijkt de conclusie gerechtvaardigd, dat het Anglisch in de herkomstgebieden van de Angel-Saxen op het Continent in de periode van de massamigratie naar Brittannia eveneens een dominante positie inneemt
- en aangezien het Anglisch mogelijk inderdaad een dominante positie inneemt in de Continentale herkomstgebieden van de Angel-Saxen in Brittannia
>> lijkt het waarschijnlijk dat de Angelen zelf in het gebied tussen de Rijn en Denemarken een dominante positie innemen.
(> Mega Angeln)
** Beda, KTE; PgAng: Angelland, Migratiestromen
# ASW, FRI, DAB, KBG

Hide:
Landmaat. > Doomsday Book

Hursley Map 1588:
Een kaart van Hursley in Hampshire uit 1588.

          

Bovenstaande kaart is een uitsnede van het zuidoostelijk deel van de
grote Hursley Map van 1588 met daarin The Parke (later Cranbury Park)
en het oorspronkelijke Cranbury House (onder de R van Parke). Dit
gebied ressorteert sinds de 19e eeuw onder Otterbourne.
@ Image Courtesy of Hampshire Record Office in Winchester, England

Bron fieldclub.hants.org.uk van 6.3.08 schrijft:

At the time of the 1588 map [of Hursley], much of Chandler's Ford was covered by Hiltingbury and Cranbury Commons, part of the wide expanse of common land that made up the southern part of the large Husley parish (in those days it incorporated the later parish of Ampfield as well as much of modern Chandlers Ford). Neither Cranbury Park, nor its four ponds existed at that time.
De Hursley Map van 1588 omvat dus o.a. het zuidelijk gebied van Hursley. Dit gebied grenst aan het huidige Otterbourne, dat oostelijk ligt en tot de 19e eeuw bij Hursley Parish hoort. The Parke op bovenstaande kaart wordt pas sinds de 17e eeuw officieel Cranbury Park genoemd. In de volksmond bestaat die naam mogelijk al veel langer. Het park ligt namelijk van oudsher op die plaats. (> Otterbourne Manor Hampshire) In de 19e eeuw wordt de dorpskern van Otterbourne 500 Meter oostelijk verplaatst, vanwege de aanleg van een spoorlijn. Otterbourne hoort echter oorspronkelijk tot Hursley Parish. Pas in de 19e eeuw wordt Otterbourne zelfstandig. Daarom lijkt het dat The Parke in Hursley ligt en lag. Feitelijk lag dit park dus wel in Hursley, maar met de verzelfstandiging van Otterbourne komt dit park dus in Otterbourne te liggen.
¶ Bron british-history.ac.uk 5.3.08 schrijft over Cranbury House:
The site of the house is well chosen, the ground falling steeply on the north, in well-wooded sloopes [1]. Some way down the slope is a spring, over which a domed well-house has been built, and on the higher ground to the west of the house is a circular earthwork. To the north of this is a summer-house [2] and a stone sun-dial, said to have been designed by Sir Isaac Newton; its gnomon is supported by a mongram in openwork, apparently I.L.C. for Jonathan Conduit. In the park, at some distance to the south-west of the house, is a gamekeeper's cottage, masked by a sham ruin made up of fragments from Nettley Abbey, whose north transept was destroyed for the purpose. A set of very beautiful early fourteenthcentury bosses from a vault are built into the work.
De omschrijving van de locatie [1] komt overeen met de tekst van bron JKP (p 21) van circa 1880:
Cranbury is a low wooded hill, then part of the manor of Merdon, nearly two miles to the south-east of Hursley, and in that parish, though nearer to Otterbourne. Some tenements seem to have been there, those in the valley being called Long Moor and Pot Kiln. Shoveller is the first name connected with Cranbury [Manor], but Mr. Roger Coram, the champion of the haymakers, held it [1580] till his death [1612], when it passed to Sir Edward Richards.
Het genoemde zomerhuis noordwest van Cranbury House [2] is duidelijk te zien op bovenstaande kaart. Impliciet bevestigen beide bronnen dat het huis onder de R van The Parke inderdaad Cranbury House is.
** Hursley Hampshire/England, Cranbury Commons Hursley, Otterbourne Manor Hampshire (The Parke)
# HFA, BHO, JKP

Hwicce:
Anglische stam, die zich rond 370nC vestigt in de Cotswolds en later verder in Worcestershire en Gloucestershire. Ook Hwiccas, Wiccia of Wicci genoemd. Mogelijk zijn ze oorspronkelijk afkomstig uit Wieken bij Gendringen (Liemers) en zijn ze rond 370nC naar Brittannia gemigreerd op de vlucht voor de Hunnen.
¶ Circa 9 Km NO van Newmarket in East Anglia ligt het dorp Wicken. Mogelijk is dit dorp gesticht door Angelen afkomstig van Wieken in De Liemers.
** UTR/UK, PgAng (Wieken, Hunnen)

I::

Icel van Angeln (c 441-501) (IVA:)
Zoon van Eomar, de laatste koning van Angeln. Migreert rond 470 met vele stamgenoten naar Brittannia. Vestigt zich waarschijnlijk eerst in de Cotswolds, waar andere Angelen zich ruim een eeuw voordien al hebben gevestigd.
Sticht rond 470 het Anglisch koninkrijk Mercia in centraal Brittannia.
Voert vele oorlogen met de autochtone Britten. Onder de Anglische migranten moeten dus vele strijders zijn uit het Anglisch leger in Angelland. Hierdoor raakt Angelland militair sterk verzwakt, waardoor het de instroom van Saxen en Franken niet kan tegenhouden en geleidelijk instort.
Stamvader van de Iclings, het geslacht van de Anglische koningen van Mercia.
Zoon: Cnebba van Mercia (gb 485).
Mogelijk ook Cerdic (gb 474).
** Angeln, Angelen, Cotswolds, Mercia, Iclings
# WKP, WKP 29.9.10, KBG

Iclings:
Anglisch koningsgeslacht van Mercia, afstammend van Icel van Angeln, stichter van Mercia in 470nC, het oudste en grootste Anglische rijk in Brittannia.
** Icel van Angeln, Mercia

J::

K::

Kerstening:
Betreft Christianisering in Anglische gebieden.
De belangrijkste persoon in de kerstening van Europa is Paus Gregorius I de Grote. AD 590 wordt hij paus. Op een dag ziet Gregorius blonde jongemannen staan op de slavenmarkt. Hij vraagt wie dat zijn. Gregorius krijgt te horen dat het Angelen zijn. Daarop antwoordt de paus dat ze engelen moeten worden en dus bekeerd tot het Christendom. Gregorius stuurt daarom missionarissen naar Engeland. Door de vorsten als eerste te bekeren, weten ze uiteindelijk het hele volk tot het Christendom te brengen. Soms met geweld. Later brengen Angel-Saxische zendelingen het Christendom naar de Nederlanden. De kerstening wordt soft aangepakt om agressie te voorkomen. De Germaanse gebruiken worden zoveel mogelijk geïntegreerd in de Christelijke tradities. Joelfeest of Zonnewendefeest aan het einde van december wordt omgebouwd tot Kerstfeest. Beide feesten symboliseren dat het nieuwe Licht de Duisternis overwint. Vuurwerk met Oud en Nieuw is een Germaans gebruik om boze geesten te verdrijven. De eieren met Pasen symboliseren vruchtbaarheid en het begin van nieuw leven. Vele andere Germaanse gebruiken worden bestreden. Per saldo resulteert dit beleid in het verdwijnen van vele Germaanse opvattingen en tradities en daarmee ook een belangrijk deel van de eigen identiteit.

590nC-- Gregorius I wordt paus
600---- Kerstening van Engeland
627---- Koning Edwin van Northumbria wordt Christen > Edwin van Northumbria
713-773 Lebinus -- Ripon/Yorkshire-Utrecht-Deventer(754)
742-809 Ludger -- Utrecht-York-Deventer(772)-GrOmmelanden(780)-Munster
804---- Saxen gedwongen bekeerd door Karel de Grote (> Saxen)
965---- Kerk in Haithabu > PgAng (Haithabu)

** Engeland (Vlag: St George), PgAng (Lubinus, Ludger)
# refdag.nl 12.10.09, DAB, KBG

 
Kolonisatie:
Volgens diverse bronnen begint Angeln al circa 400nC geleidelijk met de kolonisatie van Brittannia.
¶ Bron ASC (Anglo-Saxon Chronicles 832-1154nC) schrijft voor het jaar 449nC:

449. Hier Martianus and Valentinus onfengon rice [krijgen macht], and ricsodon [regeren] seofon [zeven] winter. And on hiera dagum [deze dag] Hengest and Horsa, fram Wyrtgeorne [Vortigern] gelathode [uitgenodigd], Bretta kuninge [koning], gesothon [getrouwe] Bretene on thaem [hun] stede genemned [genaamd] Ypwinesfleot [Ebbsfleet in Thanet?], aerest [eerste] Brettum to fultume [helpen], ac hie [hij] est on hie fuhton.
Se [deze] kuning het hie feohtan ongean Peohtas [gevochten tegen de Picten]; and hie swa duden [doden], and sige haefdon [zegeviert] swa hwaer swa hie comon [waar hij ook komt]. hen = Hie tha [Hengest en Horsa] sendon to Angle [Angelland], and heton him sendan maram fultum [vraagt hem meer troepen te zenden]; and heton him secgan Bretweala nahtnesse [en vertelt hem over de rampspoed in Brittannia] and thaes landes kuste. Hie tha sendon him maran fultum. Tha comon [komen] the menn of thrim maegthum Germanie [drie Germaanse machten]: of Eald-Seaxum [Oud Saxen], of Englum [Angelland], of Iotum [Jutland].
¶ De volgende zin uit de citaat is zeer belangrijk: Hie tha [hen = Hengest en Horsa] sendon to Angle, and heton him sendan maram fultum; and heton him secgan Bretweala nahtnesse and thaes landes kuste. Deze zin geeft namelijk aan dat Vortigern vanuit Brittannia Hengest en Horsa naar (de koning van) Angeln stuurt om te vragen meer troepen te zenden. Kennelijk waren er dus al Anglische troepen in Brittannia, maar waren er meer nodig volgens Vortigern.
¶ In 449nC vraagt koning Vortigern in Noord Brittannia dus de hulp van Angeln om hem te helpen in zijn strijd tegen de Picten. Angeln voldoet daar kennelijk aan, want vele bronnen schrijven daarna over de aanwezigheid van Anglische soldaten (huurlingen?) in Brittannia. Sommige bronnen beweren dat die er al veel eerder waren, hetgeen een bevestiging is van de eerdere these daaromtrent.
¶ De Anglische soldaten in Brittannia schijnen na de hulp aan Vortigern in Brittannia te blijven. Mogelijk waren daar ruim voordien ook al Anglische handelslieden. Tezamen met de Anglische soldaten hebben ze zich blijvend gevestigd in Brittannia en hun aanwezigheid en macht steeds verder uitgebreid. Dit proces is waarschijnlijk langs natuurlijke weg verlopen. E.e.a. betekent dat Angeln welbewust bezig was Brittannia te koloniseren.
** Vortigern, East Anglia

 
KTE: (500-1000nC)
Betreft Kerntaal Engels. I.e. het Engels zoals de taal is in de allereerste periode dat er spraken is van de Engelse taal.
¶ Saxen van het Continent vallen in 477 nC Zuid Engeland binnen en stichten daar het koninkrijk Sussex. Aelle wordt in dat jaar de eerste koning van Sussex. Voordien is hij een stamhoofd van de Saxen. Hij moet dus afkomstig zijn van het Continent. In de Anglo-Saxon Chronicle wordt Aelle de eerste Bretwalda genoemd, ofwel de eerste Angel-Saxische koning van heel Brittannia. Dit impliceert dat in 477 nC heel Brittannia in handen van de Angel-Saxen moet zijn en dat Sussex daarin de belangrijkste macht is.
¶ Bron ASP schrijft (p 1):

The oldest stage of English, from the earliest records (about A.D. 700) to soon after the Norman Conquest, is now generally called 'Old English', though the name 'Anglo-Saxon' is still often used. There were several dialects of Old English. This grammer deals only with the West Saxon dialect, the most important for the study of the literature; and with the early form of it - that is, the language of about the time of King Alfred.
¶ Volgens de Anglo-Saxon Chronicle is Wessex gesticht door Cerdic en Cynric, hoofdmannen van een clan met de naam Gewisse. Volgens overlevering zijn ze in Southampton Water geland vanuit NW Duitsland en Denemarken. Archeologische vondsten suggereren echter een herkomst uit de regio Upper Thames (o.a. Oxfordshire) en de Cotswolds. (> Gewisse) Dat gebeurt circa 540 nC. In 552 verslaat Cynric van Wessex de Britten bij Salisbury (Wiltshire, Engeland). Koning Alfred de Grote van Wessex leeft in 848-901. In 871 wordt hij koning. Het Wessex Engels van eerder genoemde bron ASP zal dus ontstaan zijn in de periode 540-870nC.
¶ Cerdic van Wessex (c 482-542) wordt gezien als de zoon van Elesa in de Cotswolds of Wessex. Volgens andere oude bronnen is Cerdic leider van een groep Saxen van het Continent. Mogelijk ook is hij een zoon van Icel van Angeln, die zelf met een grote groep Angelen naar Brittannia migreert. Angelen worden door diverse bronnen vaak ten onrechte Saxen genoemd. Cerdic zou daarom inderdaad een zoon zijn van Icel kunnen zijn. Rond 515 nC wordt Cerdic koning van Wessex. Zijn zoon is de latere koning Cynric van Wessex.
¶ Het koningshuis van Wessex beweert van oudsher dat ze afkomstig zijn uit Angeln en dat ze afstammen van het Anglische koningshuis alddar. Het is dus zeer aannemelijk dat Cerdic van Wessex inderdaad een zoon is van koning Icel van Angeln.
¶ De Germaanse bevolking van Wessex zal in de periode 540-870 nC voornamelijk bestaan uit Angelen en Saxen uit de Cotswolds en vrijwel zeker Saxen uit Sussex, een Saxisch rijk gesticht in 477 nC. De volkstaal van Wessex zal daardoor een sterk Saxisch karakter moeten hebben. De hoftaal van Wessex zal echter gezien de herkomst van het koningshuis mogelijk meer een Anglische georienteerde taal kunnen zijn.
¶ Alfred de Grote van Wessex (848-901), sinds 871 koning van Wessex. Alfred de Grote noemt zich Rex Anglorum en Bretwalda. Ofwel: Koning van de Angelen en Heerser van heel Brittannia. Hij ziet Engeland dus als het land bewoond door (voornamelijk) Angelen. De taal van het land moet dus in zijn ogen het Anglisch zijn. Alfred schrijft en vertaalt Latijnse werken in zijn volkstaal, dat door de taalgoeroes Oud Engels c.q. het Oudste Engels wordt genoemd. Zo vertaalt hij o.a. "De Cura Pastoralis" (Over de Zielszorg) van Gregorius de Grote, "De geschiedenis van Orosius" (met eigen aanvullingen over Scandinavië en Noord Duitsland uit zijn tijd), "De consulatione philosophique" van Boethius en een bloemlezing uit de "Soliloquia" van Augustinus. Verder stimuleert hij een verkorte vertaling van Beda's Anglo-Saxon Chronicle.
¶ Analyse van de woordenlijst van bron ASP leert dat het Wessex Engels uit de 9e eeuw nC overwegend een Saxische taal lijkt. In 832-1154 nC wordt de Anglo-Saxon Chronicle geschreven. De taal van de tekst lijkt eveeens van sterk Saxische signatuur. (> ASC) Het Saxisch in beide bronnen lijkt sterk verwant aan het Nederlands.
¶ Als het Oudste Engels afkomstig uit Wessex inderdaad overwegend een Saxische taal lijkt, dan rijst de vraag waarom die taal dan de naam Old English krijgt en niet Old Saxon. Het antwoord is primair erg simpel: omdat de toenmalige elite (in meerderheid) van Brittannia het Wessex zelf zo noemen. De vraag wordt dan verschoven naar de vraag: En waarom noemt de elite het Wessex dan English? Het antwoord moet dan wel zijn: Omdat zij zichzelf als English (Englefolc) zien. Deze antwoorden imlpiceren dat de elite van het toenmalige Brittannia kennelijk overwegend Anglisch is, die het Wessex in die tijd als haar eigen Anglische taal beschouwt. Dit beantwoordt aan de eerder genoemde visies van de taalgoeroes t.a.v. de volkstaal waarin koning Alfred de Grote schrijft.
¶ Bron COD definieert anno 1959:
Old English: englisc, aenglisc from Old Teutonic anglisko (angli- ANGLE)
Teutonic: Of the Teutons. People or language of the Teutons.
Teutons: Member of any of the Teutonic nations or of the tribe of the Teutons: Germans, Anglo-Saxons and Scandinavians. Hist.: of the tribe of the Teutons first mentioned in 4th century BC and dwelling perhaps near mouth of Elbe. From Latin: Teutoni, -nes; of Teutonic origin (cf DUTCH).
> PgAng: Englisch
Hieruit blijkt dat ook bron COD het Oud Engels beschouwt als een Anglische (Aenglisc) taal. Gezien de grote betrouwbaarheid en deskundigheid van bron COD moet haar oordeel als waar en juist worden beschouwd.
Verder blijkt uit de definitie [van English] van bron COD dat kennelijk al ver vóór de migratie van Angelen naar Brittannia sinds circa 350 nC in Old Teutonic [400-300vC] de Teutonen op het Continent (Denemarken en NW Duitsland) spreken van Anglisko c.q. het Anglisch. Aangezien de Teutonen voor het eerst worden genoemd in de 4e eeuw vC en na 100 vC schijnbaar verdwenen zijn, moet het Anglisch kennelijk zeker al in de periode 4e-3e eeuw vC als taal bestaan, vrij zeker zelfs eerder. Verder betekent e.e.a. dat de Angelen in de 4e-3e eeuw vC kennelijk al een redelijk groot volk zijn met een eigen taal. Waren ze immers een klein en onbeduidend volk, dan is de kans dat zij of hun taal in die tijd genoemd zouden worden zeer klein of zelfs nihil. (> Ax: English, Teutoons, Teutonen, Angelen, Demografie)
¶ Bron WP/p158 (Engelse Taal) toont een diagram in de tijd met daarin de voornaamste basistalen waaruit het Standaard Engels in 700-1450 nC is gegroeid. Overduidelijk blijkt dat daarin het Anglisch van Northumbria en Mercia de voornaamste componenten vormen. De talen van Londen, Essex en Kent geven daaraan een marginale bijdrage. Londen is overigens van oorsprong overwegend Anglisch. Pas na 900nC settelen daar ook Saxen uit Wessex.
¶ Op grond van bovenbeschreven feiten en bevindingen kunnen de volgende conclusies worden geformuleerd:
Aangezien het koningshuis van Wessex zichzelf met recht ziet als afkomstig uit Angeln
- en koning Alfred de Grote de toenmalige Bretwalda is, ofwel de koning van heel Brittannia
- en de hofkringen van Wessex in die tijd toch de belangrijkste groep zal zijn van de elite in Brittannia
- en de toenmalige Britse elite hun taal English noemen en zichzelf bijgevolg als English (Anglisch) zal beschouwen
- en bron COD het Engels ook beschouwt als een Anglische taal
- en aangezien de Duke van Yorkshire als hoogste vertegenwoordiger van de Britse adel wordt gezien tijdens publieke evenementen
- en Yorkshire tot de oorspronkelijk Anglische gebiede wordt gerekend
>> lijken de conclusies gerechtvaardigd:
--- dat de Angelen in Angel-Saxisch Engeland de dominante groep zijn
--- en dat hun taal en cultuur de dominante plaats innemen in het toenmalig Engeland
--- en dat het Angel-Saxisch in die tijd feitelijk als een Anglische taal wordt beschouwd.
¶ Verder kan worden gesteld dat:
Aangezien het Oudste Engels als een Anglische taal wordt beschouwd
- en de woordenlijst in bron ASP overwegend woorden bevat die als Oud Saxisch kunnen worden beschouwd
>> is de conclusie gerechtvaardigd dat het Oud Anglisch en het Oud Saxisch kennelijk talen zijn die weinig van elkaar verschillen.
Deze laatste conclusie lijkt te worden bevestigd door bron ASW, die op pagina 31 schrijft:
The Anglo-Saxon peoples, then [5e eeuw nC], were probably of mixed stock, with a number of common characteristics, before they arrived in England.
Waar de Angelen en Saxen kennelijk zovele karakteristieken delen en ze op het Continent ook buurvolken zijn, zullen hun stamtalen toch zeker ook grote overeenkomsten kunnen vertonen.
¶ Het toenmalige Engels (Anglisch) lijkt op grond van de woordenlijst in bron ASP een taal die sterk verwant is aan het (Oer) Nederlands, de taal die in het hele gebied tussen de Rijn en Denemarken de lingua franca moet zijn geweest. (> Ax: Oer Anglisch) Dit is niet verwonderlijk. Immers, brons ASW (p 31) schrijft daarover:
The Saxons came from North Germany and Holland, from the area which was known in his [Beda] day as Old Saxony [Eald-Saexum], the Angles from the south of the Danish peninsula, from the area which is still called Angeln [North Germany], and the Jutes from Jutland. In other words, the Anglo-Saxons came from the western coastlands of Europe, from the area between the mouth of the Rhine and central Jutland.
Op grond van deze uitspraak van bron ASW is het dus in het geheel niet verwonderlijk dat het Oudste Engels zo dicht staat bij het taalgebied tussen de Rijn en Denemarken. Het kan feitelijk niet eens anders. De vraag rijst nu, waarom het Oer Nederlands op het Continent dan niet ook Anglisch werd genoemd. Het antwoord lijkt simpel. Mega Angeln strekt zich in 300vC-100nC uit van Denemarken tot aan de Rijn. Daarna scheiden de Friezen zich af en vestigen Saxen en andere stammen zich in het zuidelijk deel van Mega Angeln. De dominante positie van de Angelen is gekrompen tot aan de noordoevers van de Elbe, diverse Anglische enclaves achterlatend in het zuidelijk deel. In dit gebied gelden echter wel nog de Anglische invloeden van weleer. De lingua franca is kennelijk nog overheersend Anglisch. De andere stamtalen wijken daar oorspronkelijk weinig van af, maar differentieren zich in de loop der eeuwen wel in een eigen richting.
** ASC; PgAng: Herkomstgebieden, Demografie
# ASW, KBG

L::

Ladangpolitiek: > Expansie

M::

Magna Charta: > Free Institutions, Democratie, Salisbury

Mercia:
Anglisch koninkrijk in Noord-Engeland, gelegen tussen de Noordzee kunst, de rivier de Trent en Wales. De naam Mercia is afgeleid van het Oud Engels Mierce, dat grensvolk betekent.
470nC: Mercia is gesticht rond 470nC door Icel van Angeln, zoon van Eomar, koning van Angeln. Icel en zijn stamgenoten hadden zich voordien enige tijd gevestigd in de gebieden ten noorden van de Thames, de zgn Upper Thames regio.
750nC++: Handel tussen Mercia en Rijnland. In Mercia zijn gevonden munten en potscherven afkomstig uit Rijnland. Ze zijn gedateerd uit de 8e eeuw nC.
758nC++: Tijdens koning Offa, in 758-796, kent Mercia grote bloei. Offa domineert verder in East Anglia, Kent en Sussex en over Wessex en Northhumbria. Na zijn dood gaat de macht geleidelijk over naar Wessex.
825nC: In 825 wordt Mercia definitief onderworpen door Egbert van Wessex tijdens de slag van Ellendun.
874nC: In 874 vallen de Denen het inmiddels verzwakte Mercia binnen. Het oosten van Mercia wordt dan uiteindelijk in 886 deel van de Danelaw. Het westen van Mercia komt in de machtsfeer van koning Alfred van Wessex.
890-918nC: Tussen 890 en 918nC worden de Denen en Vikings definitief verslagen door de verenigde legers van Mercia en Wessex onder aanvoering van Ethelred II van Mercia en zijn vrouw Ethelflaed van Wessex.
911nC++: Na de dood van Ethelred II in 911 zijn het Ethelflaed en haar broer Edward the Elder van Wessex die het werk afmaken en de Denen en Vikings definitief verslaan. Uit dit samengaan van Mercia en Wessex is het fundament van het koninkrijk Engeland geboren.
919nC: In 919 sterft Elfwyn van Mercia. Mercia komt dan volledig in handen van haar oom Edward the Elder, koning van Wessex.
Wapen/vlag: op blauw een saltire (Andrieskruis) in goud.

- Koningen
-441--501 Icel k+// Angeln
-485--566 Cnebba k+// Stone
-510--584 Cynewald k+// Stone
-533--593 Creoda k+// Stone-Tamworth
-564--606 Pybba k+// Stone
-595--655 Penda k+// Stone
-641--704 Ethelred I van Mercia k+// Stone-Bredon-Bardney
-676--736 Eanulf +// Stone-Bredon
-690--757 Ethelbald +// Stone*-Repton
-732--757 Beornraed +// Stone*
-701--761 Thingfrith +// Bredon
-736--796 Offa van Mercia k+// Bredon-Tamworth
-758--821 Conwulf van Mercia k+// Tamworth:
-780--840 Wiglaf van Mercia k+// Mercia
-800--851 Burwulf van Mercia k+// Mercia
-830--890 Burhed van Mercia e+// Stone-Bredon-Tamworth
-865--911 Ethelred II van Mercia e+// Bredon-Tamworth-Worcester-Bevere

** Icel van Angeln, Iclings, Angelen, Brittannia, Worcestershire, UTR, Offa van Mercia, Ethelred II van Mercia, Ethelflaed van Wessex, Elfwyn van Mercia, Andrieskruis
# WP, AHM, DAB

Modern Engels:
Na de verovering van Engeland in 1066 door Willem van Normandy verandert er veel in het land. O.a. de Angel-Saxische taal, ofwel het Oer Engels, waarvan de kerntaal het Oer Anglisch is. (> KTE) Dit Oer Engels wordt sinds 1066 beïnvloed door het Normandisch van de nieuwe elite in het land. Duizenden woorden uit het Normandisch worden opgenomen in het Engels. Het Normandisch is een Romaanse taal, gesproken in Normandy in NW Frankrijk. De taal is erg beïnvloed door Oud Noors, dankzij de vestiging van Vikings in de 5e-6e eeuw nC. In woordenboeken is naar schatting circa 45% van de Engelse vocabulaire afkomstig uit het Normandisch en andere Romaanse talen. In de kranten blijkt echter circa 70% van de woorden afkomstig uit NW Europa. I.b. Anglisch en Saxisch. In de gewone spreektaal ligt dit percentage zelfs wat hoger. En in de gewone straattaal is de Romaanse invloed nagenoeg onmerkbaar, evenals in streektalen als East Anglian, Geordie, Lancashire, etc.
¶ Ook andere Oer Engelse taalelementen veranderen na 1066. Zo verandert Anglisch -aeg in de loop der tijd in Engels -ay of -ey. Bv: daeg (Ndl: dag) > day; laeg (Ndl: laag) > ley. De bron van deze veranderingen ligt mogelijk in het Continentale Angeln. Daar is de -ly klank anno 1971 duidelijk te horen in de normale spreektaal. Bovendien kent ook het Fries dai = dag. Mogelijk zijn deze tendenzen bij de oorspronkelijke Angelen in Brittannia al aanwezig, meegenomen van hun homelands op het Continent. Ook is invloed denkbaar van de Denen die zich in 750-900nC vestigen in NO Engeland.

 

Mother Brittannia:
In de 18e-19e eeuw omvat het Britse Rijk circa 1/4 van de wereld en vormt daarmee het grootste rijk dat er in de wereld ooit heeft bestaan. Het was het rijk waar the sun never sets, zoals men zei. De Engelse wereldmacht kenmerkt zich in die tijd door vrij grote stabiliteit, vrijheid, democratie, rechtvaardigheid en economische, technische, wetenschappelijke en culturele bloei. Het Britse Rijk kent door de eeuwen heen vele vrouwelijke vorsten, waarvan Queen Elisabeth I en Victoria de belangrijkste exponenten zijn.
Met Elisabeth I begint Engeland uit te groeien tot wereldmacht. En met Victoria culmineert deze macht op magistrale wijze vele decennia lang. De associatie van Brittannia met Mother is dus heel begrijpelijk. Mother Brittannia wordt sinds de 18e eeuw vaak afgebeeld als een vrouw in Grieks gewaad met een drietand en een schild met daarop afgebeeld de Union Jack, de Britse vlag. Dit symbool wordt decennia lang o.a. afgebeeld op de One Penny munten van koper en groot formaat.
** Penny

 
N::

Normandiërs:
Met Willem de Veroveraar kwam een heel leger Normandische soldaten in Engeland. In 1066 vormen ze 1% van de totale bevolking van Engeland. Willem de Veroveraar had alle bezittingen van de landeigenaars geconfisceerd en verdeeld onder zijn officieren. Hij liet daartoe het zgn Doomsday Book schrijven waarin al het grondbezit in heel Engeland systematisch staat genoteerd, Naam, bezit aan land, huis, vee, rechten, etc. Alles staat genoteerd.
¶ Willem de Veroveraar en zijn Normandische troonopvolgers hadden alle macht in handen. Hij en zijn opvolgers bepaalden wie bezittingen erfden. Daardoor kreeg de Normandische kliek dictatoirale macht over de hele bevolking.
¶ Elk verzet tegen de Normandiërs werd beestachtig gebroken en de daders uiterst wreed afgeslacht. Dat gebeurde o.a. met Yorkshire, waar hele dorpen werden uitgemoord en in brand gestoken. De vermaarde verzetsheld Harry Wood werd lang achtervolgd. Harry vluchtte naar de Fenns, een uitgestrekt veengebied in East Anglia. Daar werden hij en zijn companen uiteindelijk letterlijk uitgerookt en gruwelijk vermoord. Wat daarna allemaal gebeurde en hoe lang het verzet uiteindelijk duurde is vooralsnog niet bekend. Wel is geschat dat door het harde en wrede optreden van de Normandiërs in Yorkshire in totaal circa 100.000 Angel-Saxen zijn vermoord. Velen vluchtten naar het zuiden. Per saldo raakten hele gebieden in Yorkshire ontvolkt en bleven vele decennia lang pure wastelands.
¶ De Normandiërs hebben een groot gebrek aan zelfkennis. Ze zijn zeer bruut, geweldadig en barbaars. Tegelijkertijd schromen ze niet de Angel-Saxen dom en barbaars te noemen, negerend dat Angel-Saxisch Engeland in die tijd het meest ontwikkelde land in NW Europa is. Het land is goed geordend. Rechtsysteem en belastingsysteem zijn goed ontwikkeld en fair. Literatuur, kunst en cultuur bloeien. Met de Normandiërs in het land verandert dat alles heel rap en desastereus. De Normandiërs trekken alle macht naar zich toe en schromen niet die macht met extreem geweld en terreur in handen te houden. De meeste Angel-Saxen verpauperen en worden slaven van de arrogante, wrede en extreem hebzuchtige Normandiërs.
¶ Engeland heeft al heel vroeg de naam gekregen van Perfidious Albion. Naar zeggen ligt de oorzaak bij de Normandische machthebbers in Engeland. Deze Normandiërs waren extreem belust op macht en land. Ze waren daar helemaal op gefixeerd. Om macht en land te krijgen schuwden ze geen enkel geweld, valsheid of bedrog. De Normandiërs maakten heel makelijk beloftes om hun doelen te bereiken, maar schroomden geen moment om hun beloftes te breken, te verkwanselen of te ontkennen als hen dat beter uitkwam.
¶ Het uiterst onbetrouwbare gedrag van de Normandiërs moet voor de Angel-Saxen moeilijk te accepteren zijn geweest. Voor Germanen waren eerlijkheid en trouw immers fundamentele waarden. Die erfenis hadden ze meegekregen van hun Germaanse voorouders op het Continent. Hun oppergod Wodan bracht immers alleen eerlijke en trouwe mensen met z'n boot naar het Dodenrijk.
¶ Het harde en wrede optreden van de Normandiërs hield uiteindelijk geen stand. Ze vormden uiteindelijk een minderheid van maar 1% van de totale bevolking van Engeland. De Normandische elite bestond naar schatting uit 10.000 personen. Er kwamen echter al snel huwelijken tussen Engelsen en Normandiërs. Zodoende versmolten beide culturen op termijn tot een mix van Angel-Saxische en Normandische elementen. In de taal kwamen vele Normandische woorden die in het huidige Engels nog zijn terug te vinden. Meestal gaat het om de zgn dure cultuurwoorden. Schapevlees heet op chique tafels mouton. Etc. In de Engelse kranten zijn in de 20ste eeuw de woorden voor circa 25% nog van Normandische oorsprong. In de normale omgangstaal hooguit 15%. Het is vergelijkbaar met de Franse leenwoorden in de Nederlandse taal.
** Willem de Veroveraar, Doomsday Book, Hide, Drogo Beuviere, Perfidious Albion, PgAng (Eerlijkheid & Trouw)
# The Normans (Robert Bartlett, BBCTV 10-11.8.2010), DAB, KBG

Northumbria:
Het Engels dialect van Northumbria kenmerkt zich door een voorkeur voor een O waar normaliter een A wordt gebruikt in het Anglisch en het huidige Engels. O.a. bij Ongle voor Angle (Angelland), ond voor and (en), en bij diverse andere woorden. Deze neiging naar O-klanken komt heden nog steeds voor in Noord Engeland. Veel voorkomend is o.a de uitspraak bot voor but = maar.
¶ In NO Engeland valt het mensen op dat Nederlanders en Scandinaviërs vaak vinden dat het Engels in NO Engeland zo goed verstaanbaar is in vergelijking met andere regio's in Engeland. Bron Wikipedia (11.5.09) schrijft hierover:

Northumbria has a series of closely related but distinctive dialects, descended from the early Germanic languages of the Angles, of which 80% of its vocabulary is derived ... The major Northumbrian dialects are Geordie ... To an outsider's ear the siminlarities far outweigh the differences between the dialects. ... Due to the roots of Northumbrian dialects, its is often said that visitors from Scandinavian countries and the Netherlands often find it much easier to understand the English of Northumbria than the rest of the country.
Dit sterkt de these dat de grootste groep Angelen uit Angelland inderdaad is gemigreerd naar NO Engeland.
** PgAng (Widsith, TEHA)

O::

Oer Geordie:
Het Geordie zoals het door de Oer Geordies in Bernicia is gesproken. Naar zeggen is Geordie een Oer Engelse streektaal. Ipso facto is Oer Geordie een Oer Anglische taal, gesproken door de Oer Angelen in Geordieland in Bernicia. De relatieve veiligheid en beschermdheid van Geordieland in de loop der eeuwen heeft vreemde invloeden van buitenaf sterk beperkt en zodoende het Geordie sterk geconserveerd. Het Geordie is dus vrij zeker weinig gemuteerd sinds haar ontstaan rond 450 nC en moet dus heel dicht staan bij het Oer Anglisch van de oorspronklijke Anglische settlers in Geordieland.
** Geordie, Geordieland, Oer Geordies

Oer Geordies:
Op grond van de feiten en veronderstellingen mbt Geordie, kan men zich afvragen waar de oersprekers van Geordie hun roots hebben. Geordie is naar zeggen een taal van de Oer Angelen afkomstig van het Continent en circa 450 nC gevestigd in Bernicia. Dat zijn dan Angelen uit Angelland op het Continent. Dit Angelland is echter nog een vaag begrip. Het omvat de gebieden Angeln, de eilanden Als en Fünen en andere Anglische gebieden in NW Europa, zoals Humsterland (NW Groningen) en de regio bij de Lünerburger Heide. Vooralsnog is niet te bepalen welk van deze regio's de meest waarschijnlijke is. De vocabulaire van Geordie doet echter denken aan de streektaal van Noord Groningen, zodat Humsterland of daaromtrent in aanmerking komt als land van herkomst.
** Geordie, Geordieland, PgAng/Humsterland
# FRI, KBG

Oer Engels: > KTE

 

Offa van Mercia (736*-796) (OVM:)
Zoon van Thingfrith, zoon van Eanulf van Mercia. Mogelijk geboren in Bredon, 18 Km ZO van Worcester. Koning van Mercia in 757-796. Gekozen tot koning na de dood van koning Ethelbald in 755. Zijn belangrijkste residentie is Tamworth in Staffordshire. Offa is een groot bewonderaar van zijn voorvader koning Offa van Angeln (c 380-465nC).
Links: munt uit circa 760 met de beeltenis van koning Offa.
 
Bron ASCU schrijft:
757 ... The same year as Cynewulf's accession, Aethelbald, king of Mercia, was killed at Seckington; his body lies at Repton. Beornraed received that kingdom, and held it miserably for a short time. The same year, Offa seized his kingdom and held it for thirty-nine years. His son Ecgfrith held it for one hundred and fourty-one days.
Bron BHO schrijft:
According to Worcester tradition, between 715 and 717, (fn 13) Ethelbald, King of Mercia, gave land at BREDON to his kinsman Eanulf to found a monastry there. (fn 14) Offa grandson of Eanulf endowed the monastery with lands in Worcestershire in 780. In 781, 12 manses at Bredon were confirmed by Offa to the see of Worcester in settlement of a dispute which had arisen between him and the bishop. (fn 16)
Offa verovert het gebied van de Humber (Yorkshire) tot aan Het Kanaal. Hij is daardoor de belangrijkste grondlegger van de unificatie van Engeland vóór koning Alfred de Grote van Wessex. (> Gewisse)
Consolideert zijn macht door uithuwelijking van dochters van hem aan de koningen van Wessex en Northumbria.
Is de eerste Bretwalda. Dwz: eerste koning van alle Engelsen in Groot-Brittannië.
Heeft moeizame betrekkingen met het Frankische Rijk onder Karel de Grote.
Heeft een goede relatie met paus Adrianus I, die hij in 792 in Rome bezoekt.
Bouwt Offa's Dyke als bescherming tegen aanvallen vanuit Wales. De dijk is ruim 238 Km (149 miles) lang en rijkt from sea to sea. Resten van deze wal zijn nog aanwezig.
Voert een zilveren munt in ter waarde van een penny. (zie afbeelding hierboven)
Zoons: Everth (gst 796), Conwulf en Ecfrith.
** Mercia, Royal Succession, Conwulf van Mercia, Penny
# WP, BHO 9.10.2006, DAB

Offaland: > Pgang

Otterbourne: sub

Otterbourne Hampshire, England:
Een dorp in Hampshire (Engeland) gelegen op circa 7 Km ZW van Winchester, halverwege de weg naar Southhampton. Bekend om Cranbury Park waar Cranbury House staat en rivier de Itchen doorheen stroomt. Schrijfster Charlotte Mary Yonge (1823-1901) leefde hier. (> JKB) Zij schreef o.a. over het aangrenzend gebied Hursley, waar het gehucht Cranbury is gelegen en Cranbury Manor lag. Zij is begraven op het plaatselijke kerkhof.
** Cranbury Park Otterbourne, Cranbury House Otterbourne, Cranbury Manor, JKB
# TGE

Otterbourne Manor Hampshire/England:
De website van Hampshire in Engeland (hants.gov.uk) 12.6.08 schrijft:

Land at Otterbourne was part of the Hundred Hides of Chilcomb [Domesday Book] which ware granted to the church at Winchester in the seventh century. King Edgar granted lands to the church about 978 and this was confirmed by King Ethelred in 984. In the reign of Edward the Confessor the Manor of Otterbourne was held by Cheping from the Bishop of Winchester. The Domesday Book [1068] lists Ralph de Mortimer as lord of the manor, so Otterbourne no longer belonged to Winchester Cathedral.
De Manor Otterbourne bezit deze status dus al sinds 1068. De manor blijft tot in de 15e eeuw bezit van de familie De Mortimer.

- Little Otterbourne Manor
In 1212-13 verwerft Richard Ferebraz 1 virgate (landmaat) in Otterbourne dat toebehoort aan Henry de Capella. Deze virgate wordt het perceel een manor binnen Otterbourne Manor. De nieuwe manor gaat in 1248 over naar Bartholomew, zoon van Henry de Capella. In 1253 wordt Bartholomew door de koning gemachtigd een stuk van zijn Ashley bos in Otterbourne toe te voegen aan de nieuwe manor. Dit stuk bos had de naam Parc. In 1279 komt (Little) Otterbourne Manor in bezit van Simon de Winton (alias Simon the draper). In 1316 gaat Otterbourne Manor over op zijn zoon Richard de Winton. Daarna gaat de manor over op John de Winton, een andere nazaat van Simon. In 1361 komt de manor in handen van John's broer en erfgenaam Richard de Winton. In 1377 doet ene Hugh Craan uit Winchester een aanbetaling van £ 100,- om de manor te kopen. Richard de Winton krijgt spijt. Hij vervalst de documenten en eist de manor terug. Hugh Craan spant een juridisch proces aan. Dit proces wint hij in 1378. In 1386 verkoopt Hurgh Crane de manor aan William van Wykeham. Nadien komen geen Crane~s meer voor als eigenaar of bewoner van de manor. Isabel krijgt echter een widow (weduwgoed).

- Eigenaars/Bewoners Little Otterbourne Manor
1253-1279 Bartholomew de Capella
1279-1316 Simon de Winton (= Winchester)
1316-1338 Richard de Winton
1338-1361 John de Winton
1361-1378 Richard de Winton
1378-1386 Hugh Craan + Isabel Colshill
1386-1400 William of Wykeham, Bishop of Winchester
1386-1405+ Isabel + kinderen (weduwgoed)
1400-1443 Thomas of Wykeham
1443-1457 Wiliam of Wykeham
1457-1458 Margaret of Wykeham
1458-1535 William Waynflete, Bishop of Winchester
1535-1850 Magdalen College, Oxford

- Joan van Winchester
Het feit dat Hugh Craan Little Otterbourne Manor kon verkrijgen van Richard de Winton (= Winchester) kan te maken hebben met Joan, de eerste en overleden vrouw van Hugh Craan. Richard is kinderloos en kennelijk is daarmee het geslacht De Winton uitgestorven. John Craan is een zoon van Hugh Craan en Joan, die mogelijk een dochter is van Claas van Winchester in Eikenduinen bij Den Haag, waar Hugh mogelijk zelf is geboren. (> Hugh Craan gb 1330) Door transactie van de manor naar Hugh Craan blijft de manor als het ware in de familie. Zulks speelt bij dergelijke transacties meestal een cruciale rol.

- Isabel Colshill
Uit boevenstaande lijst van eigenaars/bewoners van Little Otterbourne Manor blijkt duidelijk dat het geslacht De Winton ruim honderd jaar in bezit is van Little Otterbourne. De eerste is Simon de Winton. Bron chrisandkeith.com 11.6.08 schrijft over de historie van Lainston o.a. de volgende passage:

Simon 'the Draper' [dealer in cloth, linen, etc] now comes into view, a prominent medieval character, who later became Sir Simon de Winton (= of Winchester). A wealthy merchant with shops on St. Giles Fair where the great Fair was held every Spetember, he was soon investing in property. St. Giles Fair was a permanent site with named streets and its own church, despite only being used for 24 days of the year and it was an important centre for European trade.
Het interessante van deze tekst is dat Winchester een sleutelrol lijkt te spelen in dit verhaal. Simon de Winton (ofwel van Winchester) komt uit Winchester. Gezien zijn bijnaam 'Simon the Draper' blijkt hij handelaar in kleding, linnen, etc te zijn. Als lakenhandelaar kan hij zijn lakenstoffen wel uit Leiden halen. Leiden is namelijk van oudsher een lakenstad. Zodoende zal Simon over goede contacten kunnen beschikken met Holland. Simon's nazaten heten ook De Winton. Aangezien Hugh Craan mogelijk een zoon is van Hughe Enghebrechtsz van Cranenburg (gb 1288) uit Eikenduinen (> Hugh Craan) rijst de vraag waarom hij verhuist naar Winchester. Een optie is dat zijn vrouw Joan een Van Winchester is. Er blijkt namelijk in Eikenduinen een zekere Claas van Winchester te wonen, die ergens rond 1290 moet zijn geboren. Gezien zijn naam lijkt Claas een 2e-generatie Brit in Holland, die afkomstig is uit Winchester.

- Weduwgoed Isabel Colshill
Zoals gezegd verkoopt verkoopt Hurgh Crane in 1386 Little Otterbourne Manor aan William van Wykeham. Nadien komen geen Crane~s meer voor als eigenaar of bewoner van de manor. Isabel krijgt echter een dower (weduwgoed). Bron british-history.ac.uk 11.6.08 schrijft daarover:

... and after the death of Hugh Crane [Craan] she [Agnes] and her husband Richard Caas made claim to a third part of the manor of Otterbourne against Isabel the widow of Hugh. The suit was begun in 1404 and lasted until 1405. Agnes claimed the third in dower by donation of Richard de Winton, but Isabel maintained that Agnes had no right to dower in the same since Richard de Winton had not been seised of the manor until after his mariage to Agnes, and this seems to have been the case, since his brother John had held it until 1361. The result of the suit is not given, but unquestionable the right lay with Isabel. Except for this third [of the manor], which Isabel evidently had in dower for her life, Otterbourne had been sold by Hugh Crane [Craan] to William of Wykeham in 1386.
M.a.w.: Isabel behoud na de dood van Hugh 1/3 deel van de manor als weduwgoed (dower). Ze zal dus ergens in de manor haar huis hebben staan, waar ze met haar kinderen nog enige jaren moet hebben gewoond. Wat er na de dood gebeurt met het weduwgoed, is niet bekend. Mogelijk dat het in bezit blijft van een kind van Hugh en Isabel. (> Cranbury Hampshire)

Het weduwgoed van Isabel omvat o.a. Gavelacre Manor in Wherwell, gelegen op circa 5 Km van Winchester, halverwege de weg NW richting Andover. Bron longparish.org.uk/history 28.6.08 schrijft:

John Ingpen in 1351 died holding twelve acres of Waste land (which is land used by tenants), this was held by the king in chief. Thomas Ingpen of "Galaker", probably a relative of John Ingpen, married Isabel Colshill, they had a son Robert; in 1411 Robert was showing that he held the manor [Gavelacre/Galaker] at the time of his [Thomas; d 1410*] death. The manor had being part of his mother Isabel, [late] wife of Hugh Craan. The abbey of Wherwell was the overlord of this manor.
It appears that in an inquest in 1406 Robert Ingpen [b 1329*] had died in 1389, and Margery, his widow had married John Bennet. Isabel, Robert's mother had died in 1409 holding the manor of Gavelacre. The manor was reverted to Robert's son Richard.
Bron british-history.ac.uk 28.6.08 schrijft hierover:
GAVELACRE, or Gallaker, represented now by Gavelacre Farm, was at one time a manor. Eustace of Gavelacre mortgaged his tenement in Gavelacre to his community at Wherwell for a debt of 25 marks payable within three years from the Feast of Assumption in 1258. (fn. 24) John Ingpen was found to have died seised, it would seem, of 12 acres of waste land there, held of the king in chief. (fn. 25) This John is probably the same as the Thomas Ingpen of 'Galaker' mentioned in the visitation pedigree of 1634, (fn. 26) who married Isabel Colshill and had a son Robert; for an inquisition of 1411 shows that Robert Ingpen held at his [Thomas's] death, which occured in the previous reign, the manor of Gavelacre, which had been part of the dower lands of his mother Isabel, late wife of Hugh Craan, and whereof the abbey of Wherwell was overlord. (fn. 27) From a previous inquisition taken in 1406 it appeared that Robert Ingpen died in 1389, since which day his wife Margery, who married John Bennet, had taken the issues. (fn. 28) His [Robert's] mother Isabel died in 1409 holding --of whom and by what service the jurors were ignorant-- the manor of Gavelacre, which then reverted to Richard son and heir of Robert.
De teksten zijn nogal verwarrend. Er is namelijk sprake van twee verschillende personen met de naam Robert Ingpen: Robert Ingpen (gb 1328*) gestorven in 1389 en Robert Ingpen die ergens rond 1363 geboren moet zijn. Waarom Robert Ingpen uit 1328* wordt genoemd, is niet duidelijk. De teksten melden daarentegen duidelijk dat het weduwgoed van Isabel Colshill o.a. omvat de manor Gavelacre, gelegen in Wherwell, circa 5 Km NW van Winchester, richting Andover. Het weduwgoed van Isabel is dus kennelijk nogal groot.

Verder omvat het weduwgoed van Isabel nog een huis en tuin in Winchester, waar ze woonde met Hugh. (# SMW p 881) De vraag die nu rijst is, wat haar weduwgoed in Otterborne precies omvat. Ze heeft daar 1/3 van de manor. Maar waar is dat gelegen? Het zal haast wel moeten zijn rond het 'moated manorhouse' van Otterbourne. Bron british-history.ac.uk 11.6.08 schrijft daarover:

The court of the manor [of Otterbourne] was held at the old moated manorhouse by the president of Magdalen on porgress until the early half of the ninetheenth century.
M.a.w.: manorhouse (Little) Otterbourne komt in 1386 in handen van bisschop William de Wykeham. Isabel zal dus een ander huis in de Little Otterbourne Manor hebben verkregen. Boyatt Manorhouse in Otterbourne kan dat niet zijn. Dat is in de 13e-16e eeuw bezit van de Abbot of Waverley. In 1405 blijft dan alleen over Cranbury Manor, een onderdeel van Little Otterbourne Manor. Op de Hursley Map van 1588 staat in het gebied van Cranbury Manor inderdaad een adellijk huis, dat gezien omvang en stijl daar zeker al veel langer stond.
Het kan dus niet anders dan dat Cranbury Manor van oorsprong feitelijk het weduwgoed van Isabel Colshill is, dat zij van haar man Hugh Craan na diens dood in 1404 heeft verkregen.
- The Parke
Zoals eerder gezegd wordt Bartholomew de Capella in 1253 door de koning gemachtigd een stuk van zijn Ashley bos in Otterbourne toe te voegen aan (Little) Otterbourne Manor. Dit stuk bos had de naam Parc. Dit park is nagenoeg zeker Cranbury Park. Otterbourne lag namelijk vóór 1890 500 Meter westelijker. Bron Wikipedia 11.6.08 schrijft namelijk:
Already by 1840, however, the London to Southampton railway opened (later the South Western Main Line), passing by the village. Within half a century, old Otterbourne had been abandoned, and the village moved half a mile east to its present location.
Gaan we anno 2008 500 Meter westwaards, dan blijkt daar Cranbury Park te liggen. Op de de Hursley Map van 1588 wordt het gebied aldaar eveneens The Parke genoemd. Ook Cranbury Commons wordt aldaar genoemd. (> Hursley Map 1588)
Dit betekent dat het gebied 'Parc' (genoemd in 1253) in feite het zelfde is als het gebied 'The Parke' op de Hursley Map van 1588. Temeer daar op die kaart in dat gebied heel duidelijk een kasteel is getekend. Kennelijk is dat het oude Cranbury House in Cranbury Park. (> Hursley Map 1588)
Aan de westkant van Otterbourne, aan de weg van Winchester naar Southampton, ligt parallel aan de weg de Cranbourne Drive. Deze drive vormt de oostgrens van Chandler's Ford, een groot natuurgebied, grenzend aan Hursley. In dit gebied liggen Cranbury Park en Cranbury Commons.

- Cranbury Manor:
Zoals eerder gezegd schrijft bron british-history.ac.uk 11.6.08:

The result of the suit is not given, but unquestionable the right lay with Isabel. Except for this third [of the manor], which Isabel evidently had in dower for her life, Otterbourne had been sold by Hugh Crane [Craan] to William of Wykeham in 1386.
Het weduwgoed van Isabel is dus in 1386 door Hugh Craan niet doorverkocht aan William of Wykeham. Over dit weduwgoed horen we feitelijk nauwelijks meer. Behalve in de geciteerde teksten over Gavleacre Manor. Wel worden genoemd Cranbury (hamlet), Cranbury Manor en Cranbury Commons. Cranbury Commons wordt genoemd op de Hursley Map van 1588. Het gehucht Cranbury zal ipso facto daarbij liggen. Gezien de naam Cranbury Park, zal dit park daar niet ver vandaan liggen. De naam Cranbury is in dit gebied dus al ruim vóór 1588 in gebruik.

Per saldo lijkt het dus dat Cranbury Manor is ontstaan uit het weduwgoed van Isabel Colshill. De naam van de manor lijkt te maken te hebben met Hugh Craan, de man van Isabel. Mogelijk is hij een zoon van Dirck van Cranenburg in Eikenduinen bij Den Haag. De naam Cranbury Manor in Hursley zal dan kunnen zijn afgeleid van Hugh Craan, alias Hugh van Cranenburg. De namen Cranbury Park en Cranbury House zijn vrijwel zeker afgeleid van Cranbury Manor.
** Hugh Craan (gb 1330; Winchester), Cranbury Hampshire, Cranbury Manor Hampshire
# BHO 11.6.08, HFA 11.6.08, DAB

Oud Engels (500-1000nC) (OE:)
De Anglo-Saxon Chronicle (ASC) is een Oud Engelse kroniek uit de 9e-11e eeuw. De kroniek is o.a. gebaseerd op en gecompileerd uit teksten van Beda (672-735) en Gildas (480-540), twee Britse historici. Beda is een monnik uit Yorkshire, een Anglisch gebied. De teksten van de kroniek zijn geschreven in de Angel-Saxische taal van die tijd. Gezien echter de bronnen, de auteurs en de tijd is het Angel-Saxisch vrij zeker dominant Anglisch van aard. De Anglische gebieden (i.b. Mercia) zijn in die tijd nog het grootst en het meest machtig in Brittannia. De Saxische macht en invloed neemt pas in de 10e eeuw geleidelijk toe. Onderstaande tekst mag dus beschouwd worden als een weergave van een grotendeels Anglische taal. Het Anglisch in Brittannia van die tijd (500-1000) komt voort uit het Oer Anglisch in Angeln (NO Duitsland), dat de Anglische migranten hebben meegenomen in de periode 300-550 naar Brittannia. Het Britse Anglisch van 500-1000 zal dus nog sterk overeenkomen met het Anglisch in Angeln uit de periode 300-550. Desondanks zal er toch enige differentiatie zijn ontstaan. O.a. door absorbtie van niet-Anglische taalelementen in Brittannia door de contacten met niet-Anglische volken. Toch zal het Britse Anglisch grotendeels overeenkomen met het Oer Anglisch in Angeln. Wat bijvoorbeeld direct opvalt is de term hiera dagum, wat deze dag betekent. Hiera is hier een bijvoeglijk gebruik van de aanduiding hier, hetgeen anno 1870 nog steeds voorkomt in het Nieuw Anglisch. (> Nieuw Anglisch/citaat). Het wordt beschouwd als heel specifiek voor de Anglische taal.
¶ De taal in bron ASC is geschreven in de 7e eeuw en moet dus heel dicht staan bij het Angel-Saxisch op het Continent, waarvandaan de Angel-Saxen in de 5e-7e eeuw naar Brittannia zijn gemigreerd. (> ASC) Aangezien Beda in Noord Yorkshire leeft en schrijft, zal zijn Engels zeker dichter staan bij het Oud Anglisch dan bij het Saxisch. Zijn kennis van en orientatie op Englum (Angeln) lijkt ook wat groter dan aangaande Saexum (Neder-Saxen). Mogelijk dus dat zijn eigen roots ook meer in het Anglische deel op het Continent liggen. Ook is mogelijk dat Beda toch meer in Oud Angel-Saxisch schrijft. Sommige bronnen beweren namelijk dat de Angelen en Saxen al vóór de overtocht naar Engeland een verbond sluiten in het gebied tussen de Elbe en de Weser. Dat kan betekenen dat deze twee volkeren al veel eerder met elkaar te maken hebben. Dit stemt overeen met de theorie dat Angelland zich uitstrekt van Denemarken tot aan de Lünerburger Heide en dat dit land der Angelen op diverse plaatsen het Saxenland overlapt. (> Angelland)
¶ Bij nadere studie van de tekst in bron ASC lijkt het Angel-Saxisch tamelijk dicht bij het Oud Nederlands te staan. Dat is nog sterker te zien anno 1971 op de teksten in de balken van de vakwerkhuizen in Kapeln. (> Oer Anglisch, Geordie) De teksten in bron ASC zijn anno 2008 ook met enige kennis van zaken en studie voor Nederlanders toch redelijk makkelijk te lezen en te begrijpen. Althans als deze in normale letters zijn geschreven. De vraag die dan rijst is waar de werkelijke roots van het Oud Anglisch liggen. De taal is bron ASC toont veel kenmerken die zijn terug te vinden in het Oud Saxisch, terwijl het Scandinavische element eigenlijk miniem lijkt. Het heeft er echter veel van weg dat het Oud Engels - ofwel het Oud Angel-Saxisch - in de kern een oertaal bevat die mogelijk in heel de Lage Landen tot aan Denemarken is gesproken, gezien de gelijkenissen met het Oud Nederlands, de taal van de Nederlanden. Het accent kan echter wel liggen in het gebied tussen de Rijn en de Elbe, vanwaar in de 5e-7e de grootse migratie trok richting Brittannia. Een gebied waar in die tijd voornamelijk Saxen wonen en deels ook Angelen. De Saxen in Engeland zijn mogelijk daarom ook Angel-Saxen genoemd. D.w.z.: Saxen met een sterk Anglisch element. Dat Anglisch element is in de 5e-10e eeuw enorm groot. Het gebied van Zuidwest, Midden en Noord Engeland wordt immers voornamelijk bewoond door Angelen.
¶ Per saldo kunnen we ons afvragen in hoeverre het Oud Anglisch een Scandinavische taal is. Het lijkt of dit Oud Anglisch een product is van een Oer Anglisch en een Oer Nederlands. Oer Anglisch is dan van Scandinavische (Zweedse) oorsprong en Oer Nederlands is dan de taal van de Nederlanden in de meest ruime zin, d.w.z.: de taal van het gebied van Duinkerken tot Denemarken. Dit Oer Nederlands is dan een mix van allerlei talen in dat gebied. I.e.: Neder-Saxisch, Frankisch, Chaukisch, etc. Het Oer Anglisch is dan kennelijk steeds meer beïnvloed door het Oer Nederlands en daardoor in de loop der eeuwen naar het Oud Anglisch gegroeid.
** Oudste Engels, KTE, Anglisch, Nieuw Anglisch, Oud Fries, Beda, Gildas, ASC
# KBG, ASP, DAB

P::

Pacifisme:
In bron WMA/p61 schrijft historica Barbara Yorke:

The patronage of religious houses in areas which they hoped to take over was a Mercian policy which can be paralleled elsewhere.
Mercia is een Anglisch Koninkrijk in NW Engeland, dat in de 7e eeuw nC ontstaat en tot de 10e eeuw de belangrijkste macht is in Brittannia. Daarna speelt 't nog vele eeuwen een machtige rol in Brittannia. Aangezien Mercia een Anglisch Rijk is, mag haar politiek dus een Anglische politiek heten. Temeer daar de Angelen al vóór hun migratie naar Brittannia in de 5e-6e eeuw nC op het Continent een dergelijke machtspolitiek lijken te voeren, zoals Barbara Yorke beschrijft. Zo sluiten ze rond 150nC in de regio bij de Elbe in NW Duitsland hun eerste verbond met de Saxen. (> Angel-Saxen) In de 7e eeuw sluiten ze in de Cotswolds een nieuw verbond met de Saxen. Uiteindelijk komt het derde verbond. In 889 huwt koning Ethelred II van Mercia met Ethelflaed van Wessex (gb 871), dochter van koning Alfred de Grote van Wessex. Daarmee begint de unificatie van Engeland. Het huwelijk is op politieke gronden gesloten. Wessex heeft namelijk Mercia voorbij gestreeft en is inmiddels uitgegroeid tot het machtigste koninkrijk van Brittannia. Het opmerkelijke van heel het gebeuren is, dat Wessex een Saxisch koninkrijk is, maar dat hun koningen van Anglische herkomst zijn. Het lijkt er dus op dat hier uiteindelijk de Anglische machtspolitiek van Mercia heeft gezegevierd. Via Wessex is de Anglische zaak dus veilig gesteld.
¶ De bewering van Barbara Yorke lijkt dus in algemene zin zeker van toepassing, zij het dat haar begrippen 'religious houses' en 'areas' dan ruimer geïnterpreteerd moeten worden. Maar wat bedoelt ze met 'a Mercian policy which can be paralleled elsewhere'. Uit de context is daarover niets op te maken. Ze kan bedoelen dat deze overnamepolitiek van Mercia ook door andere machten wordt bedreven. Maar ze kan ook bedoelen dat Mercia deze politiek ook op andere terreinen toepast. Aangezien de Anglische root van Engeland door de eeuwen heen een sterke invloed heeft in Brittannia, zouden we deze overnamepolitiek van Mercia dan op enigerlei wijze moeten terugvinden in de latere politiek van Engeland. In een aflevering van de beroemde tv-serie Black Adder lijkt e.e.a. te worden bevestigd. Een Duitse prins komt na vele pogingen uiteindelijk vermomd als koe in Engeland aan de macht, nadat hij het hele Engelse hof van Elisabeth I heeft uitgemoord. Deze productie kan een vermomming zijn van de visie van de (autochtone) Britten over het aan de macht komen van de Angel-Saxen in Brittannia.
¶ Een gezegde uit Middeleeuws Engeland is: Don't fight the thunder. Klinkt erg realistisch. Tegen de donder vechten is immers vechten tegen een onzichtbare vijand, wiens onvoorspelbare en plotselinge bliksems je kunnen treffen, verminken of zelfs doden. Deze politieke grondstelling kan berusten op de saga van Beowulf, die reeds vóór 800nC schijnt te bestaan. Deze saga vertelt van de Goot Bewoulf die tegen een draak strijdt en de draak doodt, maar uiteindelijk zelf dood gaat. Aangezien de Angelen voortkomen uit de West Goten lijkt deze these zeer plausibel. Ze lijkt zelfs te zijn uitgebeeld in de Engelse vlag: op wit een rood kruis. Dit kruis wordt geassocieerd met St Joris, die tegen een draak strijd en hem uiteindelijk doodt. (> Engeland) Mogelijk is de saga van Beowulf een kritische reactie op de legende van St Joris, die feitelijk St Georgius heet. De legende van Georgius verhaalt dat hij tegen een draak vecht en rond 530 nC is begraven te Lydda in Palestina. Opmerkelijk in dezen is dat de naam George veel voorkomt onder Engelse koningen en die naam is afgeleid van Georgius. Dus zowel de Engelse vlag als de Engelse koningsnaam George wijzen naar St Georgius, alias St Joris.
¶ Het adagium om niet te vechten tegen de donder of draken lijkt dus zeer verstandig. Maar hoe ver ga je daarin? De machtspolitiek van de Angelen en later Engeland kent ook het adagium: If you cann't beat them, join them. Een machtspolitiek dus gebaseerd op colaboratie. Een politiek die alleen werkt zolang de partner eerbaar en betrouwbaar is en geen gevaarlijke bijbedoelingen heeft. Zo niet, dan kunnen de gevolgen fataal zijn. De Britse premier Neville Chamberlain demonstreert deze politiek in 1938, toen hij Hitler de ruimte gaf om Tsjecho-Slowakije te annexeren. Engeland noemde het Appeasement politiek. Churchill reageerde: You had the choice between dishonesty and war. You choose dishonesty and you will yield war. En zo gebeurde. De gevolgen waren rampzalig. De Tweede Wereldoorlog die daardoor uitbrak, heeft in Europa en Azië miljoenen slachtoffers veroorzaakt en grote gebieden volledig in puinhopen veranderd. Engeland zelf bleef daarbij niet gespaard. Door deze oorlog verloor het uiteindelijk zelfs zijn positie als wereldmacht.
¶ Na het debacle van Chamberlain wordt Winston Churchill op 10 mei 1940 geroepen om het land te redden. Churchill bindt meteen de strijd aan tegen Duitsland. Hij weet daarbij steun te krijgen van Amerika en Rusland. Mei 1945 wordt Nazi Dutisland na lange en zware strijd vernietigend verslagen. De rol van Winston Churchill als oorlogsleider was in deze strijd van cruciaal belang. En zoals hij zelf zo treffend zei na de Slag om Engeland op zondag 15 September 1940: So many owe so much to so few.
¶ De zo typisch Britse politiek van Wait and See heeft in het interbellum 1920-1940 volledig gefaald. Had Engeland tijdig geluisterd naar Winston Churchill, dan had het zich eerder kunnen voorbereiden op een confrontatie met Duitsland en de schade aanzienlijk kunnen beperken. Churchill waarschuwt al sinds 1920 bij herhaling voor de gevaren van dat land. Het Britse publiek noemt hem echter oorlogzuchtig en negeert hem. In de 1920-jaren is Duitsland door de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog echter nog volop bezig te herstellen van de oorlogschade. In die tijd kan het een confrontatie met Engeland absoluut op geen enkel front aan. Engeland verkeert daarentegen in een betere positie, dankzij een sterke economie. Met hulp van Frankrijk was een confrontatie met Duitsland zeker een succes geworden.
¶ Het desastereuse falen van Engeland in de jaren 1920-1940 kan alleen worden verklaard door een groot gebrek aan informatie en/of aan falende interpretatie van de beschikbare informatie over de gebeurtenissen in Duitsland. Churchill is kennelijk wel goed op de hoogte. Was Neville Chamberlain dan onwetend of naïef? Vele historici noemen hem naïef. Maar waarom hebben anderen dan Churchill hem dan niet overtuigd? Bijvoorbeeld de Ministeries van Buitenlandse Zaken en van Oorlog? Of journalisten en andere deskundigen? Chamberlain had de functie van Buitenlandse Zaken naar zichzelf getrokken sinds hij premier is in 1937. Zodoende kon hij elke waarschuwing van binnenuit smoren. Maar de andere potentiële personen en instanties dan? Van hen is niets bekend. Kennelijk was de naïviteit grootschalig. Hetzij door gebrek aan informatie, hetzij door foute interpretatie, of door onwil om de feiten reëel onder ogen te zien en de goede conclusies te trekken. Angst kan geen rol hebben gespeeld. Engeland is in die tijd nog machtig genoeg om een vijandig Duitsland te beteugelen.
¶ In 1938 verschijnt het boek Spring over Europe van de Amerikaanse journalist Clarence Booth, waarin zij talloze gesprekken met belangrijke West Europeanen heeft vastgelegd ivm de politieke situatie in Europa. Ze is verbijsterd over de grootschalige naïviteit onder hen. Maar zelfs dit boek mobiliseert de gemoederen niet. Was het uit angst of onverschilligheid? Of was het door de wil om positief te blijven en er iets moois van te blijven maken, ondanks de vreselijke dreigingen? September 1939 breekt de Tweede Wereldoorlog uit. De Britten laten dan zien dat ze taaie en vindingrijke vechters zijn, in staat om vreselijke dingen te doorstaan en uiteindelijk zelfs te winnen.
** Politiek, Angel-Saxen, Regiokeuze, Machtpositie, Oorlogen, Maskerade, Perfidious Albion, Tribalisme, Expansie, Kolonisatie, PgLex/WMA, PgAng/Hagel
# WMA, WP, FRI, DAB, KBG

Penda van Mercia (c 595-655)
Zoon van koning Pybba van Mercia.
Geboren en wonend in Tamworth, Staffordshire. Koning van Mercia.
Zoon: Ethelred I van Mercia (gb 641).
** Mercia
# WKP, KBG

Penny:
De penny is de originele Engelse munt. Ze is voor 't eerst geslagen in de 8e eeuw in Kent. Oorspronkelijk is ze 1/240 deel van het gewicht van een zilveren pond. In de Angel-Saxische tijd varieert het gewicht. Circa 1070 stabiliseert Willem de Veroveraar het gewicht op 22½ "grains Troy". Dit gewicht blijft zo gedurende twee eeuwen. In deze periode is de Engelse penny de beste en meest betrouwbare munt in Europa, waardoor ze sterling wordt genoemd op de Europese geldmarkten. In de 14e eeuw en daarna neemt de inflatie toe, waardoor het gewicht van de penny steeds verder wordt verlaagd. Uiteindelijk is het gewicht in de 18e eeuw zo laag, dat de penny onpraktisch wordt als internationale munt en ze nog alleen wordt gebruikt binnen de grenzen van Groot Brittannië.
** Mother Brittannia, Shilling, Geldstelsel, Offa van Mercia

Perfidious Albion:
Zeker al in de 14e eeuw wordt Engeland vaak Perfidious Albion genoemd. O.a. door Frankrijk, Italië, Rusland en Amerika. De reden is niet helemaal duidelijk. Perfidious betekent onbetrouwbaar, onberekenbaar. Als eilandbewoners staan de Britten vaak tegenover een wereld die ze op bange momenten vaak als een monsterlijke eenheid zien tegen wie ze het in hun alleenheid moeten opnemen. Dat maakt natuurlijk bang en dus voorzichtig. Maar het is niet duidelijk of dat de enige verklaring is.
¶ Een ernstig geval van Engelse onbetrouwbaarheid zijn de onderhandelingen in 1711 over een vrede met Frankrijk ter beëindiging van de Spaanse Successie Oorlog. De Engelsen begonnen toen in alleenheid te onderhandelen met Frankrijk, in strijd met het Townsend Verdrag van 1709, waarin is vastgelegd dat Nederland en Engeland als eenheid zouden onderhandelen met Frankrijk, Pruisen, Portugal en Savoye. Door dit zelfstandig onderhandelen met Frankrijk weten de Engelsen uiterst gunstige voorwaarden te bedingen voor zichzelf. Dit verraad van Engeland zette uiteraard enorm veel kwaad bloed bij Nederland en de andere bondgenoten en versterkte natuurlijk het imago van Engeland als Perfidious Albion.
¶ De oorsprong van de term Perfidious Albion licht naar zeggen bij de Normandische machthebbers in Engeland. Deze Normandiërs waren erg belust op macht en land. Ze waren daar helemaal op gefixeerd. Om macht en land te krijgen schuwden ze geen enkel geweld, valsheid of bedrog. De Normandiërs maakten heel makelijk beloftes om hun doelen te bereiken, maar schroomden geen moment om hun beloftes te breken, te verkwanselen of te ontkennen als hen dat beter uitkwam.
** Maskerade, Tribalisme, Normandiërs
# WP, The Normans (Robert Bartlett, BBCTV 10-11.8.2010), DAB, KBG

Politiek: > Pacifisme, Angel-Saxen, Regiokeuze, Machtpositie, Oorlogen, Maskerade, Perfidious Albion, Tribalisme, Expansie, Kolonisatie, PgLex/WMA, PgAng/Hagel

Pybba van Mercia (564*-606)
Zoon van koning Creoda van Mercia.>BR> Geboren en wonend in Tamworth, Staffordshire. Koning van Mercia.
Zoon: Penda (gb 595).
** Mercia
# WKP, KBG

P-line:
Betreft Powerline: belangrijke feiten mbt tot de groei van Engeland tot wereldmacht.

AD:
--150--150 Eerste Verbond Angel-Saxen in Lunenburg > Angel-Saxen
--450--550 Angelen en Saxen settelen in Brittannia vanuit Asland
--650--650 Tweede Verbond Angel-Saxen in Cotswolds > Angel-Saxen, Cotswolds
--793-1066 Vikings en Denen teisteren NW Europa en Brittannia > Lx: Vikings
--832-1154 Anglo-Saxcon Chronicle geschreven
--889--889 Ethelred II van Mercia huwt Ethelflaed van Wessex
--889--889 Derde Verbond Angel-Saxen > Angel-Saxen
--889--889 Unificatie van Engeland
--911--911 Ethelred II van Mercia verslaat de Vikings definitief in Tettershall bij Wolverhampton. > Ethelred II van Mercia
--917--918 Ethelflaed van Wessex en haar broer koning Edward van Wessex verslaan de Denen in Derby (917), Leicester (918), Nottingham, Lincoln en Stamford en onderwerpen hen aan hun gezag. > Ethelflaed van Wessex
-1066-1066 Willem van Normandy verovert Engeland > Willem de Veroveraar
-1067-1067 Doomsday Book (ZA)
-1215-1215 Magna Charta > Democratie
 

Q::

R::

Redwald van East Anglia (565*-625) (RVE:)
Koning van East Anglia. Begraven in Sutton Hoo, Suffolk. De naam Redwald komt voor als oude locatienaam van Reiderwoldt onder Woldendorp in Oost Groningen. (> Redwald) Redwald betekent Rodewoud. Plaatsnamen met Rood in Nederland zijn: Rodenrijs (Z.Hol), Rodenrijt (N.Br), Roderesch (NW.Dr), Roderwolde (NW.Dr), Rodewolt (N.Groningen), Roodehaan (ZO.Gro), Roodeschool (N.Gro), Roodkerk (NO.Frl). Aangezien East Anglia pas in 475-495nC wordt bevolkt door Angelen en in Groningen al rond 500vC Angelen wonen, lijkt het mogelijk dat Redwald zijn nog jonge roots heeft in Rodewolt of daaromtrent.
** Sutton Hoo, East Anglia, Suffolk; PgAng: Angon, Wetsteen, Grima, Ezinge, Rodewolt
++ Redwald van East Anglia

Runetekens: > PgAng

S::

Salisbury:
Stad in Wiltshire (Wessex) in Engeland. Anno 2006 circa 40.000 inwoners.
Oorspronkelijk heet de stad Sarum en later New Sarum, 3 Km van Old Sarum, een Romeinse en Angel-Saxische stad. In 1220 wordt de bisschopzetel in Old Sarum verplaatst naar New Sarum. Old Sarum raakt daardoor in verval. Anno 1973 resten er alleen nog ruïnes van twee kathedralen en een kasteel. New Sarum krijgt een kathedraal, de St Mary, in typisch Early English style.
Mede hierdoor en door de gunstige ligging aan land- en waterwegen, komt de stad tot grote economische en culturele bloei. Er worden vooral textielproducten en precisie-instrumenten gemaakt. En in 1450 komt er een bibliotheek met o.a. waardevolle manuscripten, w.o. een copie van de Magna Charta. In de loop der eeuwen wordt de architectuur verder uitgebreid met prachtige bouwwerken. O.a. de Church House aan de Crane Street.
Wapen: op een blauw (azur) veld vier banen van goud. Het schild aan beide zijden geflankeerd door een tweekoppige arend (eagle) in goud. De gouden banen symboliseren de rivieren Avon, Bourne, Wily en Nadder, die bij Salisbury samenvloeien. Oudst bekende afbeelding dateert van 1565.
¶ Het wapen van Salisbury doet sterk denken aan het wapen van het geslacht Van Beveren. De oudst bekende afbeedling dateert uit de 10e eeuw, afgebeeld op de zegel van Diederik I van Beveren. Het is dan de vraag wie van wie heeft overgenomen. Normaliter neemt een regio het wapen over van de eerste cq belangrijkste heer van dat gebied. Dit kan betekenen dat Diederik of zijn voorvaders uit Salisbury komen. Dat is dan vrij zeker zijn vader Arnulf de Bevere, afkomstig van Bevere Manor bij Worcester in Engeland. Mogelijk is hij burggraaf van Salisbury geweest.
** Old Sarum, Gewisse, Arnulf de Bevere (wapen), Van Beveren, Diksmuide, Regiowapens
# WP, TGE, ICH, DAB

Shilling:
De oudste munt in Germaans Europa is waarschijnlijk de shilling, afgeleid van het Germaans skildulingaz = schildachtig ding. Later wordt de munt schilling, schelling genoemd in de Lage Landen. Ze heeft de waarde van 6 stuivers. Anno 2009 is de shilling nog steeds een onderdeel van het Britse en Oostenrijkse geldstelsel.
¶ In Engeland dateert de shilling uit de vroegste periode van de Angel-Saxen. Kennelijk is ze meegenomen van hun continentale homelands. Echter, pas in de 15e eeuw wordt de eerste Engelse shilling gemunt ter waarde van 12 pence (pennies). In de periode 450-1400 gebruikt men in Engeland de shilling alleen als rekeneenheid.
** Geldstelsel, Penny, Munten

Staffordshire:
Graafschap in MW Engeland. Stone is van oudsher de zetel van de Anglische koningen van Mercia. Mogelijk komen zij rond 490 aldaar wonen vanuit Haithabu in Angeln. September 2009 vindt de Britse amateur Terry Herbert een grote schat in Staffordshire, bevattend 1500 prachtige gouden en zilveren voorwerpen: munten, sieraden, ornamenten en wapens gedecoreerd met o.a. runetekens en van Angel-Saxische herkomst. In totaal 5 kilo goud en 2.5 kilo zilver. Archeologen dateren de schat uit de 7e eeuw nC en taxeren de waarde op zeker meer dan 1 miljoen euro. Volgens hen is het de grootste en meest waardevolle vondst uit die tijd ooit in Engeland gedaan. De gevonden voorwerpen getuigen inderdaad van een zeer hoge graad van vakmanschap en artistieke ontwikkeling. De Anglische cultuur heeft in die tijd kennelijk al een bizonder hoog nivo bereikt.
** Mercia, PgAng (Angeln, Angelsites)
# NOS Journaal 24.9.09, De Telegraaf 25.9.09, DAB, KBG

Suffolk:
Gebied in East Anglia. In de jaren 1930+ is daar in Sutton Hoo een koningsgraf ontdekt door archeoloog Basil Brown. De vondsten dateren van circa 625 nC. Vrij zeker gaat het om koning Redwald (gb 565) van East Anglia. De gevonden artefacten vertonen veel gelijkenis met de Vendelcultuur in Oost Zweden. Suffolk wordt sinds de 5e eeuw nC bevolkt door Angelen afkomstig van het Continent. Hoe de gelijkenissen zijn ontstaan, is vooralsnog niet bekend. Ze zullen echter zeker te maken hebben met onderlinge contacten, die al dateren uit de tijd dat de Angelen van East Anglia nog in NW Europa wonen.
Onder de grote vondsten is een zgn grima, een helm met masker, gedragen door Anglische krijgers. Deze prachtig uitgewerkte grima moet door Redwald zijn gedragen.
** Redwald van East Anglia, Edwin van Northumbria (grima)

Sutton Hoo:
In Sutton Hoo zijn vele archeologische vondsten gedaan. O.a. wapens, ornamenten en een helm met grima (masker) van koning Redwald, die daar is gestorven en begraven rond 625nC. Op onderstaande site is een reconstructie getekent van Redwald in vol militair ornaat. Hij houdt o.a. een speer in de hand, een typisch wapen van de Angelen. Deze uitrusting zal weinig verschillen met die in Angeln vóór circa 500nC als de Angelen zich vestigen in East Anglia vanuit het Continent.
** Redwald van East Anglia, Suffolk, PgAng (Suttum, Ezinge)

T::

Thingfrith van Mercia (c 701-761):
Zoon van Eanulf van Mercia.
Mogelijk geboren in Bredon, 18 Km ZO van Worcester.
Zoon: Offa van Mercia.

U::

Unificatie van England (UVE:)
634nC: De Anglische koningen van Bernicia zijn sinds 634 heer en meester in Northumbria, dat ontstaat door unificatie van Bernicia en Deira.
650nC: Rond 650nC lijkt het verbond tussen de Angelen en Saxen opnieuw te zijn bevestigd in de Cotswolds in centraal Engeland, door de aldaar wonende Angelen en Saxen. Sindsdien worden de bewoners van Engeland vaak Angel-Saxen genoemd.
770nC: Offa van Mercia (736*-796) verovert het gebied van de Humber (Yorkshire) tot aan Het Kanaal. Hij is daardoor de belangrijkste grondlegger van de unificatie van Engeland vóór koning Alfred de Grote van Wessex. > Gewisse
889nC: In 889nC komt feitelijk het 3e verbond tussen de Angelen en Saxen. In dat jaar huwt koning Ethelred II van Mercia met Ethelflaed van Wessex, dochter van koning Alfred de Grote van Wessex. Met dat feit is de basis gelegd voor de verdere unificatie van Engeland. Mercia omvat het Anglische Rijk in Midden en Noord Engeland, en Wessex omvat het Saxische Rijk in Zuid en Oost Engeland.
889nC: Mersex In 889 trouwen koning Ethelred II van Mercia en prinses Ethelflaed van Wessex. Mersex is geboren. Het is een levenskrachtig kind. De Vikings en Denen worden binnen 30 jaar verjaagd uit heel Engeland. Mersex is nu de grootse macht in Brittannia en de backbone van de verdere unificatie van Engeland.

Urnencultuur: > PgAng

UTR/UK:
Betreft Upper Thames Regio UK. Het gebied langs de bovenloop van de Thames in Midden Engeland. Omvat Oxfordshire, Buckinghamshire en Berkshire. In de 4e-5e eeuw nC wordt dit gebied bevolkt door Angelen uit Angeln in NO Duitsland. Mogelijk woont hier de Anglische stam der Gewisse. Archeologische vondsten doen dit vermoeden. Rond 572 nC settelen ze zich in Wessex. De Anglische stam der Hwicce wonen in en rond Wychwood in Oxfordshire. Rond 650 nC settelen ze zich in Worcestershire, Gloucestershire en ZW Warwickshire.
Belangrijkste locaties: Oxford, Abingdon, Henley, Eton, Windsor, Hampton Court en Londen.
** Cotswolds, Gewisse, Hwicce, Wychwood, Wig, Mercia, Worcester, Worcestershire, PgAng (Angelen, Angeln)

V::

Vikings: > PgAng

Vortigern: (c 395-455)
Naar zeggen een Keltische warlord in Brittannia. Mogelijk echter een Anglische heerser in Noord Engeland. (> Aeglesthrep) Leeft in de periode dat de Romeinen zich terugtrekken uit dat land. Hierdoor ontstaat een machtvacuüm, wat chaos, criminaliteit en oorlogen uitlokt. Volgens bron ASC (c. 950nC) doet Vortigern daarom in 449nC een beroep op de koning van Angeln om hem te helpen:

Anno 449. Hier Martianus and Valentinus onfengon rice [krijgen macht], and ricsodon seofon winter [regeren zeven winters]. And on hiera dagum [deze dag] Hengest and Horsa, fram Wyrtgeorne [Vortigern] gelathode [uitgenodigd], Bretta kuninge [koning], gesothon Bretene [getrouwe Brit] on thaem [zijn] stede genemned [genaamd] Ypwinesfleot [Ebbsfleet in Thanet?], aerest [eerste] Brettum to fultume [helpen], ac hie [hij] est on hie fuhton.
    Se kuning het hie feohtan ongean Peohtas [deze koning heeft gevochten tegen de Picten]; and hie swa duden, and sige haefdon swa hwaer swa hie comon [en heeft gedood en gezegeviert waar hij komt]. Hie tha sendon to Angle [Angelland], and heton him sendan maram fultum [vraagt hem meer troepen te zenden]; and heton him secgan Bretweala nahtnesse [en vertelt hem over de rampspoed in Brittannia] and thaes landes kuste. Hie tha sendon him maran fultum. Tha comon [komen] the menn of thrim maegthum Germanie [drie Germaanse machten]: of Eald-Seaxum [Oud Saxen], of Englum [Angelland], of Iotum [Jutland].
De koning van Angelen geeft daarop gehoor aan het verzoek van Vortigern. Hengist en Horsa vertrekken naar Brittannia met een leger, dat voornamelijk bestaat uit Angelen, Saxen en Juten. Als de Picten zijn verslagen, blijven de meeste Germaanse strijders in Brittannië om zich daar duurzaam te vestigen. Zij laten ook vele stamgenoten van het Continent daarna overkomen. Daarmee is een begin gemaakt met de grootschalige migratie van Angelen en Saxen naar Brittannië in de periode 450-650 nC.
¶ De naam Vortigern is nogal curieus. Ze lijkt frapant veel op de naam Fritigern van een Gotisch leider (c 330-390) die zich bekeerd tot het Christendom en aanhanger is van het Arianisme. Mogelijk is Vortigern een Anglisch hoofdman die fungeert als vooruitgeschoven post in Brittannia. Dit bevestigt het vermoeden van diverse historici dat Angeln al ruime tijd vóór 450nC Brittannia poogt te koloniseren.
** Aeglesthrep, Engist van Angeln, Kolonisatie, PgAng (Angelen, Angeln, Fritigern)
# WKP 19.11.07, ASP, DAB, KBG

W::

Wecantakit:
Een van de grootste eigenschappen van de Britten is We can take it, hun vermogen om zware aanslagen te incasseren, dan weer opveren en de schade opruimen. O.a. in de Tweede Wereldoorlog, na zware bombardementen op Engelse steden als Londen en Coventry door Nazi-Duitsland. Maar ook augustus 2011, toen Londen, Birmingham, Bristol, Liverpool, Manchester en andere Britse steden zwaar werder getroffen door zeer grote rellen van grote groepen jongeren, die massaal brand stichtten, vernielingen aanbrachten en winkels plunderden. De TV-beelden waren schokkend. Hele wijken werden getroffen. Het Britse publiek reageerde massaal en geweldig. Mensen pakten bezems en blikken om alle rotzooi snel op te vegen en de buurten weer zo goed mogelijk toonbaar en leefbaar te maken.
# aug 2011: Euronews, BBC, NOS, De Telegraaf

Wessex:
Volgens de Anglo-Saxon Chronicle is Wessex gesticht door Cerdic en Cynric, hoofdmannen van een clan met de naam Gewisse. Volgens overlevering zijn ze in Southampton Water geland vanuit NW Duitsland en Denemarken. Archeologische vondsten suggereren echter een herkomst uit de regio Upper Thames (o.a. Oxfordshire) en de Cotswolds. (> Gewisse)
In 552 verslaat Cynric van Wessex de Britten bij Salisbury (Wiltshire, Engeland).
Met zijn zoon Ceawlin boekt hij in 556 een andere overwinning bij Barbury Hill in Wiltshire.
In 560 wordt Ceawlin koning van de Gewisse. Hij verenigt de Gewisse (Angel-Saxen) met de Britten en sticht het koninkrijk Wessex.
In 568 verslaan Ceawlin en zijn broer Cutha koning Aethelberth van Kent bij Wibbadun.
In 577 verslaat Ceawlin de Britten bij Dyrham en verovert Gloucester, Cirencester en Bath.
Met al deze overwinningen groeit Wessex uit tot het belangrijkste koninkrijk in Engeland.
** Gewisse, Salisbury, Old Sarum, Alfred de Grote van Wessex, ASC, UTR
# RGT, WMN, DAB

Widsith: (c 650nC) > PgAng

Willem de Veroveraar (1028-1087) (WDV:)
Zoon van Robert van Normandië en Herleva, dochter van een leerlooier. Volgt als kind zijn vader op. Wordt herhaaldelijk bedreigd door de Normandische ridderschap vanwege zijn grof en bruut gedrag.
¶ Gehuwd met Mathilde, dochter van graaf Boudewijn V van Vlaanderen.
¶ Behaalt in 1047 een overwinning bij Val-es-Dunes. Versterkt daarmee zijn gezag in het hertogdom.
¶ Wordt troonpretendend van Engeland als koning Eduard de Belijder kinderloos sterft, op grond van beweerde bloedverwantschap en oude beloften.
¶ Verslaat 14 oktober 1066 bij Hastings koning Harold, opvolger van Eduard. Wint de slag door een list. Hij laat enige soldaten hardop zeggen dat Willem dodelijk is getroffen en in een bosje ligt. De Engelsen gingen meteen zoeken. Daardoor verbraken ze hun frontlijn en konden de Normandiërs makkelijk penetreren en de Engelse gevechtslinie verder afbreken.
¶ Kerstdag 1066 gekroond tot koning van Engeland.
¶ Alle heerlijke rechten en goederen in Engeland komen in handen van Willems Normandische handlangers, als dank voor hun inzet bij de verovering van Engeland. Tot grote woede van de Angel-Saxische machthebbers. Die zijn al hun bezittingen en heerlijke rechten kwijt en raken veelal in grote armoede. Vandaar de naam Doomsday Book. De Engelsen haten Willem daarom vreselijk en noemen hem spottend The Bastard King.
¶ Willem gelast een totale inventarisatie van alle bezittingen in land, kastelen en andere heerlijke rechten in Engeland. In 1086 verschijnt het Doomsday Book met de complete inventarisatie. Willem blijkt daarin 1/5 van de Engelse bodem te bezitten. De Kerk 1/4 en Willems vazallen 1/2, ongeveer 5000 riddders.
¶ Willem overlijdt 9 september 1087 in Rouen. Hij is begraven in de Sint Stefanus Abdij te Caen in Normandië. Daar hangt ook de beroemde tapijt waarop de verovering van Engeland is geborduurd.
¶ De Normandiërs in Engeland maakten maar 1% van de totale bevolking uit. Hun macht berustte primair alleen op de geroofde eigendomsrechten, die alleen met hun goedkeuring van de koning konden vererven. Hierdoor had de koning volledige macht over de adel en via hen over de rest van het land. De laag van Normandische bezitters in het land deed alleen alles voor de koning en zichzelf. Niets voor het volk. Dat werd alleen grootschalig geplunderd, uitgebuitd en vermoord.
Willem heeft in zijn leven vaak vuil spel gespeeld. O.a. door beweerde beloften t.a.v. zijn rechten op de troon van Engeland. Deze beweringen kunnen een vals voorwendsel zijn geweest om in 1066 Engeland binnen te vallen en te onderwerpen. Daarna confisceert Willem alle heerlijke rechten en goederen in Engeland. Tot grote woede van de Angel-Saxische bevolking. Die is al zijn bezittingen en rechten kwijt en raakt daardoor in grote armoede. Vandaar de naam Doomsday Book. Vandaar ook Willems bijnaam The Bastard King. Willem blijkt uiteindelijk 1/5 van de Engelse bodem te bezitten. Hij sterft 9 september 1087 in Rouen en is begraven in de Sint Stefanus Abdij te Caen in Normandië. Kennelijk vreesde hij de haat van de Engelsen en is hij vlak voor zijn sterven teruggekeerd naar Frankrijk.
¶ De begrafenis van Willem is een farce. Hij is met z'n 6 feet high en dikke buik te fors voor de stenen kist. Hij wordt erin geperst. Na de begrafenis wordt zijn lijk door onbekenden uit de sarcofaag gehaald en verdwijnt spoorloos om nooit meer te worden gevonden.
¶ In de eeuwen na Willems dood zijn de invloeden van de Normandiërs deels geïntegreerd in de heersende Angel-Saxische cultuur. Vele vazallen van Willem raken hun verworven machtpositie weer kwijt en worden eveneens geïntegreerd. De positie van de Angel-Saxen en de Engelse cultuur herstelt langzaam maar zeker.
¶ Udh: Robert Curthose (hertog van Normandië), Willem II Rufus (koning van Engeland 1087-1100) en Hendrik (koning van Engeland vanaf 1100).
** Normandiërs, Doomsday Book, Drogo Beuvriere, Cranborne Manor Dorset; PgLex: Van Bever
# WP, The Normans (Prof Bartlet, BBCTV 10+11.8.2010), DAB

Wig: (c 345-405)
Zoon van Freawin, onderkoning van Sleswig.
Dood samen met zijn broer Cedd in een gevecht Eadsgil, de agressieve koning van de Myrgings in Holstein. De Myrgings zijn erg boos en bedreigen continu het leven van de twee broers. Wig besluit daarom rond 370 naar Engeland te migreren en daar een rustiger bestaan op te bouwen. Hij vestigt zich daar in de Cotswolds (regio Uper Thames), samen met een grote groep Angelen.
Zoon: Gewis (gb 380).
** Gewisse, Cotswolds, UTR/UK, Wychwood, Hwicce, PgAng (Sleeswijk)
# AHM, HNF, DAB

Wiglaf van Mercia (c 780-840)
Zoon van Conwulf van Mercia en Aelfthryth.
Koning van Mercia 827-840.
Gehuwd met Cynethryth.
Gestorven in Engeland.
Zoon: Burwulf van Mercia.

Winchester:
Stad in Hampshire, Engeland. Anno 2009 circa 50.000 inwoners. Circa 900-1150 nC hoofdstad van Engeland, c.q. Wessex, waar in die tijd de centrale macht ligt. In de 11e-14e eeuw is Winchester een belangrijke plaats voor de wolhandel. In de Romeinse Tijd heet Winchester Venta Belgarum, ofwel Regio der Belgen. In die tijd wordt met België bedoeld het hele gebied der Lage Landen. Dus Nederland en België samen. De Romeinse naam voor Winchester geeft dus aan dat deze stad rond de jaartelling wordt bevolkt door mensen uit de Lage Landen. Dus Belgen en Nederlanders.
** Wessex
# WP, DAB

Worcester:
Hoofdstad van Worcestershire in Engeland, gelegen aan de Severn rivier. Rond 50 nC bouwen de Romeinen er een fort. Dankzij de ligging aan de weg van Wroxeter naar Gloucester komt er veel verkeer langs en gaat de economie bloeien. Er werken vooral boeren, smederijen, timmerlieden, pottebakkers, etc. In de 2e eeuw komt de ijzerindustrie op gang.
In 407 verlaten de Romeinen Engeland en raakt de stad in verval.
Rond 650 komen de Hwicce, een Anglische stam uit Mercia. Ze bouwen er een nederzetting, die ze Weogoran Caester noemen. Dit betekent stad van de mensen van de bochtige rivier.
In 680 krijgt deze nederzetting een kathedraal en een bisschop. Deze bisschoppen dragen de titel Episcopus Hwicciorum, ofwel bisshop van de Hwicce.
Door de vestiging van de kathedraal gaat Worcester in rap tempo verder groeien. De Kerk betekent immers geld en macht in die tijd.
In de 9e eeuw wordt Worcester een vesting. Koning Alfred de Grote bouwt namelijk rond zijn hele rijk een netwerk van forten tegen de aanvallen en raids van Denen. De stad wordt ommuurd en omgracht. Op de muren komt een houten palisade.
In 1041 zendt koning Harthacanute een belastinginner. De stad weigert echter te betalen en vermoordt de man. De koning is woedend en stuurt een leger om de stad te straffen. De bevolking vlucht daarop naar Bevere Island. Het leger neemt wraak en plundert de stad. Vrij snel na dit brute optreden weet de stad zich echter weer te herstellen.
In 1086 telt Worcester 2000 inwoners. In die tijd een redelijke omvang voor een stad.
** Alfred de Grote, Beverey
# Tim Lambert (A brief history of Worcester), WKP, FOW, DAB

Worcestershire:
Graafschap in MW Engeland. Oppervlakte 1813 Km2. Overwegend laagvlakte langs de Severn met de zijrivieren Avon, Teme en Stour. Ruim 60% is grasland. Het zuid-westen en noorden zijn heuvelachtig. Economie: rundteelt, tuinbouw, steenkool en industrie. Anno 2006 ruim 1 miljoen inwoners. Hoofdstad is Worcester.
Districts: Worcester, Malvern Hills, Wyre Forest, Bromsgrove, Redditch en Wychavon.
Worcestershire hoort historisch bij Mercia, het koninkrijk van de West-Angelen. Het is oorspronkelijk bevolkt door de Hwicce, een Anglische stam uit Mercia. Dat gebeurt op grote schaal rond 650 nC.
** Hwicce, Mercia, Bevere
# WP, WKP, DAB

Wychwood:
Groot heuvelig natuurgebied in ZW Oxfordshire, gelegen tussen Salford, Burford en Asthall. Voornamelijk bos en rivierdalen van de Evenlode en de Glyme.
In de 4e eeuw nC bevolkt door de Hwicce, een stam van de Angelen. Mogelijk is Wychwood naar hen genoemd: het woud van de Hwicce.
** Hwicce, Cotswolds, UTR/UK, Wig (gb 345; Sleswig), Wold

X::

Y::

Ye:
Oud Engels: ook yi of joe; afgeleid van het Gotisch jus. (COD) Ye of you komen ook voor in Geordie, een naar zeggen oude Anglische taal in Bernicia (NO Engeland). Nederlands: je, jou. Noord Gronings: je, joe. In Oud Nederlands wordt normaliter du gebruikt. Je alleen als beleefdheidsvorm. Later vervangt je het du, omdat je gramaticaal makkelijker te hanteren is.
** Geordie, Angologie, Goten
# COD, DAB

Yeavering:
Stad in Bernicia, Northumbria in Noord Engeland, langs de Noordzee kust tussen Yorkshire en Schotland. Yeavering wordt al vroeg bewoond door Angelen, die vrijwel zeker afkomstig zijn uit Jever in Ost-Friesland, dat in die tijd Anglisch gebied is. (> Mega Angeln) Bron RRA schrijft over Yeavering:

Noteworthy here is a massive, high post outside the [pagan] temple to the north-west, certainly with ritual significance, i.e. a mana-pool, equivalent to the Pacific totem poles (p. 43-4); and furthermore the pit by the door filled with the skulls of oxen. "To the west there was a building probably used as a kitchen for cooking the ceremonial feasts. Associated with this structure was an area apparently reserved for butchering the sacrificial beasts. It contained many remains of the long bones of oxen, but, significantly, not skulls - they ended up in the temple" (p. 45)
...
"In Scandinavian paganism animals, particular oxen, were offered to Freyer on his annual journey ... The ritual sacrifice of oxen is a feature of Anglo-Saxon paganism evedenced repeatedly by archaelogy and confirmed by historical document." (p. 45)
Geordie is een Oer Engelse taal gesproken in Bernicia. De taal staat heel dicht bij het Oer Anglisch en het Oud Nederlands, hetgeen overeenstemt met de taal die gesproken wordt in Ost-Friesland en NO Groningen. Ost-Friesland is tot de Vrede van Munster in 1648 feitelijk een onderdeel van de Nederlanden. Tijdens de vredesonderhandelingen eist Hannover het gebied op als voorwaarde om accoord te gaan. De Nederlanden willen de onafhankelijkheid en voldoen daarom aan de eis.
** Jever, Geordie; PgAng: Gadhimai

 
Z::

===